Besluit van 18 augustus 1988, houdende bepalingen met betrekking tot adspirant-registerloodsen
- BWB-id
- BWBR0004391
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2013-08-20 t/m 2013-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004391
- ELI
- /eli/nl/amvb/1988/besluit-adspirant-registerloodsen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1988/besluit-adspirant-registerloodsen/2013-08-20
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004391&g=2013-08-20
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004391&z=2026-06-06&g=2013-08-20
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004391/2013-08-20
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1988/besluit-adspirant-registerloodsen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. artikel 4, eerste lid landelijke examencommissie: de commissie, bedoeld in; b. artikel 5, eerste lid regionale examencommissie: de commissie, bedoeld in; c. artikel 6, eerste lid commissie van gecommitteerden: de commissie, bedoeld in; d. set: een samenhangend geheel van schriftelijke examenopgaven. 1988 392 18-08-1988 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 19, eerste lid, van de Loodsenwet De adspirant-registerloods, bedoeld in: a. artikel 19, eerste lid, onderdeel b, van de Loodsenwet artikel 40, eerste lid, van de Wet zeevarenden is gedurende de periode dat de leerovereenkomst, bedoeld in, van kracht is, in het bezit van een geldige geneeskundige verklaring van geschiktheid voor de zeevaart als bedoeld in; b. vervallen; c. beschikt bij het aangaan van de leerovereenkomst ten minste over: 1°. artikel 20 22 22a van de Wet zeevarenden een geldig vaarbevoegdheidsbewijs, afgegeven ingevolge,of, als: – kapitein alle schepen, – eerste maritiem officier, of – eerste stuurman alle schepen; of 2°. – het bewijs van vaardigheid dat de nautische opleiding voor officier bij de Koninklijke marine met goed gevolg is afgelegd, – het bewijs dat zeewachtstandaard B is toegekend, – het bewijs dat de opleiding tot commandocentrale-officier met goed gevolg is afgelegd, en – het algemeen certificaat voor de maritieme radiocommunicatie. 2 c Onze Minister kan ontheffing verlenen van de eisen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel, indien de belanghebbende anderszins heeft bewezen te beschikken over de in dat onderdeel vereiste kennis en ervaring, alsmede over goede kennis van de Nederlandse taal. 2012 357 27-07-2012 05-07-2012 2013 287 12-07-2013 01-07-2013 20-08-2013
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De commissies ten behoeve van de loodsenexamens bestaan uit een voorzitter, een secretaris en de leden. 2 De voorzitter van een commissie ten behoeve van de loodsenexamens kan nadere aanwijzingen geven voor het functioneren van die commissie. 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Er is een commissie voor de landelijke loodsenexamens die het examen afneemt ter afgifte van de verklaring, dat de adspirant-registerloods het landelijk loodsenexamen met goed gevolg heeft afgelegd. 2 De voorzitter is de voorzitter van de corporatie of een door hem als zodanig aangewezen examinator. 3 De secretaris is degene die als zodanig door de algemene raad is benoemd. 4 De leden worden voor de tijd van ten hoogste vier jaren als examinator benoemd door de algemene raad en zijn terstond weer benoembaar. Van iedere benoeming wordt mededeling gedaan aan de voorzitter van de commissie van gecommitteerden. 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Er is in iedere regionale loodsencorporatie een commissie voor regionale loodsenexamens, die het examen afneemt ter afgifte van de schriftelijke verklaring dat de adspirant-registerloods het regionale loodsenexamen met goed gevolg heeft afgelegd. 2 De voorzitter is de voorzitter van de regionale loodsencorporatie of een door hem als zodanig aangewezen examinator. 3 De secretaris is degene die als zodanig door het bestuur van de regionale loodsencorporatie is benoemd. 4 De leden worden voor de tijd van ten hoogste vier jaren als examinator benoemd door het bestuur van de betreffende regionale loodsencorporatie en zijn terstond weer benoembaar. Van iedere benoeming wordt mededeling gedaan aan de voorzitter van de commissie van gecommitteerden. 1988 392 18-08-1988 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Er is een commissie van gecommitteerden die toezicht houdt op de loodsenexamens. 2 De voorzitter en de secretaris worden als zodanig door Onze Minister aangewezen. 3 De leden worden voor de tijd van ten hoogste twee jaren als gecommitteerde benoemd door Onze Minister en zijn terstond weer benoembaar. Onze Minister wijst daarbij een van de gecommitteerden aan als plaatsvervangend voorzitter. 4 De voorzitter van de commissie van gecommitteerden wijst in overeenstemming met de betrokken gecommitteerden de regio's aan waar zij als zodanig zullen optreden. 5 De per regio aangewezen gecommitteerden kunnen tezamen een subcommissie van gecommitteerden vormen en uit hun midden een voorzitter kiezen. 6 De gecommitteerden ontvangen uit 's Rijks kas vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig de regelen welke gelden voor reizen in Nederland ten behoeve van het Rijk, alsmede, voor zover hun benoeming haar oorzaak niet vindt in het ambt dat zij bekleden, vacatiegelden. 1988 392 18-08-1988 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De algemene raad bepaalt na overleg met de voorzitter van de commissie van gecommitteerden voor de aanvang van elke algemene opleiding tot registerloods de perioden waarin en de plaatsen waar de examens en examenonderdelen zullen worden afgenomen. 2 Het bestuur van elke regionale loodsencorporatie bepaalt na overleg met de voorzitter van de commissie van gecommitteerden voor de aanvang van elke regionale opleiding dan wel zo spoedig mogelijk na aanvang daarvan de perioden waarin, de plaatsen waar en de wijze waarop de examens en examenonderdelen zullen worden afgenomen. 1988 392 18-08-1988 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De voorzitter van de betreffende examencommissie stelt na overleg met de voorzitter van de commissie van gecommitteerden het rooster voor de af te nemen examens en examenonderdelen vast. 2 In het in het eerste lid genoemde rooster worden in ieder geval vermeld: a. de plaats, datum, tijd en tijdsduur van de examens en examenonderdelen; b. de namen van de kandidaten; c. de namen van de examinatoren; d. de namen van de gecommitteerden; en e. artikel 28, tweede lid artikelen 4, eerste lid 5, eerste lid de plaats, datum en tijd van de uitreiking van cijferlijsten, bedoeld in, en de verklaringen, bedoeld in de, of. 1988 392 18-08-1988 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De voorzitter van de betreffende examencommissie roept de examinatoren en, na overleg met de voorzitter van de commissie van gecommitteerden, de gecommitteerden op naarmate de aard en de omvang van de werkzaamheden hun aanwezigheid vereisen. 1988 392 18-08-1988 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Om te worden toegelaten tot het afleggen van een landelijk loodsenexamen moet de kandidaat: a. artikel 19, eerste lid, van de Loodsenwet adspirant-registerloods zijn in de zin van; en b. a artikel 9, eerste lid, onderdeel, 1°, van de Loodsenwet de algemene opleiding tot registerloods, bedoeld in, hebben gevolgd. 2 Om te worden toegelaten tot het afleggen van een regionaal loodsenexamen moet de kandidaat: a. a voldoen aan het eerste lid, onderdeel; b. artikel 4, eerste lid beschikken over de schriftelijke verklaring, bedoeld in; en c. a artikel 13, eerste lid, onderdeel, 2°, van de Loodsenwet de regionale opleiding en de stage, bedoeld in, hebben gevolgd. 1988 392 18-08-1988 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 De kandidaat legt op de betreffende plaats, datum en tijd, voordat het examen wordt afgenomen, zijn paspoort, rijbewijs of een ander identiteitsbewijs aan de examinator over, ten genoegen van de voorzitter van de betreffende examencommissie. 2 De kandidaat die opzettelijk valse of vervalste bescheiden overlegt, wordt door de voorzitter van de betreffende examencommissie van deelneming aan het examen uitgesloten. De voorzitter van de betreffende examencommissie legt een dergelijke beslissing binnen twee weken vast in een beschikking. 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Het landelijke loodsenexamen bestaat uit de volgende examenvakken: a. Algemene scheepvaartverkeersreglementering. b. Getijleer en hydrografische gesteldheid. c. Scheepvaartverkeerstekens. d. Algemene voorschriften van belang voor het loodsen en het loodsenberoep. e. Algemene communicatieprocedures. f. Theorie van het manoeuvreren. g. Praktische manoeuvreervaardigheid. 2 Het regionale loodsenexamen bestaat uit de volgende examenvakken: a. Regionale scheepvaartverkeersreglementering. b. Praktische navigatie in het relevante gebied buitengaats. c. Praktische navigatie in het relevante gebied binnengaats. d. Regionale voorschriften van belang voor het loodsen en het loodsenberoep. e. Regionale communicatieprocedures. f. Manoeuvreren in de regio. g. Praktische vakbekwaamheid en geschiktheid voor de taak van loods. 1988 392 18-08-1988 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 13 bijlage I De kennis en vaardigheid die wordt gevorderd is per examenvak, genoemd in, aangegeven in het alsbij dit besluit gevoegde examenprogramma. 2 Onze Minister kan de kandidaat ontheffing verlenen van een of meer examenvakken, op grond van de door deze verkregen diploma's. 1988 392 18-08-1988 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Het landelijke loodsenexamen wordt als volgt afgenomen: a. a e artikel 13, eerste lid, onderdelenen het examenvak, bedoeld in, mondeling; b. b, c, d f artikel 13, eerste lid, onderdelenen de examenvakken, bedoeld in, schriftelijk; c. g artikel 13, eerste lid, onderdeel het examenvak, bedoeld in, praktisch. 2 Het regionale loodsenexamen wordt als volgt afgenomen: a. a f artikel 13, tweede lid, onderdelentot en met voor de examenvakken, bedoeld in, bepaalt de examencommissie op welke wijze deze worden afgenomen; b. g artikel 13, tweede lid, onderdeel het examenvak, bedoeld in, praktisch door middel van het maken van proefreizen. 1988 392 18-08-1988 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De commissie van gecommitteerden stelt per schriftelijk af te nemen examenvak een set vast, alsmede de daarbij behorende beoordelingsnormen. Hiertoe wordt door de betreffende examencommissie een voordracht gedaan, bestaande uit zoveel sets als de voorzitter van de commissie van gecommitteerden bepaalt. 2 Indien de commissie van gecommitteerden van mening is dat het aantal of het niveau van de opgaven niet voldoet, verzoekt zij de betreffende examencommissie aanvullende of vervangende opgaven samen te stellen. 3 Indien als gevolg van bijzondere omstandigheden, zulks naar het oordeel van de voorzitter van de commissie van gecommitteerden, redelijkerwijs de gelegenheid ontbreekt om binnen de beschikbare tijd en zonder dat de geheimhouding in gevaar komt het tweede lid toe te passen, geeft deze de gecommitteerden opdracht zelf opgaven aan te vullen of te vervangen. 1988 392 18-08-1988 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De secretaris van de commissie van gecommitteerden draagt ervoor zorg dat de vastgestelde sets onder geheimhouding op rijkskosten worden vermenigvuldigd en verzonden. 2 De secretaris van de commissie van gecommitteerden draagt ervoor zorg dat de benodigde exemplaren van de sets en van de daarbij behorende beoordelingsnormen in verzegelde pakketten aan de voorzitter van de betreffende examencommissie worden toegezonden. Op de pakketten wordt aangegeven de dag en het uur waarop zij moeten worden geopend en de tijd die voor het werk beschikbaar is gesteld. 1988 392 18-08-1988 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 17, tweede lid De voorzitter van de betreffende examencommissie deelt zo spoedig mogelijk na ontvangst van de pakketten, bedoeld in, schriftelijk aan de voorzitter van de commissie van gecommitteerden mee of de pakketten in goede orde zijn ontvangen. 2 artikel 17, tweede lid De voorzitter van de betreffende examencommissie draagt er zorg voor, dat de pakketten, bedoeld in, met de vereiste geheimhouding in ongeopende staat worden bewaard tot het aangegeven moment van opening. 1988 392 18-08-1988 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 17, tweede lid De pakketten, bedoeld in, worden in tegenwoordigheid van de kandidaten geopend bij de aanvang van het schriftelijk werk. Indien de kandidaten in meer dan een lokaal zijn geplaatst, geschiedt de opening in een van de lokalen. 2 Nadat de pakketten zijn geopend mogen over de opgaven geen mededelingen of inlichtingen aan de kandidaten worden verstrekt, tenzij de voorzitter van de commissie van gecommitteerden daartoe machtiging heeft verleend. 3 artikel 16, eerste lid Indien bijzondere omstandigheden met betrekking tot het examen daartoe aanleiding geven kan de commissie van gecommitteerden alsnog de vastgestelde beoordelingsnormen, bedoeld in, wijzigen of aanvullen, dan wel een andere set vaststellen. 1988 392 18-08-1988 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Het schriftelijk examenwerk wordt gemaakt op vanwege de betreffende examencommissie uit te reiken gewaarmerkt papier. 2 De kandidaat mag bij het schriftelijk gedeelte van het examen in het examenlokaal niets anders meebrengen dan schrijfgerei en vanwege de betreffende examencommissie uitdrukkelijk toegestane andere benodigdheden. 3 In elk lokaal waar examenonderdelen schriftelijk worden afgenomen, zijn zoveel leden van de betreffende examencommissie voor het houden van toezicht aanwezig, als door de voorzitter voldoende of noodzakelijk wordt geacht. Toezicht kan eveneens worden gehouden door gecommitteerden. 4 De kandidaat levert al het gebruikte papier in bij degenen die ingevolge het derde lid toezicht houden. 1988 392 18-08-1988 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Tijdens een examen mogen de kandidaten niet met elkaar spreken, noch elkaars werk bekijken, of, anders dan met uitdrukkelijk verleende toestemming vanwege de betreffende examencommissie, het examenlokaal of de plaats waar het examen wordt afgenomen verlaten of iets van elkaar lenen. 2 De kandidaten dienen zich tijdens het examen te gedragen naar de aanwijzingen die door of vanwege de voorzitter van de betreffende examencommissie worden gegeven. 3 Gedragingen van een kandidaat in strijd met het eerste of het tweede lid, gedragingen die storend werken op het verloop van het examen, bedrog of een poging daartoe kunnen, zulks ter beoordeling van de voorzitter van de betreffende examencommissie, uitsluiting van verdere deelneming aan het examen tot gevolg hebben. De voorzitter legt een dergelijke beslissing binnen twee weken in een beschikking vast en doet daarvan, door toezending van een afschrift, mededeling aan de voorzitter van de commissie van gecommitteerden. 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Degenen, die toezicht hielden tijdens het examen, leveren het door de kandidaten gemaakte examenwerk in bij de voorzitter van de betreffende examencommissie. Deze stelt het examenwerk ter beoordeling in handen van de betrokken examinator in dat vak. 2 De in het eerste lid bedoelde examinator kijkt het werk na zonder daarop enige aantekening te maken en zendt dit daarna door bemiddeling van de voorzitter van de betreffende examencommissie toe aan de betreffende gecommitteerde, tezamen met de volgende bescheiden: a. twee exemplaren van de bijbehorende examenopgaven; b. twee exemplaren van de bijbehorende beoordelingsnormen; en c. een lijst met de door hem gegeven cijfers en de door hem gemaakte opmerkingen. 3 De gecommitteerde, bedoeld in het tweede lid, beoordeelt het examenwerk eveneens en stelt tezamen met de examinator het cijfer vast. 4 Het examenwerk en de lijst van toegekende cijfers worden in handen van de voorzitter van de betreffende examencommissie gesteld. 1988 392 18-08-1988 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Het mondelinge gedeelte van het landelijke loodsenexamen wordt per kandidaat afgenomen door ten hoogste twee examinatoren, in het bijzijn van een gecommitteerde. Een van hen houdt aantekening van de inhoud en het verloop van het examenvak. De gecommitteerde is bevoegd de examinatoren te verzoeken over bepaalde onderdelen van de examenstof vragen te stellen, dan wel dit zelf te doen. De gecommitteerde stelt tezamen met de examinatoren het cijfer vast. 2 Het mondelinge gedeelte van het regionale loodsenexamen wordt per kandidaat afgenomen door twee examinatoren, in het bijzijn van een gecommitteerde. Een van hen houdt aantekening van de inhoud en het verloop van het examenvak. De gecommitteerde is bevoegd de examinatoren te verzoeken over bepaalde onderdelen van de examenstof vragen te stellen. De gecommitteerde stelt tezamen met de examinatoren het cijfer vast. 2005 260 26-05-2005 03-05-2005 2005 260 26-05-2005 03-05-2005 27-05-2005
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 g artikel 13, eerste lid, onderdeel Het examenvak, bedoeld in, wordt per kandidaat afgenomen door ten minste twee examinatoren, ieder op afzonderlijke dagen. Ieder van hen houdt aantekening van de inhoud en het verloop van het betreffende examen en brengt daarvan schriftelijk verslag uit aan de betreffende gecommitteerden. 1988 392 18-08-1988 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 g artikel 13, tweede lid, onderdeel Een proefreis als bedoeld in, wordt per kandidaat afgenomen door een per reis daartoe door het bestuur van de betreffende regionale loodsencorporatie aangewezen registerloods. De registerloods houdt aantekening van de inhoud en het verloop van de proefreis en brengt daarvan schriftelijk verslag uit aan de betreffende examencommissie, en in afschrift aan de commissie van gecommitteerden. 2 Indien de betreffende gecommitteerden naar aanleiding van de in het eerste lid genoemde verslagen daartoe redenen aanwezig achten, kunnen zij de kandidaat toestaan eenmaal een door hen vastgesteld aantal extra proefreizen te maken. 3 Op een registerloods als bedoeld in het eerste lid, zijn de bepalingen ten aanzien van examinatoren van overeenkomstige toepassing. 1988 392 18-08-1988 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 De beoordeling van elk examenvak of gedeelte daarvan wordt uitgedrukt in gehele cijfers, waarvan het laagste cijfer 1 en het hoogste cijfer 10 is. 2 Indien de gecommitteerde en de examinator bij de vaststelling van een cijfer niet tot overeenstemming kunnen komen, en het verschil van het door de gecommitteerde en de examinator toegekende cijfer niet meer dan 1 bedraagt, wordt in het voordeel van de kandidaat beslist. Als het verschil meer dan 1 bedraagt, wordt het toe te kennen cijfer vastgesteld door de voorzitter van de betreffende examencommissie in overeenstemming met de voorzitter van de commissie van gecommitteerden. 3 Indien een examenvak uit meer dan een gedeelte bestaat, wordt het eindcijfer voor dat examenvak bepaald door het gemiddelde van de bij die gedeelten behaalde cijfers, waarbij breuken van een half of meer naar boven en breuken van minder dan een half naar beneden worden afgerond. 4 Het examen is met goed gevolg afgelegd wanneer voor alle examenvakken ten minste het cijfer 6 is behaald. 5 Indien voor niet meer dan een examenvak het cijfer 5 is behaald en voor de overige examenvakken tenminste het cijfer 6, komt de kandidaat in aanmerking voor een herexamen in het met het cijfer 5 beoordeelde examenvak. 6 Indien voor meer dan een examenvak het cijfer 5 is behaald, dan wel voor een of meer dan een examenvak een cijfer lager dan 5 is behaald, wordt de kandidaat voor het examen afgewezen. 1988 392 18-08-1988 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 De betreffende examencommissie stelt in een vergadering, waarbij ten minste een gecommitteerde aanwezig is, vast welke kandidaten zijn geslaagd, welke zijn afgewezen, en welke in aanmerking komen voor een herexamen. De voorzitter van de examencommissie zendt de uitslag toe aan de voorzitter van de commissie van gecommitteerden. 1988 392 18-08-1988 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 27 Zo spoedig mogelijk na de vergadering, bedoeld in, wordt de uitslag aan de kandidaten medegedeeld. 2 Iedere kandidaat ontvangt na afloop van een examen een cijferlijst, waarop vermeld de examenvakken en de daarvoor behaalde eindcijfers. 3 Aan de kandidaat die in aanmerking komt voor een herexamen worden bij de uitreiking van de cijferlijst tevens de nodige gegevens verstrekt met betrekking tot de te volgen procedure ter uiteindelijke verkrijging van de betreffende verklaring. 4 artikel 4, eerste lid Aan de geslaagde kandidaten van het landelijke loodsenexamen wordt de verklaring, bedoeld in, uitgereikt. De algemene raad stelt het model van deze verklaring vast. 5 artikel 5, eerste lid Aan de geslaagde kandidaten van het regionale loodsenexamen wordt de verklaring, bedoeld in, uitgereikt. Het bestuur van de betreffende regionale loodsencorporatie stelt het model van deze verklaring vast. 6 artikelen 4, eerste lid 5, eerste lid De voorzitter en de secretaris van de betreffende examencommissie, alsmede een van de betrokken gecommitteerden ondertekenen de verklaring, bedoeld in de, of, en de cijferlijst, bedoeld in het tweede lid. 1988 392 18-08-1988 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 De bepalingen betreffende de examens zijn van overeenkomstige toepassing op de herexamens. 2 Het door de kandidaat voor het herexamen behaalde cijfer treedt in de plaats van het voor het betreffende examenvak behaalde cijfer. 3 Indien bij het herexamen voor het examenvak het cijfer 5 of lager wordt behaald, of indien van de gelegenheid tot het afleggen van een herexamen geen gebruik wordt gemaakt, wordt de kandidaat afgewezen. 1988 392 18-08-1988 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Vervallen 2005 260 26-05-2005 03-05-2005 2005 260 26-05-2005 03-05-2005 27-05-2005
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 12, tweede lid artikel 21, derde lid artikel 12, tweede lid artikel 30, eerste lid Indien een kandidaat ingevolge, of, wordt uitgesloten van deelneming aan het examen, of indien hij zich tijdens het examen terugtrekt, wordt hij afgewezen. De voorzitter van de betreffende examencommissie legt een dergelijke beslissing binnen twee weken vast in een beschikking en doet daarvan, door toezending van een afschrift, mededeling aan de voorzitter van de commissie van gecommitteerden. De afwijzing ingevolge, kan geen aanleiding geven tot toepassing van. 2 Indien een kandidaat zich tijdens het examen terugtrekt vindt het bepaalde in het eerste lid geen toepassing, als zulks naar het oordeel van de voorzitter het gevolg is van overmacht. 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Indien blijkt dat de kandidaat tijdens het examen bedrog heeft gepleegd of zich aan een andere onregelmatigheid heeft schuldig gemaakt kan de voorzitter van de betreffende examencommissie, na overleg met deze examencommissie, de kandidaat de verklaring onthouden of een reeds uitgereikte verklaring en cijferlijst intrekken. De voorzitter legt een dergelijke beslissing binnen twee weken vast in een beschikking en doet daarvan, door toezending van een afschrift, mededeling aan de voorzitter van de commissie van gecommitteerden. 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Een duplicaat van een uitgereikte verklaring wordt slechts afgegeven, indien de belanghebbende aannemelijk kan maken, dat de oorspronkelijke verklaring verloren is geraakt. 1988 392 18-08-1988 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 In gevallen waarin dit besluit niet voorziet beslist de voorzitter van de betreffende examencommissie, na overleg met de voorzitter van de commissie van gecommitteerden. 1988 392 18-08-1988 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 artikel 29, eerste lid, van de Loodsenwet Er is een commissie van beroep voor loodsenexamens, bestaande uit de leden van het tuchtcollege loodsen, bedoeld in. 1988 392 18-08-1988 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 artikelen 12, tweede lid 21, derde lid 31, eerste lid 32 34 Tegen een beslissing van de voorzitter als bedoeld in de,,,of, mits niet betreffende de kennis of vaardigheid van de kandidaat, kan de betrokken kandidaat beroep instellen bij de commissie van beroep voor loodsenexamens. 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 De commissie van beroep voor loodsenexamens doet van haar beslissing op het beroep, door toezending van een afschrift, mededeling aan de voorzitter van de commissie van gecommitteerden. 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 De betrefende examencommissie handelt overeenkomstig de beslissing van de commissie van beroep voor loodsenexamens. 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 artikel 63, tweede lid, van de Loodsenwet De regionale loodsencorporatie, bedoeld in, is de regionale loodsencorporatie van de regio, die de scheepvaartwegen omvat, waarvoor de betrokken adspirant-loods wordt opgeleid, op de dag voorafgaande aan de overgangsdatum. 1988 392 18-08-1988 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 artikel 39 De bepalingen in dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing op degenen, bedoeld in. 1988 392 18-08-1988 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 a artikelen 19, eerste lid, onderdeel 20, tweede lid, van de Loodsenwet Dit besluit treedt in werking op het tijdstip, dat de, enin werking treden. 1988 392 18-08-1988 1988 390 08-08-1988 01-09-1988
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit adspirant-registerloodsen. 1988 392 18-08-1988 1988 390 08-08-1988 01-09-1988