Besluit van 23 december 1987, houdende intrekking van het Bekostigingsbesluit ISOVSO en vaststelling van het Bekostigingsbesluit ISOVSO/OISOVSO in verband met de invoering van het bekostigingsstelsel van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs
- BWB-id
- BWBR0004259
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2021-07-01 t/m 2022-03-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004259
- ELI
- /eli/nl/amvb/1988/besluit-bekostiging-wec
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1988/besluit-bekostiging-wec/2021-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004259&g=2021-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004259&z=2026-06-06&g=2021-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004259/2021-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1988/besluit-bekostiging-wec
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; Wet op de expertisecentra wet:; artikel 2, tweede lid, onder f, h, j, k, m of n, van de wet artikel 8, eerste lid, tweede of derde volzin, van de wet school: een school voor speciaal onderwijs, voor voortgezet speciaal onderwijs of voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in, dan wel een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in, tenzij het tegendeel blijkt; artikel 8, tweede lid, van de wet afdeling: afdeling als bedoeld in; artikel 8, eerste lid, tweede of derde volzin, van de wet instelling: instelling als bedoeld in, tenzij het tegendeel blijkt; artikelen 76a 76b van de wet artikel X van de Wet van 31 mei 1995, houdende wijziging van de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs en van enkele andere wetten inzake samenvoeging van de schoolsoorten onderwijs aan blinde kinderen en onderwijs aan slechtziende kinderen tot de schoolsoort onderwijs aan visueel gehandicapte kinderen Stb. nevenvestiging: een nevenvestiging als bedoeld in deendan wel een nevenvestiging van een instelling, genoemd in(1995, 319); openbare school: door een of meer gemeenten, al dan niet te zamen met een of meer privaatrechtelijke rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid, in stand gehouden school; bijzondere school: door een privaatrechtelijke rechtspersoon in stand gehouden school; bevoegd gezag van volgens de wet bekostigde scholen: voor wat betreft: inspecteur: lid van de inspectie voor zover belast met taken op het gebied van het speciaal onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs; ouders: ouders, voogden of verzorgers; artikel 118 van de wet teldatum: een van de data, bedoeld in; artikel 41, tweede lid, van de wet commissie: de commissie, bedoeld in; leerling: tenzij anders is bepaald een leerling: leerling met een niet-Nederlandse culturele achtergrond: leerling: schooljaar: het tijdvak van 1 augustus tot en met 31 juli daaraanvolgend; 2 lokaal voor motorische therapie: ruimte van 120 mof minder die is bedoeld voor onderwijs in lichamelijke oefening aan leerlingen van 6 jaar en ouder; schoolbad: een bad voor watergewenning of bewegingstherapie; artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek accountant: een accountant als bedoeld in; artikel 31, eerste lid, onderdeel a formatiebasisbedrag: het formatiebasisbedrag, bedoeld in; artikel 31, eerste lid, onderdeel b formatieleeftijdsbedrag: het formatieleeftijdsbedrag, bedoeld in; artikel 31, eerste lid, onderdeel c basisbedrag: het basisbedrag, bedoeld in; artikel 31, eerste lid, onderdeel d leeftijdsbedrag: het leeftijdsbedrag, bedoeld in. a. een openbare school: het college van burgemeester en wethouders voor zover de raad niet anders bepaalt, en, indien de raad dit wenselijk oordeelt, met inachtneming van door hem te stellen regelen, dan wel het krachtens een gemeenschappelijke regeling bevoegde orgaan; b. artikel 57 van de wet een bijzondere school: de rechtspersoon bedoeld in; a. artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs die door een samenwerkingsverband als bedoeld inoftoelaatbaar is verklaard tot het speciaal onderwijs respectievelijk het voortgezet speciaal onderwijs, b. artikel 71c van de wet van een inrichting, accommodatie of residentiële instelling als bedoeld inwaarmee het bevoegd gezag een overeenkomst als bedoeld in genoemd artikel van de wet heeft gesloten; a. die behoort tot de Molukse bevolkingsgroep; b. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit Griekenland, Italië, het voormalige Joegoslavië, Kaapverdië, Marokko, Portugal, Spanje, Tunesië of Turkije; c. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit Suriname of een van de Caribische delen van het Koninkrijk; d. artikel 8, onder c of d, van de Vreemdelingenwet 2000 van wie ten minste een van de ouders of voogden als vreemdeling rechtmatig verblijf heeft als bedoeld in; e. van wie ten minste een van de ouders of voogden afkomstig is uit een ander niet-Engelstalig land buiten Europa, echter met uitzondering van Indonesië. 2019 316 14-10-2019 27-09-2019 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 2 — Artikel 2 Gegevens en bescheiden school in plan van nieuwe scholen#
Artikel 2 Gegevens en bescheiden school in plan van nieuwe scholen artikel 84, negende lid artikel 86, eerste lid Het bevoegd gezag van een school die in een plan van nieuwe scholen als bedoeld in, en, van de wet is opgenomen, zendt Onze Minister uiterlijk 3 maanden voor de datum van ingang van de bekostiging de benodigde administratieve gegevens en bescheiden voor de vaststelling van de vergoedingsbedragen, waaronder ten minste wordt begrepen het vermoedelijk aantal leerlingen op 1 oktober volgend op de datum van ingang van de bekostiging. Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven omtrent de gegevens en bescheiden. 1998 413 16-07-1998 16-07-1998 1998 470 30-07-1998 20-07-1998 01-08-1998
Artikel 3 — Artikel 3 Borgstelling#
Artikel 3 Borgstelling 1 Ten einde overeenkomstig de bepalingen van dit besluit enige bekostiging van het Rijk te verkrijgen, moet het bevoegd gezag van een bijzondere school zijn aangesloten bij een organisatie van bevoegde gezagsorganen die rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid is en als zodanig door Onze Minister is erkend en zich te zijnen genoegen heeft borg gesteld voor terugbetaling van teveel ontvangen bedragen. 2 De erkenning, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op een daartoe door het bestuur der organisatie tot Onze Minister gericht verzoek waarbij moet worden overgelegd een opgave van elk bevoegd gezag waarvoor zekerheid wordt gesteld, vermeldende ten aanzien van elke school, de gemeente en nadere plaatsaanduiding in de gemeente waar de school is gevestigd, alsmede naam van de rechtspersoon onder wiens bestuur de school staat. Wijzigingen die daarin worden aangebracht, deelt het bestuur der organisatie binnen twee weken mede aan Onze Minister. Deze wijzigingen ontheffen de organisaties niet van de voor het lopende jaar aangegane borgstelling ten behoeve van een aangesloten bevoegd gezag. 1997 150 15-04-1997 25-02-1997 1997 239 19-06-1997 27-05-1997 20-06-1997 1997 152 15-04-1997 08-04-1997 1997 239 19-06-1997 27-05-1997 20-06-1997
Artikel 3a — Artikel 3a Aanvang van de bekostiging#
Artikel 3a Aanvang van de bekostiging 1 artikelen 124 131, eerste lid, van de wet De aanspraak op de verstrekking van bekostiging voor personeelskosten, bedoeld in deenontstaat met ingang van 1 augustus van het schooljaar waarin de bekostiging van een nieuw geopende school begint. 2 artikel 128 van de wet De aanspraak op de bekostiging voor de uitgaven voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding, bedoeld inontstaat met ingang van 1 augustus van het schooljaar waarin de bekostiging van een nieuw geopende school begint. 3 In afwijking van het eerste lid, ontstaat de aanspraak op bekostiging voor de uitgaven voor 1 lid van het personeel op 1 juni voorafgaand aan het schooljaar waarin de bekostiging van een nieuw geopende school begint. 4 De in het derde lid bedoelde bekostiging bestaat uit de som van a. het basisbedrag, welk bedrag wordt verhoogd met een leeftijdsbedrag dat wordt vermenigvuldigd met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren in het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs op 1 oktober voorafgaand aan de eerste kalenderdag van het schooljaar waarin de bekostiging van de nieuw geopende school begint; en b. artikel 35 2/12 van de aanvullende bekostiging voor de schoolleiding, bedoeld in, gebaseerd op de daar bedoelde factor 1. 5 Voor de berekening van het basisbedrag, bedoeld in het vierde lid, en het leeftijdsbedrag, bedoeld in het vierde lid, bedraagt de formatie 2/12 formatieplaats. 6 artikel 131, eerste lid, van de wet Indien een school op 1 oktober van het schooljaar waarin de bekostiging van een nieuw geopende school begint geen leerlingen heeft, ontstaat in afwijking van het tweede lid, aanspraak op bekostiging voor de personeelskosten, bedoeld inmet ingang van de eerste dag van de maand waarin de school een leerling heeft. Indien de eerste volzin van toepassing is, wordt de bekostiging voor het lopende schooljaar en het schooljaar daaropvolgend gebaseerd op het aantal leerlingen dat de school heeft op de eerste dag van de tweede maand volgend op de dag waarop de school de eerste leerling heeft. 7 artikelen 124 131, eerste lid, van de wet Indien een school op 1 oktober van het schooljaar waarin de bekostiging van een nieuw geopende school begint geen leerlingen heeft, ontstaat in afwijking van het zesde lid, aanspraak op bekostiging voor de personeelskosten, bedoeld in deenmet ingang van de eerste dag van de maand waarin de school een leerling heeft. Indien de eerste volzin van toepassing is, wordt de bekostiging voor het lopende schooljaar en het daaropvolgende schooljaar gebaseerd op het aantal leerlingen dat de school heeft op de eerste dag van de tweede maand volgend op de dag waarop de school de eerste leerling heeft. 2005 553 03-11-2005 05-10-2005 2006 55 09-02-2006 01-02-2006 10-02-2006 Artikel IV van Stb. 2005/553 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3b — Artikel 3b Vaststelling bevoorschotting en verrekening van voorschotten#
Artikel 3b Vaststelling bevoorschotting en verrekening van voorschotten 1 Aan het bevoegd gezag van een nieuw geopende school wordt, in afwachting van de vaststelling van de bekostiging voor personeelskosten en de bekostiging voor de uitgaven voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding op basis van de gegevens op de teldatum, een voorschot op de bedoelde bekostiging verstrekt indien het bevoegd gezag uiterlijk op 1 juli voorafgaande aan het schooljaar waarin de bekostiging van een nieuw geopende school begint, het vermoedelijk aantal leerlingen op 1 oktober volgend op de datum van ingang van de bekostiging aan Onze Minister meldt. 2 Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit: a. artikel 131, eerste lid, van de wet de bekostiging, bedoeld inberekend overeenkomstig dit besluit, met dien verstande dat wordt gerekend met het aantal leerlingen, bedoeld in het eerste lid; en b. artikel 128 van de wet de bekostiging, bedoeld inberekend overeenkomstig dit besluit, met dien verstande dat wordt gerekend met het aantal leerlingen, bedoeld in het eerste lid. 3 artikel 13 artikel 30 Op de betaling van het voorschot zijnenvan overeenkomstige toepassing. 4 Onze Minister is bevoegd tot verrekening van verstrekte voorschotten met de betalingen die voortvloeien uit de vaststelling van de onderscheiden onderdelen van de bekostiging. 5 Indien Onze Minister een voorschot verleent in gevallen waarin de bekostiging wegens niet aan het bevoegd gezag van een school toe te rekenen omstandigheden niet tijdig kan worden vastgesteld, zijn het derde en het vierde lid van overeenkomstige toepassing. 2009 267 30-06-2009 25-06-2009 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht
in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4 Opheffing van een school#
Artikel 4 Opheffing van een school Het bevoegd gezag geeft binnen twee weken na beslissing tot opheffing van de school of een nevenvestiging van een instelling kennis daarvan aan Onze Minister, gedeputeerde staten, de inspecteur en, indien het een bijzondere school of een nevenvestiging van een bijzondere instelling betreft, eveneens aan burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de school onderscheidenlijk de nevenvestiging van de instelling is gelegen. 1998 413 16-07-1998 16-07-1998 1998 470 30-07-1998 20-07-1998 01-08-1998
Artikel 5 — Artikel 5 Inhoud leerlingenadministratie#
Artikel 5 Inhoud leerlingenadministratie 1 artikel 41, zesde lid, van de wet De directeur van een school draagt er zorg voor dat een overzichtelijke administratie van de gegevens van de leerlingen met inbegrip van het gemeenschappelijk rapport, bedoeld in, en van hun ouders, alsmede van de inschrijving, de uitschrijving en het verzuim van de leerlingen op de school aanwezig is. In deze administratie wordt een onderverdeling gemaakt naar: De directeur draagt er zorg voor dat de volledige administratie op de hoofdvestiging aanwezig is. a. leerlingen van de hoofdvestiging, b. leerlingen van elk van de nevenvestigingen, en c. artikel 117, zesde en zevende lid, van de wet leerlingen die zijn toegelaten op basis van de bekostiging, bedoeld in. 2 Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de wijze waarop de leerlingenadministratie wordt ingericht. 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2014
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a Vervallen 1997 152 15-04-1997 08-04-1997 1997 239 19-06-1997 27-05-1997 20-06-1997
Artikel 6 — Artikel 6 Inschrijving#
Artikel 6 Inschrijving 1 artikel 40, achtste lid, van de wet De directeur van een school schrijft een leerling slechts in na een beslissing van het bevoegd gezag tot toelating van de leerling, of indien de leerling tijdelijk op de school wordt geplaatst op grond van. 2 De directeur schrijft de leerling in met ingang van de dag waarop de leerling de school voor het eerst bezoekt. 3 In afwijking van het tweede lid, schrijft de directeur een leerling die de school voor het eerst bezoekt op de eerste schooldag van het schooljaar, in met ingang van 1 augustus van dat schooljaar, behoudens wanneer de leerling op 1 augustus de leeftijd van 4 jaar nog niet heeft bereikt. 2019 316 14-10-2019 27-09-2019 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2021
Artikel 7 — Artikel 7 Uitschrijving#
Artikel 7 Uitschrijving 1 De directeur van een school op wiens school de leerling staat ingeschreven, schrijft de leerling, indien deze de school verlaat, uit met ingang van de dag waarop de leerling de school voor het laatst heeft bezocht. De directeur schrijft de leerling die wordt uitgeschreven na de school op de laatste schooldag van het schooljaar te hebben bezocht, uit met ingang van 31 juli van dat schooljaar. 2 Wet register onderwijsdeelnemers Indien de directeur van een school op wiens school de leerling staat ingeschreven binnen 4 weken na de dag waarop de leerling de school voor het laatst heeft bezocht uit het register onderwijsdeelnemers, bedoeld in de, een melding ontvangt van de inschrijving van de leerling op een andere school of een school voor ander onderwijs, wijzigt de directeur de datum van uitschrijving, bedoeld in het eerste lid, alsnog in de datum van de dag voorafgaande aan de inschrijving op die andere school of die school voor ander onderwijs. 2019 316 14-10-2019 27-09-2019 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2021
Artikel 8 — Artikel 8 Bewaren van gegevens#
Artikel 8 Bewaren van gegevens 1 artikel 41, negende lid, van de wet Onverminderd het bepaalde in artikel, blijven de gegevens die in de leerlingenadministratie zijn opgenomen daarvan in ieder geval deel uitmaken gedurende 5 jaar nadat de desbetreffende leerling van de school is uitgeschreven. 2 artikel 41, zesde lid, van de wet Het gemeenschappelijk rapport, bedoeld inalsmede de gegevens die van belang zijn voor de berekening van de bekostiging voor personeelskosten worden in elk geval binnen acht weken na het verstrijken van de termijn, bedoeld in het eerste lid, vernietigd. 2005 553 03-11-2005 05-10-2005 2006 55 09-02-2006 01-02-2006 10-02-2006 Artikel IV van Stb. 2005/553 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 9 — Artikel 9 Leerlingentelling#
Artikel 9 Leerlingentelling 1 artikel 7 artikel 2, vierde lid onder d, van de wet Voor de toepassing van het bepaalde in de wet worden, onverminderd het bepaalde in, de leerlingen op een school meegeteld die toelaatbaar zijn verklaard tot een van de onderwijssoorten die door de school worden verzorgd dan wel tot het cluster, bedoeld in, waartoe de school behoort en die op een teldatum op die school staan ingeschreven, tenzij zij vanaf het begin van het schooljaar tot de teldatum meer dan de helft van het aantal schooldagen zonder geldige reden hebben verzuimd. 2 Leerplichtwet 1969 Stb. Voor de toepassing van het eerste lid wordt ten aanzien van de leerplichtige leerling als geldige reden aangemerkt een vrijstelling van geregeld schoolbezoek als bedoeld in de(1971, 406). Ten aanzien van de niet-leerplichtige leerling worden als geldige reden aangemerkt dezelfde gronden als die welke leiden tot een vrijstelling als bedoeld in de vorige volzin. 3 Indien een teldatum valt op een dag waarop geen onderwijs wordt gegeven, worden op de eerstvolgende schooldag de leerlingen geteld, die op de teldatum stonden ingeschreven. 4 Een leerling kan slechts op 1 school voor de bekostiging meetellen. 2010 195 28-05-2010 04-05-2010 2010 266 08-07-2010 22-06-2010 01-10-2010
Artikel 10 — Artikel 10 Terugmelding gegevens aantal leerlingen op de teldatum#
Artikel 10 Terugmelding gegevens aantal leerlingen op de teldatum 1 artikelen 12a, eerste lid 29, eerste lid Met het oog op de vaststelling van de bekostiging, bedoeld in de, en, doet Onze Minister aan het bevoegd gezag jaarlijks een overzicht toekomen van de hem ter beschikking staande gegevens over het aantal leerlingen op de teldatum dat bij de vaststelling van de bekostiging in aanmerking wordt genomen. Het overzicht wordt gelijktijdig met het besluit tot vaststelling van de bekostiging, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, toegezonden. 2 Het overzicht, bedoeld in het eerste lid, is onderverdeeld in leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond en overige leerlingen. 3 Indien de school een nevenvestiging heeft, is het overzicht, bedoeld in het eerste lid, tevens onderverdeeld in de leerlingen van de hoofdvestiging en de leerlingen van elk van de nevenvestigingen. 2010 195 28-05-2010 04-05-2010 2010 266 08-07-2010 22-06-2010 01-10-2010
Artikel 10a — Artikel 10a Verstrekken gegevens REC aan Minister#
Artikel 10a Verstrekken gegevens REC aan Minister Vervallen 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2014
Artikel 10b — Artikel 10b Verstrekken gewogen gemiddelde leeftijd leraren#
Artikel 10b Verstrekken gewogen gemiddelde leeftijd leraren 1 Het bevoegd gezag van een school doet jaarlijks voor 1 december aan Onze Minister mededeling van de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van die school op 1 oktober daaraan voorafgaand. 2 Bij ministeriële regeling worden voorschriften gegeven voor de toepassing van het eerste lid. 2005 553 03-11-2005 05-10-2005 2006 55 09-02-2006 01-02-2006 10-02-2006 Artikel IV van Stb. 2005/553 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 10c — Artikel 10c Verklaring bevoegd gezag#
Artikel 10c Verklaring bevoegd gezag artikel 157, vierde lid, van de wet Het bevoegd gezag verstrekt gelijktijdig met de verklaring, bedoeld ineen verklaring omtrent de juistheid en tijdige aanmelding van de gegevens waarop bekostigingsbedragen zijn of worden gebaseerd. 2005 553 03-11-2005 05-10-2005 2006 55 09-02-2006 01-02-2006 10-02-2006 Artikel IV van Stb. 2005/553 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 11 — Artikel 11 Boekhoudvoorschriften bijzondere scholen en instellingen#
Artikel 11 Boekhoudvoorschriften bijzondere scholen en instellingen Vervallen 2005 553 03-11-2005 05-10-2005 2006 55 09-02-2006 01-02-2006 10-02-2006 Artikel IV van Stb. 2005/553 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 11a — Artikel 11a Boekhoudvoorschriften REC#
Artikel 11a Boekhoudvoorschriften REC Vervallen 2005 553 03-11-2005 05-10-2005 2006 55 09-02-2006 01-02-2006 10-02-2006 Artikel IV van Stb. 2005/553 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 12 — Artikel 12 Omschrijving#
Artikel 12 Omschrijving 1 Hoofdstuk III is behoudens het gestelde in het tweede lid niet van toepassing op instellingen. 2 artikel 128, negende lid Het Rijk verstrekt elke maand van het uitkeringsjaar in verband met de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding aan het bevoegd gezag van een instelling, een twaalfde gedeelte van de vergoeding, bedoeld in, van de wet, waarop het over dat jaar recht heeft. 1999 151 13-04-1999 24-03-1999 1999 273 06-07-1999 15-06-1999 01-08-1999
Artikel 12a — Artikel 12a Vaststelling en nadere vaststelling bekostiging materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding#
Artikel 12a Vaststelling en nadere vaststelling bekostiging materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding 1 artikel 128, vierde lid, van de wet artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet register onderwijsdeelnemers artikel 14 van die wet Onze Minister stelt jaarlijks voor 1 februari de bekostiging voor dat jaar voor de scholen vast, gebaseerd op de grondslag, bedoeld in, met dien verstande dat Onze Minister voor het bepalen van het aantal leerlingen op 1 oktober van het jaar voorafgaande aan het bekostigingsjaar, de leerlingen in aanmerking neemt van wie het persoonsgebonden nummer tezamen met de basisgegevens, bedoeld inuiterlijk op de daarop volgende 1 december zijn opgenomen in het register onderwijsdeelnemers overeenkomstig. 2 artikel 157, vierde lid, van de wet Indien de verklaring van de accountant, bedoeld inaanleiding geeft tot wijziging van de bekostiging, bedoeld in het eerste lid, stelt Onze Minister voor 1 oktober de bekostiging voor dat jaar nader vast. 3 Het Rijk verstrekt elke maand van het bekostigingsjaar in verband met de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding aan het bevoegd gezag een twaalfde gedeelte van de bekostiging, bedoeld in het eerste lid, waarop het over dat jaar recht heeft. 2019 316 14-10-2019 27-09-2019 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 13 — Artikel 13 Maandelijkse betaling#
Artikel 13 Maandelijkse betaling 1 artikel 128, eerste lid, van de wet Het Rijk verstrekt elke maand van het uitkeringsjaar in verband met de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding aan het bevoegd gezag van een school een twaalfde gedeelte van de vergoeding, bedoeld in, waarop het over dat jaar recht heeft. 2 artikel 128, zesde lid, van de wet artikel 128, zesde lid, van de wet artikel 128, vierde lid, van de wet Indien blijkt dat voor het uitkeringsjaarvan toepassing is, wordt het verschil tussen de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, berekend op grond vanen de vergoeding berekend op grond van, verstrekt in de maanden mei tot en met december van het uitkeringsjaar. 3 artikel 12a, derde lid Indien, van toepassing is, vindt verrekening plaats van de vergoeding voor dat jaar met de vergoeding die wordt verstrekt in de maanden oktober tot en met december van het uitkeringsjaar. 2009 267 30-06-2009 25-06-2009 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht
in werking treedt.
Artikel 14 — Artikel 14 Normatieve vaststelling schoolgrootte#
Artikel 14 Normatieve vaststelling schoolgrootte Vervallen 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2014
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a Vervallen 1997 152 15-04-1997 08-04-1997 1997 239 19-06-1997 27-05-1997 20-06-1997
Artikel 15 — Artikel 15 Vergoeding door gemeente aan bevoegd gezag instellingen#
Artikel 15 Vergoeding door gemeente aan bevoegd gezag instellingen artikel 130, derde lid, tweede volzin artikel 14 Het aantal groepen leerlingen bedoeld in, van de wet, wordt berekend overeenkomstig, waarbij de factor N voor het speciaal onderwijs 12 en voor het voortgezet speciaal onderwijs 7 is. 1998 413 16-07-1998 16-07-1998 1998 470 30-07-1998 20-07-1998 01-08-1998
Artikel 16 — Artikel 16 Verstrekken gegevens vergoeding materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding#
Artikel 16 Verstrekken gegevens vergoeding materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding Vervallen 2005 553 03-11-2005 05-10-2005 2006 55 09-02-2006 01-02-2006 10-02-2006 Artikel IV van Stb. 2005/553 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 17 — Artikel 17 Omschrijving uitgaven materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding#
Artikel 17 Omschrijving uitgaven materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding artikel 112, eerste lid De uitgaven voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding voor schoolgebouwen hebben betrekking op de programma’s van eisen, bedoeld in, van de wet. 1998 413 16-07-1998 16-07-1998 1998 470 30-07-1998 20-07-1998 01-08-1998
Artikel 18 — Artikel 18 Omvang vergoeding uitgaven materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding#
Artikel 18 Omvang vergoeding uitgaven materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding a artikel 111, derde lid onderdeel De vergoeding voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding wordt bepaald volgens de programma’s van eisen, bedoeld in, van de wet. 1998 413 16-07-1998 16-07-1998 1998 470 30-07-1998 20-07-1998 01-08-1998
Artikel 19 — Artikel 19 Vergoeding schoolbaden#
Artikel 19 Vergoeding schoolbaden 1 De aanspraak op vergoeding voor de uitgaven voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding van een schoolbad ontstaat met ingang van de maand voorafgaand aan de melding aan Onze Minister van de ingebruikneming daarvan en eindigt met ingang van de maand volgend op de maand waarin het schoolbad buiten gebruik wordt gesteld. Binnen acht weken na de buitengebruikstelling wordt daarvan melding gemaakt aan Onze Minister. 2 artikel 108 van de wet artikelen 12a 13 artikel 12a, eerste lid Voor de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, van een schoolbad waarvan het gebruik niet is beëindigd ingevolge, zijn deen, van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat waar het betreft, Onze Minister binnen acht weken na de melding van ingebruikneming, bedoeld in het eerste lid, de vergoeding voor dat jaar vaststelt. 3 artikel 112, tweede lid, van de wet artikel 111, derde lid onder b, van de wet De uitgaven voor de materiële voorzieningen ten behoeve van de instandhouding van een schoolbad hebben betrekking op de programma’s van eisen, bedoeld inen de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald door de programma’s van eisen, bedoeld in. 2005 553 03-11-2005 05-10-2005 2006 55 09-02-2006 01-02-2006 10-02-2006 Artikel IV van Stb. 2005/553 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 20 — Artikel 20 Schatting#
Artikel 20 Schatting Schattingen welke ingevolge dit hoofdstuk dienen plaats te vinden, geschieden door een commissie van 3 deskundigen van wie er een wordt benoemd door de Onderwijsraad, een door burgemeester en wethouders en een door het bevoegd gezag. De commissie beslist bij meerderheid van stemmen. Indien geen meerderheid wordt verkregen, wordt de waarde bepaald op het gemiddelde van de 3 schattingsopgaven. Afschrift van de beslissing wordt gezonden aan het gemeentebestuur en het bevoegd gezag. De kosten van de schattingen komen ten laste van de gemeente. 1997 152 15-04-1997 08-04-1997 1997 239 19-06-1997 27-05-1997 20-06-1997
Artikel 21 — Artikel 21 Niet meer verschuldigde vergoeding#
Artikel 21 Niet meer verschuldigde vergoeding artikel 2 De vergoedingen, bedoeld in de titels II en III, zijn niet langer verschuldigd wanneer de gemeente de eigendom van het terrein en gebouw verkrijgt of wanneer het terrein en gebouw niet meer voor het speciaal onderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs, bedoeld invan de wet, wordt gebruikt. 1998 413 16-07-1998 16-07-1998 1998 470 30-07-1998 20-07-1998 01-08-1998
Artikel 22 — Artikel 22 Vergoeding#
Artikel 22 Vergoeding 1 artikel 2 Voor de terreinen en gebouwen die eigendom zijn van het bevoegd gezag van een bijzondere school en op 1 januari 1921 in gebruik of in aanbouw waren, betaalt de gemeente jaarlijks aan het desbetreffende bevoegd gezag een vergoeding, berekend over de waarde van de terreinen, gebouwen en het meubilair zoals deze ingevolge de Lager-onderwijswet 1920 is geschat. In afwijking van het bepaalde in de vorige volzin wordt voor gebouwen die niet uitsluitend zijn bestemd voor speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld invan de wet, de vergoeding berekend over 80 procent van het voor het desbetreffende gebouw ingevolge de Lager-onderwijswet 1920 geschatte bedrag. De vergoeding wordt op gelijke wijze uitbetaald aan een bevoegd gezag dat na 1 januari 1921 de eigendom van terreinen en gebouwen van een bijzondere school die op 1 januari 1921 in gebruik of in aanbouw waren, heeft verkregen of verkrijgt. 2 Stb. Voor de toepassing van dit artikel worden onder gebouwen in aanbouw verstaan de gebouwen van een bijzondere school waarvan de ontwerpen voor 1 januari 1921 overeenkomstig artikel 1 van het koninklijk besluit van 25 juni 1912 (193) bij het rijksschooltoezicht werden ingediend en die voor 1 juli 1923 zijn voltooid. 1998 413 16-07-1998 16-07-1998 1998 470 30-07-1998 20-07-1998 01-08-1998
Artikel 23 — Artikel 23 Hoogte vergoeding#
Artikel 23 Hoogte vergoeding 1 artikel 22 De vergoeding, bedoeld in, bedraagt 5 procent van de geschatte waarde, onderscheidenlijk het in de tweede volzin van het eerste lid van dat artikel bedoelde bedrag waarover de vergoeding dient te worden berekend. 2 Het college van burgemeester en wethouders kan, op verzoek van het bevoegd gezag van de bijzondere school, bepalen dat in verband met de op het bevoegd gezag rustende geldelijke verplichtingen, gedurende een door hem vast te stellen termijn de vergoeding naar een hoger percentage zal worden berekend. 2005 574 22-11-2005 24-10-2005 2006 109 02-03-2006 21-02-2006 08-03-2006
Artikel 24 — Artikel 24 Vermindering van de vergoeding#
Artikel 24 Vermindering van de vergoeding 1 artikel 22 artikel 108 van de wet Indien voor de bouw van nieuwe lokalen gebruik wordt gemaakt van een gebouw of terrein als bedoeld in, of indien overeenkomstigis vastgesteld dat een gedeelte van een zodanig gebouw of terrein ten gevolge van het in gebruik nemen van nieuwe of andere lokalen blijvend niet meer voor de school wordt gebruikt, wordt de geschatte waarde, bedoeld in dat artikel, verminderd met de geschatte waarde van de niet meer gebruikte lokalen, en wordt over het verschil de vergoeding opnieuw berekend. De nieuw berekende vergoeding gaat in op het tijdstip waarop de lokalen buiten gebruik zijn gesteld. 2 artikel 22 Indien het meubilair in gebouwen als bedoeld inwordt vervangen, wordt de geschatte waarde, bedoeld in dat artikel, verminderd met het bedrag waarop de waarde van het oude meubilair was bepaald, en wordt over het verschil de vergoeding opnieuw berekend. De nieuw berekende vergoeding gaat in op het tijdstip van ingebruikneming van het nieuwe meubilair. 2000 251 22-06-2000 24-05-2000 2000 251 22-06-2000 24-05-2000 23-06-2000 Artikel 26, eerste, tweede en derde lid, 28, en 29 werken terug
tot en met 1 januari 1997.
Artikel 25 — Artikel 25 Buitengebruikstelling gebouw of terrein van een bijzondere school#
Artikel 25 Buitengebruikstelling gebouw of terrein van een bijzondere school Vervallen 2000 251 22-06-2000 24-05-2000 2000 251 22-06-2000 24-05-2000 23-06-2000 Artikel 26, eerste, tweede en derde lid, 28, en 29 werken terug
tot en met 1 januari 1997.
Artikel 26 — Artikel 26 Vervreemding en buitengebruikstelling#
Artikel 26 Vervreemding en buitengebruikstelling 1 artikel 22 artikel 58 artikel 108 van de wet Wanneer de gebouwen en terreinen, bedoeld in, anders dan ingevolgevan de wet worden vervreemd, of zodra voor die gebouwen en terreinen overeenkomstigis vastgesteld dat zij blijvend niet meer voor het onderwijs aan de school worden gebruikt, betaalt het bevoegd gezag van een bijzondere school aan de gemeente terug het bedrag dat de gemeente aan uitbreiding, verbouwing of vernieuwing van het gebouw en terrein op grond van de bepalingen van de Lager-onderwijswet 1920 of de Overgangswet ISOVSO zoals luidend op 31 december 1996 heeft uitgegeven, verminderd, behoudens voor zover het betreft door de gemeente bekostigde grond, met 2 procent voor wat betreft de uitbreiding en met 5 procent voor wat betreft de verbouwing of de vernieuwing, voor elk vol jaar dat is verstreken vanaf het tijdstip waarop de uitgaven zijn gedaan. De terugbetaling kan in termijnen plaatsvinden. 2 Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs Het bevoegd gezag van een bijzondere school betaalt aan de gemeente terug het bedrag dat de gemeente aan uitbreiding, algehele aanpassing, partiële aanpassing, ingrijpend onderhoud of energiebesparende maatregelen op grond van de bepalingen van dezoals die luidde op 31 december 1996 heeft uitgegeven, verminderd, behoudens voor zover het betreft door de gemeente bekostigde grond, met de ten behoeve van een voorziening als de onderhavige voor de desbetreffende school door het Rijk aan de gemeente verstrekte vergoedingen. De terugbetaling kan in termijnen plaatsvinden. 3 artikel 90, eerste lid, onderdelen a 2°, b en c, van de wet Het bevoegd gezag van een bijzondere school betaalt aan de gemeente terug het bedrag dat de gemeente heeft uitgegeven aan de voorzieningen, bedoeld in, verminderd met de uit de gemeentebegroting blijkende afschrijving op het moment van de in het eerste lid bedoelde vaststelling van de buitengebruikstelling, behoudens voor zover het betreft door de gemeente bekostigde grond, voor elk vol jaar dat is verstreken sedert het tijdstip waarop de uitgaven plaats hadden. De terugbetaling kan in termijnen plaatsvinden. 4 artikel 108 van de wet Binnen vier weken na de vervreemding of nadat de buitengebruikstelling overeenkomstigis vastgesteld, draagt het bevoegd gezag van een bijzondere school de roerende zaken, behoudens die welke het bevoegd gezag uit eigen middelen heeft aangeschaft, aan de gemeente in eigendom over. 5 Indien het bevoegd gezag in de onmogelijkheid verkeert het gebouw en terrein tegen een zodanige prijs te verkopen of op andere wijze daaruit zodanige inkomsten te verwerven, dat uit de opbrengst het verschuldigde bedrag kan worden terugbetaald, kan het bevoegd gezag aan zijn verplichtingen voldoen door overdracht van het gebouw en terrein aan de gemeente, dan wel door betaling aan de gemeente van een door gedeputeerde staten vast te stellen vergoeding. 2000 251 22-06-2000 24-05-2000 2000 251 22-06-2000 24-05-2000 23-06-2000 Artikel 26, eerste, tweede en derde lid, 28, en 29 werken terug
tot en met 1 januari 1997.
Artikel 27 — Artikel 27 Scholen als bedoeld in artikel 184 van het Besluit buitengewoon onderwijs 1967#
Artikel 27 Scholen als bedoeld in artikel 184 van het Besluit buitengewoon onderwijs 1967 1 Voor de gebouwen en terreinen waarvoor voor 1 januari 1989 vergoeding werd genoten op grond van artikel 184 van het Besluit buitengewoon onderwijs 1967, betaalt de gemeente jaarlijks aan het bevoegd gezag een vergoeding gelijk aan het bedrag dat voor huur van de gebouwen en terreinen, met inbegrip van de inrichting, het meubilair en het onderwijsleerpakket, redelijk is te achten, verminderd met de kosten van instandhouding van het gebouw. De vergoeding bedraagt niet meer dan het bedrag dat een redelijke vergoeding oplevert voor een overeenkomstige school, bestemd voor hetzelfde aantal leerlingen, die in normale omstandigheden verkeert. De vergoeding wordt in overleg tussen burgemeester en wethouders en het bevoegd gezag vastgesteld. Indien voor gebouw en terrein, met inbegrip van de inrichting, het meubilair en het onderwijsleerpakket, een vergoeding uit de openbare kassen is of wordt genoten, wordt de vergoeding dienovereenkomstig verminderd. 2 titels I tot en met III van hoofdstuk III Aan het bevoegd gezag van een school, niet zijnde een instelling, waarvoor de in het eerste lid bedoelde vergoeding wordt betaald, verstrekt het Rijk jaarlijks een bedrag ter bestrijding van de kosten van de school waarvoor de in het eerste lid bedoelde vergoeding niet is bestemd. Dezijn van overeenkomstige toepassing. 1997 152 15-04-1997 08-04-1997 1997 239 19-06-1997 27-05-1997 20-06-1997
Artikel 28 — Artikel 28 Vervreemding en buitengebruikstelling#
Artikel 28 Vervreemding en buitengebruikstelling 1 artikel 27 artikel 2 artikel VI, vierde lid, van de wet van 2 april 1998, Stb. 228 Indien het bevoegd gezag, bedoeld in, eigenaar is van het gebouw en terrein, en het gebouw en terrein niet meer voor het speciaal onderwijs, het voortgezet speciaal onderwijs of het speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld invan de wet worden gebruikt, dan wel het gebouw en terrein na 1 september 1987 zijn of worden vervreemd, betaalt het bevoegd gezag voor elk jaar dat de gemeente met betrekking tot het gebouw en terrein een vergoeding heeft verstrekt, doch voor ten hoogste 40 jaren, aan de gemeente 1/40 deel van de waarde van het gebouw en terrein in het economisch verkeer, met dien verstande dat het college van burgemeester en wethouders kan besluiten in verband met eigen investeringen van het bevoegd gezag een lagere waarde vast te stellen. Indien toepassing is gegeven aan, wordt de gemeente geacht gedurende 40 jaren een vergoeding met betrekking tot het gebouw en terrein te hebben verstrekt. 2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan het bevoegd gezag de eigendom van het gebouw overdragen aan de gemeente. 2005 574 22-11-2005 24-10-2005 2006 109 02-03-2006 21-02-2006 08-03-2006
Artikel 29 — Artikel 29 Vaststelling bekostiging en latere wijziging bekostiging#
Artikel 29 Vaststelling bekostiging en latere wijziging bekostiging 1 artikel 131, eerste en derde lid, van de wet artikel 8, eerste lid, onderdeel b, van de Wet register onderwijsdeelnemers artikel 14 van die wet Onze Minister stelt jaarlijks uiterlijk op 15 april, de bekostigingsbedragen, bedoeld invast voor zover deze bedragen mede gebaseerd zijn op het aantal leerlingen op de teldatum, met dien verstande dat Onze Minister voor het bepalen van het aantal leerlingen op de teldatum, de leerlingen in aanmerking neemt van wie het persoonsgebonden nummer tezamen met de basisgegevens, bedoeld inuiterlijk op 1 december van het jaar voorafgaande aan het bekostigingsjaar zijn opgenomen in het register onderwijsdeelnemers overeenkomstig. De bedragen hebben betrekking op een schooljaar. 2 artikel 131, eerste lid, van de wet artikel 38 Onze Minister stelt de bekostigingsbedragen, bedoeld invoorzover het betreft de bekostiging, bedoeld in, vast binnen 8 weken na ontvangst van de gegevens ten behoeve van de berekening van deze bekostiging. 3 artikel 157, vierde lid, van de wet Indien de verklaring van de accountant, bedoeld inaanleiding geeft tot wijziging van de bekostiging, bedoeld in het eerste of tweede lid, stelt Onze Minister voor 1 oktober de bekostiging voor dat jaar nader vast. 4 De in het eerste en tweede lid bedoelde bekostigingsbedragen kunnen door Onze Minister worden gewijzigd wegens algemene salarismaatregelen of wegens andere al dan niet uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen. 2019 316 14-10-2019 27-09-2019 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 30 — Artikel 30 Betaalritme#
Artikel 30 Betaalritme 1 artikel 124 artikel 131, eerste lid, van de wet De betaling van de bekostigingsbedragen voor personeelskosten, bedoeld inenvindt maandelijks plaats op een bij ministeriële regeling vast te stellen betaalritme dat voor de verschillende onderdelen van de bekostiging verschillend kan worden vastgesteld. 2 artikel 131, tweede lid, van de wet De betaling van de bekostiging voor personeelskosten bedoeld invindt, tenzij bij beschikking anders wordt bepaald, plaats in een aantal gelijke maandelijkse termijnen. 2008 89 27-03-2008 12-03-2008 2008 256 08-07-2008 04-06-2008 01-08-2008
Artikel 31 — Artikel 31 Vaststelling bedragen#
Artikel 31 Vaststelling bedragen Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder: a. formatiebasisbedrag: een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag, dat niet afhankelijk is van de leeftijd van personeel van de school; b. formatieleeftijdsbedrag: een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag, dat vervolgens afhankelijk wordt gesteld van de leeftijd van personeel van de school; c. basisbedrag: een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag, dat wordt bepaald door de in het desbetreffende artikel genoemde formatie te vermenigvuldigen met het formatiebasisbedrag; d. leeftijdsbedrag: een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag, dat wordt bepaald door de in het desbetreffende artikel genoemde formatie te vermenigvuldigen met het formatieleeftijdsbedrag. 2005 553 03-11-2005 05-10-2005 2006 55 09-02-2006 01-02-2006 10-02-2006 Artikel IV van Stb. 2005/553 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 32 — Artikel 32 Vast bedrag per school#
Artikel 32 Vast bedrag per school 1 Aan elke school, niet zijnde een instelling, wordt voor de bekostiging van de personeelskosten een vast bedrag per school verstrekt. Het vaste bedrag per school bestaat uit een basisbedrag, welk bedrag wordt verhoogd met een leeftijdsbedrag dat wordt vermenigvuldigd met de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van de school op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar. 2 Voor de berekening van het basisbedrag, bedoeld in het eerste lid, en het leeftijdsbedrag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt de formatie 1,1734 formatieplaats. 3 Voor het schooljaar waarin een nieuwe school wordt geopend, wordt het leeftijdsbedrag vermenigvuldigd met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar van de leraren in het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs. 2005 553 03-11-2005 05-10-2005 2006 55 09-02-2006 01-02-2006 10-02-2006 Artikel IV van Stb. 2005/553 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 33 — Artikel 33 Formatie leraren per leerling t.b.v. berekening bedrag per leerling#
Artikel 33 Formatie leraren per leerling t.b.v. berekening bedrag per leerling artikel 117, negende lid, van de wet Voor de berekening van het bedrag per leerling, bedoeld in, wordt de formatie leraren voor scholen per leerling vastgesteld volgens de onderstaande tabel: Formatie leraren speciaal onderwijs < 8 jaar speciaal onderwijs ≥ 8 jaar voortgezet speciaal onderwijs Hoeveelheid fte’s 0,0565 0,0393 0,0765 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2015
Artikel 33a — Artikel 33a Bekostiging in verband met ondersteuningsbehoefte#
Artikel 33a Bekostiging in verband met ondersteuningsbehoefte 1 artikel 33 artikel 117, derde lid, van de wet artikel 40 van de wet Naast de bekostiging, bedoeld in, ontvangt de school, niet zijnde een instelling, op grond vaneen bedrag dat afhankelijk is van de ondersteuningscategorie zoals die is opgenomen in de toelaatbaarheidsverklaring, bedoeld in. Dit bedrag is de som van: a. de formatie leraren per leerling volgens onderstaande tabel vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag: Formatie per leerling Categorie 1 Categorie 2 Categorie 3 speciaal onderwijs < 8 jaar 0,0637 0,0616 0,1304 speciaal onderwijs ≥ 8 jaar 0,0800 0,0788 0,1476 voortgezet speciaal onderwijs 0,1029 0,1254 0,1297 b. de formatie onderwijsondersteunend personeel per leerling volgens onderstaande tabel vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag: en Formatie per leerling Categorie 1 Categorie 2 Categorie 3 speciaal onderwijs < 8 jaar 0,1180 0,2287 0,2896 speciaal onderwijs ≥ 8 jaar 0,0688 0,2287 0,2896 Voortgezet speciaal onderwijs 0,0529 0,1962 0,2892 c. een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag. 2 artikel 40, achtste lid, van de wet artikel 117, zevende lid, van de wet artikel 33 Indien er geen sprake is van een toelaatbaarheidsverklaring omdat sprake is van een situatie als bedoeld indan wel van plaatsing in een residentiële instelling als bedoeld inontvangt de school naast de bekostiging, bedoeld inbekostiging op basis van de hoofdonderwijssoort van de school volgens onderstaande tabel. Hoofdonderwijssoort Categorie Zeer moeilijk opvoedbare kinderen 1 Zeer moeilijk lerende kinderen 1 Langdurig zieke leerlingen 1 Lichamelijk gehandicapte leerlingen 2 Meervoudig gehandicapte leerlingen met de combinatie lichamelijke handicap en zeer moeilijk lerend, 3 3 artikel 33 Naast het inbedoelde bedrag ontvangt een instelling een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag per instelling. 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2015
Artikel 34 — Artikel 34 Formatie onderwijsondersteunend personeel per leerling t.b.v. berekening bedrag per leerling#
Artikel 34 Formatie onderwijsondersteunend personeel per leerling t.b.v. berekening bedrag per leerling Vervallen 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2015
Artikel 35 — Artikel 35 Aanvullende bekostiging personeelskosten voor de schoolleiding#
Artikel 35 Aanvullende bekostiging personeelskosten voor de schoolleiding 1 artikel 117, vierde lid, van de wet Voor de aanvullende bekostiging voor de schoolleiding, bedoeld invan scholen, niet zijnde instellingen, wordt een bedrag toegekend. 2 artikel 117, vierde lid, van de wet De aanvullende bekostiging voor de schoolleiding, bedoeld inbedraagt voor een school voor speciaal onderwijs, een school voor voortgezet speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, niet zijnde een school voor meervoudig gehandicapte kinderen, met een aantal leerlingen op de teldatum dat niet hoger is dan 49 respectievelijk hoger is dan 49 een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag. 3 artikel 117, vierde lid, van de wet De aanvullende bekostiging voor de schoolleiding, bedoeld inbedraagt voor een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, niet zijnde een school voor meervoudig gehandicapte kinderen, met een aantal leerlingen op de teldatum dat niet hoger is dan 49 respectievelijk hoger is dan 49 een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag. 4 artikel 117, vierde lid, van de wet De aanvullende bekostiging voor de schoolleiding, bedoeld inbedraagt voor een school voor speciaal onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs voor meervoudig gehandicapte kinderen een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag. 5 artikel 117, vierde lid, van de wet De aanvullende bekostiging voor de schoolleiding, bedoeld inbedraagt voor een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs voor meervoudig gehandicapte kinderen, met een aantal leerlingen op de teldatum dat niet hoger is dan 49 respectievelijk hoger is dan 49 een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag. 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2014
Artikel 36 — Artikel 36 Meetellen plaatsen residentiële instellingen#
Artikel 36 Meetellen plaatsen residentiële instellingen Vervallen 2008 89 27-03-2008 12-03-2008 2008 256 08-07-2008 04-06-2008 01-08-2008
Artikel 37 — Artikel 37 Aanvullende bekostiging personeelskosten bij aanzienlijke tussentijdse toename aantal leerlingen per 16 januari#
Artikel 37 Aanvullende bekostiging personeelskosten bij aanzienlijke tussentijdse toename aantal leerlingen per 16 januari Vervallen 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-01-2015 Abusievelijk is de inwerkingtreding ook vastgesteld op 1 augustus
2015 (Stb. 2014/182).
Artikel 38 — Artikel 38 Aanvullende bekostiging personeelskosten bij toename aantal leerlingen per 1 oktober van het lopende schooljaar#
Artikel 38 Aanvullende bekostiging personeelskosten bij toename aantal leerlingen per 1 oktober van het lopende schooljaar Vervallen 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2014
Artikel 38a — Artikel 38a Berekening bekostiging preventieve ambulante begeleiding#
Artikel 38a Berekening bekostiging preventieve ambulante begeleiding Vervallen 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2015
Artikel 39 — Artikel 39 Berekening bekostiging ambulante begeleiding in verband met terugplaatsing#
Artikel 39 Berekening bekostiging ambulante begeleiding in verband met terugplaatsing Vervallen 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2015
Artikel 40 — Artikel 40 Berekening bekostiging personeelskosten m.b.t. verbreed toegelaten leerlingen#
Artikel 40 Berekening bekostiging personeelskosten m.b.t. verbreed toegelaten leerlingen Vervallen 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2015
Artikel 41 — Artikel 41 Berekening aanvullende bekostiging personeelskosten voor de bestrijding van onderwijsachterstanden#
Artikel 41 Berekening aanvullende bekostiging personeelskosten voor de bestrijding van onderwijsachterstanden 1 Voor de aanvullende bekostiging voor personeelskosten ten behoeve van de bestrijding van onderwijsachterstanden voor scholen, niet zijnde instellingen, met een aantal leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond op de teldatum boven het aantal van 4, wordt per leerling boven het aantal van 4 een basisbedrag toegekend, welk bedrag wordt verhoogd met een leeftijdsbedrag dat wordt vermenigvuldigd met de gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren van de school op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar. 2 Voor de berekening van het basisbedrag, bedoeld in het eerste lid, en het leeftijdsbedrag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt de formatie per leerling 0,0385 formatieplaats. 3 Voor het schooljaar waarin een nieuwe school wordt geopend, wordt het leeftijdsbedrag vermenigvuldigd met de geraamde landelijk gewogen gemiddelde leeftijd van de leraren in het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs op 1 oktober van het voorafgaande schooljaar. 2010 195 28-05-2010 04-05-2010 2010 266 08-07-2010 22-06-2010 01-10-2010 01-08-2006
Artikel 42 — Artikel 42 Bekostiging instellingen schooljaar 2014–2015#
Artikel 42 Bekostiging instellingen schooljaar 2014–2015 artikel 117, negende lid, onderdelen a en b, van de wet Voor de berekening van het bedrag per leerling, bedoeld inbedraagt in het schooljaar 2014–2015 voor instellingen de formatie leraren, per leerling de formatie die is aangegeven in onderstaande tabel: Formatie leraren speciaal onderwijs < 8 jaar speciaal onderwijs ≥ 8 jaar voortgezet speciaal onderwijs Hoeveelheid fte’s 0,0565 0,0393 0,0765 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2014
Artikel 42a — Artikel 42a Subsidieverstrekking#
Artikel 42a Subsidieverstrekking artikel 170b, eerste lid, van de wet Onze Minister verstrekt volgens bij ministeriële regeling te stellen regels per boekjaar subsidie aan de rechtspersoon, bedoeld in, voor het geven van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs. 2019 152 23-04-2019 02-04-2019 2019 229 26-06-2019 03-06-2019 01-08-2019
Artikel 42b — Artikel 42b Subsidiebedrag#
Artikel 42b Subsidiebedrag 1 artikel 170b, eerste lid, van de wet Het subsidiebedrag dat wordt verstrekt aan de rechtspersoon, bedoeld in, bestaat uit een bedrag dat is bestemd voor personeelskosten voor de leraren die het godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs verzorgen, en een bedrag dat is bestemd voor overige kosten. 2 Het bedrag dat is bestemd voor personeelskosten kan met maximaal twee procent per jaar stijgen ten opzichte van het meest recent vastgestelde subsidiebedrag dat is bestemd voor personeelskosten. 3 Het tweede lid vervalt met ingang van 31 december 2025. 4 Voor het berekenen van de hoogte van het subsidiebedrag wordt uitgegaan van ten hoogste veertig uren per schooljaar door leerlingen te ontvangen godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs. 5 Bij het besluit tot verlening van de subsidie verleent Onze Minister voorschotten. Onze Minister stelt bij beschikking het betaalritme vast. 6 artikel 170b, eerste lid, van de wet Het bedrag dat ten hoogste wordt verstrekt aan de rechtspersoon, bedoeld in, is het bedrag dat op de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap beschikbaar is voor het geven van godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs. 2019 152 23-04-2019 02-04-2019 2019 229 26-06-2019 03-06-2019 01-08-2019
Artikel 42c — Artikel 42c Nadere regels groepsgrootte en schooljaren#
Artikel 42c Nadere regels groepsgrootte en schooljaren Voor het bepalen van de hoogte van het subsidiebedrag kunnen bij ministeriële regeling regels worden gesteld over: a. de minimale omvang van de groepsgrootte per stroming binnen het godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs; en b. het maximale aantal schooljaren per school waarin godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs wordt gegeven. 2019 152 23-04-2019 02-04-2019 2019 229 26-06-2019 03-06-2019 01-08-2019
Artikel 42d — Artikel 42d Weigeringsgronden#
Artikel 42d Weigeringsgronden artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht Onverminderd, kan de subsidie in ieder geval worden geweigerd indien: a. artikel 54 van de wet het godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs niet wordt gegeven door leraren als bedoeld in, of b. artikel 11, vierde lid, van de wet het godsdienstonderwijs of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs wordt gegeven in strijd met. 2019 152 23-04-2019 02-04-2019 2019 229 26-06-2019 03-06-2019 01-08-2019
Artikel 43 — Artikel 43 Onderzoek vanwege de minister en correctie en in mindering brengen op de bekostiging#
Artikel 43 Onderzoek vanwege de minister en correctie en in mindering brengen op de bekostiging 1 Wet op het onderwijstoezicht Onverminderd de bevoegdheid van de Inspectie van het onderwijs op grond van dekan Onze Minister een onderzoek instellen of doen instellen naar de jaarverslaggeving, naar de gegevens die noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de bekostiging, naar de rechtmatigheid van de bestedingen en naar de doelmatigheid van het beheer van de school. 2 Indien uit een op grond van het eerste lid ingesteld onderzoek blijkt dat de bekostiging voor een school onjuist is vastgesteld, kan Onze Minister correcties aanbrengen op de bekostiging. Onze Minister doet het bevoegd gezag schriftelijk mededeling van een besluit tot het aanbrengen van een correctie op de bekostiging. 3 artikel 157, eerste lid, van de wet artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht Indien uit de jaarverslaggeving, bedoeld in, uit de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 157, vierde lid, van de wet of uit een op grond van het eerste lid ingesteld onderzoek blijkt dat de bekostiging voor een school onrechtmatig is besteed of ondoelmatig is aangewend, kan Onze Minister bepalen dat het desbetreffende gedeelte van de bekostiging niet ten laste komt van het Rijk of dat de daarmee gemoeide bedragen in mindering worden gebracht op de bekostiging, onverminderd. 2013 338 17-09-2013 30-08-2013 2013 452 14-11-2013 04-11-2013 01-01-2014
Artikel 44 — Artikel 44 Betaling i.v.m. correcties#
Artikel 44 Betaling i.v.m. correcties artikel 43, tweede lid Een in, bedoelde correctie wordt, indien de correctie strekt tot verhoging van de bekostiging, binnen acht weken na de mededeling, bedoeld in artikel 43, tweede lid, door Onze Minister betaald. 2013 338 17-09-2013 30-08-2013 2013 452 14-11-2013 04-11-2013 01-01-2014
Artikel 45 — Artikel 45 Berekening exploitatieoverschot bij opheffing of beëindiging van de bekostiging van de laatste school van een bevoegd gezag#
Artikel 45 Berekening exploitatieoverschot bij opheffing of beëindiging van de bekostiging van de laatste school van een bevoegd gezag 1 artikel 150a van de wet Voor de toepassing vanwordt onder exploitatieoverschot verstaan: a. artikelen 120 128 131 van de wet het bedrag van de bekostiging, bedoeld in de,en, verminderd met de lasten over dat jaar voor zover deze als rechtmatig kunnen worden aangemerkt, b. de reserveringen voor zover afkomstig uit ’s Rijks kas, met inbegrip van de ontvangen rentebaten, en c. voor zover het een niet door een gemeente in stand gehouden school betreft, de niet bestede gedeelten van de uitkeringen op grond van de voorschriften inzake de gemeentelijke overschrijding. 2 Het bevoegd gezag meldt het overeenkomstig het eerste lid berekende saldo, verdeeld naar de onderdelen a en b, respectievelijk c, van het eerste lid tezamen met het jaarverslag over het laatste jaar waarin de school nog geheel of gedeeltelijk voor bekostiging in aanmerking kwam. De opgave gaat vergezeld van een verklaring van een accountant omtrent de juistheid van de opgave. 3 Indien het exploitatieoverschot van een niet door een gemeente in stand gehouden school mede is opgebouwd uit uitkeringen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, en geen onderscheid kan worden gemaakt met de baten respectievelijk de lasten als bedoeld in het eerste lid onderdelen a en b, geldt als maatstaf voor de verdeling van eerstbedoeld deel van het exploitatieoverschot tussen Rijk en de desbetreffende gemeente de verhouding tussen het ontvangen bedrag aan bekostiging van het Rijk en het ontvangen bedrag aan uitkeringen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, van de gemeente in een periode van vijf jaren, voorafgaand aan het jaar van de beëindiging van de bekostiging. De verdeling behoeft de goedkeuring van Onze Minister. 2005 553 03-11-2005 05-10-2005 2006 55 09-02-2006 01-02-2006 10-02-2006 Artikel IV van Stb. 2005/553 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 46 — Artikel 46 Tijdelijke landelijke geschillencommissie toelating en verwijdering#
Artikel 46 Tijdelijke landelijke geschillencommissie toelating en verwijdering 1 artikel 44 van de wet De geschillencommissie, bedoeld in, bestaat uit ten minste 7 leden met verschillende deskundigheden. De leden worden benoemd op gezamenlijke bindende voordracht van de landelijke ouderorganisaties, de landelijke patiënten- en gehandicaptenorganisaties en de sectororganisaties. 2 De leden worden benoemd en ontslagen door Onze Minister. 3 De leden worden benoemd voor een periode van 4 jaar en kunnen ten hoogste 2 maal worden herbenoemd. 4 De commissie is zodanig samengesteld dat zij beschikt over (ortho)pedagogische, psychologische, onderwijskundige, maatschappelijke, bestuurlijke, juridische en medische deskundigheid. Voor de behandeling van ieder ingediend geschil kiest de commissie uit haar leden één voorzitter en twee leden. De commissie bepaalt welke samenstelling bij de behandeling van het geschil het meest geschikt is. 5 De leden worden ontslagen indien zij daarom verzoeken. 6 De leden mogen niet deel uitmaken van het bevoegd gezag van een van de scholen die deelnemen aan het samenwerkingsverband of het bevoegd gezag van dat samenwerkingsverband dat betrokken is in het geschil en zij functioneren zonder last of ruggenspraak. 7 De commissie zendt haar oordeel aan het bevoegd gezag en een afschrift van haar oordeel aan de ouders. 8 Het bevoegd gezag van de school die het oordeel van de commissie heeft ontvangen, deelt schriftelijk aan de ouders en aan de commissie mee wat er met het oordeel wordt gedaan. Indien de beslissing van het bevoegd gezag van de school afwijkt van het oordeel van de commissie, wordt in de beslissing de reden voor die afwijking vermeld. 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2014
Artikel 47 — Artikel 47 Percentage onderwijstijd in de Engelse, Duitse of Franse taal#
Artikel 47 Percentage onderwijstijd in de Engelse, Duitse of Franse taal artikel 18, derde lid, van de wet Het percentage, bedoeld in, waarin een deel van het onderwijs kan worden gegeven in de Engelse, Duitse of Franse taal is ten hoogste 15% per schooljaar. 2015 444 26-11-2015 11-11-2015 2015 444 26-11-2015 11-11-2015 01-01-2016
Artikel 48 — Artikel 48 Monitor veiligheid op school#
Artikel 48 Monitor veiligheid op school artikel 5a, eerste lid, onderdeel b, van de wet Het instrument ter monitoring van de veiligheid van leerlingen, bedoeld in: a. geeft inzicht in de ervaren en feitelijke veiligheid en het welbevinden van de leerlingen, voor zover dat verband houdt met de veiligheid, op school; b. wordt ten minste eens per schooljaar afgenomen onder een representatief deel van de leerlingen; en c. is gestandaardiseerd, valide en betrouwbaar. 2020 209 26-06-2020 17-06-2020 2020 209 26-06-2020 17-06-2020 01-08-2020
Artikel 49 — Artikel 49 Aanvang van de bekostiging#
Artikel 49 Aanvang van de bekostiging Vervallen 2005 553 03-11-2005 05-10-2005 2006 55 09-02-2006 01-02-2006 10-02-2006 Artikel IV van Stb. 2005/553 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 50 — Artikel 50 Verstrekken van gegevens#
Artikel 50 Verstrekken van gegevens Vervallen 2013 553 19-12-2013 11-12-2013 2006 55 09-02-2006 01-02-2006 10-02-2006
Artikel 51 — Artikel 51 Voorschot#
Artikel 51 Voorschot Vervallen 2013 553 19-12-2013 11-12-2013 2006 55 09-02-2006 01-02-2006 10-02-2006
Artikel 52 — Artikel 52 Omvang vergoeding#
Artikel 52 Omvang vergoeding Vervallen 2013 553 19-12-2013 11-12-2013 2006 55 09-02-2006 01-02-2006 10-02-2006
Artikel 53 — Artikel 53 Verrekening met de vergoeding#
Artikel 53 Verrekening met de vergoeding Vervallen 2005 553 03-11-2005 05-10-2005 2006 55 09-02-2006 01-02-2006 10-02-2006 Artikel IV van Stb. 2005/553 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 54 — Artikel 54 Verstrekken gegevens voor vergoeding#
Artikel 54 Verstrekken gegevens voor vergoeding Vervallen 2005 553 03-11-2005 05-10-2005 2006 55 09-02-2006 01-02-2006 10-02-2006 Artikel IV van Stb. 2005/553 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 55 — Artikel 55 Begroting#
Artikel 55 Begroting Vervallen 2005 553 03-11-2005 05-10-2005 2006 55 09-02-2006 01-02-2006 10-02-2006
Artikel 56 — Artikel 56 Financiële jaarverslaggeving#
Artikel 56 Financiële jaarverslaggeving Vervallen 2005 553 03-11-2005 05-10-2005 2006 55 09-02-2006 01-02-2006 10-02-2006
Artikel 56a — Artikel 56a Vergoeding regionaal expertisecentrum#
Artikel 56a Vergoeding regionaal expertisecentrum Vervallen 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2014
Artikel 56b — Artikel 56b Verstrekken gegevens#
Artikel 56b Verstrekken gegevens Vervallen 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2014
Artikel 57 — Artikel 57 Overgangsartikel met betrekking tot artikel 23, tweede lid#
Artikel 57 Overgangsartikel met betrekking tot artikel 23, tweede lid artikel 23, tweede lid artikel 23 Met besluiten als bedoeld in, worden Onze besluiten inzake de vergoeding, bedoeld in, die zijn genomen voor 1 januari 1989, gelijkgesteld. 1997 152 15-04-1997 08-04-1997 1997 239 19-06-1997 27-05-1997 20-06-1997
Artikel 58 — Artikel 58 Overgangsbekostiging scholen cluster 3 en 4#
Artikel 58 Overgangsbekostiging scholen cluster 3 en 4 1 artikel XI, eerste en derde lid van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en de financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs De overgangsbekostiging voor personele kosten, bedoeld in(Stb. 2012, 533) wordt berekend als volgt: Wet op het primair onderwijs Wet op het voortgezet onderwijs voor iedere leerling die op 1 oktober voorafgaande aan het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft, was ingeschreven op een school als bedoeld in deof de, voor wie een leerlinggebonden budget beschikbaar was en aan wie de school blijkens de opgave van eerstbedoelde school ambulante begeleiding verleende, wordt een bedrag toegekend volgens onderstaande tabel. Toelaatbaar verklaard tot speciaal onderwijs aan/van: Formatie indien leerling is ingeschreven op een basisschool/speciale school voor basisonderwijs Bedrag indien leerling is ingeschreven op school voor voortgezet onderwijs prijspeil 1-8-2013 Lichamelijk gehandicapte kinderen 0,0709 € 4.577,04 Langdurig zieke kinderen met lichamelijk handicap 0,0709 € 2.960,16 Zeer moeilijk lerende kinderen 0,0709 € 2.960,16 Cluster 4 0,0709 € 2.960,16 Lichamelijk gehandicapt en zeer moeilijk lerend 0,0709 € 2.960,16 2 artikel XI, tweede en vierde lid van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en de financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs De overgangsbekostiging voor materiële instandhouding, bedoeld in(Stb. 2012, 533) wordt berekend als volgt: Wet op het primair onderwijs Wet op het voortgezet onderwijs voor iedere leerling die op 1 oktober voorafgaande aan het jaar waarop de bekostiging betrekking heeft was ingeschreven een school als bedoeld in deof de, voor wie een leerlinggebonden budget beschikbaar was en aan wie de school blijkens de opgave van eerstbedoelde school ambulante begeleiding verleende, wordt een bedrag toegekend volgens onderstaande tabel. Toelaatbaar verklaard tot speciaal onderwijs aan/van: Formatie indien leerling is ingeschreven op een basisschool/speciale school voor basisonderwijs (prijspeil 1-8-2013) Bedrag indien leerling is ingeschreven op school voor voortgezet onderwijs (prijspeil 1-8-2013) Lichamelijk gehandicapte kinderen € 520 € 429 Langdurig zieke kinderen met lichamelijk handicap € 468 € 250 Zeer moeilijk lerende kinderen € 313 € 136 Cluster 4 € 468 € 250 Lichamelijk gehandicapt en zeer moeilijk lerend € 468 € 250 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2014
Artikel 58a — Artikel 58a Instellingen cluster 2#
Artikel 58a Instellingen cluster 2 1 Indien de bevoegde gezagsorganen van de onderstaande scholen of vestigingen van scholen besluiten die scholen en vestigingen om te zetten in een instelling al dan niet bestaande uit verschillende nevenvestigingen, komen die instelling en nevenvestiging met ingang van 1 augustus 2015 voor bekostiging in aanmerking: Auris Prof. Groenschool te Amersfoort Auris De Kring te Goes Auris College Rotterdam te Rotterdam Auris Hildernisseschool te Rotterdam Auris Taalfontein te Rotterdam Auris Dr. M. Polanoschool te Rotterdam Auris Bertha Muller School te Utrecht Auris De Taalkring te Utrecht Auris College Utrecht te Utrecht Auris Taalkring nevenvestiging Hilversum te Hilversum Auris Hildernisseschool nevenvestiging te Gouda Auris Ammanschool te Dordrecht De Weerklank Leiden te Leiden De Weerklank nevenvestiging Alphen a/d Rijn te Alphen aan de Rijn De Spreekhoorn te Breda De Spreekhoorn nevenvestiging te Tilburg. De Spreekhoorn nevenvestiging te Bergen op Zoom Prof. van Gilseschool te Haarlem Prof. van Gilseschool nevenvestiging Beverwijk te Beverwijk Prof. Van Gilseschool nevenvestiging Hoofddorp te Hoofddorp. 2 Indien de bevoegde gezagsorganen van de onderstaande scholen of vestigingen van scholen besluiten die scholen en vestigingen om te zetten in een instelling al dan niet bestaande uit verschillende nevenvestigingen, komen die instelling en nevenvestiging met ingang van 1 augustus 2015 voor bekostiging in aanmerking: School De Voorde te Zoetermeer School De Voorde te Rijswijk Kentalis Het Rotsoord te Utrecht Kentalis Effatha VSO te Zoetermeer Kentalis Effatha SO De Plataan te Zoetermeer Kentalis Effatha SO de Tamarinde te Zoetermeer Kentalis Effatha VSO De Linde te Zoetermeer Kentalis Scholengemeenschap Signis, Jan Sluytersstraat te Amsterdam Kentalis Scholengemeenschap Signis, Jan Tooropstraat te Amsterdam Kentalis Scholengemeenschap Signis, nevenvestiging te Assendelft Kentalis De Stijgbeugel te Arnhem Kentalis Dr. P.C.M. Bosschool te Arnhem Kentalis Terwindt te Groesbeek Kentalis de Marwindt te Nijmegen Kentalis Martinus van Beek te Nijmegen Kentalis Martinus van Beek nevenvestiging te Oss Kentalis Dr. P.C.M. Bosschool te Silvolde Kentalis Compas te Sint-Michielsgestel Kentalis Rafaël te Sint-Michielsgestel Kentalis Talent A te Vught Kentalis Talent B te Vught Kentalis Mariëlla te Sint-Michielsgestel Kentalis De Skelp te Drachten Kentalis Tine Marcusschool te Groningen Kentalis Tine Marcusschool nevenvestiging te Emmen Kentalis Dr. J. de Graafschool te Groningen Kentalis Guyotschool voor SO-A te Haren (Gr.) Kentalis Guyotschool voor SOVSO-B te Haren (Gr.) Kentalis Guyotschool voor SOVSO-B nevenvestiging te Vries (Gr.) Kentalis Guyotschool voor VSO te Haren (Gr.) Kentalis Enkschool nevenvestiging te Zwolle. 3 Indien de bevoegde gezagsorganen van de onderstaande scholen of vestigingen van scholen besluiten die scholen en vestigingen om te zetten in een instelling al dan niet bestaande uit verschillende nevenvestigingen, komen die instelling en nevenvestiging met ingang van 1 augustus 2015 voor bekostiging in aanmerking: School De Beemden te Eindhoven De Beemden nevenvestiging Venlo te Venlo School de Horst te Eindhoven De Horst nevenvestiging Venlo te Venlo School Ekkersbeek te Eindhoven Ekkersbeek nevenvestiging te Sint-Michielsgestel Mgr. Hanssenschool te Hoensbroek Mgr. Hanssenschool nevenvestiging te Roermond. 4 Indien de bevoegde gezagsorganen van de onderstaande scholen of vestigingen van scholen besluiten die scholen en vestigingen om te zetten in een instelling al dan niet bestaande uit verschillende nevenvestigingen, komen die instelling en nevenvestiging met ingang van 1 augustus 2015 voor bekostiging in aanmerking: Prof. Huizingschool te Enschede Het Maatman te Enschede. 5 Indien de bevoegde gezagsorganen van de onderstaande scholen of vestigingen van scholen besluiten die scholen en vestigingen om te zetten in een instelling al dan niet bestaande uit verschillende nevenvestigingen, komen die instelling en nevenvestiging met ingang van 1 augustus 2015 voor bekostiging in aanmerking: Alexander Roozendaalschool te Amsterdam Alexander Roozendaalschool nevenvestiging Purmerend te Purmerend AG Bell te Amsterdam Prof. H. Burgerschool te Amsterdam Cor Emousschool te ’s-Gravenhage Hendrik Mol te Schagen Burgemeester de Wildeschool te Schagen Burgemeester de Wildeschool nevenvestiging Alkmaar te Alkmaar Burgemeester de Wildeschool nevenvestiging Zwaag 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2014
Artikel 58b — Artikel 58b Overleg niet herplaatst personeel#
Artikel 58b Overleg niet herplaatst personeel 1 artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs artikel 70a van de Wet op het primair onderwijs Het samenwerkingsverband, bedoeld inenis gehouden om, wanneer een bevoegd gezag of een personeelsorganisatie daarom verzoekt, met dat bevoegd gezag en de personeelsorganisaties een op overeenstemming gericht overleg te voeren over het personeel dat in het derde schooljaar waarinis vervallen, nog niet zal zijn herplaatst en dat niet als gevolg van natuurlijk verloop zal zijn uitgestroomd op of voor 1 augustus 2016. 2 Wet op de expertisecentra Een bevoegd gezag als bedoeld in het eerste lid is het bevoegd gezag van een school als bedoeld in deof een centrale dienst, waar het personeel in het schooljaar 2014–2015 in dienst is. 3 wet Het personeel, bedoeld in het eerste lid, is het personeel dat op 1 mei 2012 als ambulant begeleider in dienst was bij een school niet zijnde een instelling als bedoeld in de, een regionaal expertisecentrum als bedoeld in de wet of een centrale dienst. 4 artikel 70a van de Wet op het primair onderwijs Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van personeel, niet zijnde ambulant begeleiders, dat op 1 mei 2012 is dienst was bij een samenwerkingsverband, een centrale dienst of een regionaal expertisecentrum en dat in het eerste schooljaar waarinis vervallen, niet kan worden herplaatst. 5 artikel 170 van de wet Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de rechtspersoon, bedoeld invoor zover het personeel, bedoeld in het derde of vierde lid, betreft dat in verband met de opheffing van regionale expertisecentra en de beëindiging van de ondersteuningswerkzaamheden bij de samenwerkingsverbanden zoals die bestonden voor 1 augustus 2013, een werkloosheidsuitkering ontvangt. 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2014
Artikel 59 — Artikel 59 Intrekking Bekostigingsbesluit ISOVSO#
Artikel 59 Intrekking Bekostigingsbesluit ISOVSO Stb. Het Bekostigingsbesluit ISOVSO (1985,728) wordt ingetrokken. 1997 152 15-04-1997 08-04-1997 1997 239 19-06-1997 27-05-1997 20-06-1997
Artikel 60 — Artikel 60 Citeertitel#
Artikel 60 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bekostiging WEC. 2005 553 03-11-2005 05-10-2005 2006 55 09-02-2006 01-02-2006 10-02-2006 Artikel IV van Stb. 2005/553 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.