Besluit van 17 oktober 1988, tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 59, vijfde lid, van de Woningwet
- BWB-id
- BWBR0004418
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2013-08-01 t/m 2015-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004418
- ELI
- /eli/nl/amvb/1988/besluit-centraal-fonds-voor-de-volkshuisvesting
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1988/besluit-centraal-fonds-voor-de-volkshuisvesting/2013-08-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004418&g=2013-08-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004418&z=2026-06-06&g=2013-08-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004418/2013-08-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1988/besluit-centraal-fonds-voor-de-volkshuisvesting
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder woongelegenheid: zelfstandige woning, wooneenheid, standplaats en woonwagen. 2013 171 16-05-2013 06-05-2013 2013 319 26-07-2013 19-07-2013 01-08-2013
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Het fonds verstrekt op hun aanvraag aan toegelaten instellingen subsidie ter tegemoetkoming in de kosten van werkzaamheden welke door die toegelaten instellingen in het belang van de volkshuisvesting worden uitgevoerd. 2013 171 16-05-2013 06-05-2013 2013 319 26-07-2013 19-07-2013 01-08-2013
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a artikel 2 artikel 9, onderdeel b Het fonds verstrekt slechts subsidie als bedoeld in, voor zover het over voldoende middelen beschikt als verkregen uit het bedrag, bedoeld in. 2013 171 16-05-2013 06-05-2013 2013 319 26-07-2013 19-07-2013 01-08-2013
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 2 Het fonds verstrekt slechts subsidie als bedoeld in, indien de in dat artikel bedoelde werkzaamheden zonder die subsidie niet zouden kunnen worden uitgevoerd. 2013 171 16-05-2013 06-05-2013 2013 319 26-07-2013 19-07-2013 01-08-2013
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a Vervallen 2013 171 16-05-2013 06-05-2013 2013 319 26-07-2013 19-07-2013 01-08-2013
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Het fonds stelt jaarlijks op: a. overzichten van de financiële situatie van de afzonderlijke toegelaten instellingen, waarin in elk geval wordt aangegeven of naar het oordeel van het fonds de financiële situatie van een toegelaten instelling zodanig is, dat zij niet slaagt in het op een voor haar in het bijzonder aangewezen wijze, anders dan het aanvragen van subsidie bij het fonds, aantrekken van de noodzakelijke financiële middelen, en b. een overzicht van de financiële situatie van de toegelaten instellingen gezamenlijk. 2 Ten behoeve van het opstellen van de overzichten, bedoeld in het eerste lid, kan het fonds aan de toegelaten instellingen inlichtingen vragen en van hen inzage vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden. 3 Het fonds doet: a. jaarlijks voor 1 november de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde overzichten aan Onze Minister toekomen en b. jaarlijks voor 1 december het in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde overzicht aan Onze Minister toekomen, vergezeld van een oordeel over de in dat overzicht geschetste financiële situatie van de toegelaten instellingen gezamenlijk. 2001 280 21-06-2001 11-06-2001 2001 500 30-10-2001 23-10-2001 05-11-2001
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1. artikel 30 van het Besluit beheer sociale-huursector Ten behoeve van het toezicht verstrekt de toegelaten instelling, naast de bescheiden, bedoeld in, jaarlijks: a. bijlage I bij dat besluit voor 1 februari aan het fonds een bestuursverklaring bij de gegevens, bedoeld in; b. bijlage II bij dat besluit voor 1 juli aan het fonds een bestuursverklaring bij de gegevens, bedoeld in, en c. bijlage IV bij dat besluit voor 1 juli aan het fonds de gegevens, bedoeld in, alsmede de mededeling, bedoeld in het tweede lid. 2 artikel 27, eerste lid, van het Besluit beheer sociale-huursector bijlage III De toegelaten instelling verzoekt aan een daartoe als openbaar optredende accountant als bedoeld in, of aan een organisatie waarin zodanige accountants samenwerken, om overeenkomstigbij dat besluit een mededeling op te stellen omtrent de gegevens, bedoeld in het eerste lid. 3 Het fonds bevestigt binnen vier weken de ontvangst van de krachtens het eerste lid gezonden bescheiden. 4 Indien een toegelaten instelling de bescheiden op 1 februari respectievelijk 1 juli van een jaar niet aan het fonds heeft doen toekomen, stelt het fonds onverwijld een termijn van ten hoogste vier weken binnen welke de bescheiden alsnog moeten worden verstrekt en doet daarvan mededeling aan die toegelaten instelling. 5 Indien de toegelaten instelling de bescheiden niet binnen de krachtens het vierde lid gestelde termijn verstrekt, kan het fonds bepalen, dat zij, totdat zij de bescheiden alsnog verstrekt, de door het fonds aangegeven rechtshandelingen slechts kan verrichten na zijn instemming. 2008 239 27-06-2008 23-06-2008 2008 389 02-10-2008 30-09-2008 06-10-2008
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 71b, eerste lid, van de Woningwet artikel 71a, eerste lid, onderdeel a, van die wet In de beleidsregels, bedoeld in, wordt met betrekking tot de subsidie, bedoeld in, bepaald: a. dat een aanvraag voor subsidie bij het fonds wordt ingediend; b. welke gegevens door de aanvragende toegelaten instelling aan het fonds moeten worden overgelegd, en dat tot die gegevens in elk geval behoren: 1°. een plan voor de sanering van de toegelaten instelling, dan wel 2°. artikel 2 een plan met betrekking tot de werkzaamheden, bedoeld in, dat door die toegelaten instelling is voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar zij haar woonplaats heeft en aan de huurders van haar woongelegenheden, teneinde hen in de gelegenheid te stellen zich daarover uit te spreken; c. binnen welke termijn de betrokken gegevens, bedoeld in onderdeel b, aan het fonds moeten worden verstrekt, en dat het fonds, indien de toegelaten instelling die gegevens niet binnen die termijn verstrekt, kan bepalen dat zij, totdat zij de gegevens alsnog verstrekt, de door het fonds aangegeven rechtshandelingen slechts kan verrichten na zijn instemming; d. artikel 2 artikel 21, eerste lid, van het Besluit beheer sociale-huursector onder welke verplichtingen of voorschriften het fonds subsidie als bedoeld inverstrekt, waartoe verplichtingen kunnen behoren met betrekking tot de wijze waarop de toegelaten instelling uitvoering geeft aan; e. artikel 2 aan de hand van welke criteria ten aanzien van de vermogenspositie van een toegelaten instelling wordt beoordeeld of die instelling voor de subsidie, bedoeld in, in aanmerking komt, en 2 artikel 41, eerste lid, van het Besluit beheer sociale-huursector artikel 71a, eerste lid, onderdeel a, van de Woningwet In de beleidsregels komt tot uitdrukking dat, indien door Onze Minister een aanwijzing is gegeven met toepassing van, het fonds bij de verstrekking van subsidie als bedoeld intevens die aanwijzing in acht neemt. 2013 171 16-05-2013 06-05-2013 2013 319 26-07-2013 19-07-2013 01-08-2013
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De beleidsregels bevatten voorts: a. artikel 4, eerste lid de criteria die het fonds hanteert bij het opstellen van de overzichten, bedoeld in; b. de artikelen 5, eerste en vijfde lid 12, tweede lid artikel 6, eerste lid, onderdeel c artikel 31, derde lid, van het Besluit beheer sociale-huursector de wijze waarop het fonds toepassing geeft aan, en, aan de ingevolge, gestelde beleidsregels en aan; c. artikel 71a, eerste lid, van de Woningwet de criteria aan de hand waarvan het fonds bepaalt of en voor hoelang het over voldoende financiële middelen beschikt om uitvoering te geven aanen d. artikel 71e, tweede lid, van de Woningwet artikel 71f, eerste lid, van de Woningwet de termijn waarbinnen de hoogte van de bijdrage, bedoeld in, door het fonds moet zijn bepaald, de termijn waarbinnen de hoogte van die bijdrage door het fonds aan de toegelaten instellingen moet zijn bekendgemaakt, en de termijn vanaf het tijdstip van bekendmaking waarbinnen die bijdrage door de toegelaten instellingen aan het fonds moet zijn betaald, met dien verstande dat de hoogte van het totaal aan bijdragen op hetzelfde tijdstip moet zijn bepaald als waarop de begroting, bedoeld in, is vastgesteld. 2001 280 21-06-2001 11-06-2001 2001 500 30-10-2001 23-10-2001 05-11-2001
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 71b, eerste lid, van de Woningwet De beleidsregels, bedoeld in, worden door het fonds bekendgemaakt in de Staatscourant. 2001 280 21-06-2001 11-06-2001 2001 500 30-10-2001 23-10-2001 05-11-2001
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 71e, tweede lid, van de Woningwet De bijdrage, bedoeld in, bestaat uit de som van: a. een bedrag ten behoeve van het verstrekken van subsidie ter bevordering van de sanering van toegelaten instellingen, en b. artikel 2 een bedrag ten behoeve van het verstrekken van subsidie als bedoeld in. 2013 171 16-05-2013 06-05-2013 2013 319 26-07-2013 19-07-2013 01-08-2013
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a 1 artikel 9, onderdeel a Ten behoeve van de bepaling van de hoogte van het bedrag, bedoeld in, stelt het fonds vast: a. een bedrag per zelfstandige woning, en b. een bedrag per andere woongelegenheid, dat lager is dan het bedrag, bedoeld in onderdeel a. 2 artikel 9, onderdeel a Het fonds bepaalt de hoogte van het bedrag, bedoeld in, door: a. per categorie woongelegenheden als bedoeld in het eerste lid met elkaar te vermenigvuldigen: 1°. bijlage II bij het Besluit beheer sociale-huursector het aantal woongelegenheden in die categorie dat de toegelaten instelling op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de bijdrage verschuldigd is in eigendom of in beheer had volgens de gegevens, bedoeld in, en 2°. het betrokken in het eerste lid, onderdeel a of b, bedoelde bedrag, en b. de aldus verkregen bedragen bij elkaar op te tellen. 2008 239 27-06-2008 23-06-2008 2008 389 02-10-2008 30-09-2008 06-10-2008
Artikel 9b — Artikel 9b#
Artikel 9b 1 artikel 9, onderdeel b Ten behoeve van de bepaling van de hoogte van het bedrag, bedoeld in, stelt het fonds vast: a. een bedrag per woongelegenheid, en b. een tarief per € 1000 van de gezamenlijke WOZ-waarde van de woongelegenheden. 2 artikel 9, onderdeel b bijlage II bij het Besluit beheer sociale-huursector Het fonds bepaalt de hoogte van het bedrag, bedoeld in, door, met gebruikmaking van het aantal woongelegenheden dat de toegelaten instelling op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de bijdrage verschuldigd is in eigendom of in beheer had volgens de gegevens, bedoeld in: a. het aantal woongelegenheden te vermenigvuldigen met het in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde bedrag; b. de gezamenlijke WOZ-waarde van de woongelegenheden te delen door 1000 en vervolgens te vermenigvuldigen met het tarief, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b; c. de aldus verkregen bedragen bij elkaar op te tellen. 3 hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken bijlage II bij het Besluit beheer sociale-huursector In dit artikel wordt onder gezamenlijke WOZ-waarde verstaan de som van de op voet vanvastgestelde waarden volgens de gegevens, bedoeld in. 2013 171 16-05-2013 06-05-2013 2013 319 26-07-2013 19-07-2013 01-08-2013
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 71e, tweede lid, van de Woningwet artikel 71a, eerste lid, van die wet bijlage II bij het Besluit beheer sociale-huursector bijlage artikel 9, onderdeel a Het fonds bepaalt de hoogte van de bijdrage, bedoeld in, zodanig, dat het voor ten minste het kalenderjaar waarover deze verschuldigd is over voldoende financiële middelen beschikt om uitvoering te geven aan, met dien verstande dat het bedrag, bedoeld in, en het bedrag, bedoeld in artikel 9, onderdeel b, niet meer is dan 5 procent, onderscheidenlijk 1 procent van de gerealiseerde jaarhuuropbrengst van de woongelegenheden, bedoeld in, als volgens genoemdevoor de bijdrageplichtige toegelaten instellingen gezamenlijk bepaald over het jaar voorafgaand aan het jaar waarover de bijdrage verschuldigd is. 2 artikel 30 van het Besluit beheer sociale-huursector artikel 5, vierde lid artikel 31, tweede lid, van het Besluit beheer sociale-huursector Het fonds bepaalt de hoogte van de bijdrage aan de hand van de ingevolgeaan het fonds gezonden bescheiden. Het kan in plaats daarvan de hoogte van de bijdrage door schatting bepalen, uitsluitend indien het toepassing heeft gegeven aan, of aanen de betrokken toegelaten instelling de ontbrekende bescheiden niet binnen de krachtens het betrokken artikellid gestelde termijn heeft verstrekt. Het fonds kan aan de betrokken toegelaten instelling administratiekosten in rekening brengen die verbonden zijn aan het door schatting bepalen van de hoogte van de bijdrage. 2013 171 16-05-2013 06-05-2013 2013 319 26-07-2013 19-07-2013 01-08-2013
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2009 267 30-06-2009 25-06-2009 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht
in werking treedt.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 71e, tweede lid, van de Woningwet artikel 71a, eerste lid, van die wet Het fonds kan op verzoek van een toegelaten instelling de op grond vandoor die instelling verschuldigde bijdrage kwijtschelden, indien naar het oordeel van het fonds betaling van die bijdrage in aanmerkelijke mate afbreuk zou doen aan de uitoefening van de taken van het fonds, bedoeld in. 2 artikel 71e, tweede lid, van de Woningwet artikel 9, eerste lid, onderdeel b Het fonds kan op verzoek van een toegelaten instelling het gedeelte van de op grond vandoor die instelling verschuldigde bijdrage, bedoeld in, kwijtschelden, indien naar het oordeel van het fonds de betrokken toegelaten instelling aannemelijk heeft gemaakt dat zij in aanzienlijke mate heeft bijgedragen aan werkzaamheden op het gebied van de volkshuisvesting die door andere toegelaten instellingen worden verricht, of dat zij in aanzienlijke mate werkzaamheden op het gebied van de volkshuisvesting ten behoeve van andere toegelaten instellingen heeft verricht. 3 artikel 21, eerste lid, van het Besluit beheer sociale-huursector Aan een beschikking op een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid kan het fonds voorschriften verbinden met betrekking tot de wijze waarop de toegelaten instelling uitvoering geeft aan. 4 Indien bij een beschikking op een verzoek als bedoeld in het eerste of tweede lid dat verzoek wordt ingewilligd, betaalt het fonds een als gevolg van die beschikking ten onrechte betaald bedrag terug aan de betrokken toegelaten instelling. Tevens wordt rente over dat bedrag betaald, berekend vanaf de datum waarop ten onrechte is betaald tot de datum van terugbetaling, bedoeld in de eerste volzin, van welke rente het percentage gelijk is aan dat van de depositorente die de Europese Centrale Bank vaststelt, vermeerderd met 1,25. 2013 171 16-05-2013 06-05-2013 2013 319 26-07-2013 19-07-2013 01-08-2013
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting. 2001 280 21-06-2001 11-06-2001 2001 500 30-10-2001 23-10-2001 05-11-2001