Besluit van 22 juli 1988, houdende vaststelling van het Besluit legbatterijen
- BWB-id
- BWBR0004373
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 1995-01-01 t/m 2004-05-18
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004373
- ELI
- /eli/nl/amvb/1988/besluit-legbatterijen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1988/besluit-legbatterijen/1995-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004373&g=1995-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004373&z=2026-06-06&g=1995-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004373/1995-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1988/besluit-legbatterijen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikel 1 van de Wet houdende vaststelling van minimumeisen voor het houden van legkippen Stb. d In dit besluit worden de in(1984, 272) gebezigde begrippen en daarbij gegeven begripsomschrijvingen overgenomen, met dien verstande dat voor de in artikel 1, onderdeel, van die wet gegeven omschrijving van het begrip "kooi-oppervlakte" wordt gelezen: de horizontaal gemeten vrij beschikbare oppervlakte van de kooi. 1988 418 13-09-1988 22-07-1988 1988 418 13-09-1988 22-07-1988 01-12-1988
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het is verboden één of meer legkippen in een kooi te houden. 2 Het in het eerste lid bedoelde verbod is niet van toepassing op kooien die voldoen aan de volgende eisen: a. de kooi-oppervlakte dient ten minste 450 cm2 per legkip te bedragen; b. a de hoogte van de kooi dient ten minste 40 cm te zijn over 65% van de kooi-oppervlakte en mag over de ingevolge onderdeelvoorgeschreven oppervlakte nergens lager zijn dan 35 cm; c. de voederbaklengte dient ten minste 10 cm per legkip te bedragen; d. de bodem van de kooi dient: 1°. elk van de naar voren gerichte tenen van een poot van een legkip te kunnen steunen; 2°. géén grotere helling te hebben dan 14% of 8 graden; e. de watervoorziening van de legkippen dient plaats te vinden door middel van: 1°. ten minste twee per kooi bereikbare drinknippels of drinkbakjes, of 2°. c een continu werkend drinkwaterkanaal met eenzelfde lengte als bedoeld in onderdeel. 3 d Onze Minister kan in afwijking van het bepaalde in het tweede lid, onderdeel, onder 2°, bij regeling een steilere helling toestaan voor bodems waarin ander dan rechthoekig draadgaas als bodemmateriaal wordt toegepast. 4 Het is verboden in strijd te handelen met de door Onze Minister bij regeling vastgestelde algemeen geldende voorschriften die bij het houden van legkippen in kooien in acht dienen te worden genomen. 5 a b Wet houdende vaststelling van minimumeisen voor het houden van legkippen Het bepaalde in het eerste lid is tot 1 januari 1995 niet van toepassing op een kooi die vóór de inwerkingtreding van dit besluit voor het eerst in gebruik is genomen, mits die kooi voldoet aan de eisen en onder de voorwaarden valt zoals neergelegd in artikel 2, eerste lid, onderdelenen, tweede en derde lid, van de. 6 Onze Minister stelt bij regeling regelen omtrent de wijze waarop ten zijner genoegen dient te worden aangetoond dat de kooi vóór de inwerkingtreding van dit besluit voor het eerst in gebruik is genomen. 1994 678 15-08-1994 1994 678 15-08-1994 01-01-1995
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van de derde kalendermaand na de datum van uitgifte van hetwaarin het wordt geplaatst. 2 Het kan worden aangehaald als: Besluit legbatterijen. 1988 418 13-09-1988 22-07-1988 1988 418 13-09-1988 22-07-1988 01-12-1988