Besluit van 14 maart 1988, houdende vaststelling van het Rechtspositiebesluit voorzitters huurcommissies
- BWB-id
- BWBR0004304
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2003-08-01 t/m 2010-03-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004304
- ELI
- /eli/nl/amvb/1988/rechtspositiebesluit-voorzitters-huurcommissies
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1988/rechtspositiebesluit-voorzitters-huurcommissies/2003-08-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004304&g=2003-08-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004304&z=2026-06-06&g=2003-08-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004304/2003-08-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1988/rechtspositiebesluit-voorzitters-huurcommissies
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: Onze Minister: Onze Minister belast met de zorg voor de volkshuisvesting; artikel 21, eerste lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte huurcommissie: de commissie, bedoeld in; artikel 22, eerste onderscheidenlijk tweede lid, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte voorzitter: voorzitter respectievelijk plaatsvervangend voorzitter van een huurcommissie, bedoeld in; ambt: voorzitterschap van een huurcommissie; artikel 2 van de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel: overeenkomst die is aangegaan op grond van; artikel 4, eerste lid, van de Wet privatisering ABP Pensioenreglement: reglement van de Stichting Pensioenfonds ABP dat is vastgesteld met inachtneming van de overeenkomst, bedoeld in. 2003 169 01-05-2003 08-04-2003 2003 230 17-06-2003 02-06-2003 01-08-2003
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Onze Minister doet geen voordracht tot benoeming van een voorzitter dan nadat de betrokkene op grond van een van rijkswege verricht geneeskundig onderzoek geschikt is verklaard voor de aan het ambt verbonden werkzaamheden. 2 De uitslag van het geneeskundig onderzoek wordt binnen twee weken na vaststelling aan de betrokkene medegedeeld. 3 De kosten van het geneeskundig onderzoek komen voor rekening van het Rijk. 4 Reisbesluit binnenland De betrokkene ontvangt een vergoeding van reis- en verblijfskosten op voet van de bepalingen van het. 1999 69 23-02-1999 06-02-1999 1999 438 26-10-1999 11-10-1999 30-11-1999
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2, tweede lid Binnen twee weken na ontvangst van de in, bedoelde mededeling kan de betrokkene bij Onze Minister een aanvraag voor een hernieuwd geneeskundig onderzoek indienen. Artikel 2, derde en vierde lid, is met betrekking tot het hernieuwd geneeskundig onderzoek van overeenkomstige toepassing. 2 Aan het hernieuwd geneeskundig onderzoek wordt niet deelgenomen door een arts die het geneeskundig onderzoek heeft verricht. 3 artikel 10, vierde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement De door Onze Minister van Binnenlandse Zaken krachtensvastgestelde nadere regels zijn van overeenkomstige toepassing. 1999 69 23-02-1999 06-02-1999 1999 438 26-10-1999 11-10-1999 30-11-1999
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Reisbesluit binnenland Indien de betrokkene reis- en verblijfskosten heeft gemaakt terzake van het gevolg geven aan een uitnodiging voor een bezoek aan Onze Minister of een door hem aan te wijzen functionaris worden hem die kosten voor rekening van het Rijk vergoed op voet van de bepalingen van het. 1999 69 23-02-1999 06-02-1999 1999 438 26-10-1999 11-10-1999 30-11-1999
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Bij herbenoeming of bij benoeming in een ander ressort is geen geneeskundige keuring vereist. 1988 103 14-03-1988 1988 103 14-03-1988 31-03-1988
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Aan de voorzitter wordt een afschrift uitgereikt van het koninklijk besluit, waarbij hij benoemd is. Tevens wordt hem schriftelijk mededeling gedaan van zijn bezoldiging en zijn standplaats. 1988 103 14-03-1988 1988 103 14-03-1988 31-03-1988
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Stb. De voorzitter geniet een bezoldiging overeenkomstig een van de salarisschalen van de bijlage B van het(1983, 571). 2 artikel 5 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 De salarisschaal welke voor de voorzitter geldt, wordt door Onze Minister bepaald met inachtneming van de aard en het niveau van zijn functie, aan de hand van door Onze Minister van Binnenlandse Zaken vastgestelde karakteristieken en functietyperingen, bedoeld in. 3 Voor zover de maximum-bezoldiging nog niet is bereikt, wordt de bezoldiging van de voorzitter in de regel jaarlijks verhoogd. 4 De voorzitter ontvangt over de tijd gedurende welke hij in strijd met zijn verplichtingen opzettelijk nalaat zijn ambt te vervullen, geen bezoldiging. 1988 103 14-03-1988 1988 103 14-03-1988 31-03-1988
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikelen 24 25 26 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Aan de voorzitter wordt in elk kalenderjaar vakantie verleend met behoud van zijn volle bezoldiging. De,enzijn van overeenkomstige toepassing. 2 hoofdstuk IV van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 De voorzitter heeft aanspraak op vakantie-uitkering overeenkomstig het bepaalde in. 1999 69 23-02-1999 06-02-1999 1999 438 26-10-1999 11-10-1999 30-11-1999
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Algemeen Rijksambtenarenreglement artikelen 17 tot en met 20d Ten aanzien van de aanspraken in geval van verblijf in militaire of daarmede in dit verband in hetgelijkgestelde dienst zijn devan genoemd reglement van overeenkomstige toepassing. 1988 103 14-03-1988 1988 103 14-03-1988 31-03-1988
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 f artikelen 33 tot en met 34van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Ten aanzien van het verlenen van buitengewoon verlof van korte dan wel van lange duur zijn devan overeenkomstige toepassing. 1999 69 23-02-1999 06-02-1999 1999 438 26-10-1999 11-10-1999 30-11-1999
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 hoofdstuk VI van het Algemeen Rijksambtenarenreglement artikel 39, eerste lid Ten aanzien van de bedrijfsgeneeskundige begeleiding en de voorzieningen in verband met ziekte iszoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Voor de overeenkomstige toepassing van, van genoemd reglement wordt de voorzitter gelijkgesteld met een ambtenaar in vaste dienst. 1988 103 14-03-1988 1988 103 14-03-1988 31-03-1988
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Indien de voorzitter wegens ziekte of om andere redenen de aan zijn ambt verbonden werkzaamheden niet kan verrichten, geeft hij daarvan schriftelijk kennis aan Onze Minister. 1988 103 14-03-1988 1988 103 14-03-1988 31-03-1988
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Omstreeks een jaar vóór het verstrijken van de ambtsperiode van de voorzitter verzoekt Onze Minister hem schriftelijk om schriftelijk aan te geven of hij voor een volgende ambtstermijn in aanmerking wenst te komen. 2 Onze Minister stelt de voorzitter uiterlijk een half jaar vóór het verstrijken van zijn ambtsperiode schriftelijk in kennis of hij voor een voordracht tot herbenoeming in aanmerking komt, met dien verstande dat een beslissing om een voorzitter niet voor herbenoeming voor te dragen eerst wordt genomen nadat de voorzitter in de gelegenheid is gesteld, desgewenst bijgestaan door een raadsman, door Onze Minister te worden gehoord. 3 Voor of nadat de voorzitter is gehoord, kan Onze Minister hem aan een geneeskundig onderzoek van Rijkswege doen onderwerpen, teneinde na te gaan of voor een niet langer volledig geschikt zijn voor zijn ambt medische oorzaken aanwezig zijn en zo ja of de voorzitter geschikt kan worden geacht voor de vervulling van het ambt in een ander ressort of in andere ressorten. 1999 69 23-02-1999 06-02-1999 1999 438 26-10-1999 11-10-1999 30-11-1999
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Behoudens door Onze Minister te verlenen ontheffing is de voorzitter verplicht te wonen in of nabij de gemeente, die hem als standplaats is aangewezen. 2 Onze Minister kan aan de voorzitter een tegemoetkoming verlenen in de kosten van het dagelijks heen en weer reizen naar de plaats van tewerkstelling. 3 Verplaatsingskostenbesluit Stb. Stcrt. Onverminderd het bepaalde in het tweede lid kan Onze Minister aan de voorzitter die in verband met zijn benoeming moet verhuizen de vergoedingen verlenen overeenkomstig het bepaalde in het1962 (150) en de Verplaatsingskostenbeschikking 1962 (119). 1988 103 14-03-1988 1988 103 14-03-1988 31-03-1988
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Reisbesluit binnenland De voorzitter heeft recht op vergoeding wegens reis- en verblijfkosten ter zake van dienstreizen overeenkomstig het. 1999 69 23-02-1999 06-02-1999 1999 438 26-10-1999 11-10-1999 30-11-1999
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 79, derde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Bij het volbrengen van een diensttijd van 25, 40 of 50 jaren in overheidsdienst, ontvangt de voorzitter een gratificatie overeenkomstig de op grond vangestelde regels. 1999 69 23-02-1999 06-02-1999 1999 438 26-10-1999 11-10-1999 30-11-1999
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Wet bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen De voorzitter is van rechtswege in zijn ambt geschorst wanneer hij krachtens wettelijke maatregel van zijn vrijheid is beroofd, tenzij de vrijheidsbeneming het gevolg is van een maatregel, anders dan op grond van de, genomen in het belang van de volksgezondheid. 1999 69 23-02-1999 06-02-1999 1999 438 26-10-1999 11-10-1999 30-11-1999
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 De voorzitter kan in zijn ambt worden geschorst: a. wanneer een strafrechtelijke vervolging ter zake van misdrijf tegen hem is ingesteld; b. artikel 25 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte wanneer hem door Onze Minister het voornemen tot een ontslag als bedoeld inis te kennen gegeven dan wel hem dat ontslag is verleend. 2 Behoudens bijzondere omstandigheden vindt schorsing op grond van dit artikel niet plaats dan nadat de voorzitter in de gelegenheid is gesteld door Onze Minister te worden gehoord. 3 De schorsing geschiedt door Onze Minister. 2003 169 01-05-2003 08-04-2003 2003 230 17-06-2003 02-06-2003 01-08-2003
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikelen 17 18 Gedurende de schorsing, bedoeld in deen, kan de bezoldiging van de voorzitter geheel of gedeeltelijk worden ingehouden. 1988 103 14-03-1988 1988 103 14-03-1988 31-03-1988
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 De voorzitter wordt op zijn verzoek eervol ontslag verleend. 2 Het in het eerste lid bedoelde ontslag wordt niet vroeger verleend dan een maand en niet later dan drie maanden na de dag, waarop het verzoek tot ontslag is ingekomen. 3 Van het bepaalde in het tweede lid kan worden afgeweken: a. indien het belang van de huurcommissie dat naar het oordeel van Onze Minister noodzakelijk maakt, met dien verstande, dat de termijn van drie maanden, vermeld in het tweede lid, tot ten hoogste zes maanden kan worden verlengd en dat bij de verlenging in redelijkheid met het belang van de voorzitter rekening wordt gehouden; b. ingevolge verzoek van de voorzitter. 1988 103 14-03-1988 1988 103 14-03-1988 31-03-1988
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Artikel 94a, tweede lid, tweede volzin, en derde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Aan de voorzitter die ontslag vraagt met het oog op een uitkering op grond van de Regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 3 van de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel, en artikel 1.5 van het Pensioenreglement wordt ontslag verleend, indien het bestuur van de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel alsmede het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP op grond van een desbetreffende aanvraag hebben vastgesteld dat recht bestaat op een uitkering op grond van die regeling.is van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 20, tweede en derde lid Het bepaalde in, is zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. 1999 69 23-02-1999 06-02-1999 1999 438 26-10-1999 11-10-1999 30-11-1999
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 25 van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte Onverminderd het bepaalde in, kan de voorzitter anders dan op eigen verzoek worden ontslagen op grond van: a. opheffing van het ambt; b. ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. 2 artikel 98, derde tot en met elfde lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Met betrekking tot het eerste lid, aanhef en onder b, isvan overeenkomstige toepassing. 3 a b Een ontslag op grond van het bepaalde in het eerste lid wordt steeds eervol verleend. Bij een ontslagverlening, bedoeld in het eerste lid, onder, wordt een opzeggingstermijn van drie maanden in acht genomen. Een ontslag, bedoeld ondervan het eerste lid, kan niet vroeger ingaan dan de dag, volgende op die waarop de reden voor ontslag voor het eerst aanwezig was. 2003 169 01-05-2003 08-04-2003 2003 230 17-06-2003 02-06-2003 01-08-2003
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Aan de voorzitter wordt, behoudens in geval van herbenoeming, geacht eervol ontslag te zijn verleend zodra zijn benoemingstermijn is verstreken. 1988 103 14-03-1988 1988 103 14-03-1988 31-03-1988
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 1993 583 02-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 De voorzitter heeft voor rekening van het Rijk recht op wachtgeld: a. bij niet-herbenoeming anders dan als gevolg van een daartoe strekkend eigen verzoek van de voorzitter; b. bij ontslag wegens opheffing van het ambt. 2 Rijkswachtgeldbesluit 1959 Stb. Op het in het eerste lid bedoelde recht is het(1986, 489) van overeenkomstige toepassing. 3 In andere gevallen van ontslag dan wel gevallen waarin de toepassing van het tweede lid tot een naar Ons oordeel voor belanghebbende onredelijke uitkomst leidt, kan bij koninklijk besluit aan de niet-herbenoemde of ontslagen voorzitter een uitkering worden toegekend, die naar Ons oordeel mede in verband met de duur van de ambtsvervulling en de laatstelijk genoten bezoldiging redelijk is te achten. 1988 103 14-03-1988 1988 103 14-03-1988 31-03-1988
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 De bezoldiging van de voorzitter wordt niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van het overlijden. 2 Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de voorzitter ontvangt de achterblijvende echtgenoot, van wie de voorzitter niet duurzaam gescheiden leefde, een uitkering gelijk aan de bezoldiging over een tijdvak van drie maanden, berekend naar de bezoldiging op de dag van het overlijden. De uitkering wordt vermeerderd met een bedrag gelijk aan drie maal dat van de vakantie-uitkering over een maand berekend overeenkomstig het bepaalde in het, naar de bezoldiging die de voorzitter in de maand van overlijden zou hebben genoten. 3 Indien de overledene geen echtgenoot als bedoeld in het tweede lid nalaat, geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarige kinderen. Onder kinderen in de zin van dit artikel worden mede verstaan natuurlijke kinderen, waarover de overledene de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke zorg wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor. Ontbreken ook zodanige kinderen dan geschiedt de uitkering indien de overledene kostwinner was van ouders, meerderjarige kinderen, broeders of zusters, ten behoeve van deze betrekkingen. 4 Indien de overledene geen betrekkingen, als bedoeld in het tweede en het derde lid, nalaat, kan de daarbedoelde uitkering door Onze Minister geheel of ten dele worden verleend voor de betaling van de kosten van de laatste ziekte en van de lijkbezorging, indien de nalatenschap van de overledene voor de betaling van die kosten ontoereikend is. 5 het tweede en het derde lid van dit artikel artikel 11 Algemene Kinderbijslagwet hoofdstuk VI van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Voor de toepassing vanwordt onder bezoldiging mede verstaan de kinderbijslag waarop de voorzitter ingevolge derecht had. Indien de voorzitter op de dag van het overlijden wegens ziekte of ongeval verhinderd was zijn dienst te verrichten, wordt onder bezoldiging verstaan hetgeen daaronder krachtensvoor de overeenkomstige toepassing vanwordt verstaan. 1988 103 14-03-1988 1988 103 14-03-1988 31-03-1988
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1988 103 14-03-1988 1988 103 14-03-1988 31-03-1988
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 De rechtspositie van voorzitters, die vóór de datum van inwerkingtreden van dit besluit zijn benoemd, wordt met ingang van die datum door dit besluit beheerst. 1988 103 14-03-1988 1988 103 14-03-1988 31-03-1988
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het, waarin het wordt geplaatst. 2 Dit besluit kan worden aangehaald als 'Rechtspositiebesluit voorzitters huurcommissies'. 1988 103 14-03-1988 1988 103 14-03-1988 31-03-1988