Besluit van 12 oktober 1988, tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur, houdende een Tijdelijke bijdrageregeling provinciale bevordering van beeldende kunst
- BWB-id
- BWBR0004415
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 1988-01-01 t/m 2005-11-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004415
- ELI
- /eli/nl/amvb/1988/tijdelijke-bijdrageregeling-provinciale-bevordering-van-beel
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1988/tijdelijke-bijdrageregeling-provinciale-bevordering-van-beel/1988-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004415&g=1988-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004415&z=2026-06-06&g=1988-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004415/1988-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1988/tijdelijke-bijdrageregeling-provinciale-bevordering-van-beel
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Voor de toepassing van het bij dit besluit bepaalde wordt verstaan onder: a. Onze minister: Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur; b. inwonertal: het aantal personen dat op 1 januari van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de bijdrage betrekking heeft volgens opgave van het Centraal Bureau voor de Statistiek in de desbetreffende provincie woont. 1988 486 12-10-1988 1988 486 12-10-1988 01-01-1988
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Ter bekostiging van voorzieningen in de provincie die ten doel hebben de mogelijkheden voor produktie van werken van beeldende kunst en daarmee de mogelijkheden tot verwerving van inkomsten voor Nederlandse of langer dan twee jaar rechtmatig in Nederland wonende professionele beeldende kunstenaars te bevorderen, kan Onze minister in 1988 en 1989 aan de provincie jaarlijks een bijdrage verstrekken. 1988 486 12-10-1988 1988 486 12-10-1988 01-01-1988
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De bijdrage wordt berekend door vermenigvuldiging van het inwonertal met een jaarlijks door Onze minister vast te stellen bedrag per inwoner. Dit bedrag bedraagt voor het jaar 1988 f 1,57 per inwoner. 2 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de bijdrage aan de provincies Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland berekend door het inwonertal van de desbetreffende provincie te verminderen met het aantal inwoners van de gemeente Utrecht, Amsterdam, 's-Gravenhage en Rotterdam, voorzover in die provincie gelegen, en het aldus verkregen aantal inwoners te vermenigvuldigen met het bedrag per inwoner bedoeld in het eerste lid. 3 De bijdrage wordt telkenjare uiterlijk in de maand juli verstrekt. 1988 486 12-10-1988 1988 486 12-10-1988 01-01-1988
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De bijdrage wordt slechts verleend onder de voorwaarde dat: a. artikel 2 de provincie de bijdrage besteedt aan het doel als omschreven in; b. artikel 2 de provincie bij het nemen van beslissingen met betrekking tot voorzieningen als bedoeld inzich uitsluitend laat leiden door een beoordeling van artistieke kwalitkeit, waartoe zij zich laat adviseren door onafhankelijke deskundigen; c. b de deskundigen als bedoeld ondergeen directe of indirecte inkomsten in het kader van deze regeling ontvangen anders dan een vergoeding voor de door hen als zodanig bewezen diensten; d. artikel 144 van de Provinciewet artikelen 2 5 de provincie binnen negen maanden na het jaar waarin de bijdrage is verstrekt een verklaring van een deskundige als bedoeld inaan Onze minister overlegt, inhoudende dat bij de gehouden controle van de administratie over het afgelopen jaar is gebleken dat de ontvangen bijdrage in dat jaar is besteed aan kosten als bedoeld in deen; e. de provincie binnen zes maanden na het jaar waarin de bijdrage is uitgekeerd een verslag betreffende de uitvoering van dit besluit aan Onze minister overlegt, waarbij tevens inzicht wordt verstrekt in het totaal van de bekostiging van beeldende kunstvoorzieningen door de provincie. 1988 486 12-10-1988 1988 486 12-10-1988 01-01-1988
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 a artikel 4, onder In afwijking van het bepaalde in, mag jaarlijks ten hoogste zeven procent van de bijdrage door de provincie worden besteed aan de kosten van uitvoering van deze regeling. 1988 486 12-10-1988 1988 486 12-10-1988 01-01-1988
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 d artikel 4 onder artikelen 2 5 Onze minister kan, indien uit de op grond van de inbedoelde deskundigen-verklaring blijkt dat de over dat jaar verstrekte bijdrage de uitgaven als bedoeld in deenovertreft, de teveel betaalde bijdrage terugvorderen. 1988 486 12-10-1988 1988 486 12-10-1988 01-01-1988
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Tegen de vaststelling van de bijdrage kan het provinciaal bestuur binnen een maand na de datum waarop de beslissing is verzonden bij de Kroon voorziening vragen. 1988 486 12-10-1988 1988 486 12-10-1988 01-01-1988
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van hetwaarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1988. 1988 486 12-10-1988 1988 486 12-10-1988 01-01-1988
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit besluit kan worden aangehaald als: Tijdelijke bijdrageregeling provinciale bevordering van beeldende kunst. 1988 486 12-10-1988 1988 486 12-10-1988 01-01-1988