Besluit van 14 december 1988, houdende regelen ter uitvoering van de artikelen 15, 41 en 48 van de Wet op de telecommunicatievoorzieningen (Stb. 1988, 520) met betrekking tot draadomroepinrichtingen en telecommunicatie-inrichtingen met gebruik van kabels en kabelwerken
- BWB-id
- BWBR0004451
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 1999-04-01 t/m 2013-03-14
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004451
- ELI
- /eli/nl/amvb/1989/besluit-draadomroep-en-kabelinrichtingen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1989/besluit-draadomroep-en-kabelinrichtingen/1999-04-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004451&g=1999-04-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004451&z=2026-06-06&g=1999-04-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004451/1999-04-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1989/besluit-draadomroep-en-kabelinrichtingen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. de wet: de Wet op de telecommunicatievoorzieningen; b. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat; c. vervallen; d. een kabelinrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 23 van de wet; e. a a registratie: een registratie als bedoeld in de artikelen 22en 23van de wet; f. artikel 2, eerste lid college: het college genoemd in, van de Wet Onafhankelijke post- en telecommunicatieautoriteit. 1997 726 29-12-1997 17-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Een aanvraag tot verlening, wijziging of intrekking van een machtiging voor een draadomroepinrichting of voor een kabelinrichting dient te geschieden op een door het college te bepalen wijze. 1997 345 29-07-1997 19-07-1997 1997 347 29-07-1997 19-07-1997 01-08-1997
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De aanvraag tot verlening of wijziging van een machtiging voor een draadomroepinrichting bevat de volgende gegevens: a. het aantal woningen of het gebied, waarop de aanvraag betrekking heeft; b. gegevens waaruit blijkt dat de continuïteit van de exploitatie van de draadomroepinrichting voldoende wordt gewaarborgd. 1996 375 11-07-1996 03-07-1996 1996 375 11-07-1996 03-07-1996 15-07-1996
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 1996 375 11-07-1996 03-07-1996 1996 375 11-07-1996 03-07-1996 15-07-1996
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 1996 375 11-07-1996 03-07-1996 1996 375 11-07-1996 03-07-1996 15-07-1996
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De aanvraag tot intrekking van een machtiging voor een draadomroepinrichting of voor een kabelinrichting bevat tenminste de redenen van de aanvraag. 1996 375 11-07-1996 03-07-1996 1996 375 11-07-1996 03-07-1996 15-07-1996
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 4:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht a artikel 3, eerste lid, onder Indien verschillende aanvragen tot verlening of wijziging van een machtiging voor een draadomroepinrichting worden ingediend, zal van de aanvragen die tenminste voldoen aanen, slechts de aanvraag die het eerste is ontvangen in behandeling worden genomen. 2 Indien de ingevolge het eerste lid in behandeling genomen aanvraag wordt geweigerd, wordt de aanvraag die eerstvolgend op die eerdere aanvraag was ontvangen in behandeling genomen. 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 1996 375 11-07-1996 03-07-1996 1996 375 11-07-1996 03-07-1996 15-07-1996
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 2 Op een aanvraag bedoeld inwordt door het college beslist binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag. 2 Indien niet binnen de in het eerste lid bedoelde termijn beslist kan worden, stelt het college de aanvrager daarvan in kennis en geeft daarbij een termijn aan die niet langer zal zijn dan zes maanden, waarbinnen een beslissing zal worden genomen. 3 artikel 4:7 artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht artikel 4:7 artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht Het verloop van de termijn bedoeld in het eerste lid wordt van rechtswege opgeschort met ingang van de dag waarop het college toepassing geeft aan, eerste lid, dan wel, tot de dag waarop de aanvrager, de machtiginghouder of de houder van de ontheffing zijn zienswijze naar voren heeft gebracht of waarop de krachtens, eerste lid, dan welgestelde termijn is verstreken. 1997 345 29-07-1997 19-07-1997 1997 347 29-07-1997 19-07-1997 01-08-1997
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 1999 130 25-03-1999 12-03-1999 1999 130 25-03-1999 12-03-1999 01-04-1999
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De door Onze Minister ingevolge artikel 48, eerste lid, van de wet te geven aanwijzingen tot het voorkomen en opheffen van storingen en belemmeringen kunnen betreffen: Deze aanwijzingen kunnen in dringende gevallen door een toezichthouder mondeling worden gegeven, in welk geval zij binnen twee weken schriftelijk dienen te worden bevestigd. a. de verplichting voor de houder om de nodige voorzieningen te treffen aan de draadomroepinrichting of de kabelinrichting en b. de verplichting om met onmiddellijke ingang het gebruik van de inrichting te staken. 2 a Aan de in het eerste lid onderbedoelde verplichting dient door de houder van de draadomroepinrichting of de kabelinrichting te worden voldaan binnen dertig dagen nadat de aanwijzing is gegeven. 1997 726 29-12-1997 17-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 15, eerste lid Indien een krachtens, gegeven aanwijzing tot het treffen van voorzieningen aan een inrichting niet binnen dertig dagen is opgevolgd, kan een toezichthouder deze voorzieningen, na voorafgaande waarschuwing, treffen of doen treffen. 2 artikel 15, eerste lid De bij een krachtens, gegeven aanwijzing opgelegde verplichting om het gebruik van een draadomroepinrichting of een kabelinrichting te staken wordt opgeheven, nadat een toezichthouder heeft vastgesteld, dat de in die aanwijzing bevolen voorzieningen zijn getroffen dan wel dat geen storing of belemmering meer wordt veroorzaakt. 1997 726 29-12-1997 17-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 e Aan de houder van de draadomroepinrichting of kabelinrichting die storing of belemmering veroorzaakt, kan een vergoeding bedoeld in artikel 41, eerste lid, onder, van de wet in rekening worden gebracht die binnen een termijn van dertig dagen na dagtekening dient te worden voldaan. 1997 345 29-07-1997 19-07-1997 1997 347 29-07-1997 19-07-1997 01-08-1997
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 a a Tot toepassing van de artikelen 21, zesde lid, onder, 23, vijfde lid, onder, en 48, vierde lid, van de wet wordt slechts overgegaan nadat de machtiginghouder aan een terzake gegeven schriftelijke waarschuwing geen gevolg heeft, gegeven. Voorzover het voor het gevolggeven aan de waarschuwing nodig is om aan de draadomroep- of de kabelinrichtingen voorzieningen te treffen, wordt in de waarschuwing daartoe een termijn gesteld van tenminste dertig dagen. 1996 375 11-07-1996 03-07-1996 1996 375 11-07-1996 03-07-1996 15-07-1996
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen datum. 1988 598 14-12-1988 1988 600 14-12-1988 01-01-1989
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit draadomroep- en kabelinrichtingen. 1988 598 14-12-1988 1988 600 14-12-1988 01-01-1989