Besluit van 29 september 1988, houdende bepalingen omtrent de advisering van ouderen inzake aan hen te verlenen hulp vanwege bejaardenoorden en verpleeginrichtingen
- BWB-id
- BWBR0004408
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 1994-01-17 t/m 2003-03-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004408
- ELI
- /eli/nl/amvb/1989/besluit-indicatie-advisering-bejaardenoorden-en-verpleeginri
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1989/besluit-indicatie-advisering-bejaardenoorden-en-verpleeginri/1994-01-17
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004408&g=1994-01-17
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004408&z=2026-06-06&g=1994-01-17
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004408/1994-01-17
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1989/besluit-indicatie-advisering-bejaardenoorden-en-verpleeginri
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. j Stb. de commissie: de commissie, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Wet op de bejaardenoorden (1984, 656); b. de verzoeker: de persoon ten behoeve van wie een verzoek om advies bij de commissie is ingediend; c. h artikel 6, eerste lid artikel 30, derde lid, van het Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering artikel 60 van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen het advies: het advies, bedoeld in, van de Wet op bejaardenoorden onderscheidenlijk, of het oordeel bedoeld in; d. c het bejaardenoord: de inrichting, bedoeld in artikel 1, onderdeel, van de Wet op de bejaardenoorden; e. artikel 1, eerste lid, onderdeel A b de verpleeginrichting: de inrichting, bedoeld in, sub, van het Verstrekkingenbesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering 1968; f. hoofdstuk V van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten Stb. het uitvoeringsorgaan: een ziekenfonds, ziektekostenverzekeraar of uitvoerend orgaan als bedoeld in(1967, 655); g. h Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen psycho-geriatrische verpleeginrichting: een op grond van artikel 1, eerste lid ondervan de, als zodanig aangemerkte zorginstelling of afdeling daarvan. 2 artikel 60, derde lid, van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen De commissie wordt voor zover het opneming en verder verblijf in een psycho-geriatrische verpleeginrichting betreft, aangewezen als commissie als bedoeld in. 1993 566 03-11-1993 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De arts die zitting heeft in de commissie dient bevoegd te zijn tot het uitoefenen van de geneeskunst in Nederland en te beschikken over geriatrische en psycho-geriatrische deskundigheid. Indien meer dan één arts zitting heeft in de commissie dienen zij ten minste gezamenlijk over deze deskundigheden te beschikken. 2 De maatschappelijk werker die zitting heeft in de commissie dient te beschikken over deskundigheid op het terrein van de psycho-sociale verschijnselen, behorend bij het verouderingsproces, en in het bezit te zijn van een der getuigschriften uitgereikt vanwege: a b of over een, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, aan de in de onderdelenengenoemde opleidingen gelijk te stellen combinatie van opleiding en ervaring. a. een ingevolge de Wet op het Hoger Beroepsonderwijs bekostigde Sociale Academie; b. een ingevolge de Wet op het Hoger Beroepsonderwijs bekostigde opleiding voor Hogere Sociale Arbeid, richting algemeen maatschappelijk werk, uitgaande van de Stichting voor Opleiding tot Sociale Arbeid te Haarlem of van de Katholieke Leergangen te Tilburg, 1988 456 29-09-1988 1988 456 29-09-1988 01-01-1989
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Een verzoek om advies wordt door of namens de verzoeker ingediend. Ondertekent de verzoeker het verzoek niet zelf, dan wordt de reden daarvan vermeld. In het verzoek kan aangegeven worden of de verzoeker in aanmerking wenst te komen voor opneming in een bejaardenoord dan wel voor opneming en verder verblijf of dagbehandeling in een verpleeginrichting waarbij het bejaardenoord of de verpleeginrichting met name kan worden genoemd. 2 In het verzoek wordt aangegeven of de verzoeker toestemming geeft tot het zonodig raadplegen van behandelend artsen en het gebruik maken van bij dezen aanwezige medische gegevens door de commissie. 3 paragraaf 8 De commissie wijst de verzoeker onverwijld op het bepaalde invan dit besluit. 4 Indien het een verzoek betreft tot opneming en verder verblijf in een psycho-geriatrische verpleeginrichting, deelt de commissie, tenzij uit het verzoek blijkt dat de verzoeker de bereidheid bezit tot zodanige opneming en verder verblijf, de verzoeker meteen na ontvangst van het verzoek schriftelijk mede dat hij bezwaar kan maken tegen zodanige opneming en verder verblijf. 1993 566 03-11-1993 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De commissie verricht naar aanleiding van het verzoek een onderzoek naar: a. de lichamelijke en geestelijke gesteldheid van de verzoeker. Dit onderzoek vindt plaats door of onder verantwoordelijkheid van een arts, lid van de commissie; b. de huishoudelijke en sociale omstandigheden en de woonsituatie van de verzoeker, de aard en mate van de aan deze geboden hulp en de mogelijkheden voor continuering of uitbreiding van die hulp. 2 Indien het een verzoek betreft tot opneming en verder verblijf in een psycho-geriatrische verpleeginrichting is het onderzoek, tenzij de verzoeker blijk geeft van bereidheid daartoe, gericht op de beantwoording van de vraag of de stoornis van zijn geestvermogens meebrengt dat verzoeker zich niet buiten een zodanige inrichting kan handhaven. 3 Indien het een verzoek betreft tot opneming en verder verblijf in een psycho-geriatrische verpleeginrichting, deelt het lid van de commissie dat als eerste contact met de verzoeker heeft, tenzij de verzoeker blijk geeft van bereidheid daartoe, verzoeker onmiddellijk mondeling mede dat hij bezwaar kan maken tegen zodanige opneming en verder verblijf. 4 Bij het onderzoek wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van gegevens die bij het verzoek zijn gevoegd of waarvan met toestemming van de verzoeker gebruik mag worden gemaakt. 5 De commissie kan bij haar onderzoek personen of instellingen betrekken die deskundig zijn op het terrein van voorzieningen die bestemd of mede bestemd zijn voor ouderen. 1993 566 03-11-1993 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 a artikel 4, eerste lid, onder Bij het onderzoek, bedoeld in, wordt in elk geval acht geslagen op: a. de gesteldheid van de motorische vermogens, nodig voor het kunnen verrichten van alle noodzakelijke dagelijkse levensverrichtingen; b. de gesteldheid van de zintuiglijke vermogens; c. de gesteldheid van de geestelijke vermogens; d. de algemene lichamelijke gesteldheid. 2 Het onderzoek richt zich tevens op de noodzaak van verpleging, waaronder begrepen de noodzaak van dagbehandeling of dag- en nachtverzorging, van geneeskundige behandeling en daarmee verband houdend onderzoek, te verlenen door artsen, alsmede van met die verpleging verband houdende revalidatie, reactivering, fysiotherapie en bezigheidstherapie. 3 Indien daartoe aanleiding bestaat, worden de behandelende artsen van de verzoeker geraadpleegd. Het raadplegen van deze artsen geschiedt slechts met toestemming van de verzoeker. 1988 456 29-09-1988 1988 456 29-09-1988 01-01-1989
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 b artikel 4, eerste lid, onder Bij het onderzoek, bedoeld in, wordt in elk geval acht geslagen op de volgende aspecten: a. het kunnen verrichten van alle noodzakelijke huishoudelijke verrichtingen, waaronder begrepen het bereiden van warme maaltijden, het schoonhouden van de woning, het doen van de dagelijkse boodschappen, het doen van de was, het verzorgen van de kleding en het verzorgen van de verwarming; b. de contacten van de verzoeker met familie, vrienden en buren; c. de grootte van de woning, de toegankelijkheid daarvan en de situering in de woonplaats. 1988 456 29-09-1988 1988 456 29-09-1988 01-01-1989
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Van het onderzoek wordt schriftelijk rapport opgemaakt. 2 Indien het een verzoek betreft tot opneming en verder verblijf in een psycho-geriatrische verpleeginrichting maakt het rapport, tenzij de verzoeker blijk geeft van bereidheid daartoe, melding van: a. de aard van de stoornis van de geestvermogens; b. de omstandigheden die meebrengen dat verzoeker zich niet buiten een zodanige inrichting kan handhaven. 3 In het rapport wordt aangegeven op welke wijze aan de verzoeker is medegedeeld dat hij bezwaar kan maken tegen de opneming en het verblijf in een psycho-geriatrische verpleeginrichting en wordt melding gemaakt van diens reactie daar op. 1993 566 03-11-1993 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 7 De commissie beoordeelt de toestand van de verzoeker aan de hand van het rapport, bedoeld in. 2 De commissie besluit bij meerderheid van stemmen. 3 De leden van de commissie die betrokken zijn bij de behandeling van de verzoeker of in de twee jaar, voorafgaande aan de indiening van het verzoek, daarbij betrokken zijn geweest, en de leden die zijn verbonden aan of werkzaam voor de verpleeginrichting of het bejaardenoord, waarvoor de verzoeker zijn voorkeur heeft uitgesproken, onthouden zich van deelname aan de stemming. 1988 456 29-09-1988 1988 456 29-09-1988 01-01-1989
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Indien een lid van de commissie dit voor de beoordeling van de toestand van de verzoeker noodzakelijk acht, wordt op diens verzoek door de commissie opdracht gegeven tot nader onderzoek. 2 artikel 7 De resultaten van het in het eerste lid bedoelde onderzoek worden gevoegd bij het rapport, bedoeld in. 1988 456 29-09-1988 1988 456 29-09-1988 01-01-1989
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Indien een arts, lid van de commissie, van oordeel is dat in een advies tot opneming of dagbehandeling in een verpleeginrichting moet worden geconcludeerd, kan slechts tot een andersluidend advies worden besloten, nadat de commissie ter zake een onafhankelijke arts heeft geraadpleegd. 2 De onafhankelijke arts, bedoeld in het eerste lid, deelt de commissie binnen een week zijn oordeel mede. 3 Indien het oordeel van de onafhankelijke arts overeenkomt met het oordeel van de arts van de commissie, wordt het advies van de commissie uitgebracht overeenkomstig dat oordeel. 1988 456 29-09-1988 1988 456 29-09-1988 01-01-1989
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De commissie brengt haar advies uit binnen zes weken na de datum waarop het verzoek bij haar is ingekomen. 2 In daarvoor in aanmerking komende gevallen wordt mededeling van het advies gedaan de verpleeginrichting of het bejaardenoord, waarin opneming of dagbehandeling van de verzoeker naar verwachting zal plaatsvinden of reeds plaats heeft gevonden. 1993 541 23-10-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 11, eerste lid Indien het verzoek om advies bij de commissie wordt ingediend nadat de verzoeker reeds in een verpleeginrichting is opgenomen, brengt de commissie in afwijking van het bepaalde in, haar advies uit binnen twee weken na de dag waarop het verzoek bij haar is binnengekomen. 1988 456 29-09-1988 1988 456 29-09-1988 01-01-1989
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Het advies strekt tot een van de volgende conclusies: a. opneming in een bejaardenoord; b. opneming in een psycho-geriatrische verpleeginrichting; c. opneming in een andere verpleeginrichting; d. dagbehandeling in een verpleeginrichting; e. a d opneming of dagbehandeling als bedoeld onder-wordt niet noodzakelijk geacht. 2 e a d Het advies kan alleen strekken tot de in het eerste lid, onder, genoemde conclusie indien de commissie hulpverlening niet noodzakelijk acht dan wel, indien zij andere hulpverlening dan die, genoemd in het eerste lid, ondertot met, wel noodzakelijk acht, nadat zij zich ervan heeft vergewist dat die andere hulp binnen redelijke termijn aan de verzoeker kan worden geboden. Hierbij geeft de commissie zo mogelijk aan, vanuit welke categorie van instellingen of personen naar haar oordeel aan de hulpvraag van de verzoeker het meest doeltreffend tegemoet kan worden gekomen. 3 Het advies kan strekken tot een samenstel van twee van de in het eerste lid genoemde conclusies. 1988 456 29-09-1988 1988 456 29-09-1988 01-01-1989
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 e artikel 13, eerste lid, onder In het advies wordt, behoudens in het geval dat de conclusie luidt als vermeld in, de mate van urgentie tot opneming onderscheidenlijk dagbehandeling aangegeven. 2 In een advies dat strekt tot opneming en verder verblijf in een psycho-geriatrische verpleeginrichting wordt, tenzij de verzoeker blijk geeft van bereidheid daartoe, aangegeven of de commissie van oordeel is dat de stoornis van zijn geestvermogens meebrengt dat verzoeker zich niet buiten een zodanige inrichting kan handhaven. 1993 566 03-11-1993 1993 755 30-12-1993 21-12-1993 17-01-1994
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 b c d artikel 13, eerste lid, onder,of In een advies dat strekt tot een der conclusies als vermeld in, kan de commissie aangeven hoe lang naar haar oordeel de verzoeker ten hoogste op de desbetreffende vorm van hulp is aangewezen. 1988 456 29-09-1988 1988 456 29-09-1988 01-01-1989
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 In het advies wordt de geldigheidsduur ervan vermeld. De geldigheidsduur kan onbepaald zijn. 1988 456 29-09-1988 1988 456 29-09-1988 01-01-1989
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 De verzoeker wordt bij gelegenheid van het uitbrengen van het advies door de commissie in kennis gesteld van de mogelijkheid om aan de commissie een nieuw advies te vragen. 1993 541 23-10-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Ingeval in het verzoek is aangegeven dat de verzoeker in aanmerking wenst te komen voor opneming en verder verblijf in een verpleeginrichting en uit het verzoek blijkt dat dat verblijf naar verwachting niet langer zal duren dan dertien weken, kan de commissie besluiten zonder onderzoek direct een daartoe strekkend advies uit te brengen. Zij geeft in haar advies aan dat de verzoeker naar haar oordeel ten hoogste dertien weken op het verblijf is aangewezen; de geldigheidsduur van zodanig advies stelt zij eveneens op ten hoogste dertien weken. 1993 541 23-10-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Een bewoner van een bejaardenoord dat is of wordt opgeheven, wordt gelijkgesteld met een persoon die in een bezit is van een advies, inhoudende een hoge mate van urgentie tot opneming in een bejaardenoord. 1988 456 29-09-1988 1988 456 29-09-1988 01-01-1989
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 11, tweede lid De instelling waarvoor de verzoeker zijn voorkeur heeft uitgesproken en waaraan overeenkomstig het bepaalde in, een afschrift van het advies is verzonden kan, indien zij daaraan behoefte heeft, de commissie verzoeken om het rapport ter zake. De commissie zendt dit toe, tenzij de verzoeker daartegen desgevraagd bedenkingen heeft geuit; voor zover het rapport medische gegevens bevat, worden deze bovendien alleen toegezonden met toestemming van een arts, lid van de commissie. 2 artikel 11, tweede lid De commissie verzoekt de instellingen aan welke overeenkomstig het bepaalde in, een afschrift van het advies is gezonden, binnen acht weken na ontvangst daarvan aan haar op te geven welke maatregelen voor de verzoeker zijn getroffen of binnen welke termijn deze voor hem naar redelijke verwachting beschikbaar zullen zijn. 3 a d artikel 13, eerste lid, ondertot en met De commissie bevordert de opneming onderscheidenlijk de dagbehandeling van die verzoekers ten aanzien van wie een advies is afgegeven dat strekt tot één der conclusies, vermeld in, en waarvan de geldigheidsduur, zo die is bepaald, voor twee-derden is verstreken. 4 a d artikel 13, eerste lid, ondertot en met Indien in een gebied verpleeginrichtingen en bejaardenoorden, onderling of gezamenlijk, een samenwerkingsverband zijn aangegaan ten behoeve van het treffen van voorzieningen voor hen aan wie een advies is afgegeven dat strekt tot één der conclusies als bedoeld in, richt de commissie zich bij de uitvoering van het tweede en derde lid tot dat samenwerkingsverband. 1993 541 23-10-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 artikel 20, tweede lid De commissie stelt eenmaal per kwartaal Onze Minister, gedeputeerde staten en burgemeester en wethouders op de hoogte van de inhoud van de door haar uitgebrachte adviezen en hetgeen haar omtrent de uitvoering daarvan ingevolge, ter kennis is gekomen. 1988 456 29-09-1988 1988 456 29-09-1988 01-01-1989
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 1993 541 23-10-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikel 4:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht De verzoeker kan burgemeester en wethouders verzoeken te bemiddelen indien zich een geschil met de commissie voordoet over de toepassing van. 1993 541 23-10-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Slechts de leden van de commissie, de secretaris, alsmede de personen wier werkzaamheden bestaan uit het aanleggen en bijhouden van de dossiers van de commissie hebben tot de dossiers rechtstreeks toegang. De medische gegevens worden, onder verantwoordelijkheid van een arts, lid van de commissie, afzonderlijk bewaard; die arts is als enige gerechtigd tot de toegang tot die gegevens. 1988 456 29-09-1988 1988 456 29-09-1988 01-01-1989
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 De commissie verschaft de verzoeker desverlangd inzage in de op de verzoeker betrekking hebbende gegevens in het dossier. 1993 541 23-10-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 De verzoeker kan de commissie verzoeken om verbetering, aanvulling of verwijdering van de op de verzoeker betrekking hebbende gegevens. 2 De commissie beslist binnen acht weken na ontvangst van het verzoek. 3 Belanghebbende kan tegen een beschikking als bedoeld in het tweede lid, beroep instellen bij burgemeester en wethouders. 4 De commissie draagt zorg dat een beschikking tot verbetering, aanvulling of verwijdering zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken, wordt uitgevoerd. 1993 541 23-10-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 artikel 20 Onverminderd het bepaalde inworden de op de verzoeker betrekking hebbende gegevens niet aan derden verstrekt, tenzij deze daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven. 1993 541 23-10-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1988 456 29-09-1988 1988 456 29-09-1988 01-01-1989
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Stb. Het Besluit Opneming in bejaardenoorden (1976, 619) wordt ingetrokken. 1988 456 29-09-1988 1988 456 29-09-1988 01-01-1989
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Dit besluit is niet van toepassing ten aanzien van degenen die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit in het bezit zijn van een advies strekkend tot opneming in een bejaardenoord of van een toestemming tot opneming dan wel dagbehandeling in een verpleeginrichting, totstandgekomen overeenkomstig de bepalingen zoals die golden voor de inwerkingtreding van dit besluit, doch die nog niet zijn opgenomen dan wel nog niet worden behandeld. Het in de vorige volzin bepaalde geldt voor zolang van dat advies dan wel van die toestemming geen gebruik is gemaakt, doch voor ten hoogste drie jaar na de datum van de inwerkingtreding van dit besluit. 1988 456 29-09-1988 1988 456 29-09-1988 01-01-1989
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 Een verzoek om opneming in een bejaardenoord dat is ingediend vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit wordt voor wat betreft de behandeling door de commissie gelijkgesteld met een verzoek dat is ingediend na die inwerkingtreding. 2 In gevallen waarin voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit bij het uitvoeringsorgaan een aanvraag om opneming en verder verblijf onderscheidenlijk dagbehandeling in een verpleeginrichting ingediend is, waarop nog geen beslissing is genomen, is dit besluit niet van toepassing totdat op die aanvraag onherroepelijk is beslist. 1988 456 29-09-1988 1988 456 29-09-1988 01-01-1989
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van de vierde kalendermaand na de datum van uitgifte van hetwaarin het wordt geplaatst. 1988 456 29-09-1988 1988 456 29-09-1988 01-01-1989
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit indicatie-advisering bejaardenoorden en verpleeginrichtingen. 1988 456 29-09-1988 1988 456 29-09-1988 01-01-1989