Besluit van 19 september 1989, tot uitvoering van artikel 2, en andere van de Wet geluidhinder met betrekking tot luchtkussenvoertuigen
- BWB-id
- BWBR0004624
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2010-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004624
- ELI
- /eli/nl/amvb/1989/besluit-luchtkussenvoertuigen-wet-geluidhinder
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1989/besluit-luchtkussenvoertuigen-wet-geluidhinder/2010-12-31
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004624&g=2010-12-31
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004624&z=2026-06-06&g=2010-12-31
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004624/2010-12-31
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1989/besluit-luchtkussenvoertuigen-wet-geluidhinder
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: - luchtkussenvoertuig: een toestel dat blijkens zijn bouw bestemd is zich te verplaatsen op een luchtkussen, dat wordt in stand gehouden tussen het toestel en het dragend oppervlak; - vaart van en naar zee: de vaart met een zeeschip in een van beide richtingen tussen de zee en: 1°. de haven van Amsterdam, over het Noordzeekanaal, alsmede de vaart in die haven en in de aan deze vaarweg gelegen havens en overlaadplaatsen; 2°. de haven van Rotterdam, de haven van Dordrecht en de havens, gelegen aan het Hollands Diep, over de Rotterdamse Waterweg en de Oude Maas, alsmede de vaart in die havens en in de aan deze vaarwegen gelegen havens en overlaadplaatsen; 3°. België over de Westerschelde of het kanaal van Terneuzen, alsmede de vaart in de aan deze vaarwegen gelegen havens en overlaadplaatsen; 4°. de havens van Den Helder, Delfzijl, Hefshuizen (Eemshaven), Harlingen en Scheveningen alsmede de vaart in die havens. 2 Voor de toepassing van het bij of krachtens dit besluit bepaalde behoren luchtkussenvoertuigen tot een zelfde type indien zij – afgezien van veranderingen, opgetreden door gebruik – onderling geen wezenlijke verschillen vertonen wat betreft de eigenschappen of onderdelen die bepalend zijn voor de geluidproduktie. 1989 393 19-09-1989 1989 393 19-09-1989 01-11-1989
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Dit besluit is niet van toepassing op: a. binnenschepen waarmee de beroepsmatige binnenvaart wordt uitgeoefend, indien deze schepen: 1°. Reglement betreffende het onderzoek van schepen op de Rijn Stb. overeenkomstig het(1976, 476) zijn voorzien van een geldig certificaat van onderzoek; 2°. Binnenvaartwet overeenkomstig dezijn voorzien van een geldig certificaat van onderzoek; 3°. Zijn voorzien van een geldig communautair certificaat als bedoeld in de Richtlijn nr. 82/714/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen van 4 oktober 1982 (PbEG L 301), of van een geldig communautair binnenvaartcertificaat als bedoeld in de Richtlijn nr. 2006/87/EG van het Europees parlement en de Raad van 12 december 2006 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen en tot intrekking van richtlijn nr. 82/714/EEG van de Raad (PbEU L 389); b. artikel 7, onderdeel f, van het Binnenvaartbesluit artikel 10 van dat besluit schepen als bedoeld inwaarvoor op grond vaneen voorlopig certificaat is afgegeven; c. zeeschepen waarmee de beroepsmatige zeevaart wordt uitgeoefend, bij de vaart van en naar zee, indien deze schepen: 1°. Schepenwet Stb. overeenkomstig de(1909, 219) zijn voorzien van een geldig certificaat van deugdelijkheid; 2°. Trb. voldoen aan de eisen van het Internationaal Verdrag voor de beveiliging van mensenlevens op zee, 1974 (1976, 157, en 1977, 77), ten bewijze waarvan de vereiste geldige certificaten, afgegeven door of namens de bevoegde autoriteiten van het land van registratie, aan boord dienen te zijn; 3°. voldoen aan de door de Internationale Maritieme Organisatie opgestelde "Voorschriften voor dynamisch gedragen vaartuigen" (Code of Safety for Dynamically Supported Craft - Res. A.373(X) -), ten bewijze waarvan de vereiste geldige certificaten, afgegeven door of namens de bevoegde autoriteiten van het land van registratie, aan boord dienen te zijn; d. artikel 2 bis g artikel 2, eerste lid, onder, van de Schepenwet schepen waarvoor op grond vanjunctoeen vergunning is afgegeven; e. schepen, varende van zee naar België of in tegengestelde richting; f. Stcrt. rijksvaartuigen die voldoen aan de Veiligheidsnormen en voorschriften voor rijksvaartuigen 1976 (1976, 78). 2 Dit besluit is voorts niet van toepassing op luchtkussenvoertuigen die in het belang van de landsverdediging op militaire oefenterreinen worden gebezigd. 2010 746 09-11-2010 07-10-2010 2010 866 29-12-2010 16-12-2010 31-12-2010
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 1.2, tweede lid, onderdeel b, van de Wet milieubeheer Het is verboden een luchtkussenvoertuig te gebruiken, zonder vergunning, verleend door Onze Minister. Voor het gebruik van een luchtkussenvoertuig in een gebied, aangewezen overeenkomstig, wordt geen vergunning verleend. 2 Het verbod, gesteld in het eerste lid, geldt niet voor zover daarvan door Onze Minister ontheffing is verleend voor het gebruik van het luchtkussenvoertuig ten behoeve van een proefvaart in het kader van de bedrijfsmatige vervaardiging. Aan een ontheffing kunnen in het belang van het voorkomen of beperken van geluidhinder voorschriften worden verbonden. 2006 586 30-11-2006 20-10-2006 2006 661 19-12-2006 07-12-2006 01-01-2007
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 1993 583 02-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 3, eerste lid Bij de aanvraag om een vergunning als bedoeld in, dienen door de aanvrager de volgende gegevens te worden overgelegd: a. de vermelding van naam en adres van de aanvrager; b. de vermelding van het doel waarvoor de aanvrager het luchtkussenvoertuig wil gebruiken; c. een opgave van de plaats waar of het traject waarop de aanvrager het luchtkussenvoertuig wil gebruiken; d. een omschrijving van het aantal keren en de tijdsduur per keer dat de aanvrager het luchtkussenvoertuig wil gebruiken; e. Trb. het rapport van het akoestisch onderzoek dat dient te worden uitgevoerd overeenkomstig aanwijzing 13 van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart, bedoeld in artikel 43 van de Herziene Rijnvaartakte (1955, 161); f. een omschrijving van de aard, de omvang en de duur van de te verwachten uitstraling van het geluid naar de omgeving, alsmede van de methode volgens welke deze zijn vastgesteld. 1993 583 02-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Alvorens te beslissen omtrent een aanvraag om een ontheffing, zendt Onze Minister aan gedeputeerde staten van de provincie waarop de aanvraag betrekking heeft een afschrift van de aanvraag en stelt hij gedeputeerde staten in de gelegenheid om hem daarover binnen vier weken na de toezending schriftelijk hun mening kenbaar te maken. 1993 583 02-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 5, vijfde lid, van de Wet geluidhinder Een vergunning en een ontheffing kunnen worden gewijzigd of ingetrokken.is op de wijziging of intrekking van een ontheffing van overeenkomstige toepassing. 1993 42 14-01-1993 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 3 Met betrekking tot luchtkussenvoertuigen die bij het in werking treden van dit besluit reeds vervaardigd en in Nederland aanwezig waren, dan wel die behoren tot een type dat bij het in werking treden van dit besluit reeds in Nederland in produktie was genomen, geldtmet ingang van een jaar na de datum van inwerkingtreding van dit besluit. 1989 393 19-09-1989 1989 393 19-09-1989 01-11-1989
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit luchtkussenvoertuigen Wet geluidhinder. 1989 393 19-09-1989 1989 393 19-09-1989 01-11-1989