Besluit van 4 juli 1989, houdende vaststelling van het Besluit opneming buitenlandse pleegkinderen en wijziging van het Uitvoeringsbesluit Kinderbescherming
- BWB-id
- BWBR0004582
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2020-02-13
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004582
- ELI
- /eli/nl/amvb/1989/besluit-opneming-buitenlandse-kinderen-ter-adoptie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1989/besluit-opneming-buitenlandse-kinderen-ter-adoptie/2020-02-13
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004582&g=2020-02-13
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004582&z=2026-06-06&g=2020-02-13
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004582/2020-02-13
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1989/besluit-opneming-buitenlandse-kinderen-ter-adoptie
Artikel I — Artikel I#
Artikel I Vastgesteld worden de volgende bepalingen, die kunnen worden aangehaald als: Besluit opneming buitenlandse pleegkinderen. 1989 262 04-07-1989 1989 262 04-07-1989 15-07-1989
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikel 5, tweede lid, van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie Onze Minister wijst, ter uitvoering van, een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid aan, die krachtens zijn doelstelling tot taak heeft algemene voorlichting te verstrekken aan aspirant-adoptiefouders die een verzoek tot verlening van een beginseltoestemming hebben ingediend, hierna te noemen: aangewezen rechtspersoon. 2020 41 12-02-2020 31-01-2020 2020 41 12-02-2020 31-01-2020 13-02-2020
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De aan te wijzen rechtspersoon moet aan de volgende eisen voldoen: a. hij heeft zich verzekerd van de diensten van geschoolde voorlichters die bekend zijn met de gang van zaken op het gebied van interlandelijke adoptie; b. hij is op geen enkele wijze betrokken bij de bemiddeling inzake de opneming van buitenlandse kinderen ter adoptie en is ook overigens in staat tot een onafhankelijke vervulling van zijn taak; c. zijn organisatie is op zodanige wijze opgezet dat redelijkerwijze te verwachten is dat zijn werkzaamheden kunnen worden bekostigd uit de bijdragen van aspirant-adoptiefouders in de kosten van de algemene voorlichting; d. hij is bereid tot samenwerking met andere instanties die werkzaam zijn op het gebied van interlandelijke adoptie; e. hij is ook overigens in staat zijn taak naar behoren te vervullen; f. zijn werkzaamheden zijn niet gericht op winst. 1998 388 09-07-1998 30-06-1998 1998 475 06-08-1998 15-07-1998 24811 01-10-1998
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 1 artikel 2 Onze Minister kan de op grond vangedane aanwijzing intrekken indien de aangewezen rechtspersoon naar zijn oordeel niet langer voldoet aan de ingenoemde eisen. 2 artikel 1 De in het eerste lid bedoelde intrekking vindt plaats onder gelijktijdige voorziening door Onze Minister in de inbedoelde taak. 1993 399 06-07-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 2020 41 12-02-2020 31-01-2020 2020 41 12-02-2020 31-01-2020 13-02-2020
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Het bestuur is slechts na voorafgaande goedkeuring van Onze Minister bevoegd de statuten te wijzigen of de aangewezen rechtspersoon te ontbinden. 2020 41 12-02-2020 31-01-2020 2020 41 12-02-2020 31-01-2020 13-02-2020
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 8 artikel 4, onder e, van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie Behoudens het bepaalde inwordt de verstrekking van algemene voorlichting bekostigd uit de inbedoelde bijdragen van aspirant-adoptiefouders. De algemene voorlichting wordt gegeven gedurende zes bijeenkomsten, waarvan de eerste inleidend is. 2 Het bedrag van de in het eerste lid genoemde bijdrage wordt vastgesteld op € 210,– voor de inleidende bijeenkomst en € 1.385,– voor vijf daaropvolgende bijeenkomsten tezamen. 3 De aangewezen rechtspersoon int de in het eerste lid bedoelde bijdragen. 4 Omtrent de geïnde bedragen wordt maandelijks aan Onze Minister een opgave verstrekt. 2020 41 12-02-2020 31-01-2020 2020 41 12-02-2020 31-01-2020 13-02-2020
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De aangewezen rechtspersoon zendt jaarlijks vóór 1 oktober een begroting voor het daaropvolgende jaar ter goedkeuring aan Onze Minister. De begroting is voorzien van een toelichting en gaat vergezeld van een beschrijving van de wijze waarop de aangewezen rechtspersoon zich voorneemt zijn werkzaamheden in het komende boekjaar te verrichten. De begroting geeft inzicht in de aard en de omvang van de baten en lasten van de aangewezen rechtspersoon. De begroting kan vergezeld gaan van een aanvraag om subsidie ter tegemoetkoming in de kosten van de aangewezen rechtspersoon. 2020 41 12-02-2020 31-01-2020 2020 41 12-02-2020 31-01-2020 13-02-2020
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Onze Minister kan een subsidie verlenen ter tegemoetkoming in de kosten van de aangewezen rechtspersoon, indien de voor het begrotingsjaar voorziene baten aanmerkelijk achterblijven bij de lasten. De beschikking wordt voor 1 januari van het jaar waarvoor de subsidie is aangevraagd bekendgemaakt. 2020 41 12-02-2020 31-01-2020 2020 41 12-02-2020 31-01-2020 13-02-2020
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 8, eerste lid Het bedrag van de subsidie als bedoeld in, kan in de loop van het begrotingsjaar naar boven worden aangepast, indien de noodzaak daartoe is gebleken in verband met het aanmerkelijke achterblijven van te ontvangen bijdragen van aspirant-adoptiefouders. Een daartoe strekkende aanvraag dient uiterlijk op 1 oktober van het lopende begrotingsjaar te zijn ingediend. De aanvraag gaat vergezeld van een actueel overzicht van de financiële toestand van de aangewezen rechtspersoon. 2020 41 12-02-2020 31-01-2020 2020 41 12-02-2020 31-01-2020 13-02-2020
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De aangewezen rechtspersoon verstrekt Onze Minister alle gevraagde inlichtingen omtrent de uitvoering van zijn taak. 2 artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De aangewezen rechtspersoon zendt jaarlijks binnen vier maanden na afloop van het boekjaar aan Onze Minister een balans en een exploitatierekening alsmede een verslag van zijn werkzaamheden over het afgelopen boekjaar. Deze stukken gaan vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid van een accountant als bedoeld in. 3 artikel 8, eerste lid artikel 9 artikel 1 Na ontvangst van de bescheiden als bedoeld in het tweede lid, wordt, indien subsidie was verleend, de subsidie vastgesteld overeenkomstig, en met inachtneming van de aanpassingen op grond van. Subsidiebaten mogen tot een door Onze Minister vast te stellen maximum worden gereserveerd door opneming als risicofonds op de balans. De in het fonds opgenomen subsidiebaten dienen te worden bestemd ter bekostiging van de uitvoering van de inomschreven taak. 4 Indien blijkt dat de subsidie ten gevolge van het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens is vastgesteld op een bedrag dat hoger is dan wanneer het zou zijn vastgesteld op grond van juiste en volledige gegevens wordt de subsidie opnieuw vastgesteld. 2020 41 12-02-2020 31-01-2020 2020 41 12-02-2020 31-01-2020 13-02-2020
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De aan aspirant-adoptiefouders te verstrekken algemene voorlichting omvat in elk geval: a. een schriftelijke documentatie betreffende de opneming en de adoptie van een buitenlands kind; b. ten minste drie voorlichtingsbijeenkomsten waarin de schriftelijke documentatie wordt toegelicht en aspirant-adoptiefouders nader op de opneming en de adoptie van een buitenlands kind worden voorbereid. 1998 388 09-07-1998 30-06-1998 1998 475 06-08-1998 15-07-1998 24811 01-10-1998
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Het bestuur van een vergunninghouder is zodanig samengesteld dat daarin voldoende deskundigheid met betrekking tot de financiële, de juridische en de maatschappelijke aspecten van de werkzaamheden is vertegenwoordigd. 1989 262 04-07-1989 1989 262 04-07-1989 15-07-1989
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Een vergunninghouder stelt Onze Minister onverwijld in kennis van elke wijziging van zijn statuten alsmede van de samenstelling van zijn bestuur. 1989 262 04-07-1989 1989 262 04-07-1989 15-07-1989
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Indien werkzaamheden door vrijwilligers worden verricht, geschiedt zulks onder de verantwoordelijkheid van de vergunninghouder. 1989 262 04-07-1989 1989 262 04-07-1989 15-07-1989
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Een vergunninghouder beschikt over zodanige kantoorruimte dat de vertrouwelijkheid van besprekingen in verband met de opneming van buitenlandse pleegkinderen is gewaarborgd. Voorts beschikt hij over een niet voor derden toegankelijke, tegen brand beschermde archiefruimte. 1989 262 04-07-1989 1989 262 04-07-1989 15-07-1989
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 De vergunninghouder legt de afspraken die tussen hem en de aspirant-pleegouders zijn gemaakt, schriftelijk vast. 1989 262 04-07-1989 1989 262 04-07-1989 15-07-1989
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Een vergunninghouder verleent het Bureau alle noodzakelijke medewerking bij het verzamelen en bijhouden van de voor algemene voorlichting vereiste documentatie. 2 Een vergunninghouder verstrekt andere vergunninghouders alle inlichtingen die in verband met de verrichting van hun taak voor hen van nut kunnen zijn. 1998 388 09-07-1998 30-06-1998 1998 475 06-08-1998 15-07-1998 24811 01-10-1998
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 1998 388 09-07-1998 30-06-1998 1998 475 06-08-1998 15-07-1998 24811 01-10-1998
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 1998 388 09-07-1998 30-06-1998 1998 475 06-08-1998 15-07-1998 24811 01-10-1998
Artikel II — Artikel II#
Artikel II Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1989 262 04-07-1989 1989 262 04-07-1989 15-07-1989
Artikel III — Artikel III#
Artikel III Wet opneming buitenlandse pleegkinderen Stb. Dit besluit, alsmede de(1988, 566), treden in werking met ingang van 15 juli 1989. 1989 262 04-07-1989 1989 262 04-07-1989 15-07-1989