Besluit van 17 januari 1990, houdende regels betreffende bedrijfsbrandweren
- BWB-id
- BWBR0004694
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2007-01-01 t/m 2010-09-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004694
- ELI
- /eli/nl/amvb/1990/besluit-bedrijfsbrandweren
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1990/besluit-bedrijfsbrandweren/2007-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004694&g=2007-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004694&z=2026-06-06&g=2007-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004694/2007-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1990/besluit-bedrijfsbrandweren
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. de bedrijfsbrandweer: de organisatie van mensen en middelen die tot doel heeft het bestrijden van branden en ongevallen op het terrein van de inrichting; b. artikel 3, eerste lid het rapport: het rapport inzake de bedrijfsbrandweer, bedoeld in. c. artikel 10 van het Besluit risico's zware ongevallen 1999 het veiligheidsrapport: het rapport, bedoeld in. 2000 108 07-03-2000 19-02-2000 2000 108 07-03-2000 19-02-2000 08-03-2000
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Voor een aanwijzing als inrichting die over een bedrijfsbrandweer moeten beschikken, komen slechts in aanmerking: a. paragraaf 2 van het Besluit risico's zware ongevallen 1999 inrichtingen waaropvan toepassing is; b. Hoofdstuk 2, Afdeling 2, van het Arbeidsomstandighedenbesluit inrichtingen met installaties waaropvan toepassing is voor zover het betreft: 1°. inrichtingen die geheel of nagenoeg geheel zijn bestemd voor de opslag in verband met vervoer van in die afdeling genoemde stoffen, al dan niet in combinatie met andere stoffen en producten; 2°. Besluit risico's zware ongevallen 1999 spoorwegemplacementen voor zover zij geen onderdeel zijn van een inrichting waarop hetvan toepassing is; c. b artikel 15, onderdeel, van de Kernenergiewet artikel 44 van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen inrichtingen, bedoeld in, behoudens in de gevallen datvan toepassing is; d. artikel 29, eerste lid, van de Kernenergiewet a b inrichtingen, waarin radioactieve stoffen voorhanden zijn, worden bereid dan wel toegepast, bedoeld in, niet zijnde inrichtingen als bedoeld in de onderdelenenvan dit artikel; e. inrichtingen, waarin vaste stoffen of vloeistoffen voorhanden zijn, die bij verhitting tot brandgevaarlijke situaties kunnen leiden en waarvan de totale verbrandingsenergie meer bedraagt dan 46.1011 kJ. 2000 108 07-03-2000 19-02-2000 2000 108 07-03-2000 19-02-2000 08-03-2000
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Alvorens tot aanwijzing over te gaan, verzoeken burgemeester en wethouders het hoofd of de bestuurder van de inrichting, waarvan zij redelijkerwijs kunnen vermoeden dat deze in geval van brand of ongevallen een bijzonder gevaar voor de openbare veiligheid kan vormen, binnen drie maanden na ontvangst van het verzoek aan hen een rapport inzake de bedrijfsbrandweer over te leggen, dat de volgende gegevens bevat: a. een algemene beschrijving van de inrichting, van de daarin voorkomende stoffen en de eigenschappen van deze stoffen; b. een algemene beschrijving van de processen die in de inrichting plaatsvinden; c. de geloofwaardige incidentscenario’s dat wil zeggen een beschrijving van de aard, de omvang, het verloop in de tijd en de bestrijding of de beheersing van een brand of een ongeval op het terrein van de inrichting, 1°. die gegeven de aard van een installatie of de inrichting, rekening houdend met de daarin aangebrachte preventieve voorzieningen, als zeer reëel en typerend wordt geacht, 2°. waarbij schade aan gebouwen of personen in de omgeving van de inrichting kan ontstaan, en 3°. waarbij van preventieve of repressieve maatregelen duidelijk effect verwacht mag worden, waardoor escalatie daarvan wordt voorkomen; d. c de maatgevende incidentscenario’s dat wil zeggen de geloofwaardige incidentscenario's, bedoeld in onderdeel, die bepalend zijn voor de omvang en de uitrusting van de bedrijfsbrandweer; e. een beschrijving van de organisatie van de nodig geachte bedrijfsbrandweer, waaronder de omvang van het personeel en het materieel. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien voor de inrichting een veiligheidsrapport moet worden ingediend. 3 artikel 2.2b van het Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 10 van het Besluit risico’s zware ongevallen 1999 Indien gegevens als bedoeld in het eerste lid reeds zijn opgenomen in een of meer arbeidsveiligheidsrapporten als bedoeld inof een veiligheidsrapport als bedoeld in, kan in het rapport worden volstaan met een verwijzing naar de desbetreffende gegevens. 4 Burgemeester en wethouders zenden een exemplaar van het rapport aan: a. artikel 1, derde lid, onderdeel d, van de Arbeidsomstandighedenwet de daartoe door Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aangewezen toezichthouder, bedoeld in; b. het bestuur van de regionale brandweer in wier grondgebied de inrichting is gelegen; c. artikel 8.2 van de Wet milieubeheer het bestuursorgaan dat overeenkomstigbevoegd is een vergunning voor de desbetreffende inrichting te verlenen, tenzij burgemeester en wethouders dat bestuursorgaan zijn; d. artikel 1, onderdeel g, van de Luchtvaartwet Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, indien de inrichting is gelegen op of deel uitmaakt van een luchtvaartterrein als bedoeld in; e. Onze Minister van Defensie, indien de inrichting is gelegen op of deel uitmaakt van een bij de krijgsmacht ingebruik zijnd terrein. 5 Burgemeester en wethouders kunnen het hoofd of de bestuurder van de inrichting verzoeken hen aanvullende gegevens te verschaffen. 2006 674 21-12-2006 05-12-2006 2006 675 21-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3, eerste lid artikel 3, tweede lid Indien burgemeester en wethouders van oordeel zijn dat de inrichting waarvoor zij ingevolge, een rapport of ingevolge, een veiligheidsrapport hebben ontvangen in geval van brand of ongevallen bijzonder gevaar kan opleveren voor de openbare veiligheid, wijzen zij, met inachtneming van de bij dit besluit behorende bijlage, de inrichting aan die binnen een door hen te stellen termijn over een bedrijfsbrandweer dient te beschikken. 2 artikel 3, vierde lid Burgemeester en wethouders gaan niet over tot het aanwijzen van een inrichting dan nadat de in, bedoelde functionarissen door hen in de gelegenheid zijn gesteld advies ter zake uit te brengen en nadat het hoofd of de bestuurder van de inrichting door hen is gehoord. 3 Burgemeester en wethouders kunnen inrichtingen aanwijzen die gezamenlijk over een bedrijfsbrandweer dienen te beschikken. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. 4 artikel 3, vierde lid Burgemeester en wethouders maken de aanwijzing, bedoeld in het eerste en derde lid, bekend aan de in, bedoelde functionarissen. 5 Burgemeester en wethouders kunnen in de aanwijzing, bedoeld in het eerste en derde lid, slechts eisen stellen aan: Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. a. het opleidingsniveau en de geoefendheid van het personeel van de bedrijfsbrandweer; b. de voorzieningen inzake bluswater, melding, alarmering en verbindingen; c. het blusmaterieel; d. de beschermende middelen; e. de alarmering van en samenwerking met de gemeentelijke brandweer en andere hulpverleningsorganisaties; f. de omvang van het personeel en het materieel van de bedrijfsbrandweer. 6 Brandweerwet 1985 Burgemeester en wethouders houden bij het vaststellen van de eisen, bedoeld in het vijfde lid, rekening met de eisen die ter zake aan de inrichting worden gesteld bij of krachtens deen andere wetten. 2000 108 07-03-2000 19-02-2000 2000 108 07-03-2000 19-02-2000 08-03-2000
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Na wijziging of uitbreiding van een aangewezen inrichting dan wel verandering van de daarin gebezigde processen die in betekenende mate consequenties hebben voor de inhoud van het rapport, dient het hoofd of de bestuurder van die inrichting zo spoedig mogelijk een dienovereenkomstig gewijzigd rapport aan burgemeester en wethouders over te leggen. 2 Het eerste lid is niet van toepassing indien voor de inrichting een veiligheidsrapport dan wel een met die wijziging of uitbreiding verband houdende wijziging of bijwerking van dat rapport moet worden ingediend. 3 Artikel 3, derde tot en met vijfde lid , is van overeenkomstige toepassing. 4 artikel 4 artikel 4, vijfde lid Indien het gewijzigde rapport, het veiligheidsrapport of de wijziging daarvan daartoe aanleiding geven, kunnen burgemeester en wethouders de aanwijzing, bedoeld in, eerste dan wel derde lid, intrekken dan wel met inachtneming van de bij dit besluit behorende bijlage de eisen, bedoeld in, wijzigen. 5 Burgemeester en wethouders bepalen bij het vaststellen van de gewijzigde eisen, bedoeld in het vierde lid, een termijn waarbinnen aan die eisen moet zijn voldaan. 6 Artikel 4, tweede, vierde en zesde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2000 108 07-03-2000 19-02-2000 2000 108 07-03-2000 19-02-2000 08-03-2000
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 3, eerste lid, onderdeel d artikel 4 artikel 4, vijfde lid bijlage III, onder 1. l, van het Besluit risico's zware ongevallen 1999 Na wijziging van de omgeving van een aangewezen inrichting die in betekenende mate consequenties heeft voor de maatgevende incidentscenario's, bedoeld in, dan wel voor de scenario's voor een mogelijk zwaar ongeval op het terrein van de inrichting, bedoeld in, kunnen burgemeester en wethouders de aanwijzing, bedoeld in, eerste dan wel derde lid, intrekken dan wel met inachtneming van de bij dit besluit behorende bijlage de eisen, bedoeld in, wijzigen. 2 Burgemeester en wethouders bepalen bij het vaststellen van de gewijzigde eisen, bedoeld in het eerste lid, een termijn waarbinnen aan die eisen moet zijn voldaan. 3 Artikel 4, tweede, vierde en zesde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2000 108 07-03-2000 19-02-2000 2000 108 07-03-2000 19-02-2000 08-03-2000
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 2.2b van het Arbeidsomstandighedenbesluit Indien met betrekking tot een zelfde inrichting naast een rapport tevens een of meer arbeidsveiligheidsrapporten als bedoeld in, moeten worden ingediend, dienen de onderscheidene bestuursorganen bij wie de betrokken rapporten moeten worden ingediend, hun activiteiten met betrekking tot de beoordeling van die rapporten zoveel mogelijk op elkaar af te stemmen. 2000 108 07-03-2000 19-02-2000 2000 108 07-03-2000 19-02-2000 08-03-2000
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikelen 1 tot en met 7 Op een inrichting die is gelegen op of deel uitmaakt van een bij de krijgsmacht in gebruik zijnd terrein, voor zover er gegevens in het geding zijn waarvan de geheimhouding door het belang van de veiligheid van de staat is geboden, zijn devan toepassing met dien verstande dat: a. artikelen 3, eerste, en vierde lid, aanhef en onderdeel c, en vijfde lid 4 5, eerste, vierde en vijfde lid 6, eerste en tweede lid 9 Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in plaats van burgemeester en wethouders optreedt in de,,,, en; b. artikel 3, vierde lid Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een exemplaar van het rapport, naast de in, genoemde functionarissen en bestuursorganen, zendt aan burgemeester en wethouders van de gemeente waarin een inrichting als bedoeld in de aanhef van dit artikel is gelegen. 2004 155 20-04-2004 19-03-2004 2005 81 24-02-2005 08-02-2005 25-02-2005
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 28 van het Besluit risico's zware ongevallen 1999 artikel 3, tweede lid Totdat het hoofd of de bestuurder van een inrichting ingevolgevoor de eerste keer een veiligheidsrapport heeft ingediend, kunnen burgemeester en wethouders hem in afwijking van, verzoeken een rapport over te leggen. 2 artikel 5, eerste lid artikel 5, tweede lid In een geval als bedoeld in, dient het hoofd of de bestuurder, bedoeld in het eerste lid, in afwijking van, een gewijzigd rapport over te leggen. 2000 108 07-03-2000 19-02-2000 2000 108 07-03-2000 19-02-2000 08-03-2000
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 13 van de Brandweerwet 1985 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waaropin werking treedt. 1990 80 17-01-1990 1990 81 19-01-1990 01-03-1990
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit bedrijfsbrandweren. 1990 80 17-01-1990 1990 81 19-01-1990 01-03-1990
Artikel 8#
artikel 8
Artikel 1#
artikel 1
Artikel 5#
artikel 5
Artikel 3#
artikelen 3
Artikel 4#
4
Artikel 5#
artikel 5
Artikel 5#
artikel 5