Besluit van 31 oktober 1989, houdende regels over de rechtspositie en de bezoldiging van de voorzitter en de leden van het Commissariaat voor de Media en van zijn personeel alsmede van de voorzitter en de leden van het bestuur van het Bedrijfsfonds voor de Pers en zijn personeel
- BWB-id
- BWBR0004641
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2007-07-01 t/m 2008-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004641
- ELI
- /eli/nl/amvb/1990/besluit-rechtspositie-en-bezoldiging-voorzitter-en-leden-van
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1990/besluit-rechtspositie-en-bezoldiging-voorzitter-en-leden-van/2007-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004641&g=2007-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004641&z=2026-06-06&g=2007-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004641/2007-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1990/besluit-rechtspositie-en-bezoldiging-voorzitter-en-leden-van
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 Het college van commissarissen van het Commissariaat voor de Media alsmede het bestuur van het Stimuleringsfonds voor de pers stellen een rechtspositieregeling ten behoeve van het personeel vast, die gelijkwaardig is aan de op de Rijksambtenaren van toepassing zijnde regelingen, voor zover daarvan niet in dit besluit wordt afgeweken. 2007 193 07-06-2007 24-05-2007 2007 218 21-06-2007 11-06-2007 01-07-2007
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Het college van commissarissen van het Commissariaat voor de Media en het bestuur van het Stimuleringsfonds voor de pers benoemen en ontslaan het personeel van respectievelijk het Commissariaat voor de Media en het Stimuleringsfonds voor de pers. 2007 193 07-06-2007 24-05-2007 2007 218 21-06-2007 11-06-2007 01-07-2007
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 De leden van het Commissariaat voor de Media worden bezoldigd volgens het hoogste salarisnummer behorende bij schaal 17 als vermeld in, op basis van een volledige werkweek. 2 Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met de leden van het Commissariaat, de gemiddelde arbeidsduur per week over de periode van een jaar, tot ten hoogste 36 uur per week, vastgesteld. Indien de gemiddelde arbeidsduur op minder dan een volledige werkweek wordt vastgesteld, wordt de bezoldiging, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid vastgesteld. 3 De bezoldiging van de leden wordt in maandelijkse termijnen betaald en wordt niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van hun overlijden. 4 artikelen 21 22 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 De leden van het Commissariaat hebben recht op een vakantie-uitkering overeenkomstig deen. 5 Besluit tegemoetkoming ziektekosten rijkspersoneel De leden van het Commissariaat ontvangen een tegemoetkoming in de ziektekosten overeenkomstig het. 6 Reisbesluit binnenland Reisbesluit buitenland De leden van het Commissariaat hebben recht op een vergoeding voor reis- en verblijfkosten overeenkomstig heten het. 7 Besluit vergoeding representatiekosten rijkspersoneel De leden van het Commissariaat ontvangen een representatievergoeding overeenkomstig het. 8 Het Commissariaat regelt de overige vergoedingen van kosten van de leden die verband houden met de uitoefening van hun functie. Deze regels behoeven de goedkeuring van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. 2007 193 07-06-2007 24-05-2007 2007 218 21-06-2007 11-06-2007 01-07-2007
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 In geval van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte ontvangen de leden van het Commissariaat voor de Media volledige doorbetaling van hun bezoldiging tot aan het tijdstip van toekenning van een invaliditeitspensioen op grond van het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds Abp, met dien verstande dat de doorbetaling in ieder geval eindigt op de dag waarop de benoemingstermijn eindigt. 2 Aanspraken op uitkeringen in verband met arbeidsongeschiktheid wegens ziekte op grond van enige sociale verzekeringswet worden in mindering gebracht op de doorbetaling van de bezoldiging. 2001 266 19-06-2001 21-05-2001 2001 266 19-06-2001 21-05-2001 20-06-2001
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 Indien een lid van het Commissariaat na ommekomst van de benoemingstermijn niet wordt herbenoemd, heeft hij aanspraak op een uitkering overeenkomstig de volgende leden. 2 De uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt toegekend voor een periode gelijk aan het tijdvak waarin betrokkene zonder onderbreking als lid van het Commissariaat heeft gefungeerd, met dien verstande dat de uitkering in ieder geval eindigt met ingang van de dag waarop betrokkene de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt of met ingang van de dag volgende op die waarop betrokkene is overleden. 3 De uitkering, bedoeld in het eerste lid, wordt niet toegekend indien betrokkene op eigen verzoek niet als lid van het Commissariaat wordt herbenoemd of herbenoeming weigert. 4 De uitkering, bedoeld in het eerste lid, bedraagt gedurende het eerste jaar 80% en vervolgens 70% van de laatstelijk als lid van het Commissariaat genoten bruto bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering. 5 Indien in de bezoldiging van het rijkspersoneel een wijziging wordt aangebracht, wordt de in het vierde lid bedoelde laatstelijk genoten bezoldiging voor de toepassing van dat lid met ingang van het tijdstip van ingang van de bezoldigingswijziging overeenkomstig aangepast. 6 Inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf die niet reeds werden genoten tijdens de uitoefening van de functie, worden met de uitkering verrekend. Deze verrekening geschiedt aldus dat de uitkering wordt verminderd met het bedrag waarmee de uitkering, vermeerderd met die inkomsten, de laatstelijk genoten bruto-bezoldiging en de vakantie-uitkering, waarvan de uitkering is afgeleid, met een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage of meer overschrijdt. 2001 266 19-06-2001 21-05-2001 2001 266 19-06-2001 21-05-2001 20-06-2001
Artikel 4b — Artikel 4b#
Artikel 4b artikelen 3 tot en met 4a Het Commissariaat voor de Media is belast met de uitvoering van de. De daaruit voortvloeiende kosten van bezoldiging, uitkeringen en vergoedingen komen ten laste van het Commissariaat. 2001 266 19-06-2001 21-05-2001 2001 266 19-06-2001 21-05-2001 20-06-2001
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Het is de leden van het Commissariaat voor de Media bij de uitoefening van hun functie verboden vergoedingen, beloningen, giften of beloften van derden te vorderen, te verzoeken of aan te nemen. 2 De leden van het Commissariaat melden terstond aan Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de nevenfuncties die zij vervullen bij de aanvang van de uitoefening van hun functie of die zij tijdens de uitoefening van hun functie aanvaarden of beëindigen. Zij doen desgevraagd aan genoemde minister schriftelijk opgave van de aan die nevenfuncties verbonden beloningen. 2007 193 07-06-2007 24-05-2007 2007 218 21-06-2007 11-06-2007 01-07-2007
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Voor het personeel afkomstig van het bureau van de Regeringscommissaris voor de Omroep geldt aanvullend: 1. Algemeen Rijksambtenarenreglement Het aantal vakantiedagen plus de zogenaamde vergrijzingsdagen, waarop zij op 31 december 1987 recht hadden, wordt ongewijzigd gehandhaafd met dien verstande dat dit aantal dagen nimmer minder zal zijn dan dat waarop ingevolge hetaanspraak bestaat. 2. Degenen die op 31 december 1987 arbeidsongeschikt waren behouden hun rechten op doorbetaling van salaris bij ziekte op grond van de voor hen op dat moment geldende regeling. 3. Degenen die op 31 december 1987 op grond van de dan geldende studiekostenregeling een studie volgden, houden hun rechten op vergoeding op grond van die regeling en uitsluitend voor de reeds aangevangen studie. 1989 499 31-10-1989 1989 499 31-10-1989 01-01-1990
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Diensttijd doorgebracht bij het bureau van de Regeringscommissaris voor de Omroep en de Nederlandse Omroep Stichting, wordt beschouwd als diensttijd doorgebracht bij het Commissariaat voor de Media voor degenen, die direct aansluitend op hun dienstverband bij het bureau van de Regeringscommissaris voor de Omroep en de Nederlandse Omroep Stichting in dienst treden bij het Commissariaat voor de Media. 1989 499 31-10-1989 1989 499 31-10-1989 01-01-1990
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Voor de salariëring is van toepassing het. 2 bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 De inschaling in de salaristabel als bedoeld ingeschiedt zodanig dat: a. degene die met behoud van functie en/of schaal overgaat en die bovendien werd bezoldigd volgens dit besluit, hetzelfde salarisnummer behoudt; b. degene die met behoud van functie en/of schaal overgaat het salarisnummer krijgt behorende bij het bruto salaris dat het dichtst bij en niet lager dan zijn laatstverdiende bruto salaris ligt; c. voor degene die een andere functie en schaal krijgt, zijn laatstverdiende bruto salaris de ondergrens voor herinschaling vormt. 3 Schriftelijke toezeggingen met betrekking tot de inschaling en bevordering, welke door of namens het bevoegd gezag voor de overgang zijn gedaan, worden gehonoreerd. 4 Indien bij het in het eerste lid bedoelde salarisnummer een hoger bedrag hoort dan het maximum van de salarisschaal waarop betrokkene wordt ingeschaald, wordt het verschil tussen die twee salarisnummers in de vorm van een persoonsgebonden toelage uitgekeerd. 1989 499 31-10-1989 1989 499 31-10-1989 01-01-1990
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 De leden van het bestuur van het Stimuleringsfonds worden bezoldigd volgens het hoogste salarisnummer behorende bij schaal 17 als vermeld in, op basis van een volledige werkweek. 2 Bij ministeriële regeling wordt, na overleg met de leden van het bestuur van het Stimuleringsfonds, de gemiddelde arbeidsduur over de periode van een jaar, tot ten hoogste 36 uur per week, vastgesteld. Indien de gemiddelde arbeidsduur op minder dan een volledige werkweek wordt vastgesteld, wordt de bezoldiging, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid vastgesteld. 3 De bezoldiging van de leden van het bestuur wordt in maandelijkse termijnen betaald en wordt niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van hun overlijden. 4 artikelen 21 22 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 De leden van het bestuur van het Stimuleringsfonds hebben recht op een vakantie-uitkering overeenkomstig deen. 5 Reisbesluit binnenland Reisbesluit buitenland De leden van het bestuur van het Stimuleringsfonds hebben recht op een vergoeding voor reis- en verblijfkosten overeenkomstig heten het. 6 Besluit vergoeding representatiekosten rijkspersoneel De leden van het bestuur van het Stimuleringsfonds ontvangen een representatievergoeding overeenkomstig het. 7 Het Stimuleringsfonds regelt de overige vergoedingen van de leden van het bestuur voor kosten die verband houden met de uitoefening van hun functie. Deze regels behoeven de goedkeuring van Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Goedkeuring kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. 2007 193 07-06-2007 24-05-2007 2007 218 21-06-2007 11-06-2007 01-07-2007
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 9 Het Stimuleringsfonds voor de pers is belast met de uitvoering van. De daaruit voortvloeiende kosten van bezoldiging, uitkeringen en vergoedingen komen ten laste van het Stimuleringsfonds. 2007 193 07-06-2007 24-05-2007 2007 218 21-06-2007 11-06-2007 01-07-2007