Besluit van 3 januari 1990, houdende de instelling van een Raad van Advies voor het Wetenschappelijk Onderzoek in het kader van ontwikkelingssamenwerking
- BWB-id
- BWBR0004688
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Buitenlandse Zaken
- Geldigheid
- 1997-01-29 t/m 2006-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004688
- ELI
- /eli/nl/amvb/1990/instellingsbesluit-rawoo
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1990/instellingsbesluit-rawoo/1997-01-29
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004688&g=1997-01-29
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004688&z=2026-06-06&g=1997-01-29
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004688/1997-01-29
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1990/instellingsbesluit-rawoo
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: Onze Minister: Onze Minister voor Ontwikkelingssamenwerking; Onze aangewezen ministers: Onze Ministers van Onderwijs en Wetenschappen en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. 1990 131 03-01-1990 1990 131 03-01-1990 24-03-1990
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Er is een sectorraad genaamd Raad van Advies voor het Wetenschappelijk Onderzoek in het kader van Ontwikkelingssamenwerking, hierna aan te duiden als de raad. 2 De raad wordt ingesteld voor een tijdvak van zes jaren, dat bij koninklijk besluit telkens met een zelfde tijdvak kan worden verlengd. 1997 20 28-01-1997 15-01-1997 1997 20 28-01-1997 15-01-1997 29-01-1997 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Het aandachtsgebied van de raad omvat het onderzoek van belang voor de ontwikkeling van de Derde Wereld. 1990 131 03-01-1990 1990 131 03-01-1990 24-03-1990
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De raad heeft tot taak: a. artikel 3 het desgevraagd of uit eigen beweging doen van voorstellen aan Onze minister en Onze aangewezen ministers over de uitvoering van beleid betreffende het inbedoelde aandachtsgebied gezien vanuit de behoefte van de samenleving, in het bijzonder van de ontwikkelingslanden, en rekening houdend met de ontwikkelingen in het onderzoek. b. het bevorderen van overleg tussen betrokkenen bij het onderzoek of de ontwikkelingen op het aandachtsgebied, c. het verkrijgen en behouden van inzicht in lopend onderzoek op het aandachtsgebied, met inbegrip van wat elders (buiten Nederland), aan onderzoek wordt uitgevoerd, met bijzondere aandacht voor onderzoek van internationale organisaties, d. het signaleren van lacunes en overlappingen met betrekking tot onderzoek op het aandachtsgebied. 1997 20 28-01-1997 15-01-1997 1997 20 28-01-1997 15-01-1997 29-01-1997 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De raad heeft negen leden, onder wie de voorzitter. 2 De raad heeft drie adviserende leden. 3 Van de in het eerste lid bedoelde leden zijn ten minste vier leden bekend met de gezichtspunten in kringen van organisaties en instellingen die onderzoek en ontwikkelingen op het aandachtsgebied financieren, of anderszins bij de resultaten daarvan belang hebben, en zijn ten minste vier leden bekend met de gezichtspunten in kringen van organisaties en instellingen die onderzoek en ontwikkelingen op het aandachtsgebied uitvoeren. 1990 131 03-01-1990 1990 131 03-01-1990 24-03-1990
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De voorzitter en de leden worden benoemd door Onze minister in overeenstemming met Onze andere aangewezen ministers beoemd voor een periode van drie jaar, met de mogelijkheid van een éénmalige herbenoeming. 2 Door ieder van Onze aangewezen ministers wordt een adviserend lid benoemd. 3 De raad wijst uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter aan. 1990 131 03-01-1990 1990 131 03-01-1990 24-03-1990
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Ter verkrijging van een bijdrage uit de algemene middelen stelt de raad jaarlijks een begroting op van de kosten, verbonden aan de uitvoering van de werkzaamheden van de raad, en zendt deze ter goedkeuring aan Onze minister. 1990 131 03-01-1990 1990 131 03-01-1990 24-03-1990
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De voorzitter van de raad stelt een nader met Onze minister overeen te komen deel van zijn werktijd ter beschikking aan de raad en ontvangt daarvoor een door Onze minister te bepalen vergoeding uit 's Rijks kas. 1990 131 03-01-1990 1990 131 03-01-1990 24-03-1990
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De secretaris van de raad is geen lid van de raad. Het secretariaat van de raad is voor de uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de raad. 1990 131 03-01-1990 1990 131 03-01-1990 24-03-1990
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De raad houdt stukken die op de voorbereiding van de adviezen van de raad betrekking hebben, ter beschikking van Onze minister. 1990 131 03-01-1990 1990 131 03-01-1990 24-03-1990
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 9 van de Raamwet sectorraden onderzoek en ontwikkeling De raad brengt het inbedoelde verslag uit vóór 1 juli van het jaar volgend op dat waarop het verslag betrekking heeft. 1990 131 03-01-1990 1990 131 03-01-1990 24-03-1990
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van hetwaarin het wordt geplaatst. 1990 131 03-01-1990 1990 131 03-01-1990 24-03-1990
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Dit besluit kan worden aangehaald als "Instellingsbesluit RAWOO". 1990 131 03-01-1990 1990 131 03-01-1990 24-03-1990