Besluit van 30 mei 1990, houdende het uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990
- BWB-id
- BWBR0004772
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-12-12
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004772
- ELI
- /eli/nl/amvb/1990/uitvoeringsbesluit-invorderingswet-1990
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1990/uitvoeringsbesluit-invorderingswet-1990/2025-12-12
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004772&g=2025-12-12
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004772&z=2026-06-06&g=2025-12-12
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004772/2025-12-12
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1990/uitvoeringsbesluit-invorderingswet-1990
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 artikelen 15 28 33a 36 36b van de Invorderingswet 1990 Dit besluit geeft uitvoering aan de,,,en. 2 Invorderingswet 1990 Dit besluit verstaat hierna onder wet: de. 2018 514 28-12-2018 19-12-2018 2019 218 19-06-2019 06-06-2019 20-06-2019 18-09-2018
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Artikel 15, eerste lid, aanhef en onderdeel e, van de wet vindt toepassing: a. artikel 9, achtste lid, van de wet met betrekking tot een naheffingsaanslag als bedoeld in, ingeval een dwangbevel terstond na het opleggen van die aanslag wordt uitgevaardigd; b. artikel 10 van de wet artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 64, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in situaties als bedoeld inindien in het kader van een actie gericht op de toepassing en handhaving van de wet of de belastingwet, bedoeld in, op de uren en dagen, bedoeld in: 1°. bekend wordt dat een belastingaanslag aan de belastingschuldige wordt opgelegd ter zake waarvan terstond een dwangbevel wordt uitgevaardigd, of 2°. een vermogensbestanddeel van de belastingschuldige aan wie reeds een dwangbevel is betekend, wordt aangetroffen. 2009 44 12-02-2009 02-02-2009 2009 44 12-02-2009 02-02-2009 13-02-2009
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 1997 740 29-12-1997 19-12-1997 1997 740 29-12-1997 19-12-1997 01-01-1998 01-01-1997
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 1997 740 29-12-1997 19-12-1997 1997 740 29-12-1997 19-12-1997 01-01-1998 01-01-1997
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 1997 740 29-12-1997 19-12-1997 1997 740 29-12-1997 19-12-1997 01-01-1998 01-01-1997
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 25, vijfde of achtste lid, van de wet Indien het krachtensverleende uitstel wordt beëindigd, wordt invorderingsrente berekend met ingang van de dag waarop zes weken zijn verstreken na de eerste dag van het jaar volgend op het jaar waarin zich de handeling of gebeurtenis voordoet op grond waarvan het uitstel wordt beëindigd. 2 artikel 25, negende, elfde, zeventiende tot en met negentiende of eenentwintigste lid, van de wet Indien het krachtensverleende uitstel wordt beëindigd, wordt invorderingsrente berekend met ingang van de dag volgende op de dag waarop zich de omstandigheid voordoet op grond waarvan het uitstel wordt beëindigd. 2022 540 27-12-2022 21-12-2022 2022 540 27-12-2022 21-12-2022 01-01-2023
Artikel 6bis — Artikel 6bis#
Artikel 6bis 1 Invorderingsrente wordt niet in rekening gebracht gedurende de periode waarin het aanbod van de ontvanger geldt om de invordering ter zake van een voorlopige aanslag in de inkomstenbelasting die betrekking heeft op het tijdvak 2022 aan te houden: a. artikel 5.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij wege waarvan in ieder geval over belastbaar inkomen uit sparen en beleggen als bedoeld inbelasting wordt geheven; en b. waarvan het aanslagbiljet een dagtekening heeft die is gelegen in het jaar 2022. 2 artikel 28 van de Wet artikel 5.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 Indien het aanbod van de ontvanger om de vordering aan te houden is komen te vervallen, wordt invorderingsrente berekend overeenkomstig, tenzij de belastingschuldige binnen zes weken nadat de ontvanger het inkomen, bedoelt in, opnieuw heeft vastgesteld in een voorlopige of definitieve aanslag en daarmee het eerdergenoemde aanbod is komen te vervallen, het openstaande bedrag heeft voldaan. 2022 540 27-12-2022 21-12-2022 2022 540 27-12-2022 21-12-2022 01-01-2023
Artikel 6ter — Artikel 6ter#
Artikel 6ter 1 artikel 3 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen artikel 2.7 van de Wet hersteloperatie toeslagen artikel 28 van de wet artikel 29 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen Indien een aanvrager van een kinderopvangtoeslag en diens partner als bedoeld innaar het oordeel van de Dienst Toeslagen in aanmerking komt voor toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld inen dientengevolge de invordering is gepauzeerd, wordt invorderingsrente als bedoeld inof rente als bedoeld inniet in rekening gebracht over de terug te vorderen bedragen van de aanvrager en diens partner die zien op de periode tot en met de dagtekening van de brief van de Dienst Toeslagen over het einde van de pauzering van de invordering. 2 artikel 28 van de wet artikel 29 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen artikel 3 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen Indien een oordeel als bedoeld in het eerste lid ontbreekt wordt invorderingsrente als bedoeld inof rente als bedoeld inniet in rekening gebracht indien een aanvrager van een kinderopvangtoeslag en diens partner als bedoeld in: a. artikel 2.7 van de Wet hersteloperatie toeslagen voor 1 maart 2023 een aanvraag heeft gedaan om toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in, over de terug te vorderen bedragen van de aanvrager en diens partner die zien op de periode vanaf de datum van de aanvraag tot en met de dagtekening van de brief van de Dienst Toeslagen over het einde van de pauzering van de invordering; b. artikel 2.7 van de Wet hersteloperatie toeslagen vanaf 1 maart 2023 een aanvraag heeft gedaan om toepassing van een herstelmaatregel als bedoeld in, over de terug te vorderen bedragen van de aanvrager en diens partner die zien op de periode vanaf de datum van de aanvraag tot en met 31 december 2020. 2023 511 27-12-2023 20-12-2023 2023 511 27-12-2023 20-12-2023 01-01-2024
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a 1 artikel 33a, derde lid, onderdeel g, van de wet Indien twee of meer van de omstandigheden, bedoeld in het tweede lid, zich voordoen, is in ieder geval aannemelijk dat er sprake is van een verhaalsconstructie als bedoeld in. 2 Van een omstandigheid als bedoeld in het eerste lid is sprake indien: a. de ingevolge de belastingaanslag verschuldigde belasting waarvoor de begunstigde aansprakelijk is gesteld ten minste 30 percent afwijkt van de volgens de met betrekking tot die belasting gedane aangifte verschuldigde belasting of met betrekking tot die belasting ten onrechte geen aangifte is gedaan door de belastingschuldige; b. zowel de materiële belastingschuld ten tijde van de benadelende handeling als de totale begunstiging meer bedraagt dan € 100.000; c. aan de belastingschuldige in de periode ingaande vijf jaar voorafgaand aan de dagtekening van de belastingaanslag die onbetaald is gebleven een vergrijpboete is opgelegd wegens het niet voldoen aan zijn fiscale verplichtingen of de belastingschuldige in die periode strafrechtelijk is veroordeeld voor het niet voldoen aan zijn fiscale verplichtingen; d. de begunstigde met betrekking tot de begunstiging ten onrechte geen aangifte heeft gedaan, of de begunstigde met betrekking tot de begunstiging een onjuiste of onvolledige aangifte heeft gedaan; e. de belastingschuldige of de begunstigde met betrekking tot zijn belastingplicht of belastingschuld, onderscheidenlijk zijn aansprakelijkstelling voor de belastingschuld, niet of niet volledig heeft voldaan aan de fiscale informatieverplichtingen; f. na het ontstaan van de materiële belastingschuld vermogensbestanddelen van de belastingschuldige zijn overgegaan op een of meer natuurlijke personen of rechtspersonen en ten minste een van die natuurlijke personen, onderscheidenlijk rechtspersonen, buiten Nederland woont, onderscheidenlijk buiten Nederland is gevestigd. 2018 514 28-12-2018 19-12-2018 2019 218 19-06-2019 06-06-2019 20-06-2019 18-09-2018
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 36, tweede lid, van de wet artikel 19 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 89, tweede of derde lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag artikel 21 van de Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken De mededeling, bedoeld in, wordt gedaan uiterlijk twee weken na de dag waarop de verschuldigde belasting behoorde te zijn afgedragen of voldaan ingevolge,of. 2 In geval van betalingsonmacht ter zake van een naheffingsaanslag die is opgelegd vanwege de omstandigheid dat de verschuldigde belasting meer beloopt dan die welke overeenkomstig de aangifte is dan wel had moeten worden afgedragen of voldaan, kan, voor zover die omstandigheid niet is te wijten aan opzet of grove schuld van het lichaam, in afwijking van het eerste lid, de mededeling worden gedaan uiterlijk twee weken na de vervaldag van die aanslag. 3 Bij de mededeling wordt inzicht gegeven in de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de verschuldigde belasting niet op aangifte is afgedragen of voldaan of niet is betaald. 2013 569 30-12-2013 18-12-2013 2013 569 30-12-2013 18-12-2013 01-01-2014 01-01-2013
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a 1 artikel 36b, tweede lid artikel 36, tweede lid, van de wet artikel 49 De mededeling bedoeld in, in verbinding metwordt gedaan uiterlijk twee weken na de dag waarop ingevolge de inbedoelde beschikking de aansprakelijkheidsschuld had moeten zijn voldaan. 2 Bij de mededeling wordt inzicht gegeven in de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de aansprakelijkheidsschuld niet is voldaan. 2022 540 27-12-2022 21-12-2022 2022 540 27-12-2022 21-12-2022 01-01-2023
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 7 artikel 7a Het lichaam dat de mededeling, bedoeld inof, doet, is gehouden aan de ontvanger: a. de door deze gevraagde gegevens en inlichtingen te verstrekken die voor de vaststelling van de oorzaak van de betalingsonmacht, of voor de bepaling van de financiële positie van het lichaam van belang kunnen zijn; b. boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan - zulks ter keuze van de ontvanger - waarvan de raadpleging van belang kan zijn voor de vaststelling van de oorzaak van de betalingsonmacht, of voor de bepaling van de financiële positie van het lichaam, desgevraagd voor dit doel beschikbaar te stellen. 2007 573 28-12-2007 20-12-2007 2007 573 28-12-2007 20-12-2007 01-01-2008
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 8 Aan de verplichtingen, bedoeld in, dient binnen een door de ontvanger te stellen redelijke termijn te worden voldaan. 2 De gegevens en inlichtingen dienen duidelijk, stellig en zonder voorbehoud te worden verstrekt, mondeling, schriftelijk of op andere wijze, zulks ter keuze van de ontvanger. 3 Toegelaten moet worden, dat kopieën, leesbare afdrukken of uittreksels worden gemaakt van de voor raadpleging beschikbaar gestelde gegevensdragers of de inhoud daarvan. 1995 667 28-12-1995 21-12-1995 1995 667 28-12-1995 21-12-1995 01-01-1996
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a Artikel 6, eerste lid artikel 70b van de wet , is van overeenkomstige toepassing ingeval zich een handeling of gebeurtenis voordoet op grond waarvan het verleende uitstel, bedoeld in, wordt beëindigd. 2013 224 25-06-2013 14-06-2013 2013 224 25-06-2013 14-06-2013 01-07-2013 01-01-2013
Artikel 9b — Artikel 9b#
Artikel 9b Artikel 6, tweede lid artikelen 70g 70h van de wet , is van overeenkomstige toepassing ingeval zich een handeling of gebeurtenis voordoet op grond waarvan het verleende uitstel, bedoeld in deof, wordt beëindigd. 2025 425 11-12-2025 04-12-2025 2025 425 11-12-2025 04-12-2025 12-12-2025 01-01-2025
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juni 1990. 2 Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit Invorderingswet 1990. 1995 667 28-12-1995 21-12-1995 1995 667 28-12-1995 21-12-1995 01-01-1996