Besluit van 6 juni 1990, houdende regelen ter uitvoering van de Wet op de waterhuishouding
- BWB-id
- BWBR0004778
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2005-07-01 t/m 2009-12-21
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004778
- ELI
- /eli/nl/amvb/1990/uitvoeringsregeling-waterhuishouding
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1990/uitvoeringsregeling-waterhuishouding/2005-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004778&g=2005-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004778&z=2026-06-06&g=2005-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004778/2005-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1990/uitvoeringsregeling-waterhuishouding
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Wet op de waterhuishouding Stb. wet: de(1989, 285); b. Besluit aanwijzing zijwateren van hoofdwateren rijkswateren: de oppervlaktewateren onder beheer van het Rijk, met inbegrip van met deze wateren in open verbinding staande wateren welke zijn aangewezen bij heten van met de eerstbedoelde wateren in open verbinding staande havens welke bij anderen dan het Rijk in beheer zijn; c. hoofdwateren: de in de bijlage bij dit besluit opgenomen rijkswateren van landelijk belang; d. afvoeren: het door middel van een werk of langs natuurlijke weg brengen of laten stromen van water uit een oppervlaktewater naar een ander oppervlaktewater; e. aanvoeren: het door middel van een werk of langs natuurlijke weg naar een oppervlaktewater halen of laten stromen van water uit een ander oppervlaktewater; f. lozen: het door middel van een werk brengen van water in een oppervlaktewater, zonder dat het water daarbij uit een ander oppervlaktewater wordt gehaald; g. onttrekken: het door middel van een werk halen van water uit een oppervlaktewater,zonder dat het water daarbij in een ander oppervlaktewater wordt gebracht; h. artikel 5 beheersplan voor de rijkswateren: het invan de wet bedoelde plan; i. artikel 24 vergunning: de invan de wet bedoelde vergunning. 2000 220 31-05-2000 15-12-1999 2000 220 31-05-2000 15-12-1999 01-06-2000
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Besluit aanwijzing zijwateren van hoofdwateren Het provinciaal plan voor de waterhuishouding heeft mede betrekking op rijkswateren die geen hoofdwateren of bij hetaangewezen oppervlaktewateren zijn. 2000 220 31-05-2000 15-12-1999 2000 220 31-05-2000 15-12-1999 01-06-2000
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Degene die water afvoert naar, aanvoert uit, loost in of onttrekt aan rijkswateren, meldt de wijze daarvan indien: 3 3 3 3 een en ander tenzij slechts éénmalig ten hoogste 1 000 000 mwater wordt afgevoerd of geloosd dan wel 20 000 mwater wordt aangevoerd of onttrokken én daarbij per uur niet meer water wordt verplaatst dan 5000 mrespectievelijk 100 m. a. 3 op die wijze meer dan 1 000 mwater per uur kan worden afgevoerd of geloosd; b. 3 op die wijze meer dan 20 mwater per uur kan worden aangevoerd of onttrokken; of c. 3 3 door veranderingen in een eerder gemelde wijze van afvoer of lozing dan wel aanvoer of onttrekking tenminste 20 percent meer of minder water, met een minimum verschil van 1000 monderscheidenlijk 20 mper uur, kan worden afgevoerd of geloosd dan wel aangevoerd of onttrokken, 2 De meldplicht geldt niet voor een afvoer, aanvoer, lozing of onttrekking: a. artikel 19 20 21 22 waarvoor ingevolge,,ofeen waterakkoord of vergunning is vereist; b. artikel 60, derde lid waarvoor vóór het van kracht worden van de meldplicht een vergunning is verleend die ingevolge, van de wet wordt beschouwd als een vergunning op grond van de wet. 1990 320 06-06-1990 1990 320 06-06-1990 01-07-1990
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 1, eerste lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren Met een melding wordt gelijkgesteld de indiening van een aanvraag om een vergunning, (of een wijziging daarvan), zoals bedoeld in, dan wel het houden van zodanige (al dan niet gewijzigde) vergunning op de dag van het van kracht worden van de meldplicht. 1990 320 06-06-1990 1990 320 06-06-1990 01-07-1990
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 3 3 Degene die water afvoert of aanvoert is verplicht de verplaatste waterhoeveelheden te meten, daarvan aantekening te houden en van de verkregen gegevens opgave te doen, indien op de gemelde wijze meer dan 5000 mwater per uur kan worden afgevoerd dan wel meer dan 100 mwater kan worden aangevoerd. De in de voorgaande volzin omschreven verplichting geldt in de gevallen dat de afvoer of aanvoer van water plaatsvindt naar of uit een rijkswater behorende tot die welke daartoe zijn aangewezen door Onze Minister. 2 De in het eerste lid bedoelde aanwijzing vindt slechts plaats wanneer nauwkeurige gegevens over de werkelijk verplaatste waterhoeveelheden noodzakelijk zijn voor een goed oordeel over de invloed van de afvoer of de aanvoer op de peilregeling of waterbeweging en over de noodzaak tot bijzondere beheersmaatregelen. Onze Minister houdt daarbij rekening met het beheersplan voor de rijkswateren. 3 De meetplicht als bedoeld in het eerste lid geldt niet indien in een waterakkoord meetvoorschriften zijn opgenomen. 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 12, eerste lid Een melding, als bedoeld in, van de wet geschiedt tenminste 8 weken voordat een begin wordt gemaakt met uitvoering van de tot afvoer, aanvoer, lozing of onttrekking dienende werken dan wel met het op andere wijze mogelijk maken van de afvoer, aanvoer, lozing of onttrekking. 2 Indien in een spoedeisend geval de meldplichtige niet aan het eerste lid kan voldoen, doet hij de melding zo spoedig mogelijk. 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Indien op de dag waarop de meldplicht van kracht wordt, de afvoer, aanvoer, lozing of onttrekking reeds op een te melden wijze mogelijk is, geschiedt de melding binnen 8 weken na die dag. 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De melding bevat: a. de naam en het adres van de meldingplichtige; b. de dagtekening; c. de naam van de betrokken wateren; d. een kaart met de plaats van de afvoer, aanvoer, lozing of onttrekking, met de ligging van de werken en, indien het gaat om afwatering van een gebied, met de percelen ten behoeve waarvan water wordt afgevoerd; e. een beschrijving van de werken, waaronder een opgave van de capaciteit; f. 3 een aan duiding van de waterhoeveelheden in mdie per één of meer tijdseenheden worden verplaatst, te onderscheiden naar perioden of omstandigheden; g. het doel, de begindatum en, indien vooraf bekend, de einddatum van de afvoer, lozing, aanvoer of onttrekking. 1990 320 06-06-1990 1990 320 06-06-1990 01-07-1990
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De kwantiteitsbeheerder kan voor het doen van de melding een formulier vaststellen. 1990 320 06-06-1990 1990 320 06-06-1990 01-07-1990
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 12, eerste lid Een meting, aantekening en opgave, als bedoeld in, van de wet, geschieden op de volgende wijze: a. gemeten wordt op een zodanige plaats en op een zodanige wijze dat het meetresultaat niet meer dan 10% kan afwijken van de werkelijk verplaatste waterhoeveelheid; b. 3 een waterverplaatsing wordt uitgedrukt in mper één of meer tijdseenheden; c. van een waterverplaatsing wordt in ieder geval het gemiddelde per etmaal berekend; d. de regelmaat waarmee en de vorm waarin de gegevens worden verstrekt, komen overeen met de wijze waarop de kwantiteitsbeheerder in vergelijkbare gevallen gegevens verwerkt. 1990 320 06-06-1990 1990 320 06-06-1990 01-07-1990
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Onze Minister stelt een peilbesluit vast voor de volgende rijkswateren: - Noordzeekanaal; Het IJ, Amsterdam-Rijnkanaal; - Grevelingemeer; - Veerse Meer; - Krammer, Volkerak, Eendracht, Zoommeer, Bathse Spuikanaal; - IJsselmeer, Ketelmeer, Vossemeer, Zwarte Meer, Markermeer, IJmeer, Gooimeer, Eemmeer, Wolderwijd, Nijkerkernauw, Nuldernauw, Veluwemeer, Drontermeer. 2 De in het eerste lid bedoelde verplichtingen worden eerst van kracht met ingang van 1 juli 1991, onverlet de bevoegdheid van Onze Minister het peilbesluit eerder vast te stellen. 1990 320 06-06-1990 1990 320 06-06-1990 01-07-1990
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Onze Minister stelt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen een termijn van acht maanden na het van kracht worden van de verplichting een peilbesluit vast te stellen, een ontwerp van het peilbesluit op. 1990 320 06-06-1990 1990 320 06-06-1990 01-07-1990
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht Op de voorbereiding van het peilbesluit isvan toepassing. 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 2005 320 28-06-2005 22-06-2005 01-07-2005
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 3.11. van de Algemene wet bestuursrecht Onze Minister stelt binnen acht weken na afloop van de door hem vast te stellen termijn als bedoeld in, het peilbesluit vast. 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Een kwantiteitsbeheerder die water afvoert naar of aanvoert uit rijkswateren, alsmede het Rijk zijn in de volgende gevallen van afvoer of aanvoer verplicht gezamenlijk een waterakkoord vast te stellen: - de aanvoer uit het IJsselmeer ten behoeve van de watervoorziening in Friesland, Groningen en Noord-West-Overijssel; - de afvoer naar het IJsselmeer ten behoeve van de afwatering van de Wieringermeer; - de afvoer naar het Ketelmeer, Markermeer en Veluwemeer ten behoeve van de afwatering van Flevoland; - de aanvoer uit het Markermeer ten behoeve van de watervoorziening in Noord-Holland; - de afvoer naar het Noordzeekanaal en het Amsterdam-Rijnkanaal ten behoeve van de afwatering van delen van Noord-Holland, Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland; - de aanvoer uit de Lek, de Hollandsche IJssel en het Amsterdam-Rijnkanaal ten behoeve van de watervoorziening in delen van Midden-Holland; - de aanvoer uit het Zoommeer ten behoeve van de watervoorziening in delen van Noord-Brabant, Zeeland en Zuid-Holland alsmede de afvoer naar het Zoommeer ten behoeve van de afwatering van die gebieden; - de aanvoer uit de Zuid-Willemsvaart, het Wilhelminakanaal, het Kanaal Wessem-Nederweert en de Noordervaart ten behoeve van de watervoorziening in delen van Noord-Brabant en Limburg alsmede de afvoer naar de Zuid-Willemsvaart en het Wilhelminakanaal ten behoeve van de afwatering van die gebieden; - de aanvoer uit de Twentekanalen, het kanaal Almelo-De Haandrik en de Overijsselsche Vecht ten behoeve van de watervoorziening in delen van Overijssel, Gelderland en Drenthe alsmede de afvoer naar de Twentekanalen ten behoeve van de afwatering van delen van Overijssel en Gelderland; - de aanvoer uit het Meppelerdiep en de Drentse Hoofdvaart ten behoeve van de watervoorziening in Drenthe; - de afvoer naar de Drentse Hoofdvaart, Het Meppelerdiep en de Overijsselsche Vecht in geval van hoog water in Noord-Overijssel en Zuid-Drenthe. 2 De in het eerste lid bedoelde verplichtingen worden eerst van kracht met ingang van 1 juli 1991, onverlet de bevoegdheid van partijen het waterakkoord eerder vast te stellen. 1990 320 06-06-1990 1990 320 06-06-1990 01-07-1990
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 3 3 Het is verboden zonder vergunning water te lozen in of te onttrekken aan rijkswateren, indien op de voorgenomen wijze van lozing of onttrekking meer dan 5000 mwater per uur kan worden geloosd of meer dan 100 mwater per uur kan worden onttrokken. 1990 320 06-06-1990 1990 320 06-06-1990 01-07-1990
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 20 artikel 20 artikel 3, eerste lid, onder a en b Onze Minister kan met betrekking tot een of meer rijkswateren gevallen aanwijzen, waarin het verbod vantevens geldt bij overschrijding van aangegeven waterhoeveelheden die kleiner zijn dan die inmaar groter dan die in. 2 Onze Minister oefent de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid slecht uit met betrekking tot rijkswateren die onvoldoende capaciteit hebben om onder normale of afwijkende omstandigheden de te verwachten lozingen of onttrekkingen zonder nadelige gevolgen voor de waterhuishouding te kunnen verwerken. 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 artikelen 20 21 Deenzijn tevens van toepassing op het afvoeren naar of aanvoeren uit rijkswateren door anderen dan kwantiteitsbeheerders. 1990 320 06-06-1990 1990 320 06-06-1990 01-07-1990
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikel 8 Bij de aanvraag tot verlening van een vergunning worden in ieder geval overgelegd de gegevens bedoeld in. 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1990 320 06-06-1990 1990 320 06-06-1990 01-07-1990
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Stb. artikel 7, tweede lid, van de Grondwaterwet artikel 8, tweede lid Het besluit van 1 oktober 1982 (591), houdende aanwijzing van rijksambtenaren als bedoeld in, wordt ingetrokken met ingang van het tijdstip waarop in de onderscheiden provincies de verordeningen als bedoeld in, van de wet zijn vastgesteld. 1990 320 06-06-1990 1990 320 06-06-1990 01-07-1990
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Dit besluit treedt met ingang van 1 juli 1990 in werking. 1990 320 06-06-1990 1990 320 06-06-1990 01-07-1990
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Dit besluit kan worden aangehaald als Uitvoeringsregeling waterhuishouding. 1990 320 06-06-1990 1990 320 06-06-1990 01-07-1990