Besluit van 26 juli 1990, houdende vaststelling van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer
- BWB-id
- BWBR0004826
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004826
- ELI
- /eli/nl/amvb/1991/besluit-administratieve-bepalingen-inzake-het-wegverkeer-bab
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1991/besluit-administratieve-bepalingen-inzake-het-wegverkeer-bab/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004826&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004826&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004826/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1991/besluit-administratieve-bepalingen-inzake-het-wegverkeer-bab
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. begeleidingsvoertuig: artikel 1.1, van de Regeling voertuigen artikel 1, onderdeel c, van het Besluit ontheffingverlening Dienst Wegverkeer exceptionele transporten bedrijfsauto als bedoeld in, met een toegestane maximummassa van niet meer dan 3500 kg dat is bestemd voor de begeleiding van exceptionele transporten als bedoeld in; b. verkeersregelaar met in het kader van zijn beroep verkeersregelende taken: verkeersregelaar, niet zijnde transportbegeleider of verkeersregelaar die tot taak heeft eenvoudige verkeersregelende werkzaamheden te verrichten bij evenementen, die uit hoofde van zijn beroep verkeersregelende werkzaamheden verricht; c. bevoegd gezag: artikel 18, eerste lid, van de wet gezag als bedoeld in; d. gezichtsveldverbeterende voorziening: artikel 5.3.45, zesde en elfde lid, van de Regeling voertuigen voorziening als bedoeld in; e. wegvak: gedeelte van een weg tussen twee zijwegen of – indien geen zijweg aanwezig is – tussen twee punten waarop een verkeersmaatregel betrekking heeft; f. experiment: artikel 186 van de wet experiment als bedoeld in; g. experimentverkeersbesluit: artikel 60 verkeersbesluit als bedoeld in; h. transportbegeleider: artikel 1, onderdeel c, van het Besluit ontheffingverlening Dienst Wegverkeer exceptionele transporten verkeersregelaar die optreedt ter begeleiding van een exceptioneel transport als bedoeld in; i. verkeersregelaar: artikel 12, eerste lid, van de wet artikel 82, eerste lid, onderdeel d persoon behorend tot de ingevolge, aangewezen categorie, niet zijnde een persoon als bedoeld in, of artikel 82, derde lid, van het RVV 1990; j. wet: Wegenverkeerswet 1994 ; k. verwerking van kentekengegevens: artikel 1, onderdeel b, van de Wet bescherming persoonsgegevens verwerking van persoonsgegevens in de zin van, met betrekking tot kentekengegevens; l. verantwoordelijke: artikel 1, onderdeel d, van de Wet bescherming persoonsgegevens verantwoordelijke als bedoeld in; m. technisch hulpmiddel: hulpmiddel waarmee kentekens van voertuigen automatisch worden gefotografeerd of op andere wijze automatisch worden geregistreerd; n. kentekengegevens: de gegevens omtrent de naam, het adres en de woonplaats van de kentekenhouder, het kenteken van het voertuig, de locatie en het tijdstip van de registratie daarvan, de foto-opname of andere wijze van registratie van het kenteken en de kenmerken van het motorvoertuig; o. kentekenhouder: degene op wiens naam het kenteken is gesteld; p. verkeersonderzoek: onderzoek naar verkeersstromen, ten behoeve van maatregelen om de veiligheid en doorstroming op wegen te bevorderen; q. spitsmijdenproject: door of in samenwerking met Onze Minister geïnitieerd mobiliteitsproject waarbij frequente spitsreizigers in het wegverkeer uitgenodigd worden om in ruil voor een beloning de spitstijden te gaan mijden door buiten de spitstijden, met een andere vervoersmodaliteit of, binnen het kader van de doelstellingen van het project, helemaal niet meer te gaan reizen. 2017 338 14-09-2017 29-08-2017 2017 338 14-09-2017 29-08-2017 01-01-2018
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a Het is aan anderen dan degenen die daartoe krachtens dit besluit bevoegd zijn verboden op, langs of boven de wegen verkeerstekens aan te brengen, te doen aanbrengen, aangebracht te houden of te verwijderen dan wel de zichtbaarheid van verkeerstekens weg te nemen. 1994 815 16-11-1994 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Het is verboden voorwerpen, inrichtingen of borden, van welke aard ook, die het verkeer in verwarring zouden kunnen brengen op, langs of boven de wegen aan te brengen, te doen aanbrengen, of aangebracht te houden. 1990 460 26-07-1990 1991 513 14-10-1991 01-11-1991
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Verkeerstekens zijn: a. verkeersborden; b. verkeerslichten en c. verkeerstekens op het wegdek. 1990 460 26-07-1990 1991 513 14-10-1991 01-11-1991
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 bijlage I RVV 1990, hoofdstukken A tot en met H De verkeersborden die een gebod, een verbod of een adviessnelheid betreffen zijn vastgesteld in, behorende bij het. 2 bijlage I RVV 1990, hoofdstuk J De verkeersborden die een gevaar aanduiden zijn vastgesteld in, behorende bij het. 3 bijlage I RVV 1990, hoofdstukken K L De verkeersborden die overige informatie van belang voor de weggebruikers bevatten moeten voor zover in, behorende bij heten, niet een bepaald model is voorgeschreven, bestaan uit een rechthoekig bord, waarop de letters, cijfers of symbolen in een blauw veld zijn geplaatst. Onze Minister kan veranderingen toestaan. 1990 460 26-07-1990 1991 513 14-10-1991 01-11-1991
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a Vervallen 2022 413 31-10-2022 20-10-2022 2022 413 31-10-2022 20-10-2022 01-01-2023
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikelen 68 tot en met 75 van het RVV 1990 De verkeerslichten zijn de lichten genoemd in de. 1990 460 26-07-1990 1991 513 14-10-1991 01-11-1991
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 10, tweede lid artikel 23, eerste lid, onderdeel e en g artikel 24, eerste lid, onderdeel e artikel 25, eerste lid artikel 46, eerste lid artikel 49, tweede lid artikelen 76 tot en met 81 van het RVV 1990 De verkeerstekens op het wegdek die een gebod of verbod betreffen zijn de verkeerstekens genoemd in,,,,,en de. 2 Andere verkeerstekens op het wegdek kunnen worden aangebracht ter geleiding van het verkeer, ter herinnering aan de ter plaatse geldende maximumsnelheid en ter aanduiding van andere omstandigheden. 1994 815 16-11-1994 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Andere verkeerstekens dan de in dit hoofdstuk genoemde worden niet geplaatst. 1990 460 26-07-1990 1991 513 14-10-1991 01-11-1991
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Onder verkeersborden kunnen onderborden worden geplaatst. 2 Deze onderborden kunnen: a. een nadere uitleg van de op de verkeersborden voorkomende aanduiding inhouden; b. bij verkeersborden die een gebod of verbod aanduiden, een beperking van de werkingssfeer van die verkeersborden inhouden; c. bijlage I, behorende bij het RVV 1990 bij bord C7 van, de aanduiding inhouden dat de uit dit verkeersbord voortvloeiende beperking niet geldt voor motorvoertuigen die zijn voorzien van een gezichtsveldverbeterende voorziening; d. bijlage 1, behorende bij het RVV 1990 bij de verkeersborden E4 tot en met E8 en E10 tot en met E13 van, betrekking hebben op 1°. de voertuigcategorie of groep voertuigen waarvoor de parkeergelegenheid is bestemd en, voor zover het betreft bord E6, tevens op de aanduiding dat de parkeergelegenheid is gereserveerd voor een bepaald voertuig; 2°. de wijze waarop of het doel waarmee het parkeren dient te geschieden; 3°. de dagen of uren waarop het parkeren is verboden of 4°. de dagen of uren waarop een beperking als bedoeld in 1° en 2° geldt en, voor zover: – tweede lid van artikel 26 van het RVV 1990 het verkeersbord E6 betreft, de dagen of uren waarop het in hetbedoelde gebruik van de parkeerschijf van toepassing is, en – tweede lid van artikel 25 van het RVV 1990 het verkeersbord E10 betreft, de dagen of uren waarop het in hetbedoelde gebruik van de parkeerschijf van toepassing is; e. bijlage 1, behorende bij het RVV 1990 bij de verkeersborden G7, G9, G11 en G12a van, een aanduiding inhouden dat de uit het verkeersbord voortvloeiende geboden of verboden niet gelden voor het verkeersgebruik als op het onderbord is aangegeven; f. bijlage 1, behorende bij het RVV 1990 artikel 20b, eerste lid, van de wet bij het verkeersbord G11 van, een aanduiding inhoudende dat het gebruik van het fietspad niet is toegestaan voor snorfietsen, waaronder hier niet begrepen worden bromfietsen die zijn aangewezen op grond van. 3 De in het tweede lid, onderdeel d, onder 1° en 2°, bedoelde aanduidingen kunnen in plaats van op een onderbord, ook op het verkeersbord worden aangebracht. 4 bijlage 1, behorende bij het RVV 1990 artikelen 86d 86e van het RVV 1990 Bij verkeersbord C22e, van, wordt een of meerdere onderborden geplaatst als bedoeld in deen. De onderborden C22e4 en C22e5 kunnen alleen in combinatie met het onderbord C22e1 geplaatst worden. 2025 265 10-10-2025 04-10-2025 2025 265 10-10-2025 04-10-2025 01-01-2026
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 bijlage 1, behorende bij het RVV 1990 Boven de verkeersborden A1, C1, C6 tot en met C22e, E1, E3, E9, G5 en G7 van, kan het woord «zone» worden aangebracht. Hieraan kan een aanduiding van het gebied van de zone worden toegevoegd. 2 Als boven een verkeersbord het woord «zone» is aangebracht zonder aanduiding van het gebied van de zone, wordt op in aanmerking komende plaatsen bij de zonegrens een bord geplaatst waarmee het einde van de zone wordt aangeduid. 3 bijlage 1 bij het RVV 1990 Aan bord E10 vankan een aanduiding van het gebied van de zone worden toegevoegd. 2025 265 10-10-2025 04-10-2025 2025 265 10-10-2025 04-10-2025 01-01-2026
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2010 227 22-06-2010 31-05-2010 2010 227 22-06-2010 31-05-2010 01-07-2010
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2010 227 22-06-2010 31-05-2010 2010 227 22-06-2010 31-05-2010 01-07-2010
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De plaatsing of verwijdering van de hierna genoemde verkeerstekens moet geschieden krachtens een verkeersbesluit: a. de volgende borden: I bijlage 1, behorende bij het RVV 1990 de borden die zijn opgenomen in de hoofdstukken A tot en met G van, uitgezonderd de borden C22 en E9, alsmede de borden E4, E12 en E13 tenzij onder deze verkeersborden een onderbord als bedoeld in artikel 8, tweede lid, onderdeel d, wordt aangebracht, dan wel toepassing wordt gegeven aan artikel 8, derde lid; II bijlage 1, behorende bij het RVV 1990 bord L3 van, voor zover het een bushalte betreft; b. de volgende verkeerstekens op het wegdek: I. doorgetrokken strepen; II. de aanduiding van fietsstroken; III. de aanduiding van busstroken en busbanen; IV. voetgangersoversteekplaatsen; V. gele doorgetrokken strepen; VI. gele onderbroken strepen; VII. haaietanden. 2012 523 31-10-2012 13-10-2012 2012 523 31-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 In het verkeersbesluit tot plaatsing van borden die de snelheid, het parkeren of geslotenverklaringen betreffen alsmede van bord G7 kan worden bepaald, dat de door deze borden aangeduide geboden of verboden gelden in een bepaald gebied. 1990 460 26-07-1990 1991 513 14-10-1991 01-11-1991
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 artikel 8, tweede en vierde lid Indien onder de in deze paragraaf genoemde verkeersborden onderborden als bedoeld in, worden geplaatst, of toepassing wordt gegeven aan artikel 8, derde lid, wordt zulks in het betrokken verkeersbesluit tot uitdrukking gebracht. 2019 398 11-11-2019 29-10-2019 2019 398 11-11-2019 29-10-2019 01-01-2020
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a artikel 8, tweede lid, onderdeel f Indien het onderbord, bedoeld in, wordt geplaatst, vermeldt het verkeersbesluit de bijzondere redenen daarvoor. Deze redenen hebben betrekking op het vanwege grote drukte op een fietspad of op plaatsen binnen het stelsel van de in het verkeersbesluit betrokken fietspaden: a. verzekeren van de veiligheid op de weg, en b. waarborgen van de bruikbaarheid van de weg. 2018 184 21-06-2018 06-06-2018 2018 184 21-06-2018 06-06-2018 01-07-2018
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 bijlage 1, behorende bij het RVV 1990 artikel 14 van de wet In het verkeersbesluit tot plaatsing van bord A1, voorzover dit aanduidt dat een maximumsnelheid van 30 km/h of 60 km/h geldt, bord B3, B4, B5 of B6 op een 30 km/h- of 60 km/h weg of in een 30 km/h- of 60 km/hzone, en bord G5 van, wordt aangegeven op welke wijze wordt voldaan aan de krachtensgestelde voorschriften. 1999 268 06-07-1999 27-05-1999 1999 391 14-09-1999 10-09-1999 15-12-1999
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Geen verkeersbesluit behoeft te worden genomen indien het betrokken verkeersteken wordt geplaatst of verwijderd ter nadere aanduiding dat een verkeersregel van toepassing is dan wel dat een ander verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt is geplaatst. 1990 460 26-07-1990 1991 513 14-10-1991 01-11-1991
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 In het verkeersbesluit worden de aard en de omvang van de maatregelen aangegeven. 1990 460 26-07-1990 1991 513 14-10-1991 01-11-1991
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Geen verkeersbesluit behoeft te worden genomen, indien de betrokken maatregel strekt tot ondersteuning van een verkeersregel of een aldaar geplaatst verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt. 1990 460 26-07-1990 1991 513 14-10-1991 01-11-1991
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 artikel 2, eerste en tweede lid artikel 2, eerste en tweede lid De motivering van het verkeersbesluit vermeldt in ieder geval welke doelstelling of doelstellingen met het verkeersbesluit worden beoogd. Daarbij wordt aangegeven welke van de in, van de wet genoemde belangen ten grondslag liggen aan het verkeersbesluit. Indien tevens andere van de in, van de wet genoemde belangen in het geding zijn, wordt voorts aangegeven op welke wijze de belangen tegen elkaar zijn afgewogen. 1997 726 29-12-1997 17-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 21a — Artikel 21a#
Artikel 21a 1 artikelen 5.78a 5.78i 5.78m, tweede en derde lid 5.78n 5.78o van het Besluit kwaliteit leefomgeving Op het nemen van een verkeersbesluit dat leidt tot een toename van het geluid door een weg in beheer bij een gemeente of waterschap met meer dan 1,5 dB, zijn de,,,envan overeenkomstige toepassing, waarbij voor «een omgevingsplan dat een wijziging van een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg of een wijziging van het gebruik van een lokale spoorweg toelaat», «de wijziging van het omgevingsplan» en «een omgevingsplan dat de aanleg of wijziging van een gemeenteweg, waterschapsweg of lokale spoorweg toelaat of dat regels bevat over een wijziging van het gebruik van een lokale spoorweg» wordt gelezen: «het verkeersbesluit». 2 De in het eerste lid bedoelde toename wordt bepaald door de situatie in een voor het verkeer op die weg maatgevend jaar nadat het verkeersbesluit is genomen, te vergelijken met de situatie in datzelfde jaar in het geval het verkeersbesluit niet genomen zou zijn. 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 2025 242 19-09-2025 04-09-2025 01-01-2026
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Het openbaar lichaam dat het beheer heeft over de weg of, indien geen openbaar lichaam het beheer heeft, de eigenaar van de weg wordt met betrekking tot verkeersbesluiten gehoord. 1990 460 26-07-1990 1991 513 14-10-1991 01-11-1991
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Verkeersbesluiten worden genomen na overleg met: a. de korpschef, b. artikel 4, eerste lid, onder c, van de Politiewet 2012 de commandant van de Koninklijke marechaussee, indien de taak ten aanzien van het verkeer mede wordt vervuld op een luchtvaartterrein als bedoeld in. 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 01-01-2013
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Verkeersbesluiten als gevolg waarvan het verkeer op wegen anders dan die waarop het verkeersbesluit betrekking heeft rechtstreeks en ingrijpend wordt beïnvloed, worden genomen na overleg met het ten aanzien van die andere wegen bevoegd gezag. 2 artikel 1, onderdeel aab, van het RVV 1990 Verkeersbesluiten worden genomen na overleg met de betrokken spoorwegbeheerder, indien het besluit maatregelen betreft nabij een overweg als bedoeld in, waardoor het verkeer over die overweg wordt beïnvloed. 1994 815 16-11-1994 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 artikelen 5 6 van de Bekendmakingswet De bekendmaking van verkeersbesluiten geschiedt op de in deonderscheidenlijkbepaalde wijze. 2021 175 09-04-2021 01-04-2021 2021 176 09-04-2021 01-04-2021 01-07-2021
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 artikel 15, tweede lid Verkeersbesluiten als bedoeld in, van de wet treden in werking met ingang van de dag, nadat een termijn van zes weken na de dag waarop het besluit is bekend gemaakt, is verstreken. 1994 815 16-11-1994 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 bijlage I, behorende bij het RVV 1990 De kosten, voortvloeiende uit de plaatsing van bord E6 van, kunnen worden verhaald op degene of degenen ten behoeve van wie het bord is geplaatst. 1994 815 16-11-1994 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Indien in, op, boven of langs een weg activiteiten worden ondernomen welke niet behoren tot het normale verkeersgebruik van die weg en het bevoegd gezag het noodzakelijk acht verkeerstekens te plaatsen of te verwijderen in verband met die activiteiten, kan het bevoegd gezag de kosten die het voor de plaatsing, het onderhoud of de verwijdering heeft gemaakt ten laste brengen van degene die deze activiteiten uitvoert. 1994 815 16-11-1994 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 artikel 12 artikel 15, tweede lid Door het bevoegd gezag dan wel door het openbaar lichaam, dat het beheer heeft over een weg of, indien geen openbaar lichaam het beheer heeft, door de eigenaar van de weg kunnen in de hierna genoemde omstandigheden en voor de duur van die omstandigheden verkeerstekens als bedoeld in, worden geplaatst alsmede maatregelen als bedoeld in, van de wet, worden uitgevoerd: a. ingeval van de uitvoering van werken, opdooi, de doorweekte toestand van een weg of weggedeelte, dreigend gevaar of andere dringende omstandigheid van voorbijgaande aard; b. a het tweede lid, onder, van artikel 2 ingeval van een door het wegverkeer veroorzaakte ernstige aantasting van voorbijgaande aard van de invan de wet genoemde belangen. 1997 726 29-12-1997 17-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 artikel 34 De plaatsing van verkeerstekens en het uitvoeren van maatregelen, bedoeld in, kunnen geschieden zonder een daaraan ten grondslag liggend verkeersbesluit. 1990 460 26-07-1990 1991 513 14-10-1991 01-11-1991
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Van het voornemen tot tijdelijke plaatsing van verkeerstekens en tot het tijdelijk uitvoeren van maatregelen of, indien hiertoe reeds is overgegaan, van dat feit wordt zo spoedig mogelijk kennis gegeven aan het bevoegd gezag dat de tijdelijke plaatsing of de tijdelijke maatregel ongedaan kan maken. De kennisgeving kan achterwege blijven voor zover dit gezag dit heeft bepaald. 1994 815 16-11-1994 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 artikel 35 In afwijking vangeschieden de tijdelijke plaatsing en de tijdelijke maatregel krachtens een verkeersbesluit indien de omstandigheden die tot de tijdelijke plaatsing of tot de tijdelijke maatregel leiden van langere duur zijn dan vier maanden dan wel zich regelmatig voordoen. 2008 376 23-09-2008 26-07-2008 2008 372 23-09-2008 26-07-2008 24-09-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel G, van de Wijzigingswet Wegenverkeerswet 1994, enz. (vakbekwaamheid bestuurders) (Stb. 2007/166) in werking treedt.
Artikel 37a — Artikel 37a#
Artikel 37a Vervallen 2020 309 03-09-2020 31-08-2020 2020 309 03-09-2020 31-08-2020 01-01-2021
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 artikel 36 De met verkeersregeling belaste ambtenaren van politie die zijn aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, en de buitengewone opsporingsambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat, kunnen ten behoeve van verkeerscontroles en, indien in onvoorziene omstandigheden de afwikkeling van het verkeer zulks noodzakelijk maakt, voor ten hoogste drie uren verkeerstekens plaatsen en maatregelen uitvoeren zonder dat kennisgeving aan het bevoegd gezag behoeft te geschieden. Geschiedt de plaatsing of maatregel voor langere tijd, dan isvan overeenkomstige toepassing. 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 2012 615 07-12-2012 30-11-2012 01-01-2013
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Indien de toestand van een waterkerende dijk waarop een weg is gelegen zulks vordert, heeft de onderhoudsplichtige van de dijk de bevoegdheid tot het tijdelijk plaatsen van verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden alsmede tot het tijdelijk uitvoeren van maatregelen. 1990 460 26-07-1990 1991 513 14-10-1991 01-11-1991
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 artikel 39 Door of namens de onderhoudsplichtige van de dijk wordt onverwijld aan Onze commissaris in de provincie en aan het openbaar lichaam, dat het beheer heeft over de weg of, indien geen openbaar lichaam het beheer heeft, aan de eigenaar van de weg kennis gegeven van het voornemen tot tijdelijke plaatsing en tot het tijdelijk uitvoeren van maatregelen bedoeld inof, indien hiertoe reeds is overgegaan, van dat feit. Onze commissaris in de provincie kan de tijdelijke plaatsing of de tijdelijke maatregel ongedaan maken. 1990 460 26-07-1990 1991 513 14-10-1991 01-11-1991
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 artikelen 36 40 Tot het ongedaan maken van de tijdelijke plaatsing van verkeerstekens of het tijdelijk uitvoeren van maatregelen als bedoeld in deenkan worden overgegaan indien: a. artikel 34 de omstandigheden als bedoeld inzich niet of niet langer voordoen of b. deze omstandigheden de plaatsing of de maatregel niet kunnen rechtvaardigen. 1990 460 26-07-1990 1991 513 14-10-1991 01-11-1991
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 artikel 16, derde lid, van de wet bijlage I, hoofdstuk K, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 Als verkeerstekens als bedoeld inworden aangewezen de verkeerstekens die zijn opgenomen in, met uitzondering van bord K14. 2 In afwijking van het eerste lid worden onder de categorie bewegwijzering niet begrepen verkeerstekens die geplaatst of verwijderd worden in verband met omstandigheden die niet van langere duur zijn dan vier maanden. 2014 554 23-12-2014 10-12-2014 2014 554 23-12-2014 10-12-2014 01-01-2015
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 artikel 149c van de wet artikel 42 Een ontheffingverlening met toepassing vanvoor plaatsing of verwijdering van de verkeerstekens als bedoeld inkan zowel ambtshalve plaatsvinden als op verzoek van degene die bevoegd is tot het plaatsen van deze verkeerstekens. 2 Onze Minister kan de in het eerste lid bedoelde ontheffing slechts verlenen indien: a. artikel 16, vierde lid, van de wet voldoende bijzondere belangen aanwezig zijn voor de verkrijger van de ontheffing om geen uitvoering te geven aan; b. de verkrijger van een ontheffing naar het oordeel van Onze Minister in staat is de bewegwijzering vast te stellen op een kwaliteitsniveau dat niet onderdoet voor het kwaliteitsniveau van de bewegwijzering dat zou worden bereikt bij het weigeren van de ontheffing; c. verzekerd is dat ontheffingverlening niet tot gevolg heeft dat er onvoldoende gelijkvormigheid is met en aansluiting is op de bewegwijzering buiten het geografische gebied waarvoor de ontheffing zal gelden, en d. de doelmatigheid van het tot stand brengen en vaststellen van ontwerpen voor bewegwijzering niet vermindert door het verlenen van de ontheffing. 3 Een verzoek tot ontheffingverlening bevat de feitelijke gronden voor de overwegingen die ingevolge het tweede lid ten grondslag moeten liggen aan een besluit tot verlening van de ontheffing. 4 Onze Minister stelt een elektronisch formulier vast waarmee het verzoek om ontheffing wordt ingediend, op de wijze als aangegeven op dat formulier. 2014 554 23-12-2014 10-12-2014 2014 554 23-12-2014 10-12-2014 01-01-2015
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 Het bestuursorgaan dat tot een verkeersonderzoek of een spitsmijdenproject besluit is de verantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens die gebruikt worden voor het verkeersonderzoek of het spitsmijdenproject. 2 De verantwoordelijke draagt ervoor zorg dat een verkeersonderzoek of een spitsmijdenproject ten minste tien dagen voor de start van het gebruik van een technisch hulpmiddel op de weg wordt aangekondigd in ten minste een persbericht in een door de verantwoordelijke te selecteren landelijk of regionaal nieuwsblad. 3 Het bevoegd gezag kan ten behoeve van een verkeersonderzoek of een spitsmijdenproject kentekengegevens verwerken met behulp van een technisch hulpmiddel. 4 De verwerking van kentekengegevens met behulp van een technisch hulpmiddel ten behoeve van een spitsmijdenproject is slechts toegestaan als er sprake is van: a. groot onderhoud of renovatiewerkzaamheden; b. werkzaamheden tijdens aanleg of uitbreiding van infrastructuur, of c. concrete voorbereiding van de feitelijke werkzaamheden beschreven onder a of b. 5 Gedurende de zomervakanties worden geen kentekengegevens geregistreerd ten behoeve van spitsmijdenprojecten. 2017 338 14-09-2017 29-08-2017 2017 338 14-09-2017 29-08-2017 01-01-2018
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 De verantwoordelijke draagt ervoor zorg dat kentekenhouders: a) artikel 44, tweede lid na de in, genoemde aankondiging van een verkeersonderzoek binnen vier weken na de verwerking van persoonsgegevens met een technisch hulpmiddel schriftelijk worden uitgenodigd tot deelname aan het onderzoek; b) artikel 44, tweede lid na de in, genoemde aankondiging van een spitsmijdenproject binnen twaalf weken na de verwerking van persoonsgegevens met een technisch hulpmiddel schriftelijk worden uitgenodigd tot deelname aan het project. 2 De in het eerste lid, onder a en b, genoemde termijnen worden verlengd met de duur van binnen die termijn begonnen schoolvakanties. 3 artikel 47 Indien een in het eerste lid genoemde termijn, na verlenging met toepassing van het tweede lid, wordt overschreden, dan worden de desbetreffende persoonsgegevens, onverminderd de gevallen als bedoeld in, direct vernietigd. 2017 338 14-09-2017 29-08-2017 2017 338 14-09-2017 29-08-2017 01-01-2018
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 De verantwoordelijke verstrekt kentekengegevens die voortkomen uit een verkeersonderzoek of een spitsmijdenproject niet dan na een daartoe strekkend verzoek, behoudens in het geval genoemd onder a, aan: a. de bewerker met wie een bewerkersovereenkomst is afgesloten, voor zover die overeenkomst in de verstrekking van gegevens voorziet; b. de kentekenhouder voor zover het gegevens betreft die op hem betrekking hebben; c. artikel 1:1, van de Wet op het financieel toezicht een verzekeraar als bedoeld in, indien deze verzekeraar aannemelijk maakt dat deze gegevens noodzakelijk zijn voor het behartigen van de belangen van de bij hem verzekerde, voor zover het gaat om de kentekengegevens van deze verzekerde en nadat deze verzekerde daarvoor toestemming heeft verleend; d. een advocaat indien deze aannemelijk maakt dat deze gegevens noodzakelijk zijn voor het behartigen van de belangen van zijn cliënt en voor zover het gaat om de kentekengegevens van zijn cliënt nadat deze cliënt daarvoor toestemming heeft verleend. 2 Een verzoek om verstrekking van gegevens wordt schriftelijk ingediend door degene, bedoeld in het eerste lid, onder b tot en met d, die de gegevens wenst te ontvangen. 3 Bij het verstrekken van persoonsgegevens worden gegevens van andere personen geanonimiseerd. 2017 338 14-09-2017 29-08-2017 2017 338 14-09-2017 29-08-2017 01-01-2018
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Kentekengegevens die zijn verkregen met behulp van een technisch hulpmiddel worden: a. bij een verkeersonderzoek waarbij individuele deelname van de kentekenhouder niet nodig is, direct geanonimiseerd of gepseudonimiseerd; b. indien bij de selectie van kentekengegevens voor de uitnodiging voor een verkeersonderzoek of een spitsmijdenproject blijkt dat de kentekenhouder niet voldoende frequent op het betreffende wegvak wordt gesignaleerd voor een uitnodiging direct vernietigd; c. indien bij de selectie van kentekengegevens voor de uitnodiging voor spitsmijdenproject blijkt dat de kentekenhouder eerder heeft aangegeven niet benaderd te willen worden voor deze projecten direct vernietigd; d. indien de kentekenhouder laat blijken niet te willen deelnemen aan het verkeersonderzoek of het spitsmijdenproject direct nadat hij dit kenbaar heeft gemaakt vernietigd; e. indien de kentekenhouder binnen drie weken na daartoe schriftelijk te zijn uitgenodigd niet reageert op een uitnodiging tot deelname aan een verkeersonderzoek of spitsmijdenproject na het verstrijken van die periode direct vernietigd; f. indien de kentekenhouder heeft ingestemd met deelname aan het verkeersonderzoek of het spitsmijdenproject, niet langer bewaard dan vier weken na beëindiging van het verkeersonderzoek of spitsmijdenproject en uiterlijk aan het einde van die termijn geanonimiseerd of vernietigd. 2017 338 14-09-2017 29-08-2017 2017 338 14-09-2017 29-08-2017 01-01-2018
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 artikel 20a artikelen 23 24 Bij de vaststelling van de grenzen van de bebouwde kom of kommen als bedoeld invan de wet, zijn deenvan overeenkomstige toepassing. 1994 815 16-11-1994 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 1 Aan een gehandicapte kan, overeenkomstig de bij ministeriële regeling gestelde criteria, door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar hij als ingezetene met een adres is ingeschreven in de basisregistratie personen, een gehandicaptenparkeerkaart worden verstrekt. 2 Wet langdurige zorg artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg Aan de zorgaanbieder in de zin van deen die zorg verleent als bedoeld inkan, overeenkomstig de bij ministeriële regeling gestelde criteria, door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar de instelling is gevestigd, een gehandicaptenparkeerkaart worden verstrekt ten behoeve van het vervoer van gehandicapten die in de betrokken instelling verblijven. 3 Aan een gehandicapte die niet als ingezetene is ingeschreven in de basisregistratie personen kan, overeenkomstig de bij ministeriële regeling gestelde criteria, door het CBR een gehandicaptenparkeerkaart worden verstrekt. 2020 265 17-07-2020 14-07-2020 2020 265 17-07-2020 14-07-2020 01-08-2020
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 De houder van een gehandicaptenparkeerkaart laat van de kaart geen gebruik maken indien het parkeren niet rechtstreeks verband houdt met het vervoer van hemzelf, dan wel van het vervoer van gehandicapten die verblijven in de instelling waaraan de kaart is verstrekt. 2010 227 22-06-2010 31-05-2010 2010 227 22-06-2010 31-05-2010 01-07-2010
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 Behoudens het tweede en het derde lid is een gehandicaptenparkeerkaart geldig voor de duur van vijf achtereenvolgende jaren, gerekend vanaf de dag van afgifte. 2 Indien redelijke grond bestaat voor de verwachting dat de termijn gedurende welke de gehandicapte in aanmerking komt voor een gehandicaptenparkeerkaart, korter zal zijn dan vijf jaren, beperkt het gezag dat bevoegd is tot de afgifte van gehandicaptenparkeerkaarten, de geldigheidsduur tot die termijn. 3 Indien een gehandicaptenparkeerkaart wordt afgegeven aan een aanvrager die tijdelijk in Nederland verblijft, beperkt het gezag dat bevoegd is tot de afgifte van gehandicaptenparkeerkaarten, de geldigheidsduur van de kaart tot de termijn van verblijf van de aanvrager in Nederland. 2001 201 01-05-2001 27-03-2001 2001 363 02-08-2001 05-07-2001 01-10-2001
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 Het tot de afgifte van gehandicaptenparkeerkaarten bevoegde gezag geeft voor gehandicaptenparkeerkaarten die versleten of geheel of ten dele onleesbaar zijn, dan wel verloren zijn geraakt of teniet zijn gegaan, een duplicaat af. 2 Indien de gehandicaptenparkeerkaart is versleten of geheel of ten dele onleesbaar is geworden, wordt een duplicaat slechts uitgereikt tegen inlevering van de versleten of geheel of ten dele onleesbare kaart. 3 Indien de gehandicaptenparkeerkaart verloren is geraakt of teniet is gegaan, wordt een duplicaat slechts uitgereikt tegen overlegging van een door de aanvrager ondertekende verklaring, dat de kaart verloren is geraakt of teniet is gegaan. In de verklaring dienen de omstandigheden waaronder de kaart verloren geraakt of teniet gegaan is, te worden omschreven. 2001 201 01-05-2001 27-03-2001 2001 363 02-08-2001 05-07-2001 01-10-2001
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 Een gehandicaptenparkeerkaart verliest zijn geldigheid: a. door het verstrijken van de geldigheidsduur; b. door afgifte van een nieuwe gehandicaptenparkeerkaart of een duplicaat gehandicaptenparkeerkaart; c. door het onbevoegd daarin aanbrengen van wijzigingen; d. door het overlijden van de houder; e. door ongeldigverklaring. 2 Het gezag dat de gehandicaptenparkeerkaart heeft afgegeven, verklaart de kaart ongeldig indien deze is afgegeven op grond van door de aanvrager verschafte onjuiste gegevens en de kaart niet zou zijn afgegeven indien de onjuistheid van die gegevens ten tijde van de aanvraag bekend zou zijn geweest. 3 artikel 50 Het gezag dat de gehandicaptenparkeerkaart heeft afgegeven, kan de kaart ongeldig verklaren indien de houder van de kaart gebruik laat maken in strijd met. 2001 201 01-05-2001 27-03-2001 2001 363 02-08-2001 05-07-2001 01-10-2001
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Indien een gehandicaptenparkeerkaart zijn geldigheid heeft verloren, levert de gehandicapte aan wie de kaart is verstrekt of, indien deze is overleden, degene die de kaart onder zich heeft, de kaart zo spoedig mogelijk in bij het gezag dat de kaart heeft verstrekt. 2001 201 01-05-2001 27-03-2001 2001 363 02-08-2001 05-07-2001 01-10-2001
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 Bij ministeriële regeling worden voorschriften vastgesteld omtrent: a. de bestelling van gehandicaptenparkeerkaarten; b. de afgifte van gehandicaptenparkeerkaarten; c. de wijze waarop een gehandicaptenparkeerkaart in een voertuig moet worden aangebracht. 2 Het model van de gehandicaptenparkeerkaart wordt vastgesteld bij ministeriële regeling. 2001 201 01-05-2001 27-03-2001 2001 363 02-08-2001 05-07-2001 01-10-2001
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 1 Verkeersregelaars worden aangesteld door: a. Onze Minister, indien het gaat om 1°. transportbegeleiders, of 2°. verkeersregelaars met in het kader van het beroep verkeersregelende taken, voor zover deze taken in meerdere provincies op het grondgebied van meerdere niet aangrenzende gemeenten worden uitgevoerd. b. de burgemeester van de gemeente waar de werkzaamheden worden verricht, in de overige gevallen. 2 Verkeersregelaars met in het kader van het beroep verkeersregelende taken worden uitsluitend als zodanig aangesteld indien deze taken naar het oordeel van het tot aanstelling bevoegd gezag: a. als hun hoofdwerkzaamheden worden beschouwd, of b. geacht worden nauw verband te houden met de uitoefening van hun hoofdwerkzaamheden. 3 Het in het eerste lid genoemde bestuursorgaan kan de door hem afgegeven aanstelling in de bij ministeriële regeling aangegeven gevallen intrekken. 4 artikel 82, derde lid, van het RVV 1990 Verkeersbrigadiers als bedoeld in, worden aangesteld door de burgemeester. 2009 5 13-01-2009 08-12-2008 2009 5 13-01-2009 08-12-2008 01-03-2009 Artikel IV van Stb. 2009/5 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 artikel 82, eerste lid, onderdeel d, van het RVV 1990 Op verkeersregelaars, personen als bedoeld inen op verkeersbrigadiers wordt toezicht gehouden door de politie. 2009 5 13-01-2009 08-12-2008 2009 5 13-01-2009 08-12-2008 01-03-2009 Artikel IV van Stb. 2009/5 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 Bij ministeriële regeling worden voorschriften vastgesteld omtrent: a. de aanstelling, de verlenging van de aanstelling van verkeersregelaars, alsmede de aanstelling van verkeersbrigadiers; b. het toezicht op verkeersregelaars en verkeersbrigadiers; c. de opleiding van verkeersbrigadiers; d. de opleiding en examinering van verkeersregelaars; e. de plaatsen waar en de tijdstippen waarop verkeersregelaars en verkeersbrigadiers hun taken mogen uitoefenen; f. de uitoefening van de bevoegdheden van verkeersregelaars en verkeersbrigadiers; g. de aanstellingspas; h. de gevallen waarin de aanstelling kan worden ingetrokken; i. de uitrusting van verkeersregelaars en verkeersbrigadiers, alsmede de begeleidingsvoertuigen en de hulpmiddelen die daarin aanwezig zijn. 2010 227 22-06-2010 31-05-2010 2010 227 22-06-2010 31-05-2010 01-07-2010 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 58a — Artikel 58a#
Artikel 58a 1 artikel 58, onderdeel i Transportbegeleiders maken tijdens de uitoefening van hun werkzaamheden gebruik van een begeleidingsvoertuig dat voldoet aan de in de ministeriële regeling, bedoeld in, opgenomen eisen. 2 artikel 58, onderdeel i Verkeersregelaars dragen tijdens de uitoefening van hun werkzaamheden de kleding voorgeschreven in de ministeriële regeling, bedoeld in. 3 artikel 159, eerste lid, onderdeel a, van de wet Verkeersregelaars die krachtens de wet moeten beschikken over een aanstellingspas zijn verplicht dit document op eerste vordering van de ingenoemde personen ter inzage af te geven. 4 artikel 82, eerste lid, van het RVV 1990 Aanwijzingen als bedoeld in, worden voor zover het betreft verkeersregelaars niet zijnde weginspecteurs in dienst van Rijkswaterstaat, niet gegeven vanaf een motorrijtuig of, voorzover het betreft verkeersregelaars niet zijnde transportbegeleiders of weginspecteurs in dienst van Rijkswaterstaat, vanuit een motorrijtuig. 5 artikel 82, eerste lid, van het RVV 1990 Onverminderd het vierde lid, geven transportbegeleiders of weginspecteurs in dienst van Rijkswaterstaat vanuit een motorrijtuig geen aanwijzingen als bedoeld in, op wegen onder beheer van het Rijk of op kruispunten gelegen op andere wegen. 6 artikel 58, onderdeel f Transportbegeleiders houden zich aan de in de ministeriële regeling gestelde regels als bedoeld in, over de uitoefening van hun bevoegdheden. 2020 265 17-07-2020 14-07-2020 2020 265 17-07-2020 14-07-2020 01-08-2020
Artikel 58b — Artikel 58b#
Artikel 58b Het is eenieder die niet is aangesteld als verkeersregelaar verboden zich op zodanige wijze te kleden dan wel te gedragen, dat daardoor bij weggebruikers de indruk kan worden gewekt, dat hij bevoegd is als zodanig op te treden. 2020 265 17-07-2020 14-07-2020 2020 265 17-07-2020 14-07-2020 01-08-2020
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 artikelen 1a 2 54 58a, eerste lid en derde tot en met zesde lid 58b Overtreding van de,,,, enis een strafbaar feit. 2020 265 17-07-2020 14-07-2020 2020 265 17-07-2020 14-07-2020 01-08-2020
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 Onze Minister kan voor een wegvak in beheer bij het Rijk in het kader van een experiment een tijdelijk verkeersbesluit nemen voor toepassing van een variabele maximumsnelheid voor de duur van ten hoogste twee jaar. 2 Met een experiment wordt beoogd inzicht te verkrijgen in: artikel 60c bij toepassing van een variabele maximumsnelheid of bij het aanpassen van de maximumsnelheid aan de omstandigheden, bedoeld in. a. de verkeerskundige effecten; b. de effecten op de geluidbelasting en luchtkwaliteit; c. de effecten op de verkeersveiligheid, en d. de effecten op de naleving van de maximumsnelheid; 2012 347 24-07-2012 02-07-2012 2012 374 24-08-2012 11-08-2012 01-09-2012
Artikel 60a — Artikel 60a#
Artikel 60a 1 Het experimentverkeersbesluit bevat in elk geval: a. de duur van het experiment; b. het wegvak of de wegvakken waarop het besluit van toepassing is; c. ten minste één maximumsnelheid voor elk wegvak; d. artikel 60, tweede lid de werkwijze bij evaluatie van de effecten, bedoeld in. 2 Voor een wegvak kan slechts eenmaal een experimentverkeersbesluit worden genomen. 2012 347 24-07-2012 02-07-2012 2012 374 24-08-2012 11-08-2012 01-09-2012
Artikel 60b — Artikel 60b#
Artikel 60b 1 Onze Minister kan bij het nemen, wijzigen of intrekken van een experimentverkeersbesluit afwijken van: a. artikelen 24 25 27 de,envan dit besluit; b. hoofdstuk II, paragraaf 4 van de Uitvoeringsvoorschriften BABW inzake verkeerstekens . 2 Artikel 20 van de wet is bij het nemen van een experimentverkeersbesluit niet van toepassing. 2012 378 28-08-2012 11-08-2012 2012 513 30-10-2012 19-10-2012 01-01-2013
Artikel 60c — Artikel 60c#
Artikel 60c 1 Onze Minister kan tijdens de duur van het experiment de maximumsnelheid voor een wegvak of één of meer rijstroken binnen dat wegvak op verschillende tijdstippen van de dag aanpassen aan de omstandigheden. 2 Tot de omstandigheden die aanleiding kunnen vormen voor een aanpassing als bedoeld in het eerste lid, behoren in elk geval: a. doorstroming van het verkeer; b. weersomstandigheden; c. onverwachte incidenten; d. verkeersintensiteit. 3 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing van het eerste en tweede lid. 2012 347 24-07-2012 02-07-2012 2012 374 24-08-2012 11-08-2012 01-09-2012
Artikel 60d — Artikel 60d#
Artikel 60d artikel 12 Onze Minister kan met het oog op het experiment de borden, bedoeld in, plaatsen of verwijderen tijdens de duur van het experiment. 2008 376 23-09-2008 26-07-2008 2008 372 23-09-2008 26-07-2008 24-09-2008 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel G, van de Wijzigingswet Wegenverkeerswet 1994, enz. (vakbekwaamheid bestuurders) (Stb. 2007/166) in werking treedt.
Artikel 60e — Artikel 60e#
Artikel 60e 1 artikel 60a, eerste lid, onder a Het experimentverkeersbesluit vervalt na afloop van de duur, bedoeld in. 2 artikel 15, eerste lid, van de wet Het verkeersbesluit zoals dat luidde tot het tijdstip waarop het experimentverkeersbesluit van kracht werd, herleeft met ingang van de datum waarop het experimentverkeersbesluit vervalt of wordt ingetrokken, tenzij een verkeersbesluit als bedoeld inmet ingang van die datum in werking treedt. 2012 347 24-07-2012 02-07-2012 2012 374 24-08-2012 11-08-2012 01-09-2012
Artikel 60f — Artikel 60f#
Artikel 60f 1 In bijzondere omstandigheden kan Onze Minister tijdens het experiment het experimentverkeersbesluit wijzigen of intrekken. 2 artikel 15, eerste lid, van de wet Onze Minister kan de duur van een experiment verlengen tot het moment dat een verkeersbesluit als bedoeld inin werking treedt indien: artikel 60, eerste lid met dien verstande dat de totale duur niet de termijn van twee jaar, genoemd in, overschrijdt. a. artikel 15, eerste lid, van de wet Onze Minister het ontwerp van een verkeersbesluit als bedoeld inter inzage heeft gelegd, en b. redelijkerwijze kan worden verwacht dat het verkeersbesluit niet in werking zal zijn getreden op het moment dat het experimentverkeersbesluit vervalt, 2012 347 24-07-2012 02-07-2012 2012 374 24-08-2012 11-08-2012 01-09-2012
Artikel 60g — Artikel 60g#
Artikel 60g artikel 27 In afwijking vantreedt een experimentverkeersbesluit of een besluit tot wijziging of tot intrekking van een experimentverkeersbesluit in werking met ingang van de dag, nadat een termijn van twee weken na de dag waarop het besluit is bekendgemaakt, is verstreken. 2012 347 24-07-2012 02-07-2012 2012 374 24-08-2012 11-08-2012 01-09-2012
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld. 1990 460 26-07-1990 1991 513 14-10-1991 01-11-1991
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 Dit besluit kan worden aangehaald als "Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer" of als "BABW". 1990 460 26-07-1990 1991 513 14-10-1991 01-11-1991