Besluit van 15 maart 1991, ter uitvoering van artikel 110 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek
- BWB-id
- BWBR0005022
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2021-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005022
- ELI
- /eli/nl/amvb/1991/besluit-ex-artikel-110-van-boek-8-van-het-burgerlijk-wetboek
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1991/besluit-ex-artikel-110-van-boek-8-van-het-burgerlijk-wetboek/2021-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005022&g=2021-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005022&z=2026-06-06&g=2021-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005022/2021-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1991/besluit-ex-artikel-110-van-boek-8-van-het-burgerlijk-wetboek
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 artikel 105 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek De schadevergoeding, die de vervoerder mogelijkerwijs is verschuldigd uit hoofde vanis beperkt tot een bedrag van: a. artikel 1, eerste lid, van de Locaalspoor- en Tramwegwet artikel 2, eerste lid, van de Wet lokaal spoor artikel 3, eerste lid van de Wet lokaal spoor artikel 105 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek € 1.000.000 per reiziger met een maximum van € 15.000.000 per gebeurtenis in geval van vervoer over de weg of over krachtensaangewezen locaalspoorwegen, of over krachtensaangewezen lokale spoorwegen als bedoeld in. In geval van vervoersdiensten als bedoeld in artikel 2, eerste en derde lid, van Verordening (EU) Nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende de rechten van autobus- en touringcarpassagiers en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (Pb EU L 55), waarbij de schadevergoeding die de vervoerder uit hoofde vanis verschuldigd meer bedraagt dan € 15.000.000 per gebeurtenis en de schadevergoeding voor een reiziger meer bedraagt dan € 220.000, mag de vervoerder zijn aansprakelijkheid niet verder beperken dan tot € 220.000 per reiziger; b. artikel 2, eerste lid, van de Spoorwegwet artikel 2, eerste lid van de Wet lokaal spoor artikel 3, derde lid van de Wet lokaal spoor 175.000 rekeneenheden per reiziger in geval van vervoer over krachtensaangewezen hoofdspoorwegen of in geval van vervoer over krachtensaangewezen lokale spoorwegen, als bedoeld in; c. 400.000 rekeneenheden per reiziger in geval van vervoer over zee of binnenwateren. 2 In het geval dat de schadeloosstelling wordt bepaald in de vorm van een rente, mag het gekapitaliseerde bedrag het bedrag waartoe de aansprakelijkheid is beperkt op grond van het eerste lid niet te boven gaan. 2020 386 21-10-2020 29-09-2020 2020 387 21-10-2020 29-09-2020 01-01-2021 Artikel IV van Stb. 2020/386 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 1, eerste lid, onder a en c artikel 1, eerste lid, onder b De schadevergoeding die de vervoerder mogelijkerwijs verschuldigd is in geval van verlies of beschadiging van handbagage is in de gevallen bedoeld in, beperkt tot een bedrag van € 1500 en in het geval bedoeld in, tot een bedrag van 1400 rekeneenheden. In geval van vervoersdiensten als bedoeld in artikel 2, eerste en derde lid, van Verordening (EU) Nr. 181/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 betreffende de rechten van autobus- en touringcarpassagiers en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (Pb EU L 55) is de schadevergoeding die de vervoerder mogelijkerwijs verschuldigd is in geval van verlies of beschadiging van handbagage beperkt tot een bedrag van € 1500 per stuk. 2 artikel 1, eerste lid, onder c De schadevergoeding die de vervoerder mogelijkerwijs verschuldigd is in geval van verlies of beschadiging van een als bagage ten vervoer aangenomen voertuig of schip en de zaken aan boord daarvan is in het geval bedoeld in, beperkt tot een bedrag van € 9100 per voertuig of schip. 2013 80 13-03-2013 26-02-2013 2013 80 13-03-2013 26-02-2013 14-03-2013 01-03-2013 Is voor het eerst van toepassing op ongevallen die zich na de inwerkingtreding
van dit besluit hebben voorgedaan. (Stb. 2013/80)
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a De rekeneenheid, genoemd in dit besluit, is het bijzondere trekkingsrecht, zoals dat is omschreven door het Internationale Monetaire Fonds. De bedragen die in dit besluit zijn uitgedrukt in rekeneenheden, worden omgerekend in euro’s naar de koers van de dag van betaling, danwel, in geval van een gerechtelijke procedure, naar de koers van de dag van de uitspraak. De waarde in euro’s, uitgedrukt in bijzondere trekkingsrechten, wordt berekend volgens de waarderingsmethode die door het Internationale Monetaire Fonds op de dag van omrekening wordt toegepast voor zijn eigen verrichtingen en transacties. 2008 505 09-12-2008 29-11-2008 2008 505 09-12-2008 29-11-2008 01-03-2009 Artikel III van Stb. 2008/505 bevat overgangsrecht m.b.t. deze
wijziging.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Stb. Het besluit van 27 juli 1988,364 wordt ingetrokken. 1991 114 15-03-1991 1991 100 04-03-1991 01-04-1991
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Dit besluit treedt in werking op het tijdstip, waarop Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek in werking treedt. 1991 114 15-03-1991 1991 100 04-03-1991 01-04-1991