Besluit van 13 december 1990, houdende regels voor het bewaren van dunne mest in bassins
- BWB-id
- BWBR0004990
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2012-01-01 t/m 2012-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0004990
- ELI
- /eli/nl/amvb/1991/besluit-mestbassins-milieubeheer
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1991/besluit-mestbassins-milieubeheer/2012-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0004990&g=2012-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0004990&z=2026-06-06&g=2012-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0004990/2012-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1991/besluit-mestbassins-milieubeheer
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer inrichting: een inrichting die behoort tot een krachtensaangewezen categorie; b. bewaren van dunne mest: het bewaren van dunne mest in één of meer bassins, voor zover: 1°. de gezamenlijke oppervlakte van de in de inrichting aanwezige bassins niet meer bedraagt dan 750 m²; 2°. 3 de gezamenlijke inhoud van de in de inrichting aanwezige bassins niet meer bedraagt dan 2500 m; 3°. er in de bassins geen beluchting, geforceerde vergisting of een andere be- of verwerking van dunne mest plaatsvindt, behoudens mengen of roeren; c. dunne mest: mest die verpompbaar is en die bestaat uit faeces of urine van landbouwhuisdieren, al dan niet vermengd met mors-, spoel-, reinigings- of regenwater; d. bassin: een reservoir bestemd en geschikt voor het bewaren van dunne mest, dat niet geheel of gedeeltelijk is gelegen onder een stal en dat tot stand is gebracht na 1 juni 1987; e. woning: een gebouw of een deel van een gebouw, dat voor bewoning wordt gebruikt of daartoe is bestemd; f. artikel 8, tweede lid, onder a artikel 8, derde lid, van de Wet op de openluchtrecreatie gevoelig object: een gebouw of deel van een gebouw dat tot het verblijf van personen is bestemd, een gebouw of terrein dat is bestemd voor verblijfs- of dagrecreatie, niet zijnde een kampeerterrein als bedoeld in, of, een gebouw dat deel uitmaakt van een agrarisch bedrijf en ter beschikking wordt gesteld voor het houden van recreatief nachtverblijf, of een als kamphuis of blokhut aan te merken bouwwerk, dat ter beschikking wordt gesteld voor het houden van recreatief nachtverblijf; g. Wet ammoniak en veehouderij zeer kwetsbaar gebied: zeer kwetsbaar gebied in de zin van de; h. bevoegd gezag: het bestuursorgaan dat bevoegd is of zou zijn een omgevingvergunning voor de inrichting waar dunne mest wordt bewaard, te verlenen. 2 Dit besluit is niet van toepassing op een inrichting waar dunne mest wordt bewaard in een bassin, dat is gelegen: a. artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer op minder dan 50 m afstand van een woning van derden, die behoort tot een krachtensaangewezen inrichting voor het kweken, fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van dieren; b. a op minder dan 100 m afstand van een gevoelig object van derden of een woning van derden, niet zijnde een woning als bedoeld onder. 3 Indien de gezamenlijke oppervlakte van de in de inrichting aanwezige bassins minder bedraagt dan 350 m², bedragen de in het tweede lid bedoelde afstanden respectievelijk 25 en 50 m. 2010 144 01-04-2010 25-03-2010 2010 231 22-06-2010 10-06-2010 01-10-2010
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 bijlage I Degene die een inrichting drijft, waarin dunne mest wordt bewaard, dient te voldoen aan de voorschriften die zijn opgenomen in dit besluit en de bij dit besluit behorende, alsmede aan de krachtens die voorschriften door het bevoegd gezag gestelde nadere eisen. 2004 155 20-04-2004 19-03-2004 2005 81 24-02-2005 08-02-2005 25-02-2005
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 1.1, derde lid, van de Wet milieubeheer artikel 1 Indien een inrichting tot een krachtensaangewezen categorie behoort, niet uitsluitend omdat daarin dunne mest wordt bewaard, geldt een voor de inrichting verleende omgevingsvergunning ook voor het oprichten, in werking hebben of veranderen van de inrichting, dan wel het veranderen van de werking daarvan, voor zover dit oprichten, in werking hebben of veranderen dan wel veranderen van de werking betrekking heeft op het bewaren van dunne mest overeenkomstig. 2010 144 01-04-2010 25-03-2010 2010 231 22-06-2010 10-06-2010 01-10-2010
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Degene die voornemens is een inrichting op te richten, voor zover dit oprichten betrekking heeft op het bewaren van dunne mest, meldt dit tenminste vier weken voor het oprichten aan het bevoegd gezag. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot het uitbreiden of wijzigen van een inrichting, dan wel het veranderen van de werking daarvan, voor zover dat betrekking heeft op het bewaren van dunne mest. Deze melding is niet vereist, indien eerder een melding overeenkomstig het bepaalde in dit artikel is gedaan en door dit uitbreiden, wijzigen of veranderen van de werking van de inrichting geen afwijking ontstaat van de bij die melding verstrekte gegevens. 3 bijlage II bijlage II bijlage II Bij een melding als bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt in ieder geval het tijdstip vermeld, waarop de inrichting of de uitbreiding of wijziging daarvan in werking zal worden gebracht, dan wel de verandering van de werking daarvan verwezenlijkt zal zijn, en worden de gegevens verstrekt, die in de bij dit besluit behorendezijn aangegeven. Tevens dienen de gegevens te worden verstrekt die zijn aangegeven in de krachtensdoor het bevoegd gezag gestelde nadere eisen. De melding dient te worden gedaan op een formulier waarvan het model wordt vastgesteld door Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. Onze Minister kan daarbij nadere regels stellen met betrekking tot de inbedoelde gegevens. 4 bijlage I Degene die een melding heeft gedaan als bedoeld in het eerste of het tweede lid, dient het bevoegd gezag zo tijdig in kennis te stellen van een wijziging van het in het derde lid bedoelde tijdstip dat het bevoegd gezag in staat is voorafgaand aan dat tijdstip te controleren of aan de inopgenomen voorschriften wordt voldaan. 2004 155 20-04-2004 19-03-2004 2005 81 24-02-2005 08-02-2005 25-02-2005
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikelen 2 3 Gedurende één jaar vanaf het tijdstip waarop dit besluit van toepassing wordt op een reeds opgerichte inrichting waar dunne mest wordt bewaard, zijn deenniet van toepassing. 2 artikel 4, derde lid In een geval als bedoeld in het eerste lid, meldt degene die de inrichting drijft, ten hoogste zes maanden na het in dat lid bedoelde tijdstip aan het bevoegd gezag dat hij de inrichting in werking heeft. De melding dient te geschieden overeenkomstig. 3 Deze melding is niet vereist, indien voor de inrichting: a. artikel 8.1 van de Wet milieubeheer een vergunning krachtensof krachtens de Hinderwet is verleend, die betrekking heeft op het bewaren van dunne mest waarop dit besluit van toepassing is; b. een melding als bedoeld in een verordening krachtens artikel 3 van de Hinderwet, heeft plaatsgevonden, die betrekking heeft op het bewaren van dunne mest waarop dit besluit van toepassing is; c. Staatscourant een eerdere kennisgeving heeft plaatsgevonden waarbij de gegevens zijn verstrekt, die zijn aangegeven in bijlage II van het ontwerp van dit besluit, dat is voorgepubliceerd in de1987, 55. 2004 155 20-04-2004 19-03-2004 2005 81 24-02-2005 08-02-2005 25-02-2005
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van hetwaarin het wordt geplaatst. 1990 618 13-12-1990 1990 618 13-12-1990 01-02-1991
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit mestbassins milieubeheer. 1993 42 14-01-1993 1993 59 29-01-1993 27-01-1993 01-03-1993
Artikel 4#
artikelen 4, eerste en tweede lid
Artikel 5#
5, tweede lid
Artikel 1#
artikel 1, eerste lid, onder b, en derde en vierde lid