Besluit van 28 mei 1991, houdende wijziging van het Rijkswachtgeldbesluit 1959 en andere uitkeringsregelingen
- BWB-id
- BWBR0005093
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 1996-01-01 t/m 2019-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005093
- ELI
- /eli/nl/amvb/1991/wijzigingsbesluit-rijkswachtgeldbesluit-1959
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1991/wijzigingsbesluit-rijkswachtgeldbesluit-1959/1996-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005093&g=1996-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005093&z=2026-06-06&g=1996-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005093/1996-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1991/wijzigingsbesluit-rijkswachtgeldbesluit-1959
Artikel I — Artikel I#
Artikel I Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1991 331 28-05-1991 1991 331 28-05-1991 04-07-1991 01-04-1991
Artikel II — Artikel II#
Artikel II Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1991 331 28-05-1991 1991 331 28-05-1991 04-07-1991 01-04-1991
Artikel III — Artikel III#
Artikel III Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1991 331 28-05-1991 1991 331 28-05-1991 04-07-1991 01-04-1991
Artikel IV — Artikel IV#
Artikel IV Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1991 331 28-05-1991 1991 331 28-05-1991 04-07-1991 01-04-1991
Artikel V — Artikel V#
Artikel V Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1991 331 28-05-1991 1991 331 28-05-1991 04-07-1991 01-04-1991
Artikel VI — Artikel VI#
Artikel VI Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1991 331 28-05-1991 1991 331 28-05-1991 04-07-1991 01-04-1991
Artikel VII — Artikel VII#
Artikel VII 1 Rijkswachtgeldbesluit 1959 Uitkeringsregeling 1966 Rijkswachtgeldbesluit 1959 Uitkeringsregeling 1966 Stb. Stb. Op de wachtgelden en uitkeringen toegekend krachtens de bepalingen van hetonderscheidenlijk de, en het Koninklijk Besluit van 23 november 1972 (1986, 492) onderscheidenlijk het Koninklijk Besluit van 23 november 1972 (1986, 493) zoals deze luidden voor 1 april 1991, worden voor de resterende duur na 30 maart 1991, de bepalingen van hetonderscheidenlijk deen de Koninklijke Besluiten van 23 november 1972, zoals deze luiden met ingang van 1 april 1991, toegepast. 2 Rijkswachtgeldbesluit 1959 Stb. Ten aanzien van de wachtgelden bedoeld in het eerste lid, die voortduren na 30 maart 1991, wordt op basis van de desbetreffende bepalingen in heten het Koninklijk Besluit van 23 november 1972 (1986, 492), zoals deze luiden met ingang van 1 april 1991, de duur opnieuw berekend. Indien de aldus berekende duur van het toegekende wachtgeld langer is dan de oorspronkelijk vastgestelde duur, wordt deze laatstgenoemde duur verlengd met het verschil tussen beide. 3 Uitkeringsregeling 1966 Stb. Ten aanzien van de uitkeringen, als bedoeld in het eerste lid, die voortduren na 30 maart 1991, wordt op basis van de desbetreffende bepalingen in deen het Koninklijk Besluit van 23 november 1972 (1986, 493) zoals deze luiden met ingang van 1 april 1991, de duur opnieuw berekend. Indien de aldus berekende duur van de toegekende uitkering langer is dan de oorspronkelijk vastgestelde duur, wordt deze laatstgenoemde duur verlengd met het verschil tussen beide. 4 artikel 14, eerste lid, van de Uitkeringsregeling 1966 Artikel 14, tweede lid, van de Uitkeringsregeling 1966 Stb. De belanghebbende aan wie een uitkering was toegekend op grond van, onderscheidenlijk artikel 13, eerste lid, van het Koninklijk Besluit van 23 november 1972 (1986, 493) zoals deze luidden tot 1 april 1991, en welke als gevolg van beëindiging van de werkloosheid is vervallen, behoudt binnen de in vorenbedoelde artikelen genoemde termijn en overeenkomstig de overige daarvoor genoemde voorwaarden het recht op opnieuw toekennen van de uitkering., onderscheidenlijk artikel 13, tweede lid, van het Koninklijk Besluit van 23 november 1972, zoals deze luidden tot 1 april 1991, blijven van toepassing op een weder toegekende uitkering als bedoeld in de vorige volzin, met dien verstande dat de duur van de toekende uitkering wordt herberekend op grond van het derde lid. 1991 331 28-05-1991 1991 331 28-05-1991 04-07-1991 01-04-1991
Artikel VIII — Artikel VIII#
Artikel VIII 1 a artikel 6, derde lid, van het Rijkswachtgeldbesluit 1959 artikel 6 van het Rijkswachtgeldbesluit 1959 Voor de toepassing vanwordt onder het eerder toegekende wachtgeld tevens begrepen het wachtgeld, waarvan de duur is vastgesteld krachtens, zoals dit luidde tot 1 april 1991. 2 a artikel 6, derde lid, van het Rijkswachtgeldbesluit 1959 artikel 8 van de Uitkeringsregeling 1966 Voor de toepassing vanwordt onder de eerder toegekende uitkering tevens begrepen de uitkering, waarvan de duur is vastgesteld krachtens, zoals deze luidde tot 1 april 1991. 1991 331 28-05-1991 1991 331 28-05-1991 04-07-1991 01-04-1991
Artikel IX — Artikel IX#
Artikel IX 1 Stb. De uitkeringen toegekend krachtens de bepalingen van de Tijdelijke regeling WWV-vervangende uitkering (1987, 400) blijven voor de op of na 1 april 1991 resterende duur, alsmede wat betreft de hoogte, gehandhaafd met dien verstande dat: a. Uitkeringsregeling 1966 met inwerkingtreding van dit besluit de bepalingen van de, behoudens het bepaalde in de artikelen 19 en 25, eerste tot en met zesde lid, daarop overigens van toepassing zijn; b. artikel V, derde lid het bepaalde in, van dit besluit niet van toepassing is. 2 Ten aanzien van een op basis van artikel 5, eerste tot en met vierde lid, van de Tijdelijke regeling WWV-vervangende uitkering toegekend recht op uitkering, welke vóór het voor de betrokken belanghebbende in artikel 11 van de regeling bedoelde tijdstip is geëindigd, blijft, indien de omstandigheden die tot dat eindigen hebben geleid of zouden hebben geleid op of na 1 april 1991 ophouden te bestaan, artikel 5, vijfde lid, van de regeling van toepassing. 1991 331 28-05-1991 1991 331 28-05-1991 04-07-1991 01-04-1991
Artikel X — Artikel X#
Artikel X 1 Rijkswachtgeldbesluit 1959 artikel VII, tweede lid Degene die vóór 1 januari 1987 in het genot was van wachtgeld als bedoeld in het, waarvan de duur, nadat toepassing is gegeven aan, van dit besluit, verstrijkt in de periode 1 april 1991 tot en met 31 december 1997, heeft recht op een overgangsuitkering. 2 De duur van de overgangsuitkering is een jaar, met dien verstande dat de uitkering uiterlijk 1 januari 1998 eindigt. De overgangsuitkering gaat in direct na het verstrijken van het wachtgeld als bedoeld in het eerste lid en wordt in maandelijkse termijnen betaald. 3 De hoogte van de overgangsuitkering is over een maand gelijk aan het minimumloon, met dien verstande dat dit bedrag nooit meer kan bedragen dan 70% van de bezoldiging. 4 a Stb. Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Voor de toepassing van dit artikel wordt onder minimumloon verstaan het maandbedrag van het minimumloon bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder, van de(1968, 657). 5 Rijkswachtgeldbesluit 1959 Hetis voor zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing. 1995 543 23-11-1995 03-11-1995 1995 543 23-11-1995 03-11-1995 01-01-1996
Artikel XI — Artikel XI#
Artikel XI Rijkswachtgeldbesluit 1959 Uitkeringsregeling 1966 Stb. Stb. Staatsblad De tekst van het, deen het Koninklijk Besluit van 23 november 1972 (1986, 492) en het Koninklijk Besluit van 23 november 1972 (1986, 493), wordt door de Minister van Justitie in hetgeplaatst, waarbij eventuele vernummeringen en daarmee verband houdende verwijzingen in aanhalingen worden aangebracht. 1991 331 28-05-1991 1991 331 28-05-1991 04-07-1991 01-04-1991
Artikel XII — Artikel XII#
Artikel XII Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag nadat het in hetis gepubliceerd en werkt terug tot en met 1 april 1991. 1991 331 28-05-1991 1991 331 28-05-1991 04-07-1991 01-04-1991