Besluit van 30 september 1992, houdende voorschriften betreffende de uitkering van de vergoeding aan scholen, de bevoorschotting, de boekhouding, het financieel beheer en de financiële controle alsmede voorschriften betreffende de Adviesgroep, bedoeld in artikel 80 van de W.V.O.
- BWB-id
- BWBR0005672
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2021-07-01 t/m 2021-09-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005672
- ELI
- /eli/nl/amvb/1992/bekostigingsbesluit-wvo
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1992/bekostigingsbesluit-wvo/2021-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005672&g=2021-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005672&z=2026-06-06&g=2021-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005672/2021-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1992/bekostigingsbesluit-wvo
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: aanvullende bekostiging: artikel 85a artikel 89 van de wet aanvullende bekostiging als bedoeld inof; accountant: artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek accountant als bedoeld in; bevoegd gezag: artikel 1 van de wet bevoegd gezag als bedoeld in; bijzondere school: artikel 1 van de wet bijzondere school als bedoeld in; eerste schooldag: 1°. bij opening van de school aan het begin van het schooljaar: 1 augustus, 2°. bij opening van de school tijdens het schooljaar: de dag waarop het onderwijs aan de school is aangevangen; formatieplaats: artikel 1 van het Formatiebesluit WVO een formatieplaats als bedoeld in; nieuwkomer: artikel 1 van de Vreemdelingenwet 2000 leerling die vreemdeling als bedoeld inis en op 1 oktober korter dan één jaar in Nederland verblijft; Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; openbare school: artikel 1 van de wet openbare school als bedoeld in; ouders: ouders, voogden of verzorgers; samenwerkingsverband: artikel 1 van de wet samenwerkingsverband als bedoeld in; school: school voor voortgezet onderwijs; scholengemeenschap: scholengemeenschap bestaande uit twee of meer scholen; schooljaar: tijdvak van 1 augustus van enig kalenderjaar tot en met 31 juli daaraanvolgend; teldatum: artikel 8, tweede lid datum van 1 oktober, bedoeld in; uitkering: Ziektewet een werkloosheidsuitkering, een suppletie inzake arbeidsongeschiktheid alsmede een uitkering wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid van gewezen personeel anders dan op grond van de, en wet: Wet op het voortgezet onderwijs . 2018 441 29-11-2018 20-11-2018 2018 441 29-11-2018 20-11-2018 01-01-2019
Artikel 2 — Artikel 2 Opheffing van een school#
Artikel 2 Opheffing van een school Wet op het onderwijstoezicht Het bevoegd gezag doet binnen twee weken na een besluit tot opheffing van de school daarvan mededeling aan Onze Minister, gedeputeerde staten, de inspectie, bedoeld in de, en indien het een bijzondere school betreft, eveneens aan burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de school is gelegen. 2005 62 15-02-2005 17-01-2005 2005 177 05-04-2005 23-03-2005 06-04-2005
Artikel 3 — Artikel 3 Inhoud van de leerlingenadministratie#
Artikel 3 Inhoud van de leerlingenadministratie 1 De directeur, rector of centrale directie van een school draagt er zorg voor dat een overzichtelijke administratie van de inschrijving, de uitschrijving en het verzuim van de leerlingen op de school beschikbaar is, alsmede van de gegevens van de leerlingen en hun ouders die noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de bekostiging. 2 Bij ministeriële regeling kunnen voorschriften worden gegeven omtrent de wijze waarop de leerlingenadministratie wordt ingericht. 2003 323 21-08-2003 11-08-2003 2003 323 21-08-2003 11-08-2003 22-08-2003 01-08-2003
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a Vervallen 1998 117 05-03-1998 21-02-1998 1998 117 05-03-1998 21-02-1998 06-03-1998
Artikel 3b — Artikel 3b#
Artikel 3b Vervallen 1998 117 05-03-1998 21-02-1998 1998 117 05-03-1998 21-02-1998 06-03-1998
Artikel 4 — Artikel 4 Inschrijving#
Artikel 4 Inschrijving 1 Les- en cursusgeldwet artikel 27, lid 2f, van de wet Onverminderd het bepaalde bij of krachtens deschrijft de directeur, rector of centrale directie van een school een leerling slechts in na een beslissing van het bevoegd gezag tot toelating van de leerling, of indien de leerling tijdelijk op de school wordt geplaatst op grond van. 2 De directeur, rector of centrale directie schrijft de leerling in met ingang van de dag waarop de leerling de school voor het eerst bezoekt. 3 In afwijking van het tweede lid, schrijft de directeur, rector of centrale directie de leerling die de school voor het eerst bezoekt op de eerste schooldag van het schooljaar, in met ingang van 1 augustus van dat schooljaar. 2019 316 14-10-2019 27-09-2019 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2021
Artikel 5 — Artikel 5 Uitschrijving#
Artikel 5 Uitschrijving 1 De directeur, rector of centrale directie van een school waarop de leerling staat ingeschreven, schrijft de leerling, indien deze de school verlaat, uit met ingang van de dag waarop de leerling de school voor het laatst heeft bezocht. De directeur, rector of centrale directie schrijft de leerling die wordt uitgeschreven na de school op de laatste schooldag van het schooljaar te hebben bezocht, uit met ingang van 31 juli van dat schooljaar. 2 Wet register onderwijsdeelnemers Indien de directeur, rector of centrale directie van een school waarop de leerling stond ingeschreven, binnen vier weken na de dag waarop de leerling de school voor het laatst heeft bezocht uit het register onderwijsdeelnemers, bedoeld in de, een melding ontvangt van de inschrijving van de leerling op een andere school of een school voor ander onderwijs, wijzigt de directeur, rector of centrale directie de datum van uitschrijving, bedoeld in het eerste lid, alsnog in de datum van de dag voorafgaande aan de dag van inschrijving op die andere school of die school voor ander onderwijs. 2019 316 14-10-2019 27-09-2019 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2021
Artikel 6 — Artikel 6 Bewaren van de gegevens#
Artikel 6 Bewaren van de gegevens De gegevens die in de leerlingenadministratie zijn opgenomen, blijven daarvan in ieder geval deel uitmaken gedurende 5 jaar nadat de desbetreffende leerling van de school is uitgeschreven. 1998 117 05-03-1998 21-02-1998 1998 117 05-03-1998 21-02-1998 06-03-1998
Artikel 7 — Artikel 7 Leerlingentelling#
Artikel 7 Leerlingentelling 1 artikelen 5 7a 7c 7d Voor de toepassing van het bepaalde bij en krachtens de wet worden, onverminderd de,,en, de leerlingen op een school meegeteld die: a. op de teldatum op die school als werkelijk schoolgaand staan ingeschreven, of b. in bij ministeriële regeling te bepalen gevallen tijdelijk buiten de school waar zij staan ingeschreven zijn geplaatst. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op leerlingen die vanaf het begin van het schooljaar tot de teldatum meer dan de helft van het aantal schooldagen zonder geldige reden hebben verzuimd. 3 Leerplichtwet 1969 Voor de toepassing van het tweede lid wordt ten aanzien van de leerplichtige leerling als geldige reden aangemerkt een vrijstelling van geregeld schoolbezoek als bedoeld in de. Ten aanzien van de niet-leerplichtige leerling worden als geldige reden aangemerkt dezelfde gronden als die welke leiden tot een vrijstelling van geregeld schoolbezoek als bedoeld in de eerste volzin. 4 Indien de teldatum valt op een dag waarop geen onderwijs wordt gegeven, worden op de eerstvolgende schooldag de leerlingen geteld, die op de teldatum als werkelijk schoolgaand stonden ingeschreven. 5 Een leerling kan slechts op één school voor de bekostiging meetellen. 2018 177 19-06-2018 04-06-2018 2018 419 16-11-2018 16-10-2018 17-11-2018 01-10-2016
Artikel 7a — Artikel 7a Leerlingen in leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs#
Artikel 7a Leerlingen in leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs 1 artikel 7 artikel 69 artikel 17a1, tweede lid, van de wet Onverminderdwordt een leerling in het op grond vanenbekostigde leerwegondersteunend onderwijs in een schooljaar meegeteld a. artikel 27, lid 2f,van de wet als leerling in dat onderwijs indien het samenwerkingsverband voor de teldatum bepaalt dat betrokkene is aangewezen op leerwegondersteunend onderwijs of toelaatbaar is tot het praktijkonderwijs of indien er sprake is van de situatie, bedoeld in; b. als leerling van de school waaraan dat onderwijs is verbonden, in andere gevallen dan bedoeld onder a. 2 artikelen 7 7b artikel 27, lid 2f,van de wet Onverminderd deenwordt een leerling slechts meegeteld als leerling van een school voor praktijkonderwijs indien het samenwerkingsverband heeft bepaald dat betrokkene toelaatbaar is tot het praktijkonderwijs of indien er sprake is van de situatie, bedoeld in. 2015 273 07-07-2015 24-06-2015 2015 273 07-07-2015 24-06-2015 01-01-2016
Artikel 7b — Artikel 7b Leerlingen binnen samenwerkingsovereenkomst VO-BVE#
Artikel 7b Leerlingen binnen samenwerkingsovereenkomst VO-BVE 1 artikelen 2 3 van het Besluit samenwerking VO-BVE artikel 7, eerste lid artikel 7, eerste, tweede en derde lid Leerlingen als bedoeld in deenworden aangemerkt als leerlingen die op de teldatum als werkelijk schoolgaand zijn ingeschreven, als bedoeld in. Het bepaalde in, over verzuim is van overeenkomstige toepassing. 2 artikel 29 van de wet artikel 3 van het Besluit samenwerking VO-BVE artikel 6e van de wet In afwijking van het eerste lid, eerste volzin, tellen leerlingen die zijn afgewezen voor een eindexamen als bedoeld inen aansluitend op grond vanvoor een of meer vakken voortgezet algemeen volwassenenonderwijs volgen in plaats van voortgezet onderwijs, op de teldatum voor 50% mee, met dien verstande dat zij volledig meetellen voor de bepaling van de hoogte van de bekostiging indien het betreft lesmateriaal als bedoeld in. 2011 434 11-10-2011 13-09-2011 2011 434 11-10-2011 13-09-2011 12-10-2011 01-10-2011
Artikel 7c — Artikel 7c Voorschriften aan meetellen onderwijstijd op andere school of instelling#
Artikel 7c Voorschriften aan meetellen onderwijstijd op andere school of instelling 1 artikel 6h, eerste lid, van de wet Wet op de expertisecentra Voor de toepassing vanis vereist dat tussen het bevoegd gezag van een school of scholengemeenschap en het bevoegd gezag van een school voor voortgezet speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, dan wel van een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de, een schriftelijke overeenkomst over de uitvoering daarvan wordt gesloten. 2 De overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, bevat in elk geval afspraken over: a. de termijn waarvoor de overeenkomst is aangegaan; b. de vakken die de leerling zal ontvangen; c. het aantal lesuren per week per vak dat ten minste wordt aangeboden; en d. de aanwezigheid van leraren, onderwijsondersteunend personeel en andere begeleiding van de leerling. 3 Een leerling kan gedurende een termijn van ten hoogste drie maanden aaneengesloten het volledige onderwijsprogramma volgen op een school of instelling als bedoeld in het eerste lid. De overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, bevat dan in elk geval afspraken over: a. de termijn waarvoor de overeenkomst is aangegaan; b. de aanwezigheid van leraren, onderwijsondersteunend personeel en andere begeleiding van de leerling; en c. het bedrag voor de personele en materiële kosten dat het bevoegd gezag van de school of scholengemeenschap waar de leerling is ingeschreven betaalt aan het bevoegd gezag van de school dan wel van een instelling, bedoeld in het eerste lid, waarmee de overeenkomst wordt gesloten. 4 artikel 1, onder b, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen artikel 1.1 van de Jeugdwet Onderdeel c is niet van toepassing op een overeenkomst met een school waaraan onderwijs wordt gegeven aan leerlingen die zijn opgenomen in een inrichting als bedoeld inof een gesloten accommodatie als bedoeld in. 5 artikel 6h, eerste lid, van de wet Indien voor de toepassing van, scholen, scholengemeenschappen dan wel instellingen binnen hetzelfde bevoegd gezag zijn betrokken, maakt dit bevoegd gezag afspraken met deze betrokken scholen, scholengemeenschappen of instellingen over de onderdelen, genoemd in het tweede of derde lid. 2016 235 24-06-2016 14-06-2016 2016 235 24-06-2016 14-06-2016 01-08-2016
Artikel 7d — Artikel 7d Leerlingentelling nieuwkomers#
Artikel 7d Leerlingentelling nieuwkomers 1 artikel 7, eerste lid artikel 96d, eerste en tweede lid artikelen 85a 89 van de wet In afwijking van, worden nieuwkomers niet meegeteld voor het vaststellen van de bekostiging, bedoeld in, en voor de toepassing van deenen de daarop berustende bepalingen met uitzondering van de bepalingen die betrekking hebben op de bekostiging van nieuwkomers. 2 artikel 8, zesde lid Artikel 7, tweede tot en met vijfde lid Voor de toepassing van, worden de nieuwkomers meegeteld die op 1 januari, 1 april, 1 juli of 1 oktober als werkelijk schoolgaand staan ingeschreven., is van overeenkomstige toepassing. 2018 177 19-06-2018 04-06-2018 2018 419 16-11-2018 16-10-2018 17-11-2018 01-10-2016
Artikel 8 — Artikel 8 Vaststelling van het bedrag voor personeels- en exploitatiekosten#
Artikel 8 Vaststelling van het bedrag voor personeels- en exploitatiekosten 1 artikel 96d, eerste lid Onze Minister stelt jaarlijks het bedrag, bedoeld in, van de wet vast. Het bedrag heeft betrekking op een kalenderjaar. 2 artikel 96d, eerste lid artikel 7 Bij de vaststelling van het in, van de wet bedoelde bedrag, neemt Onze Minister wat het aantal leerlingen betreft in aanmerking het aantal leerlingen dat op 1 oktober van het jaar, voorafgaand aan het jaar waarop het in de eerste volzin bedoeld bedrag betrekking heeft, als werkelijk schoolgaand aan de school stond ingeschreven, onverminderd. 3 artikel 96d, eerste lid Het Rijk betaalt elke maand van het kalenderjaar in verband met de kosten voor het personeel en voor de voorzieningen ten behoeve van de exploitatie aan het bevoegd gezag van een school een gedeelte van het bedrag, bedoeld in, van de wet, waarop het over dat jaar recht heeft. 4 artikel 96m, tweede lid, onder a tot en met d Onze Minister kan op het in het eerste lid bedoelde bedrag in mindering brengen, verwachte bedragen als bedoeld in, van de wet. 5 In geval van oprichting, verplaatsing of splitsing van een school kan Onze Minister afwijken van de teldatum en de op die afwijkende datum getelde leerlingen toerekenen aan de nieuwe scholen. Hij kan daarbij nadere voorschriften geven. 6 artikel 7d, tweede lid Met inachtneming van, stelt Onze Minister vier keer per jaar het bekostigingsbedrag vast dat het bevoegd gezag ontvangt voor het onderwijs aan nieuwkomers. 7 De hoogte van het bedrag per nieuwkomer wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. 2018 177 19-06-2018 04-06-2018 2018 419 16-11-2018 16-10-2018 17-11-2018 01-10-2016
Artikel 8a — Artikel 8a Berekening van de aanvullende bekostiging voor regionale ondersteuning#
Artikel 8a Berekening van de aanvullende bekostiging voor regionale ondersteuning artikel 85b1, vierde lid 89a1, vierde lid, van de wet artikel 7 van het Bekostigingsbesluit WVO De bekostiging voor regionale ondersteuning, bedoeld in, en, wordt berekend door een jaarlijks bij ministeriële regeling te bepalen bedrag te vermenigvuldigen met het aantal leerlingen, bedoeld in, dat staat ingeschreven op de vestigingen binnen het samenwerkingsverband. Bij ministeriële regeling kunnen tot 1 januari 2017 regels worden gesteld voor de berekening van de bekostiging voor regionale ondersteuning, welke regels kunnen afwijken van het bepaalde in de eerste volzin. Een leerling telt slechts eenmaal mee voor de berekening van de bekostiging. 2015 273 07-07-2015 24-06-2015 2015 273 07-07-2015 24-06-2015 01-01-2016
Artikel 8b — Artikel 8b Vaststelling bedrag maatschappelijke stage#
Artikel 8b Vaststelling bedrag maatschappelijke stage Vervallen 2014 295 29-07-2014 04-07-2014 2014 423 13-11-2014 27-10-2014 01-08-2015 Artikel VIII van Stb. 2014/295 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 9 — Artikel 9 Vaststelling van de aanvullende bekostiging personeels- en exploitatiekosten#
Artikel 9 Vaststelling van de aanvullende bekostiging personeels- en exploitatiekosten 1 artikel 96d, tweede lid Onze Minister stelt het bedrag, bedoeld in, van de wet, vast. 2 Het bedrag wordt in een keer betaald dan wel wordt betaald volgens een door Onze Minister te bepalen kasritme. 2003 323 21-08-2003 11-08-2003 2003 323 21-08-2003 11-08-2003 22-08-2003 01-08-2003
Artikel 10 — Artikel 10 Bekostiging deel exploitatiekosten voorafgaand aan volledige bekostiging#
Artikel 10 Bekostiging deel exploitatiekosten voorafgaand aan volledige bekostiging afdeling I van titel III van de wet Het Rijk bekostigt de exploitatiekosten met ingang van de eerste schooldag van een school waarvan het bekostigd onderwijs op grond vaneen aanvang neemt. Onze Minister kan op verzoek van het bevoegd gezag een door hem te bepalen deel van de exploitatiekosten gedurende een periode van ten hoogste vier maanden voor de eerste schooldag voor bekostiging in aanmerking brengen. 2003 323 21-08-2003 11-08-2003 2003 323 21-08-2003 11-08-2003 22-08-2003 01-08-2003
Artikel 11 — Artikel 11 Aanwijzingen voor aanwending verzekeringsuitkering#
Artikel 11 Aanwijzingen voor aanwending verzekeringsuitkering Vervallen 2005 62 15-02-2005 17-01-2005 2005 177 05-04-2005 23-03-2005 06-04-2005
Artikel 12 — Artikel 12 Aanvang van de bekostiging#
Artikel 12 Aanvang van de bekostiging Vervallen 2005 62 15-02-2005 17-01-2005 2005 177 05-04-2005 23-03-2005 06-04-2005
Artikel 13 — Artikel 13 Vaststelling van het bedrag voor nascholing#
Artikel 13 Vaststelling van het bedrag voor nascholing Vervallen 2005 62 15-02-2005 17-01-2005 2005 177 05-04-2005 23-03-2005 06-04-2005
Artikel 14 — Artikel 14 Melding gemiddelde leeftijd leraren voor vaststelling bekostiging; accountantscontrole#
Artikel 14 Melding gemiddelde leeftijd leraren voor vaststelling bekostiging; accountantscontrole Vervallen 2005 62 15-02-2005 17-01-2005 2005 177 05-04-2005 23-03-2005 06-04-2005
Artikel 14a — Artikel 14a Terugmelding gegevens aantal leerlingen op de teldatum; accountantscontrole#
Artikel 14a Terugmelding gegevens aantal leerlingen op de teldatum; accountantscontrole 1 artikel 8 artikelen 5, eerste lid 6, derde lid 8, vijfde lid, onderdeel a, van het Besluit register onderwijsdeelnemers Ten behoeve van de vaststelling van de bekostiging, bedoeld in, doet Onze Minister aan het bevoegd gezag jaarlijks voor 15 januari volgend op de teldatum overzichten toekomen van de gegevens, bedoeld in de,, en, over het aantal leerlingen op de teldatum dat bij de vaststelling van de bekostiging voor het daarop volgende kalenderjaar in aanmerking wordt genomen. 2 Het bevoegd gezag dient jaarlijks voor 1 juli bij Onze Minister voor het daaropvolgende schooljaar in: a. artikelen 5, eerste lid 6, derde lid 8, vijfde lid, onderdeel a, van het Besluit register onderwijsdeelnemers een verklaring van het bevoegd gezag omtrent de juistheid van de gegevens, bedoeld in de,, en, van de leerlingen op de teldatum die het aan Onze Minister heeft gemeld, of b. indien de onder a bedoelde gegevens naar het oordeel van het bevoegd gezag onjuist zijn, de door het bevoegd gezag gecorrigeerde gegevens, alsmede c. een verklaring van een accountant omtrent de juistheid van de gegevens, bedoeld in onderdeel a of onderdeel b. 3 Bij ministeriële regeling kan een model voor de in het tweede lid, onderdelen a en c, bedoelde verklaringen worden vastgesteld. Onze Minister kan een leidraad vaststellen ten behoeve van de controle door de accountant, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c. 4 Indien voor 1 juli in enig jaar aanvullende bekostiging is vastgesteld, dient het bevoegd gezag voor die datum bij Onze Minister een verklaring in omtrent de juistheid van de in voorkomende gevallen voor de vaststelling van de aanvullende bekostiging aan Onze Minister gemelde gegevens. Het tweede lid, onderdeel c, en het derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing. 2019 316 14-10-2019 27-09-2019 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020 Abusievelijk is voor het vierde lid een wijzigingsopdracht
geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 15 — Artikel 15 Vaststelling en latere wijziging bekostiging#
Artikel 15 Vaststelling en latere wijziging bekostiging 1 artikel 8 artikelen 14a, tweede lid, onder c Onze Minister maakt de inbedoelde bekostiging bekend voorafgaand aan het kalenderjaar, waarop deze betrekking heeft. Indien de verklaring van de accountant, bedoeld in de, daartoe aanleiding geeft, wijzigt Onze Minister de bekostiging of aanvullende bekostiging. 2 artikel 8 De inbedoelde bekostiging kan door Onze Minister worden gewijzigd wegens algemene salarismaatregelen of wegens andere al dan niet uit de rijksbegroting voortvloeiende maatregelen. 2011 434 11-10-2011 13-09-2011 2011 434 11-10-2011 13-09-2011 12-10-2011 01-10-2011
Artikel 15a — Artikel 15a Aanleveren gegevens volgens de ILT-procedure#
Artikel 15a Aanleveren gegevens volgens de ILT-procedure Vervallen 2011 434 11-10-2011 13-09-2011 2011 434 11-10-2011 13-09-2011 12-10-2011 01-10-2011
Artikel 15b — Artikel 15b Melding en terugmelding ILT-gegevens voor vaststelling bekostiging#
Artikel 15b Melding en terugmelding ILT-gegevens voor vaststelling bekostiging Vervallen 2011 434 11-10-2011 13-09-2011 2011 434 11-10-2011 13-09-2011 12-10-2011 01-10-2011
Artikel 15c — Artikel 15c Overgangsbepaling voor scholengemeenschap mavo-aoc#
Artikel 15c Overgangsbepaling voor scholengemeenschap mavo-aoc Vervallen 2008 298 24-07-2008 29-05-2008 2008 299 24-07-2008 11-07-2008 01-08-2008
Artikel 15d — Artikel 15d artikel 9 van het Besluit RVC’s, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging Overgangsbepaling voor scholen voor praktijkonderwijs die op 31 juli 2006 op grond vanzijn aangewezen#
Artikel 15d artikel 9 van het Besluit RVC’s, regionaal zorgbudget en praktijkscholen met declaratiebekostiging Overgangsbepaling voor scholen voor praktijkonderwijs die op 31 juli 2006 op grond vanzijn aangewezen Vervallen 2008 298 24-07-2008 29-05-2008 2008 299 24-07-2008 11-07-2008 01-08-2008
Artikel 15e — Artikel 15e Berekeningswijze rijksbijdrage voor taken kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven inzake leer-werktrajecten vmbo#
Artikel 15e Berekeningswijze rijksbijdrage voor taken kenniscentra beroepsonderwijs bedrijfsleven inzake leer-werktrajecten vmbo Vervallen 2015 214 17-06-2015 22-05-2015 2015 214 17-06-2015 22-05-2015 01-08-2015 Artikel IV van Stb. 2015/214 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 15f — Artikel 15f Vermindering bekostiging#
Artikel 15f Vermindering bekostiging 1 artikel 96m, eerste lid, van de wet Onze Minister brengt op de bekostiging, bedoeld invoor een school voor een kalenderjaar een bedrag in mindering volgens de volgende formule: (PI/PL) x (A + B + C + D) In deze formule wordt verstaan onder: Titel III, afdeling II, hoofdstuk II, paragraaf 2 van de wet PI: de bekostiging voor personeelskosten, bedoeld in, voor zover gebaseerd op de formatieplaatsen, van de desbetreffende school voor het desbetreffende kalenderjaar; Titel III, afdeling II, hoofdstuk II, paragraaf 2 van de wet PL: de bekostiging voor personeelskosten, bedoeld in, voor zover gebaseerd op de formatieplaatsen, van de scholen voor het desbetreffende kalenderjaar; A: de kosten van de uitkeringen in het desbetreffende kalenderjaar voor gewezen personeel van de scholen voortvloeiend uit een ontslag dat is geëffectueerd voor 1 augustus 1995; artikel 98b van de wet artikel 96o, derde lid, tweede volzin, van de wet B: de kosten van de uitkeringen in het desbetreffende kalenderjaar voor gewezen personeel van de scholen voortvloeiend uit een ontslag dat is geëffectueerd in de periode tussen 31 juli 1995 en 1 januari 2007 en waarvoor de rechtspersoon, bedoeld in, zoals luidend op 31 december 2006, heeft ingestemd op grond van, zoals luidend op 31 december 2006, met het ten laste van bedoelde rechtspersoon brengen van de kosten van deze uitkeringen; C: een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage van de kosten van de uitkeringen in het desbetreffende kalenderjaar voor gewezen personeel van de scholen voortvloeiend uit een ontslag dat is geëffectueerd op of na 1 januari 2007, waarbij ten aanzien van de verschillende soorten uitkeringen verschillende percentages kunnen worden vastgesteld; artikel 42c van de wet artikel 50 van de wet D: de kosten van de uitkeringen in het desbetreffende kalenderjaar voor gewezen personeel van een school die de taken beëindigt, anders dan op grond van een samenvoeging, een bestuursoverdracht als bedoeld inindien het een openbare school betreft, enindien het een bijzondere school betreft, of een splitsing, indien het bevoegd gezag van deze school niet tevens een andere school onder zijn bestuur heeft. 2 Onze Minister brengt tevens op de bekostiging van een school of van een samenwerkingsverband voor het in het eerste lid bedoelde kalenderjaar in mindering: a. artikel 98b van de wet artikel 96o, derde lid, tweede volzin, van de wet de kosten van de uitkeringen in het desbetreffende kalenderjaar voor gewezen personeel van de desbetreffende school voortvloeiend uit een ontslag dat is geëffectueerd in de periode tussen 31 juli 1995 en 1 januari 2007 en waarvoor de rechtspersoon, bedoeld in, zoals luidend op 31 december 2006, niet heeft ingestemd op grond van, zoals luidend op 31 december 2006, met het ten laste van bedoelde rechtspersoon brengen van de kosten van deze uitkeringen, en b. een bij ministeriële regeling vast te stellen percentage van de kosten van de uitkeringen in het desbetreffende kalenderjaar voor gewezen personeel van de desbetreffende school of van het desbetreffende samenwerkingsverband voortvloeiend uit een ontslag dat is geëffectueerd op of na 1 januari 2007, waarbij het percentage bedoeld in het eerste lid, onder C, en het in dit onderdeel bedoelde percentage samen 100 bedraagt. 3 De uitkomsten van de in het eerste en tweede lid bedoelde berekeningen worden rekenkundig afgerond op hele eurocenten. 4 Indien een school is opgeheven, wordt het desbetreffende bevoegd gezag belast indien deze nog ten minste één andere school onder zijn bestuur heeft. 5 Over het moment en de wijze van in mindering brengen, bedoeld in het eerste en tweede lid, kunnen bij ministeriële regeling nadere voorschriften worden gegeven. 2018 177 19-06-2018 04-06-2018 2018 419 16-11-2018 16-10-2018 01-01-2019
Artikel 15g — Artikel 15g Voorlopige inhouding; definitieve vaststelling#
Artikel 15g Voorlopige inhouding; definitieve vaststelling 1 artikel 15f, eerste lid Onze Minister gaat gedurende het kalenderjaar waarop de verminderingen op de bekostiging, bedoeld in, betrekking hebben, per maand over tot een voorlopige inhouding op de bekostiging. 2 De definitieve vaststelling van de verminderingen, bedoeld in het eerste lid, vindt plaats zo snel als mogelijk is na afloop van het desbetreffende jaar. 3 Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften over de wijze van toepassing van het eerste en tweede lid worden gegeven. 2006 652 19-12-2006 13-11-2006 2006 722 28-12-2006 19-12-2006 01-01-2007
Artikel 16 — Artikel 16 Boekhouding#
Artikel 16 Boekhouding 1 De boekhouding van een school is zodanig ingericht dat op doelmatige wijze informatie kan worden verkregen omtrent het gevoerde financiële beheer. 2 Het bevoegd gezag verstrekt op verzoek van Onze Minister nadere financiële informatie met betrekking tot de school. De wijze waarop deze informatie wordt verstrekt, kan bij ministeriële regeling worden geregeld. 3 Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar. 1998 117 05-03-1998 21-02-1998 1998 117 05-03-1998 21-02-1998 06-03-1998
Artikel 17 — Artikel 17 Vaststelling begroting#
Artikel 17 Vaststelling begroting 1 Het bevoegd gezag stelt jaarlijks tijdig voor het komende begrotingsjaar een begroting vast voor de school. 2 De begroting behelst een raming van de baten en lasten van de school en is sluitend. De in de begroting voorziene baten uit de van het Rijk te ontvangen bekostiging komen overeen met de voor het desbetreffende jaar door Onze Minister vastgestelde bekostiging. 3 Het bevoegd gezag doet de noodzakelijke uitgaven binnen de grenzen van de begroting. 4 Af- en overschrijving op de uitgavenposten van de begroting kunnen door het bevoegd gezag geschieden overeenkomstig door het bevoegd gezag vastgestelde regels. 5 Indien Onze Minister het bevoegd gezag daarom verzoekt, wordt de vastgestelde begroting aan Onze Minister overgelegd. 6 Bij ministeriële regeling kan een model voor de inrichting van de begroting worden vastgesteld. 2003 323 21-08-2003 11-08-2003 2003 323 21-08-2003 11-08-2003 22-08-2003 01-08-2003
Artikel 18 — Artikel 18 Jaarrekening#
Artikel 18 Jaarrekening 1 Het bevoegd gezag stelt jaarlijks ten behoeve van de school een jaarrekening vast over het afgelopen jaar. 2 In de jaarrekening legt het bevoegd gezag verantwoording af over het financieel beheer. Uit de jaarrekening blijkt dat sprake is van een rechtmatige aanwending van de rijksbekostiging. De jaarrekening omvat mede de gegevens die van belang zijn voor de verantwoording met betrekking tot de besteding van toegekende aanvullende bekostiging. 3 Het bevoegd gezag dient de vastgestelde jaarrekening voor 1 juli van het jaar volgend op het boekjaar in bij Onze Minister. De jaarrekening gaat vergezeld van een verklaring omtrent de getrouwheid, afgegeven door een door het bevoegd gezag aangewezen accountant. Bij de aanwijzing van de accountant bedingt het bevoegd gezag dat aan Onze Minister op diens verzoek inzage wordt geboden in de controlerapporten en de controledossiers van de accountant. 4 Indien het bevoegd gezag meer dan één school in stand houdt, wordt voor deze scholen een gezamenlijke balans en een gezamenlijke exploitatierekening vastgesteld. Bij de jaarrekening is een bijlage gevoegd die inzicht biedt in het bestedingspatroon ten aanzien van de afzonderlijke scholen van het bevoegd gezag. 5 Bij ministeriële regeling wordt een model voor de inrichting van de jaarrekening vastgesteld. 6 Onze Minister kan een leidraad vaststellen met betrekking tot de inrichting en de uitvoering van de controle door de accountant. 2006 408 19-09-2006 30-08-2006 2006 499 26-10-2006 06-10-2006 01-01-2007 Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 19 — Artikel 19 Onderzoek vanwege de minister#
Artikel 19 Onderzoek vanwege de minister Vervallen 2013 338 17-09-2013 30-08-2013 2013 452 14-11-2013 04-11-2013 01-01-2014
Artikel 20 — Artikel 20 Verstrekking gegevens i.v.m. aanvullende bekostiging#
Artikel 20 Verstrekking gegevens i.v.m. aanvullende bekostiging 1 Indien aan het bevoegd gezag van een school een aanvullende bekostiging is verstrekt onder de voorwaarde dat deze bekostiging voor het bij de verstrekking aangegeven doel wordt besteed, blijkt uit de jaarrekening van de school in hoeverre deze bekostiging voor dat doel is besteed. 2 Indien verrekening plaatsvindt of zal plaatsvinden van het daadwerkelijk bestede bedrag met de vastgestelde aanvullende bekostiging, maakt het bevoegd gezag in de desbetreffende jaarrekening melding van het daadwerkelijk bestede bedrag. 2009 267 30-06-2009 25-06-2009 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht
in werking treedt.
Artikel 21 — Artikel 21 Onderzoek vanwege de minister en correctie en in mindering brengen op de bekostiging#
Artikel 21 Onderzoek vanwege de minister en correctie en in mindering brengen op de bekostiging 1 Wet op het onderwijstoezicht Onverminderd de bevoegdheid van de Inspectie van het onderwijs op grond van dekan Onze Minister een onderzoek instellen of doen instellen naar de jaarverslaggeving, naar de gegevens die noodzakelijk zijn voor de vaststelling van de bekostiging, naar de rechtmatigheid van de bestedingen en naar de doelmatigheid van het beheer van de school. 2 Indien uit een op grond van het eerste lid ingesteld onderzoek blijkt dat de bekostiging voor een school onjuist is vastgesteld, kan Onze Minister correcties aanbrengen op de bekostiging. Onze Minister doet het bevoegd gezag schriftelijk mededeling van een besluit tot het aanbrengen van een correctie op de bekostiging. 3 artikel 103, eerste lid, van de wet artikel 4:49 van de Algemene wet bestuursrecht Indien uit de jaarverslaggeving, bedoeld in, uit de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 103, vierde lid, van de wet of uit een op grond van het eerste lid ingesteld onderzoek blijkt dat de bekostiging voor een school onrechtmatig is besteed of ondoelmatig is aangewend, kan Onze Minister bepalen dat het desbetreffende gedeelte van de bekostiging niet ten laste komt van het Rijk of dat de daarmee gemoeide bedragen in mindering worden gebracht op de bekostiging, onverminderd. 2013 338 17-09-2013 30-08-2013 2013 452 14-11-2013 04-11-2013 01-01-2014
Artikel 22 — Artikel 22 Betaling i.v.m. correcties#
Artikel 22 Betaling i.v.m. correcties artikel 21, tweede lid Een in, bedoelde correctie wordt, indien de correctie strekt tot verhoging van de bekostiging, binnen acht weken na de mededeling, bedoeld in artikel 21, tweede lid, door Onze Minister betaald. 2013 338 17-09-2013 30-08-2013 2013 452 14-11-2013 04-11-2013 01-01-2014
Artikel 23 — Artikel 23 Dóórlopen bekostiging in geval van samenvoeging of afsplitsing per 1 augustus#
Artikel 23 Dóórlopen bekostiging in geval van samenvoeging of afsplitsing per 1 augustus artikel 71, tweede of derde lid, van de wet artikel 72, derde lid, onderdeel c, van de wet Bij samenvoeging van scholen als bedoeld inof afsplitsing van een of meer scholen van een scholengemeenschap als bedoeld in, op 1 augustus van enig kalenderjaar worden: a. artikelen 84 84b van de wet de bekostiging van de personeelskosten op grond van deen, b. artikel 86 van de wet de bekostiging van de exploitatiekosten op grond van, en c. artikelen 85a 89 van de wet aanvullende bekostiging op grond van deof, van alle bij de samenvoeging betrokken scholen dan wel van de bij de afsplitsing betrokken scholengemeenschap gehandhaafd tot het einde van dat kalenderjaar. 2008 298 24-07-2008 29-05-2008 2008 299 24-07-2008 11-07-2008 01-08-2008
Artikel 24 — Artikel 24 Verrekening exploitatie-overschot bij opheffing school#
Artikel 24 Verrekening exploitatie-overschot bij opheffing school 1 Indien een school wordt opgeheven anders dan in verband met samenvoeging met een andere school of de aanspraak op bekostiging voor een school verloren gaat, stort het bevoegd gezag het exploitatie-overschot terug in ’s Rijks kas. Het neemt daarbij het derde lid in acht. 2 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder exploitatie-overschot verstaan: a. artikel 96m, eerste lid het bedrag van de bekostiging, bedoeld in, van de wet, verminderd met de lasten over dat jaar voor zover deze als rechtmatig kunnen worden aangemerkt, b. de reserveringen voor zover afkomstig uit ’s Rijks kas, met inbegrip van de ontvangen rentebaten, en c. voor zover het een bijzondere school betreft, de niet bestede gedeelten van de uitkeringen op grond van de voorschriften inzake de gemeentelijke overschrijding. 3 Indien het exploitatie-overschot van een bijzondere school mede is opgebouwd uit uitkeringen als bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, geldt als maatstaf voor de verdeling van dat deel van het exploitatie-overschot tussen Rijk en de desbetreffende gemeente de verhouding tussen het ontvangen bedrag aan bekostiging van het Rijk en het ontvangen bedrag aan overschrijdingsuitkeringen van de gemeente in een periode van vijf jaren, voorafgaand aan het jaar van de beëindiging van de bekostiging. De verdeling behoeft de goedkeuring van Onze Minister. 2003 323 21-08-2003 11-08-2003 2003 323 21-08-2003 11-08-2003 22-08-2003 01-08-2003
Artikel 25 — Artikel 25 Geen bedrag per school in bekostiging exploitatiekosten voor scholen voortgezet onderwijs in verticale scholengemeenschappen#
Artikel 25 Geen bedrag per school in bekostiging exploitatiekosten voor scholen voortgezet onderwijs in verticale scholengemeenschappen artikel 2.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs artikel 86, derde lid Indien een of meer scholen voor voortgezet onderwijs deel uitmaken van een scholengemeenschap als bedoeld in, geldt wat de grondslag en de wijze van bekostiging van de exploitatiekosten betreft dat in afwijking van, van de wet niet worden verstrekt de bedragen, bedoeld onder a en b van dat lid. 2003 323 21-08-2003 11-08-2003 2003 323 21-08-2003 11-08-2003 22-08-2003 01-08-2003
Artikel 26 — Artikel 26 Van overeenkomstige toepassing#
Artikel 26 Van overeenkomstige toepassing artikelen 16 17 18 19 20 21 22 De,,,,,enzijn van overeenkomstige toepassing op een samenwerkingsverband. 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2014
Artikel 27 — Artikel 27 Overgangsbekostiging samenwerkingsverband#
Artikel 27 Overgangsbekostiging samenwerkingsverband 1 artikel X, zesde lid van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en de financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs De overgangsbekostiging voor personele en materiële kosten, bedoeld in(Stb. 2012, 533) wordt berekend als volgt: a. voor iedere leerling die op 1 oktober van het daaraan voorafgaande schooljaar was ingeschreven op een vestiging van een school behorend tot het samenwerkingsverband en voor wie op dat moment een leerlinggebonden budget beschikbaar was, ontvangt het samenwerkingsverband bekostiging volgens onderstaande tabel: Met ingang van 1 augustus 2014: Toelaatbaar verklaard tot (voortgezet) speciaal onderwijs aan/van: Bedrag indien leerling was ingeschreven op lwoo/pro (prijspeil 1-8-2013) Bedrag indien leerling was ingeschreven op overig vo (prijspeil 1-8-2013) Lichamelijk gehandicapte kinderen € 1.626,42 € 3.223,28 Langdurig zieke kinderen met lichamelijk handicap € 1.596,84 € 3.223,28 Zeer moeilijk lerende kinderen € 1.596,92 € 3.223,28 Kinderen met syndroom van Down € 5.103,82 € 5.103,82 Cluster 4 € 1.596,84 € 3.223,28 Lichamelijk gehandicapt en zeer moeilijk lerend € 1.596,84 € 3.223,28 Toelaatbaar verklaard tot (voortgezet) speciaal onderwijs aan/van: Bedrag LWOO/PRO Bedrag overig VO Lichamelijk gehandicapte kinderen € 1.647,92 € 3.265,89 Langdurig zieke kinderen met lichamelijke handicap € 1.617,95 € 3.265,89 Zeer moeilijk lerende kinderen € 1.617,95 € 3.265,89 Zeer moeilijk lerende kinderen met het syndroom van Down € 5.058,50 € 5.058,50 Cluster 4 € 1.617,95 € 3.265,89 Lichamelijk gehandicapt en zeer moeilijk lerend € 1.617,95 € 3.265,89 b. naast de in onderdeel a bedoelde bekostiging ontvangt het samenwerkingsverband als overgangsbekostiging een bij ministeriële regeling te bepalen bedrag per leerling. 2015 31569 28-09-2015 15-09-2015 PO/FenV/805920 2015 31569 28-09-2015 15-09-2015 PO/FenV/805920 29-09-2015 Deze wijziging heeft betrekking op het schooljaar 2014–2015 en
blijft van toepassing voor het tijdvak waarvoor zij gelding had.
Artikel 27a — Artikel 27a Overgangsbepaling her te besteden bedrag#
Artikel 27a Overgangsbepaling her te besteden bedrag 1 artikel XIA, vijfde lid van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en de financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs artikel 27, onderdeel a De omvang van het her te besteden bedrag, bedoeld in(Stb. 2012, 533) wordt berekend als volgt: het her te besteden bedrag is de vermenigvuldiging van het bedrag per leerling met het aantal leerlingen, bedoeld in. 2 Het bedrag per leerling, bedoeld in het eerste lid, is op basis van het prijspeil 1 augustus 2013 weergegeven in onderstaande tabel: Lichamelijk gehandicapte kinderen € 2.960,16 Langdurig zieke kinderen met lichamelijk handicap € 4.577,04 Zeer moeilijk lerende kinderen € 2.960,16 Cluster 4 € 2.960,16 Lichamelijk gehandicapt en zeer moeilijk lerend € 2.960,16 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2014
Artikel 27b — Artikel 27b Vereveningspercentages passend onderwijs#
Artikel 27b Vereveningspercentages passend onderwijs 1 artikel XV, tweede lid, van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en de financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs De vereveningspercentages voor personele kosten, bedoeld in(Stb. 2012, 533) zijn voor samenwerkingsverbanden voor wie de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, van genoemd artikel negatief is, voor het derde, vierde, vijfde en zesde schooljaar, bedoeld in genoemd artikel, respectievelijk 90%, 75%, 60% en 30%. Indien de uitkomst van de in de eerste volzin bedoelde berekening positief is, zijn de percentages, bedoeld in de vorige volzin in de daar bedoelde jaren respectievelijk 95%, 80%, 60% en 30%. 2 artikel XVI, tweede lid, van de Wet van 11 oktober 2012 tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met een herziening van de organisatie en de financiering van de ondersteuning van leerlingen in het basisonderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs De overgangsbekostiging voor materiële instandhouding, bedoeld in(Stb. 2012, 533) zijn voor samenwerkingsverbanden voor wie de uitkomst van de berekening, bedoeld in het eerste lid, van genoemd artikel negatief is, voor het derde, vierde, vijfde en zesde schooljaar, bedoeld in genoemd artikel, respectievelijk 90%, 75%, 60% en 30%. Indien de uitkomst van de in de eerste volzin bedoelde berekening positief is, zijn de percentages, bedoeld in de vorige volzin in de daar bedoelde jaren respectievelijk 95%, 80%, 60% en 30%. 2016 27 15-01-2016 17-12-2015 2016 27 15-01-2016 17-12-2015 15-01-2016 01-01-2016
Artikel 28 — Artikel 28 Overleg over niet herplaatst personeel#
Artikel 28 Overleg over niet herplaatst personeel 1 artikel 77a van de wet Het samenwerkingsverband is gehouden om, wanneer een bevoegd gezag of een personeelsorganisatie daarom verzoekt, met dat bevoegd gezag en de personeelsorganisaties een op overeenstemming gericht overleg te voeren over het personeel dat in het derde schooljaar waarinis vervallen, nog niet zal zijn herplaatst en dat niet als gevolg van natuurlijk verloop zal zijn uitgestroomd op of voor 1 augustus 2016. 2 Wet op de expertisecentra artikel 77, vierde lid, van de wet Een bevoegd gezag als bedoeld in het eerste lid is, het bevoegd gezag van een school als bedoeld in de, een centrale dienst of een school die het budget ten behoeve van aanvullende zorg voor leerlingen in het samenwerkingsverband ontving, bedoeld in, waarbij het personeel in het schooljaar 2014–2015 in dienst is. 3 Wet op de expertisecentra Het personeel, bedoeld in het eerste lid, is het personeel dat op 1 mei 2012 als ambulant begeleider in dienst was bij een school als bedoeld in de, een regionaal expertisecentrum als bedoeld in de Wet op de expertisecentra of een centrale dienst. 4 wet artikel 77, vierde lid, van de wet Wet op de expertisecentra artikel 77a van de wet Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van personeel, niet zijnde ambulant begeleiders, dat op 1 mei 2012 is dienst was bij een samenwerkingsverband als bedoeld in de, een school die het budget ten behoeve van aanvullende zorg voor leerlingen in het samenwerkingsverband ontving, bedoeld inof een regionaal expertisecentrum als bedoeld in deen dat in het eerste schooljaar waarinis vervallen, niet zal zijn herplaatst. 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2014
Artikel 29 — Artikel 29 Citeertitel#
Artikel 29 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Bekostigingsbesluit WVO. 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2014 Voorheen art. 26.