Besluit van 12 november 1991, houdende uitvoering van artikel 4, eerste lid, van de Wet op de zeevaartdiploma's en artikel 5 van de Schepenwet
- BWB-id
- BWBR0005266
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2004-11-01 t/m 2013-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005266
- ELI
- /eli/nl/amvb/1992/bemanningseisenbesluit
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1992/bemanningseisenbesluit/2004-11-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005266&g=2004-11-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005266&z=2026-06-06&g=2004-11-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005266/2004-11-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1992/bemanningseisenbesluit
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 artikel 1 van het Besluit zeevaartdiploma's Stb. De definities, vermeld in(1988, 260) zijn van toepassing. 2 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Stb. maritiem officier specialisatie navigatie: de maritieme officier, gediplomeerd door een instelling voor hoger beroepsonderwijs als bedoeld in de Wet op het hoger beroepsonderwijs (1986, 289), studierichting maritiem officier, met specialisatie navigatie, tevens houder van ten minste het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het diploma A als scheepswerktuigkundige; b. maritiem officier specialisatie werktuigkunde: de maritieme officier, gediplomeerd door een instelling voor hoger beroepsonderwijs als bedoeld in de Wet op het hoger beroepsonderwijs, studierichting maritiem officier, met specialisatie werktuigkunde, tevens houder van ten minste het diploma A als scheepswerktuigkundige en het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart; c. middelbaar maritiem officier A: de houder van ten minste het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart tezamen met het aanvullingsdiploma als stuurman voor de kleine handelsvaart en het diploma A als scheepswerktuigkundige; d. middelbaar maritiem officier M: de houder van ten minste het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart tezamen met het aanvullingsdiploma als stuurman voor de kleine handelsvaart en het diploma als motordrijver. 1991 614 12-11-1991 1992 361 23-06-1992 15-07-1992
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Dit besluit is niet van toepassing op gesleepte schepen en op zeilschepen. 2 artikel 2, eerste lid, van de Wet op de zeevaartdiploma's Stb. Voor de toepassing van dit besluit wordt het diploma als stuurman voor de kleine handelsvaart tezamen met het aanvullingsdiploma als stuurman voor de kleine handelsvaart, bedoeld in(1935, 456), gelijk gesteld met het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart. 1991 614 12-11-1991 1992 361 23-06-1992 15-07-1992
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Scheepstechnicus is de houder van een getuigschrift als scheepstechnicus, afgegeven door de inspecteur-generaal. 2 De adspirant scheepstechnicus dient: a. 18 jaar of ouder te zijn; b. artikel 4, eerste lid in het bezit te zijn van het diploma scheepstechnicus, afgegeven op grond van de door Onze Minister van Onderwijs en Wetenschappen en Onze Minister goedgekeurde Eindexamenregeling van het project scheepstechnicus en het bijbehorende examenprogramma, dan wel van een overeenkomstig, erkend bewijsstuk; c. b na het behalen van het onderbedoelde diploma of bewijsstuk negen maanden diensttijd te hebben behaald aan boord van schepen met een voortstuwingsvermogen van 750 kW of meer en d. gedurende die diensttijd ten genoegen van de inspecteur-generaal een praktijkboek te hebben bijgehouden. 3 c De diensttijd, bedoeld in het tweede lid, onder, mag ook zijn behaald aan boord van schepen met een voortstuwingsvermogen van minder dan 750 kW, mits aan boord van deze schepen een middelbaar maritiem officier M dienst doet. 4 Indien het praktijkboek niet in alle opzichten naar behoren is bijgehouden kan de inspecteur-generaal de adspirant scheepstechnicus een of meer aanvullende opdrachten geven, die binnen een daarbij te bepalen termijn van ten hoogste zes maanden dienen te worden uitgevoerd. 2004 495 07-10-2004 23-09-2004 2004 553 29-10-2004 18-10-2004 01-11-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Onze Minister kan andere bewijsstukken dan het diploma scheepstechnicus erkennen, indien zij worden afgegeven op grond van een examen dat naar zijn oordeel voldoende overeenkomt met een examen, afgelegd op grond van de Eindexamenregeling van het project scheepstechnicus en het bijbehorende examenprogramma. 2 Onze Minister kan de erkenning intrekken indien naar zijn oordeel de voldoende overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, niet meer aanwezig is. 1993 627 12-11-1993 1992 361 23-06-1992 15-07-1992
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Ter verkrijging van het getuigschrift als scheepstechnicus wendt de adspirant scheepstechnicus zich tot de inspecteur-generaal onder overlegging van: a. het geldig paspoort of het monsterboekje van de aanvrager; b. artikel 3, tweede lid, onder b het in, bedoelde diploma scheepstechnicus of bewijsstuk; c. het bewijs dat hij de voorgeschreven diensttijd heeft behaald; d. het gedurende de diensttijd bijgehouden praktijkboek en e. artikel 7 een bewijs van betaling van de inbedoelde kosten. 2004 495 07-10-2004 23-09-2004 2004 553 29-10-2004 18-10-2004 01-11-2004
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 7 Een duplikaat van het getuigschrift als scheepstechnicus wordt, indien het verloren gaan van het getuigschrift aannemelijk wordt gemaakt, op verzoek van belanghebbende door of namens de inspecteur-generaal afgegeven, nadat een bewijs van betaling van de inbedoelde kosten is overgelegd. 2004 495 07-10-2004 23-09-2004 2004 553 29-10-2004 18-10-2004 01-11-2004
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Onze Minister stelt de tarieven vast voor de te berekenen kosten van de behandeling van de aanvraag van het getuigschrift alsmede van een duplikaat van het getuigschrift als scheepstechnicus. 1991 614 12-11-1991 1992 361 23-06-1992 15-07-1992
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Het model van het getuigschrift als scheepstechnicus en het model van het praktijkboek worden door de inspecteur-generaal vastgesteld. 2004 495 07-10-2004 23-09-2004 2004 553 29-10-2004 18-10-2004 01-11-2004
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikelen 110 111 112 van het Schepenbesluit 1965 Stb. In afwijking van het daaromtrent bepaalde in het Besluit zeevaartdiploma's en in de,en(367) kan een schip, indien het naar het redelijk oordeel van de inspecteur-generaal daartoe geschikt is, worden bemand overeenkomstig een van de in dit besluit opgenomen bemanningssamenstellingen. De reder dient daartoe, onder opgaaf van de bemanningssamenstelling die hij wenst, een verzoek in bij de inspecteur-generaal. 2 artikelen 10 tot en met 20 artikel 119 van het Schepenbesluit 1965 In afwijking van het bepaalde in demet betrekking tot het bezit van diploma's en bewijzen van diensttijd, kan worden volstaan met het bezit van een verklaring van geschiktheid en bekwaamheid, uitgereikt op grond van, waaruit blijkt dat de houder bevoegd is de desbetreffende functie te vervullen. 2004 495 07-10-2004 23-09-2004 2004 553 29-10-2004 18-10-2004 01-11-2004
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Aan boord van een vrachtschip met een bruto-tonnage van 9000 of meer kan de volgende bemanning dienst doen: a. bemanningssamenstelling I of 1°. een kapitein in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart; 2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart; 3°. artikel 14 artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's een tweede stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 4°. een derde stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart; 5°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma C als scheepswerktuigkundige; 6°. een tweede scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma B als scheepswerktuigkundige; 7°. een derde scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma A als scheepswerktuigkundige; 8°. een vierde scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver, met dien verstande dat deze vervangen mag worden door een scheepstechnicus en dat de vierde scheepswerktuigkundige niet vereist is aan boord van schepen met een voortstuwingsvermogen van minder dan 8000 kW en 9°. vier ongediplomeerde scheepsgezellen; b. bemanningssamenstelling II of 1°. een kapitein in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart; 2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart; 3°. artikel 14 artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's een tweede stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 4°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma C als scheepswerktuigkundige; 5°. een tweede scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma B als scheepswerktuigkundige; 6°. twee maritieme officieren specialisatie navigatie dan wel specialisatie werktuigkunde; 7°. een scheepstechnicus en 8°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen; c. bemanningssamenstelling III of 1°. een kapitein in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart; 2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart; 3°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma C als scheepswerktuigkundige; 4°. artikel 17 artikel 22 een maritiem officier specialisatie werktuigkunde in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 5°. twee maritieme officieren specialisatie navigatie of specialisatie werktuigkunde, waarvan één een diensttijd heeft behaald van ten minste twee jaren als maritiem officier aan boord van vrachtschepen met een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer; 6°. twee scheepstechnici en 7°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen; d. bemanningssamenstelling IV of 1°. een kapitein in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart; 2°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma C als scheepswerktuigkundige; 3°. een maritiem officier specialisatie navigatie die een diensttijd heeft behaald van ten minste vier jaren als maritiem officier aan boord van vrachtschepen met een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer; 4°. artikel 22 artikel 27 een maritiem officier specialisatie werktuigkunde in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 5°. twee maritieme officieren specialisatie navigatie dan wel specialisatie werktuigkunde, waarvan één een diensttijd heeft behaald van ten minste twee jaren als maritiem officier aan boord van vrachtschepen met een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer; 6°. twee scheepstechnici en 7°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen; e. bemanningssamenstelling V 1°. artikel 22 artikel 23 een kapitein, zijnde maritiem officier specialisatie werktuigkunde, dan wel specialisatie navigatie in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 2°. artikel 22 artikel 25 een eerste officier, zijnde maritiem officier specialisatie navigatie, dan wel specialisatie werktuigkunde en in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met, met dien verstande dat de specialisatie van de eerste officier een andere dient te zijn dan de specialisatie van de kapitein; 3°. artikel 22 artikel 27 een maritiem officier specialisatie werktuigkunde in het bezit van het bewijs van diensttijd bedoeld in, in verband met; 4°. artikel 22 artikel 27 een maritiem officier specialisatie navigatie in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 5°. twee maritieme officieren specialisatie navigatie dan wel specialisatie werktuigkunde; 6°. twee scheepstechnici en 7°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen. 2 b c d e De maritieme officieren specialisatie navigatie dan wel specialisatie werktuigkunde, genoemd in het eerste lid, onder, 6°, onder, 5°, onder, 5°, en onder, 5°, mogen worden vervangen door een middelbaar maritiem officier A, met dien verstande dat aan boord van schepen met een voortstuwingsvermogen van minder dan 8000 kW ook een middelbaar maritiem officier M dienst mag doen. 1995 176 11-04-1995 16-03-1995 1995 176 11-04-1995 16-03-1995 15-07-1992
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Aan boord van een vrachtschip met een bruto-tonnage van 6000 of meer, doch minder dan 9000 en een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer, doch minder dan 8000 kW kan de volgende bemanning dienst doen: a. bemanningssamenstelling I of 1°. een kapitein in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart; 2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart; 3°. artikel 14 artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's een tweede stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 4°. een derde stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart; 5°. artikel 14 artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma B als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 6°. artikel 14 artikel 18 van het Besluit zeevaartdiploma's een tweede scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma A als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 7°. een derde scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver, met dien verstande dat in plaats van een derde scheepswerktuigkundige ook een scheepstechnicus dienst mag doen en 8°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen; b. bemanningssamenstelling II of 1°. een kapitein in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart; 2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart; 3°. artikel 14 artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma B als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 4°. artikel 14 artikel 18 van het Besluit zeevaartdiploma's een tweede scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma A als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 5°. twee middelbaar maritieme officieren M, waarvan één een diensttijd heeft behaald van ten minste twee jaren als maritiem officier aan boord van vrachtschepen met een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer; 6°. een scheepstechnicus en 7°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen; c. bemanningssamenstelling III of 1°. een kapitein in het bezit van het diploma als eerste stuurman voor de grote handelsvaart; 2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als tweede stuurman voor de grote handelsvaart; 3°. artikel 14 artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma B als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 4°. artikel 22 artikel 27 een middelbaar maritiem officier A in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld inin verband met; 5°. artikel 22 artikel 27 twee middelbaar maritieme officieren M, waarvan één in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 6°. een scheepstechnicus en 7°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen; d. bemanningssamenstelling IV 1°. artikel 22 artikel 23 een kapitein, zijnde maritiem officier specialisatie werktuigkunde, dan wel specialisatie navigatie in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 2°. artikel 22 artikel 25 een eerste officier, zijnde maritiem officier met specialisatie navigatie, dan wel met specialisatie werktuigkunde in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met, met dien verstande dat de specialisatie van de eerste officier een andere dient te zijn dan de specialisatie van de kapitein; 3°. artikel 22 artikel 27 een middelbaar maritiem officier A in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 4°. artikel 22 artikel 27 twee middelbaar maritieme officieren M, waarvan een in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 5°. een scheepstechnicus en 6°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen. 1991 614 12-11-1991 1992 361 23-06-1992 15-07-1992
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Aan boord van een vrachtschip met een bruto-tonnage van 4000 of meer, doch minder dan 6000 en een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer, doch minder dan 6000 kW kan de volgende bemanning dienst doen: a. bemanningssamenstelling I of 1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's; 2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's; 3°. een tweede stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's; 4°. een derde stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart; 5°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma A als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's; 6°. een tweede scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma A als scheepswerktuigkundige en 7°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen; b. bemanningssamenstelling II of 1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's; 2°. een eerste stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's; 3°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma A als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's; 4°. een middelbaar maritiem officier A in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27; 5°. een middelbaar maritiem officier M; 6°. een scheepstechnicus en 7°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen; c. bemanningssamenstelling III of 1°. een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's; 2°. een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma A als scheepswerktuigkundige en het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 14, in verband met artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's; 3°. twee middelbaar maritieme officieren A, beiden in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27; 4°. een middelbaar maritiem officier M; 5°. een scheepstechnicus en 6°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen; d. bemanningssamenstelling IV 1°. een kapitein, zijnde middelbaar maritiem officier A, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 23; 2°. een eerste officier, zijnde middelbaar maritiem officier A, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 25; 3°. een middelbaar maritiem officier A in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in artikel 22, in verband met artikel 27; 4°. een middelbaar maritiem officier M; 5°. een scheepstechnicus en 6°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen. 1995 176 11-04-1995 16-03-1995 1995 176 11-04-1995 16-03-1995 15-07-1992
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Aan boord van een vrachtschip met een bruto-tonnage van 4000 of meer, doch minder dan 6000 en een voortstuwingsvermogen van minder dan 3000 kW kan de volgende bemanning dienst doen: a. bemanningssamenstelling I of 1°. artikel 14 artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 2°. artikel 14 artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's een eerste stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 3°. artikel 14 artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's een tweede stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 4°. een derde stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart; 5°. artikel 14 17 van het Besluit zeevaartdiploma's een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 6°. een tweede scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver, met dien verstande dat de tweede scheepswerktuigkundige niet vereist is aan boord van schepen met een voortstuwingsvermogen van minder dan 1500 kW en 7°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen; b. bemanningssamenstelling II of 1°. artikel 14 artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 2°. artikel 14 artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's een eerste stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 3°. artikel 14 artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 4°. artikel 22 artikel 27 twee middelbaar maritieme officieren M, waarvan een in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 5°. een scheepstechnicus en 6°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen; c. bemanningssamenstelling III of 1°. artikel 14 artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 2°. artikel 14 artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 3°. artikel 22 artikel 27 drie middelbaar maritieme officieren M, waarvan twee in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 4°. een scheepstechnicus en 5°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen; d. bemaningssamenstelling IV 1°. artikel 22 artikel 23 een kapitein, zijnde middelbaar maritiem officier M, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 2°. artikel 22 artikel 25 een eerste officier, zijnde middelbaar maritiem officier M, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 3°. artikel 22 artikel 27 twee middelbaar maritieme officieren M, waarvan een in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 4°. een scheepstechnicus en 5°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen. 1991 614 12-11-1991 1992 361 23-06-1992 15-07-1992
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Aan boord van een vrachtschip met een bruto-tonnage van 2000 of meer, doch minder dan 4000 en een voortstuwingsvermogen van minder dan 3000 kW kan de volgende bemanning dienst doen: a. bemanningssamenstelling I of 1°. artikel 14 artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 2°. artikel 14 artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's een eerste stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 3°. een tweede stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart; 4°. artikel 14 artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 5°. een tweede scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver, met dien verstande dat de tweede scheepswerktuigkundige niet vereist is aan boord van schepen met een voortstuwingsvermogen van minder dan 1500 kW en 6°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen; b. bemanningssamenstelling II of 1°. artikel 14 artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 2°. artikel 14 artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's een eerste stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 3°. artikel 14 artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 4°. een middelbaar maritiem officier M; 5°. een scheepstechnicus en 6°. een ongediplomeerde scheepsgezel; c. bemanningssamenstelling III of 1°. artikel 14 artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 2°. artikel 14 artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 3°. artikel 22 artikel 27 twee middelbaar maritieme officieren M, waarvan een in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 4°. een scheepstechnicus en 5°. een ongediplomeerde scheepsgezel; d. bemanningssamenstelling IV 1°. artikel 22 artikel 23 een kapitein, zijnde middelbaar maritiem officier M, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 2°. artikel 22 artikel 25 een eerste officier, zijnde middelbaar maritiem officier M, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 3°. artikel 22 artikel 27 een middelbaar maritiem officier M in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 4°. een scheepstechnicus en 5°. een ongediplomeerde scheepsgezel. 1991 614 12-11-1991 1992 361 23-06-1992 15-07-1992
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Aan boord van een vrachtschip met een bruto-tonnage van minder dan 2000 en een voortstuwingsvermogen van 1500 kW of meer doch minder dan 3000 kW kan de volgende bemanning dienst doen: a. bemanningssamenstelling I of 1°. artikel 14 artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 2°. artikel 14 artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's een eerste stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 3°. artikel 14 artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 4°. een tweede scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver en 5°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen; b. bemanningssamenstelling II of 1°. artikel 14 artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 2°. artikel 14 artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 3°. artikel 22 artikel 27 een middelbaar maritiem officier M in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 4°. een scheepstechnicus en 5°. een ongediplomeerde scheepsgezel; c. bemanningssamenstelling III 1°. artikel 22 artikel 23 een kapitein, zijnde middelbaar maritiem officier M, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 2°. artikel 22 artikel 25 een eerste officier, zijnde middelbaar officier M, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 3°. een middelbaar maritiem officier M; 4°. een scheepstechnicus en 5°. een ongediplomeerde scheepsgezel. 1991 614 12-11-1991 1992 361 23-06-1992 15-07-1992
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Aan boord van een vrachtschip met een bruto-tonnage van minder dan 2000 en een voortstuwingsvermogen van 750 kW of meer doch minder dan 1500 kW kan de volgende bemanning dienst doen: a. bemanningssamenstelling I of 1°. artikel 14 artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 2°. artikel 14 artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's een eerste stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 3°. artikel 14 artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband meten 4°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen; b. bemanningssamenstelling II of 1°. artikel 14 artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 2°. artikel 14 artikel 17 van het Besluit zeevaartdiploma's een eerste scheepswerktuigkundige in het bezit van het diploma als motordrijver en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 3°. artikel 22 artikel 27 een middelbaar maritiem officier M in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband meten 4°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen; c. bemanningssamenstelling III 1°. artikel 22 artikel 23 een kapitein, zijnde middelbaar maritiem officier M, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 2°. artikel 22 artikel 25 een eerste officier, zijnde middelbaar maritiem officier M, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 3°. een middelbaar maritiem officier M en 4°. twee ongediplomeerde scheepsgezellen. 1991 614 12-11-1991 1992 361 23-06-1992 15-07-1992
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Aan boord van een vrachtschip met een bruto-tonnage van minder dan 2000 en een voorststuwingsvermogen van minder dan 750 kW kan de volgende bemanning dienst doen: a. bemanningssamenstelling I of 1°. artikel 14 artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 2°. artikel 14 artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's een eerste stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband meten 3°. artikel 112 van het Schepenbesluit 1965 drie ongediplomeerde scheepsgezellen, waarvan een scheepsgezel in het bezit van een verklaring als bedoeld in; b. bemanningssamenstelling II of 1°. artikel 14 artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 2°. artikel 22 artikel 27 een middelbaar maritiem officier M in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband meten 3°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen; c. bemanningssamenstelling III 1°. artikel 22 artikel 23 een kapitein, zijnde middelbaar maritiem officier M, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 2°. artikel 22 artikel 27 een middelbaar maritiem officier M in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband meten 3°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen. 1991 614 12-11-1991 1992 361 23-06-1992 15-07-1992
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2013 553 19-12-2013 11-12-2013 2013 553 19-12-2013 11-12-2013 01-01-2014
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2013 553 19-12-2013 11-12-2013 2013 553 19-12-2013 11-12-2013 01-01-2014
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Aan boord van een bevoorradingsschip of een sleepboot met een bruto-tonnage van minder dan 2000 en een voortstuwingsvermogen van minder dan 750 kW kan de volgende bemanning dienst doen: a. bemanningssamenstelling I of 1°. artikel 14 artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 2°. artikel 14 artikel 16 van het Besluit zeevaartdiploma's een eerste stuurman in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband meten 3°. artikel 112 van het Schepenbesluit 1965 drie ongediplomeerde scheepsgezellen, waarvan een scheepsgezel in het bezit van een verklaring als bedoeld in; b. bemanningssamenstelling II of 1°. artikel 14 artikel 15 van het Besluit zeevaartdiploma's een kapitein in het bezit van het diploma als derde stuurman voor de grote handelsvaart en het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 2°. artikel 22 artikel 28 een middelbaar maritiem officier M in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband meten 3°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen; c. bemanningssamenstelling III 1°. artikel 22 artikel 24 een kapitein, zijnde middelbaar maritiem officier M, in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband met; 2°. artikel 22 artikel 28 een middelbaar maritiem officier M in het bezit van het bewijs van diensttijd, bedoeld in, in verband meten 3°. drie ongediplomeerde scheepsgezellen. 1991 614 12-11-1991 1992 361 23-06-1992 15-07-1992
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Onze Minister kan, na overleg met de naar zijn oordeel representatieve organisaties van werkgevers en werknemers in de zeevaart, zonodig onder nader te stellen voorschriften of beperkingen, het bezit van een ander bewijs van bekwaamheid toestaan. 2 De inspecteur-generaal kan aanvulling van de bemanning ingevolge dit besluit voorschrijven, indien de inrichting, de uitrusting, de bruto-tonnage, het voortstuwingsvermogen of de bestemming van het schip hem daartoe aanleiding geven. 2004 495 07-10-2004 23-09-2004 2004 553 29-10-2004 18-10-2004 01-11-2004
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikelen 23 tot en met 28 De kapitein, eerste officieren en maritieme officieren die overeenkomstig het bepaalde in dediensttijd hebben behaald, verkrijgen op een daartoe gedaan verzoek een bewijs van diensttijd. 2 De in het eerste lid bedoelde diensttijd dient te zijn doorgebracht als lid van de bemanning van een voor de vaart ter zee gebezigd schip en te zijn behaald na het verkrijgen van het voor de betreffende functie vereiste diploma. 3 Ter verkrijging van een bewijs van diensttijd dient een belanghebbende een verzoek in bij de inspecteur-generaal onder overlegging van bewijsstukken met betrekking tot de behaalde diensttijd. 2004 495 07-10-2004 23-09-2004 2004 553 29-10-2004 18-10-2004 01-11-2004
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Voor de toelating als kapitein op een vrachtschip met een bruto-tonnage van 6000 of meer dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste zes jaren waarvan ten minste een jaar als eerste officier aan boord van vrachtschepen met een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer. 2 Voor de toelating als kapitein op een vrachtschip met een bruto-tonnage van 2000 of meer, doch minder dan 6000 dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste vier jaren waarvan ten minste een jaar als eerste officier aan boord van vrachtschepen met een bruto-tonnage van 2000 of meer en een voortstuwingsvermogen van 750 kW of meer. 3 Voor de toelating als kapitein op een vrachtschip met een bruto-tonnage van minder dan 2000 dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste drie jaren als maritiem officier dan wel van ten minste twee jaren als maritiem officier, waarvan een jaar als eerste officier of als enig maritiem officier. 1991 614 12-11-1991 1992 361 23-06-1992 15-07-1992
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Voor de toelating als kapitein op een bevoorradingsschip of een sleepboot met een bruto-tonnage van minder dan 4000 dan wel een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer, dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste vier jaren waarvan ten minste een jaar als eerste officier aan boord van bevoorradingsschepen of sleepboten met een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer. 2 Voor de toelating als kapitein op een bevoorradingsschip of een sleepboot met een bruto-tonnage van minder dan 2000 en een voortstuwingsvermogen van minder dan 3000 kW dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste drie jaren als maritiem officier dan wel van ten minste twee jaren als maritiem officier waarvan een jaar als eerste officier of enig maritiem officier aan boord van bevoorradingsschepen of sleepboten. 3 Van de in het eerste en tweede lid bedoelde diensttijd mag ten hoogste de helft behaald worden aan boord van schepen geen bevoorradingsschip of sleepboot zijnde. 1991 614 12-11-1991 1992 361 23-06-1992 15-07-1992
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Voor de toelating als eerste officier op een vrachtschip met een bruto-tonnage van 6000 of meer dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste vijf jaren als maritiem officier aan boord van vrachtschepen met een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer. 2 Voor de toelating als eerste officier op een vrachtschip met een bruto-tonnage van 2000 of meer, doch minder dan 6000 dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste drie jaren als maritiem officier aan boord van vrachtschepen met een voortstuwingsvermogen van 750 kW of meer. 3 Voor de toelating als eerste officier op een vrachtschip met een bruto-tonnage van minder dan 2000 dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste een jaar als maritiem officier aan boord van vrachtschepen, met dien verstande dat voor toelating als eerste officier aan boord van vrachtschepen met een voortstuwingsvermogen van minder dan 750 kW volstaan kan worden met een diensttijd van ten minste zes maanden als maritiem officier aan boord van vrachtschepen. 1991 614 12-11-1991 1992 361 23-06-1992 15-07-1992
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Voor de toelating als eerste officier op een bevoorradingsschip of een sleepboot met een bruto-tonnage van minder dan 4000 dan wel een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer, dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald als maritiem officier van ten minste drie jaren aan boord van bevoorradingsschepen of sleepboten met een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer. 2 Voor de toelating als eerste officier op een bevoorradingsschip of een sleepboot met een bruto-tonnage van minder dan 2000 dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste een jaar als maritiem officier aan boord van bevoorradingsschepen of sleepboten, met dien verstande dat voor toelating als eerste officier aan boord van bevoorradingsschepen of sleepboten met een voortstuwingsvermogen van minder dan 750 kW volstaan kan worden met een diensttijd van ten minste zes maanden als maritiem officier aan boord van bevoorradingsschepen of sleepboten. 3 artikel 24, derde lid Het bepaalde in, is van overeenkomstige toepassing. 1991 614 12-11-1991 1992 361 23-06-1992 15-07-1992
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 Voor de toelating als maritiem officier op een vrachtschip met een bruto-tonnage van 6000 of meer dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste drie jaren als maritiem officier aan boord van vrachtschepen met een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer. 2 Voor de toelating van maritiem officier op een vrachtschip met een bruto-tonnage van 2000 of meer doch minder dan 6000 dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste twee jaren als maritiem officier aan boord van vrachtschepen met een voortstuwingsvermogen van 750 kW of meer. 3 Voor de toelating als maritiem officier op een vrachtschip met een bruto-tonnage van minder dan 2000 en een voortstuwingsvermogen van 750 kW of meer dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste een jaar als maritiem officier aan boord van vrachtschepen. 4 Voor de toelating als maritiem officier op een vrachtschip met een bruto-tonnage van minder dan 2000 en een voortstuwingsvermogen van minder dan 750 kW dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste zes maanden als maritiem officier aan boord van vrachtschepen. 1991 614 12-11-1991 1992 361 23-06-1992 15-07-1992
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 Voor de toelating als maritiem officier op een bevoorradingsschip of een sleepboot met een bruto-tonnage van minder dan 4000 dan wel een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer, doch minder dan 8000 kW dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste twee jaren als maritiem officier aan boord van bevoorradingsschepen of sleepboten met een voortstuwingsvermogen van 3000 kW of meer. 2 Voor de toelating als maritiem officier op een bevoorradingsschip of een sleepboot met een bruto-tonnage van minder dan 2000 en een voortstuwingsvermogen van 750 kW of meer, doch minder dan 3000 kW dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste een jaar als maritiem officier aan boord van bevoorradingsschepen of sleepboten. 3 Voor de toelating als maritiem officier op een bevoorradingsschip of een sleepboot met een bruto-tonnage van minder dan 2000 en een voortstuwingsvermogen van minder dan 750 kW dient de bezitter van het diploma maritiem officier een diensttijd te hebben behaald van ten minste zes maanden als maritiem officier aan boord van bevoorradingsschepen of sleepboten. 1991 614 12-11-1991 1992 361 23-06-1992 15-07-1992
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Staatsblad Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld, met dien verstande dat dat tijdstip niet eerder is dan een maand na de datum van uitgifte van hetwaarin dit besluit wordt geplaatst. 1991 614 12-11-1991 1992 361 23-06-1992 15-07-1992
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Dit besluit kan worden aangehaald als: Bemanningseisenbesluit. 1991 614 12-11-1991 1992 361 23-06-1992 15-07-1992