Besluit van 19 september 1991, houdende vaststelling van het besluit bestrijding schadelijke organismen
- BWB-id
- BWBR0005206
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2015-01-01 t/m 2021-02-28
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005206
- ELI
- /eli/nl/amvb/1992/besluit-bestrijding-schadelijke-organismen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1992/besluit-bestrijding-schadelijke-organismen/2015-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005206&g=2015-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005206&z=2026-06-06&g=2015-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005206/2015-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1992/besluit-bestrijding-schadelijke-organismen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. partij: hoeveelheid planten of plantaardige produkten, al dan niet met aanhangende grond of andere cultuurmedia, of resten daarvan of afval van deze planten of plantaardige produkten; b. behandelen: toepassen van middelen of methoden ter voorkoming van het optreden of van de verbreiding van schadelijke organismen of ter bestrijding daarvan; c. een door schadelijk organisme aangetaste partij: een partij waarop of waarin op enigerlei wijze een schadelijk organisme voorkomt; d. aardappelcysteaaltje: Globodera pallida (Stone) Behrens (Europese populaties) of Globodera rostochiensis (Wollenweber) Behrens (Europese populaties); e. perceel: ononderbroken grondoppervlak, waarvan de locatie en de grootte op basis van de uitkomsten van onderzoek naar de aanwezigheid van het aardappelcysteaaltje door Onze Minister worden vastgesteld. 2010 243 29-06-2010 17-06-2010 2010 243 29-06-2010 17-06-2010 01-07-2010
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Het is de eigenaar of houder van een partij aan wie door Onze Minister is medegedeeld, dat een nader onderzoek naar de aanwezigheid van schadelijke organismen in of op die partij zal plaatsvinden, tot de uitslag van het nader onderzoek aan hem is medegedeeld, verboden: tenzij daartoe door Onze Minister toestemming is verleend en de daarbij gegeven aanwijzingen worden opgevolgd. a. planten van deze partij te oogsten of te rooien, of b. deze partij geheel of gedeeltelijk te verhandelen, te verplaatsen, te vervoeren, te bewerken, te behandelen dan wel te vernietigen of anderszins onschadelijk te maken; c. het voor deze partij gebruikte verpakkingsmateriaal te verplaatsen, te vervoeren, te bewerken, te behandelen dan wel te vernietigen of anderszins onschadelijk te maken, 1992 31 19-09-1991 1992 28 28-01-1992 23-02-1987 29-01-1992
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De eigenaar of houder van een partij, aan wie door Onze Minister is medegedeeld, dat die partij geheel of gedeeltelijk door een schadelijk organisme is aangetast of verdacht wordt daardoor te zijn aangetast, is verplicht overeenkomstig de hem door Onze Minister gedane aanzegging, op de daarbij voorgeschreven wijze en binnen dan wel gedurende de daarbij gestelde termijn: a. de planten van deze partij te oogsten of te rooien; b. de planten of plantaardige produkten van deze partij een door Onze Minister bepaalde bestemming te geven, of c. deze partij, het daarvoor gebruikte verpakkingsmateriaal of de schadelijke organismen afkomstig van deze partij te bewaren, te verplaatsen, te vervoeren, te bewerken, te behandelen of te vernietigen of anderszins onschadelijk te maken. 2 artikel 4, tweede lid De eigenaar of houder van de partij, bedoeld in het eerste lid, is verplicht de partij, voor zover deze niet te velde staat, alsmede het daarvoor gebruikte verpakkingsmateriaal, als één geheel en duidelijk afgescheiden van andere partijen opgeslagen te houden, totdat aan de aanzegging gevolg wordt gegeven of een toestemming als bedoeld in, is verleend. 1992 31 19-09-1991 1992 28 28-01-1992 23-02-1987 29-01-1992
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3 artikel 3 Het is de eigenaar of houder van de partij, bedoeld in, totdat gevolg is gegeven aan een aanzegging als bedoeld in, verboden: a. planten van de partij te oogsten of te rooien; b. de partij geheel of gedeeltelijk dan wel het voor deze partij gebruikte verpakkingsmateriaal te verhandelen, te verplaatsen, te vervoeren, te bewerken, te behandelen, te vernietigen of anderszins onschadelijk te maken of c. planten te gaan telen in de ruimte waar de partij zich bevindt. 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet indien: a. door Onze Minister toestemming tot de in het eerste lid genoemde handelingen is verleend en de daarbij gegeven aanwijzingen worden opgevolgd of, b. de in het eerste lid genoemde handelingen verplicht zijn gesteld ingevolge een aanzegging als bedoeld in artikel 3. 1992 31 19-09-1991 1992 28 28-01-1992 23-02-1987 29-01-1992
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 3 De eigenaar of houder van ruimten, installaties, transportmiddelen, werktuigen, gereedschappen, materialen of andere voorwerpen die kunnen zijn of worden gebruikt voor de partij, bedoeld in, is verplicht, overeenkomstig de hem door Onze Minister gedane aanzegging, op de daarbij voorgeschreven wijze en binnen de daarbij gestelde termijn: a. de ruimten te reinigen, te ontsmetten of daarin of daaraan door Onze Minister voorgeschreven voorzieningen te treffen; b. de installaties, transportmiddelen, werktuigen of gereedschappen te reinigen of te ontsmetten, of c. de gebruikte materialen of andere voorwerpen te reinigen, te ontsmetten of te vernietigen. 1995 149 30-03-1995 30-03-1995 1995 149 30-03-1995 30-03-1995 31-03-1995
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5 artikel 5 Het is de eigenaar of houder van de ruimten, installaties, transportmiddelen, werktuigen, gereedschappen, materialen of andere voorwerpen, bedoeld in, totdat gevolg is gegeven aan een aanzegging als bedoeld inverboden: a. voor zover het betreft ruimten, planten te gaan telen in de ruimte, of b. de betreffende ruimten, installaties, transportmiddelen, werktuigen, gereedschappen, materialen of andere voorwerpen te gebruiken ten behoeve van een andere partij dan de partij, bedoeld in artikel 5. 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet indien door Onze Minister toestemming tot de in het eerste lid genoemde handelingen is verleend en de daarbij gegeven aanwijzingen worden opgevolgd. 1992 31 19-09-1991 1992 28 28-01-1992 23-02-1987 29-01-1992
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Het is de eigenaar of houder van door Onze Minister aangewezen planten verboden bloemen van de betrokken planten te verwijderen, tenzij daartoe door Onze Minister toestemming is verleend en de daarbij gegeven aanwijzingen worden opgevolgd. 1992 31 19-09-1991 1992 28 28-01-1992 23-02-1987 29-01-1992
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Het is de eigenaar of houder van een terrein, perceel of ruimte aan wie door Onze Minister is medegedeeld, dat een nader onderzoek naar de aanwezigheid van schadelijke organismen op of in grond of andere cultuurmedia en resten daarvan op diens terrein, perceel of in diens ruimte zal plaatsvinden, totdat de uitslag van het nader onderzoek aan hem is medegedeeld, verboden: tenzij daartoe door Onze Minister toestemming is verleend en de daarbij gegeven aanwijzingen worden opgevolgd. a. deze grond of andere cultuurmedia en resten daarvan te verhandelen, te verplaatsen, te vervoeren, te bewerken, te behandelen, te vernietigen of anderszins onschadelijk te maken. b. materialen waarin deze zijn verpakt of zijn verpakt geweest te reinigen, te ontsmetten of te vernietigen. 2010 243 29-06-2010 17-06-2010 2010 243 29-06-2010 17-06-2010 01-07-2010
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De eigenaar of houder van een terrein, perceel of ruimte, aan wie door Onze Minister is medegedeeld dat zich op diens terrein, perceel of in diens ruimte grond of andere cultuurmedia en resten daarvan of materialen bevinden die zijn besmet door een schadelijk organisme of verdacht worden daarvoor te zijn besmet, is verplicht overeenkomstig de hem door Onze Minister gedane aanzegging, op de daarbij voorgeschreven wijze en binnen dan wel gedurende de daarbij gestelde termijn: a. de grond of andere cultuurmedia en resten daarvan te verplaatsen, te vervoeren, te bewerken, te behandelen, te vernietigen of anderszins onschadelijk te maken; b. de planten op of in de grond of andere cultuurmedia te oogsten, te rooien, te bewaren, te verplaatsen, te vervoeren, te bewerken, te behandelen, te vernietigen of anderszins onschadelijk te maken; c. de ruimte te reinigen, te ontsmetten of daarin of daaraan de door Onze Minister voorgeschreven voorzieningen te treffen, of d. de voor de grond of andere cultuurmedia en resten daarvan gebruikte materialen te reinigen, te ontsmetten of te vernietigen. 2010 243 29-06-2010 17-06-2010 2010 243 29-06-2010 17-06-2010 01-07-2010
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 9 artikel 9 Het is de eigenaar of houder van het terrein, perceel of de ruimte, bedoeld in, totdat gevolg is gegeven aan een aanzegging als bedoeld inverboden: a. artikel 9 grond of andere cultuurmedia en resten daarvan, bedoeld in, te verhandelen, te verplaatsen, te vervoeren, te bewerken of te behandelen, te vernietigen of anderszins onschadelijk te maken, of b. planten te gaan telen in de ruimte waar de besmette grond of cultuurmedia en resten daarvan zich bevinden. 2 Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet indien: a. door Onze Minister toestemming tot de in het eerste lid genoemde handelingen is verleend en de daarbij gegeven aanwijzingen worden opgevolgd, of b. artikel 9 de in het eerste lid genoemde handelingen verplicht zijn gesteld ingevolge een aanzegging als bedoeld in. 2010 243 29-06-2010 17-06-2010 2010 243 29-06-2010 17-06-2010 01-07-2010
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 9 De eigenaar of houder van ruimten, installaties, transportmiddelen, werktuigen, gereedschappen, materialen of andere voorwerpen die kunnen zijn of worden gebruikt ten behoeve van de grond of andere cultuurmedia, bedoeld in, is verplicht, overeenkomstig de hem door Onze Minister gedane aanzegging, op de daarbij voorgeschreven wijze en binnen de daarbij gestelde termijn: a. de ruimte te reinigen, te ontsmetten of daarin of daaraan de door Onze Minister voorgeschreven voorzieningen te treffen; b. de installaties, transportmiddelen, werktuigen of gereedschappen te reinigen of te ontsmetten, of c. de gebruikte materialen of andere voorwerpen te reinigen, te ontsmetten of te vernietigen. 1995 149 30-03-1995 30-03-1995 1995 149 30-03-1995 30-03-1995 31-03-1995
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 11 artikel 11 Het is de eigenaar of houder van de ruimten, installaties, transportmiddelen, werktuigen, gereedschappen, materialen of andere voorwerpen, bedoeld in, totdat gevolg is gegeven aan een aanzegging als bedoeld inverboden: a. voor zover het betreft ruimten, planten te gaan telen in de ruimte of, b. artikel 11 de betreffende ruimten, installaties, transportmiddelen, werktuigen, gereedschappen, materialen of andere voorwerpen te gebruiken voor andere grond of andere cultuurmedia dan de grond of andere cultuurmedia, bedoeld in. 2 Het verbod, bedoeld in het eerste lid, geldt niet indien door Onze Minister toestemming tot de in het eerste lid genoemde handelingen is verleend en de daarbij gegeven aanwijzingen worden opgevolgd. 1992 31 19-09-1991 1992 28 28-01-1992 23-02-1987 29-01-1992
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a artikel 1, onderdeel e Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld inzake de omstandigheden die van belang zijn voor en criteria die worden gehanteerd bij de vaststelling, bedoeld in. 2010 243 29-06-2010 17-06-2010 2010 243 29-06-2010 17-06-2010 01-07-2010
Artikel 12b — Artikel 12b#
Artikel 12b 1 Het is verboden door Onze Minister aangewezen planten te telen of te bewaren op grond waarvoor de gebruiksgerechtigde niet in het bezit is van een door Onze Minister, na officieel onderzoek overeenkomstig Richtlijn 2007/33/EG van de Raad van de Europese Unie van 11 juni 2007 betreffende de bestrijding van het aardappelcysteaaltje en houdende intrekking van Richtlijn 69/465/EEG (PbEU L 156), afgegeven verklaring, waaruit blijkt dat het perceel vrij is of wordt geacht te zijn van besmetting met het aardappelcysteaaltje. 2 Het eerste lid is niet van toepassing in bij ministeriële regeling te bepalen gevallen en onder bij ministeriële regeling te bepalen voorwaarden, indien geen aanwijsbaar risico bestaat op de aanwezigheid of verspreiding van het aardappelcysteaaltje. 3 De verklaring kan onder beperkende voorwaarden worden verleend en te allen tijde worden ingetrokken. 2010 243 29-06-2010 17-06-2010 2010 243 29-06-2010 17-06-2010 01-07-2010
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De eigenaar of houder van een ruimte, aan wie door Onze Minister is medegedeeld dat zich in diens ruimte een schadelijk organisme bevindt, is verplicht overeenkomstig de hem door Onze Minister gedane aanzegging, op de daarbij voorgeschreven wijze en binnen de daarvoor gestelde termijn de ruimte te reinigen, te ontsmetten of daarin of daaraan de door Onze Minister voorgeschreven voorzieningen te treffen. 1992 31 19-09-1991 1992 28 28-01-1992 23-02-1987 29-01-1992
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Onze Minister kan, ter voorkoming van het optreden en de verbreiding van schadelijke organismen en ter bestrijding daarvan regels stellen omtrent: a. het toepassen van ontsmettingsmaatregelen door personen die terreinen of ruimten betreden of verlaten; b. het voor de teelt van planten te gebruiken of gebruikt water; c. het treffen van voorzieningen in of aan ruimten; d. het oogsten of rooien, bewaren, voorhanden of in voorraad hebben, verhandelen, verplaatsen, vervoeren, zich ontdoen van of vernietigen, bewerken en behandelen van een partij; e. het telen van planten; f. het verschaffen van informatie aan derden omtrent de aanwezigheid van een schadelijk organisme op een terrein of perceel; g. het verschaffen van informatie aan Onze Minister omtrent de overdracht van de eigendom dan wel het gebruik van een terrein of perceel waar zich een schadelijk organisme bevindt; h. het houden en bewaren van een administratie door degene die een terrein of perceel in gebruik heeft. 2014 573 24-12-2014 17-12-2014 2014 576 24-12-2014 17-12-2014 01-01-2015
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Onze Minister kan: a. artikelen 2 3 een partij als bedoeld in deenkenmerken of onder verzegeling brengen, of b. artikelen 3 4 verpakkingsmateriaal als bedoeld in deenkenmerken of onder verzegeling brengen; c. 8 9 10 11 materialen als bedoeld in de artikelen,,enkenmerken of onder verzegeling brengen. 2 artikel 10 van de Plantenziektenwet Het is anderen dan de ambtenaren, bedoeld in, verboden de kenmerken en zegels, bedoeld in het eerste lid, te verwijderen, behoudens toestemming van Onze Minister. 1992 31 19-09-1991 1992 28 28-01-1992 23-02-1987 29-01-1992
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 9 van de Plantenziektenwet Stb. Een ieder die verschijnselen van aantasting van planten of plantaardige produkten door schadelijke organismen, aangewezen door Onze Minister, waarneemt is verplicht deze verschijnselen onverwijld te melden bij een door Onze Minister aangewezen ambtenaar, dan wel een door Onze Minister, op grond van(1951, 96) aangewezen instelling. 1992 31 19-09-1991 1992 28 28-01-1992 23-02-1987 29-01-1992
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 3, eerste lid, van de Plantenziektenwet Indien in een gebied, op een terrein, perceel of in een ruimte de aanwezigheid van een door Onze Minister aangewezen schadelijk organisme is aangetoond of wordt vermoed, kan Onze Minister met betrekking tot dat gebied, dat terrein, perceel of die ruimte regels stellen als bedoeld in. 2 Krachtens het eerste lid kunnen worden aangewezen: a. schadelijke organismen die de teelt en afzet van planten nadelig kunnen beïnvloeden, of b. planten die gevaar kunnen opleveren voor de vermeerdering of de verspreiding van de krachtens het eerste lid aangewezen schadelijke organismen. 2010 243 29-06-2010 17-06-2010 2010 243 29-06-2010 17-06-2010 01-07-2010
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Het is verboden om door Onze Minister aangewezen schadelijke organismen, die een ernstig gevaar kunnen opleveren voor de teelt van planten, opzettelijk voorhanden of in voorraad te hebben. 2 Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor die instellingen die in het bezit zijn van een door Onze Minister verleende vergunning. 3 Een vergunning als bedoeld in het tweede lid, wordt verleend indien in een instelling de noodzakelijke voorzieningen zijn getroffen ter voorkoming van de verbreiding van schadelijke organismen, bedoeld in het eerste lid. Een vergunning dient te worden aangevraagd bij Onze Minister. Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden. Zij kan onder beperkingen worden verleend. 1992 31 19-09-1991 1992 28 28-01-1992 23-02-1987 29-01-1992
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Onze Minister kan van het bij of krachtens dit besluit bepaalde vrijstelling of ontheffing verlenen. 2 Aan een vrijstelling of ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Zij kan onder beperkingen worden verleend. Zij kan te allen tijde geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken. 1992 31 19-09-1991 1992 28 28-01-1992 23-02-1987 29-01-1992
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Stb. de artikelen 3 9 Aanzeggingen gedaan krachtens het bepaalde in de artikelen 3, 5 en 8 van het Besluit bestrijding schadelijke organismen 1959 (368), worden geacht te zijn gegeven op grond van het bepaalde onderscheidenlijk inen. 2 de artikelen 4, tweede lid 9 10, tweede lid Toestemmingen verleend krachtens het bepaalde in de artikelen 4, 6 en 8, tweede lid, van het Besluit bestrijding schadelijke organismen 1959, worden geacht te zijn gegeven op grond van het bepaalde onderscheidenlijk in,en. 3 artikel 17 Aanwijzingen gedaan op grond van artikel 9 van het Besluit bestrijding schadelijke organismen 1959 en nog van kracht bij het in werking treden van dit besluit, worden geacht te zijn gegeven op grond van. 4 artikel 17 Na de inwerkingtreding van dit besluit worden de teeltverboden vastgesteld op grond van artikel 9 van het Besluit bestrijding schadelijke organismen 1959 en nog van kracht bij de inwerkingtreding van dit besluit geacht te zijn gegeven op grond vanvan dit besluit. 5 Stcrt. Stcrt. artikel 17 Na de inwerkingtreding van dit besluit berusten de regeling teeltverboden knolcyperus (1985, 79) en de Regeling teeltverboden stengelaaltje (1989, 95) opvan dit besluit. 6 Stcrt. artikel 18 Na de inwerkingtreding van dit besluit berust de Regeling aanwijzing schadelijke organismen 1984 (248) opvan dit besluit. 7 artikel 19 Vrijstellingen en ontheffingen verleend op grond van artikel 10 van het Besluit bestrijding schadelijke organismen 1959 en nog van kracht bij het in werking treden van dit besluit, worden geacht te zijn gegeven op grond van. 8 artikel 5 van het Besluit bestrijding aardappelmoeheid 1991 artikel 12b Verklaringen afgegeven krachtens, die nog van kracht zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het Besluit van 17 juni 2010, houdende wijziging van het Besluit bestrijding schadelijke organismen en intrekking van het Besluit bestrijding aardappelmoeheid 1991, in verband met de implementatie van Richtlijn 2007/33/EG van de Raad van de Europese Unie van 11 juni 2007 betreffende de bestrijding van het aardappelcysteaaltje en houdende intrekking van Richtlijn 69/465/EEG (PbEU L 156), worden geacht te zijn afgegeven op grond vanen zijn, tenzij ze voortijdig worden ingetrokken of de geldigheid verstrijkt, geldig tot en met het moment dat op het voor de verklaring relevante perceel voor de eerste maal door Onze Minister op grond van artikel 12b aangewezen planten worden geteeld. 9 artikel 6 van het Besluit bestrijding aardappelmoeheid 1991 artikel 17 Aanwijzingen van terreinen gedaan krachtens, die nog van kracht zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van het Besluit van 17 juni 2010, houdende wijziging van het Besluit bestrijding schadelijke organismen en intrekking van het Besluit bestrijding aardappelmoeheid 1991 in verband met de implementatie van Richtlijn 2007/33/EG van de Raad van de Europese Unie van 11 juni 2007 betreffende de bestrijding van het aardappelcysteaaltje en houdende intrekking van Richtlijn 69/465/EEG (PbEU L 156), worden geacht te zijn gedaan op grond van het bepaalde bij of krachtens. 2010 243 29-06-2010 17-06-2010 243 29-06-2010 2010 243 29-06-2010 17-06-2010 01-07-2010
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 De volgende besluiten worden ingetrokken: a. Stb. Het Besluit bestrijding schadelijke organismen 1959 (1959, 368); b. Stb. Het Kersenvliegbesluit (1955, 243); c. Stb. Het Besluit bestrijding Aspergevlieg (1958, 224); d. Stb. Het Besluit wering schadelijke organismen bij invoer van planten 1971 (346); e. Stb. Het Besluit bestrijding iepeziekte (1977, 445). 2 Wijzigt het Besluit bestrijding bacterievuur 1983. . 1992 31 19-09-1991 1992 28 28-01-1992 23-02-1987 29-01-1992
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 ziektewet Stb. Dit besluit treedt in werking met ingang van de datum van inwerkingtreding van de wet van 23 februari 1987 houdende wijziging van de Planten(1951, 96). 1992 31 19-09-1991 1992 28 28-01-1992 23-02-1987 29-01-1992
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit bestrijding schadelijke organismen. 1992 31 19-09-1991 1992 28 28-01-1992 23-02-1987 29-01-1992