Besluit van 27 april 1992, houdende regels ter uitvoering van de Wet goederenvervoer over de weg
- BWB-id
- BWBR0005496
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2005-01-12 t/m 2009-04-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005496
- ELI
- /eli/nl/amvb/1992/besluit-goederenvervoer-over-de-weg
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1992/besluit-goederenvervoer-over-de-weg/2005-01-12
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005496&g=2005-01-12
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005496&z=2026-06-06&g=2005-01-12
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005496/2005-01-12
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1992/besluit-goederenvervoer-over-de-weg
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Wet goederenvervoer over de weg Stb. wet:(1992, 145); b. Lid-Staat: staat, lid van de Europese Unie; c. richtlijn nr. 96/26/EG richtlijn nr. 96/26/EG :van de Raad van de Europese Unie van 29 april 1996 inzake de toegang tot het beroep van ondernemer van goederen-, respectievelijk personenvervoer over de weg, nationaal en internationaal, en inzake de wederzijdse erkenning van diploma's, certificaten en andere titels ter vergemakkelijking van de uitoefening van het recht van vrije vestiging van bedoelde vervoerondernemers (PbEG L 124); d. verordening 881/92 verordening (EEG) nr. 881/92 :van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 26 maart 1992 betreffende de toegang tot de markt van het goederenvervoer over de weg in de Gemeenschap van of naar het grondgebied van een Lid-Staat of over het grondgebied van een of meer Lid-Staten (PbEG L 95); e. verordening 881/92 bestuurdersattest: bestuurdersattest als bedoeld in; f. landbouwbedrijf: bedrijf van akkerbouw, weidebouw, veehouderij, pluimveehouderij, fruitteelt, tuinbouw - daaronder begrepen het kweken van bomen, bloemen en bloembollen -, de teelt van griendhout en elke soortgelijke vorm van bodemcultuur; g. landbouwprodukten: produkten van het landbouwbedrijf; h. C.E.M.T.-vergunning: de vergunning die door het Secretariaat van de Europese Conferentie van Ministers van Verkeer (C.E.M.T) wordt uitgegeven voor het verrichten van grensoverschrijdend beroepsgoederenvervoer; i. cabotagevergunning: vergunning voor cabotagevervoer; j. cabotagevervoer: het verrichten van binnenlands beroepsgoederenvervoer over de weg in een Staat door een ondernemer die in een andere Staat gevestigd is. 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 12-01-2005
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Artikel 15, eerste lid, van de wet is niet van toepassing op vervoer met vrachtauto’s in dienstgebruik bij: a. het Ministerie van Defensie en bondgenootschappelijke krijgsmachten; b. de politie; c. de justitie; d. de brandweer; e. het Nederlandse Rode Kruis; f. artikel 2 van de Wet Verplaatsing Bevolking Stb. het in(1952, 406) bedoelde gezag, voor zover dit vervoer betrekking heeft op verplaatsing van bevolking; en g. de Nederlandsche Bank N.V. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Artikel 5, eerste en derde lid, van de wet artikel 2, eerste lid, van de Postwet artikel 4, eerste lid, van die wet zijn niet van toepassing op het postvervoer, bedoeld in, door de houder van de concessie of door een dochtermaatschappij als bedoeld in. 2 Artikel 5, eerste en derde lid artikel 15, eerste lid, van de wet , enzijn niet van toepassing op: met in het bijzonder voor deze doelen ingerichte of uitgeruste vrachtauto's. a. vervoer bij de verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen, die vrijkomen uit percelen waar zodanige stoffen geregeld in particuliere huishoudens ontstaan; b. vervoer bij de verwijdering van afvalstoffen, die vrijkomen bij de uitvoering van reinigingswerken welke door, of in opdracht van, gemeentelijke diensten worden verricht; c. vervoer van: 1. beer; 2. kolkafval; 3. spoel- en sproeiwater voor het reinigen van de openbare weg; 4. zand en chemicaliën voor de bestrijding van gladheid van wegen; 5. artikel 2 van de Destructiewet Stb. destructiemateriaal als bedoeld in(1957, 84); 2000 200 23-05-2000 28-04-2000 2000 226 30-05-2000 24-05-2000 01-06-2000
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Artikel 5, eerste en derde lid artikel 15, eerste lid, van de wet , enzijn niet van toepassing op: a. ab ap artikel 1.1, onderdeelof onderdeel, van het Voertuigreglement vervoer van landbouwprodukten of goederen, te gebruiken bij het verrichten van landbouwwerkzaamheden, met een motorvoertuig als bedoeld in, alsmede de daardoor voortbewogen aanhangwagens, mits het betreft eigen vervoer verricht door een landbouwer ten dienste van zijn landbouwbedrijf, dan wel vervoer dat plaatsvindt rechtstreeks ten behoeve van een landbouwbedrijf en onmiddellijk vooraf gaat aan of volgt op, alsmede in direct verband staat met de uitvoering van landbouwwerkzaamheden; b. eigen vervoer, verricht met vrachtauto’s waarmede onbeladen geen hogere snelheid bereikbaar is dan 10 km per uur; c. vervoer van melk in melkbussen van veehouderijen naar zuivelfabrieken alsmede vervoer van daartoe gebruikte melkbussen van de zuivelfabriek naar de veehouderij terug; d. vervoer van kranten, tijdschriften, reclamedrukwerken, verricht in een distributie- of verspreidbedrijf, mits dit bedrijf de beschikking heeft over niet meer dan één vrachtauto of over twee vrachtauto's, mits één daarvan een aanhangwagen is, en waarbij geldt dat het ledig gewicht, vermeerderd met het laadvermogen, van de vrachtauto, dan wel van de beide vrachtauto’s gezamenlijk, niet meer mag bedragen dan 3500 kg; e. vervoer binnen Nederland of naar Nederland van voertuigen met toebehoren die tengevolge van een defect van het voertuig, ongeval of uitvallen van de bestuurder hun bestemming niet zonder hulp kunnen bereiken, alsmede vervoer binnen Nederland van in beslag genomen voertuigen, voor zover verricht met daartoe speciaal ingerichte vrachtauto’s met een maximum laadvermogen van 3500 kg, en overeenkomstige aanhangwagens met een maximum laadvermogen van 1500 kg, in opdracht van organisaties, die zich krachtens polisvoorwaarden of lidmaatschap jegens verzekerden, dan wel leden hebben verbonden tot hulpverlening in vorengenoemde omstandigheden, dan wel in opdracht van Nederlandse overheidsinstanties. 2 Artikel 5, eerste lid, van de wet is niet van toepassing op: a. beroepsvervoer binnen Nederland door en in opdracht van houders van een inschrijving eigen vervoer onderling van betonmortelspecie met daartoe speciaal ingerichte vrachtauto’s van de betonmortelfabriek naar in aanbouw zijnde bouwobjecten; b. richtlijn nr. 96/26/EG beroepsvervoer binnen Nederland, dat slechts een geringe weerslag op de vervoermarkt heeft wegens de aard van de vervoerde goederen of de geringe afstand die wordt afgelegd, en op grond daarvan door Onze Minister na raadpleging van de Europese Commissie is vrijgesteld van de toepassing van. 1999 352 24-08-1999 06-08-1999 1999 352 24-08-1999 06-08-1999 01-10-1999
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Artikel 5, eerste en derde lid artikel 15, eerste lid, van de wet Wet personenvervoer 2000 artikel 1.1, onderdeel al, van het Voertuigreglement artikel 5 van evengenoemde wet , enzijn niet van toepassing op vervoer van goederen met een door een bus in de zin van devoortbewogen aanhangwagen of een door een auto in de zin van die wet voortbewogen middenasaanhangwagen als bedoeld in, mits de goederen behoren bij de krachtens een vergunning als bedoeld ingelijktijdig in die bus of auto vervoerde personen. 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 2000 563 28-12-2000 14-12-2000 01-01-2001
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Artikel 5, derde lid, van de wet is niet van toepassing op beroepsvervoer verricht met een vrachtauto waarvan het maximaal toegestaan gewicht niet meer bedraagt dan 3500 kg. 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 12-01-2005
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a artikel 31 van de wet artikel 72, eerste en tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 artikel 5.1.2 artikel 5.18.17 artikel 5.18.18 van het Voertuigreglement Als bepalingen als bedoeld inworden aangewezenenin verbinding metof in verbinding met. 1994 450 30-06-1994 16-06-1994 1994 919 29-12-1994 15-12-1994 01-01-1995
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 32, onderdelen a tot en met e, van de wet De NIWO is, onverminderd het bepaalde inbelast met de volgende taken; a. artikel 12 van de wet het bijhouden van een registratie- en signaleringssysteem ter uitvoering van het bepaalde in; b. het beheer van gegevensbestanden uit hoofde van haar publieke taken; en c. deelname aan onderhandelingen in het kader van bilaterale verdragen met andere Staten, dan wel ter afsluiting van bilaterale verdragen. 2 De NIWO deelt Onze Minister jaarlijks zo spoedig mogelijk na 1 januari mee hoeveel vervoerders op 31 december van het voorafgaande jaar houder waren van een communautaire vergunning en hoeveel gewaarmerkte kopieën zijn afgegeven. 3 Bij ministeriële regeling kan de NIWO belast worden met overige taken. 4 verordening 881/92 De NIWO is de bevoegde instantie, bedoeld in de artikelen 6, eerste lid, 7, tweede lid, 8 en 11, derde lid, van. 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 12-01-2005
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De indiening van een aanvraag voor een vergunning tot het verrichten van binnenlands beroepsvervoer geschiedt bij de NIWO. 2 De in het eerste lid bedoelde formulieren dienen volledig en naar waarheid ingevuld te worden. 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 artikel 10, tweede lid, van de wet De aanvraag om afgifte van een vergunningbewijs voor binnenlands vervoer als bedoeld inwordt ingediend bij de NIWO. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Een vergunningbewijs wordt verleend voor een vrachtauto al dan niet met een aanhangwagen, of voor een samenstel van een trekker en een oplegger. 2 Op een vergunningbewijs worden de naam en het adres van de vergunninghouder vermeld alsmede een code waaronder deze door de NIWO is geregistreerd. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De modellen van vergunningbewijzen worden vastgesteld door de NIWO. De bewijzen worden gesteld op linnen of duurzaam papier. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 27 van de wet De afgifte van vergunningbewijzen geschiedt na ontvangst door de NIWO van de inbedoelde vergoeding. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 11, eerste lid, van de wet artikel 12, eerste lid, van de wet In geval van toepassing vandan wel wanneer toepassing is gegeven aan, dienen de vergunningbewijzen die in het bezit zijn van de vergunninghouder binnen één week na het tijdstip waarop de daaraan ten grondslag liggende vergunning haar geldigheid heeft verloren dan wel ingetrokken is, door de vergunninghouder ingeleverd te worden bij de NIWO. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 5, eerste lid, van de wet Degene die binnenlands beroepsvervoer verricht met een vrachtauto en voor wie een vergunningplicht geldt als bedoeld in, alsmede de bestuurder van die vrachtauto is verplicht ervoor zorg te dragen dat bij de vrachtauto een geldig vergunningbewijs aanwezig is. 2 Deze verplichting geldt eveneens in geval van lege ritten in verband met het in het eerste lid bedoelde vervoer. 1994 791 10-10-1994 1994 791 10-10-1994 18-11-1994
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 De indiening van een aanvraag om een communautaire vergunning geschiedt bij de NIWO. 1994 791 10-10-1994 1994 791 10-10-1994 18-11-1994
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikelen 9 10 12 13 Het bepaalde in de,,enis van overeenkomstige toepassing. 1994 791 10-10-1994 1994 791 10-10-1994 18-11-1994
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 5, derde lid, van de wet Degene die grensoverschrijdend beroepsvervoer verricht met een vrachtauto en voor wie een vergunningplicht geldt als bedoeld in, alsmede de bestuurder van die vrachtauto is verplicht ervoor zorg te dragen dat bij de vrachtauto naast de voor grensoverschrijdend beroepsvervoer geldige gewaarmerkte kopie tevens het voor binnenlands beroepsvervoer geldige vergunningbewijs aanwezig is. 2 Deze verplichting geldt eveneens in geval van lege ritten in verband met het in het eerste lid bedoelde vervoer. 1994 791 10-10-1994 1994 791 10-10-1994 18-11-1994
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 a artikel 8, eerste lid, onderdeel, van de wet Wet justitiële gegevens Ter voldoening aan de eis van betrouwbaarheid, bedoeld in, is overlegging vereist van een niet ouder dan drie maanden zijnde verklaring omtrent het gedrag ten dienste van het verkrijgen van een vergunning voor beroepsvervoer en afgegeven overeenkomstig de bepalingen van de. 2 richtlijn nr. 96/26/EG Een ondernemer of bestuurder van een onderneming tot het verrichten van beroepsvervoer wiens land van oorsprong of herkomst een andere Lid-Staat is dan Nederland, dan wel een andere staat, die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, voldoet aan de eis van betrouwbaarheid door overlegging van een document of verklaring, in die andere staat afgegeven overeenkomstig het tweede, derde en vierde lid van artikel 8 vanen niet ouder dan drie maanden. 2004 130 31-03-2004 25-03-2004 2004 129 31-03-2004 25-03-2004 01-04-2004 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet justitiële
gegevens in werking treedt.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikel 18, eerste lid Een verklaring als bedoeld in, dient elke vijf jaar opnieuw overgelegd te worden. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 b artikel 8, eerste lid, onderdeel Ter voldoening aan de eis van kredietwaardigheid, bedoeld in, van de wet dient de ondernemer te beschikken over een bij ministeriële regeling vast te stellen kapitaal en reserves benodigd voor een correcte aanvang en een goed beheer van de onderneming. 2 richtlijn nr. 96/26/EG Omtrent het voldoen aan de in het eerste lid genoemde eis van kredietwaardigheid stelt de NIWO een onderzoek in op de voet van het bepaalde in artikel 3, derde lid, onder b) van. 3 De NIWO onderzoekt iedere vijf jaar of aan het bepaalde in het eerste lid wordt voldaan. De NIWO kan beleidsregels vaststellen ten aanzien van het tijdstip van dat onderzoek. 4 De NIWO kan de ondernemer tijdens het onderzoek, bedoeld in het derde lid, een uitstel van ten hoogste een jaar verlenen ten behoeve van de vaststelling van het voldoen aan de eis van kredietwaardigheid indien de ondernemer heeft aangetoond dat het op grond van de algemene economische situatie van zijn onderneming waarschijnlijk is dat hij voor afloop van het verleende uitstel zal voldoen aan de eis van kredietwaardigheid. 5 richtlijn nr. 96/26/EG Een onderneming tot het verrichten van beroepsvervoer, die gevestigd is in een andere Lid-Staat dan Nederland, dan wel in een van de overige staten, die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, voldoet eveneens aan de eis van kredietwaardigheid, indien een verklaring overgelegd wordt die overeenkomstig artikel 9 vanin die andere staat is afgegeven en die niet ouder is dan drie maanden. 1999 352 24-08-1999 06-08-1999 1999 352 24-08-1999 06-08-1999 01-10-1999
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de wet Aan de eis van vakbekwaamheid, bedoeld in, wordt voldaan door degene die: a. richtlijn nr. 96/26/EG een door Onze Minister erkend getuigschrift overlegt van met goed gevolg afgelegde examens waarbij ten minste de kennis is vastgesteld van de onderwerpen en het opleidingsniveau van bijlage I vanen die overeenkomstig die bijlage zijn georganiseerd, of b. richtlijn nr. 96/26/EG een verklaring van vakbekwaamheid overlegt die op grond van artikel 3, vierde lid, van, door een andere Lidstaat, dan wel door een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, is afgegeven. 2 richtlijn nr. 96/26/EG Bij ministeriële regeling kan bepaald worden van welke onderwerpen, genoemd in bijlage I van, vrijstelling verleend kan worden aan houders van in die regeling genoemde diploma's. 3 Door vernummering vervallen. 4 Op het moment dat vijf jaar is verstreken na het tijdstip van de vergunningverlening toont de ondernemer aan dat hij voldoet aan de eis van vakbekwaamheid. 1999 352 24-08-1999 06-08-1999 2002 489 26-09-2002 19-09-2002 01-10-2002
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 artikel 21, eerste lid artikel 21, tweede lid artikel 9, tweede lid, van de wet Onverminderd het bepaalde in, dient ter voldoening aan de eis van vakbekwaamheid als bedoeld in, een bij ministeriële regeling erkend vakdiploma voor grensoverschrijdend beroepsvervoer overgelegd te worden. Het bepaalde in, is van overeenkomstige toepassing. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikel 14, tweede lid, van de wet Exemplaren van de verklaring van dienstbetrekking, bedoeld in, worden op aanvraag van de vergunninghouder namens Onze Minister door een door hem aan te wijzen ambtenaar ter beschikking gesteld. 1994 791 10-10-1994 1994 791 10-10-1994 18-11-1994
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Bij indiensttreding van een bestuurder van een vrachtauto moet de vergunninghouder: a. artikel 14, tweede lid, van de wet aan de bestuurder een verklaring als bedoeld inverstrekken, ondertekend door zowel de vergunninghouder als de bestuurder; b. na afgifte een ingevuld en ondertekend duplicaat van de verklaring terstond toezenden aan een door Onze Minister aan te wijzen ambtenaar; en c. een duplicaat van de ingevulde en ondertekende verklaring bewaren ten kantore van zijn bedrijf. 1994 791 10-10-1994 1994 791 10-10-1994 18-11-1994
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Bij beëindigen van de dienstbetrekking van een bestuurder van een vrachtauto moet de vergunninghouder: a. artikel 24, onderdeel a de in, bedoelde verklaring innemen; b. artikel 24, onderdeel c de datum van beëindiging van de dienstbetrekking aantekenen op de verklaring en op het duplicaat, bedoeld in; c. De verklaring terstond zenden aan een door Onze Minister aan te wijzen ambtenaar; en d. het duplicaat tot één jaar na het beëindigen van de dienstbetrekking ten kantore van zijn bedrijf bewaren. 1994 791 10-10-1994 1994 791 10-10-1994 18-11-1994
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Artikel 14, eerste lid, van de wet is niet van toepassing wanneer gebruik wordt gemaakt van: a. een werknemer, die voor beperkte tijd bij wijze van hulpbetoon zonder winstoogmerk aan een vergunninghouder ter beschikking is gesteld door een andere vergunninghouder bij wie die werknemer in dienstbetrekking is en die ten bewijze daarvan een verklaring van dienstbetrekking kan tonen; of b. een werknemer, die door een door Onze Minister aan te wijzen instelling aan een vergunninghouder ter beschikking is gesteld en die ten bewijze daarvan een door deze instelling afgegeven verklaring kan tonen volgens een door Onze Minister vastgesteld model. 1994 791 10-10-1994 1994 791 10-10-1994 18-11-1994
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 a artikel 24, onderdeel b artikel 26, onderdeel Degene die beroepsvervoer verricht met een vrachtauto alsmede de bestuurder van die vrachtauto is verplicht ervoor zorg te dragen dat in de vrachtauto een verklaring als bedoeld in, dan wel, aanwezig is. 2 Deze verplichting geldt eveneens in geval van lege ritten in verband met het in het eerste lid bedoelde vervoer. 1994 791 10-10-1994 1994 791 10-10-1994 18-11-1994
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 a c artikel 8, eerste lid, onderdelenen, van de wet artikel 13, eerste lid, van de wet Indien de natuurlijke persoon die de werkzaamheden van vervoerder verricht of de natuurlijke persoon die voldoet aan het bepaalde in, is overleden dan wel lichamelijk of wettelijk onbekwaam is geworden om als ondernemer op te treden, verleent de NIWO op aanvraag van belanghebbenden een vergunning als bedoeld in, teneinde belanghebbenden de gelegenheid te bieden alsnog in de ontbrekende vakbekwaamheid of betrouwbaarheid te voorzien. 1994 791 10-10-1994 1994 791 10-10-1994 18-11-1994
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 artikel 28 artikel 5, eerste, onderscheidenlijk derde lid, van de wet c artikel 8, eerste lid, onderdeel, van de wet In afwijking van het bepaalde inverleent de NIWO op aanvraag van belanghebbenden een vergunning als bedoeld inaan een persoon die niet voldoet aan de in, bedoelde eis van vakbekwaamheid, indien deze persoon: a. beschikt over tien jaren ervaring in de leiding van een met vergunning uitgeoefende vervoeronderneming, waarvan ten minste drie jaren in het dagelijks beheer van de voort te zetten onderneming; en b. tenminste de leeftijd van veertig jaren heeft bereikt. 1994 791 10-10-1994 1994 791 10-10-1994 18-11-1994
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 artikel 28 29 De indiening van een aanvraag als bedoeld in, dan welgeschiedt bij de NIWO. 1994 791 10-10-1994 1994 791 10-10-1994 18-11-1994
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 13, derde lid, van de wet Een aanvraag om verlenging als bedoeld in, dient uiterlijk vier weken voordat de geldigheidsduur van de toestemming is verstreken ingediend te worden. 2 Indien niet binnen acht weken na het in behandeling nemen van de aanvraag is beslist, is de aanvraag toegewezen. 1994 791 10-10-1994 1994 791 10-10-1994 18-11-1994
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 artikel 28 Op vergunningbewijzen en gewaarmerkte kopieën, afgegeven op een aanvraag als bedoeld in, wordt de geldigheidsduur vermeld. 1994 791 10-10-1994 1994 791 10-10-1994 18-11-1994
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 artikelen 9 14 17 Het bepaalde in detot en metenis van overeenkomstige toepassing. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 a artikel 8, eerste lid, onderdeel, van de wet artikel 51, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht Aan de eis van betrouwbaarheid, bedoeld inwordt niet langer voldaan indien de natuurlijke persoon of personen die permanent en daadwerkelijk leiding geven aan het beroepsvervoer in een aaneengesloten periode van drie jaar herhaaldelijk - al dan niet met toepassing van- onherroepelijk tot straf veroordeeld zijn wegens: a. artikel 2.4:4 2.5:1, vierde lid 2.5:3 2.5:4, vierde lid 2.5:5, derde lid 2.5:6, tweede lid 2.7:1 of artikel 2.7:4, eerste lid, onderdeel b of tweede lid, van het Arbeidstijdenbesluit vervoer overtreding van,,,,,,,; b. artikel 31 van de wet overtreding vanvoor wat betreft de technische staat van de vrachtauto; c. artikel 31 van de wet overtreding vanvoor wat betreft de belading van de vrachtauto; d. artikel 2, eerste of tweede lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen overtreding van; e. artikel 5.3.15 5.1.1, eerste lid, onderdeel c, van het Voertuigreglement overtreding vanjuncto. 2 Aan de eis van betrouwbaarheid wordt niet langer voldaan indien herhaaldelijk bij onherroepelijk vonnis van de burgerlijke rechter is vastgesteld dat de in het beroep geldende loon- en andere op geld waardeerbare arbeidsvoorwaarden niet zijn nageleefd. 3 a b Het in lege toestand verplaatsen van een vrachtauto wordt gelijkgesteld met beroepsvervoer in geval van toepassing van het bepaalde in het eerste lid, onderdelenenen het tweede lid. 4 Bij ministeriële regeling wordt in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vastgesteld op welk tijdstip de periode van drie jaar een aanvang neemt en bij welke aard van de overtredingen en cumulatie van veroordelingen onderscheidenlijk vonnissen genoemd in het eerste en tweede lid, niet langer meer wordt voldaan aan de eis van betrouwbaarheid. 1999 352 24-08-1999 06-08-1999 1999 352 24-08-1999 06-08-1999 01-10-1999
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 artikel 14, eerste lid, van de wet Er is sprake van herhaaldelijk in strijd handelen met het bepaalde inindien de vergunninghouder binnen een aaneengesloten periode van drie jaar een bij ministeriële regeling vast te stellen aantal malen onherroepelijk tot straf veroordeeld is wegens overtreding van eerdergenoemd artikel. 2 De periode van drie jaar vangt aan op de datum van de eerste onherroepelijke veroordeling. 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 12-01-2005
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 artikel 14 van de wet artikel 35, eerste lid Indien de vergunninghouder zich schuldig maakt aan overtreding vanstelt de NIWO hem ten minste één maal op de hoogte van de mogelijkheid van intrekking van de vergunning op grond van het bepaalde in. 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 12-01-2005
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 artikelen 34 35 Indien ingevolge het bepaalde in deende betrouwbaarheid dreigt te ontvallen, stelt de NIWO de vergunninghouder daarvan ten minste één maal op de hoogte. 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 12-01-2005
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 De houder van een vergunning is verplicht deze, alsmede de daarop berustende vergunningbewijzen binnen één week na de dagtekening in de beschikking van de NIWO waarbij zij wordt ingetrokken, bij de NIWO in te leveren. 2 Indien de in het eerste lid bedoelde vergunninghouder tevens in het bezit is van een communautaire vergunning, dient dit document alsmede de daarop berustende gewaarmerkte kopieën tegelijkertijd ingeleverd te worden. 3 De bij een vergunninghouder gebezigde verklaringen van dienstbetrekking dienen op hetzelfde tijdstip ingeleverd te worden bij een door Onze Minister aan te wijzen ambtenaar. 1994 791 10-10-1994 1994 791 10-10-1994 18-11-1994
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 Alvorens de SIEV overgaat tot verlening van een inschrijving eigen vervoer, dient door de aanvrager te zijn aangetoond dat: a. het vervoer een onderdeel vormt van het totaal van de bedrijfsactiviteiten van de onderneming van degene voor wiens rekening en risico de goederen worden vervoerd; en b. het vervoer in het geheel van de bedrijfsactiviteiten geen hoofdactiviteit, maar een werkzaamheid van ondersteunende aard vormt. 2 In het geval dat de vervoers- en overige bedrijfsactiviteiten zijn ondergebracht in verschillende juridisch gescheiden ondernemingen, dient de aanvrager bovendien aan te tonen dat de betrokken ondernemingen in financieel, organisatorisch en economisch opzicht zodanig verweven zijn dat zij als onderdelen van dezelfde organisatie beschouwd kunnen worden. 3 Van verwevenheid in financieel opzicht is sprake indien ten minste de meerderheid van de aandelen in elk van de ondernemingen - daaronder begrepen de zeggenschap - middellijk of onmiddellijk in dezelfde hand is, dan wel indien meer dan de helft van het vermogen van elk der ondernemingen in dezelfde hand is. 4 Van verwevenheid in organisatorisch opzicht is sprake indien de ondernemingen onder een gezamenlijke, althans als een eenheid functionerende, leiding staan, dan wel de leiding van de ene onderneming ten opzichte van die van de andere onderneming in een positie van feitelijke ondergeschiktheid verkeert. 5 Van verwevenheid in economisch opzicht is sprake indien de activiteiten van de ondernemingen in hoofdzaak strekken tot verwezenlijking van eenzelfde ondernemingsdoelstelling, dan wel de activiteiten van de ene onderneming in hoofdzaak ten behoeve van de andere onderneming worden uitgeoefend. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 artikel 39, tweede lid De verwevenheid bedoeld in, kan in ieder geval aangetoond worden door: a. artikel 15 van de Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 Stb. een beschikking op basis van(469) waarbij de betrokken ondernemingen tezamen als één fiscale eenheid worden aangemerkt; of b. artikel 7, vierde lid, van de Wet op de Omzetbelasting 1968 Stb. een verklaring dat de betrokken ondernemingen als één ondernemer worden aangemerkt in de zin van(329). 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 artikel 20, tweede lid, van de wet Een aanvraag om verlenging als bedoeld indient uiterlijk acht weken voordat de geldigheidsduur van de inschrijving is verstreken ingediend te worden. 2 Bij verlenging van de inschrijving dienen nieuwe inschrijvingsbewijzen aangevraagd te worden. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 De inschrijving kan bij verandering van de aard of de rechtsvorm van de onderneming of het bedrijf op aanvraag van de ingeschrevene worden gewijzigd. 2 Bij wijziging van de inschrijving dienen nieuwe inschrijvingsbewijzen aangevraagd te worden. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 De aanvraag om inschrijving voor het verrichten van eigen vervoer en de aanvraag om verlenging, wijziging of doorhaling van een inschrijving wordt ingediend bij de SIEV. 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 artikel 20, derde lid, van de wet De aanvraag om afgifte van een inschrijvingsbewijs als bedoeld inwordt ingediend bij de SIEV. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 1 Een inschrijvingsbewijs wordt verleend voor een vrachtauto al dan niet met een aanhangwagen, of voor een samenstel van trekker en een oplegger. 2 Op een inschrijvingsbewijs worden de naam, het adres en de aard van het bedrijf van de ingeschrevene vermeld, alsmede de datum waarop de geldigheidsduur van de inschrijving afloopt. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 De modellen van de inschrijvingsbewijzen worden vastgesteld door de SIEV. De bewijzen worden gesteld op linnen of duurzaam papier. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 Degene die eigen vervoer verricht met een vrachtauto onder gelding van een inschrijving eigen vervoer alsmede de bestuurder van die vrachtauto is verplicht ervoor zorg te dragen dat in de vrachtauto een geldig inschrijvingsbewijs aanwezig is. 2 Deze verplichting geldt eveneens in geval van lege ritten in verband met het in het eerste lid bedoelde vervoer. 1994 791 10-10-1994 1994 791 10-10-1994 18-11-1994
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 artikel 22 van de wet artikel 23, eerste lid, van de wet Ingeval zich een situatie voordoet als bedoeld in, dan wel wanneer toepassing is gegeven aan, dienen de inschrijvingsbewijzen die in het bezit zijn van de ingeschrevene binnen één week na het tijdstip waarop de daaraan ten grondslag liggende inschrijving haar geldigheid heeft verloren, dan wel is doorgehaald, ingeleverd te worden bij de SIEV. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Diegene die grensoverschrijdend eigen vervoer verricht dient in het bezit te zijn van een machtiging op grond van een overeenkomst met een andere Staat, tijdens het verrichten van vervoer op het grondgebied van die Staat, indien door die Staat een machtiging wordt geëist voor grensoverschrijdend eigen vervoer naar, door of van het grondgebied van die Staat. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Geen machtiging is vereist voor grensoverschrijdend eigen vervoer indien het eigen vervoer geschiedt in overeenstemming met het bepaalde in overeenkomsten met andere Staten, betreffende het grensoverschrijdend eigen vervoer van goederen met vrachtauto’s en regelende de erkenning van inschrijving, of ter uitvoering van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, voor zover zulks bij ministeriële regeling is bepaald. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 Aanvragen om machtigingen worden ingediend bij de SIEV. 1998 643 26-11-1998 03-11-1998 1998 643 26-11-1998 03-11-1998 27-11-1998
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 Bij inwilliging van de aanvraag worden door de SIEV aan de aanvrager een of meer machtigingen verstrekt. 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 1 Een machtiging wordt door de SIEV ingetrokken: a. op verzoek van de ondernemer; b. artikel 15 van de wet indien de ondernemer niet meer in het bezit is van een inschrijving eigen vervoer als bedoeld in; c. indien blijkt van geen of onvoldoende gebruik. 2 De houder van een machtiging is verplicht deze binnen één week na de dagtekening in de beschikking van de SIEV waarbij zij wordt ingetrokken, bij de SIEV in te leveren. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 1 Op een machtiging worden vermeld naam en adres van de houder, de aard van de onderneming of het bedrijf, de datum waarop op het verzoek om machtiging gunstig is beslist alsmede haar geldigheidsduur. 2 Op een machtiging wordt nauwkeurig omschreven voor welk vervoer toelating is verleend en onder welke voorwaarden. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 artikel 47 Degene die eigen vervoer verricht met een vrachtauto krachtens een machtiging alsmede de bestuurder van die vrachtauto is verplicht ervoor zorg te dragen, onverminderd het bepaalde in, dat bij de vrachtauto een geldige machtiging aanwezig is. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 artikel 25, eerste lid, van de wet artikelen 51 tot en met 54 Met betrekking tot de aanvraag, de uitreiking en de intrekking van machtigingen ten behoeve van eigen vervoer bedoeld inzijn devan overeenkomstige toepassing. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 De SIEV kan ter uitvoering van een overeenkomst tussen de Staat der Nederlanden en een andere Staat of een volkenrechtelijke organisatie of van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dan wel om redenen van internationaal vervoerbeleid bepalen, dat door de SIEV te verstrekken machtigingen worden uitgereikt door een buitenlandse instantie. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 artikel 25, eerste lid, van de wet Van het bepaalde inkan bij ministeriële regeling vrijstelling worden verleend indien het eigen vervoer geschiedt in overeenstemming met het bepaalde in overeenkomsten met andere Staten, betreffende het grensoverschrijdend eigen vervoer van goederen met vrachtauto’s en regelende de erkenning van inschrijving, of ter uitvoering van besluiten van volkenrechtelijke organisaties. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 Degene die grensoverschrijdend eigen vervoer verricht krachtens een machtiging met een vrachtauto alsmede de bestuurder van die vrachtauto is verplicht ervoor zorg te dragen dat bij de vrachtauto een geldige machtiging aanwezig is. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 artikel 5, eerste of derde lid artikel 21 van de wet Er is sprake van herhaaldelijk in strijd handelen met het bepaalde in, of, indien de houder van een inschrijving binnen een aaneengesloten periode van drie jaar drie maal onherroepelijk tot straf veroordeeld is wegens overtreding van de eerdergenoemde artikelen. 2 De periode van drie jaar vangt aan op de datum van de eerste onherroepelijke veroordeling. 3 Een veroordeling vervalt na drie jaar. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 artikel 5, eerste of derde lid artikel 21 van de wet Indien de houder van een inschrijving zich schuldig maakt aan overtreding van het bepaalde in, of, stelt de SIEV hem ten minste één maal op de hoogte van de daarop staande sanctie van doorhaling van de inschrijving. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 De houder van een inschrijving eigen vervoer is verplicht deze, alsmede de op basis daarvan afgegeven inschrijvingsbewijzen, binnen één week na dagtekening van een beschikking van de SIEV, waarbij zij wordt doorgehaald, bij de SIEV in te leveren. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 artikel 26, eerste lid, van de wet Onder aanvullende documenten als bedoeld inworden verstaan: a. een bestuurdersattest; b. een C.E.M.T.-vergunning; c. een machtiging op grond van een overeenkomst met een andere staat. 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 12-01-2005
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 1 Van de verplichting te beschikken over een bestuurdersattest is vrijgesteld de houder van een communautaire vergunning voorzover het vervoer wordt verricht door een bestuurder die onderdaan is van een Lid-Staat, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland. 2 artikel 63, onderdelen b en c Bij ministeriële regeling kan vrijstelling worden verleend van een aanvullend document als bedoeld in, indien het vervoer geschiedt in overeenstemming met een overeenkomst met een andere staat of ter uitvoering van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie, betreffende het grensoverschrijdend beroepsvervoer van goederen met vrachtauto's en regelende de erkenning van vergunningen, dan wel om redenen van internationaal vervoerbeleid. 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 12-01-2005
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 1 verordening 881/92 De NIWO verleent aan de houder van een communautaire vergunning op diens aanvraag een bestuurdersattest indien wordt voldaan aan artikel 3, derde lid, van. 2 verordening 881/92 Onze Minister stelt nadere regels ter uitvoering van artikel 3, derde lid, van. 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 12-01-2005
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 1 artikel 65 Het bestuurdersattest wordt verleend voor de periode waarin wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in, doch ten hoogste voor vijf jaar. 2 Indien het attest is verleend voor een kortere periode dan vijf jaar, kan, onverminderd het eerste lid, de geldigheidsduur van het attest worden verlengd. 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 12-01-2005
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 1 verordening 881/92 De vergunninghouder en de bestuurder van de vrachtauto handelen overeenkomstig artikel 6, vierde lid, van. 2 De vergunninghouder levert het bestuurdersattest bij de NIWO in binnen een week na de dagtekening van de beschikking waarbij de NIWO het bestuurdersattest intrekt. 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 12-01-2005
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 1 C.E.M.T.-vergunningen worden door de NIWO uitsluitend uitgereikt aan houders van een communautaire vergunning. 2 Aanvragen om een C.E.M.T.-vergunning, geldig voor het volgende kalenderjaar, moeten vóór een door de NIWO te bepalen datum bij de NIWO worden ingediend; aanvragen om een C.E.M.T.-vergunning voor het lopende kalenderjaar kunnen gedurende dat jaar bij de NIWO worden ingediend. 3 Bij overschrijding van de in het tweede lid bedoelde datum wordt de aanvrager in zijn aanvraag niet ontvangen. 4 De NIWO beschikt op de ingediende aanvragen: a. indien het betreft een C.E.M.T.-vergunning, geldig voor het volgende kalenderjaar, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken na de in het tweede lid bedoelde datum; b. indien het betreft een C.E.M.T.-vergunning, geldig voor het lopende kalenderjaar, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht weken na de datum van indiening van de aanvraag. 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 12-01-2005
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 1 Voor de behandeling van de aanvraag om een C.E.M.T.-vergunning en voor de uitreiking daarvan is de aanvrager aan de NIWO een bij ministeriële regeling vast te stellen vergoeding verschuldigd. 2 De NIWO reikt een vergunning eerst uit nadat de in het eerste lid bedoelde vergoedingen zijn ontvangen. 3 Indien de verschuldigde vergoedingen niet zijn ontvangen binnen twintig dagen nadat de aanvrager van de beslissing van de NIWO in kennis is gesteld, is de NIWO bevoegd de aanvraag alsnog af te wijzen. 1994 791 10-10-1994 1994 791 10-10-1994 18-11-1994
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 1 De houder van een C.E.M.T.-vergunning moet een daarbijbehorend rittenboekje bijhouden, uitgegeven door het Secretariaat van de Europese Conferentie van Ministers van Verkeer. 2 De NIWO reikt aan de houder van een C.E.M.T.-vergunning op zijn verzoek de nodige rittenboekjes uit. De NIWO draagt zorg voor de invulling van de omslag van het boekje. 3 De houder van een C.E.M.T.-vergunning moet een verslag van het verrichte vervoer opmaken voor elke beladen rit, afgelegd tussen elke plaats waar geladen of gelost wordt, alsmede voor elke ledige rit, met inachtneming van de in het rittenboekje gegeven aanwijzingen. 4 De verslagen van het verrichte vervoer moeten zodanig worden opgesteld, dat de chronologische volgorde van de voor de verschillende al dan niet beladen ritten afgelegde trajecten wordt aangehouden. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 artikelen 17 27 Degene, die krachtens een C.E.M.T.-vergunning grensoverschrijdend beroepsvervoer met een vrachtauto verricht, alsmede de bestuurder van die vrachtauto is, onverminderd het bepaalde in deen, verplicht ervoor zorg te dragen, dat de geldige C.E.M.T.-vergunning en het bijbehorende rittenboekje bij de vrachtauto aanwezig zijn. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 1 De houder van een C.E.M.T.-vergunning is verplicht de bladen met verslagen van het verrichte vervoer binnen twee weken na het verstrijken van de maand waarop zij betrekking hebben, aan de NIWO toe te zenden. 2 De NIWO verzamelt de ingevolge het bepaalde in het eerste lid ontvangen gegevens en brengt deze halfjaarlijks ter kennis van Onze Minister op een door deze te bepalen wijze en binnen een door deze te bepalen periode. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 1 De C.E.M.T.-vergunning wordt door de NIWO ingetrokken: a. Op verzoek van de ondernemer; b. indien de ondernemer niet meer in het bezit is van een communautaire vergunning. 2 De C.E.M.T.-vergunning kan door de NIWO worden ingetrokken indien blijkt van geen, onvoldoende of een tot bilateraal vervoer beperkt gebruik. 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 12-01-2005
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 De houder van een C.E.M.T.-vergunning is verplicht deze binnen één week na de dagtekening van een beschikking van de NIWO, waarbij zij wordt ingetrokken, bij de NIWO in te leveren. 1994 791 10-10-1994 1994 791 10-10-1994 18-11-1994
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 artikel 63, onderdeel c Machtigingen als bedoeld in, worden door de NIWO uitsluitend uitgereikt aan houders van een communautaire vergunning. 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 12-01-2005
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 1 De NIWO beschikt zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen acht weken op de ingediende aanvragen om machtigingen. 2 Indien niet binnen acht weken na het in behandeling nemen van de aanvraag is beslist, is de aanvraag toegewezen. 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 Een machtiging wordt verleend voor een vrachtauto al dan niet met een aanhangwagen, of voor een samenstel van een trekker en een oplegger, waarbij het trekkend voertuig in de Staat van vestiging van de vergunninghouder geregistreerd dient te zijn. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 1 Op een machtiging worden vermeld naam en adres van de houder, de datum waarop op het verzoek om machtiging gunstig is beslist alsmede haar geldigheidsduur. 2 Op een machtiging wordt nauwkeurig omschreven onder welke voorwaarden zij is verleend. 3 Voor de verstrekking van een machtiging is de aanvrager een vergoeding verschuldigd. 4 De uitreiking van een machtiging vindt eerst plaats nadat de verschuldigde vergoeding is voldaan. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 1 De machtiging wordt door de NIWO ingetrokken: a. op verzoek van de ondernemer; b. indien de ondernemer niet meer in het bezit is van een communautaire vergunning of c. bij geen of onvoldoende gebruik. 2 De houder van een machtiging is verplicht deze binnen één week na de dagtekening van een beschikking van de NIWO, waarbij zij wordt ingetrokken, bij de NIWO in te leveren. 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 12-01-2005
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 artikelen 17 27 Degene die grensoverschrijdend beroepsvervoer met een vrachtauto verricht krachtens een machtiging alsmede de bestuurder van die vrachtauto is, onverminderd het bepaalde in deenverplicht er voor zorg te dragen, dat bij de vrachtauto een geldige machtiging aanwezig is tijdens het verrichten van vervoer op het grondgebied van een bepaalde Staat, indien voor grensoverschrijdend beroepsvervoer naar, door of van die Staat een machtiging wordt geëist. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 1 Cabotagevergunningen worden door de NIWO uitsluitend uitgereikt aan in Nederland gevestigde ondernemers die in het bezit zijn van een communautaire vergunning. 2 Cabotagevergunningen worden verleend voor een periode, die duurt tot en met 31 december van het jaar, waarin zij zijn aangevraagd. 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 12-01-2005
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 artikelen 75 76 Met betrekking tot de aanvraag en de uitreiking van een cabotagevergunning is het bepaalde in deenvan overeenkomstige toepassing. 1994 791 10-10-1994 1994 791 10-10-1994 18-11-1994
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 artikel 89 Indien in de loop van een kalenderjaar cabotagevergunningen beschikbaar komen, worden deze vergunningen in volgorde van binnenkomst toegedeeld aan diegenen die reeds een aanvraag om een cabotagevergunning, conform, hebben ingediend. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 De NIWO verstrekt aan de houder van een cabotagevergunning op zijn verzoek de nodige boekjes verslagen cabotagevervoer tegen betaling van een vergoeding per boekje. De NIWO draagt zorg voor de invulling van de omslag van een boekje. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 1 Een in Nederland gevestigde ondernemer mag slechts cabotagevervoer verrichten krachtens een speciaal document. 2 Indien het in het eerste lid bedoelde cabotagevervoer verricht wordt in een Lid-Staat dan geldt als speciaal document een cabotagevergunning. 3 Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing indien het vervoer geschiedt in overeenstemming met het bepaalde in overeenkomsten met andere Staten of ter uitvoering van besluiten van volkenrechtelijke organisaties dan wel om redenen van internationaal vervoerbeleid, voor zover zulks bij ministeriële regeling bekend is gemaakt. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 De houder van een cabotagevergunning is verplicht zorg te dragen voor de invulling van een boekje verslagen cabotagevervoer volgens de algemene bepalingen die zijn vermeld op de achterzijde van het eerste blad van de omslag van een boekje verslagen en van de toelichting die is vermeld op de voorzijde van het blad dat aan de uitscheurbare bladen voorafgaat. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 1 Degene, die krachtens een cabotagevergunning vervoer verricht met een vrachtauto, alsmede de bestuurder van die vrachtauto is verplicht ervoor zorg te dragen, dat een geldige cabotagevergunning en een bijbehorend boekje verslagen cabotagevervoer bij de vrachtauto aanwezig zijn. 2 Een cabotagevergunning mag slechts voor één vrachtauto tegelijk worden gebruikt. 3 Een cabotagevergunning dient het trekkend voertuig te vergezellen. 4 Een cabotagevergunning mag niet aan derden worden overgedragen. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 95 — Artikel 95#
Artikel 95 1 De houder van een cabotagevergunning is verplicht deze vergunning binnen een week na het verstrijken van de geldigheidsduur, aan de NIWO te zenden. 2 De houder van een cabotagevergunning is verplicht de gebruikte verslagen van een boekje verslagen cabotagevervoer binnen een week na het verstrijken van de maand, waarop zij betrekking hebben aan de NIWO te zenden. 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 12-01-2005
Artikel 96 — Artikel 96#
Artikel 96 1 Een cabotagevergunning wordt door de NIWO ingetrokken: a. op verzoek van de ondernemer; b. indien de ondernemer niet meer in het bezit is van een communautaire vergunning. 2 Indien door de houder van een cabotagevergunning geen of onvoldoende gebruik is gemaakt van reeds uitgereikte cabotagevergunningen kan de NIWO de afgifte van toegekende maar nog niet uitgereikte cabotagevergunningen weigeren. 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 12-01-2005
Artikel 97 — Artikel 97#
Artikel 97 De houder van een cabotagevergunning is verplicht deze binnen één week na de dagtekening van een beschikking van de NIWO, waarbij zij wordt ingetrokken, bij de NIWO in te leveren. 1994 791 10-10-1994 1994 791 10-10-1994 18-11-1994
Artikel 98 — Artikel 98#
Artikel 98 1 Een ondernemer, die is gevestigd in een andere Staat dan Nederland, mag slechts cabotagevervoer verrichten in Nederland krachtens een speciaal document. 2 artikel 94 Indien de ondernemer gevestigd is in een Lid-Staat dan geldt als speciaal document een cabotagevergunning. Het bepaalde inis van overeenkomstige toepassing. 3 Het bepaalde in het eerste en tweede lid is niet van toepassing indien het vervoer geschiedt in overeenstemming met het bepaalde in overeenkomsten met andere Staten of ter uitvoering van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, dan wel om redenen van internationaal vervoerbeleid, voor zover zulks bekend is gemaakt bij ministeriële regeling. 4 In de ministeriële regeling, bedoeld in het derde lid, kunnen ter uitvoering van de in dat lid bedoelde overeenkomsten of besluiten, dan wel van het in dat lid bedoelde beleid, nadere regels worden gesteld. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 99 — Artikel 99#
Artikel 99 artikel 25 van de wet artikelen 83 tot en met 86 Met betrekking tot de aanvraag, de uitreiking en de intrekking van een machtiging als bedoeld inzijn devan overeenkomstige toepassing. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 100 — Artikel 100#
Artikel 100 De NIWO kan ter uitvoering van een overeenkomst tussen de Staat der Nederlanden en een andere Staat of een volkenrechtelijke organisatie of van een besluit van een volkenrechtelijke organisatie, dan wel om redenen van internationaal vervoerbeleid bepalen, dat door de NIWO te verstrekken machtigingen worden uitgereikt door een buitenlandse instantie. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 101 — Artikel 101#
Artikel 101 artikel 25, eerste lid, van de wet Van de machtiging, bedoeld in, is vrijgesteld: a. artikel 64, eerste lid de houder van een communautaire vergunning, met dien verstande dat indien de bestuurder geen onderdaan is van een land als bedoeld in, de vrijstelling slechts geldt indien de houder van de communautaire vergunning tevens houder is van een bestuurdersattest; b. de houder van een C.E.M.T.-vergunning, voorzover de daaraan verbonden voorschriften worden nageleefd. 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 12-01-2005
Artikel 101a — Artikel 101a#
Artikel 101a artikel 25, eerste lid, van de wet artikel 101 Degene die grensoverschrijdend beroepsvervoer met een vrachtauto verricht krachtens een machtiging als bedoeld in, dan wel krachtens een document als bedoeld in, alsmede de bestuurder van die vrachtauto, draagt er zorg voor dat die machtiging of dat document in de vrachtauto aanwezig is. 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 12-01-2005
Artikel 102 — Artikel 102#
Artikel 102 1 artikel 25 van de wet Een machtiging als bedoeld inis niet vereist voor grensoverschrijdend beroepsvervoer naar, door en uit andere Lid-Staten dan Nederland verricht met een vrachtauto die blijkens het kenteken in een andere Lid-Staat is geregistreerd en waarvan het toegestaan totaal gewicht in beladen toestand niet meer bedraagt dan 6 ton of waarvan het toegestane laadvermogen niet meer bedraagt dan 3,5 ton. 2 artikel 25, eerste lid, van de wet Van het bepaalde inkan bij ministeriële regeling vrijstelling worden verleend indien het grensoverschrijdend beroepsvervoer geschiedt in overeenstemming met het bepaalde in overeenkomsten met andere Staten of ter uitvoering van besluiten van volkenrechtelijke organisaties, betreffende het grensoverschrijdend beroepsvervoer van goederen met vrachtauto’s en regelende de erkenning van vergunningen, dan wel om redenen van internationaal vervoerbeleid. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 103 — Artikel 103#
Artikel 103 artikel 25 van de wet Een vrachtauto, die blijkens het kenteken niet geregistreerd is in een Lid-Staat, kan de toegang tot Nederland worden ontzegd, indien niet voldaan wordt aan het bepaalde in. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 104 — Artikel 104#
Artikel 104 1 artikel 29, eerste lid van de wet De inhoud van de vrachtbrief, bedoeld in, wordt bij ministeriële regeling vastgesteld. 2 Geen vrachtbrief is vereist voor het vervoer van: a. levende dieren; b. landbouwprodukten van de teeltplaats naar de veiling en van tot dit vervoer gebezigde ledige verpakkingsmiddelen van de veiling naar de teeltplaats; c. inboedels; d. losgestorte goederen; e. postzendingen; of f. andere bij ministeriële regeling aan te wijzen goederen. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 105 — Artikel 105#
Artikel 105 1 De vergunninghouder is verplicht ervoor zorg te dragen dat: a. een deel van de vrachtbrief vermeldende een omschrijving der goederen, de afzender, de geadresseerde en de vervoerder, in de vrachtauto, waarmee de goederen vervoerd worden, aanwezig is; b. een deel van de vrachtbrief bij het ten vervoer aannemen van de goederen aan de afzender ten bewijze van ontvangst wordt afgegeven; c. a bij aflevering van de goederen het in onderdeelbedoelde deel van de vrachtbrief tegelijk met de goederen wordt afgegeven tegen aftekening voor ontvangst van een daarvoor bestemd deel van de vrachtbrief. 2 artikel 43 van de wet Het eerste lid is niet van toepassing indien het beroepsvervoer betreft waarvan de op dat vervoer betrekking hebbende vrachtbriefgegevens gestructureerd en genormeerd via een electronisch systeem worden uitgewisseld. De aard en inhoud van de bescheiden die in dat geval aan de inbedoelde ambtenaren ter inzage dienen te worden gegeven, worden bij ministeriële regeling vastgesteld. 3 a Namens Onze Minister kan door een door hem aan te wijzen ambtenaar van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel, ontheffing worden verleend. In dat geval is de vergunninghouder verplicht zorg te dragen, dat een door die ambtenaar afgegeven bewijs van de ontheffing in de vrachtauto, waarmede de goederen vervoerd worden, aanwezig is. 4 c Aan het bepaalde in het eerste lid, onderdeel, is, voor zover betreft de aftekening voor ontvangst voldaan, indien bij aflevering van de goederen voor ontvangst is afgetekend op een afzonderlijke lijst onder verwijzing naar de bij de zending behorende vrachtbrief. 1994 791 10-10-1994 1994 791 10-10-1994 18-11-1994
Artikel 106 — Artikel 106#
Artikel 106 1 artikel 27, eerste lid, van de wet De vergoedingen bedoeld inmogen de normaal te achten kosten van behandeling, alsmede een redelijke bijdrage aan de apparaatskosten niet overschrijden. 2 artikel 27, tweede lid, van de wet artikel 7 De vergoedingen bedoeld inzijn jaarlijks verschuldigd en dienen in redelijke verhouding te staan tot de kosten die samenhangen met de inbedoelde werkzaamheden. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 107 — Artikel 107#
Artikel 107 De NIWO verschaft periodiek aan Onze Minister een overzicht van de houders van C.E.M.T.-, en cabotagevergunningen. 1994 791 10-10-1994 1994 791 10-10-1994 18-11-1994
Artikel 108 — Artikel 108#
Artikel 108 artikelen 13 14 17 24 25 27 38 47 48 49 55 59 62 67 77, eerste en derde lid 78 79, eerste lid 81 86, tweede lid 87 92, eerste lid 93 94 95, eerste en tweede lid 97 98, eerste lid 99 101a 105, eerste en derde lid, laatste volzin o artikel 1, onder 4, van de Wet op de economische delicten Stb. Overtreding van elk der bepalingen in de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,en, vormt een strafbaar feit in de zin van(1950, 258). 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 2005 3 11-01-2005 13-12-2004 12-01-2005
Artikel 109 — Artikel 109#
Artikel 109 a artikel 3, tweede lid, onderdeel Gemeenten, welke vóór 1 januari 1986 vervoer hebben verricht bij de verwijdering van afvalstoffen die naar hun aard overeenkomen met de in, genoemde stoffen en die afkomstig zijn uit niet-particuliere huishoudens, zijn gerechtigd dit vervoer tot 1 september 1992 te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning of inschrijving. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 110 — Artikel 110#
Artikel 110 Degenen, die vóór 1 mei 1988 tegen vergoeding vervoer hebben verricht van zuiveringsslib, dat slechts voor ten hoogste 20% bestaat uit vaste stoffen, zijn gerechtigd dit vervoer tot 19 maart 1994 te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 111 — Artikel 111#
Artikel 111 Zaken die ter kennis zijn gebracht van het tuchtcollege bedoeld in artikel 52 van het Uitvoeringsbesluit autovervoer goederen 1988 vóór het tijdstip van in werking treden van deze wet worden, voor zover daarop bij het in werking treden van deze wet nog niet is beslist, behandeld overeenkomstig het bepaalde bij of krachtens de Wet Autovervoer Goederen. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 112 — Artikel 112#
Artikel 112 Stb. artikel 24, onderdeel a De verklaringen van dienstbetrekking als bedoeld in artikel 132 van het Uitvoeringsbesluit Autovervoer Goederen 1988 (209) die gelden op het tijdstip van het in werking treden van dit Besluit, worden vanaf dat tijdstip aangemerkt als verklaringen van dienstbetrekking als bedoeld in. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 113 — Artikel 113#
Artikel 113 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 114 — Artikel 114#
Artikel 114 1 artikelen 55 56 van de Wet Deentreden in werking op 30 april 1992. 2 artikelen van de wet De overige, alsmede dit besluit, treden in werking op 1 mei 1992. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992
Artikel 115 — Artikel 115#
Artikel 115 Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit goederenvervoer over de weg. 1992 197 27-04-1992 1992 197 27-04-1992 01-05-1992