Besluit van 13 oktober 1992, houdende regelen met betrekking tot de instelling, de taak, de samenstelling en de werkwijze van de commissie bedoeld in de artikelen 82a, eerste lid, en 97b, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, de artikelen 117a, eerste lid, en 128, eerste lid, van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal en artikel 55a, eerste lid, van het Arbeidsovereenkomstenbesluit
- BWB-id
- BWBR0005689
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2009-08-27 t/m 2019-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005689
- ELI
- /eli/nl/amvb/1992/besluit-regelen-met-betrekking-tot-de-instelling-de-taak-de-
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1992/besluit-regelen-met-betrekking-tot-de-instelling-de-taak-de-/2009-08-27
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005689&g=2009-08-27
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005689&z=2026-06-06&g=2009-08-27
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005689/2009-08-27
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1992/besluit-regelen-met-betrekking-tot-de-instelling-de-taak-de-
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: 1. het bevoegd gezag: a. a artikel 82 b 97van het Algemeen Rijksambtenarenreglement a artikel 117 128 van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal artikel 80 van het Besluit algemene rechtspositie politie het gezag dat bevoegd is een straf op te leggen en een ontslag te verlenen als bedoeld inrespectievelijk,respectievelijkdan wel een straf op te leggen als bedoeld in; b. a Onze Minister, hoofd van het betrokken ministerie, dan wel de vice-president van de Raad van State, de Algemene Rekenkamer of de Nationale ombudsman, indien de bevoegdheid, bedoeld in onderdeel, bij koninklijk besluit wordt uitgeoefend; 2. artikel 2 de belanghebbende: degene op wie het inbedoelde voornemen betrekking heeft. 2001 273 19-06-2001 10-05-2001 2001 273 19-06-2001 10-05-2001 20-06-2001
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Er is een Adviescommissie grondrechten en functie-uitoefening ambtenaren. De commissie heeft tot taak: a. a artikel 82van het Algemeen Rijksambtenarenreglement a artikel 117van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal artikel 80 van het Besluit algemene rechtspositie politie het bevoegd gezag van advies te dienen over het voornemen een disciplinaire straf op te leggen als bedoeld in,dan wel; b. artikel 128 van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal b artikel 97van het Algemeen Rijksambtenarenreglement artikel 128 van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, respectievelijk het bevoegd gezag, bedoeld in, van advies te dienen over het voornemen tot ontslagverlening als bedoeld inrespectievelijk. 2001 273 19-06-2001 10-05-2001 2001 273 19-06-2001 10-05-2001 20-06-2001
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De Commissie bestaat uit vijf leden onder wie de voorzitter. Voorts kunnen een plaatsvervangend voorzitter en plaatsvervangende leden worden benoemd. De plaatsvervangend voorzitter wordt uit de leden benoemd. 2 De voorzitter en de andere leden, alsmede hun plaatsvervangers worden bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, benoemd en ontslagen. Onze Minister stelt de centrales van verenigingen van ambtenaren die deel uitmaken van de Sectorcommissie overleg rijkspersoneel in de gelegenheid ter zake voorstellen te doen. De centrales van verenigingen van ambtenaren die deel uitmaken van de Commissie voor Georganiseerd Overleg in Politie-ambtenarenzaken worden in de gelegenheid gesteld voorstellen te doen voor leden, alsmede hun plaatsvervangers, die deskundig zijn op het gebied van de sector Politie. 3 De voorzitter en de andere leden, alsmede hun plaatsvervangers, worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan twee maal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden. 2009 354 26-08-2009 18-07-2009 2009 354 26-08-2009 18-07-2009 27-08-2009 Artikel V van Stb. 2009/354 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De commissie wordt bijgestaan door een secretaris en een plaatsvervangend secretaris. Zij worden door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties benoemd en ontslagen. 2001 273 19-06-2001 10-05-2001 2001 273 19-06-2001 10-05-2001 20-06-2001
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Wanneer het advies van de commissie wordt gevraagd, worden daarbij afschriften van de ter zake dienende stukken overgelegd. 2 Wanneer uit een oogpunt van bronbescherming de inhoud van bepaalde stukken ter uitsluitende kennisneming van de commissie dient te blijven, wordt dat aan de commissie medegedeeld. 3 De commissie is bevoegd voorts alle inlichtingen in te winnen die zij voor de vorming van haar advies nodig acht. 1992 565 13-10-1992 1992 565 13-10-1992 01-11-1992
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de adviesaanvraag stelt de voorzitter de datum voor een vergadering vast, die - behoudens dringende redenen - niet later dan vier weken na de ontvangst mag plaatsvinden. 2 artikel 7, eerste lid, tweede volzin De secretaris geeft de belanghebbende alsmede het bevoegd gezag onverwijld na de vaststelling kennis van plaats en tijdstip der vergadering onder mededeling van het bepaalde in het derde lid, alsmede van het bepaalde in. 3 artikel 5, tweede lid De belanghebbende en zijn raadsman worden voor deze vergadering in de gelegenheid gesteld kennis en afschrift te nemen van alle op de zaak betrekking hebbende stukken, voorzover niet, van toepassing is. In voorkomend geval wordt de belanghebbende daarvan mededeling gedaan. 1992 565 13-10-1992 1992 565 13-10-1992 01-11-1992
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De commissie hoort ter vergadering de belanghebbende, tenzij deze heeft verklaard daarop geen prijs te stellen of zonder gegronde reden aan een daartoe gedane oproeping geen gevolg heeft gegeven. De belanghebbende kan zich ter vergadering van de commissie laten bijstaan door een raadsman. 2 Het bevoegd gezag wordt in de gelegenheid gesteld zijn standpunt ter vergadering van de commissie nader te doen toelichten. 3 De commissie is bevoegd iedere ambtenaar ten aanzien waarvan zij het horen wenselijk acht te doen oproepen ter vergadering. De opgeroepen ambtenaar verstrekt desgevraagd alle inlichtingen. Indien dit uit een oogpunt van bronbescherming noodzakelijk is, verstrekt de ambtenaar de inlichtingen slechts in het bijzijn van de commissie. 4 De commissie kan al dan niet op verzoek van de belanghebbende andere personen horen. 1992 565 13-10-1992 1992 565 13-10-1992 01-11-1992
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De commissie vergadert niet indien niet tenminste de voorzitter en twee andere leden, dan wel hun plaatsvervangers aanwezig zijn. 2 artikel 80 van het Besluit algemene rechtspositie politie Indien de commissie advies wordt gevraagd over een zaak als bedoeld in, vergadert de commissie niet, indien niet ten minste de voorzitter en twee andere leden, dan wel hun plaatsvervangers, die deskundig zijn op het gebied van de sector Politie, aanwezig zijn. 3 De vergaderingen van de commissie zijn niet openbaar. 2001 273 19-06-2001 10-05-2001 2001 273 19-06-2001 10-05-2001 20-06-2001
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De commissie beslist bij meerderheid van stemmen. Noch de voorzitter, noch een der andere leden onthoudt zich van deelneming aan enige stemming. Indien de stemmen staken geeft de stem van de voorzitter de doorslag. 2 Het advies van de commissie wordt met redenen omkleed. Indien in de commissie een minderheidsstandpunt bestaat, wordt dit, alsmede de daaraan ten grondslag liggende argumenten, desverlangd in het advies opgenomen. Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend. 3 artikel 6, eerste lid artikel 2 Behoudens dringende redenen wordt het advies niet later dan vier weken na de in, bedoelde vergadering uitgebracht aan het inbedoelde adviesvragende gezag. 1992 565 13-10-1992 1992 565 13-10-1992 01-11-1992
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Stb. Het beheer van de archiefbescheiden der commissie geschiedt met inachtneming van het Besluit algemene secretarie-aangelegenheden rijksadministratie (1980, 182) op overeenkomstige wijze als bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2 Bij opheffing der commissie wordt het archief overgedragen aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2001 273 19-06-2001 10-05-2001 2001 273 19-06-2001 10-05-2001 20-06-2001
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Stb. Stb. Stb. De koninklijke besluiten van 25 maart 1939 (180), 22 december 1951 (601) en 11 juni 1952 (333) worden ingetrokken. 1992 565 13-10-1992 1992 565 13-10-1992 01-11-1992
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 november 1992. 1992 565 13-10-1992 1992 565 13-10-1992 01-11-1992