Besluit van 11 mei 1992, houdende regels ter uitvoering van de Wet vervoer binnenvaart
- BWB-id
- BWBR0005503
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2006-09-20 t/m 2009-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005503
- ELI
- /eli/nl/amvb/1992/besluit-vervoer-binnenvaart
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1992/besluit-vervoer-binnenvaart/2006-09-20
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005503&g=2006-09-20
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005503&z=2026-06-06&g=2006-09-20
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005503/2006-09-20
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1992/besluit-vervoer-binnenvaart
Artikel 6#
artikel 6
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Wet vervoer binnenvaart wet:; b. Lid-Staat: staat, lid van de Europese Gemeenschappen; c. Richtlijn 87/540/EEG Richtlijn 87/540 PbEG :van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 9 november 1987 betreffende de toegang tot het beroep van ondernemer van nationaal en internationaal goederenvervoer over de binnenwateren en inzake de onderlinge erkenning van dit beroep betreffende diploma's, certificaten en andere titels (L 322/20); d. Verordening (EEG) nr. 2919/85 Verordening (EEG) nr. 2919/85 PbEG :van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 oktober 1985, houdende vaststelling van de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om in aanmerking te komen voor het regime dat door de Herziene Rijnvaartakte wordt gereserveerd voor de vaartuigen die tot de Rijnvaart behoren (L 280/4); e. c artikel 1, eerste lid, onderdeel, van de Binnenschepenwet Stb. Stb. binnenwateren: de wateren, die in Nederland zijn gelegen binnen een langs de kust gaande lijn, bedoeld in(1981, 678), en vastgesteld bij koninklijk besluit van 2 juni 1982 (1982, 363). 1992 232 11-05-1992 1992 233 11-05-1992 15-05-1992
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De wet is niet van toepassing op: a. 3 binnenschepen met een laadvermogen van minder dan twintig metrieke ton dan wel met een waterverplaatsing van minder dan tien m; b. binnenschepen met een permanente ligplaats; c. binnenschepen met een nagenoeg permanente ligplaats, voor zover deze binnenschepen voor speciale doeleinden worden gebruikt; d. bunkerstations, drijvende werktuiglijke inrichtingen en in aanbouw zijnde binnenschepen; e. binnenschepen die worden gebruikt voor het vervoer van personen, voor zover niet sprake is van beroepsvervoer; f. binnenschepen die worden gebruikt door of ten behoeve van de openbare dienst, voor zover niet sprake is van beroepsvervoer van goederen; g. Verenwet Stb. overzetveren als bedoeld in de(1921, 838); en h. Visserijwet 1963 Stb. vissersschepen en bunschepen, voor zover deze binnenschepen worden gebruikt voor het vervoer van vis als bedoeld in de(312). 1992 232 11-05-1992 1992 233 11-05-1992 15-05-1992
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Onze Minister kan ter uitvoering van verdragen de wet geheel of gedeeltelijk niet van toepassing verklaren op bepaalde vormen van vervoer met binnenschepen, soorten binnenschepen, vervoer op bepaalde binnenwateren of vervoer onder bepaalde omstandigheden. 1992 232 11-05-1992 1992 233 11-05-1992 15-05-1992
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De wet is niet van toepassing op schepen, welke zowel voor de vaart op zee als op de binnenwateren kunnen worden gebruikt, voor zover deze schepen vervoer tussen twee punten verrichten waarbij gedeeltelijk over zee wordt gevaren. 1992 232 11-05-1992 1992 233 11-05-1992 15-05-1992
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 hoofdstuk 2 tweede vierde zesde afdeling Het bepaalde in,,en, van de wet is niet van toepassing op: a. vervoer met binnenschepen waarvan het laadvermogen niet meer dan tweehonderd metrieke ton bedraagt en: 1°. het dek zodanig is aangebracht dat uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bovendeks lading kan worden vervoerd, voor zover: - het begin- en eindpunt van het vervoer zijn gelegen binnen dezelfde gemeente; of - het begin- en eindpunt van het vervoer zijn gelegen binnen eenzelfde havengebied; 2°. welke zijn voorzien van bodemkleppen in het laadruim of zijn ingericht als splijtbakken, voor zover deze binnenschepen worden gebruikt voor het vervoer van zand, grint, klei en soortgelijke goederen naar een stortplaats op de binnenwateren, alsmede voor het vervoer van uitrustingsstukken van baggermateriaal; 3°. welke zijn voorzien van luchtkasten en een beuninhoud hebben, die zich ten opzichte van het laadvermogen minimaal als 1:1,6 en maximaal als 1:1,7 verhoudt, voor zover deze binnenschepen worden gebruikt voor het vervoer naar en van een werkobject, waarbij degene die het vervoer verricht dezelfde dient te zijn als degene die het werkobject uitvoert; 4°. welke zijn ingericht voor bergingswerkzaamheden, voor zover deze binnenschepen worden gebruikt voor bergingswerk; 5°. welke zijn ingericht voor het zuigen van schelpen, voor zover deze binnenschepen worden gebezigd voor het vervoer van de door deze schepen zelf opgezogen schelpen; 6°. welke worden gebruikt door baggerbedrijven bij de uitvoering van waterbouwkundige werken, voor zover deze binnenschepen ter plaatse daarvan worden gebruikt; 7°. welke worden gebruikt voor het vervoer van drinkwater; of 8°. welke worden gebruikt voor het vervoer van koopwaren, waarmee op de binnenwateren ten behoeve van schepen of hun opvarenden handel wordt gedreven, mits uit een desbetreffend uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat vorengenoemde handel door de in het Handelsregister vermelde persoon of onderneming wordt verricht en deze een vergunning voor het uitoefenen van de algemene ambulante handel of een ventvergunning heeft; b. vervoer van: 1°. bagage van reizigers met binnenschepen die worden gebruikt voor het beroepsvervoer van personen; 2°. goederen, behorende tot de uitrusting of inrichting van het binnenschip, waarmede zij worden vervoerd; 3°. aan de vervoerder toebehorende goederen mits het totale gewicht van die goederen 25 000 kg niet te boven gaat en de goederen voor eigen gebruik bestemd zijn; c. b de onderdelen c vervoer met andere binnenschepen, dan bedoeld inen, waarvan het laadvermogen niet meer dan vijftig metrieke ton bedraagt. 1999 356 26-08-1999 17-07-1999 1999 356 26-08-1999 17-07-1999 01-01-2000
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a Hoofdstuk 2, tweede afdeling, paragraaf 2 zesde afdeling, van de wet , enis niet van toepassing op sleep- en duwboten. 1999 356 26-08-1999 17-07-1999 1999 356 26-08-1999 17-07-1999 01-01-2000
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Aanvragen tot het geven van de volgende beschikkingen worden ingediend bij Onze Minister: a. artikel 5, eerste lid afgifte van een Rijnvaartverklaring als bedoeld in, van de wet; b. artikel 6, eerste lid afgifte van een bewijs van toelating als bedoeld in, van de wet; c. m artikel 56, tweede lid, onderdeel afgifte van een gewaarmerkt afschrift van een Rijnvaartverklaring als bedoeld in, van de wet; d. m artikel 56, tweede lid, onderdeel afgifte van een gewaarmerkt afschrift van een bewijs van toelating als bedoeld in, van de wet; e. artikel 11, eerste lid verlening, wijziging of intrekking van een vergunning als bedoeld in, van de wet; f. artikel 17, eerste lid artikel 18, eerste lid verlening, wijziging of intrekking van een vergunning voor voortzetting van het beroepsvervoer van goederen als bedoeld in, onderscheidenlijk, van de wet; g. m artikel 56, tweede lid, onderdeel afgifte van een gewaarmerkt afschrift van een vergunning als bedoeld in, van de wet; h. artikel 11, tweede lid verlening van een ontheffing van de eis van vakbekwaamheid, bedoeld in, van de wet; i. artikel 22 afgifte of wijziging van een vergunningbewijs als bedoeld invan de wet; j. m artikel 56, tweede lid, onderdeel afgifte van een gewaarmerkt afschrift van een vergunningbewijs als bedoeld in, van de wet; k. vervallen; l. artikel 41, eerste lid verlening of doorhaling van een inschrijving eigen vervoer als bedoeld in, van de wet; m. artikel 45, eerste lid voortzetting of doorhaling van een inschrijving eigen vervoer als bedoeld in, van de wet; n. m artikel 56, tweede lid, onderdeel afgifte van een gewaarmerkt afschrift van een inschrijving eigen vervoer als bedoeld in, van de wet; o. artikel 46, eerste lid afgifte of wijziging van een inschrijvingsbewijs als bedoeld in, van de wet; p. m artikel 56, tweede lid, onderdeel afgifte van een gewaarmerkt afschrift van een inschrijvingsbewijs als bedoeld in, van de wet; q. d artikel 54, onderdeel kennisneming en verbetering van de geregistreerde gegevens, bedoeld in, van de wet. 2 a p q onderdeel a artikel 54, onderdeel De aanvragen, bedoeld in het eerste lid, onderdelentot en metalsmede, voor zover sprake is van aanvragen tot verbetering van de geregistreerde gegevens, worden aangemerkt als aanvragen om registratie respectievelijk wijziging van die registratie als bedoeld in, van de wet. 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 artikel 7, eerste lid, onderdelen a tot en met j, en n tot en met q artikel 7, eerste lid, onderdeel l of m Op een aanvraag tot het geven van een beschikking als bedoeld in, met uitzondering van de aanvraag tot kennisneming van de geregistreerde gegevens, beslist Onze Minister binnen vier weken. De aanvraag tot kennisneming van de geregistreerde gegevens heeft een beslistermijn van twee weken. Indien de aanvraag een beschikking als bedoeld in, betreft, geldt een beslistermijn van acht weken. 1998 643 26-11-1998 03-11-1998 1998 643 26-11-1998 03-11-1998 01-12-1998
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 a b e f h l m artikel 7, eerste lid, onderdelen,,,enonderscheidenlijken Ambtshalve intrekking onderscheidenlijk ambtshalve doorhaling van de inbedoelde beschikkingen geschiedt met inachtneming van een redelijke termijn. 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 a b e f h i l m o artikel 7, eerste lid, onderdelen,,,,,,,en Onze Minister geeft regels omtrent vorm en inhoud van de inbedoelde beschikkingen. 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 a b i o artikel 7, eerste lid, onderdelen,,en Onze Minister geeft regels omtrent het controleerbaar zijn van de inbedoelde beschikkingen. 1992 232 11-05-1992 1992 233 11-05-1992 15-05-1992
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 a b e f i l m o artikel 7, eerste lid, onderdelen,,,,,,en Voor verloren geraakte, versleten of teniet gegane exemplaren van de inbedoelde beschikkingen kunnen door Onze Minister gewaarmerkte afschriften worden verstrekt. 2 De verloren geraakte of versleten documenten verliezen in dat geval hun geldigheid. 1992 232 11-05-1992 1992 233 11-05-1992 15-05-1992
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 5, eerste lid artikel 3 de bijlage Verordening (EEG) nr. 2919/85 Een Rijnvaartverklaring als bedoeld in, van de wet wordt afgegeven, indien wordt voldaan aan de eisen gesteld intot en met 5 vanbij. 2 artikel 5, eerste lid c artikel 3, eerste lid, onderdeel, onder artikel 3, tweede lid de bijlage artikel 3, vierde lid de bijlage cc Verordening (EEG) nr. 2919/85 Verordening (EEG) nr. 2919/85 Onze Minister kan in het geval dat een Rijnvaartverklaring als bedoeld in, van de wet, wordt aangevraagd in verband met het verrichten van vervoer in andere gevallen dan vervoer tussen twee punten gelegen aan de wateren, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Herziene Rijnvaartakte, uitzonderingen toestaan wat betreft de eis van meerderheid, bedoeld in, alsmede, vanbij, op voorwaarde dat het doel van Aanvullend Protocol nr. 2 bij de Herziene Rijnvaartakte niet in gevaar wordt gebracht en hij tevens de door de Centrale Commissie voor de Rijnvaart vastgestelde algemene voorwaarden, bedoeld in, vanbij, overeenkomstig toepast. 3 artikel 9, eerste lid Onze Minister kan regels geven omtrent de toepassing van het verbod, bedoeld in, van de wet, op transitvervoer. 1992 232 11-05-1992 1992 233 11-05-1992 15-05-1992
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 11, tweede lid Als bewijs dat is voldaan aan de eis van vakbekwaamheid, bedoeld in, van de wet is overlegging vereist van: a. een door Onze Minister aangewezen vakdiploma; b. artikel 11, vierde lid een door Onze Minister aangewezen bewijsstuk respectievelijk verklaring als bedoeld in, van de wet; of c. b artikel 20, eerste lid, onderdeel een door Onze Minister aangewezen geëigend document als bedoeld in, van de wet. 1992 232 11-05-1992 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 artikel 11, tweede lid artikel 4, tweede lid Richtlijn 87/540/EEG Onze Minister kan op aanvraag ontheffing verlenen van de eis van vakbekwaamheid, bedoeld in, van de wet aan een persoon die aantoonbaar beschikt over een praktijkervaring van ten minste drie jaar in het dagelijks beheer van de betrokken onderneming, indien sprake is van een bijzonder geval als bedoeld in, van. 2 Indien een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt verleend, wordt de ontheffing vermeld in de vergunning. 1992 232 11-05-1992 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 26 Onder een overeenkomstig bewijsstuk als bedoeld invan de wet, wordt verstaan een door de bevoegde autoriteit van een andere Lid-Staat, van een van de overige Staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of van Zwitserland afgegeven en door Onze Minister aangewezen: a. artikel 11, eerste lid document dat vergelijkbaar is met de vergunning, bedoeld in, van de wet; b. artikel 22 document dat vergelijkbaar is met het vergunningbewijs, bedoeld invan de wet; of c. artikel 3 Richtlijn 87/540/EEG attest als bedoeld invan. 1993 776 31-12-1993 24-12-1993 1993 777 31-12-1993 28-12-1993 01-01-1994
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikel 41, eerste lid, van de wet Een inschrijving eigen vervoer als bedoeld inwordt door Onze Minister verleend indien: a. er een rechtstreeks verband bestaat tussen het verrichten van eigen vervoer en de overige bedrijfs- of ondernemingsactiviteiten, waarbij wordt voldaan aan de navolgende voorwaarden: 1°. het eigen vervoer vormt een onlosmakelijk onderdeel van het productieproces van degene op wiens naam de goederen worden vervoerd of van de bedrijfs- of ondernemingsactiviteiten, die voor eigen rekening en risico met betrekking tot de desbetreffende goederen worden uitgeoefend door degene op wiens naam de goederen worden vervoerd; en 2°. het eigen vervoer vormt in het geheel van de bedrijfs- of ondernemingsactiviteiten geen hoofdactiviteit, maar een werkzaamheid van ondersteunende aard ten behoeve van de hoofdactiviteit in die zin dat het voortbestaan van de onderneming in redelijkheid niet afhankelijk is van de eigen vervoeractiviteiten per binnenschip; b. degene die het eigen vervoer verricht, gedurende een periode, die langer is dan de periode waarbinnen het vervoer plaatsheeft, de voortdurende en uitsluitende beschikking heeft over de te vervoeren goederen; c. het bij het eigen vervoer te gebruiken binnenschip of binnenschepen eigendom is danwel zijn van de aanvrager of gedurende een termijn van tenminste een jaar op basis van een huurovereenkomst of overeenkomst tot huurkoop uitsluitend ter beschikking staat van de aanvrager; en d. het bij het eigen vervoer te gebruiken binnenschip of binnenschepen wordt bemand danwel worden bemand door de aanvrager of door personeel in loondienst van de aanvrager. 2 De huurovereenkomst, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt gesloten na tussenkomst van of namens Onze Minister alsmede te voldoen met inachtneming van de navolgende voorwaarden: 1°. de aanvraag tot het huren van een binnenschip wordt ingediend bij Onze Minister; 2°. de in de aanvraag gestelde eisen en voorwaarden zijn van redelijke aard; 3°. de aanvraag wordt gedurende twee weken ter inzage gelegd bij de Inspectie Verkeer en Waterstaat; 4°. door of namens Onze Minister wordt een binnenschip met een vergunningbewijs dat door een vergunninghouder is aangemeld en dat aan de eisen en voorwaarden, bedoeld onder 2°, voldoet, toegewezen aan de aanvrager; indien meerdere binnenschepen zijn aangemeld, heeft de toewijzing plaats door loting; 5°. in de huurovereenkomst van het binnenschip wordt rekening gehouden met de kostprijselementen welke voor het betrokken vervoer van toepassing zijn. 3 artikel 41, eerste lid, van de wet Indien sprake is van een huurovereenkomst als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt een inschrijving eigen vervoer als bedoeld indoor Onze Minister verleend voor een periode, die gelijk is aan de duur van die huurovereenkomst met inachtneming van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel c. 2006 409 19-09-2006 16-08-2006 2006 409 19-09-2006 16-08-2006 20-09-2006
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 a artikel 25, eerste lid, onderdeel artikel 25 artikel 41, eerste lid In het geval de vervoers- en overige ondernemingsactiviteiten, bedoeld in, zijn ondergebracht in verschillende, juridisch gescheiden eenheden of ondernemingen wordt, onverminderd het bepaalde in, een inschrijving eigen vervoer als bedoeld in, van de wet door Onze Minister verleend indien de betrokken ondernemingen in financieel, organisatorisch en economisch opzicht zodanig zijn verweven dat zij als onderdelen van dezelfde organisatie beschouwd kunnen worden. 2 De aanvrager moet de verwevenheid, bedoeld in het eerste lid, aantonen: a. artikel 7, vierde lid, van de Wet op de Omzetbelasting 1968 Stb. door overlegging van een verklaring dat de betrokken ondernemingen als één ondernemer worden aangemerkt in de zin van(329); b. artikel 15 van de Wet op de Vennootschapsbelasting 1969 Stb. door overlegging van een beschikking op basis van(469) waarbij de betrokken ondernemingen tezamen als één fiscale eenheid worden aangemerkt; c. danwel op andere wijze. 3 c artikel 61, eerste lid, onderdeel In het geval dat het eerste lid van toepassing is, staat danwel staan, in afwijking van het bepaalde in, het bij het eigen vervoer te gebruiken binnenschip of binnenschepen uitsluitend ter beschikking van de gescheiden juridische eenheden of ondernemingen, welke in financieel, organisatorisch en economisch opzicht zodanig zijn verweven dat zij als onderdelen van dezelfde organisatie beschouwd kunnen worden. 1992 232 11-05-1992 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 c artikel 54, onderdeel Onze Minister geeft regels omtrent de bescherming van de geregistreerde gegevens, bedoeld in, van de wet. 1992 232 11-05-1992 1992 233 11-05-1992 15-05-1992
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 artikel 57 Onze Minister geeft regels omtrent de verstrekking van gegevens betreffende het vervoer als bedoeld invan de wet. 1992 232 11-05-1992 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Een inschrijving eigen vervoer ten aanzien van een binnenschip, dat de ingeschrevene niet in eigendom heeft, wordt op diens aanvraag telkenmale voor een jaar verleend, indien: a. de huurovereenkomst ter zake van het betrokken binnenschip vóór 1 april 1982 is gesloten en op het tijdstip waarop de inschrijving wordt verleend van kracht is; en b. het brandmerk, het laadvermogen en de eigenaar danwel eigenaren van het betrokken binnenschip dezelfde zijn gebleven. 1992 232 11-05-1992 1992 688 15-12-1992 01-01-1993
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Vervallen 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 1998 366 30-06-1998 18-06-1998 30-11-1998
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit vervoer binnenvaart. 1992 232 11-05-1992 1992 233 11-05-1992 15-05-1992