Besluit van 13 maart 1992, houdende voorschriften inzake de berekening en toekenning van het formatiebudget t.b.v. dagscholen voor v.w.o., a.v.o. en v.b.o., scholengemeenschappen v.w.o.-a.v.o. en v.w.o.-a.v.o.-v.b.o.
- BWB-id
- BWBR0005446
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- 2019-01-01 t/m 2021-09-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005446
- ELI
- /eli/nl/amvb/1992/formatiebesluit-wvo
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1992/formatiebesluit-wvo/2019-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005446&g=2019-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005446&z=2026-06-06&g=2019-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005446/2019-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1992/formatiebesluit-wvo
Artikel 1 — Artikel 1 Begripsbepalingen#
Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: directie: artikel 84, eerste lid, onderdeel a, van de wet ingenoemde personeel; formatieplaats: betrekking met de omvang van een volledige weektaak; leerwegondersteunend onderwijs: artikel 10e van de wet onderwijs, bedoeld in; Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; personeelscategorie: artikel 84 van de wet ingenoemde onderscheiden personeelscategorieën; ratio: artikel 84, tweede lid, van de wet aantal formatieplaatsen van een bepaalde personeelscategorie per aantal leerlingen als bedoeld in; samenwerkingsverband: artikel 1 van de wet samenwerkingsverband als bedoeld in; school: school voor voortgezet onderwijs; scholengemeenschap: scholengemeenschap bestaande uit twee of meer scholen; schooljaar: tijdvak van 1 augustus van enig kalenderjaar tot en met 31 juli daaraanvolgend; schoolsoortgroep 1: scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs, scholen voor praktijkonderwijs en scholengemeenschappen bestaande uit ten minste twee van deze schoolsoorten, inclusief het leerwegondersteunend onderwijs; schoolsoortgroep 2: scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, hoger algemeen voortgezet onderwijs en scholengemeenschappen bestaande uit een combinatie van deze scholen; schoolsoortgroep 3: scholengemeenschappen bestaande uit scholen voor hoger algemeen voortgezet onderwijs en scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, al dan niet in combinatie met scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, inclusief het leerwegondersteunend onderwijs; schoolsoortgroep 4: scholengemeenschappen bestaande uit scholen voor hoger algemeen voortgezet onderwijs, scholen voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs en scholen voor voorbereidend beroepsonderwijs, al dan niet in combinatie met scholen voor praktijkonderwijs of scholen voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, inclusief het leerwegondersteunend onderwijs, en wet: Wet op het voortgezet onderwijs . 2018 441 29-11-2018 20-11-2018 2018 441 29-11-2018 20-11-2018 01-01-2019
Artikel 2 — Artikel 2 Vast aantal formatieplaatsen voor leraren#
Artikel 2 Vast aantal formatieplaatsen voor leraren 1 artikel 84, derde lid, van de wet Het inbedoelde vaste aantal formatieplaatsen in verband met de personeelscategorie van de leraren bedraagt voor de school of scholengemeenschap het aantal volgens onderstaande tabellen. Tabel 1. Vaste aantal formatieplaatsen school School Vaste aantal formatieplaatsen praktijkonderwijs 3,14 v.b.o. 2,64 m.a.v.o. 2,43 h.a.v.o. 2,55 v.w.o. 2,55 Tabel 2. Vaste aantal formatieplaatsen scholengemeenschap Scholengemeenschap Vaste aantal formatieplaatsen v.b.o.-m.a.v.o. 4,24 v.b.o.-m.a.v.o.-h.a.v.o. 3,97 v.b.o.-h.a.v.o. 3,97 v.b.o.-h.a.v.o.-v.w.o. 3,97 v.b.o.-v.w.o. 3,97 v.b.o.-m.a.v.o.-v.w.o. 3,97 v.b.o.-m.a.v.o.-h.a.v.o.-v.w.o 5,36 m.a.v.o.-h.a.v.o. 2,65 m.a.v.o.-h.a.v.o.-v.w.o. 4,91 m.a.v.o.-v.w.o. 2,65 h.a.v.o.-v.w.o. 4,47 2 artikel III van de wet van 25 mei 1998 In verband met leerwegondersteunend onderwijs dat voortkomt uit het speciaal voortgezet onderwijs als bedoeld in, Stb. 337, wordt het aantal formatieplaatsen, bedoeld in het eerste lid, voor elke voormalige school of afdeling voor speciaal voortgezet onderwijs vermeerderd als volgt: a. schoolsoortgroep 1: 2,80 formatieplaatsen; b. schoolsoortgroep 3: 0,38 formatieplaatsen; c. schoolsoortgroep 4: 1,43 formatieplaatsen. 3 artikel III, vierde lid, van de Wet van 11 juli 2008 tot wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs ter modernisering, vereenvoudiging en beperking van de wettelijke regels over de voorzieningenplanning bij scholen artikel III VII van de wet van 25 mei 1998 In verband met een school voor praktijkonderwijs als bedoeld in(Stb. 296), wordt, voor zover de school is ontstaan uit een afdeling voor praktijkonderwijs die is ontstaan uit het speciaal voortgezet onderwijs als bedoeld inof, Stb. 337, of die is ontstaan uit een school voor praktijkonderwijs met declaratiebekostiging, voortkomend uit dat speciaal voortgezet onderwijs, het aantal formatieplaatsen, bedoeld in het eerste lid, tabel 2, vermeerderd als volgt: a. schoolsoortgroep 1: 1,53 formatieplaatsen; b. schoolsoortgroep 4: 0,36 formatieplaatsen. 2008 298 24-07-2008 29-05-2008 2008 299 24-07-2008 11-07-2008 01-08-2008
Artikel 3 — Artikel 3 Leerlingafhankelijk aantal formatieplaatsen#
Artikel 3 Leerlingafhankelijk aantal formatieplaatsen 1 artikel 84, tweede lid, van de wet Het in, bedoelde leerlingafhankelijke aantal formatieplaatsen wordt berekend door de desbetreffende ratio te vermenigvuldigen met het aantal leerlingen van de school of scholengemeenschap. 2 artikel 2.6 van de Wet educatie en beroepsonderwijs De ratio directie/leerling is voor alle scholen en scholengemeenschappen 1/169,12. Indien een of meer scholen onderdeel uitmaken van een scholengemeenschap als bedoeld in, geldt een ratio adjunct-directie/leerling van 1/228,57. 3 De ratio’s leraar/leerling voor scholen en voor scholengemeenschappen zijn: Tabel 1. Ratio leraar/leerling school School Ratio leraar/leerling praktijkonderwijs 1/17,14 v.b.o. 1/17,14 h.a.v.o. 1/20,00 m.a.v.o. 1/20,00 v.w.o. 1/20,00 Tabel 2. Ratio leraar/leerling scholengemeenschap Scholengemeenschap Ratio leraar/leerling v.b.o.-m.a.v.o. 1/17,14 v.b.o.-m.a.v.o.-h.a.v.o. 1/17,14 v.b.o.-h.a.v.o. 1/17,14 v.b.o.-h.a.v.o.-v.w.o. 1/17,14 v.b.o.-v.w.o. 1/17,14 v.b.o.-m.a.v.o.-v.w.o. 1/17,14 v.b.o.-m.a.v.o.-h.a.v.o.-v.w.o. 1/17,14 m.a.v.o.-h.a.v.o. 1/20,00 m.a.v.o.-h.a.v.o.-v.w.o. 1/20,00 m.a.v.o.-v.w.o. 1/20,00 h.a.v.o.-v.w.o. 1/20,00 4 In afwijking van het derde lid geldt voor leerlingen met een indicatie voor leerwegondersteunend onderwijs voor wie de het samenwerkingsverband heeft bepaald dat zij op dit onderwijs zijn aangewezen een ratio leraar/leerling van 1/17,14. 5 Indien een school voor praktijkonderwijs deel uitmaakt van een scholengemeenschap, geldt voor leerlingen van die school een ratio leraar/leerling van 1/17,14 en geldt voor leerlingen van de overige scholen van de scholengemeenschap de ratio leraar/leerling van tabel 2 van het derde lid. 6 De ratio onderwijsondersteunend personeel/leerling is voor alle scholen en scholengemeenschappen 1/104,38. 2017 444 28-11-2017 13-11-2017 2018 13 02-02-2018 23-01-2018 03-02-2018
Artikel 3a — Artikel 3a Leerlingafhankelijk aantal formatieplaatsen samenwerkingsverbanden#
Artikel 3a Leerlingafhankelijk aantal formatieplaatsen samenwerkingsverbanden artikel 85b, vijfde lid, van de wet De formatie, bedoeld inbedraagt 0,007930 formatieplaats per leerling. 2014 95 06-03-2014 12-02-2014 2014 182 30-05-2014 15-05-2014 01-08-2015
Artikel 4 — Artikel 4 Aanvulling voor scholen onder de opheffingsnorm#
Artikel 4 Aanvulling voor scholen onder de opheffingsnorm artikelen 2 3 artikel 108, vierde lid, van de wet In aanvulling op het aantal formatieplaatsen als bedoeld in deen, krijgen scholen die op grond vanin stand worden gehouden dan wel worden bekostigd, extra formatieplaatsen volgens onderstaande tabellen. Omvang aanvullend aantal formatieplaatsen Schoolsoortgroep 1 en schoolsoortgroep 2 Aantal leerlingen op teldatum Aantal aanvullende formatieplaatsen leraren 0 tot 50 3 50 tot 80 2 80 tot 120 2 120 tot 170 1,5 170 tot 200 1 200 of meer 0 Schoolsoortgroep 3 en schoolsoortgroep 4 Aantal leerlingen op teldatum Aantal aanvullende formatieplaatsen leraren 0 tot 50 4,2 50 tot 80 4 80 tot 120 3,5 120 tot 170 7,4 170 tot 200 6,9 200 tot 250 4 250 of meer 0 2014 510 17-12-2014 02-12-2014 2015 112 17-03-2015 28-02-2015 18-03-2015 01-01-2015
Artikel 5 — Artikel 5 Opslag vanwege herbezetting i.v.m. uitbreiding arbeidsduurverkorting#
Artikel 5 Opslag vanwege herbezetting i.v.m. uitbreiding arbeidsduurverkorting Vervallen 1998 152 24-03-1998 07-02-1998 1998 295 28-05-1998 13-05-1998 01-08-1998
Artikel 6 — Artikel 6 Leerlingentelling#
Artikel 6 Leerlingentelling 1 artikel 3, eerste lid artikel 7, eerste, tweede en derde lid artikel 7a, eerste en tweede lid, van het Bekostigingsbesluit WVO artikel 85 van de wet Het in, bedoelde aantal leerlingen is het aantal leerlingen van de school of scholengemeenschap dat als werkelijk schoolgaand als bedoeld in, enwas ingeschreven op 1 oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor de inbedoelde bekostiging wordt vastgesteld. 2 Bij de vaststelling van het aantal leerlingen worden niet meegeteld: a. de leerlingen die reeds met goed gevolg eindexamen aan een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger algemeen voortgezet onderwijs, voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs of voor voorbereidend beroepsonderwijs hebben afgelegd en zich voorbereiden op het opnieuw afleggen van het eindexamen aan een gelijksoortige school, met dien verstande dat het afleggen van het eindexamen in een bepaalde leerweg aan een school voor voorbereidend beroepsonderwijs door een leerling die reeds met goed gevolg het eindexamen heeft afgelegd van een andere leerweg van het voorbereidend beroepsonderwijs niet worden aangemerkt als het opnieuw afleggen van het eindexamen aan een gelijksoortige school, b. artikel 20, tweede lid, van de wet de leerlingen die deelnemen aan het onderwijs in het kader van contractactiviteiten als bedoeld in, en c. artikel 1 van het Bekostigingsbesluit WVO nieuwkomers als bedoeld in. 3 artikel 3, eerste en zesde lid Bij de toepassing van het eerste lid juncto, wordt uitgegaan van een aantal van ten minste 200 leerlingen. 4 Het derde lid is niet van toepassing op een school voor praktijkonderwijs. 5 Onze Minister kan in verband met de aanvang of beëindiging van de bekostiging van een school, van een scholengemeenschap of van een profiel aan een school voor voorbereidend beroepsonderwijs, afwijken van het eerste tot en met derde lid. 2018 177 19-06-2018 04-06-2018 2018 419 16-11-2018 16-10-2018 17-11-2018 01-10-2016
Artikel 6a — Artikel 6a Verhoging bekostiging lerarenformatie praktijkonderwijs bij toename aantal leerlingen#
Artikel 6a Verhoging bekostiging lerarenformatie praktijkonderwijs bij toename aantal leerlingen Vervallen 2005 62 15-02-2005 17-01-2005 2005 177 05-04-2005 23-03-2005 06-04-2005
Artikel 6b — Artikel 6b Herberekening lerarenformatie praktijkonderwijs bij aanzienlijke toename aantal leerlingen#
Artikel 6b Herberekening lerarenformatie praktijkonderwijs bij aanzienlijke toename aantal leerlingen Vervallen 2005 62 15-02-2005 17-01-2005 2005 177 05-04-2005 23-03-2005 06-04-2005
Artikel 7 — Artikel 7 Afronding#
Artikel 7 Afronding artikelen 2 tot en met 6 Voor de berekening van de aantallen formatieplaatsen volgens deworden: uitgedrukt in een getal dat rekenkundig wordt afgerond op drie decimalen. a. artikel 3 de op grond vanberekende aantallen formatieplaatsen, en b. artikelen 2 3, eerste en derde lid de som van de op grond van deen, berekende aantallen formatieplaatsen, 2005 62 15-02-2005 17-01-2005 2005 177 05-04-2005 23-03-2005 06-04-2005
Artikel 8 — Artikel 8 Bepaling bekostiging kosten personeel#
Artikel 8 Bepaling bekostiging kosten personeel 1 artikelen 2 tot en met 7 artikel 85, eerste lid, van de wet De bekostiging in verband met de kosten van het personeel wordt bepaald door het met toepassing van deberekende aantal formatieplaatsen voor de onderscheiden personeelscategorieën te vermenigvuldigen met de desbetreffende gemiddelde personeelslast, bedoeld in, en de uitkomsten bij elkaar op te tellen. 2 De uitkomsten van deze vermenigvuldiging en de som van de bedragen voor de onderscheiden personeelscategorieën worden uitgedrukt in een bedrag dat rekenkundig wordt afgerond op twee decimalen. 3 artikel 3 Naast de bekostiging, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt voor het praktijkonderwijs en het leerwegondersteunend onderwijs per geïndiceerde leerling een bedrag beschikbaar gesteld voor extra ondersteuning. Dit ondersteuningsbedrag is tot stand gekomen door het verschil te berekenen tussen de ratio leraar/leerling van 1/8,87, vermenigvuldigd met de gemiddelde personeelslast en de ratio leraar/leerling van 1/17,14, bedoeld in, eveneens vermenigvuldigd met de gemiddelde personeelslast. Het ondersteuningsbedrag wordt jaarlijks bij ministeriële regeling vastgesteld. De bekostiging op schoolniveau wordt berekend door het aantal op de teldatum ingeschreven leerlingen praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs van de school of scholengemeenschap te vermenigvuldigen met de bij ministeriële regeling vast te stellen ondersteuningsbedragen per leerling. Bij de jaarlijkse vaststelling van deze ondersteuningsbedragen wordt rekening gehouden met het beschikbare budget van het Rijk. 2015 273 07-07-2015 24-06-2015 2015 273 07-07-2015 24-06-2015 01-01-2016
Artikel 9 — Artikel 9 Aanwijzing schoolsoorten vervangingsfonds#
Artikel 9 Aanwijzing schoolsoorten vervangingsfonds Vervallen 2012 506 26-10-2012 05-10-2012 2013 365 27-09-2013 10-09-2013 01-12-2013
Artikel 10 — Artikel 10 Toepassing op cursussen#
Artikel 10 Toepassing op cursussen artikel 85 van de wet Onze Minister bepaalt de wijze waarop de hoofdstukken I tot en met III, alsmedetoepassing vinden ten behoeve van een cursus, verbonden aan een school of scholengemeenschap, in verband met de aard, inhoud, omvang of duur van de cursus. 1995 370 01-08-1995 18-07-1995 1995 510 27-10-1995 12-10-1995 01-08-1996
Artikel 11 — Artikel 11 Afwijking wegens bijzondere inrichting onderwijs#
Artikel 11 Afwijking wegens bijzondere inrichting onderwijs Ten behoeve van een school of scholengemeenschap met een bijzondere inrichting van het onderwijs kan Onze Minister op verzoek van het bevoegd gezag toestaan dat wordt afgeweken van de hoofdstukken I en II. Onze Minister besluit binnen zes maanden na ontvangst van een aanvraag. Indien de beschikking niet binnen zes maanden kan worden gegeven, stelt Onze Minister de aanvrager daarvan in kennis en noemt hij daarbij een termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. 2005 62 15-02-2005 17-01-2005 2005 177 05-04-2005 23-03-2005 06-04-2005
Artikel 12 — Artikel 12 artikel 2, tweede en derde lid Vervallen van#
Artikel 12 artikel 2, tweede en derde lid Vervallen van artikel 2 Op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip vervallen inhet tweede en derde lid en de aanduiding van het eerste lid. 2003 262 30-06-2003 27-05-2003 2003 288 15-07-2003 02-07-2003 01-08-2003
Artikel 13 — Artikel 13 Regeling bekostiging, rechtspositie en samenvoeging leerwegondersteunend en praktijkonderwijs Toepassing#
Artikel 13 Regeling bekostiging, rechtspositie en samenvoeging leerwegondersteunend en praktijkonderwijs Toepassing Paragraaf 4 en paragraaf 7 van en de bijlage bij de Regeling bekostiging, rechtspositie en samenvoeging leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs zoals luidend op 31 juli 2003 blijven van toepassing op de daarin bedoelde samenvoegingen en omzettingen in afdelingen voor leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs die uiterlijk op 1 augustus 2002 hebben plaatsgevonden. 2003 262 30-06-2003 27-05-2003 2003 288 15-07-2003 02-07-2003 01-08-2003
Artikel 14 — Artikel 14 Citeertitel#
Artikel 14 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Formatiebesluit WVO. 2012 506 26-10-2012 05-10-2012 2013 365 27-09-2013 10-09-2013 01-12-2013