Besluit van 6 november 1991, houdende vaststelling van de Maatregel teboekgestelde schepen 1992
- BWB-id
- BWBR0005260
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-07-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005260
- ELI
- /eli/nl/amvb/1992/maatregel-teboekgestelde-schepen-1992
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1992/maatregel-teboekgestelde-schepen-1992/2025-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005260&g=2025-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005260&z=2026-06-06&g=2025-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005260/2025-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1992/maatregel-teboekgestelde-schepen-1992
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Kadasterwet de wet: de; b. artikel 781, onder c, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek verdragsregister: verdragsregister als bedoeld in; c. artikel 21, eerste lid, onder c, van de wet artikel 22 brandmerk: het inbedoelde brandmerk, aangebracht op het schip overeenkomstig; d. artikel 785, tweede lid, onder a, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek verplaatsing van een binnenschip: hetgeen daaronder wordt verstaan in; e. branden: het duurzaam aanbrengen van een brandmerk; f. NSI-nummer: door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat aan een zeeschip toegekend nationaal scheepsidentificatienummer; g. Rijkswet nationaliteit zeeschepen rijkswet:; h. rijkswet vlagregister: vlagregister als bedoeld in de. 2025 132 15-05-2025 06-05-2025 2025 134 15-05-2025 06-05-2025 01-07-2025
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a artikel 7g van de Kadasterwet Dit besluit is mede gebaseerd op. 2025 132 15-05-2025 06-05-2025 2025 134 15-05-2025 06-05-2025 01-07-2025
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 De verplichtingen welke krachtens dit besluit rusten op de eigenaar van een schip of van een schip in aanbouw, rusten, indien het schip, onderscheidenlijk het schip in aanbouw toebehoort aan meer personen, aan een vennootschap onder firma, aan een commanditaire vennootschap of aan een rechtspersoon, mede op iedere deelgenoot, beherende vennoot of bestuurder en, indien toepassing is gegeven aan artikel 163 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, op de boekhouder, bedoeld in dat artikel. 1991 572 06-11-1991 1991 572 06-11-1991 01-01-1992
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 21, tweede lid, van de wet De rubrieken, bedoeld in, waarin schepen worden onderscheiden zijn: a. Nederlandse zeeschepen; b. zeevissersschepen; c. binnenschepen. 2 Deze rubrieken worden aangeduid met een hoofdletter, onderscheidenlijk Z, V of B. 2006 59 16-02-2006 25-01-2006 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikelen 14 16 tot en met 19 artikel 16, eerste lid, onder b en c artikelen 28 tot en met 33 Indien een schip tot een andere rubriek dan die waarin het te boek staat gaat behoren, is de eigenaar verplicht een nieuwe teboekstelling te verzoeken met inachtneming van deen, met dien verstande dat de overlegging van de stukken, genoemd in, niet is vereist. In het verzoek tot een nieuwe teboekstelling moet de bestaande worden vermeld. De bestaande teboekstelling wordt doorgehaald met inachtneming van de. 2006 59 16-02-2006 25-01-2006 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 01-01-2008
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Wanneer de bewaarder blijkt dat een schip onder verschillende brandmerken te boek staat, beslist hij welke teboekstelling gehandhaafd blijft. Hij maakt van zijn bevinding zo nodig proces-verbaal op en zendt dit aan het Openbaar Ministerie. 2 Wanneer blijkt dat op het schip brandmerken voorkomen die al dan niet in verband met de beslissing, bedoeld in het eerste lid, daarop niet behoren voor te komen, laat de bewaarder deze door een ambtenaar van de Dienst of een andere door de bewaarder daarmee belast persoon vernietigen. 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 01-01-2008
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De bewaarder is bevoegd ter zake van het verzoek tot teboekstelling van een binnenschip en ter zake van het verzoek of de aangifte tot doorhaling van de teboekstelling van een binnenschip rechtstreeks in briefwisseling te treden met de houder van het desbetreffende verdragsregister. De briefwisseling kan door de bewaarder in de Nederlandse taal worden gevoerd. 2 De eerste zin van het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ter zake van verzoeken tot teboekstelling van een zeeschip of zeevissersschip en ter zake van het verzoek of de aangifte tot doorhaling van de teboekstelling van een zeeschip of zeevissersschip, met dien verstande dat voor «verdragsregister» wordt gelezen: buitenlandse register. 2006 59 16-02-2006 25-01-2006 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De teboekstelling vindt plaats door de inschrijving van het verzoek tot teboekstelling in de openbare registers. 2 De teboekstelling van schepen geschiedt voor ieder schip onder een eigen nummer. 2025 132 15-05-2025 06-05-2025 2025 134 15-05-2025 06-05-2025 01-07-2025
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a artikel 4, onderdeel b, van de wet artikel 10 van de wet Stukken ter verkrijging van inschrijving van feiten die betrekking hebben op schepen of op rechten waaraan die schepen zijn onderworpen, worden, voor zover in papieren vorm, aangeboden op een plaats als bedoeld inen, voor zover in elektronische vorm, aan een elektronisch postadres als bedoeld in. 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 01-01-2008
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 85, tweede lid, onder a, met uitzondering evenwel van gegevens met betrekking tot beperkt gerechtigden, onder c, sub 2°, onder d tot en met g, en onder i en l, van de wet De bewaarder geeft voor een te boek staand binnenschip aan de eigenaar een certificaat af waarop staan vermeld de gegevens, bedoeld in. 2 artikel 18 Indien het schip in een verdragsregister te boek staat, wordt geen certificaat afgegeven dan nadat voldaan is aan de ingestelde voorwaarden. 3 Indien er wijzigingen optreden in de op het certificaat vermelde gegevens betreffende het te boek staande binnenschip, levert de eigenaar het certificaat bij de bewaarder in. Aan hem wordt door de bewaarder een nieuw certificaat afgegeven, waarop de wijzigingen zijn aangebracht. 4 Op verzoek van de eigenaar wordt hem een duplicaat verstrekt, dat wordt gelijkgesteld met het certificaat. Het duplicaat moet als zodanig herkenbaar zijn en de afgifte ervan wordt door de bewaarder op het certificaat vermeld. De eigenaar stelt daartoe het certificaat aan de bewaarder ter hand. 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 01-01-2008
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 9, vierde lid Voor een verloren geraakt, versleten, geheel of ten dele onleesbaar of te niet gegaan afgegeven certificaat kan door de bewaarder een vervangend certificaat worden uitgereikt. Het certificaat, waarvoor het vervangende certificaat in de plaats komt, verliest zijn geldigheid, evenals een duplicaat hetwelk is afgegeven overeenkomstig. 2 De bewaarder tekent op het vervangende certificaat de reden van de vervanging aan. 3 Voor zover het certificaat, waarvan de vervanging wordt verzocht nog aanwezig is, wordt dit bij het verzoek tot afgifte van het vervangende certificaat bij de bewaarder ingeleverd. Hetzelfde geldt ten aanzien van een afgegeven duplicaat. 1991 572 06-11-1991 1991 572 06-11-1991 01-01-1992
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 9 Onze Minister stelt de vorm vast van de in debedoelde certificaten en duplicaten van certificaten. 1991 572 06-11-1991 1991 572 06-11-1991 01-01-1992
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 194, vierde lid, tweede volzin artikel 784, vijfde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek De eigenaar van een in Nederland in aanbouw zijnd schip die daarvan de teboekstelling wenst te verkrijgen, biedt de Dienst een daartoe strekkend verzoek ter inschrijving aan, dat tevens een bewijs dat het schip in Nederland in aanbouw is en een verklaring van eigendom dient in te houden, alsmede de verklaring, bedoeld in, dan wel. 2 Een schip in aanbouw kan worden te boek gesteld, zodra de bewaarder aannemelijk is gemaakt dat met de bouw van het schip is begonnen en dat het schip in Nederland in aanbouw is. 3 artikel 14, vijfde lid artikelen 17 18 artikel 19 , is van toepassing. Indien het verzoek een binnenschip in aanbouw betreft, zijn bovendien deenvan toepassing. Indien het verzoek een zeeschip in aanbouw of een zeevissersschip in aanbouw betreft, is bovendienvan toepassing. 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 01-01-2008
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikelen 24 26 artikel 15, eerste lid artikelen 14 16 Hij, te wiens name een zeeschip in aanbouw of een zeevissersschip in aanbouw te boek staat, is verplicht na de afbouw en voordat hij het schip aan een ander levert een verzoek ter inschrijving aan te bieden inhoudende de teboekstelling als afgebouwd schip. Op dit verzoek zijn deenvan toepassing. Betreft het verzoek een zeeschip, dan wordt het verzoek vergezeld van de verklaring, bedoeld in. Deenzijn niet van toepassing, met dien verstande dat bij het verzoek wordt overgelegd de meetbrief, afgegeven volgens de bestaande wettelijke voorschriften. 2 artikelen 16 24 26 artikel 15, eerste lid artikel 194, vierde lid, tweede volzin, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek Hij, te wiens name een zeeschip in aanbouw of een zeevissersschip in aanbouw te boek staat, is verplicht om, indien hij het schip zelf in de vaart brengt, na de afbouw en voordat hij het schip in de vaart brengt, een verzoek ter inschrijving aan te bieden inhoudende de teboekstelling als afgebouwd schip. Op dit verzoek zijn de,envan toepassing. Het verzoek dient tevens in te houden de verklaring, bedoeld in. Betreft het verzoek een zeeschip, dan wordt het verzoek vergezeld van de verklaring, bedoeld in. 3 artikel 784, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek artikel 784, vijfde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek artikelen 16 17 18 24 26 artikelen 30 tot en met 33 Hij, te wiens name een binnenschip in aanbouw te boek staat, is verplicht binnen drie maanden na de afbouw aan de bewaarder, mede te delen of het afgebouwde schip voldoet aan ten minste één der inte dien aanzien gestelde voorwaarden. Indien het schip aan ten minste één van deze voorwaarden voldoet, is hij verplicht om een verzoek ter inschrijving aan te bieden inhoudende de teboekstelling als afgebouwd schip. Op dit verzoek zijn de,,,envan toepassing. Het verzoek dient tevens in te houden de verklaring, bedoeld in. Wanneer één of meer van de over te leggen stukken ontbreken, onvolledig zijn of niet met elkaar of met de aangeboden verklaring overeenstemmen, of wanneer hij mededeelt dat het afgebouwde binnenschip niet aan ten minste één der bovengenoemde voorwaarden voldoet, wordt de teboekstelling met inachtneming van dedoorgehaald. 2025 132 15-05-2025 06-05-2025 2025 134 15-05-2025 06-05-2025 01-07-2025 2025 131 15-05-2025 06-05-2025 2025 133 15-05-2025 06-05-2025 01-07-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Rijkswet nationaliteit
zeeschepen in werking treedt.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 194, vierde lid, tweede volzin artikel 784, vijfde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek artikel 15, eerste lid Hij die van een schip de teboekstelling wenst te verkrijgen, biedt de Dienst een daartoe strekkend verzoek ter inschrijving aan, dat tevens een verklaring van eigendom dient in te houden, alsmede de verklaring, bedoeld in, dan wel de verklaring, bedoeld inindien het een verzoek tot teboekstelling van een zeeschip, niet zijnde een zeevissersschip betreft. Betreft het verzoek een zeeschip, dan wordt tevens de in, bedoelde verklaring aangeboden. 2 In het verzoek tot teboekstelling wordt vermeld of het schip reeds, als schip in aanbouw of als afgebouwd schip, in de openbare registers dan wel in enig soortgelijk buitenlands register te boek staat of te boek gestaan heeft. 3 In geval van vroegere teboekstellingen in de openbare registers wordt in het verzoek elke teboekstelling en het desbetreffende brandmerk vermeld. 4 In geval van vroegere teboekstellingen in een buitenlands register wordt in het verzoek vermeld een identificatiekenmerk, soortgelijk aan het brandmerk, alsmede het land of de staat en de plaats van de teboekstelling. Indien vorenbedoeld identificatiekenmerk met betrekking tot het schip niet bestaat, wordt in het verzoek vermeld het land of de staat, de plaats en de dagtekening van de teboekstelling van het schip en het register waarin en het volgnummer waaronder in dat register de vroegere teboekstelling is ingeschreven. 5 artikel 18, eerste lid artikel 19, eerste lid Behoudens het bepaalde in, en, wordt, indien het schip reeds in een buitenlands register te boek gestaan heeft, bij het in het eerste lid genoemde verzoek overgelegd een door de bevoegde autoriteit afgegeven verklaring, waaruit blijkt dat de teboekstelling is doorgehaald. 2025 132 15-05-2025 06-05-2025 2025 134 15-05-2025 06-05-2025 01-07-2025
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikelen 13, eerste en tweede lid 14 artikel 194a van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek Voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving, bedoeld in de, of, ten aanzien van een zeeschip, wordt door de eigenaar bij de Dienst een aanvraag ingediend voor een verklaring dat voldaan wordt aan de invan toepassing zijnde vereisten. 2 De verklaring wordt afgegeven door de bewaarder. 3 Bij het verzoek tot inschrijving verklaart de eigenaar dat de op grond van het eerste lid vereiste bewijsstukken en gegevens op het moment van aanbieden ter inschrijving actueel en ongewijzigd zijn. 4 De kosten voor de behandeling van de aanvraag en afgifte van de verklaring, bedoeld in het eerste lid, komen ten laste van de aanvrager. 5 Het bestuur van de Dienst kan de vorm van de aanvraag en de verklaring, bedoeld in het eerste lid, vaststellen. 6 Het bestuur van de Dienst stelt eisen ten aanzien van de bij een aanvraag voor een verklaring, bedoeld in het eerste lid, te overleggen bewijsstukken en gegevens. 2025 132 15-05-2025 06-05-2025 2025 134 15-05-2025 06-05-2025 01-07-2025
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Betreft een verzoek tot teboekstelling een zeevissersschip of een binnenschip, dan wordt bij het verzoek overgelegd: a. de meetbrief, afgegeven volgens de bestaande wettelijke voorschriften; b. indien het schip direct van de bouwer is verkregen, de door deze afgegeven bijlbrief; c. indien het schip niet direct van de bouwer is verkregen, de koopbrief dan wel enig ander bewijsstuk van eigendom; d. artikel 3 der Visserijwet 1963 indien het een zeevissersschip betreft, een bewijs dat het schip is ingeschreven in een krachtensaangehouden register. 2 Indien aan de bewaarder aannemelijk wordt gemaakt dat geen meetbrief kan worden overgelegd, omdat het schip niet gemeten is, kan in de plaats daarvan worden volstaan met: a. voor zover het een zeevissersschip betreft, in het verzoek te vermelden dat geen meetbrief kan worden overgelegd; b. voor zover het een binnenschip betreft, het verstrekken van gegevens op grond waarvan volgens de in Nederland gangbare methode van berekening het laadvermogen in tonnen van 1000 kilogram of de verplaatsing kan worden berekend. 3 Indien geen bijlbrief kan worden overgelegd, moet in het verzoek worden verklaard dat deze niet bestaat met opgaaf van de reden. 1995 82 21-02-1995 03-02-1995 1995 82 21-02-1995 03-02-1995 22-02-1995
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Bij het verzoek tot teboekstelling van een binnenschip worden de bewijsstukken overgelegd dat het schip voldoet aan ten minste één der in artikel 784, eerste lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek te dien aanzien gestelde voorwaarden. 2 Wanneer één of meer van de in het eerste lid genoemde stukken ontbreken, onvolledig zijn, of niet met elkaar of met de in artikel 784, vijfde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde verklaring in overeenstemming zijn, wordt de inschrijving geweigerd. 1991 572 06-11-1991 1991 572 06-11-1991 01-01-1992
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Indien een binnenschip, waarvan de teboekstelling verzocht wordt, reeds in een verdragsregister te boek staat, wordt in de registratie voor schepen vermeld dat deze teboekstelling slechts rechtsgevolg heeft nadat de teboekstelling van het schip in het verdragsregister is doorgehaald. 2 artikel 101, eerste lid, van de wet artikel 85, tweede lid, onderdelen a, c tot en met g, i en l, van de wet De bewaarder verstrekt aan de eigenaar van het binnenschip een uittreksel uit de registratie voor schepen, als bedoeld in, vermeldende ten minste de gegevens, bedoeld in, alsmede de gegevens omtrent niet doorgehaalde voorlopige aantekeningen. 3 artikel 9 De in het eerste lid genoemde vermelding wordt doorgehaald na inschrijving van een bewijs waaruit blijkt dat de teboekstelling in het verdragsregister waar het binnenschip te boek stond, is doorgehaald. De bewaarder geeft aan de eigenaar van het binnenschip het ingenoemde certificaat af. 4 artikel 784, vierde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek artikel 784, vierde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek artikel 9 Indien het geval, genoemd in, zich voordoet, wordt zulks in de registratie voor schepen vermeld na inschrijving van een bewijs van weigering door de bewaarder van het verdragsregister. De bewaarder geeft aan de eigenaar van het binnenschip het ingenoemde certificaat af en tekent op het certificaat eveneens aan dat het geval, genoemd in, zich heeft voorgedaan. Hij haalt de in het eerste lid genoemde vermelding door. 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 01-01-2008
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikel 194, derde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek Indien een zeeschip of een zeevissersschip, waarvan de teboekstelling wordt verzocht, reeds in een buitenlands register te boek staat, wordt in de registratie voor schepen vermeld dat deze teboekstelling slechts rechtsgevolg heeft indien zich één der gevallen, bedoeld in, voordoet. 2 Artikel 18, tweede lid , is van overeenkomstige toepassing. 3 De in het eerste lid genoemde vermelding wordt doorgehaald indien binnen 30 dagen na de teboekstelling een bewijs wordt ingeschreven waaruit blijkt dat de teboekstelling in het buitenlandse register waarin het schip te boek stond, is doorgehaald. 4 Ingeval de bewaarder van het buitenlandse register doorhaling weigert, wordt zulks in de registratie voor schepen vermeld na inschrijving van een afschrift van het verzoek tot doorhaling en een bewijs van weigering door de bewaarder van het buitenlandse register. Hij haalt de in het eerste lid genoemde vermelding door. 2006 59 16-02-2006 25-01-2006 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Vervallen 1997 372 28-08-1997 19-08-1997 1997 372 28-08-1997 19-08-1997 29-08-1997
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 1994 508 14-07-1994 17-06-1994 1994 507 22-06-1994 01-08-1994
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Zodra een verzoek tot teboekstelling van een schip of van een schip in aanbouw is ingeschreven, laat de bewaarder het brandmerk door een ambtenaar van de Dienst of een andere door de bewaarder daarmee belaste persoon op het schip aanbrengen. 2 Het brandmerk, bedoeld in het eerste lid, wordt aangebracht op het achterschip, tenzij dit, ingeval het verzoek tot teboekstelling betreft een schip in aanbouw, niet mogelijk is. In dat geval wordt het brandmerk dat dient ter aanduiding van een schip in aanbouw, aangebracht op een scheepsdeel van het schip in aanbouw. 3 De bewaarder vermeldt de branding in de registratie voor schepen, onder aantekening van de plaats van het brandmerk op het schip, de aangetroffen oude brandmerken alsmede de ongeldigmaking daarvan. 4 Indien de branding in het buitenland heeft plaatsgevonden en de bevoegde buitenlandse autoriteit de bewaarder daarvan schriftelijk kennis heeft gegeven, is het derde lid van toepassing. 5 Indien het schip reeds is gebrand, worden bij de branding van de nieuwe merken de bestaande merken voorzien van een staand kruis voor het jaartal van teboekstelling of, ingeval bij de bestaande merken het kantoor van teboekstelling en het jaartal van teboekstelling zijn vermeld, tussen de aanduiding van dat kantoor en dat jaartal. 6 Met inachtneming van het eerste tot en met vijfde lid worden wijze en plaats van aanbrengen van een brandmerk in elk voorkomend geval bepaald door de ambtenaar van de Dienst of een andere door de bewaarder daarmee belaste persoon. 7 artikelen 99 101 van de wet Zolang na de teboekstelling van een schip het brandmerk daar nog niet op is aangebracht, wordt dat feit door de bewaarder aangetekend in de registratie voor schepen en tevens op de stukken die hij met betrekking tot een zodanig schip afgeeft of toezendt ingevolge deen. 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 01-01-2008
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 1997 372 28-08-1997 19-08-1997 1997 372 28-08-1997 19-08-1997 29-08-1997
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 artikel 13 artikel 22, tweede lid, tweede volzin artikel 22 Het brandmerk dat dient ter aanduiding van een schip in aanbouw, wordt ook gebruikt voor het afgebouwde schip. Na inschrijving van het inbedoelde verzoek wordt in de gevallen, bedoeld in, het brandmerk alsnog aangebracht op het achterschip, waarbijvan overeenkomstige toepassing is. 1997 372 28-08-1997 19-08-1997 1997 372 28-08-1997 19-08-1997 29-08-1997
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikelen 22 24 Onverminderd deenbrengt de eigenaar van een te boek staand binnenschip de naam en het brandmerk van het schip duidelijk zichtbaar in olieverf aan op een vast deel van het schip aan beide zijden of op het achterschip en wel in latijnse letters en arabische cijfers van ten minste vijftien centimeter hoogte in lichte kleur op een donkere ondergrond of in donkere kleur op een lichte ondergrond. 2 De in het eerste lid bedoelde vermelding van het brandmerk wordt aangebracht achter de naam van het schip. Indien het schip ook buitenslands wordt gebruikt, moet de genoemde vermelding worden gevolgd door de letter N, aan te brengen op dezelfde wijze als is bepaald in het eerste lid. 3 De eigenaar moet voorts, op dezelfde wijze als is bepaald in het eerste lid, vóór de naam van het schip een cirkel aanbrengen met daarin de hoofdletter die hem daartoe door of vanwege Onze Minister van Verkeer en Waterstaat wordt medegedeeld. 4 Voor binnenschepen met een verplaatsing van minder dan twintig kubieke meter en voor pleziervaartuigen mogen letters en cijfers van geringere hoogte dan is bepaald in het eerste lid worden gebruikt. 2006 59 16-02-2006 25-01-2006 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 De eigenaar van een schip draagt zorg dat het brandmerk en de ingevolge artikel 25 op het schip aangebrachte naam en kentekens niet worden verwijderd, veranderd, dan wel onduidelijk of onzichtbaar worden gemaakt. 2 Ingeval het voornemen bestaat om een scheepsdeel waarop een brandmerk voorkomt geheel of gedeeltelijk te verwijderen, geeft de eigenaar van het schip hiervan kennis aan de bewaarder onder opgaaf van de reden van verwijdering en met een omschrijving van het bestaande brandmerk. De kennisgeving gaat vergezeld van een verzoek om het schip opnieuw te branden. 3 Indien een brandmerk is verdwenen of geheel of gedeeltelijk onleesbaar is geworden, verzoekt de eigenaar onverwijld schriftelijk de bewaarder het schip opnieuw te doen branden. 4 Artikel 22 is van overeenkomstige toepassing in de gevallen, bedoeld in het tweede en derde lid. 5 artikel 25 Indien bij reparatie of verbouwing van een schip het brandmerk of de ingevolgeaangebrachte naam en kentekens zijn verwijderd of beschadigd, draagt degene die de reparatie of verbouwing heeft uitgevoerd zorg, dat het schip niet wordt afgegeven voordat deze weer volledig zijn aangebracht. 1997 372 28-08-1997 19-08-1997 1997 372 28-08-1997 19-08-1997 29-08-1997
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 1997 372 28-08-1997 19-08-1997 1997 372 28-08-1997 19-08-1997 29-08-1997
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 101, eerste lid, van de wet artikel 85, tweede lid, onderdelen a, c tot en met g, i en l, van de wet De aangifte tot doorhaling van de teboekstelling van een zeeschip of zeevissersschip wordt ingediend bij de rechtbank. Bij het verzoekschrift, waarbij tevens de machtiging van de rechtbank tot doorhaling van de teboekstelling wordt gevraagd en dat het brandmerk van het schip moet bevatten, wordt een uittreksel overgelegd uit de registratie voor schepen, als bedoeld in, vermeldende ten minste de gegevens, bedoeld in, en de gegevens omtrent niet doorgehaalde voorlopige aantekeningen, alsmede de stukken waaruit de gestelde reden van de doorhaling blijkt. Indien de aangifte gedaan wordt op grond van het feit dat het schip vergaan is, gesloopt is of blijvend ongeschikt voor drijven is geworden, worden tevens stukken ter staving van de gegrondheid van de aangifte overgelegd. 2 De bewaarder haalt de teboekstelling van het schip slechts door, indien het verzoekschrift is voorzien van de desbetreffende machtiging van de rechtbank. Het verzoekschrift wordt ter inschrijving aangeboden. 3 Wanneer de bewaarder blijkt van enige omstandigheid die doorhaling van de teboekstelling van een zeeschip of zeevissersschip wettigt, dient hij bij de rechtbank een verzoek in hem tot ambtshalve doorhaling te machtigen. 4 De bewaarder voegt bij het verzoekschrift een uittreksel uit de registratie voor schepen als bedoeld in het eerste lid, tweede zin, en alle andere bescheiden die tot staving van zijn verzoek kunnen dienen en die tot zijn beschikking staan. Het verzoekschrift, voorzien van de machtiging van de rechtbank, wordt ingeschreven. 5 De eigenaar van een te boek staand zeeschip of zeevissersschip is bevoegd een verzoek tot doorhaling van de teboekstelling van het schip in te dienen. Het eerste en tweede lid zijn op dit verzoek van toepassing, met dien verstande dat de overlegging van stukken waaruit de reden van doorhaling blijkt, niet is vereist. 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 2007 582 28-12-2007 10-12-2007 01-01-2008
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Wanneer een verzoek of aangifte is gedaan met het oog op doorhaling van de teboekstelling van een zeeschip of een zeevissersschip, geeft de bewaarder hieraan slechts gevolg, indien geen inschrijvingen of voorlopige aantekeningen ten gunste van derden betreffende het schip bestaan of, indien zodanige inschrijvingen of voorlopige aantekeningen wel bestaan, geen dezer derden zich tegen doorhaling verzet. 1991 572 06-11-1991 1991 572 06-11-1991 01-01-1992
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Artikel 28, eerste lid, tweede en derde zin artikel 786, eerste lid, onder a , ten eerste, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek artikel 786, eerste lid, onder a , ten tweede, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek Het verzoek of de aangifte tot doorhaling van de teboekstelling van een binnenschip wordt ingediend bij de rechtbank., is van toepassing. Indien het verzoek is gegrond op, worden tevens de stukken overgelegd waaruit blijkt dat de teboekstelling niet of niet meer verplicht is. Indien het verzoek is gegrond op, wordt tevens overgelegd een uittreksel uit het verdragsregister waarin wordt vermeld dat het schip onder voorwaarde van doorhaling in de openbare registers aldaar te boek gesteld is. 2 Artikel 28, tweede lid , is van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 786, eerste lid, onder a , ten tweede, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek Indien de teboekstelling wordt doorgehaald op de grond, genoemd in, geeft de bewaarder een bewijs van doorhaling af, waarin de datum van de doorhaling wordt vermeld en waarin, indien inschrijvingen of voorlopige aantekeningen ten gunste van derden op het schip bestaan, wordt vermeld dat hij zich ervan heeft vergewist, dat deze derden zich niet tegen doorhaling hebben verzet. 4 artikel 786, eerste lid, onder a , ten derde, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek Indien de teboekstelling wordt doorgehaald op de grond, genoemd in, vindt doorhaling plaats onder vermelding in de registratie voor schepen dat deze doorhaling slechts rechtsgevolg heeft, wanneer binnen 30 dagen daarna door de eigenaar ter inschrijving wordt aangeboden de door hem ondertekende verklaring, genoemd in het eerste lid, onder a, ten derde, van dat artikel. De verklaring moet melding maken van de plaats, de datum en het nummer van teboekstelling. 5 Indien een certificaat is afgegeven, wordt dit, tezamen met een eventueel duplicaat, onverwijld bij de bewaarder ingeleverd. 2006 59 16-02-2006 25-01-2006 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 artikel 786, eerste lid, onder b , ten vijfde, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek De eigenaar van een te boek staand binnenschip waaropvan toepassing is en waarvan de teboekstelling in het buitenlandse register heeft plaatsgevonden voordat de op 25 januari 1965 te Genève gesloten Overeenkomst inzake inschrijving van binnenschepen, met Protocollen (Trb. 1966, 228) voor de staat van dat register van kracht is geworden, is verplicht van de teboekstelling van het schip in het verdragsregister mededeling te doen aan de bewaarder, en daarbij tevens mede te delen of hij de teboekstelling in het verdragsregister zal handhaven. De in de eerste zin bedoelde mededelingen moeten worden gedaan binnen drie maanden nadat het buitenlandse register waarin het schip te boek staat de hoedanigheid van verdragsregister heeft verkregen. 2 artikel 30 Indien de eigenaar de in het eerste lid bedoelde mededelingen niet binnen de aldaar gestelde termijn heeft gedaan of indien hij heeft medegedeeld dat hij de teboekstelling in het verdragsregister wenst te handhaven, dient hij onverwijld een aangifte tot doorhaling van de teboekstelling overeenkomstigin. 3 artikel 30 Indien de eigenaar heeft medegedeeld dat hij de teboekstelling van het schip in het verdragsregister niet wenst te handhaven, draagt hij er zorg voor dat de teboekstelling in het verdragsregister wordt doorgehaald. Vindt geen doorhaling in het verdragsregister plaats binnen negen maanden nadat de in het eerste lid bedoelde mededelingen zijn gedaan, dan dient de eigenaar onverwijld een aangifte tot doorhaling van de teboekstelling overeenkomstigin. 4 Van de in het eerste lid bedoelde mededelingen wordt melding gemaakt in de registratie voor schepen. 2006 59 16-02-2006 25-01-2006 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 artikel 28, derde en vierde lid Wanneer de bewaarder blijkt van enige omstandigheid die doorhaling van de teboekstelling van een binnenschip wettigt, is, van overeenkomstige toepassing. 1991 572 06-11-1991 1991 572 06-11-1991 01-01-1992
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 artikel 29 Wanneer een verzoek of aangifte is gedaan met het oog op doorhaling van de teboekstelling van een binnenschip, isvan overeenkomstige toepassing. 1991 572 06-11-1991 1991 572 06-11-1991 01-01-1992
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 Ingeval een schip is te boek gesteld dan wel de teboekstelling van een schip is doorgehaald, zendt de bewaarder daaromtrent per brief een kennisgeving aan de personen die dienaangaande volgens de bij de Dienst bekende gegevens belanghebbenden zijn. 2 Het bestuur van de Dienst stelt de vorm vast van de kennisgeving, bedoeld in het eerste lid. 3 Indien de eigenaar bij de aanvraag van de teboekstelling daarom heeft verzocht en toestemming heeft gegeven, zendt de bewaarder na de teboekstelling van een zeeschip een bericht van de teboekstelling onder vermelding van specifieke kenmerken van het schip, waaronder het NSI-nummer, de tonnage van het schip en een omschrijving van het schip, aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat als beheerder van het vlagregister. 4 Bij het bericht, bedoeld in het derde lid, vermeldt de bewaarder tevens het registratienummer van het ingeschreven document en het brandmerk van het schip. 5 In geval van overdracht of doorhaling van de teboekstelling van een zeeschip of van overdracht van aandelen in een zeeschip, zendt de bewaarder daaromtrent een bericht onder vermelding van het brandmerk en het NSI-nummer, aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat als beheerder van het vlagregister. 2025 132 15-05-2025 06-05-2025 2025 134 15-05-2025 06-05-2025 01-07-2025
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 artikel 85, tweede lid, onder d, van de wet artikel 85, tweede lid, onder f en g, van de wet Indien van een te boek staand schip de naam, bedoeld in, of een gegeven als bedoeld inis gewijzigd, dan wel het schip enige andere wijziging heeft ondergaan waardoor de beschrijving van het schip in de registratie voor schepen niet meer aan de werkelijkheid beantwoordt, biedt de eigenaar een aangifte ter inschrijving aan waarin de wijziging wordt vermeld. 2 Indien de aangifte, bedoeld in het eerste lid, leidt tot bijwerking van de registratie voor schepen, zendt de bewaarder daarvan een bericht onder vermelding van het brandmerk en het NSI-nummer aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat als beheerder van het vlagregister. 3 Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing in geval van een wijziging door de bewaarder in de registratie voor schepen van informatie als bedoeld in het eerste lid. 2025 132 15-05-2025 06-05-2025 2025 134 15-05-2025 06-05-2025 01-07-2025
Artikel 35a — Artikel 35a#
Artikel 35a 1 artikel 11, eerste lid, van de rijkswet Indien de Dienst een bericht ontvangt van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat als beheerder van het vlagregister, inzake een wijziging als bedoeld in, neemt de Dienst een beslissing omtrent wijziging van het betreffende gegeven. 2 Indien de Dienst de beslissing, bedoeld in het eerste lid, niet binnen één dag na ontvangst van die melding heeft genomen, tekent de Dienst in de registratie voor schepen aan dat het betreffende gegeven «in onderzoek» is. 3 De Dienst verwijdert de aantekening dat een gegeven «in onderzoek» is uit de registratie voor schepen tegelijk met de verwerking van de wijziging in die registratie of, indien een bericht als bedoeld in het eerste lid niet tot wijziging leidt, met de beslissing om het gegeven niet te wijzigen. 4 Algemene wet bestuursrecht De beslissing, bedoeld in het tweede en derde lid, is een besluit in de zin van de. 5 De Dienst zendt Onze Minister, genoemd in het eerste lid, onverwijld een bericht over een handeling of beslissing als bedoeld in het tweede of derde lid. 6 De Dienst doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de belanghebbende van zijn beslissing op grond van het tweede of derde lid, indien die beslissing heeft geleid tot een wijziging van het betreffende gegeven. 2025 132 15-05-2025 06-05-2025 2025 134 15-05-2025 06-05-2025 01-07-2025
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 artikel 14, vijfde lid artikel 35 Onze Minister stelt de vorm vast van de in dit hoofdstuk voorziene verzoeken, verklaringen, evenwel met uitzondering van de in, bedoelde verklaring van de bevoegde autoriteit, en aangiften met dien verstande, dat het bestuur van de Dienst de vorm van de inbedoelde aangifte vaststelt. 2025 131 15-05-2025 06-05-2025 2025 133 15-05-2025 06-05-2025 01-07-2025 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Rijkswet nationaliteit
zeeschepen in werking treedt.
Artikel 36a — Artikel 36a#
Artikel 36a artikel 85, tweede lid, van de wet Het NSI-nummer wordt opgenomen in de registratie voor schepen, bedoeld in. 2025 132 15-05-2025 06-05-2025 2025 134 15-05-2025 06-05-2025 01-07-2025
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 artikel 194a van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek Voorafgaand aan de inschrijving van een akte van levering van een te boek staand zeeschip of van aandelen daarin, wordt door de verkrijger bij de Dienst een aanvraag ingediend voor een verklaring dat voldaan wordt aan de invan toepassing zijnde vereisten. 2 De verklaring, bedoeld in het eerste lid, wordt afgegeven door de bewaarder. 3 artikel 24 van de wet Bij de inschrijving van een akte van levering van een te boek staand zeeschip of van aandelen daarin wordt, onverminderd het bepaalde in, tevens de verklaring, bedoeld in het eerste lid, ter inschrijving aangeboden. 4 In de akte van levering verklaart de notaris dat de op grond van het eerste lid vereiste bewijsstukken en gegevens op het moment van aanbieden ter inschrijving actueel en ongewijzigd zijn. 5 De kosten van aanvraag en afgifte van de verklaring, bedoeld in het eerste lid, komen ten laste van de aanvrager. 6 Het bestuur van de Dienst kan de vorm van de aanvraag en de verklaring, bedoeld in het eerste lid, vaststellen. 7 Het bestuur van de Dienst stelt eisen ten aanzien van de bij een aanvraag voor de verklaring, bedoeld in het eerste lid, te overleggen bewijsstukken en gegevens. 2025 132 15-05-2025 06-05-2025 2025 134 15-05-2025 06-05-2025 01-07-2025
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 artikel 24 van de wet artikel 16, eerste lid, onder d. Onverminderd het bepaalde inwordt ter inschrijving van een akte van levering, ingeval het de levering van een te boek staand zeevissersschip of van aandelen daarin betreft, overgelegd bij het daartoe ter inschrijving aangeboden stuk het bewijs, genoemd inDit bewijs wordt na vergelijking met het stuk waarvan de inschrijving verlangd wordt, aan de aanbieder teruggegeven. 2006 59 16-02-2006 25-01-2006 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Vervallen 2006 59 16-02-2006 25-01-2006 2006 568 23-11-2006 02-11-2006 24-11-2006
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1992. 1991 572 06-11-1991 1991 572 06-11-1991 01-01-1992
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Maatregel teboekgestelde schepen 1992 Dit besluit kan worden aangehaald als:. 1991 572 06-11-1991 1991 572 06-11-1991 01-01-1992