Besluit van 17 oktober 1991, houdende bepalingen met betrekking tot de rechtspositie van voorzitters van waterschappen
- BWB-id
- BWBR0005238
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2007-05-11 t/m 2007-12-28
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005238
- ELI
- /eli/nl/amvb/1992/rechtspositiebesluit-voorzitters-waterschappen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1992/rechtspositiebesluit-voorzitters-waterschappen/2007-05-11
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005238&g=2007-05-11
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005238&z=2026-06-06&g=2007-05-11
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005238/2007-05-11
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1992/rechtspositiebesluit-voorzitters-waterschappen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat; b. voorzitter: voorzitter van een waterschap; c. FPU-uitkering: de uitkering op grond van de Regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 3 van de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel en artikel 1.5 van het Pensioenreglement van de Stichting pensioenfonds ABP, waarbij onder de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel wordt verstaan de overeenkomst die is aangegaan op grond van artikel 2 van de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel en onder het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP wordt verstaan het reglement van die stichting dat is vastgesteld met inachtneming van de overeenkomst, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Wet privatisering ABP; d. bezoldiging: bedrag per maand waarop een voorzitter aanspraak kan maken; e. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering WAO:; f. arbeidsongeschiktheid: arbeidsongeschiktheid in de zin van artikel 18, eerste lid, van de WAO; g. artikel 30 van de Ziektewet passende arbeid: arbeid als bedoeld in; h. gangbare arbeid: arbeid als bedoeld in artikel 18, vijfde lid, van de WAO; i. budget: het totaalbedrag aan exploitatielasten van het waterschap in een begrotingsjaar, zoals dat blijkt uit de begroting van het waterschap, uitgedrukt in miljoenen euro’s; j. bijlage B van Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 salarisschaal: een als zodanig invermelde reeks van genummerde salarissen; k. tijdsbestedingsnorm: het deel van de werkweek dat de voorzitter in staat dient te worden gesteld aan het voorzitterschap te besteden, uitgedrukt in een percentage van een voltijdsfunctie. 2 In dit besluit wordt onder het provinciaal bestuur onderscheidenlijk (het college van) gedeputeerde staten verstaan het provinciaal bestuur onderscheidenlijk (het college of de colleges van) gedeputeerde staten van de provincie of de provincies waarin het waterschap is gelegen. 2004 194 13-05-2004 13-04-2004 2004 194 13-05-2004 13-04-2004 14-05-2004 01-01-2001
Artikel 2 — Artikel 2 Reis- en verblijfkosten#
Artikel 2 Reis- en verblijfkosten artikel 29 Indien een kandidaat voor het ambt van voorzitter reis- en verblijfkosten heeft gemaakt ter zake van het gevolg geven aan een uitnodiging voor een bezoek aan het waterschapsbestuur, het provinciaal bestuur of Onze Minister, worden die kosten door en voor rekening van het waterschap vergoed overeenkomstig het bepaalde in. 1996 260 21-05-1996 23-04-1996 1996 260 21-05-1996 23-04-1996 22-05-1996 01-01-1996 Werkt terug tot en met 1 januari 1996.
Artikel 3 — Artikel 3 Toezending bescheiden ten aanzien van de rechtspositie#
Artikel 3 Toezending bescheiden ten aanzien van de rechtspositie 1 Aan de voorzitter wordt door Onze Minister kosteloos een exemplaar van het Rechtspositiebesluit voorzitters waterschappen verstrekt. 2 Tevens wordt hem door het waterschap schriftelijk mededeling gedaan van zijn bezoldiging. 1996 260 21-05-1996 23-04-1996 1996 260 21-05-1996 23-04-1996 22-05-1996 01-01-1996 Werkt terug tot en met 1 januari 1996.
Artikel 4 — Artikel 4 Schorsing#
Artikel 4 Schorsing De voorzitter die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt kan op verzoek van het waterschapsbestuur of van het college van gedeputeerde staten bij koninklijk besluit worden geschorst. Het schorsingsbesluit bevat in ieder geval: a. een aanduiding van het tijdstip waarop de schorsing ingaat; b. een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de duur der schorsing. 1996 260 21-05-1996 23-04-1996 1996 260 21-05-1996 23-04-1996 22-05-1996 01-01-1996 Werkt terug tot en met 1 januari 1996.
Artikel 5 — Artikel 5 Verbod betreding dienstgebouwen gedurende schorsing#
Artikel 5 Verbod betreding dienstgebouwen gedurende schorsing Gedurende een schorsing is het de voorzitter als zodanig niet toegestaan de dienstgebouwen van het waterschap te betreden. 1996 260 21-05-1996 23-04-1996 1996 260 21-05-1996 23-04-1996 22-05-1996 01-01-1996 Werkt terug tot en met 1 januari 1996.
Artikel 6 — Artikel 6 Ontslag op eigen aanvraag/FPU#
Artikel 6 Ontslag op eigen aanvraag/FPU 1 De voorzitter wordt op zijn aanvraag ontslagen of na afloop van de benoemingstermijn niet herbenoemd. 2 Aan de voorzitter die ontslag vraagt met het oog op een FPU-uitkering, wordt ontslag verleend, indien het bestuur van de Stichting fonds vrijwillig uittreden overheidspersoneel en het bestuur van de Stichting pensioenfonds ABP op grond van een desbetreffende aanvraag hebben vastgesteld dat na het ontslag recht bestaat op de FPU-uitkering. Het ontslag gaat niet eerder in dan met ingang van de dag waarop het recht op de FPU-uitkering ontstaat. Met een aanvraag tot ontslag wordt gelijkgesteld een verzoek om niet te worden herbenoemd. 3 Het ontslag op grond van dit artikel wordt eervol verleend, tenzij naar het oordeel van Onze Minister zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten. 2004 194 13-05-2004 13-04-2004 2004 194 13-05-2004 13-04-2004 14-05-2004 01-01-2001
Artikel 7 — Artikel 7 Ontslag op 70-jarige leeftijd#
Artikel 7 Ontslag op 70-jarige leeftijd Aan de voorzitter wordt bij koninklijk besluit met ingang van de eerste dag van de maand, volgende op die waarin hij de leeftijd van zeventig jaar heeft bereikt, eervol ontslag verleend. 2007 99 20-03-2007 17-02-2007 2007 168 10-05-2007 19-04-2007 30960 11-05-2007 Treedt volgens Stb. 2007/167 in werking op het tijdstip waarop de Wet houdende intrekking Besluit vaststelling leeftijdsgrens openbare functies en wijziging Wet Nationale ombudsman in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8 Ongevraagd ontslag#
Artikel 8 Ongevraagd ontslag 1 Anders dan op eigen aanvraag kan aan de voorzitter ontslag worden verleend op grond van: a. ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte; b. onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door hem beklede ambt, anders dan uit hoofde van ziekte; c. opheffing van het waterschap; d. andere gronden. 2 a b c het eerste lid, onder,envan dit artikel d het eerste lid, onder, van dit artikel Het ontslag op grond vanwordt eervol verleend. Het ontslag op grond vanwordt eervol verleend, tenzij naar het oordeel van Onze Minister zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten. 3 a Een ontslag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel, kan slechts plaatsvinden indien: a. er sprake is van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte gedurende een ononderbroken periode van twee jaar, b. a onderdeel herstel van zijn ziekte niet binnen een periode van zes maanden na de ingenoemde termijn van twee jaar te verwachten is, en c. na een zorgvuldig onderzoek het niet mogelijk is gebleken om de voorzitter binnen het gezagsbereik van Onze Minister andere arbeid aan te bieden, dan wel indien de voorzitter geweigerd heeft deze arbeid te aanvaarden. 4 c Onder arbeid als bedoeld in het derde lid, onder, wordt gedurende het eerste jaar dat de voorzitter ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte passende, en gedurende de periode daarna gangbare arbeid verstaan. 5 a Voor het bepalen van het in het derde lid, onder, bedoelde tijdvak van twee jaar worden tijdvakken van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. 6 a b Om te beoordelen of er sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid, onderdelenen, vraagt het dagelijks bestuur van het waterschap het oordeel van een arts, aangewezen door de uitvoeringsinstelling die de WAO uitvoert ten aanzien van de voorzitters. Deze arts betrekt bij zijn beoordeling een door het dagelijks bestuur van het waterschap aangewezen arts en, indien de voorzitter dit wenst, een door de voorzitter aangewezen arts. 7 Het dagelijks bestuur stelt de voorzitter er schriftelijk van in kennis dat de procedure, bedoeld in het zesde lid, wordt ingesteld. Daarbij wordt de voorzitter gewezen op de mogelijkheid om een arts van zijn keuze te laten deelnemen aan de procedure. 8 De kennisgeving, bedoeld in het zevende lid, geschiedt niet eerder dan nadat de voorzitter gedurende een onafgebroken periode van 18 maanden ongeschikt is geweest tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Het vijfde lid is hierbij van overeenkomstige toepassing. 9 De in het zesde lid bedoelde arts stelt naar aanleiding van zijn bevindingen een rapport op. Hij zendt dit rapport aan het dagelijks bestuur van het waterschap. Tevens zendt hij een afschrift van dit rapport aan de voorzitter. 2004 194 13-05-2004 13-04-2004 2004 194 13-05-2004 13-04-2004 14-05-2004 01-01-2001
Artikel 8a — Artikel 8a Bezoldigingsklassen#
Artikel 8a Bezoldigingsklassen Waterschappen worden, ten behoeve van de vaststelling van de bezoldiging van de voorzitter, naar gelang het budget en het aantal en de soort van taken, ingedeeld in de volgende klassen: Budget per 1 januari 2002 Zonder kwaliteitsbeheer (1 taak) Zonder kwaliteitsbeheer (> 1 taak) Met kwaliteitsbeheer (1 taak) Met kwaliteitsbeheer (> 1 taak) 0 – 4,54 Klasse 1 Klasse 2 4,54 – 11,34 Klasse 2 Klasse 3 Klasse 3 Klasse 4 11,34 – 20,42 Klasse 4 Klasse 4 Klasse 5 20,42 – 45,38 Klasse 5 Klasse 5 Klasse 6 > 45,38 Klasse 6 Klasse 6 Klasse 7 2001 237 29-05-2001 09-05-2001 2001 298 28-06-2001 21-06-2001 01-01-2002
Artikel 8b — Artikel 8b Overgang in bezoldigingsklasse#
Artikel 8b Overgang in bezoldigingsklasse 1 Overgang van een waterschap naar een hogere klasse in verband met de toeneming van het budget vindt plaats met ingang van het jaar waarin het budget op 1 januari voor de tweede achtereenvolgende maal boven de maximumgrens van de klasse, waarin het waterschap tot dusverre ingedeeld was, gestegen is. 2 Overgang van een waterschap naar een lagere klasse in verband met de vermindering van het budget vindt plaats met ingang van het jaar waarin het budget op 1 januari voor de tweede achtereenvolgende maal beneden de minimumgrens van de klasse, waarin het waterschap tot dusverre ingedeeld was, gedaald is. 2001 237 29-05-2001 09-05-2001 2001 298 28-06-2001 21-06-2001 01-07-2001
Artikel 8c — Artikel 8c Inschaling en tijdsbestedingsnorm#
Artikel 8c Inschaling en tijdsbestedingsnorm 1 artikel 8a De bezoldiging van de voorzitter wordt bepaald op grondslag van de klasse waarin het waterschap op grond vanonderscheidenlijk 8b is ingedeeld. 2 De diverse klassen corresponderen met de diverse salarisschalen zoals aangegeven in onderstaande tabel: Klasse salarisschaal 1 12 2 13 3 14 4 15 5 16 6 17 7 18 3 De bezoldiging van de voorzitter is gelijk aan het maximum van de van toepassing zijnde salarisschaal, tenzij ten aanzien van een waterschap een tijdsbestedingsnorm is vastgesteld die lager ligt dan 100%. Alsdan is de bezoldiging gelijk aan het bedrag dat naar rato van de tijdsbestedingsnorm is bepaald. 4 Op verzoek van het algemeen bestuur van het waterschap kan Onze Minister, gedeputeerde staten gehoord, een tijdsbestedingsnorm vaststellen. 5 De overgang van een waterschap naar een lagere klasse in verband met de vermindering van het budget is niet van invloed op de hoogte van de bezoldiging van de op dat tijdstip in dienst zijnde voorzitter. 2001 237 29-05-2001 09-05-2001 2001 298 28-06-2001 21-06-2001 01-07-2001
Artikel 8d — Artikel 8d Aanvang en beëindiging bezoldiging#
Artikel 8d Aanvang en beëindiging bezoldiging De aanspraak op de bezoldiging begint op de dag dat de benoeming ingaat en eindigt met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat of met ingang van de dag, volgende op die van het overlijden. 2001 237 29-05-2001 09-05-2001 2001 298 28-06-2001 21-06-2001 01-07-2001
Artikel 8e — Artikel 8e Eenmalige uitkering#
Artikel 8e Eenmalige uitkering Indien aan het personeel in de sector Rijk een eenmalige uitkering wordt toegekend, ontvangt de voorzitter een uitkering op gelijke voet. 2001 237 29-05-2001 09-05-2001 2001 298 28-06-2001 21-06-2001 01-07-2001
Artikel 8f — Artikel 8f Vakantie-uitkering#
Artikel 8f Vakantie-uitkering De voorzitter heeft aanspraak op een vakantie-uitkering overeenkomstig de regels die te dien aanzien voor het personeel in de sector Rijk zijn vastgesteld. 2001 237 29-05-2001 09-05-2001 2001 298 28-06-2001 21-06-2001 01-07-2001
Artikel 8g — Artikel 8g Eindejaarsuitkering#
Artikel 8g Eindejaarsuitkering 1 De voorzitter heeft recht op een eindejaarsuitkering overeenkomstig de regels die te dien aanzien voor het personeel in de sector Rijk zijn vastgesteld. 2 De eindejaarsuitkering wordt eenmaal per kalenderjaar in de maand december betaald. 3 Bij ontslag van de voorzitter vindt betaling plaats over het tijdvak gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode waarover de eindejaarsuitkering is betaald en de datum van het ontslag. 2001 237 29-05-2001 09-05-2001 2001 298 28-06-2001 21-06-2001 01-07-2001
Artikel 8h — Artikel 8h Ambtstoelage#
Artikel 8h Ambtstoelage 1 Bij besluit van het algemeen bestuur van een waterschap kan de voorzitter een bijdrage in de bijzondere kosten worden toegekend tot een bedrag dat maximaal 6,25% bedraagt van het maximum van de voor de voorzitter van toepassing zijnde salarisschaal. 2 Wanneer een voorzitter buitengewoon verlof verzoekt en de duur daarvan een aaneengesloten periode van zes weken te boven gaat, kan het algemeen bestuur bepalen dat gedurende die langere periode de ambtstoelage geheel of gedeeltelijk wordt ingehouden. 2004 194 13-05-2004 13-04-2004 2004 194 13-05-2004 13-04-2004 14-05-2004 01-07-2001
Artikel 9 — Artikel 9 Behoud van bezoldiging#
Artikel 9 Behoud van bezoldiging 1 Een voorzitter die wegens geoorloofde afwezigheid verhinderd is zijn ambt te vervullen, behoudt gedurende deze verhindering zijn bezoldiging. 2 Een voorzitter die geschorst is behoudt gedurende de schorsing zijn bezoldiging. 1996 260 21-05-1996 23-04-1996 1996 260 21-05-1996 23-04-1996 22-05-1996 01-01-1996 Werkt terug tot en met 1 januari 1996.
Artikel 10 — Artikel 10 Inhouding van bezoldiging#
Artikel 10 Inhouding van bezoldiging Wanneer een voorzitter buitengewoon verlof verzoekt en de duur daarvan een aaneengesloten periode van zes weken te boven gaat, kan het algemeen bestuur bij het verlenen van het verlof bepalen, dat gedurende die langere periode de bezoldiging geheel of gedeeltelijk wordt ingehouden. 1996 260 21-05-1996 23-04-1996 1996 260 21-05-1996 23-04-1996 22-05-1996 01-01-1996 Werkt terug tot en met 1 januari 1996.
Artikel 11 — Artikel 11 Bezoldiging bij ziekte#
Artikel 11 Bezoldiging bij ziekte 1 De voorzitter die ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte geniet vanaf de dag waarop deze ongeschiktheid aanvangt, gedurende een termijn van 18 maanden zijn volledige bezoldiging en daarna tot zijn ontslag 80% van zijn bezoldiging. Hij geniet ook na afloop van de in de eerste volzin genoemde termijn van 18 maanden zijn volledige bezoldiging indien de ziekte, uit hoofde waarvan hij ongeschikt is zijn arbeid te verrichten, in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de aan het ambt van voorzitter verbonden werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht, en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten. 2 Voor het vaststellen van het tijdstip waarop de in het eerste lid genoemde termijn van 18 maanden verstreken is, worden perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. 3 Indien de voorzitter, bedoeld in het eerste lid, ter zake van het ambt waaruit het recht op doorbetaling van bezoldiging voortvloeit, recht heeft op een WAO-uitkering, wordt het bedrag van die uitkering in mindering gebracht op het bedrag waarop hij ingevolge het eerste lid recht heeft. 4 Indien de in het derde lid bedoelde voorzitter uit hoofde van twee of meer ambten recht heeft op één WAO-uitkering, wordt die uitkering voor de toepassing van het derde lid toegerekend aan het ambt ter zake waarvan zijn bezoldiging wordt doorbetaald naar rato van de bezoldiging uit hoofde van de desbetreffende ambten. 5 Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de in het derde lid bedoelde voorzitter geen WAO-uitkering kan worden toegekend, wordt voor de toepassing van dit artikel rekening gehouden met een WAO-uitkering zoals die zou zijn toegekend bij een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. 6 Indien als gevolg van handelingen of het nalaten van handelingen door de in het derde lid bedoelde voorzitter de WAO-uitkering vermindering ondergaat, dan wel het recht daarop geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd, wordt bedoelde uitkering voor de toepassing van dit artikel steeds geacht onverminderd te zijn genoten. 2004 194 13-05-2004 13-04-2004 2004 194 13-05-2004 13-04-2004 14-05-2004 01-01-2001
Artikel 12 — Artikel 12 Staking bezoldiging, uitbetaling aan derden en hervatting uitbetaling#
Artikel 12 Staking bezoldiging, uitbetaling aan derden en hervatting uitbetaling 1 Dit artikel is uitsluitend van toepassing gedurende de eerste 52 weken waarin de voorzitter ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. 2 Voor het berekenen van het tijdvak van 52 weken, bedoeld in het eerste lid, worden perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. 3 Op aanwijzing van het algemeen bestuur van het waterschap wordt de doorbetaling van bezoldiging gestaakt wanneer en voor zolang de voorzitter: a. weigert zich te onderwerpen aan een door het algemeen bestuur van het waterschap noodzakelijk geacht onderzoek vanwege een door het dagelijks bestuur van het waterschap aangewezen bedrijfsarts of, na voor een dergelijk onderzoek te zijn opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt; b. zich zodanig gedraagt dat zijn genezing naar het oordeel van het algemeen bestuur van het waterschap ernstig wordt belemmerd of vertraagd. 4 In de gevallen, bedoeld in het derde lid, kan het algemeen bestuur van het waterschap op grond van bijzondere omstandigheden bepalen, dat het bedrag van de ingehouden bezoldiging geheel of ten dele aan anderen dan aan de voorzitter zal worden uitbetaald. 5 Voor zover het algemeen bestuur van het waterschap van zijn bevoegdheid, bedoeld in het vierde lid, geen gebruik heeft gemaakt wordt de ingevolge het derde lid ingehouden bezoldiging alsnog aan de voorzitter uitbetaald wanneer uit een verklaring van een (of meer) aangewezen arts(en) blijkt dat het geval op grond waarvan doorbetaling van bezoldiging werd gestaakt, zich niet of niet meer voordoet. 1998 340 18-06-1998 28-05-1998 1998 340 18-06-1998 28-05-1998 19-06-1998
Artikel 13 — Artikel 13 Verplichtingen- en sanctieregime WAO#
Artikel 13 Verplichtingen- en sanctieregime WAO 1 artikel 12 Na de periode van 52 weken, bedoeld in, is op de voorzitter wiens bezoldiging wegens ziekte geheel of gedeeltelijk wordt doorbetaald, het verplichtingen- en sanctieregime van hoofdstuk II van de WAO van toepassing. 2 artikel 11, eerste lid artikel 11, derde lid Indien ten aanzien van de WAO-uitkering die de voorzitter geniet, een verplichting wordt opgelegd of een sanctie wordt toegepast, legt het dagelijks bestuur van het waterschap die verplichting eveneens op dan wel past het die sanctie op overeenkomstige wijze toe op het bedrag waarop de voorzitter recht heeft ingevolge, na toepassing van. 2004 194 13-05-2004 13-04-2004 2004 194 13-05-2004 13-04-2004 14-05-2004 01-01-2001
Artikel 14 — Artikel 14 Ziekmelding#
Artikel 14 Ziekmelding Indien een voorzitter langer dan acht dagen wegens ziekte zijn arbeid niet kan verrichten geeft hij daarvan kennis aan het dagelijks bestuur van het waterschap. 1996 260 21-05-1996 23-04-1996 1996 260 21-05-1996 23-04-1996 22-05-1996 01-01-1996 Werkt terug tot en met 1 januari 1996.
Artikel 15 — Artikel 15 Uitkering bij ziekte en overlijden gewezen voorzitter#
Artikel 15 Uitkering bij ziekte en overlijden gewezen voorzitter 1 artikelen 42 45 48 102a 102b, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Ten aanzien van de gewezen voorzitter, of diens nagelaten betrekkingen vinden in geval van ziekte ten laste van het waterschap de,,,enovereenkomstige toepassing. 2 Wet privatisering ABP Het eerste lid is niet van toepassing op voorzitters die geen overheidswerknemer in de zin van dezijn. 2004 194 13-05-2004 13-04-2004 2004 194 13-05-2004 13-04-2004 14-05-2004 01-01-2001
Artikel 16 — Artikel 16 Suppletieregeling bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid na ontslag#
Artikel 16 Suppletieregeling bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid na ontslag 1 artikel 8, eerste lid, onder a Ten aanzien van de voorzitter, aan wie ontslag is verleend op grond van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte als bedoeld in, en die ten tijde van dat ontslag minder dan 80% arbeidsongeschikt is, is de voor het waterschapspersoneel geldende suppletieregeling voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten van overeenkomstige toepassing. 2 Wet privatisering ABP Het eerste lid is niet van toepassing op voorzitters die geen overheidswerknemer in de zin van dezijn. 2004 194 13-05-2004 13-04-2004 2004 194 13-05-2004 13-04-2004 14-05-2004 01-01-2001
Artikel 17 — Artikel 17 Bedrijfsgeneeskundige begeleiding#
Artikel 17 Bedrijfsgeneeskundige begeleiding De voorzitter geniet bedrijfsgeneeskundige begeleiding overeenkomstig de voor het waterschapspersoneel geldende voorschriften. 1996 260 21-05-1996 23-04-1996 1996 260 21-05-1996 23-04-1996 22-05-1996 01-01-1996 Werkt terug tot en met 1 januari 1996.
Artikel 18 — Artikel 18 Vakantie en verlof#
Artikel 18 Vakantie en verlof Ten aanzien van vakantie en verlof is de regeling die geldt voor de ambtenaren van het waterschap van overeenkomstige toepassing. 2001 237 29-05-2001 09-05-2001 2001 298 28-06-2001 21-06-2001 01-07-2001
Artikel 19 — Artikel 19 Vergoeding bij waarneming#
Artikel 19 Vergoeding bij waarneming Degene die gedurende meer dan dertig dagen onafgebroken met de waarneming van het ambt van voorzitter is belast geweest, geniet voor die tijd, ten laste van het waterschap, een vergoeding ten bedrage van de voor het ambt vastgestelde minimum- of vaste bezoldiging. Indien de waarneming geschiedt door een lid van het dagelijks bestuur wordt de vergoeding verminderd met hetgeen als lid van het dagelijks bestuur wegens wedde wordt ontvangen. 1991 560 17-10-1991 1991 701 12-12-1991 01-01-1992
Artikel 20 — Artikel 20 Deelneming aan van waterschapswege getroffen ziektekostenvoorziening#
Artikel 20 Deelneming aan van waterschapswege getroffen ziektekostenvoorziening Vervallen 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 20-12-2006 01-01-2006
Artikel 21 — Artikel 21 1%-Regeling bij deelneming aan de ziektekostenvoorziening van het waterschap#
Artikel 21 1%-Regeling bij deelneming aan de ziektekostenvoorziening van het waterschap Vervallen 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 20-12-2006 01-01-2006
Artikel 22 — Artikel 22 1%-Regeling bij niet-deelname aan ziektekostenvoorziening van het waterschap#
Artikel 22 1%-Regeling bij niet-deelname aan ziektekostenvoorziening van het waterschap Vervallen 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 20-12-2006 01-01-2006
Artikel 23 — Artikel 23 Vergoeding ziektekosten bij dienstongeval#
Artikel 23 Vergoeding ziektekosten bij dienstongeval In geval van ziekte, welke in overwegende mate haar oorzaak vindt in de aard van de aan het ambt van voorzitter verbonden werkzaamheden of in de bijzondere omstandigheden waaronder deze moesten worden verricht en niet aan zijn schuld of onvoorzichtigheid is te wijten, worden hem voor rekening van het waterschap vergoed de te zijnen laste blijvende, naar het oordeel van het dagelijks bestuur noodzakelijk gemaakte kosten van geneeskundige behandeling of verzorging. 1996 260 21-05-1996 23-04-1996 1996 260 21-05-1996 23-04-1996 22-05-1996 01-01-1996 Werkt terug tot en met 1 januari 1996.
Artikel 24 — Artikel 24 Minimum vergoeding#
Artikel 24 Minimum vergoeding Vervallen 1996 260 21-05-1996 23-04-1996 1996 260 21-05-1996 23-04-1996 22-05-1996 01-01-1996 Werkt terug tot en met 1 januari 1996.
Artikel 25 — Artikel 25 Gratificatie#
Artikel 25 Gratificatie Aan de voorzitter wordt een ambtsjubileumgratificatie toegekend overeenkomstig de regeling die geldt voor de ambtenaren van het waterschap. 1994 889 13-12-1994 1994 889 13-12-1994 01-02-1995
Artikel 26 — Artikel 26 Uitkering bij ontslag of niet-herbenoeming anders dan op eigen aanvraag#
Artikel 26 Uitkering bij ontslag of niet-herbenoeming anders dan op eigen aanvraag 1 De voorzitter heeft ten laste van het waterschap recht op een uitkering bij eervol ontslag of niet-herbenoeming anders dan op eigen aanvraag. 2 Werkloosheidswet Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk De hoogte en de duur van de uitkering ingevolge het eerste lid worden berekend op basis van deen het, met dien verstande dat bij eervol ontslag wegens opheffing van het waterschap de uitkering: a. voor ten minste twee jaar wordt toegekend; b. Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk gedurende het eerste jaar na ontslag 100% en vervolgens 6 maanden 80% van het voor hem geldende dagloon, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van hetbedraagt; c. Besluit bovenwettelijk uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk indien de voorzitter op de dag voorafgaand aan de datum van opheffing 55 jaar of ouder is, gedurende het eerste jaar na het ontslag de uitkering 100%, 6 maanden 80% en vervolgens 75% van het voor hem geldende dagloon, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van het, bedraagt; d. Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid voor de sector Rijk indien de voorzitter op de dag voorafgaand aan de datum van opheffing 58 jaar of ouder is, gedurende het eerste jaar na het ontslag de uitkering 100%, het tweede jaar 90% en vervolgens 75% van het voor hem geldend dagloon, bedoeld in artikel 1, onderdeel f, van hetbedraagt. 3 Werkloosheidswet Het verplichtingen- en sanctieregime van deis van overeenkomstige toepassing. 4 Werkloosheidswet Indien de voorzitter ter zake van het ontslag, bedoeld in het eerste lid, recht heeft op een uitkering ingevolge dewordt de in het eerste lid bedoelde uitkering met die uitkering verminderd. 5 Wet privatisering ABP Het eerste tot en met het vierde lid is niet van toepassing op voorzitters die geen overheidswerknemer in de zin vanzijn. 2004 194 13-05-2004 13-04-2004 2004 194 13-05-2004 13-04-2004 14-05-2004 01-01-2001
Artikel 26a — Artikel 26a Uitkering bij benoeming ander waterschap#
Artikel 26a Uitkering bij benoeming ander waterschap 1 De voorzitter heeft ten laste van het waterschap recht op een aanvulling op de bezoldiging bij eervol ontslag wegens benoeming tot voorzitter van een ander waterschap, indien daaraan een lagere bezoldiging is verbonden. 2 De aanvulling, bedoeld in het eerste lid, bedraagt het verschil tussen de laatstgenoten bezoldiging, aangepast volgens de algemene salariswijzigingen van het personeel in de sector Rijk, en de bezoldiging, verbonden aan de benoeming tot voorzitter van het andere waterschap. 2004 194 13-05-2004 13-04-2004 2004 194 13-05-2004 13-04-2004 14-05-2004 01-01-2001
Artikel 26b — Artikel 26b Uitkering bij ontslag of niet-herbenoeming op eigen aanvraag#
Artikel 26b Uitkering bij ontslag of niet-herbenoeming op eigen aanvraag 1 artikel 8, eerste lid, onderdeel d De voorzitter heeft ten laste van het waterschap recht op een uitkering bij eervol ontslag of niet-herbenoeming op eigen aanvraag als ook bij een eervol ontslag op grond van, indien naar het oordeel van Onze Minister de reden van de aanvraag tot ontslag of niet-herbenoeming dan wel de reden van het ontslag is gelegen in een verstoorde verhouding tussen de voorzitter en het algemeen bestuur. 2 Onze Minister wint ter voorbereiding van zijn oordeel advies in van gedeputeerde staten en hij stelt vervolgens de voorzitter in kennis van zijn voornemen omtrent het oordeel. 3 Werkloosheidswet Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid sector Rijk Werkloosheidswet artikel 24, eerste lid, onderdeel a, van die wet De uitkering ingevolge het eerste lid is gelijk aan het totaalbedrag van de uitkeringen berekend op basis van deen het. Het verplichtingen- en sanctieregime van deis van overeenkomstige toepassing met uitzondering van de verplichting, bedoeld in. 4 Werkloosheidswet Indien de voorzitter ter zake van het ontslag of de niet-herbenoeming, bedoeld in het eerste lid, recht heeft op een uitkering op de grond van dewordt de in het eerste lid bedoelde uitkering met die uitkering verminderd. 5 Wet privatisering ABP Het eerste tot en met het vierde lid is niet van toepassing op voorzitters die geen overheidswerknemer in de zin van dezijn. 2004 194 13-05-2004 13-04-2004 2004 194 13-05-2004 13-04-2004 14-05-2004 01-01-2001
Artikel 27 — Artikel 27 Uitkering bij overlijden#
Artikel 27 Uitkering bij overlijden 1 b artikel 102, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de voorzitter wordt aan de achterblijvende levenspartner ten laste van het waterschap een bedrag uitgekeerd, gelijk aan de bezoldiging waarop de overleden voorzitter op de dag van het overlijden recht had, over een tijdvak van drie maanden, vermeerderd met de vakantietoelage. Op het bedrag, bedoeld in de eerste volzin, wordt in mindering gebracht een uitkering overeenkomstig artikel 53 van de WAO en naar aard en strekking daarmee overeenkomende uitkeringen. Het gestelde inis van overeenkomstige toepassing. 2 Indien de overledene geen levenspartner nalaat, geschiedt de in het eerste lid bedoelde uitkering ten behoeve van de minderjarige wettige kinderen of natuurlijke kinderen, dan wel pleegkinderen. Ontbreken ook deze, dan geschiedt de uitkering, indien de overledene kostwinner was van ouders, meerderjarige kinderen, broers of zusters, ten behoeve van deze betrekkingen. 3 De uitkering wordt als een netto-bedrag aan belanghebbenden uitbetaald. 4 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder levenspartner verstaan de echtgenoot, echtgenote of de geregistreerde partner van de voorzitter dan wel degene met wie de niet gehuwde voorzitter samenwoont en met het oogmerk duurzaam samen te leven – een gemeenschappelijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract, bevattende de wederzijdse rechten en plichten ter zake daarvan. Tegelijkertijd kan slechts één persoon als levenspartner worden aangemerkt. Het dagelijks bestuur van het waterschap kan verlangen dat een schriftelijke verklaring van een notaris wordt overgelegd waaruit blijkt dat een samenlevingscontract als bedoeld in de eerste volzin is gesloten. 2004 194 13-05-2004 13-04-2004 2004 194 13-05-2004 13-04-2004 14-05-2004 01-01-2001
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 1993 627 12-11-1993 1993 693 23-12-1993 23-12-1993 01-01-1994
Artikel 29 — Artikel 29 Overige rechtspositionele onderwerpen#
Artikel 29 Overige rechtspositionele onderwerpen Op de voorzitter zijn van overeenkomstige toepassing de regelingen ten behoeve van de ambtenaren van het waterschap ten aanzien van verplaatsingskosten, reis- en verblijfkosten en vergoeding van telefoonkosten, alsmede andere aangelegenheden de rechtspositie betreffende, voor zover zij niet voor de voorzitter zijn geregeld bij bij wet of bij algemene maatregel van bestuur. 2004 194 13-05-2004 13-04-2004 2004 194 13-05-2004 13-04-2004 14-05-2004 01-01-2001
Artikel 30 — Artikel 30 Algemene termijnenwet#
Artikel 30 Algemene termijnenwet Vervallen 1996 260 21-05-1996 23-04-1996 1996 260 21-05-1996 23-04-1996 22-05-1996 01-01-1996 Werkt terug tot en met 1 januari 1996.
Artikel 31 — Artikel 31 Inwerkingtreding#
Artikel 31 Inwerkingtreding Waterschapswet Dit besluit treedt in werking met ingang van de datum waarop dein werking treedt. 1991 560 17-10-1991 1991 701 12-12-1991 01-01-1992
Artikel 32 — Artikel 32 Citeertitel#
Artikel 32 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als "Rechtspositiebesluit voorzitters waterschappen". 1996 260 21-05-1996 23-04-1996 1996 260 21-05-1996 23-04-1996 22-05-1996 01-01-1996 Werkt terug tot en met 1 januari 1996.