Besluit van 20 december 1991, tot vaststelling van het Uitvoeringsbesluit accijns
- BWB-id
- BWBR0005360
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2025-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005360
- ELI
- /eli/nl/amvb/1992/uitvoeringsbesluit-accijns
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1992/uitvoeringsbesluit-accijns/2025-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005360&g=2025-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005360&z=2026-06-06&g=2025-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005360/2025-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1992/uitvoeringsbesluit-accijns
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikelen 1a, derde lid 2, negende lid 2a, eerste, tweede, derde en vijfde lid 2e, derde lid 5, derde lid 41, eerste lid 42a, tweede lid 50b, eerste lid 50d, tweede lid 50f, zesde lid 50h, derde lid 50i, tweede lid 50j, derde lid 50k, tweede lid 51, tweede lid 56, derde lid 64, eerste lid 64a, eerste lid 65, eerste lid 66, eerste lid 66a, eerste lid 66b, eerste lid 68, eerste lid 69a, eerste lid 70, eerste lid 71, eerste lid 71g, eerste lid 71h, zesde lid 75, zesde en achtste lid 80, eerste lid 82, eerste lid 85, eerste lid 89, eerste lid, van de Wet op de accijns artikel 70 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen Dit besluit geeft uitvoering aan de,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,, enen. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a In dit besluit wordt verstaan onder: – ARC: de unieke administratieve referentiecode die door de inspecteur of de bevoegde autoriteiten van een lidstaat is toegekend aan het e-AD, bedoeld in artikel 20, derde lid, van de Richtlijn; – bericht van ontvangst: het bericht, bedoeld in artikel 24 of artikel 37 van de Richtlijn; – bericht van uitvoer: het bericht, bedoeld in artikel 25 van de Richtlijn; – certificaat van vrijstelling: het document, bedoeld in artikel 12 van de Richtlijn; – e-AD en voorlopig e-AD: het elektronisch administratief document, bedoeld in artikel 20, eerste, tweede en derde lid, van de Richtlijn; – EMCS: het geautomatiseerde systeem, bedoeld in Besluit 2020/263 van het Europees Parlement en de Raad van 15 januari 2020 betreffende geautomatiseerde verwerking van gegevens inzake de overbrenging van en de controle op accijnsgoederen (PbEU 2020, L 58); – e-VAD en voorlopig e-VAD: het vereenvoudigd elektronisch administratief document, bedoeld in artikel 36, eerste en tweede lid, van de Richtlijn; – noodbericht van ontvangst: het bericht van ontvangst voor overbrengingen van accijnsgoederen, bedoeld in artikel 27, eerste lid, of artikel 39 van de Richtlijn; – noodbericht van uitvoer: het bericht van uitvoer voor overbrengingen van accijnsgoederen onder schorsing van accijns, bedoeld in artikel 27, tweede lid, van de Richtlijn; – nooddocument: het nooddocument ten geleide van overbrengingen van accijnsgoederen, bedoeld in artikel 26, eerste lid, onder a, artikel 26, vierde lid, artikel 38, eerste lid, onder a, van de Richtlijn; – Richtlijn: Richtlijn 2020/262 van de Raad van 19 december 2019 houdende een algemene regeling inzake accijns (PbEU 2020, L 58); – VARC: de unieke vereenvoudigde administratieve referentiecode die door de inspecteur of de bevoegde autoriteiten van een lidstaat is toegekend aan het e-VAD, bedoeld in artikel 36, tweede lid, van de Richtlijn; – voorlopig bericht van annulering: het bericht, bedoeld in artikel 20, zesde lid, van de Richtlijn; – voorlopig bericht van bestemmingswijziging: het document, bedoeld in artikel 20, zevende lid, of artikel 36, vijfde lid, van de Richtlijn; – voorlopig bericht van splitsing: het bericht, bedoeld in artikel 23 van de Richtlijn; – wet: Wet op de accijns de. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikel 2a, eerste lid, van de wet Het brengen, bedoeld in, van een accijnsgoed vanuit een accijnsgoederenplaats naar de in artikel 2a, eerste lid, onderdelen a tot en met f, van de wet bedoelde bestemmingen, geschiedt onder dekking van een e-AD. 2 De vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen worden overgebracht dient een voorlopig e-AD in. 3 Indien de gegevens in het voorlopig e-AD niet in orde zijn bevonden, draagt de vergunninghouder zorg voor aanpassing van de gegevens en dient hij het voorlopig e-AD opnieuw in. 4 Indien de gegevens in het voorlopig e-AD in orde zijn bevonden, ontvangt de vergunninghouder de ARC, die aan het e-AD is toegekend. 5 De vergunninghouder verstrekt de persoon die de accijnsgoederen vergezelt een gedrukt exemplaar van het e-AD of een ander handelsdocument waarop de ARC duidelijk herkenbaar is vermeld. 6 Het in het vijfde lid bedoelde document moet op ieder moment van de overbrenging, bedoeld in het eerste lid, aan de inspecteur of aan de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat kunnen worden getoond. 7 artikel 2b, eerste lid, van de wet De vergunninghouder mag het e-AD annuleren zolang de overbrenging nog niet is aangevangen overeenkomstig. Hij dient daartoe een voorlopig bericht van annulering in. 8 artikel 2a, eerste lid, onderdelen a, b, c, d of f, van de wet Tijdens de overbrenging, bedoeld in het eerste lid, kan de vergunninghouder de accijnsgoederen via het EMCS een nieuwe bestemming geven, die een van de inbedoelde bestemmingen moet zijn. Hij dient daartoe een voorlopig bericht van bestemmingswijziging in. 9 Indien de geadresseerde van minerale oliën die onder een accijnsschorsingsregeling over zee of via binnenwaterwegen worden overgebracht, nog niet definitief vaststaat wanneer de vergunninghouder het voorlopig e-AD indient, kan de inspecteur toestaan dat de vergunninghouder de gegevens van de geadresseerde niet invult. 10 artikel 2b, tweede lid, van de wet Zodra de gegevens van de geadresseerde, bedoeld in het negende lid, bekend zijn, maar uiterlijk bij het eindigen van de overbrenging overeenkomstig, zendt de vergunninghouder de gegevens toe aan de inspecteur. Hij dient daartoe een voorlopig bericht van bestemmingswijziging in. 11 artikel 2a, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van de wet Aan de vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats van waaruit minerale oliën onder dekking van een e-AD worden overgebracht naar een van de bestemmingen, bedoeld in, wordt toegestaan dat de desbetreffende overbrenging wordt gesplitst in twee of meer deeltransporten, mits: De vergunninghouder dient daartoe een voorlopig bericht van splitsing in. a. de totale hoeveelheid minerale oliën ongewijzigd blijft; b. de splitsing wordt verricht op het grondgebied van een lidstaat die deze procedure toestaat; c. de bevoegde autoriteiten van laatstgenoemde lidstaat in kennis worden gesteld van de plaats waar de splitsing geschiedt; en d. artikel 2a, eerste lid, onderdelen a, b, c, d of f, van de wet elk deeltransport een van de bestemmingen, bedoeld in, krijgt. 12 Indien een overbrenging van minerale oliën als bedoeld in het negende lid, waarvan de geadresseerde nog niet definitief vaststaat, wordt gesplitst als bedoeld in het elfde lid, kan de inspecteur toestaan dat de vergunninghouder voor een van de deeltransporten de gegevens van de geadresseerde niet invult met inachtneming van hetgeen is bepaald in het tiende lid. 13 artikel 2a, eerste lid, onderdelen d en f, van de wet Indien, in de gevallen, bedoeld in, de goederen het grondgebied van de Unie niet langer verlaten, wordt de afzender hiervan in kennis gesteld. Na ontvangst van de kennisgeving annuleert de afzender het e-AD overeenkomstig het zevende lid, of wijzigt hij de bestemming van de goederen overeenkomstig het achtste lid. 14 artikel 2a, eerste lid, onderdeel a, van de wet artikel 2b, tweede lid, van de wet Bij ontvangst van de accijnsgoederen op de inbedoelde bestemming zendt de geadresseerde, behoudens in ten genoegen van de inspecteur naar behoren gerechtvaardigde gevallen, onverwijld en uiterlijk binnen vijf werkdagen na het eindigen van de overbrenging overeenkomstig, een bericht van ontvangst. 15 Indien de gegevens in het bericht van ontvangst niet in orde zijn bevonden, draagt de geadresseerde zorg voor aanpassing van de gegevens en dient hij het bericht van ontvangst onverwijld opnieuw in. 2023 511 27-12-2023 20-12-2023 2023 511 27-12-2023 20-12-2023 01-01-2024
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a 1 artikel 2a, eerste lid, onderdeel a, van de wet artikel 2, eerste lid Bij het brengen, bedoeld in, van een accijnsgoed vanuit een accijnsgoederenplaats naar een andere accijnsgoederenplaats die voor dat soort accijnsgoed als zodanig is aangewezen, kan het e-AD, bedoeld in, op verzoek achterwege blijven indien: a. zowel de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen worden overgebracht, als de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats waarnaar de accijnsgoederen worden overgebracht, beschikt over een administratie waarin deze overbrengingen afzonderlijk worden bijgehouden en waaruit naar het oordeel van de inspecteur de overbrengingen op overzichtelijke wijze zijn af te lezen; b. gebruik wordt gemaakt van een maandverklaring, waarin de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen worden overgebracht opgave doet van de door hem in een kalendermaand zonder e-AD naar een andere accijnsgoederenplaats overgebrachte accijnsgoederen; en c. de maandverklaring na afloop van een kalendermaand wordt verstrekt aan elke vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats waarnaar in die kalendermaand accijnsgoederen zijn overgebracht. 2 artikelen 43 tot en met 50 van de wet De toestemming voor toepassing van het eerste lid wordt opgenomen in de vergunning voor beide in het eerste lid bedoelde accijnsgoederenplaatsen. Op de toestemming zijn devan overeenkomstige toepassing. 3 De administratie van de in het eerste lid bedoelde vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen worden overgebracht bevat in ieder geval: a. de naam, het adres en het vergunningnummer van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats waarnaar de accijnsgoederen zijn overgebracht; b. de soort, de hoeveelheid en de voor de accijnsheffing van belang zijnde samenstelling van de accijnsgoederen; c. de datum van verzending van de accijnsgoederen; en d. per overbrenging het nummer van de maandverklaring waarin die overbrenging is begrepen. 4 De administratie van de in het eerste lid bedoelde vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats waarnaar de accijnsgoederen worden overgebracht, bevat in ieder geval: a. de naam, het adres en het vergunningnummer van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen zijn overgebracht; b. de soort, de hoeveelheid en de voor de accijnsheffing van belang zijnde samenstelling van de accijnsgoederen; c. de datum van verzending van de accijnsgoederen; d. de datum waarop de accijnsgoederen zijn ontvangen; en e. per overbrenging het nummer van de maandverklaring waarin die overbrenging is begrepen. 5 De vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats waarnaar de accijnsgoederen zijn overgebracht, draagt zorg voor de terugzending van de in het eerste lid bedoelde maandverklaring. 6 De in het eerste lid bedoelde maandverklaring moet binnen één maand na de maand waarop de maandverklaring betrekking heeft zijn terugontvangen door de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen zijn overgebracht, voorzien van een verklaring van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats waarnaar de accijnsgoederen zijn overgebracht, dat de accijnsgoederen hun bestemming hebben bereikt en in de administratie van zijn accijnsgoederenplaats zijn opgenomen. 7 Indien de maandverklaring niet wordt terugontvangen voorzien van de in het zesde lid bedoelde verklaring, stelt de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen zijn overgebracht de inspecteur daarvan onverwijld in kennis, maar uiterlijk binnen één week na afloop van de maand waarin de maandverklaring door hem moet zijn terugontvangen. 8 artikel 34 Bij toepassing van het eerste lid isvan overeenkomstige toepassing. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 2b — Artikel 2b#
Artikel 2b Vervallen 2009 614 29-12-2009 23-12-2009 2009 614 29-12-2009 23-12-2009 01-04-2010 De artikelen II en III van Stb. 2009/614 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2a, tweede lid, van de wet Het brengen, bedoeld in, van een accijnsgoed vanuit een belastingentrepot of door een in een andere lidstaat gevestigde geregistreerde afzender naar de in artikel 2a, tweede lid, onderdelen a tot en met e, van de wet bedoelde bestemmingen, geschiedt onder dekking van een e-AD. 2 De persoon die de accijnsgoederen vergezelt moet op ieder moment van de overbrenging, bedoeld in het eerste lid, aan de inspecteur een gedrukt exemplaar van het e-AD of een ander handelsdocument waarop de ARC duidelijk herkenbaar is vermeld kunnen tonen. 3 artikel 2a, tweede lid, onderdelen a tot en met c, van de wet artikel 2b, tweede lid, van de wet Bij ontvangst van de accijnsgoederen op een van de inbedoelde bestemmingen zendt de geadresseerde, behoudens in ten genoegen van de inspecteur naar behoren gerechtvaardigde gevallen, onverwijld en uiterlijk binnen vijf werkdagen na het eindigen van de overbrenging overeenkomstig, een bericht van ontvangst. 4 Indien de gegevens in het bericht van ontvangst niet in orde zijn bevonden, draagt de geadresseerde zorg voor aanpassing van de gegevens en dient hij het bericht van ontvangst onverwijld opnieuw in. 2023 511 27-12-2023 20-12-2023 2023 511 27-12-2023 20-12-2023 01-01-2024
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 Het brengen, bedoeld in artikel 2a, derde lid, van de wet, van een accijnsgoed door een in Nederland gevestigde geregistreerde afzender van de plaats van invoer naar de in artikel 2a, derde lid, onderdelen a tot en met f, van de wet bedoelde bestemmingen, geschiedt onder dekking van een e-AD. 2 Artikel 2, tweede tot en met zevende lid, negende en tiende lid , is van overeenkomstige toepassing. 3 artikel 2a, derde lid, onderdelen a, b, c, d of f, van de wet Tijdens de overbrenging, bedoeld in het eerste lid, kan de geregistreerde afzender de accijnsgoederen via het EMCS een nieuwe bestemming geven, die een van de inbedoelde bestemmingen moet zijn. Hij dient daartoe een voorlopig bericht van bestemmingswijziging in. 4 artikel 2a, eerste lid, onderdelen a tot en met c, van de wet Aan de geregistreerde afzender die onder dekking van een e-AD minerale oliën van de plaats van invoer overbrengt naar een van de bestemmingen, bedoeld in, wordt toegestaan dat de desbetreffende overbrenging wordt gesplitst in twee of meer deeltransporten, mits: De geregistreerde afzender dient daartoe een voorlopig bericht van splitsing in. a. de totale hoeveelheid minerale oliën ongewijzigd blijft; b. de splitsing wordt verricht op het grondgebied van een lidstaat die deze procedure toestaat; c. de bevoegde autoriteiten van laatstgenoemde lidstaat in kennis worden gesteld van de plaats waar de splitsing geschiedt; en d. artikel 2a, eerste lid, onderdelen a, b, c, d of f, van de wet elk deeltransport een van de bestemmingen, bedoeld in, krijgt. 5 artikel 2, negende lid Indien een overbrenging van minerale oliën als bedoeld in, waarvan de geadresseerde nog niet definitief vaststaat, wordt gesplitst als bedoeld in het vierde lid, kan de inspecteur toestaan dat de geregistreerde afzender voor een van de deeltransporten de gegevens van de geadresseerde niet invult met inachtneming van hetgeen is bepaald in artikel 2, tiende lid. 6 artikel 2a, derde lid, onderdeel a, van de wet artikel 2b, tweede lid, van de wet Bij ontvangst van de accijnsgoederen op de inbedoelde bestemming zendt de geadresseerde, behoudens in ten genoegen van de inspecteur naar behoren gerechtvaardigde gevallen, onverwijld en uiterlijk binnen vijf werkdagen na het eindigen van de overbrenging overeenkomstig, een bericht van ontvangst. 7 Indien de gegevens in het bericht van ontvangst niet in orde zijn bevonden, draagt de geadresseerde zorg voor aanpassing van de gegevens en dient hij het bericht van ontvangst onverwijld opnieuw in. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 3b — Artikel 3b#
Artikel 3b artikel 2a, eerste lid, onderdeel e, tweede lid, onderdeel c, en derde lid, onderdeel e, van de wet artikel 69 van de wet Bij het brengen, bedoeld in, van een accijnsgoed naar een geadresseerde als bedoeld in, gaan de accijnsgoederen vergezeld van een certificaat van vrijstelling. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 3c — Artikel 3c#
Artikel 3c 1 artikel 2 3a In afwijking vanenkan de in artikel 2, eerste lid, bedoelde vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats onderscheidenlijk de in artikel 3a, eerste lid, bedoelde geregistreerde afzender, hierna de afzender genoemd, wanneer het EMCS niet beschikbaar is in Nederland, een overbrenging van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling aanvangen op voorwaarde dat: a. de accijnsgoederen vergezeld gaan van het nooddocument; b. hij de inspecteur informeert voordat de overbrenging aanvangt; en c. hij vóór de aanvang van de overbrenging een kopie van het in onderdeel a bedoelde document op verzoek overlegt aan de inspecteur. 2 Indien het EMCS niet beschikbaar was om aan de afzender toe te schrijven redenen, worden die redenen afdoend vermeld. 3 artikel 2, tweede lid artikel 3a, tweede lid Wanneer het EMCS opnieuw beschikbaar komt, dient de afzender een voorlopig e-AD in overeenkomstig, onderscheidenlijk. 4 artikel 2, vierde lid artikel 3a, tweede lid Zodra de gegevens in het voorlopig e-AD overeenkomstig, onderscheidenlijk, in orde bevonden zijn, vervangt dit document het document, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. 5 Zolang de gegevens in het e-AD niet in orde zijn bevonden, wordt de overbrenging geacht plaats te vinden onder een accijnsschorsingsregeling onder dekking van het document, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a. 6 Een kopie van het document, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt door de afzender ter staving van zijn administratie bewaard. 7 artikel 2, achtste lid artikel 3a, derde lid Indien het EMCS niet beschikbaar is in Nederland, verstrekt de afzender de in, onderscheidenlijk, bedoelde informatie met behulp van andere communicatiemiddelen. Hij informeert daartoe de inspecteur voordat de bestemming van de overbrenging wordt gewijzigd. De informatie wordt weergegeven in de vorm van gegevenselementen, die op dezelfde wijze als in het voorlopig bericht van bestemmingswijziging, worden uitgedrukt. Het derde tot en met zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing. 8 artikel 2, elfde lid artikel 3a, vierde lid Indien het EMCS niet beschikbaar is in Nederland, verstrekt de afzender de in, onderscheidenlijk, bedoelde informatie met behulp van andere communicatiemiddelen. Hij informeert daartoe de inspecteur voordat de overbrenging wordt gesplitst. De informatie wordt weergegeven in de vorm van gegevenselementen, die op dezelfde wijze als in het voorlopig bericht van splitsing worden uitgedrukt. Het derde tot en met zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing. 9 artikel 2a, eerste lid, onderdelen d en f, van de wet In de gevallen, bedoeld in, verstrekt de afzender een kopie van het nooddocument, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, aan de aangever. 2023 511 27-12-2023 20-12-2023 2023 511 27-12-2023 20-12-2023 01-01-2024
Artikel 3d — Artikel 3d#
Artikel 3d 1 artikelen 2, veertiende lid 3, derde lid 3a, zesde lid Indien, in de in de,, en, bedoelde gevallen, het in die bepalingen bedoelde bericht van ontvangst bij het eindigen van de overbrenging niet binnen de in die bepalingen vastgestelde termijn kan worden ingediend, hetzij omdat het EMCS niet beschikbaar is in Nederland, hetzij omdat de in die bepalingen bedoelde geadresseerde het e-AD nog niet heeft ontvangen als gevolg van het niet beschikbaar zijn van het EMCS in de lidstaat van verzending, dient de geadresseerde, behoudens in naar behoren gerechtvaardigde gevallen, bij de inspecteur een noodbericht van ontvangst in waarin wordt verklaard dat de overbrenging is geëindigd. 2 artikel 2, veertiende lid 3, derde lid 3a, zesde lid Zodra het EMCS in Nederland weer beschikbaar komt of de in het eerste lid bedoelde geadresseerde het e-AD heeft ontvangen, dient de geadresseerde onverwijld een bericht van ontvangst in overeenkomstig onderscheidenlijk,, en. De artikelen 2, vijftiende lid, 3, vierde lid, en 3a, zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing. 2023 511 27-12-2023 20-12-2023 2023 511 27-12-2023 20-12-2023 01-01-2024
Artikel 3e — Artikel 3e#
Artikel 3e 1 artikel 2a, tweede lid, onderdelen d en e, van de wet Indien, in de gevallen, bedoeld in, het EMCS niet beschikbaar is in de lidstaat van verzending, ontvangt de aangever van de afzender een kopie van het nooddocument. 2 De aangever verstrekt aan de inspecteur een kopie van het document, bedoeld in het eerste lid, waarvan de inhoud overeenkomt met de in de uitvoeraangifte opgegeven accijnsgoederen of de ARC van dat document. 2023 511 27-12-2023 20-12-2023 2023 511 27-12-2023 20-12-2023 01-01-2024
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 2a, vijfde lid, van de wet De vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats of de in Nederland gevestigde geregistreerde geadresseerde kan verzoeken om toestemming tot het toepassen van rechtstreekse aflevering, bedoeld in. 2 artikelen 43 tot en met 46 48 tot en met 50 van de wet De toestemming, bedoeld in het eerste lid, wordt opgenomen in de vergunning van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats of van de in Nederland gevestigde geregistreerde geadresseerde. Op de toestemming zijn deenvan overeenkomstige toepassing. 3 De toestemming, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend onder de hierna genoemde voorwaarden en beperkingen: a. de toestemming is alleen van toepassing op de accijnsgoederen die in de vergunning zijn vermeld; b. Wet op de omzetbelasting 1968 de afnemer aan wie rechtstreeks wordt afgeleverd is een ondernemer in de zin van deen treedt niet op in de hoedanigheid van een vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats of een geregistreerde geadresseerde; c. alle accijnsgoederen die op het e-AD zijn vermeld, worden rechtstreeks afgeleverd op de plaats van rechtstreekse aflevering; d. de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats of de geregistreerde geadresseerde zorgt ervoor dat hij wordt geïnformeerd over de datum waarop de accijnsgoederen zijn ontvangen op de plaats van rechtstreekse aflevering. Deze datum wordt op de commerciële bescheiden, behorende bij de fysieke aflevering, vermeld; e. de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats of de geregistreerde geadresseerde blijft verantwoordelijk voor de indiening van het bericht van ontvangst. Hij vermeldt daarin de datum waarop de accijnsgoederen zijn ontvangen op de plaats van rechtstreekse aflevering; f. de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats of de geregistreerde geadresseerde neemt de hoeveelheid accijnsgoederen die door de afnemer is ontvangen op de plaats van rechtstreekse aflevering in zijn administratie op als ontvangen en tot verbruik uitgeslagen hoeveelheid; g. de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats of de geregistreerde geadresseerde richt zijn administratie zodanig in dat daarin op overzichtelijke wijze alle gegevens zijn opgenomen omtrent de rechtstreekse afleveringen; h. iedere wijziging die zich na het verlenen van de toestemming voordoet, wordt schriftelijk gemeld aan de inspecteur die de toestemming voor rechtstreekse aflevering heeft verleend; i. bij gebleken misbruik of indien aan één of meer van deze voorwaarden niet wordt voldaan wordt de verleende toestemming ingetrokken. 4 De toestemming, bedoeld in het eerste lid, wordt niet verleend: a. artikel 42a van de wet aan een vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats als bedoeld in; b. artikel 40, eerste lid, onderdeel b, van de wet aan een vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats, waar accijnsgoederen worden geproduceerd of verwerkt, indien de hoeveelheid accijnsgoederen die gemiddeld over een jaar voorhanden is niet meer bedraagt dan de op grond van, bij ministeriële regeling per soort accijnsgoed vastgestelde hoeveelheid; c. artikel 50a, derde lid, van de wet aan een geregistreerde geadresseerde als bedoeld in. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 artikel 3d artikel 2a, eerste, tweede en derde lid, van de wet artikel 2b, tweede lid, van de wet Niettegenstaandevormt in de gevallen, bedoeld in, het bericht van ontvangst of het bericht van uitvoer het bewijs dat een overbrenging overeenkomstigis geëindigd. 2 artikel 3d In afwijking van het eerste lid kan, bij gebreke van een bericht van ontvangst of een bericht van uitvoer om andere dan de invermelde redenen, voor het eindigen van de overbrenging van accijnsgoederen onder een accijnsschorsingsregeling een alternatief bewijs worden verstrekt. 3 artikel 2a, eerste lid, onderdelen a, b, c en e, en derde lid, onderdelen a, b, c en e, van de wet Het alternatief bewijs kan in de gevallen, bedoeld in, een opgestelde aftekening van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van bestemming zijn dat de verzonden accijnsgoederen de opgegeven bestemming hebben bereikt. 4 artikel 2a, eerste lid, onderdelen d en f, tweede lid, onderdelen d en e, en derde lid, onderdelen d en f, van de wet Het alternatief bewijs kan in de gevallen, bedoeld in, een aftekening zijn van de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar het douanekantoor van uitgang is gelegen, ter bevestiging dat de accijnsgoederen het grondgebied van de Unie hebben verlaten of onder de regeling extern douanevervoer zijn geplaatst, of een door de inspecteur bepaalde combinatie van: a. een pakbon; b. een document ondertekend of gewaarmerkt door de marktdeelnemer die de goederen buiten het douanegebied van de Unie heeft gebracht ter bevestiging van het uitgaan van de goederen; c. een document waarin de douaneautoriteit van een lidstaat of een derde land de levering bevestigt overeenkomstig de voor dat certificaat in die staat of dat land toepasselijke voorschriften en procedures; d. door de marktdeelnemer bijgehouden administratie waaruit de levering van goederen aan schepen, luchtvaartuigen of offshore installaties blijkt; e. andere bewijsstukken. 5 Voor de toepassing van het derde lid geldt het nooddocument als afdoend bewijs. 2023 511 27-12-2023 20-12-2023 2023 511 27-12-2023 20-12-2023 01-01-2024
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikelen 2, eerste lid 3, eerste lid In afwijking van de, en, behoeft het door middel van een pijpleiding brengen van minerale oliën vanuit een accijnsgoederenplaats naar een belastingentrepot, alsmede het door middel van een pijpleiding brengen van minerale oliën vanuit een belastingentrepot naar een accijnsgoederenplaats niet te worden aangetoond met een e-AD. 2 Van het brengen, bedoeld in het eerste lid, wordt door de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats maandelijks een opgaaf verstrekt aan de inspecteur. 2009 614 29-12-2009 23-12-2009 2009 614 29-12-2009 23-12-2009 01-04-2010 De artikelen II en III van Stb. 2009/614 bevatten overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De overbrenging van reeds tot verbruik uitgeslagen accijnsgoederen vanuit Nederland naar een andere lidstaat geschiedt onder dekking van een e-VAD. 2 De gecertificeerde afzender dient een voorlopig e-VAD in via het EMCS. 3 Indien de gegevens in het voorlopig e-VAD niet in orde zijn bevonden door de inspecteur, draagt de gecertificeerde afzender zorg voor aanpassing van de gegevens en dient hij het voorlopig e-VAD opnieuw in. 4 Indien de gegevens in het voorlopig e-VAD in orde zijn bevonden door de inspecteur, ontvangt de gecertificeerde afzender de VARC die aan het e-VAD is toegekend. 5 De gecertificeerde afzender verstrekt de persoon die de accijnsgoederen vergezelt de VARC. 6 De persoon die de accijnsgoederen vergezelt toont desgevraagd de VARC op ieder moment van de overbrenging aan de inspecteur of de bevoegde autoriteiten van een andere lidstaat. 7 Tijdens de overbrenging kan de gecertificeerde afzender via het EMCS de bestemming veranderen in een andere, door dezelfde gecertificeerde geadresseerde beheerde plaats van bestemming in dezelfde lidstaat of veranderen in de plaats van verzending. De gecertificeerde afzender dient daartoe een voorlopig bericht van bestemmingswijziging in bij de inspecteur. 8 De gecertificeerde afzender ontvangt van de inspecteur een afschrift van het bericht van ontvangst. 9 Het afschrift van het bericht van ontvangst geldt als afdoende bewijs dat de gecertificeerde geadresseerde alle noodzakelijke formaliteiten heeft vervuld en de verschuldigde accijns aan de lidstaat van bestemming heeft betaald, tenzij de accijnsgoederen zijn vrijgesteld van accijns. 10 artikel 5, vierde lid, van de wet Het eerste tot en met negende lid zijn niet van toepassing op het vervoer van andere minerale oliën dan bedoeld in. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 6a — Artikel 6a#
Artikel 6a 1 artikel 2e, eerste lid, van de wet De overbrenging, bedoeld in, van reeds tot verbruik uitgeslagen accijnsgoederen vanuit een andere lidstaat naar Nederland geschiedt onder dekking van een e-VAD. 2 De persoon die de accijnsgoederen vergezelt toont desgevraagd de VARC op ieder moment van de overbrenging aan de inspecteur. 3 artikel 2e, zevende lid, van de wet Bij ontvangst van de accijnsgoederen op de in het EMCS vastgelegde plaats van bestemming in Nederland zendt de gecertificeerde geadresseerde onverwijld en uiterlijk binnen vijf werkdagen na het eindigen van de overbrenging, bedoeld in, een bericht van ontvangst via het EMCS aan de inspecteur. Het zenden van een bericht van ontvangst is niet nodig in ten genoegen van de inspecteur naar behoren gerechtvaardigde gevallen. 4 Indien de gegevens in het bericht van ontvangst door de inspecteur niet in orde zijn bevonden, draagt de gecertificeerde geadresseerde zorg voor aanpassing van de gegevens en dient hij het bericht van ontvangst onverwijld opnieuw in. 5 Indien de gegevens in het bericht van ontvangst door de inspecteur in orde zijn bevonden, ontvangt de gecertificeerde geadresseerde een bevestiging van de registratie van het bericht van ontvangst. 6 Het in orde bevonden bericht van ontvangst geldt als afdoende bewijs dat de gecertificeerde geadresseerde alle noodzakelijke formaliteiten heeft vervuld en de verschuldigde accijns in Nederland op aangifte heeft voldaan, tenzij de accijnsgoederen zijn vrijgesteld van accijns. 7 artikel 5, vierde lid, van de wet Het eerste tot en met zesde lid zijn niet van toepassing op het vervoer van andere minerale oliën dan bedoeld in. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 6aa — Artikel 6aa#
Artikel 6aa 1 artikelen 6 6a 6b 6ba 6bb De overbrenging van in Nederland reeds tot verbruik uitgeslagen accijnsgoederen via het grondgebied van een andere lidstaat naar een bestemming in Nederland vindt plaats onder dekking van een e-VAD. De,,,enzijn van overeenkomstige toepassing. 2 De overbrenging van accijnsgoederen die in een andere lidstaat tot verbruik zijn uitgeslagen en waarvan in Nederland de accijns niet is geheven via het grondgebied van Nederland naar een bestemming in die andere lidstaat, vindt plaats onder dekking van een e-VAD. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 6b — Artikel 6b#
Artikel 6b 1 Indien het EMCS niet beschikbaar is in de lidstaat van verzending, worden de accijnsgoederen vergezeld van het nooddocument met dezelfde gegevens als het voorlopige e-VAD. 2 De persoon die de accijnsgoederen vergezelt toont desgevraagd het nooddocument op ieder moment van de overbrenging aan de inspecteur. 3 artikel 6 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid en indien het EMCS niet beschikbaar is in Nederland, kan de gecertificeerde afzender een overbrenging van accijnsgoederen aanvangen in afwijking vanop voorwaarde dat hij: a. indien het EMCS niet beschikbaar is om aan hem toe te schrijven redenen, die redenen afdoend vermeld; b. de inspecteur informeert voordat de overbrenging aanvangt; en c. vóór aanvang van de overbrenging een kopie van het nooddocument op verzoek overlegt aan de inspecteur. 4 Zodra het EMCS bij de gecertificeerde afzender opnieuw beschikbaar komt, dient hij een voorlopig e-VAD in via het EMCS. 5 artikel 6, vierde lid Zodra de gegevens in het voorlopig e-VAD in orde bevonden zijn overeenkomstig, vervangt het voorlopig e-VAD het nooddocument. 6 Zolang de gegevens in het voorlopig e-VAD niet in orde zijn bevonden, wordt de overbrenging geacht plaats te vinden onder dekking van het nooddocument. 7 De gecertificeerde afzender bewaart een kopie van het nooddocument ter staving van zijn administratie. 8 artikel 6, zevende lid Indien het EMCS niet beschikbaar is bij de gecertificeerde afzender, verstrekt hij de informatie, bedoeld in, met behulp van andere communicatiemiddelen. Hij informeert daartoe de inspecteur voordat de overbrenging aanvangt in de vorm van gegevenselementen die worden uitgedrukt op dezelfde wijze als in het voorlopig bericht van bestemmingswijziging. Het vierde tot en met zevende lid zijn hierop van overeenkomstige toepassing. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 6ba — Artikel 6ba#
Artikel 6ba 1 artikel 6a, derde lid Indien de gecertificeerde geadresseerde het bericht van ontvangst niet kan indienen overeenkomstig, omdat het EMCS niet beschikbaar is in Nederland of hij het e-VAD nog niet heeft ontvangen omdat het EMCS niet beschikbaar is in de lidstaat van verzending, zendt hij de inspecteur een noodbericht van ontvangst waarin hij verklaart dat de overbrenging is geëindigd. Het zenden van een bericht van ontvangst is niet nodig in naar behoren gerechtvaardigde gevallen. 2 artikel 6a, derde lid Zodra het EMCS in Nederland weer beschikbaar komt of de gecertificeerde geadresseerde het e-VAD heeft ontvangen, zendt hij onverwijld een bericht van ontvangst overeenkomstig. Artikel 6a, vierde lid, is van overeenkomstige toepassing. 3 Indien Nederland de lidstaat van verzending is, ontvangt de gecertificeerde afzender van de inspecteur een afschrift van het bericht van ontvangst wanneer de gecertificeerde geadresseerde in een andere lidstaat het bericht van ontvangst alsnog via het EMCS heeft ingediend. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 6bb — Artikel 6bb#
Artikel 6bb 1 artikel 6ba, eerste lid Onverminderd het bepaalde in, vormt het vereiste bericht van ontvangst, het bewijs dat de accijnsgoederen aan de gecertificeerde geadresseerde zijn geleverd. 2 artikel 6ba, eerste lid Bij gebreke van een bericht van ontvangst om andere dan de in, genoemde redenen, kan de inspecteur in afwijking van het eerste lid een alternatief bewijs van de levering van de accijnsgoederen verstrekken door middel van een aftekening van een alternatief document op basis van afdoende bewijs dat de goederen de bestemming hebben bereikt. 3 Het alternatief document bevat ten minste de gegevens van het noodbericht van ontvangst. 4 Indien de aftekening is aanvaard door de lidstaat van verzending, geldt dit als afdoende bewijs dat de gecertificeerde geadresseerde alle noodzakelijke formaliteiten heeft vervuld en verschuldigde accijns in de lidstaat van bestemming heeft betaald. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 6c — Artikel 6c#
Artikel 6c 1 artikel 2, negende lid, van de wet Het verbruik, bedoeld in, van minerale oliën als brandstof voor het produceren of verwerken van minerale oliën, dient te blijken uit de administratie. 2 Als verbruik als brandstof voor het produceren of verwerken van minerale oliën wordt aangemerkt het verbruik voor de energielevering aan bijeenbehorende productie-installaties waar, anders dan door vermenging, ten minste 30 percent van de geproduceerde of verwerkte producten minerale oliën zijn. 3 De als brandstof voor de energielevering ingezette minerale oliën kunnen bij voorrang worden toegerekend aan de energie-afname van de in het tweede lid bedoelde bijeenbehorende productie-installaties. 4 Voor de toerekening bij voorrang wordt uitgegaan van een energiebalans per maand per productielocatie. Een productielocatie kan zowel de minerale oliën afdeling als de petrochemische afdeling omvatten. 5 In de energiebalans worden opgenomen de binnen de productielocatie opgewekte hoeveelheid energie en de hoeveelheid en de soort van de daartoe aangewende brandstoffen, alsmede de hoeveelheid afgegeven energie en alle productie-eenheden waaraan de energie is afgegeven, onderscheiden in die waarin in enigszins betekenende mate minerale oliën worden geproduceerd of verwerkt en andere productie-eenheden. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 De ontheffing, bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel a, van de wet, vindt uitsluitend toepassing indien uit de administratie van degene die de accijnsgoederen produceert of verwerkt uit andere accijnsgoederen blijkt dat het accijnsbedrag dat eerstbedoelde accijnsgoederen vertegenwoordigen niet hoger is dan het accijnsbedrag dat de accijnsgoederen vertegenwoordigen waaruit zij zijn geproduceerd of verwerkt en dat de accijns voor deze laatstbedoelde goederen is betaald. 2 De ontheffing, bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel b, van de wet, vindt uitsluitend toepassing indien degene die de accijnsgoederen produceert of verwerkt in het bezit is van een vergunning als bedoeld in artikel 65, derde lid, van de wet, die ziet op de productie of verwerking van accijnsgoederen als bedoeld in artikel 65, eerste lid, onderdeel a, van de wet. 3 De ontheffing, bedoeld in artikel 5, derde lid, onderdeel c, van de wet, vindt uitsluitend toepassing indien de thuis geproduceerde accijnsgoederen worden verbruikt door de producent, zijn huisgenoten of zijn gasten. 4 artikel 5, derde lid, onderdeel d, van de wet artikel 5, derde lid, onderdeel d, van de wet De ontheffing, bedoeld in, vindt uitsluitend toepassing indien uit de administratie van degene die de minerale oliën produceert, verwerkt of voor commerciële doeleinden voorhanden of in opslag heeft blijkt dat het minerale oliën betreft bedoeld in. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats moet: a. de administratieve organisatie van de accijnsgoederenplaats zodanig doen zijn dat zij een juiste en volledige vastlegging van de bedrijfshandelingen waarborgt; en b. de administratie van de accijnsgoederenplaats zodanig doen zijn dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens omtrent alle voor de heffing van de accijns van belang zijnde bedrijfshandelingen zijn opgenomen. 2 De administratie van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats dient in ieder geval te bevatten de regelmatige aantekening van: a. de uitgeslagen accijnsgoederen en de daarvoor uitgereikte facturen; b. artikel 2a de voorlopige e-AD’s, e-AD’s, voorlopige berichten van annulering en bestemmingswijziging, berichten van ontvangst en uitvoer, nooddocumenten en noodberichten van ontvangst en van uitvoer of, indientoepassing vindt, de overgebrachte accijnsgoederen met de daarbij behorende gegevens en de daarvoor uitgereikte facturen; c. de in Nederland geleverde accijnsgoederen en de uit Nederland betrokken accijnsgoederen; d. de naar een andere lidstaat overgebrachte accijnsgoederen en de uit een andere lidstaat betrokken accijnsgoederen; en e. de naar een derde land overgebrachte accijnsgoederen en de uit een derde land betrokken accijnsgoederen. 3 Met betrekking tot accijnsgoederenplaatsen waar accijnsgoederen worden geproduceerd of verwerkt, dient de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde administratie tevens de voor de heffing van de accijns van belang zijnde gegevens te bevatten omtrent de inkoop van grondstoffen en van halffabrikaten, alsmede omtrent de productie of verwerking van halffabrikaten en van eindproducten. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a artikel 8, tweede lid artikel 42a, eerste lid, onderdeel c, van de wet Onverminderd, moet de administratie van de vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats als bedoeld inin ieder geval bevatten de regelmatige aantekening van: a. artikel 66 van de wet de minerale oliën die aan boord van schepen zijn afgeleverd in het kader van de bevoorrading van schepen, bedoeld in; b. artikel 19 de voor de afleveringen, bedoeld in onderdeel a, uitgereikte facturen alsmede de ter zake van die afleveringen opgemaakte en terugontvangen verklaringen, bedoeld in; en c. artikel 19 de ontvangen hoeveelheden minerale oliën volgens de berichten van ontvangst en noodberichten van ontvangst en van uitvoer en de afgeleverde hoeveelheden minerale oliën volgens de verklaringen, bedoeld in, op zodanige wijze dat aan de hand van deze berichten en verklaringen het verband tussen de ontvangen en afgeleverde hoeveelheden kan worden vastgesteld. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 8, eerste lid Indien degene die om een vergunning voor een accijnsgoederenplaats verzoekt naar het oordeel van de inspecteur niet volledig kan voldoen aan het bepaalde in, stelt de inspecteur voorwaarden met betrekking tot de locatie en de inrichting van de accijnsgoederenplaats, alsmede met betrekking tot het stelsel van toezicht. 2 De in het eerste lid bedoelde inrichting van een accijnsgoederenplaats heeft mede betrekking op de daar aanwezige productie-, transport- en opslaginstallaties. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a 1 De geregistreerde geadresseerde moet de administratie van zijn bedrijf zodanig doen zijn dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de heffing van de accijns van belang zijnde gegevens zijn opgenomen. 2 De administratie van de geregistreerde geadresseerde dient in ieder geval te bevatten de regelmatige aantekening van: a. de ontvangen accijnsgoederen en de daarbij behorende facturen; en b. artikel 3 de documenten en berichten als bedoeld in. 2009 614 29-12-2009 23-12-2009 2009 614 29-12-2009 23-12-2009 01-04-2010 Artikel II van Stb. 2009/614 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 9b — Artikel 9b#
Artikel 9b Vervallen 2009 614 29-12-2009 23-12-2009 2009 614 29-12-2009 23-12-2009 01-04-2010 Artikel II van Stb. 2009/614 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 9c — Artikel 9c#
Artikel 9c 1 De geregistreerde afzender moet de administratie van zijn bedrijf zodanig doen zijn dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de heffing van de accijns van belang zijnde gegevens zijn opgenomen. 2 De administratie van de geregistreerde afzender dient in ieder geval te bevatten de regelmatige aantekening van: a. artikel 2a, derde lid, onderdelen a tot en met f, van de wet de accijnsgoederen die door hem zijn overgebracht naar de inbedoelde bestemmingen; b. artikel 3a de documenten en berichten, bedoeld in. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 9ca — Artikel 9ca#
Artikel 9ca 1 De gecertificeerde geadresseerde moet de administratie van zijn bedrijf zodanig doen zijn dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de heffing van de accijns van belang zijnde gegevens zijn opgenomen. 2 De administratie van de gecertificeerde geadresseerde dient in ieder geval te bevatten de regelmatige aantekening van: a. de ontvangen accijnsgoederen en de daarbij behorende facturen; b. artikelen 6a 6aa, eerste lid de documenten en berichten, bedoeld in deen; en c. het bewijs dat voor de ontvangen accijnsgoederen accijns op aangifte is voldaan behalve als de accijnsgoederen zijn vrijgesteld van accijns. 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats of de geregistreerde geadresseerde die optreedt als gecertificeerde geadresseerde. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 9cb — Artikel 9cb#
Artikel 9cb 1 De gecertificeerde afzender moet de administratie van zijn bedrijf zodanig doen zijn dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de heffing van de accijns van belang zijnde gegevens zijn opgenomen. 2 De administratie van de gecertificeerde afzender dient in ieder geval te bevatten de regelmatige aantekening van: a. de verzonden accijnsgoederen en de daarbij behorende facturen; en b. artikelen 6 6aa, eerste lid de documenten en berichten, bedoeld in deen. 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats of de geregistreerde afzender die optreedt als gecertificeerde afzender. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 9d — Artikel 9d#
Artikel 9d 1 artikel 50f, eerste lid, van de wet De fiscaal vertegenwoordiger, bedoeld in, moet de administratie van zijn bedrijf zodanig doen zijn dat daarin op overzichtelijke wijze alle voor de heffing van de accijns van belang zijnde gegevens zijn opgenomen. 2 De administratie van de fiscaal vertegenwoordiger dient in ieder geval te bevatten de regelmatige aantekening van: a. artikel 2f van de wet de accijnsgoederen die door zijn opdrachtgever zijn geleverd in de zin vanen waarvoor de accijns door hem dient te worden voldaan; en b. de door hem aan zijn opdrachtgever uitgereikte facturen. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 9da — Artikel 9da#
Artikel 9da 1 artikel 50f, eerste lid, van de wet De afzender, bedoeld in, die geen fiscaal vertegenwoordiger aanstelt, neemt in zijn melding bij de inspecteur in ieder geval het volgende op: a. zijn contactgegevens; b. de soort en hoeveelheid in Nederland te leveren accijnsgoederen en kopieën van de daarvoor uitgereikte facturen. 2 Bij ministeriële regeling kan worden bepaald waar de afzender zich moet melden. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 9e — Artikel 9e#
Artikel 9e 1 Degene aan wie toestemming is verleend om accijnszegels aan te vragen moet per toestemming een zegeladministratie voeren. 2 Indien de toestemming tot het aanvragen van accijnszegels door de inspecteur wordt ingetrokken, moet degene die de accijnszegels heeft aangevraagd de bij hem aanwezige voorraden accijnszegels, die nog niet op tabaksproducten zijn aangebracht, onverwijld aan de inspecteur zenden. 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 01-06-2012
Artikel 9f — Artikel 9f#
Artikel 9f 1 artikel 75, eerste lid, onderdelen c en d, van de wet In de inbedoelde gevallen kunnen tabaksproducten worden uitgeslagen tot verbruik door een ander dan degene die de accijnszegels heeft aangevraagd. 2 Degene die de accijnszegels heeft aangevraagd neemt in zijn zegeladministratie alle bescheiden op waaruit blijkt dat de accijns ter zake van de in het eerste lid bedoelde uitslag tot verbruik is voldaan. 2012 694 28-12-2012 20-12-2012 2012 694 28-12-2012 20-12-2012 01-07-2013
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 51, tweede lid, van de wet Het bepaalde invindt uitsluitend toepassing met betrekking tot minerale oliën die zijn uitgeslagen uit een accijnsgoederenplaats op basis van een schriftelijke opdracht van een vergunninghouder van een andere accijnsgoederenplaats voor minerale oliën. 2 De vergunninghouder in wiens opdracht de uitslag heeft plaatsgevonden maakt in zijn administratie aantekening van de accijnsgoederenplaats waaruit de uitslag heeft plaatsgevonden, van de naam van de vergunninghouder van de desbetreffende accijnsgoederenplaats en van het nummer van de vergunning van die vergunninghouder. 3 De vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats waaruit minerale oliën zijn uitgeslagen maakt in zijn administratie aantekening van die uitslag, van de naam van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats in wiens opdracht de accijnsgoederen zijn uitgeslagen en van het nummer van de vergunning van die vergunninghouder. 2008 245 30-06-2008 28-06-2008 2008 245 30-06-2008 28-06-2008 01-07-2008
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 1992 712 24-12-1992 1992 712 24-12-1992 01-01-1993
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 64a, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de wet Vrijstelling van accijns als bedoeld inter zake van de uitslag tot verbruik van overige alcoholhoudende producten die kennelijk niet zijn bestemd voor inwendig gebruik door de mens wordt verleend voor producten die zijn vermengd met bij ministeriële regeling aangewezen stoffen tot de daarbij te bepalen hoeveelheden. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 1992 712 24-12-1992 1992 712 24-12-1992 01-01-1993
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 1992 712 24-12-1992 1992 712 24-12-1992 01-01-1993
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 64, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de wet Vrijstelling van accijns als bedoeld inwordt verleend ter zake van de uitslag tot verbruik van minerale oliën, andere dan minerale oliën van de GN-codes 3811 11 10, 3811 11 90, 3811 19 00 en 3811 90 00, die kennelijk niet zijn bestemd te worden gebruikt als brandstof voor verwarming, als motorbrandstof of als grondstof indien de verkoopprijs exclusief accijns en omzetbelasting van de desbetreffende minerale olie hoger is dan de verkoopprijs inclusief accijns en omzetbelasting van de gelijkwaardige soort minerale olie die wordt gebruikt als brandstof. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 15a — Artikel 15a#
Artikel 15a 1 artikel 64, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de wet Vrijstelling van accijns als bedoeld inter zake van de uitslag tot verbruik van minerale oliën die in hoogovens met het oog op chemische reductie worden ingespoten als toevoeging aan de steenkool, die wordt gebruikt als voornaamste brandstof, wordt verleend, indien degene die de minerale oliën betrekt in het bezit is van een vergunning van de inspecteur waaruit blijkt dat hij de desbetreffende goederen met vrijstelling mag betrekken met inachtneming van de in het tweede lid opgenomen voorwaarden. 2 In de in het eerste lid bedoelde vergunning kunnen nadere technische en administratieve voorwaarden worden gesteld ter vaststelling van de betrokken hoeveelheid minerale oliën ter zake waarvan vrijstelling wordt gevraagd. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 1992 712 24-12-1992 1992 712 24-12-1992 01-01-1993
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 64, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de wet Vrijstelling van accijns als bedoeld inter zake van de uitslag tot verbruik van sigaretten en rooktabak die geheel uit andere stoffen dan tabak bestaan en die uitsluitend zijn bestemd om te worden gebruikt voor medicinale doeleinden wordt verleend indien de samenstelling van de sigaretten en de rooktabak en de bestemming ervan blijken uit de kleinhandelsverpakking en de presentatie van het product. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 65, derde lid, van de wet Om de inbedoelde vergunning te kunnen verkrijgen dient de administratie van degene die om de vergunning verzoekt zodanig te zijn ingericht dat daarin op overzichtelijke wijze de gegevens omtrent alle voor de vrijstelling van accijns van belang zijnde bedrijfshandelingen zijn opgenomen. Daarin moeten in ieder geval de gegevens zijn opgenomen omtrent de betrokken accijnsgoederen en omtrent de daarvan geproduceerde of verwerkte accijnsgoederen en niet-accijnsgoederen, dan wel omtrent het gebruik van de desbetreffende accijnsgoederen. 2 artikel 65, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de wet artikelen 12 15 17 Voor accijnsgoederen als bedoeld inzijn de,envan overeenkomstige toepassing op de door degene die de goederen met vrijstelling betrekt geproduceerde of verwerkte accijnsgoederen. 3 artikelen 56, zesde tot en met negende lid 57 tot en met 60, van de wet Degene die de accijnsgoederen met vrijstelling betrekt dient zekerheid te stellen voor de accijns die hij verschuldigd kan worden. De, enzijn van overeenkomstige toepassing. 4 artikel 65, eerste lid, van de wet Onverminderd de in het eerste tot en met derde lid bedoelde voorwaarden wordt de vrijstelling, bedoeld in, verleend indien: a. artikel 65, eerste lid, onderdelen a en b, van de wet degene die de accijnsgoederen met vrijstelling betrekt verklaart dat de aan hem te leveren accijnsgoederen worden gebruikt voor het inbedoelde gebruik; b. de verklaring in tweevoud geschiedt met gebruikmaking van een bescheid opgesteld door: – de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats in geval van uitslag uit de accijnsgoederenplaats; – de geregistreerde geadresseerde ter zake van de door hem ontvangen accijnsgoederen; – de gecertificeerde geadresseerde ter zake van door hem ontvangen accijnsgoederen in geval van overbrenging naar Nederland; of – degene die de levering verricht in geval van invoer; c. degene die de accijnsgoederen met vrijstelling betrekt beide exemplaren van de verklaring ondertekent; d. een exemplaar op overzichtelijke wijze is opgenomen in de administratie van: – de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats in geval van uitslag uit de accijnsgoederenplaats; – de geregistreerde geadresseerde ter zake van de door hem ontvangen accijnsgoederen; of – degene die de aangifte doet tot plaatsing onder de douaneregeling in het vrije verkeer brengen, in geval van invoer; en e. het andere exemplaar op overzichtelijke wijze is opgenomen in de administratie van degene die de accijnsgoederen met vrijstelling betrekt. 5 De verklaring, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, blijft achterwege indien degene die de accijnsgoederen met vrijstelling betrekt tevens een van degenen is als bedoeld in het vierde lid, onderdeel b. 6 De verklaring, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, kan bij levering van een accijnsgoed vanuit een accijnsgoederenplaats aan een persoon die de accijnsgoederen met vrijstelling betrekt, op verzoek achterwege blijven, indien: a. zowel de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats als degene die de accijnsgoederen met vrijstelling betrekt, beschikt over een administratie waarin dergelijke leveringen op overzichtelijke wijze worden bijgehouden; b. na afloop van elke kalendermaand door de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats een maandverklaring in tweevoud wordt opgemaakt, waarin opgaaf wordt gedaan van de door hem in de afgelopen kalendermaand zonder verklaring als bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, geleverde accijnsgoederen; c. een exemplaar van de maandverklaring op overzichtelijke wijze is opgenomen in de administratie van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats; en d. het andere exemplaar van de maandverklaring wordt verstrekt aan degene aan wie in de betreffende kalendermaand accijnsgoederen met vrijstelling van accijns zijn geleverd, welk exemplaar op overzichtelijke wijze in diens administratie wordt opgenomen. 7 artikel 2a, tweede tot en met zevende lid Met betrekking tot het gebruik van de maandverklaring, bedoeld in het zesde lid, onderdeel b, is, van overeenkomstige toepassing. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 18a — Artikel 18a#
Artikel 18a 1 artikel 65, derde lid, van de wet De vergunning, bedoeld in, is niet vereist in geval alcoholhoudende restproducten worden gebruikt als grondstof voor het produceren van diervoeder ten behoeve van dieren aanwezig op de boerderij van de ontvanger en indien de ontvanger een verklaring heeft overgelegd aan degene die de alcoholhoudende restproducten aan hem gaat leveren. 2 Onder alcoholhoudende restproducten worden verstaan producten die zijn overgebleven bij de productie of verwerking van alcoholhoudende dranken. 3 De verklaring, bedoeld in het eerste lid, geschiedt in tweevoud met gebruikmaking van een bescheid opgesteld door: a. de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats in geval van uitslag tot verbruik uit die accijnsgoederenplaats; of b. artikel 65, derde lid, van de wet de handelaar die over een vergunning beschikt als bedoeld inin geval van een levering van die handelaar aan de ontvanger. 4 Degene die de alcoholhoudende restproducten met vrijstelling betrekt dient beide exemplaren van de verklaring te ondertekenen en daarvan een exemplaar op overzichtelijke wijze in zijn administratie op te nemen. 5 Een exemplaar dient op overzichtelijke wijze in de administratie te worden opgenomen van: a. de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats in geval van uitslag tot verbruik uit de accijnsgoederenplaats; of b. artikel 65, derde lid, van de wet de handelaar die over een vergunning beschikt als bedoeld inin geval van een levering van die handelaar aan de ontvanger. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 18b — Artikel 18b#
Artikel 18b 1 artikel 65, derde lid, van de wet De vergunning, bedoeld in, is niet vereist voor alcohol en alcoholhoudende dranken indien zij in ziekenhuizen of apotheken worden gebruikt voor medische doeleinden en de ontvanger een zodanig gebruik bevestigende verklaring heeft overgelegd aan degene die de alcohol en alcoholhoudende dranken aan hem gaat leveren. 2 De verklaring geschiedt in tweevoud met gebruikmaking van een bescheid opgesteld door: a. de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats in geval van uitslag tot verbruik uit die accijnsgoederenplaats; of b. artikel 65, derde lid, van de wet de handelaar die over een vergunning beschikt als bedoeld inin geval van een levering door die handelaar aan de ontvanger. 3 Degene die de alcohol en alcoholhoudende dranken met vrijstelling betrekt, ondertekent beide exemplaren van de verklaring en neemt een exemplaar op overzichtelijke wijze op in zijn administratie. 4 Een exemplaar wordt op overzichtelijke wijze in de administratie opgenomen van: a. de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats in geval van uitslag tot verbruik uit de accijnsgoederenplaats; of b. artikel 65, derde lid, van de wet de handelaar die over een vergunning beschikt als bedoeld inin geval van een levering door die handelaar aan de ontvanger. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vrijstelling van accijns ter zake van de uitslag tot verbruik van minerale oliën die worden gebruikt voor de aandrijving van schepen of als scheepsbehoeften aan boord van schepen, wordt verleend indien: a. de eigenaar of exploitant van het schip of zijn vertegenwoordiger aan boord van het schip verklaart dat de aan hem te leveren minerale oliën worden gebruikt voor het in de aanhef bedoelde gebruik; b. de verklaring in tweevoud geschiedt met gebruikmaking van een door de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats opgesteld bescheid in geval van uitslag uit de accijnsgoederenplaats of met gebruikmaking van een door degene die de levering verricht opgesteld bescheid in geval van invoer; c. de eigenaar of exploitant van het schip of zijn vertegenwoordiger aan boord van het schip beide exemplaren van de verklaring ondertekent; en d. een exemplaar op overzichtelijke wijze wordt bewaard bij de administratie van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats in geval van uitslag uit de accijnsgoederenplaats en bij de administratie van degene die de aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling brengen in het vrije verkeer doet, in geval van invoer. Het andere exemplaar wordt op overzichtelijke wijze bewaard bij de administratie aan boord van het schip. 2009 614 29-12-2009 23-12-2009 2009 614 29-12-2009 23-12-2009 01-04-2010 Artikel II van Stb. 2009/614 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 19a — Artikel 19a#
Artikel 19a Artikel 19 artikel 19 is van overeenkomstige toepassing op het verlenen van vrijstelling van accijns ter zake van de uitslag tot verbruik van andere accijnsgoederen dan de inbedoelde minerale oliën, die worden gebruikt aan boord van schepen in het verkeer van Nederland naar een andere lidstaat, anders dan over de binnenwateren. 2009 614 29-12-2009 23-12-2009 2009 614 29-12-2009 23-12-2009 01-04-2010 Artikel II van Stb. 2009/614 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikel 19 Vrijstelling van accijns als bedoeld inwordt voor lichte olie niet verleend. 2 artikel 19 artikel 1a, derde lid, van de wet Vrijstelling van accijns als bedoeld inwordt voor halfzware olie en gasolie uitsluitend verleend indien die oliën zijn voorzien van herkenningsmiddelen als bedoeld in. 3 Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op producten van GN-code 3824 99 92 (met uitzondering van roestwerende preparaten die aminen als werkzame bestanddelen bevatten en anorganische preparaten voor het oplossen of voor het verdunnen van vernissen of van dergelijke producten) voor zover deze voor de toepassing van het tarief kunnen worden gelijkgesteld met halfzware olie of gasolie alsmede van de GN-codes 3826 00 10 en 3826 00 90. 2018 30207 04-06-2018 29-05-2018 2018-0000069720 2018 30207 04-06-2018 29-05-2018 2018-0000069720 15-09-2018
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 01-01-2012
Artikel 21a — Artikel 21a#
Artikel 21a Vrijstelling van accijns ter zake van de uitslag tot verbruik van accijnsgoederen, andere dan voor de voortstuwing bestemde minerale olie, die worden gebruikt aan boord van luchtvaartuigen in het verkeer van Nederland naar een andere lidstaat wordt verleend indien: a. de eigenaar of exploitant van het luchtvaartuig of zijn vertegenwoordiger aan boord van het luchtvaartuig verklaart dat de aan hem te leveren accijnsgoederen worden gebruikt voor het in de aanhef bedoelde gebruik; b. de verklaring in tweevoud geschiedt met gebruikmaking van een door de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats opgesteld bescheid in geval van uitslag uit de accijnsgoederenplaats of met gebruikmaking van een door degene die de levering verricht opgesteld bescheid in geval van invoer; c. de eigenaar of exploitant van het luchtvaartuig of zijn vertegenwoordiger aan boord van het luchtvaartuig beide exemplaren van de verklaring ondertekent; en d. een exemplaar op overzichtelijke wijze wordt bewaard bij de administratie van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats in geval van uitslag uit de accijnsgoederenplaats en bij de administratie van degene die de aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling brengen in het vrije verkeer doet, in geval van invoer. Het andere exemplaar wordt op overzichtelijke wijze bewaard bij de administratie van de eigenaar of exploitant van het luchtvaartuig. 2009 614 29-12-2009 23-12-2009 2009 614 29-12-2009 23-12-2009 01-04-2010 Artikel II van Stb. 2009/614 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is.
Artikel 21b — Artikel 21b#
Artikel 21b 1 De vrijstelling, bedoeld in artikel 66b, eerste en tweede lid, van de wet, wordt verleend indien wordt aangetoond dat de accijnsgoederen worden meegevoerd in de persoonlijke bagage van de reizigers, bedoeld in artikel 66b, eerste lid, van de wet, dan wel worden geleverd op de in artikel 66b, tweede lid, van de wet bedoelde wijze. 2 artikel 2, eerste lid In afwijking van, geschiedt het aantonen, bedoeld in het eerste lid, aan de hand van de bewijzen van vervoer, bedoeld in artikel 66b, derde lid, van de wet. 3 artikel 8, tweede lid Onverminderd, moet de administratie van de vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen worden uitgeslagen in ieder geval bevatten de regelmatige aantekening van: a. de accijnsgoederen die worden meegevoerd in de persoonlijke bagage van de reizigers, bedoeld in artikel 66b, eerste lid, van de wet; b. de accijnsgoederen die worden geleverd op de in artikel 66b, tweede lid, van de wet bedoelde wijze; c. de bewijzen van vervoer, bedoeld in artikel 66b, derde lid, van de wet. 2009 614 29-12-2009 23-12-2009 2009 614 29-12-2009 23-12-2009 01-04-2010 Artikel II van Stb. 2009/614 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 2017 524 28-12-2017 20-12-2017 2017 524 28-12-2017 20-12-2017 01-01-2018
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 Vrijstelling van accijns ter zake van de uitslag tot verbruik van accijnsgoederen die worden gebruikt voor onderzoek, kwaliteitscontroles en smaaktesten buiten een accijnsgoederenplaats wordt verleend indien de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats van waaruit de accijnsgoederen worden uitgeslagen dan wel degene die de goederen invoert, in het bezit is van een vergunning van de inspecteur waaruit blijkt dat hij de desbetreffende accijnsgoederen met vrijstelling mag uitslaan dan wel invoeren. 2 De vergunning wordt op verzoek verleend. In het verzoek om de vergunning worden vermeld: a. de soort, de hoeveelheid en de voor de accijnsheffing van belang zijnde samenstelling van de accijnsgoederen; b. de naam en het adres van de inrichting waar de accijnsgoederen zullen worden onderzocht, gecontroleerd of getest; c. de aard en het doel van het onderzoek, de controle of de test; en d. de bestemming van de eventueel resterende accijnsgoederen na afloop van het onderzoek, de controle of de test. 3 Bij het verzoek om de vergunning moet de schriftelijke opdracht voor de in het eerste lid bedoelde onderzoeken, controles of testen worden overgelegd. 4 De vergunning kan worden verleend voor een bepaalde periode of voor periodiek wederkerende onderzoeken, controles of testen. De in het tweede lid bedoelde opdrachten dienen alsdan afzonderlijk per onderzoek, controle of test uit de administratie te blijken. 5 De accijnsgoederen die na afloop van de in het eerste lid bedoelde onderzoeken, controles of testen resteren moeten na de onderzoeken, controles of testen worden overgebracht naar een accijnsgoederenplaats, worden uitgevoerd of onder ambtelijk toezicht worden vernietigd. 2009 614 29-12-2009 23-12-2009 2009 614 29-12-2009 23-12-2009 01-04-2010 Artikel II van Stb. 2009/614 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 23a — Artikel 23a#
Artikel 23a 1 Teruggaaf van accijns voor minerale oliën die worden gebruikt voor het opwekken van elektriciteit in een installatie met een elektrisch vermogen van minimaal 60 kilowatt, wordt verleend aan degene die de minerale oliën overeenkomstig het vorenstaande heeft gebruikt. 2 artikel 69a, tweede lid, van de wet artikel 50, derde lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag Het gebruik van de minerale oliën dient te blijken uit de administratie van de gebruiker. Uit deze administratie dient eveneens te blijken dat de opgewekte elektriciteit op een Nederlands net als bedoeld in, is ingevoed dan wel, indien geen invoeding op een Nederlands net heeft plaatsgevonden, dat die elektriciteit overeenkomstigin de heffing van energiebelasting is betrokken. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 artikel 65 van de wet artikel 18, eerste en tweede lid Voor de toepassing van de teruggaaf van accijns voor accijnsgoederen in gevallen waarin deze accijnsgoederen op de voet vanzouden kunnen worden betrokken met vrijstelling, is, van overeenkomstige toepassing. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 artikelen 66 66a van de wet Teruggaaf van accijns voor accijnsgoederen waarvoor op de voet van deenaanspraak op een vrijstelling zou bestaan, wordt verleend indien: a. artikelen 66 66a van de wet degene die om teruggaaf verzoekt in zijn administratie een verklaring opneemt van de eigenaar of exploitant van het schip of luchtvaartuig of zijn vertegenwoordiger aan boord van het schip of luchtvaartuig dat de accijnsgoederen worden gebruikt voor het in deenbedoelde gebruik; b. de verklaring in tweevoud geschiedt met gebruikmaking van een door degene die de levering heeft verricht opgesteld bescheid; c. de eigenaar of exploitant van het schip of luchtvaartuig of zijn vertegenwoordiger aan boord van het schip of luchtvaartuig beide exemplaren van de verklaring ondertekent; en d. een exemplaar van de verklaring op overzichtelijke wijze wordt bewaard bij de administratie aan boord van het schip of bij de administratie van de eigenaar of exploitant van het luchtvaartuig. 2 artikel 20 Bij de toepassing van het eerste lid isvan overeenkomstige toepassing voor zover het minerale oliën betreft die worden gebruikt voor de aandrijving van schepen of als scheepsbehoeften aan boord van schepen. 2010 885 30-12-2010 23-12-2010 2010 885 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 2008 245 30-06-2008 28-06-2008 2008 245 30-06-2008 28-06-2008 01-07-2008
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 2012 694 28-12-2012 20-12-2012 2012 694 28-12-2012 20-12-2012 01-01-2013
Artikel 27a — Artikel 27a#
Artikel 27a Vervallen 2016 549 29-12-2016 21-12-2016 2016 549 29-12-2016 21-12-2016 01-07-2017
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 Teruggaaf van accijns voor accijnsgoederen die zijn verloren gegaan wordt verleend indien de goederen tot een bedrijfsvoorraad behoren en de belanghebbende onverwijld nadat is geconstateerd dat de accijnsgoederen zijn verloren gegaan, daarvan melding doet bij de inspecteur. 2 De soort, de hoeveelheid en de voor de berekening van de teruggaaf van belang zijnde samenstelling van de accijnsgoederen die zijn verloren gegaan, alsmede het tijdstip waarop en de oorzaak waardoor de accijnsgoederen verloren zijn gegaan, dienen door de belanghebbende te worden aangetoond. 3 Teruggaaf wordt uitsluitend verleend indien het verloren gaan van de accijnsgoederen is te wijten aan overmacht of ongeval. 1991 754 20-12-1991 1991 740 31-12-1991 19-12-1991 01-01-1992
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 artikel 28, eerste en tweede lid Voor de toepassing van de teruggaaf voor onder ambtelijk toezicht vernietigde accijnsgoederen is, van overeenkomstige toepassing. 1991 754 20-12-1991 1991 740 31-12-1991 19-12-1991 01-01-1992
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 artikel 1:1, eerste en tweede lid, van de Algemene douanewet Teruggaaf van accijns voor accijnsgoederen die zijn gebracht naar een derde land, wordt verleend indien in de administratie van degene die verzoekt om teruggaaf van accijns documenten zijn opgenomen die zijn vereist op grond van wettelijke bepalingen als bedoeld in, waarmee wordt aangetoond dat de accijnsgoederen ten uitvoer zijn aangegeven en het grondgebied van de Unie hebben verlaten. 2013 224 25-06-2013 14-06-2013 2013 224 25-06-2013 14-06-2013 01-07-2013
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Teruggaaf van accijns voor accijnsgoederen die zijn gebracht binnen een accijnsgoederenplaats die voor dat soort accijnsgoed als zodanig is aangewezen, wordt verleend aan de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats waarnaar de goederen zijn overgebracht wanneer hij om teruggaaf verzoekt en uit de administratie blijkt dat de goederen in zijn accijnsgoederenplaats zijn opgenomen. 2022 540 27-12-2022 21-12-2022 2022 540 27-12-2022 21-12-2022 01-01-2023
Artikel 31a — Artikel 31a#
Artikel 31a artikel 71, eerste lid, onderdeel e, van de wet Voor de toepassing van de teruggaaf van accijns voor accijnsgoederen die door een gecertificeerde afzender zijn overgebracht in de zin van, moet die gecertificeerde afzender: a. de accijnsgoederen vervoeren onder dekking van een e-VAD; en b. het bericht van ontvangst in zijn administratie opnemen. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 31b — Artikel 31b#
Artikel 31b artikel 71, eerste lid, onderdeel f, van de wet Voor de toepassing van de teruggaaf van accijns voor accijnsgoederen die zijn geleverd in de zin van, moet belanghebbende: a. in zijn administratie een document opnemen waaruit blijkt dat de betaling van accijns in de lidstaat van bestemming heeft plaatsgevonden. Indien in de lidstaat van bestemming geen accijns verschuldigd is, blijkt uit de administratie dat de accijnsgoederen in de lidstaat van bestemming zijn afgeleverd; b. voorafgaand aan de verzending van de accijnsgoederen bij één enkel, door de lidstaat van bestemming speciaal voor afstandsverkopen aangewezen loket en onder de door deze lidstaat vast te stellen voorwaarden, zijn identiteit bekend maken en zekerheid stellen voor de betaling van de accijns; c. bij de aankomst van de accijnsgoederen de accijns voldoen aan het in onderdeel b bedoelde loket; d. een administratie voeren van de leveringen van de accijnsgoederen. 2010 885 30-12-2010 23-12-2010 2010 885 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 31c — Artikel 31c#
Artikel 31c Vervallen 2012 694 28-12-2012 20-12-2012 2012 694 28-12-2012 20-12-2012 01-01-2013
Artikel 31d — Artikel 31d#
Artikel 31d artikel 71g van de wet Het verzoek om teruggaaf, bedoeld in, wordt gedaan uiterlijk drie maanden na afloop van het kalenderkwartaal waarin het vloeibaar gemaakt petroleumgas is geleverd. 2012 694 28-12-2012 20-12-2012 2012 694 28-12-2012 20-12-2012 01-01-2013
Artikel 31e — Artikel 31e#
Artikel 31e 1 artikel 71h, eerste lid, van de wet Teruggaaf van accijns als bedoeld in, wordt slechts verleend indien de motorbrandstof wordt gebruikt voor het aandrijven van motorrijtuigen. 2 artikel 9.7.1.1 van de Wet milieubeheer Teruggaaf van accijns als bedoeld in het eerste lid wordt verleend voor motorbrandstof waarvan uit de bedrijfsadministratie van de inboeker, bedoeld in, blijkt dat zij geheel of gedeeltelijk bestaat uit: a. artikel 9.7.4.2 van de Wet milieubeheer biobrandstof als bedoeld in artikel 2, onderdeel i, van de Richtlijn hernieuwbare energie en voldoet aan de eisen die zijn gesteld in; of b. artikel 9.7.1.1 van de Wet milieubeheer artikel 9.7.4.4 van de Wet milieubeheer hernieuwbare brandstof als bedoeld inen voldoet aan de eisen die zijn gesteld in. 3 artikelen 71 71a van de wet artikel 71h, eerste lid, onderdelen a respectievelijk b, van de wet Een teruggaaf van accijns op grond van deofvoor motorbrandstof die geheel of gedeeltelijk bestaat uit biobrandstof of hernieuwbare brandstof als bedoeld inwordt verminderd met een eerdere teruggaaf van accijns op grond van artikel 71h van de wet. 2016 549 29-12-2016 21-12-2016 2016 549 29-12-2016 21-12-2016 01-01-2017
Artikel 31f — Artikel 31f#
Artikel 31f Vervallen 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 Bij een verzoek om teruggaaf binnen drie maanden na een tariefwijziging van de accijns wordt de teruggaaf ingevolge deze afdeling bij een tariefverhoging naar het daarvóór geldende tarief en bij een tariefverlaging naar het dan geldende tarief verleend, tenzij de belanghebbende aantoont dat de accijns waarvan teruggaaf wordt gevraagd, is voldaan naar het na de tariefverhoging geldende onderscheidenlijk vóór de tariefverlaging gegolden hebbende hogere tarief. 2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot een gedeeltelijke teruggaaf van accijns. 1991 754 20-12-1991 1991 740 31-12-1991 19-12-1991 01-01-1992
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 2010 885 30-12-2010 23-12-2010 2010 885 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 33a — Artikel 33a#
Artikel 33a Vervallen 2005 689 27-12-2005 16-12-2005 2005 689 27-12-2005 16-12-2005 01-01-2007
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 Van accijnsgoederen, andere dan tabaksproducten die zijn voorzien van de wettelijk voorgeschreven accijnszegels, die worden vervoerd of voorhanden zijn, niet zijnde onder een accijnsschorsingsregeling, wordt aan de hand van bescheiden de herkomst aangetoond. 2 Het bescheid dat wordt gebruikt om de herkomst aan te tonen van accijnsgoederen die worden vervoerd, niet zijnde onder een accijnsschorsingsregeling, mag niet ouder zijn dan zes dagen, tenzij wordt aangetoond dat het vervoer langer dan zes dagen geleden is aangevangen. 3 Het eerste lid is niet van toepassing op accijnsgoederen: a. artikel 2d, tweede lid, van de wet beneden de op grond vanvastgestelde hoeveelheden; en b. die bij anderen dan ondernemers voorhanden zijn of door hen worden vervoerd voor eigen behoeften voor zover die accijnsgoederen zich bevinden in de gebruikelijke kleinhandelsverpakking. 2010 885 30-12-2010 23-12-2010 2010 885 30-12-2010 23-12-2010 01-01-2011
Artikel 34a — Artikel 34a#
Artikel 34a Vervallen 2009 614 29-12-2009 23-12-2009 2009 614 29-12-2009 23-12-2009 01-04-2010 Artikel II van Stb. 2009/614 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Van ruwe en van gedeeltelijk tot verbruik bereide tabak die wordt vervoerd moet aan de hand van bescheiden de herkomst kunnen worden aangetoond. 1991 754 20-12-1991 1991 740 31-12-1991 19-12-1991 01-01-1992
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 1 Degene die handel drijft in ruwe tabak dient in het bezit te zijn van een daartoe strekkende vergunning van de inspecteur. 2 De vergunning wordt op verzoek verleend. In het verzoek wordt opgave gedaan van de plaatsen waar het bedrijf wordt uitgeoefend. In de vergunning worden voorwaarden opgenomen met het oog op het toezicht op de naleving van de wettelijke bepalingen. 3 Ruwe tabak en monsters van ruwe tabak mogen uitsluitend worden verstrekt aan vergunninghouders van een accijnsgoederenplaats voor tabaksproducten en aan agenten, commissionairs of makelaars in ruwe tabak. 4 De agent, commissionair of makelaar, die monsters ruwe tabak aan anderen dan vergunninghouders van een accijnsgoederenplaats voor tabaksproducten afstaat, is onderworpen aan de voor handelaren in ruwe tabak geldende bepalingen. 5 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder ruwe tabak mede verstaan gedeeltelijk tot verbruik bereide tabak. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 artikelen 43 tot en met 50 van de wet Met betrekking tot het verlenen, het aanpassen en het intrekken van op grond van dit besluit te verlenen vergunningen zijn devan overeenkomstige toepassing. 2008 245 30-06-2008 28-06-2008 2008 245 30-06-2008 28-06-2008 01-07-2008
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 In een publiek douane-entrepot type II als bedoeld in artikel 1, drieëndertigste lid, van de Gedelegeerde Verordening Douanewetboek van de Unie of een particulier douane-entrepot als bedoeld in artikel 240, tweede lid, van het Douanewetboek van de Unie mogen accijnsgoederen met de douanestatus van Uniegoederen als bedoeld in artikel 5, drieëntwintigste lid, van het Douanewetboek van de Unie voorhanden zijn die voor uitvoer zijn vrijgegeven en die in afwachting van het verlaten van de Unie worden opgeslagen in een douane-entrepot, met toepassing van artikel 237, derde lid, van het Douanewetboek van de Unie, in samenhang met artikel 177 van de Gedelegeerde Verordening Douanewetboek van de Unie. 2016 184 23-05-2016 04-05-2016 2016 184 23-05-2016 04-05-2016 24-05-2016 01-05-2016
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 De opslagruimte van een particulier douane-entrepot als bedoeld in artikel 240, tweede lid, van het Douanewetboek van de Unie kan voor de opslag van accijnsgoederen als accijnsgoederenplaats worden aangewezen. 2 Uit de administratie van de vergunninghouder voor de accijnsgoederenplaats en voor een douane-entrepot als bedoeld in het eerste lid, blijkt op overzichtelijke wijze welke goederen in de accijnsgoederenplaats zijn opgeslagen en welke in het douane-entrepot. 3 artikel 2a, derde lid, aanhef en onderdeel a, van de wet Met betrekking tot plaatsen waarvoor een vergunning is verleend als bedoeld in het eerste lid, wordt onder het inbedoelde brengen van accijnsgoederen vanuit het douane-entrepot naar een accijnsgoederenplaats die voor dat soort accijnsgoederen als zodanig is aangewezen, mede verstaan het in de administratie overboeken van de goederen van het douane-entrepot naar de accijnsgoederenplaats. 4 Voor de in het derde lid bedoelde overbrengingen is geen e-AD vereist. 2016 184 23-05-2016 04-05-2016 2016 184 23-05-2016 04-05-2016 24-05-2016 01-05-2016
Artikel 39a — Artikel 39a#
Artikel 39a 1 De inspecteur kan toestaan dat de vervoerder, de eigenaar of de gecertificeerde afzender, bedoeld in artikel 56, derde lid, van de wet, zekerheid stelt in plaats van de vergunninghouder van een accijnsgoederenplaats, de geregistreerde afzender of de gecertificeerde geadresseerde, indien hiertoe een gezamenlijk verzoek van die vervoerder, eigenaar of gecertificeerde afzender en die vergunninghouder, geregistreerde afzender of gecertificeerde geadresseerde wordt ingediend. 2 In het verzoek worden vermeld: a. de naam en het adres van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats, van de geregistreerde afzender of de gecertificeerde geadresseerde en de naam en het adres van de vervoerder, de eigenaar van de goederen of de gecertificeerde afzender; b. het accijnsnummer van de vergunninghouder van de accijnsgoederenplaats, van de geregistreerde afzender of de gecertificeerde geadresseerde; c. het btw-identificatienummer van de vervoerder, de eigenaar van de goederen of de gecertificeerde afzender. 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 2023 51 15-02-2023 10-02-2023 16-02-2023 13-02-2023
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Vervallen 2012 694 28-12-2012 20-12-2012 2012 694 28-12-2012 20-12-2012 01-01-2013
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Vervallen 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 2011 677 30-12-2011 22-12-2011 01-01-2012
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Strafbare feiten zijn: a. artikelen 2, veertiende en vijftiende lid 2a, eerste, vijfde en zevende lid 3, derde en vierde lid 3a, zesde en zevende lid 6a, derde en vierde lid 6aa 8 8a 9a 9c 9d 19 19a 21a 25 34, eerste lid artikel 9 het nalaten te voldoen aan een in de,,,,,,,,,,,,,,en, opgenomen verplichting en een op grond vanopgelegde verplichting; b. artikel 34 het in strijd metvervoeren of voorhanden hebben van accijnsgoederen, andere dan tabaksproducten die zijn voorzien van de wettelijk voorgeschreven accijnszegels, zonder bescheid aan de hand waarvan de herkomst kan worden aangetoond; c. artikel 35 het in strijd metvervoeren van ruwe en van gedeeltelijk tot verbruik bereide tabak zonder bescheiden aan de hand waarvan de herkomst kan worden aangetoond; d. het drijven van handel in ruwe of in gedeeltelijk tot verbruik bereide tabak zonder een daartoe strekkende vergunning; e. het verstrekken van ruwe tabak en monsters ruwe of gedeeltelijk tot verbruik bereide tabak aan anderen dan vergunninghouders van een accijnsgoederenplaats voor tabaksproducten, agenten, commissionairs en makelaars; en f. het overigens in strijd met dit besluit vervoeren, voorhanden of in opslag hebben van accijnsgoederen. 2024 441 23-12-2024 18-12-2024 2024 441 23-12-2024 18-12-2024 01-01-2025 01-01-2018
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 Wet op de accijns Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop dein werking treedt. 2 Dit besluit kan worden aangehaald als Uitvoeringsbesluit accijns. 1991 754 20-12-1991 1991 740 31-12-1991 19-12-1991 01-01-1992