Besluit van 3 september 1992, houdende Warenwetbesluit Werkwijze Adviescommissie Warenwet
- BWB-id
- BWBR0005638
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 1992-09-26 t/m 2012-05-08
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005638
- ELI
- /eli/nl/amvb/1992/warenwetbesluit-werkwijze-adviescommissie-warenwet
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1992/warenwetbesluit-werkwijze-adviescommissie-warenwet/1992-09-26
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005638&g=1992-09-26
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005638&z=2026-06-06&g=1992-09-26
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005638/1992-09-26
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1992/warenwetbesluit-werkwijze-adviescommissie-warenwet
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. commissie: de Adviescommissie Warenwet; b. afdelingen: Stb. artikel 24, tiende lid, van de Warenwet de op grond van(1988, 360) ingestelde afdelingen; c. subcommissies: artikel 24, elfde lid, eerste volzin, van de Warenwet de op grond vaningestelde subcommissies; d. leden: de door Onze Minister benoemde leden van de commissie; e. voorzitter: artikel 24, zevende lid, van de Warenwet de voorzitter, bedoeld in; f. adviseurs van de commissie: artikel 24, negende lid, van de Warenwet de door Onze Minister op grond vanaan de commissie toegevoegde adviseurs; g. leden van de subcommissie: artikel 24, elfde lid, van de Warenwet degenen die in een subcommissie zitting hebben als bedoeld in; h. ministeriële vertegenwoordigers: artikel 24, veertiende lid, van de Warenwet de ministeriële vertegenwoordigers, bedoeld in; i. secretaris: artikel 24, achtste lid, van de Warenwet de op grond vanbenoemde secretaris; j. deskundigen: artikel 24, twaalfde lid de op grond van, te horen deskundigen. 1992 494 03-09-1992 1992 494 03-09-1992 26-09-1992 01-08-1988
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De leden worden benoemd voor een periode van vier jaar. 2 De aftredende leden zijn terstond herbenoembaar. 3 De benoeming van de leden op tussentijds ontstane vacatures geschiedt, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, voor een periode welke eindigt op het tijdstip waarop de zittingsduur van degene in wiens plaats zij treden, zou zijn geëindigd. 4 Warenwet Ambtenaren die uit hoofde van hun functie betrokken zijn bij het beleid ten aanzien van of de uitvoering van de, komen niet voor benoeming tot lid in aanmerking. 5 Personen kunnen gelijktijdig lid zijn van de beide afdelingen. 1992 494 03-09-1992 1992 494 03-09-1992 26-09-1992 01-08-1988
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 24, zesde lid, van de Warenwet Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Ministers van Economische Zaken en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, leden ontslaan op eigen verzoek, dan wel op verzoek van de inbedoelde organisaties op wier aanbeveling de desbetreffende leden zijn benoemd. 2 artikel 24, zesde lid, van de Warenwet Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Ministers van Economische Zaken en van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, leden ontslaan die niet zijn voorgedragen door een organisatie als bedoeld in, indien hiertoe zeer gewichtige redenen bestaan. 3 artikel 24, zesde lid, van de Warenwet Onze Minister kan, indien er gewichtige redenen bestaan, op aanbeveling van de commissie een lid voor ten hoogste zes maanden schorsen. Indien dit een lid betreft dat is voorgedragen door een inbedoelde organisatie, vindt een zodanige schorsing niet plaats alvorens de organisatie op wiens aanbeveling het desbetreffende lid is benoemd, is gehoord. 4 Indien binnen de op grond van het derde lid voor de schorsing vastgestelde termijn de organisatie op wiens aanbeveling het geschorste lid was benoemd, geen verzoek aan Onze Minister heeft ingediend om het desbetreffende lid te ontslaan, eindigt de schorsing onmiddellijk na afloop van die termijn. 1992 494 03-09-1992 1992 494 03-09-1992 26-09-1992 01-08-1988
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De adviseurs van de commissie worden voor een termijn van vier jaar aan de commissie toegevoegd. Na het verstrijken van die termijn kunnen zij terstond wederom aan de commissie worden toegevoegd. 2 De adviseurs van de commissie zijn tevens adviseurs van de afdelingen. 3 artikel 2, tweede, derde en vierde lid De leden van de subcommissies worden voor een termijn van vier jaar door de commissie benoemd. Het bepaalde in, is van overeenkomstige toepassing. 4 artikel 2 De benoemingsperioden bedoeld in het eerste en derde lid vallen samen met de benoemingsperiode van de leden, bedoeld in. 1992 494 03-09-1992 1992 494 03-09-1992 26-09-1992 01-08-1988
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De leden hebben het recht van deelneming aan alle vergaderingen van de commissie, van de afdelingen waarin zij zitting hebben, en van de daaronder ressorterende subcommissies. 2 De adviseurs van de commissie hebben het recht van deelneming aan alle vergaderingen van de commissie en van de afdelingen. 1992 494 03-09-1992 1992 494 03-09-1992 26-09-1992 01-08-1988
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 De commissie kiest uit haar leden vier vice-voorzitters en wel zodanig dat per afdeling de organisaties van consumenten en ondernemers vertegenwoordigd zijn. Ieder der vice-voorzitters treedt bij toerbeurt voor één jaar op als plaatsvervangend voorzitter van de commissie. Tevens treedt ieder der vice-voorzitters bij toerbeurt gedurende een periode van twee jaar op als plaatsvervangend voorzitter van de afdeling waarin hij zitting heeft. 1992 494 03-09-1992 1992 494 03-09-1992 26-09-1992 01-08-1988
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 6 Er is een dagelijks bestuur, bestaande uit de voorzitter van de commissie en de inbedoelde vier vice-voorzitters. De zittingsperiode valt samen met die van de leden van de commissie. 2 De voorzitter van de commissie, onderscheidenlijk diens plaatsvervanger, is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur, onderscheidenlijk diens plaatsvervanger. 3 Het dagelijks bestuur draagt zorg voor het goed functioneren van de commissie, de afdelingen, de subcommissies, het secretariaat en voor de planning van de werkzaamheden. 4 artikel 6 Het dagelijks bestuur benoemt de voorzitters van de subcommissies en, voorzover nodig, vice-voorzitters en stelt bij het begin van de zittingsperiode de volgorde vast voor het functioneren van de vice-voorzitters als bedoeld in. 5 De secretaris van de commissie is tevens secretaris van het dagelijks bestuur; hij heeft in de vergaderingen een raadgevende stem. 1992 494 03-09-1992 1992 494 03-09-1992 26-09-1992 01-08-1988
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De secretaris is voor de uitoefening van zijn taak uitsluitend verantwoording verschuldigd aan de commissie. 1992 494 03-09-1992 1992 494 03-09-1992 26-09-1992 01-08-1988
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De samenstelling van de beide afdelingen is een afspiegeling van die van de commissie. 1992 494 03-09-1992 1992 494 03-09-1992 26-09-1992 01-08-1988
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Een subcommissie heeft als voornaamste taak het voorbereiden van adviezen. 1992 494 03-09-1992 1992 494 03-09-1992 26-09-1992 01-08-1988
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Het dagelijks bestuur doet voorstellen voor de oprichting, opheffing en samenstelling van de subcommissies. 2 Over de in het eerste lid bedoelde voorstellen beslist de desbetreffende afdeling waaronder de subcommissie komt te ressorteren, onderscheidenlijk ressorteert. Indien een subcommissie komt te ressorteren onderscheidenlijk ressorteert onder beide afdelingen, beslist de commissie. 3 Bij de samenstelling van de subcommissies streeft de afdeling onderscheidenlijk de commissie naar een afspiegeling zoals die bestaat in de afdeling. 1992 494 03-09-1992 1992 494 03-09-1992 26-09-1992 01-08-1988
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 De commissie, de afdelingen en de subcommissies vergaderen zo dikwijls als de voorzitter onderscheidenlijk de voorzitter van de subcommissie dit nodig oordeelt, of indien ten minste een derde deel der leden onderscheidenlijk een derde deel der leden van de desbetreffende subcommissie de secretaris met opgave van redenen mededelen dat zij het houden van een vergadering nodig achten. 2 De desbetreffende voorzitter bepaalt na overleg met de secretaris tijd en plaats van de in het voorgaande lid bedoelde vergaderingen. 1992 494 03-09-1992 1992 494 03-09-1992 26-09-1992 01-08-1988
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De voorzitter, onderscheidenlijk de voorzitter van een subcommissie stelt de agenda voor de vergaderingen van de commissie, de afdelingen en de subcommissie vast na overleg met de secretaris. 1992 494 03-09-1992 1992 494 03-09-1992 26-09-1992 01-08-1988
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Indien een lid of adviseur van de commissie wenst dat enig onderwerp door de commissie, een afdeling of door een subcommissie in behandeling wordt genomen, geeft hij hiervan kennis aan de secretaris die dit onderwerp, nadat de desbetreffende voorzitter namens de commissie, afdeling of subcommissie daarmee heeft ingestemd, op de agenda plaatst. 1992 494 03-09-1992 1992 494 03-09-1992 26-09-1992 01-08-1988
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 De oproeping tot vergaderingen van de commissie, een afdeling of een subcommissie alsmede de agenda's daarvoor worden ten minste veertien dagen voordat de vergadering plaatsvindt, toegezonden aan de desbetreffende leden onderscheidenlijk leden van de subcommissie, ministeriële vertegenwoordigers, adviseurs en deskundigen. 2 Van de besprekingen worden verslagen opgesteld, onder aantekening van datum en plaats der vergadering en van de namen der aanwezigen en de personen die verhinderd waren. De verslagen worden in de eerstvolgende vergadering vastgesteld. 3 Degenen die voor een vergadering zijn uitgenodigd maar verhinderd zijn deze bij te wonen, geven hiervan kennis aan de secretaris. 1992 494 03-09-1992 1992 494 03-09-1992 26-09-1992 01-08-1988
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 In het kader van de commissie, een afdeling of een subcommissie kan over een bepaald onderwerp een hoorzitting worden gehouden. 2 Het dagelijks bestuur beslist over het houden van een hoorzitting, tenzij het betreft het in het kader van een subcommissie horen van belanghebbenden met betrekking tot internationale ontwerp-regelingen, in welk geval de secretaris beslist. 1992 494 03-09-1992 1992 494 03-09-1992 26-09-1992 01-08-1988
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 In een vergadering van de commissie onderscheidenlijk de afdelingen worden geen besluiten genomen indien niet ten minste de helft der leden van de commissie onderscheidenlijk van de afdelingen aanwezig is. 2 De besluiten worden bij meerderheid van geldig uitgebrachte stemmen genomen. Blanco stemmen worden als niet geldig beschouwd. 3 artikel 2, vijfde lid Personen als bedoeld in, worden voor de toepassing van dit artikel voor zover het betreft vergaderingen van de commissie, dubbel geteld en kunnen twee stemmen uitbrengen. 4 Wanneer de commissie of de afdelingen advies uitbrengen, mag een minderheid desgewenst van haar afwijkende standpunt in het advies doen blijken. 5 Over personen wordt met gesloten briefjes gestemd. Heeft bij de stemming over personen niemand de meerderheid der geldige stemmen op zich verenigd, dan heeft een herstemming plaats waarbij uitsluitend een stem kan worden uitgebracht op één van de twee personen die bij de eerste stemming de meeste geldige stemmen op zich verenigden. De kandidaat die bij herstemming de meeste geldige stemmen behaalt, wordt verkozen. In het geval dat de bovenomschreven wijze van stemmen over personen ontoereikend is, kan de voorzitter besluiten dat door middel van loting wordt beslist. 1992 494 03-09-1992 1992 494 03-09-1992 26-09-1992 01-08-1988
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 De voorzitter, de voorzitters van de subcommissies en de secretaris zijn gemachtigd om namens de commissie die zaken af te doen, welke naar hun oordeel niet in een vergadering behoeven te worden behandeld. De betrokken voorzitter, onderscheidenlijk de secretaris legt achteraf verantwoording af aan de commissie of aan de desbetreffende afdeling of aan de subcommissie. 1992 494 03-09-1992 1992 494 03-09-1992 26-09-1992 01-08-1988
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 De secretaris voert de besluiten van de commissie, van het dagelijks bestuur en van de afdelingen uit. De secretaris stelt de aan Onze Minister uit te brengen adviezen op, welke door de voorzitter of bij ontstentenis van deze door de op dat moment fungerende vice-voorzitter en de secretaris worden ondertekend. In bepaalde door het dagelijks bestuur te bepalen gevallen kan ermee worden volstaan dat de secretaris, na overleg met de voorzitter, de adviezen ondertekent. 1992 494 03-09-1992 1992 494 03-09-1992 26-09-1992 01-08-1988
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Aan de leden van de commissie en de subcommissies, de adviseurs en deskundigen wordt een vergoeding voor reis- en verblijfkosten verleend volgens de regelen welke voor de vergoeding van reis- en verblijfkosten wegens reizen voor 's Rijksdienst gelden. 1992 494 03-09-1992 1992 494 03-09-1992 26-09-1992 01-08-1988
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 In de gevallen waarin dit besluit niet voorziet, beslist het dagelijks bestuur. 2 Het dagelijks bestuur kan voor de secretaris een instructie vaststellen. 1992 494 03-09-1992 1992 494 03-09-1992 26-09-1992 01-08-1988
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Onze Minister regelt, gehoord de commissie, de personele bezetting en de huisvesting van het bureau van de secretaris. 1992 494 03-09-1992 1992 494 03-09-1992 26-09-1992 01-08-1988
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Telkens binnen een termijn van 4 jaar brengt de commissie een rapport uit aan Onze Minister, waarin de taakvervulling van de commissie aan een onderzoek wordt onderworpen en voorstellen kunnen worden gedaan voor gewenste veranderingen. 1992 494 03-09-1992 1992 494 03-09-1992 26-09-1992 01-08-1988
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van hetwaarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 augustus 1988. 2 Dit besluit kan worden aangehaald als Warenwetbesluit Werkwijze Adviescommissie Warenwet. 1992 494 03-09-1992 1992 494 03-09-1992 26-09-1992 01-08-1988