Besluit van 25 juni 1993, houdende vaststelling van regelen, bedoeld in de artikelen 106, eerste en tweede lid, en 118, tweede lid, van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers, alsmede intrekking van het koninklijk besluit van 22 december 1969 (Stb. 1969, 595)
- BWB-id
- BWBR0006046
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2013-01-01 t/m 2013-12-19
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006046
- ELI
- /eli/nl/amvb/1993/besluit-ex-artikel-106-algemene-pensioenwet-politieke-ambtsd
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1993/besluit-ex-artikel-106-algemene-pensioenwet-politieke-ambtsd/2013-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006046&g=2013-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006046&z=2026-06-06&g=2013-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006046/2013-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1993/besluit-ex-artikel-106-algemene-pensioenwet-politieke-ambtsd
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. politieke ambtsdrager: minister, staatssecretaris en lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal: b. wedde: de wedde als minister of staatssecretaris, over elk tijdvak waarover deze wordt uitbetaald vermeerderd met het voor hem geldende vakantie-uitkeringspercentage; c. artikel 2 van de Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer artikel 11, eerste en tweede lid artikel 12, eerste lid schadeloosstelling: de schadeloosstelling als lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, bedoelde in, eventueel vermeerderd met de toelage en verhoging bedoeld in, respectievelijk, van evengenoemde wet; d. artikelen 7 52 van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers uitkering: de uitkering, bedoeld in deen. e. a artikelen 8 a 53van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers invaliditeitsuitkering: de uitkering bedoeld in deen. 1995 33 26-01-1995 28-12-1994 1995 33 26-01-1995 28-12-1994 27-01-1995 01-01-1995
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Wet privatisering ABP Op de wedde en op de schadeloosstelling wordt een bedrag ingehouden overeenkomstig de inhouding van een bedrag op het salaris van een overheidswerknemer in de zin van de, uit hoofde van een overeenkomst als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van die wet. 2 Het in te houden bedrag wordt berekend als ware de politieke ambtsdrager een overheidswerknemer met een inkomen als zodanig, gelijk aan de wedde dan wel de schadeloosstelling. 3 b artikel 8, negende lid b artikel 53, negende lid Indien de politieke ambtsdrager overeenkomstig, dan wel, heeft gekozen voor een verlaging van de inhouding ingevolge het eerste lid, wordt het in te houden bedrag verlaagd met 0,25 procentpunt van de bijdrage die voor de politieke ambtsdrager ter zake van invaliditeit zou zijn verschuldigd indien hij deelnemer zou zijn als bedoeld in het eerste lid. 1996 303 25-06-1996 30-05-1996 1996 303 25-06-1996 30-05-1996 26-06-1996 01-01-1996 Werkt terug tot en met 1 januari 1996.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 97d, eerste lid, van de Werkloosheidswet Op de wedde en de schadeloosstelling wordt een bedrag ingehouden ter grootte van het bedrag dat met toepassing vanwordt ingehouden op het loon van de in dat artikellid bedoelde overheidswerknemer. 2 artikel 2, eerste lid artikel 28, eerste lid, onderdeel a, van de Wet financiële voorzieningen privatisering ABP Voor de toepassing van het eerste lid wordt de wedde dan wel de schadeloosstelling, verminderd met het bedrag, bedoeld in, beschouwd als loon, bedoeld in. 2007 214 19-06-2007 13-04-2007 2007 214 19-06-2007 13-04-2007 20-06-2007
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 de artikelen 2 3 artikel 2, eerste lid artikel 3, eerste lid artikel 3, tweede lid Uitkeringen ineens, niet zijnde of verband houdende met de uitkering of de invaliditeitsuitkering in de zin van dit besluit, worden voor de toepassing vanenaangemerkt als wedde dan wel schadeloosstelling, voor zover daarmee overeenkomende uitkeringen ineens aan een overheidswerknemer als bedoeld in, mede bepalend zijn voor de hoogte van het bedrag dat op zijn salaris wordt ingehouden, respectievelijk voor zover daarmee overeenkomende uitkeringen ineens aan een werknemer als bedoeld in, behoren tot het loon, bedoeld in. 2 Uitkeringen ineens worden aangemerkt als wedde dan wel schadeloosstelling over het tijdvak waarin de uitkering wordt uitbetaald. 1996 303 25-06-1996 30-05-1996 1996 303 25-06-1996 30-05-1996 26-06-1996 01-01-1996 Werkt terug tot en met 1 januari 1996.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 106, derde lid, van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers artikel 2 Met inachtneming vanisvan overeenkomstige toepassing op de uitkering. 2 artikel 2, tweede lid Voor de toepassing van het eerste lid wordt het bedrag waarvan de uitkering is afgeleid beschouwd als het in, bedoelde inkomen. 3 Artikel 3 is van overeenkomstige toepassing op de uitkering en op de invaliditeitsuitkering. 4 artikel 3, tweede lid Voor de toepassing van het derde lid worden de uitkering en de invaliditeitsuitkering beschouwd als het in, bedoelde loon, met dien verstande dat de eerstbedoelde uitkering overeenkomstig wordt verminderd. 1995 33 26-01-1995 28-12-1994 1995 33 26-01-1995 28-12-1994 27-01-1995 01-01-1995
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5 Nabetalingen in verband met het recht op uitkering of invaliditeitsuitkering worden voor de toepassing vanaangemerkt als uitkering respectievelijk invaliditeitsuitkering. 2 de artikelen 2 3 Overige nabetalingen worden voor de berekening van ingevolgeenin te houden bedragen gerekend tot de wedde dan wel schadeloosstelling over het laatste tijdvak waarover inhoudingen hebben plaatsgevonden. 3 artikel 4, eerste lid artikel 5 Indien de betrokkene als politieke ambtsdrager in de functie, waaruit hij ter zake van zijn ontslag of aftreden recht heeft op uitkering of invaliditeitsuitkering, recht zou hebben gehad op een uitkering ineens, als bedoeld in, en deze omstandigheid niet leidt tot verhoging van de wedde of berekeningsgrondslag, waarnaar de uitkering of de invaliditeitsuitkering is berekend, wordt deze wedde of berekeningsgrondslag voor de toepassing vandienovereenkomstig verhoogd. 1995 33 26-01-1995 28-12-1994 1995 33 26-01-1995 28-12-1994 27-01-1995 01-01-1995
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Vervallen 1995 33 26-01-1995 28-12-1994 1995 33 26-01-1995 28-12-1994 27-01-1995 01-01-1995
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 De betaling van een pensioen geschiedt door bijschrijving op een door de gepensioneerde aangewezen rekening bij een in Nederland gevestigde bankinstelling. 1993 436 25-06-1993 1993 436 25-06-1993 01-09-1993
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De gepensioneerde die buiten Nederland woonachtig is, doet, telkens als hij betaling wenst, aan onze Minister van Binnenlandse Zaken een schriftelijk verzoek daartoe toekomen. 2 Na ontvangst van het verzoek wordt het pensioen over de periode tot en met de maand waarin het verzoek is gedaan betaald. 3 Ten minste éénmaal per jaar verstrekt de gepensioneerde een bewijs van in leven zijn, afgegeven door een daartoe bevoegde instantie. 1993 436 25-06-1993 1993 436 25-06-1993 01-09-1993
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De gepensioneerde doet van iedere wijziging van zijn adres en burgerlijke staat terstond mededeling aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken. 1993 436 25-06-1993 1993 436 25-06-1993 01-09-1993
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers Stb. Het koninklijk besluit van 22 december 1969, houdende voorschriften ter uitvoering van de(1969, 595) wordt ingetrokken. 2 a Bedragen die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit ingevolge artikel 6 of artikel 6, eerste lid, tweede volzin, van het in het eerste lid bedoelde besluit, verschuldigd zijn door een politieke ambtsdrager, zijn met ingang van dat tijdstip verschuldigd krachtens dit besluit. 1993 436 25-06-1993 1993 436 25-06-1993 01-09-1993
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de eerste kalendermaand na de datum van uitgifte van het, waarin het wordt geplaatst. 1993 436 25-06-1993 1993 436 25-06-1993 01-09-1993