Besluit van 26 februari 1993, houdende vaststelling van een regeling van de vergoeding van onkosten voor rechterlijke ambtenaren
- BWB-id
- BWBR0005887
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2008-01-01 t/m 2010-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005887
- ELI
- /eli/nl/amvb/1993/besluit-onkostenvergoeding-rechterlijke-ambtenaren
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1993/besluit-onkostenvergoeding-rechterlijke-ambtenaren/2008-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005887&g=2008-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005887&z=2026-06-06&g=2008-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005887/2008-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1993/besluit-onkostenvergoeding-rechterlijke-ambtenaren
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 artikelen 7, eerste lid 8 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren artikel 9, eerste en derde lid, van die wet Aan de rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, bedoeld in de, en, en aan de rechterlijke ambtenaren met rechtspraak belast, bedoeld in, die zijn aangewezen voor het vervullen van ten minste de helft van een volledige taak, wordt als tegemoetkoming in de algemene kosten die aan vervulling van hun ambt zijn verbonden een algemene onkostenvergoeding toegekend. 2 De vergoeding bedraagt: a. voor de president van de Hoge Raad: € 4153,72 per jaar; b. voor een vice-president van de Hoge Raad, een coördinerend vice-president senior van een gerechtshof, een coördinerend vice-president van een gerechtshof of een vice-president van een gerechtshof: € 1545,67 per jaar; c. voor een coördinerend vice-president senior van een rechtbank, een coördinerend vice-president van een rechtbank of een vice-president van een rechtbank: € 1418,54 per jaar; en d. voor de andere rechterlijke ambtenaren, bedoeld in het eerste lid: € 1161,47 per jaar. 2002 598 17-12-2002 09-12-2002 2002 598 17-12-2002 09-12-2002 18-12-2002 01-01-2002
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 artikelen 7, eerste lid, en 8 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren Aan de leden van het parket bij de Hoge Raad en de leden van het openbaar ministerie, bedoeld in de, en de leden van het openbaar ministerie, bedoeld in artikel 9, eerste en derde lid, van die wet, die zijn aangewezen voor het vervullen van ten minste de helft van een volledige taak, wordt als tegemoetkoming in de algemene kosten die aan de vervulling van hun ambt zijn verbonden, een algemene onkostenvergoeding toegekend. 2 De vergoeding bedraagt: a. voor de procureur-generaal bij de Hoge Raad: € 4153,72 per jaar, b. voor de procureurs-generaal die het College van procureurs-generaal vormen: € 4023,79 per jaar, c. voor de plaatsvervangend procureur-generaal bij de Hoge Raad: € 2319,67 per jaar, d. voor een hoofdadvocaat-generaal, een hoofdofficier van justitie en een fungerend hoofdofficier van justitie: € 2189,74 per jaar, e. voor een plaatsvervangend hoofdadvocaat-generaal en een plaatsvervangend hoofdofficier van justitie: € 1675,60 per jaar, f. voor een advocaat-generaal bij de Hoge Raad en een advocaat-generaal bij een ressortsparket: € 1418,54 per jaar, en g. voor de overige ambtenaren, bedoeld in het eerste lid: € 1288,60 per jaar. 2002 598 17-12-2002 09-12-2002 2002 598 17-12-2002 09-12-2002 18-12-2002 01-01-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikelen 7, eerste lid, en 8 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren Aan de senior-gerechtsauditeurs en de gerechtsauditeurs, bedoeld in de, die tevens zijn benoemd tot raadsheer-plaatsvervanger in het gerechtshof of rechter-plaatsvervanger in de rechtbank waarbij zij zijn aangesteld, wordt als tegemoetkoming in de algemene kosten die aan de vervulling van hun ambt zijn verbonden, een algemene onkostenvergoeding toegekend van € 1161,47 per jaar. 2002 598 17-12-2002 09-12-2002 2002 598 17-12-2002 09-12-2002 18-12-2002 01-01-2002
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 artikel 3 artikelen 7, eerste lid, en 8 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren Tenzijvan toepassing is, wordt aan de senior-gerechtsauditeurs en de gerechtsauditeurs, bedoeld in de, als tegemoetkoming in de algemene kosten die aan de vervulling van hun ambt zijn verbonden, een algemene onkostenvergoeding toegekend van € 465,06 per jaar. 2002 598 17-12-2002 09-12-2002 2002 598 17-12-2002 09-12-2002 18-12-2002 01-01-2002
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Aan de griffier en de substituut-griffiers van de Hoge Raad wordt als tegemoetkoming in de algemene kosten die aan de vervulling van hun ambt zijn verbonden, een algemene onkostenvergoeding toegekend van € 644,53 per jaar. 2002 598 17-12-2002 09-12-2002 2002 598 17-12-2002 09-12-2002 18-12-2002 01-01-2002
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 145 van de Wet op de rechterlijke organisatie Aan de rechterlijke ambtenaren in opleiding, bedoeld in, wordt als tegemoetkoming in de algemene kosten die aan de vervulling van hun ambt zijn verbonden, een algemene onkostenvergoeding toegekend van € 465,06 per jaar. 2002 598 17-12-2002 09-12-2002 2002 598 17-12-2002 09-12-2002 18-12-2002 01-01-2002
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Aan de rechterlijke ambtenaren die zijn aangesteld voor het vervullen van minder dan de helft van een volledige taak wordt een algemene onkostenvergoeding toegekend die een met hun werktijd overeenkomend deel bedraagt van de vergoeding die zij zouden hebben ontvangen indien zij in hetzelfde ambt zouden zijn aangesteld voor het vervullen van een volledige taak. 2 artikel 6 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren Aan de ambtenaren die met toepassing of overeenkomstige toepassing vanzijn aangewezen voor het vervullen van minder dan de helft van een volledige taak, wordt een algemene onkostenvergoeding toegekend die een met hun taak overeenkomend deel bedraagt van de vergoeding die zij zouden hebben ontvangen indien zij in hetzelfde ambt zouden zijn aangewezen voor het vervullen van een volledige taak. 2002 598 17-12-2002 09-12-2002 2002 598 17-12-2002 09-12-2002 18-12-2002
Artikel 7a — Artikel 7a#
Artikel 7a artikelen 1 7 De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding heeft bij ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens ziekte, in afwijking van detot en met, geen aanspraak op een onkostenvergoeding na ommekomst van het kalenderjaar waarin de ongeschiktheid is aangevangen en het kalenderjaar daaropvolgend. 2002 598 17-12-2002 09-12-2002 2002 598 17-12-2002 09-12-2002 18-12-2002
Artikel 7b — Artikel 7b#
Artikel 7b Bij regeling van Onze Minister kunnen de in dit besluit genoemde vergoedingen worden aangepast door middel van toepassing van de geldende consumentenprijsindex, waarbij de bedragen worden afgerond naar de eerstvolgende euro. 2005 349 12-07-2005 15-06-2005 2005 349 12-07-2005 15-06-2005 13-07-2005
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De in dit besluit bedoelde vergoedingen worden per kalendermaand berekend en uitbetaald. 2 Indien een aanspraak ontstaat op een andere dag dan de eerste dag van een kalendermaand, wordt zij gelijkgesteld met een aanspraak die is ontstaan op de eerste dag van die kalendermaand. 1993 148 26-02-1993 1993 148 26-02-1993 19-03-1993 01-01-1992
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit onkostenvergoeding rechterlijke ambtenaren. 1993 148 26-02-1993 1993 148 26-02-1993 19-03-1993 01-01-1992
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van hetwaarin het wordt geplaatst. 1993 148 26-02-1993 1993 148 26-02-1993 19-03-1993 01-01-1992
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 1994 697 19-09-1994 1994 697 19-09-1994 01-10-1994