Besluit van 30 juli 1993, houdende toekenning van een eenmalige uitkering van 11,3% in 1992 aan (gewezen) burgerlijk rijkspersoneel en anderen
- BWB-id
- BWBR0006101
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 1993-08-25 t/m 2019-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006101
- ELI
- /eli/nl/amvb/1993/besluit-toekenning-van-een-eenmalige-uitkering-van-11-3-in-1
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1993/besluit-toekenning-van-een-eenmalige-uitkering-van-11-3-in-1/1993-08-25
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006101&g=1993-08-25
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006101&z=2026-06-06&g=1993-08-25
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006101/1993-08-25
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1993/besluit-toekenning-van-een-eenmalige-uitkering-van-11-3-in-1
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. de betrokkene: de op 30 september 1992 in dienst zijnde 1°. Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 ambtenaar in de zin van heten degene voor wie krachtens artikel 26 van dat besluit een bezoldigingsregeling is vastgesteld; 2°. a, b, c d werknemer in de zin van het Arbeidsovereenkomstenbesluit voor wie het loon is vastgesteld met toepassing van artikel 12, eerste lid, onderdeelofvan dat besluit; 3°. Stb. functionaris voor wie de bezoldiging is geregeld in de Wet van 11 september 1964, houdende vaststelling van een nieuwe regeling van de bezoldiging van de vice-president van de Raad van State en de staatsraden, alsmede van de president en de overige leden van de Algemene Rekenkamer (1993, 218); 4°. rechterlijke ambtenaar voor wie de bezoldiging is geregeld in de Wet op de bezoldiging van de rechterlijke ambtenaren; 5°. kandidaat-verkeersschout, voor wie de bezoldiging geregeld is in het Besluit opleiding verkeersschouten; 6°. Wet bezoldiging nationale ombudsman Nationale ombudsman en substituut-ombudsman voor wie de bezoldiging is geregeld in de; 7°. artikelen 48 120 van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken ambtenaar en werknemer voor wie de bezoldiging is geregeld in deen; alsmede: 8°. degene die op 30 september 1992 belanghebbende is in de zin van de Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden; met dien verstande dat niet als betrokkene wordt aangemerkt degene die - Ziekenfondswet uit hoofde van zijn dienstverhouding met de overheidswerkgever hetzij zelfstandig verplicht verzekerd is krachtens de, dan wel deelnemer is in een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren; - ingevolge een wettelijke verplichting als militair in werkelijke dienst is voor eerste oefening; - verlof dan wel buitengewoon verlof geniet zonder behoud van bezoldiging; - ontheven is van de waarneming van zijn ambt in verband met de uitoefening van een politieke functie zonder behoud van bezoldiging; - geschorst is zonder behoud van bezoldiging; - Ziekenfondswet op grond van zijn uitkering in de zin van de Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden hetzij verzekerd is krachtens de, dan wel deelnemer is in een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren; b. de berekeningsbasis: de op 30 september 1992 geldende bezoldiging ingevolge de Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden herrekend naar een volledige betrekking verminderd met de daarin begrepen vakantie-uitkering van 8%; 1°. a Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 voor de betrokkene, bedoeld in onderdeel, onder 1° tot en met 7°: het op 30 september 1992 geldende salaris bij een volledige werktijd, bedoeld in het, dan wel hetgeen daarmee overeenkomt in andere bezoldigingsregelingen; 2°. a voor de betrokkene, bedoeld in onderdeel, onder 8°: c. de werktijdfactor: de overeengekomen werktijd gedeeld door de volledige werktijd; d. de deeltijdfactor: de werktijdfactor zoals die voor belanghebbende in de zin van de Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden gold op de dag vóór het ontslag in de zin van deze wet. 1993 443 30-07-1993 1993 443 30-07-1993 25-08-1993 01-09-1992
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 a artikel 1, onderdeel, onder 1° tot en met 7° Aan de betrokkene, bedoeld in, wordt een eenmalige uitkering verleend ter grootte van 11,3% van de voor hem geldende berekeningsbasis, met een maximum van f 431,- vermenigvuldigd met de werktijdfactor zoals deze voor de betrokkene op 30 september 1992 gold. 2 a artikel 1, onderdeel, onder 8° Aan de betrokkene, bedoeld in, wordt een eenmalige uitkering verleend ter grootte van 11,3% van 80% van de voor hem geldende berekeningsbasis, met een maximum van f 431,- vermenigvuldigd met de deeltijdfactor. 1993 443 30-07-1993 1993 443 30-07-1993 25-08-1993 01-09-1992
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 97 der Grondwet vorderingswet Stb. De eenmalige uitkering wordt aangewezen als een uitkering als bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Wet van 17 juli 1923, tot uitvoering vanen wijziging van de Hooger-onderwijswet, van de wet tot regeling van het Hooger Landbouw- en Hooger Veeartsenijkundig Onderwijs, van de Lager-onderwijswet 1920 en van de Bevoor de landmacht 1902 (364). 1993 443 30-07-1993 1993 443 30-07-1993 25-08-1993 01-09-1992
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De eenmalige uitkering is geen ambtelijk inkomen als bedoeld in artikel C 1 van de Algemene burgerlijke pensioenwet. 2 artikel 2 De eenmalige uitkering wordt niet gerekend tot de inkomsten, bedoeld in, noch tot de tegemoetkoming in ziektekosten, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Regeling ziektekostenvoorziening overheidspersoneel. 1993 443 30-07-1993 1993 443 30-07-1993 25-08-1993 01-09-1992
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van hetwaarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 september 1992. 1993 443 30-07-1993 1993 443 30-07-1993 25-08-1993 01-09-1992