Besluit van 28 april 1993, tot vaststelling van de algemene maatregel van bestuur bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de Wet van 18 maart 1993, houdende regelen inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties en wijziging van de Auteurswet 1912 (Wet op de naburige rechten)
- BWB-id
- BWBR0005973
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 1998-01-01 t/m 2003-07-14
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0005973
- ELI
- /eli/nl/amvb/1993/besluit-vaststelling-regelen-ex-artikel-15-van-de-wet-op-de-
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1993/besluit-vaststelling-regelen-ex-artikel-15-van-de-wet-op-de-/1998-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0005973&g=1998-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0005973&z=2026-06-06&g=1998-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0005973/1998-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1993/besluit-vaststelling-regelen-ex-artikel-15-van-de-wet-op-de-
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Justitie; b. Auteurswet 1912 Wet op de naburige rechten de Wet: de Wet van 18 maart 1993, houdende regelen inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties en wijziging van de(); c. de rechtspersoon: de rechtspersoon bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Wet. 1993 243 28-04-1993 1993 244 29-04-1993 01-07-1993
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Het College van Toezicht, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de Wet bestaat uit drie of meer personen, die worden benoemd door Onze Minister. 2 Onze Minister wijst de Voorzitter aan. 1993 243 28-04-1993 1993 244 29-04-1993 01-07-1993
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 De leden van het College van Toezicht worden benoemd voor een tijdvak van vier jaren. De aftredenden kunnen na afloop van deze periode opnieuw worden benoemd. 1993 243 28-04-1993 1993 244 29-04-1993 01-07-1993
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Het lidmaatschap van het College van Toezicht eindigt: a. door het verstrijken van de periode waarvoor het lid zitting heeft in het College van Toezicht; b. door ontslag door Onze Minister, al dan niet op eigen verzoek. 1993 243 28-04-1993 1993 244 29-04-1993 01-07-1993
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Het College van Toezicht oefent het toezicht op het beleid van de rechtspersoon uit. 2 Het College van Toezicht kan de rechtspersoon, gevraagd en ongevraagd, van advies dienen. 1997 764 30-12-1997 22-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikelen 5:13 5:15 5:17 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht De,tot en metenzijn van overeenkomstige toepassing op de leden van het College van Toezicht. 2 De leden van het College van Toezicht wordt, desgevorderd, gelegenheid gegeven om vergaderingen van bestuursleden, commissarissen of andere leidende personen van de rechtspersoon bij te wonen en aan de beraadslagingen deel te nemen. 3 artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek Het College van Toezicht heeft voorts het recht om een accountant als bedoeld inte zijner keuze de boekhouding te doen onderzoeken. De kosten daarvan komen voor rekening van de rechtspersoon. 1997 764 30-12-1997 22-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Het College van Toezicht hoort ten minste een maal per jaar vertegenwoordigers van degenen die ingevolge artikel 7 van de Wet betalingsplichtig zijn. 2 Het College van Toezicht is bevoegd ook andere belanghebbenden dan die genoemd in het eerste lid te horen. 3 Het College van Toezicht kan een of meer vertegenwoordigers van de rechtspersoon in de gelegenheid stellen om de besprekingen met de in het eerste lid bedoelde vertegenwoordigers bij te wonen. 1993 243 28-04-1993 1993 244 29-04-1993 01-07-1993
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De rechtspersoon mag de volgende beslissingen niet nemen dan na verkregen toestemming van het College van Toezicht; a. een beslissing tot wijziging van de statuten of tot ontbinding van de rechtspersoon; b. artikel 393, eerste lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek een beslissing tot benoeming van een accountant als bedoeld in; c. een beslissing tot vaststelling of wijziging van modelovereenkomsten met rechthebbenden en betalingsplichtigen betreffende de uitoefening door deze organisatie van het recht bedoeld in artikel 7 van de wet en tot vaststelling of wijziging van andere modelovereenkomsten en reglementen in het kader van de in artikel 15 van de wet geformuleerde taak; d. een beslissing tot het aangaan van samenwerkingsverbanden met andere organisaties die zich bezighouden met de inning en verdeling van een vergoeding gelijk of soortgelijk aan die bedoeld in artikel 7 van de wet. 2 artikelen 10:28 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht Op de toestemming zijn detot en metvan overeenkomstige toepassing. 1997 764 30-12-1997 22-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Het College van Toezicht vergadert tenminste tweemaal per jaar en voorts zo dikwijls als zulks door de Voorzitter of twee andere leden van het College dienstig wordt geoordeeld. 1993 243 28-04-1993 1993 244 29-04-1993 01-07-1993
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Het College van Toezicht besluit met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. 1993 243 28-04-1993 1993 244 29-04-1993 01-07-1993
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Het College van Toezicht blijft ook in geval van één of meer vacatures bevoegd tot hetgeen hem is opgedragen. 1993 243 28-04-1993 1993 244 29-04-1993 01-07-1993
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Het College van Toezicht kan bij reglement nadere regels omtrent zijn vergaderingen en besluitvorming vaststellen. Vaststelling en wijziging van het reglement is onderworpen aan de instemming van Onze Minister. 2 artikelen 10:28 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht Op de toestemming zijn detot en metvan overeenkomstige toepassing. 1997 764 30-12-1997 22-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Het College van Toezicht brengt ten minste een maal per jaar aan Onze Minister verslag uit over zijn werkzaamheden. Het College verstrekt voorts aan Onze Minister alle door deze gevraagde inlichtingen. 1993 243 28-04-1993 1993 244 29-04-1993 01-07-1993
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De leden van het College van Toezicht genieten vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig regels door Onze Minister te stellen. 2 Onze Minister kan aan de leden van het College van Toezicht een toelage toekennen. 3 Het bedrag van de door de Staat ten behoeve van de uitoefening van het toezicht gemaakte kosten wordt door Onze Minister op door hem te bepalen tijdstippen vastgesteld en door de rechtspersoon aan de Staat voldaan. 1994 633 25-08-1994 15-08-1994 1994 633 25-08-1994 15-08-1994 26-08-1994
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Auteurswet 1912 Wet op de naburige rechten Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop de Wet van 18 maart 1993, houdende regelen inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties en wijziging van de() in werking treedt. 1993 243 28-04-1993 1993 244 29-04-1993 01-07-1993