Besluit van 25 juni 1993, houdende bepalingen betreffende de bezoldiging van burgerlijke ambtenaren bij het Ministerie van Defensie
- BWB-id
- BWBR0006038
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Defensie
- Geldigheid
- 2004-06-23 t/m 2005-05-10
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006038
- ELI
- /eli/nl/amvb/1993/bezoldigingsbesluit-burgerlijke-ambtenaren-defensie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1993/bezoldigingsbesluit-burgerlijke-ambtenaren-defensie/2004-06-23
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006038&g=2004-06-23
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006038&z=2026-06-06&g=2004-06-23
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006038/2004-06-23
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1993/bezoldigingsbesluit-burgerlijke-ambtenaren-defensie
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 Ambtenaar in de zin van dit besluit is degene die bij het Ministerie van Defensie in burgerlijke openbare dienst is aangesteld. 2 Dit besluit is niet van toepassing op de ambtenaar, wiens bezoldiging is geregeld: a. bij de wet; b. bij een algemene maatregel van bestuur tot regeling van de bezoldiging van 1. de ambtenaren van de buitenlandse dienst; 2. leden van raden, besturen en commissies; c. artikel 20 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie krachtensof een daarmee overeenkomende bepaling van gelijke strekking; d. artikel 21 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie krachtensof een daarmee overeenkomende bepaling van gelijke strekking. 3 Dit besluit is niet van toepassing op de ambtenaar die is aangesteld in de functie van tandarts en die hoofdzakelijk is belast met de curatieve tandheelkundige zorg, met uitzondering van a. artikel 19 artikel 22, tweede lid artikel 3, voor zover betrekking hebbend op de toelage, bedoeld inen het bedrag, bedoeld in; b. a a a de artikelen 9, 11, 19, 21, 21, 22, 23, 24 en 30; c. artikelen 11 19 24 artikel 26, derde en vierde lid, voor zover betrekking hebbend op de eindejaarsuitkering, de vakantie-uitkering en de,en; d. artikel 21 artikel 27, derde lid, voor zover betrekking hebbend op. 4 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere dan in het tweede lid bedoelde ambtenaren of groepen van ambtenaren worden uitgezonderd van de toepassing van dit besluit. 2000 79 17-02-2000 25-01-2000 2000 79 17-02-2000 25-01-2000 18-02-2000 Artikel 2, 11, eerste lid en artikel 17 werken terug tot en met
24 december 1997. Artikel 7a, 8, 22 en Bijlage B werken terug
tot en met 1 juni 1999. Het hoofdstukopschrift bij artikel en
de artikelen 12a en 26 werken terug tot en met 1 januari 2000.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 In dit besluit wordt verstaan onder: a. salaris bijlage B het bedrag, dat met inachtneming van de bepalingen van dit besluit voor de ambtenaar is vastgesteld aan de hand vanvan dit besluit; b. salaris per uur 1/165 deel van het salaris bij een volledige werktijd; c. salarisschaal bijlage B een als zodanig in devan dit besluit vermelde reeks van genummerde salarissen; d. salarisnummer een aanduiding, bestaande uit een getal of uit een letter en een getal, dat in een salarisschaal voor een salaris is vermeld; e. maximumsalaris het hoogste bedrag van een salarisschaal, waarvan het salarisnummer uitsluitend uit een getal bestaat; f. bezoldiging Hoofdstuk 4 de som van het salaris en de toelagen waarop de ambtenaar ingevolgegewijzigd: van dit besluit aanspraak heeft; g. volledige werktijd een werktijd welke gemiddeld achtendertig werkuren per week omvat; h. functie het samenstel van werkzaamheden door de ambtenaar te verrichten krachtens en overeenkomstig hetgeen hem door het daartoe bevoegde gezag is opgedragen; i. Onze Minister Onze Minister van Defensie; j. bevoegd gezag de bij koninklijk besluit of bij ministeriële regeling als zodanig aangewezen autoriteit. 2000 79 17-02-2000 25-01-2000 2000 79 17-02-2000 25-01-2000 18-02-2000 24-12-1997 Artikel 2, 11, eerste lid en artikel 17 werken terug tot en met
24 december 1997. Artikel 7a, 8, 22 en Bijlage B werken terug
tot en met 1 juni 1999. Het hoofdstukopschrift bij artikel en
de artikelen 12a en 26 werken terug tot en met 1 januari 2000.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Het salaris, de toelagen en de vergoedingen voor extra diensten worden maandelijks betaald. 2 artikelen 12a 13 14 17 18 19 20 artikel 22, tweede lid Wanneer het salaris, een toelage als bedoeld in de,,,,,enof een bedrag, genoemd in, moet worden berekend over een gedeelte van een kalendermaand, wordt het bedrag per dag vastgesteld door een maandbedrag te delen door het aantal dagen van de desbetreffende kalendermaand. 3 Van het bepaalde in het eerste en tweede lid kan worden afgeweken, ingeval daartoe naar het oordeel van het tot het vaststellen van het salaris bevoegde gezag op grond van bijzondere omstandigheden aanleiding bestaat. 2000 79 17-02-2000 25-01-2000 2000 79 17-02-2000 25-01-2000 18-02-2000 Artikel 2, 11, eerste lid en artikel 17 werken terug tot en met
24 december 1997. Artikel 7a, 8, 22 en Bijlage B werken terug
tot en met 1 juni 1999. Het hoofdstukopschrift bij artikel en
de artikelen 12a en 26 werken terug tot en met 1 januari 2000.
Artikel 3a — Artikel 3a Nabetalingen#
Artikel 3a Nabetalingen Vervallen 2002 453 12-09-2002 22-07-2002 2002 453 12-09-2002 22-07-2002 13-09-2002 01-01-2002
Artikel 3b — Artikel 3b Berekening pensioen gevend inkomen#
Artikel 3b Berekening pensioen gevend inkomen Voor de berekening van het pensioen gevend inkomen worden aanspraken op grond van dit besluit of op grond van andere regelingen inzake beloningen van de ambtenaar, vermenigvuldigd met een factor 1/1,019 met inachtneming van een maximale vermindering van het pensioen gevend inkomen van € 65,92. 2002 453 12-09-2002 22-07-2002 2002 453 12-09-2002 22-07-2002 13-09-2002 01-01-2002
Artikel 4 — Artikel 4 Bijlage A#
Artikel 4 Bijlage A Vervallen 1996 606 17-12-1996 09-12-1996 1996 606 17-12-1996 09-12-1996 01-01-1997
Artikel 5 — Artikel 5 Salarisschaal#
Artikel 5 Salarisschaal 1 Voor de ambtenaar geldt een salarisschaal. 2 artikel 18 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie De salarisschaal welke voor de ambtenaar geldt wordt, tenzij zijn wijze van functioneren zich nog daartegen verzet, bepaald met inachtneming van de zwaarte van zijn functie en van bijzondere regelingen, als bedoeld inof in bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling. 3 bijlage B De zwaarte van de functie wordt bepaald binnen de in devan dit besluit aangegeven indelingsstructuur, met inachtneming van het door Onze Minister vastgestelde normeringsstelsel. 4 Indien de ambtenaar bij wijze van waarneming tijdelijk een andere functie uitoefent, blijft de voordien voor hem geldende salarisschaal van toepassing. 5 Burgerlijk ambtenarenreglement defensie Anders dan bij wijze van disciplinaire straf als bedoeld in hetof in een soortgelijke regeling kan zonder voorafgaand ontslag voor een ambtenaar geen salarisschaal gaan gelden met een lager maximumsalaris dan dat van de reeds voor hem geldende salarisschaal. 6 Het vorige lid is niet van toepassing indien: a. bij de bepaling van de salarisschaal, bedoeld in het tweede lid, tevens is bepaald dat de functie van de ambtenaar een tijdelijk karakter heeft en de salarisschaal in verband daarmee slechts tijdelijk zal gelden; b. de ambtenaar in verband met ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte wordt herplaatst in een andere functie. 1997 474 21-10-1997 22-09-1997 1997 474 21-10-1997 22-09-1997 22-10-1997 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5, derde lid artikel 5, tweede lid De ambtenaar die bedenkingen heeft tegen de uitkomst van de bepaling van de zwaarte van zijn functie bedoeld in, kan bij het voor de toepassing van, bevoegde gezag een aanvraag indienen om die waarderingsuitkomst opnieuw in overweging te nemen. 2 artikel 5, tweede lid Indien de toepassing van het bepaalde in, berust bij Ons, worden Wij vertegenwoordigd door Onze Minister. 3 Onze Minister stelt regels betreffende de behandeling van verzoeken als bedoeld in het eerste lid. 4 artikel 18 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing indien voor de ambtenaar een bijzondere regeling geldt als bedoeld inof in bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling. 1997 474 21-10-1997 22-09-1997 1997 474 21-10-1997 22-09-1997 22-10-1997 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 7 — Artikel 7 Salarisnummer#
Artikel 7 Salarisnummer 1 artikel 5 Bij aanstelling wordt aan de inbedoelde ambtenaar het salaris toegekend, dat: a. wanneer hij 22 jaar of ouder is, in de voor hem geldende salarisschaal is vermeld achter het salarisnummer 0; b. de letter J wanneer hij jonger dan 22 jaar is, in de voor hem geldende salarisschaal is vermeld achter het salarisnummer, bestaande uiten het getal, dat overeenkomt met zijn leeftijd. Indien het salarisnummer niet voorkomt, wordt de ambtenaar het laagste salaris in de schaal toegekend. 2 Van het bepaalde in het eerste lid kan worden afgeweken door het toekennen van een hoger salaris, ingeval daartoe naar het oordeel van het bevoegde gezag aanleiding bestaat. 2001 511 06-11-2001 22-10-2001 2001 511 06-11-2001 22-10-2001 07-11-2001 01-06-2001 Artikel 21a werkt terug tot en met 1 januari 2000. Artikelen
22, tweede lid en 29a werken terug tot en met 1 januari 2001.
Artikelen 7, 7a, 11, 12a, 20a, 22, derde lid en bijlage B werken
terug tot en met 1 juni 2001.
Artikel 7a — Artikel 7a Overgangsbepaling#
Artikel 7a Overgangsbepaling Vervallen 2002 453 12-09-2002 22-07-2002 2002 453 12-09-2002 22-07-2002 13-09-2002 01-10-2001
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Het salaris van de ambtenaar wordt verhoogd tot het in de schaal naasthogere bedrag, indien hij naar het oordeel van het bevoegde gezag zijn functie naar behoren vervult. 2 Het salaris van de ambtenaar kan worden verhoogd tot een in de schaal hoger vermeld bedrag, indien hij naar het oordeel van het bevoegde gezag zijn functie zeer goed of uitstekend verricht. 3 Vervult de ambtenaar zijn functie naar het oordeel van het bevoegde gezag niet naar behoren, dan blijft salarisverhoging achterwege. 4 De in het eerste en tweede lid bedoelde salarisverhoging wordt toegekend: a. wanneer de ambtenaar 22 jaar of ouder is en het maximumsalaris van de voor hem geldende salarisschaal nog niet heeft bereikt, voor de eerste maal met ingang van de eerste dag van de maand, waarin sinds zijn aanstelling een jaar is verstreken en nadien telkens na één jaar; b. wanneer de ambtenaar jonger dan 22 jaar is, met ingang van de eerste dag van de maand, waarop zijn verjaardag valt. 5 a Het tijdstip waarop ingevolge het vierde lid, onder, een salarisverhoging wordt toegekend kan worden vervroegd indien daartoe naar het oordeel van het bevoegde gezag aanleiding bestaat. 6 a Indien de in het vierde lid, onder, bedoelde ambtenaar reeds voor zijn 22e verjaardag was aangesteld, wordt, onverlet het in het vijfde lid bepaalde, de salarisverhoging toegekend met ingang van de eerste dag van de maand waarin zijn verjaardag valt. 2000 79 17-02-2000 25-01-2000 2000 79 17-02-2000 25-01-2000 18-02-2000 01-06-1999 Artikel 2, 11, eerste lid en artikel 17 werken terug tot en met
24 december 1997. Artikel 7a, 8, 22 en Bijlage B werken terug
tot en met 1 juni 1999. Het hoofdstukopschrift bij artikel en
de artikelen 12a en 26 werken terug tot en met 1 januari 2000.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Het salaris van de ambtenaar met een onvolledige werktijd wordt vastgesteld op een evenredig deel van het salaris bij een volledige werktijd. 2 f Burgerlijk ambtenarenreglement defensie artikel 5, tweede lid Het salaris van de ambtenaar die is aangesteld op grond van artikel 7, tweede lid, onder., van het, wordt, met inachtneming van het bepaalde in, vastgesteld op een bedrag per uur dat daadwerkelijk dienst wordt verricht. 3 artikel 30c van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie Een teruggebrachte werktijd als bedoeld inof een daarmee overeenkomende bepaling in een ander rechtspositiereglement is geen onvolledige werktijd in de zin van het eerste lid. 2001 348 24-07-2001 27-06-2001 2001 348 24-07-2001 27-06-2001 25-07-2001 01-07-2001 Werkt terug tot en met 1 juli 2001.
Artikel 9a — Artikel 9a#
Artikel 9a 1 artikel 1, derde lid Het salaris van de ambtenaar bedoeld in, wordt vastgesteld aan de hand van de soort en het aantal tandheelkundige verrichtingen. 2 Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de vaststelling van het salaris. 2003 496 09-12-2003 29-10-2003 2003 496 09-12-2003 29-10-2003 10-12-2003 01-01-2003
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 In bijzondere gevallen kan een regeling worden getroffen, waarbij van de overige bepalingen van dit hoofdstuk kan worden afgeweken. 1993 345 25-06-1993 1993 345 25-06-1993 14-07-1993 01-04-1993
Artikel 10a — Artikel 10a Bezoldiging tijdens schorsing#
Artikel 10a Bezoldiging tijdens schorsing 1 artikel 109, eerste lid artikel 109, tweede lid, onderdeel a of b, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie Bij de ambtenaar die ingevolge, dan wel ingevolgeis geschorst, wordt voor de duur van die schorsing eenderde gedeelte ingehouden van de bezoldiging, tenzij het bevoegde gezag bepaalt dat geen inhouding zal plaatsvinden. 2 In geval een schorsing als bedoeld in het eerste lid, langer duurt dan zes weken, kan het bevoegde gezag bepalen dat gedurende die verdere duur van die schorsing een verdere inhouding plaatsvindt tot het volle bedrag der bezoldiging. Bij de afweging omtrent de hoogte van de inhouding wordt de financiële positie van de ambtenaar in de beschouwing betrokken. 3 artikel 109, tweede lid, onderdeel c, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie Bij de ambtenaar die ingevolgeis geschorst, vindt geen inhouding van bezoldiging plaats. 4 artikel 109, tweede lid, onderdeel a of b, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie artikel 121, eerste lid, onderdeel e, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie De ingehouden bezoldiging kan alsnog geheel of gedeeltelijk aan de ambtenaar worden uitbetaald, indien een schorsing als bedoeld inniet wordt gevolgd door een veroordeling tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, een vrijheidsbenemende maatregel, ontslag op grond vanof een onvoorwaardelijk ontslag bij wijze van straf. Op de aldus uit te keren bezoldiging worden in mindering gebracht de inkomsten, welke de ambtenaar sedert de schorsing heeft genoten uit arbeid, die hij als gevolg van de schorsing heeft kunnen verrichten, tenzij zulks, naar het oordeel van het bevoegde gezag, onredelijk of onbillijk is. 5 hoofdstuk 6 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie In geval van schorsing tijdens ziekte van de ambtenaar wordt onder bezoldiging verstaan, hetgeen daaronder wordt verstaan voor de toepassing van het. 2004 268 22-06-2004 01-06-2004 2004 268 22-06-2004 01-06-2004 23-06-2004
Artikel 11 — Artikel 11 Beloningen#
Artikel 11 Beloningen 1 Het bevoegd gezag kan aan de ambtenaar die zich bijzonder heeft onderscheiden door optreden of gedragingen dan wel door buitengewone toewijding of bijzondere loffelijke dienstverrichtingen, één of meer van de onderstaande beloningen toekennen: a. geschenk; b. geldelijke beloning; c. functioneringsgratificatie. 2 De totale waarde van één of meer van de beloningen, bedoeld in het eerste lid, bedraagt maximaal 20% van het tot een jaarbedrag herleide salaris in de maand van de toekenning. Bij de berekening van de totale waarde van de beloningen wordt geen rekening gehouden met de verschuldigde loonheffing en inhoudingen, bedoeld in het derde lid. 3 Wet financiële voorzieningen privatisering ABP De in voorkomend geval over één of meer van de beloningen verschuldigde loonheffing en inhoudingen, bedoeld in paragraaf 5 van de, komen voor rekening van Defensie. 2001 511 06-11-2001 22-10-2001 2001 511 06-11-2001 22-10-2001 07-11-2001 01-06-2001 Artikel 21a werkt terug tot en met 1 januari 2000. Artikelen
22, tweede lid en 29a werken terug tot en met 1 januari 2001.
Artikelen 7, 7a, 11, 12a, 20a, 22, derde lid en bijlage B werken
terug tot en met 1 juni 2001.
Artikel 12 — Artikel 12 Gratificatie bij ambtsjubileum#
Artikel 12 Gratificatie bij ambtsjubileum 1 De ambtenaar heeft naar bij ministeriële regeling te stellen regels aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum. 2 Burgerlijk ambtenarenreglement defensie De ambtenaar heeft naar bij ministeriële regeling te stellen regels aanspraak op een proportionele diensttijdgratificatie, welke wordt afgeleid van de gratificatie, bedoeld in het eerste lid, indien hij wordt ontslagen met toepassing van één van de volgende artikelen uit het: a. artikel 114; b. artikel 116; c. artikel 119; d. artikel 121, eerste lid, onder f of h. 3 artikel 127 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie Aan de nabestaanden van de ambtenaar, bedoeld in, wordt naar bij ministeriële regeling te stellen regels een proportionele diensttijdgratificatie bij overlijden toegekend, welke wordt afgeleid van de gratificatie, bedoeld in het eerste lid. 1997 669 23-12-1997 03-12-1997 1997 669 23-12-1997 03-12-1997 24-12-1997 Artikel 21a werkt terug tot en met 1 juli 1996. Artikel 22 en
bijlage B werken terug tot en met 1 juli 1997.
Artikel 12a — Artikel 12a Functioneringstoelage#
Artikel 12a Functioneringstoelage 1 Het bevoegd gezag kan aan de ambtenaar die het voor hem geldende maximumsalaris heeft bereikt een functioneringstoelage toekennen, indien de wijze van functioneren van de ambtenaar daartoe naar het oordeel van het bevoegd gezag aanleiding geeft. 2 De functioneringstoelage wordt toegekend voor een periode van tenminste één jaar. 3 De functioneringstoelage bedraagt ten hoogste 10 procent van het voor de ambtenaar geldende salaris. 2001 511 06-11-2001 22-10-2001 2001 511 06-11-2001 22-10-2001 07-11-2001 01-06-2001 Artikel 21a werkt terug tot en met 1 januari 2000. Artikelen
22, tweede lid en 29a werken terug tot en met 1 januari 2001.
Artikelen 7, 7a, 11, 12a, 20a, 22, derde lid en bijlage B werken
terug tot en met 1 juni 2001.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 5, tweede en derde lid Aan de ambtenaar, die bij wijze van waarneming tijdelijk een functie uitoefent, welke bij toepassing van, zou leiden tot een salarisschaal met een hoger maximumsalaris, kan voor de duur van die waarneming een toelage worden toegekend. 2 De toelage wordt, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, slechts toegekend wanneer de waarneming ten minste een tijdvak van dertig dagen heeft geduurd. 3 Bij volledige waarneming van de functie bedoeld in het eerste lid is het bedrag van de toelage gelijk aan het verschil tussen het salaris dat de ambtenaar geniet en het salaris dat hij zou genieten, wanneer de salarisschaal met een hoger maximumsalaris met ingang van de dag waarop de waarneming is begonnen voor hem zou hebben gegolden. 4 Onze Minister stelt voor de toepassing van dit artikel nadere regels vast. 1993 345 25-06-1993 1993 345 25-06-1993 14-07-1993 01-04-1993
Artikel 14 — Artikel 14 Toelage minimumloon#
Artikel 14 Toelage minimumloon 1 artikelen 7 14 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag Indien het salaris minder is dan het maandbedrag van het minimumloon, dat krachtens de, 8 engeldt voor werknemers van dezelfde leeftijd als de ambtenaar, wordt aan hem een toelage toegekend ten bedrage van het verschil. 2 Voor de ambtenaar met een onvolledige werktijd, wordt het voor werknemers van dezelfde leeftijd geldende minimumloon geacht te zijn vastgesteld op een evenredig deel van het minimumloon bij een volledige werktijd. 1993 345 25-06-1993 1993 345 25-06-1993 14-07-1993 01-04-1993
Artikel 15 — Artikel 15 Toelage onregelmatige dienst#
Artikel 15 Toelage onregelmatige dienst 1 Aan de ambtenaar, die anders dan bij wijze van overwerk, regelmatig of vrij regelmatig arbeid verricht op andere tijden dan op de dagen maandag tot en met vrijdag tussen 8.00 en 18.00 uur, wordt een toelage toegekend. 2 De toelage bedraagt per gewerkt uur een percentage van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur en wel: met dien verstande dat genoemde percentages worden berekend over ten hoogste het salaris per uur, dat is afgeleid van het salaris behorende bij het maximumsalaris van salarisschaal 7. a. 20% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 6.00 en 8.00 uur en tussen 18.00 en 22.00 uur; b. 40% voor de uren op maandag tot en met vrijdag tussen 0.00 en 6.00 uur en tussen 22.00 en 24.00 uur; c. 45% voor de uren op zaterdag; d. 70% voor de uren op zondag; e. artikel 31g, tweede lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie 100% voor de uren op de feestdagen genoemd in; 3 a Voor de in het tweede lid ondergenoemde morgen- en avonduren wordt de toelage slechts toegekend, indien de arbeid is aangevangen vóór 7.00 uur, respectievelijk is beëindigd na 19.00 uur. 4 In afwijking van het bepaalde in het eerste en het tweede lid ontvangt de ambtenaar met ingang van de maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt een vaste toelage, mits hij op dat moment gedurende ten minste 5 jaar zonder wezenlijke onderbreking een toelage als bedoeld in het eerste lid heeft genoten. 5 De toelage genoemd in het vierde lid wordt vastgesteld op het bedrag dat de ambtenaar over de twaalf kalendermaanden voorafgaande aan de maand waarin hij de leeftijd van 55 jaar bereikt gemiddeld per maand aan toelage als bedoeld in het eerste lid heeft genoten en wordt aangepast aan algemene salariswijzigingen. 6 Voor de toepassing van het vierde lid wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan twee maanden. 7 In bijzondere gevallen kan een regeling worden getroffen, welke het bepaalde in dit artikel aanvult of daarvan afwijkt. 2002 453 12-09-2002 22-07-2002 2002 453 12-09-2002 22-07-2002 13-09-2002 01-10-2001
Artikel 16 — Artikel 16 Verschuivingstoelage#
Artikel 16 Verschuivingstoelage 1 artikel 30b, eerste lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie Aan de ambtenaar die krachtens een rooster als bedoeld inof in bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling, anders dan bij wijze van overwerk regelmatig of vrij regelmatig arbeid verricht op andere tijden dan op de dagen van maandag tot en met vrijdag tussen 8.00 uur en 18.00 uur wordt voor het in opdracht van het bevoegde gezag verrichten van arbeid op uren die afwijken van het vastgestelde rooster een toelage toegekend, voor zover met die uren het totaal van het per werkperiode vastgestelde aantal arbeidsuren niet wordt overschreden. 2 Op de in het eerste lid bedoelde toelage bestaat geen aanspraak indien tussen het geven van de opdracht en het verrichten van de arbeid meer dan 72 uren zijn verstreken. 3 De toelage bedraagt voor elk vol uur waarop in afwijking van het rooster arbeid is verricht 40% van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur, met dien verstande dat dit percentage wordt berekend over ten hoogste het salaris per uur, dat is afgeleid van het salaris behorende bij het maximumsalaris van salarisschaal 7. 2002 453 12-09-2002 22-07-2002 2002 453 12-09-2002 22-07-2002 13-09-2002 01-10-2001
Artikel 17 — Artikel 17 Overgangstoelage onregelmatige dienst#
Artikel 17 Overgangstoelage onregelmatige dienst 1 artikel 15 artikel 20 Aan de ambtenaar wiens bezoldiging als gevolg van het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage als bedoeld in, een blijvende verlaging ondergaat, welke tenminste 3% bedraagt van de som van het salaris en een toelage als bedoeld in, wordt een aflopende toelage toegekend, mits hij eerstgenoemde toelage direct voorafgaande aan het tijdstip van vorenbedoelde beëindiging of vermindering ervan gedurende tenminste 2 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft genoten. 2 Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder wezenlijke onderbreking verstaan een onderbreking van langer dan 2 maanden. 3 Onze Minister stelt voor de toepassing van dit artikel nadere regels vast. 2000 79 17-02-2000 25-01-2000 2000 79 17-02-2000 25-01-2000 18-02-2000 24-12-1997 Artikel 2, 11, eerste lid en artikel 17 werken terug tot en met
24 december 1997. Artikel 7a, 8, 22 en Bijlage B werken terug
tot en met 1 juni 1999. Het hoofdstukopschrift bij artikel en
de artikelen 12a en 26 werken terug tot en met 1 januari 2000.
Artikel 18 — Artikel 18 Consignatie#
Artikel 18 Consignatie 1 artikel 30b, eerste lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie Aan de ambtenaar die buiten de werktijden die voor hem gelden krachtens een rooster als bedoeld inof in bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling, ingevolge een schriftelijke aanwijzing van het bevoegde gezag zich regelmatig of vrij regelmatig bereikbaar en beschikbaar moet houden teneinde bij oproep arbeid te gaan verrichten, wordt een toelage toegekend. 2 De toelage bedraagt per uur bereikbaarheid en beschikbaarheid een percentage van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur en wel: met dien verstande dat genoemde percentages worden berekend over ten hoogste het salaris per uur, dat is afgeleid van het salaris behorende bij het maximumsalaris van salarisschaal 7. a. 5% voor de uren op maandag tot en met vrijdag; b. artikel 30b, eerste lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie 10% voor de uren op zaterdag en zondag en op de feestdagen genoemd in; 3 De op basis van het tweede lid berekende toelage wordt verhoogd met 100% over de uren waarop aan de opgedragen bereikbaarheid en beschikbaarheid een extra plaatsgebondenheid op of rond de plaats van tewerkstelling is verbonden. 4 In bijzondere gevallen kan een regeling worden getroffen welke het bepaalde in dit artikel aanvult of daarvan afwijkt. 2002 453 12-09-2002 22-07-2002 2002 453 12-09-2002 22-07-2002 13-09-2002 01-10-2001
Artikel 19 — Artikel 19 Werving- en behoudtoelage#
Artikel 19 Werving- en behoudtoelage 1 Aan de ambtenaar kan om redenen van werving of behoud een toelage voor de duur van één jaar worden toegekend. 2 Indien naar het oordeel van het bevoegde gezag sprake is van bijzondere omstandigheden kan de toelage voor een bepaalde duur langer dan één jaar worden toegekend. 1993 345 25-06-1993 1993 345 25-06-1993 14-07-1993 01-04-1993
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 artikelen 12a tot en met 19 In uitzonderlijke gevallen kan aan de ambtenaar of aan een groep ambtenaren een toelage worden toegekend op andere gronden dan die vermeld in de. 2000 79 17-02-2000 25-01-2000 2000 79 17-02-2000 25-01-2000 18-02-2000 Artikel 2, 11, eerste lid en artikel 17 werken terug tot en met
24 december 1997. Artikel 7a, 8, 22 en Bijlage B werken terug
tot en met 1 juni 1999. Het hoofdstukopschrift bij artikel en
de artikelen 12a en 26 werken terug tot en met 1 januari 2000.
Artikel 20a — Artikel 20a Samenloop functioneringstoelage, bindingspremie en beloningen#
Artikel 20a Samenloop functioneringstoelage, bindingspremie en beloningen artikel 11 artikel 12a artikel 19 artikel 24 Bij toekenning van een aanspraak op een beloning, als bedoeld in, een functioneringstoelage, als bedoeld in, een wervings- en behoudtoelage, als bedoeld in, of een wervings- en behoudpremie, als bedoeld in, bedraagt de totale waarde van die aanspraken, gerekend over de voorafgaande 12 maanden, maximaal 30% van het tot een jaarbedrag herleide salaris in de maand van de toekenning. 2001 511 06-11-2001 22-10-2001 2001 511 06-11-2001 22-10-2001 07-11-2001 01-06-2001 Artikel 21a werkt terug tot en met 1 januari 2000. Artikelen
22, tweede lid en 29a werken terug tot en met 1 januari 2001.
Artikelen 7, 7a, 11, 12a, 20a, 22, derde lid en bijlage B werken
terug tot en met 1 juni 2001.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 artikel 12a Een krachtens, 19 of 20 toegekende toelage wordt ingetrokken, indien de gronden, waarop de toelage werd toegekend, niet meer aanwezig zijn, tenzij het bevoegde gezag van oordeel is, dat er omstandigheden zijn om de toelage geheel of gedeeltelijk te handhaven. 2000 79 17-02-2000 25-01-2000 2000 79 17-02-2000 25-01-2000 18-02-2000 Artikel 2, 11, eerste lid en artikel 17 werken terug tot en met
24 december 1997. Artikel 7a, 8, 22 en Bijlage B werken terug
tot en met 1 juni 1999. Het hoofdstukopschrift bij artikel en
de artikelen 12a en 26 werken terug tot en met 1 januari 2000.
Artikel 21a — Artikel 21a#
Artikel 21a 1 bijlage B bijlage B artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie De ambtenaar, die aanspraak heeft op salaris volgensvan dit besluit respectievelijk de gewezen ambtenaar, die aanspraak had op salaris volgensvan dit besluit en in het genot is van wachtgeld als bedoeld inof uitkering op grond van het, heeft aanspraak op een eindejaarsuitkering ten bedrage van 0,8% van het door hem genoten salaris respectievelijk het door hem genoten wachtgeld of de door hem genoten uitkering na toepassing van de bij of krachtens die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf. 2 Ziektewet Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Ziektewet Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering Indien op het genoten salaris van de ambtenaar een uitkering op grond van deof dein mindering is gebracht, wordt voor de toepassing van het eerste lid het genoten salaris in acht genomen, zoals dit zou zijn genoten, indien geen sprake zou zijn geweest van recht op een uitkering op grond van deof de. 3 artikel 23, tweede lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie Indien voor de ambtenaar op grond vanhet feitelijk genot van de bezoldiging is teruggebracht tot het bedrag van het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage, wordt hij voor de toepassing van het eerste en tweede lid geacht geen salaris te genieten. 4 De eindejaarsuitkering wordt eenmaal per kalenderjaar en over dat kalenderjaar in de maand december betaald. 5 Bij ontslag van de ambtenaar vindt betaling plaats over het tijdvak gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode waarover de eindejaarsuitkering is betaald en de datum van het ontslag. 2002 453 12-09-2002 22-07-2002 2002 453 12-09-2002 22-07-2002 13-09-2002 01-01-2002
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 De ambtenaar heeft recht op een vakantie-uitkering ten bedrage van 8% van de door hem genoten bezoldiging. 2 Voor de ambtenaar die 22 jaar of ouder is bedraagt de vakantie-uitkering tenminste € 137,12 per maand met dien verstande dat dit bedrag bij een onvolledige werktijd of bij genot van slechts een gedeelte van de bezoldiging, op andere gronden dan vermeld in het vierde lid, naar evenredigheid wordt verminderd. 3 Voor de ambtenaar die jonger is dan 22 jaar bedraagt de vakantie-uitkering ten minste het in het tweede lid genoemde bedrag verminderd met 10% voor elk leeftijdsjaar of gedeelte van een leeftijdsjaar dat hij jonger is dan 22 jaar, met een maximumaftrek van 30%, met dien verstande dat het bedrag waarop hij alsdan aanspraak heeft bij een onvolledige werktijd of bij genot van slechts een gedeelte van de bezoldiging, op andere gronden dan vermeld in het vierde lid, naar evenredigheid wordt verminderd. 4 artikelen 22 tot en met 29 artikel 59 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie Wanneer de ambtenaar op grond van deof vanof op grond van bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling slechts een gedeelte van zijn bezoldiging geniet, wordt hij voor de toepassing van het eerste lid geacht in het genot van zijn volle bezoldiging te zijn, met dien verstande dat wanneer het feitelijke genot van de bezoldiging is teruggebracht tot het bedrag van het op de ambtenaar te verhalen gedeelte van de pensioenbijdrage, hij voor toepassing van het eerste lid wordt geacht geen bezoldiging te genieten. 2003 496 09-12-2003 29-10-2003 2003 496 09-12-2003 29-10-2003 10-12-2003
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De vakantie-uitkering wordt eenmaal per jaar betaald over de periode van 12 maanden, die is aangevangen met de maand juni van het voorafgaande kalenderjaar. 2 Bij ontslag van de ambtenaar vindt betaling plaats over het tijdvak, gelegen tussen het einde van de laatste verstreken periode waarover de vakantie-uitkering is betaald en de datum van het ontslag. 1993 345 25-06-1993 1993 345 25-06-1993 14-07-1993 01-04-1993
Artikel 24 — Artikel 24 Werving- en behoudpremie#
Artikel 24 Werving- en behoudpremie 1 Aan de ambtenaar kan om redenen van werving of behoud een uitkering worden toegekend. 2 De in het eerste lid bedoelde uitkering wordt toegekend aan het eind van een tijdvak dat tevoren is vastgesteld door het tot het toekennen van de uitkering bevoegde gezag, dat aan het toekennen nadere voorwaarden kan verbinden. 3 Aan de ambtenaar die niet heeft kunnen voldoen aan de in het tweede lid bedoelde voorwaarden door een naar het oordeel van het bevoegde gezag niet aan hemzelf te wijten oorzaak, kan de uitkering gedeeltelijk worden toegekend. 1993 345 25-06-1993 1993 345 25-06-1993 14-07-1993 01-04-1993
Artikel 25 — Artikel 25 Overwerk#
Artikel 25 Overwerk 1 Aan de ambtenaar, voor wie een salarisschaal geldt met een lager maximumsalaris dan dat van schaal 11 en die in opdracht van het bevoegde gezag overwerk verricht, wordt behoudens het bepaalde in het derde lid een vergoeding toegekend. 2 artikel 30b, eerste lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie Onder overwerk wordt verstaan arbeid buiten de werktijden geldende voor de ambtenaar krachtens een rooster als bedoeld inof in bepalingen van dezelfde strekking in een soortgelijke regeling, voor zover daardoor het per werkperiode vastgestelde aantal arbeidsuren wordt overschreden. 3 Voor overwerk dat gedurende korter dan een half uur aansluitend aan de dagelijkse werktijd wordt verricht, wordt geen vergoeding toegekend. 4 De werkperiode bedoeld in het tweede lid wordt gesteld op: a. één dag, indien aanvang en einde van de werktijd in de regel niet aan wisselingen onderhevig zijn; b. een tijdvak van ten minste zeven dagen, indien de tijdstippen van aanvang en einde van de werktijd volgens een tevoren vastgesteld rooster wisselen. 5 De vergoeding voor overwerk bestaat uit: a. verlof, gelijk aan het aantal uren overschrijding van het per werkperiode vastgestelde aantal arbeidsuren, en b. een bedrag in geld, dat voor elk uur van die overschrijding een percentage van het voor de ambtenaar geldende salaris per uur bedraagt. 6 De vergoeding in verlof wordt zo spoedig mogelijk toegekend, doch in de regel niet later dan in de kalendermaand volgende op die, waarin de overschrijding plaats had, waarbij zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met de wensen van de ambtenaar. 7 Indien naar het oordeel van het bevoegde gezag het dienstbelang zich verzet tegen het toekennen van verlof, wordt in plaats van verlof voor ieder uur een bedrag in geld toegekend gelijk aan het voor de ambtenaar geldende salaris per uur. 8 b Indien de werkperiode één dag omvat, bedraagt het in het vijfde lid, onder, bedoelde percentage: a. b onder c behoudens het gesteldeen, het getal, vermeld in de onderstaande tabel: b. c onder 50, indien gedurende langer dan twee uur overwerk is verricht, voor zover het overwerk betreft, dat na de eerste twee uur is verricht op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag tussen 6.00 en 20.00 uur, behoudens het gestelde; c. artikel 31g, tweede lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie 100, indien het overwerk is verricht op een der feestdagen, genoemd indan wel op de daarop volgende dag tussen 0.00 en 6.00 uur. 9 b Indien de werkperiode een tijdvak van tenminste zeven dagen omvat, bedraagt het in het vijfde lid, onderbedoelde percentage: a. b onder 50, behoudens het gestelde; b. artikel 31g, tweede lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie 100, indien het overwerk is verricht op zondag, op maandag tussen 0.00 en 6.00 uur, op een der feestdagen, genoemd in, dan wel op de dag, volgende op de laatstgenoemde dag tussen 0.00 en 6.00 uur. 10 a Burgerlijk ambtenarenreglement defensie Voor het vaststellen van de duur van de overschrijding gelden de uren waarop krachtens het vijfde lid onder, of krachtens hetdan wel een overeenkomstige regeling vakantie of verlof is genoten, als uren waarop is gewerkt. 11 Aan ambtenaren voor wie verschillende salarisschalen gelden, die ingevolge een opdracht als bedoeld in het eerste lid gelijke werkzaamheden verrichten kan, in afwijking van het in dit artikel bepaalde, naar billijkheid een voor alle betrokken ambtenaren gelijke vergoeding worden toegekend. 12 In bijzondere gevallen kan een regeling worden getroffen, welke het bepaalde in dit artikel aanvult of daarvan afwijkt. 2001 348 24-07-2001 27-06-2001 2001 348 24-07-2001 27-06-2001 25-07-2001 01-07-2001 Werkt terug tot en met 1 juli 2001.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 Het bepalen van de salarisschaal van de ambtenaar geschiedt door Onze Minister. 2 bijlage B In afwijking van het eerste lid geschiedt het bepalen van de salarisschaal bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister, indien het maximumsalaris van die schaal gelijk is aan of hoger is dan het maximumsalaris van schaal 15 vanvan dit besluit. 3 artikel 11 artikel 12 de artikelen 12a tot en met 19 artikel 24 artikel 25 artikel 29a Het toekennen van het salaris, de eindejaarsuitkering, de vakantieuitkering, een beloning als bedoeld in, een gratificatie als bedoeld in, een toelage als bedoeld in, de uitkering, bedoeld in, en een vergoeding voor extra diensten als bedoeld inen een vervangingstoelage als bedoeld ingeschiedt door Onze Minister, dan wel door het bevoegd gezag. 4 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen bepalingen worden vastgesteld die afwijken van het bepaalde in dit artikel. 2003 496 09-12-2003 29-10-2003 2003 496 09-12-2003 29-10-2003 10-12-2003
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikelen 10 15 zevende lid 18 vierde lid 25 twaalfde lid Het vaststellen van een regeling als bedoeld in de,,en, geschiedt door Onze Minister. 2 artikel 20 Het toekennen van een toelage als bedoeld ingeschiedt bij koninklijk besluit op gemeenschappelijke voordracht van Onze Minister-President en Onze Minister. 3 artikelen 12a 19 20 29a Het intrekken ingevolge artikel 21 van een toelage als bedoeld in de,,engeschiedt door het gezag dat bevoegd is deze toelage toe te kennen. 2003 496 09-12-2003 29-10-2003 2003 496 09-12-2003 29-10-2003 10-12-2003
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Voor gevallen, waarin dit besluit niet of niet naar billijkheid voorziet, wordt bij koninklijk besluit een bijzondere regeling getroffen op gemeenschappelijke voordracht van Onze Minister-President en Onze Minister. 1993 345 25-06-1993 1993 345 25-06-1993 14-07-1993 01-04-1993
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 a de onder t e De aanspraken, welke een ambtenaar aan één van/mopgesomde regelingen op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit kan ontlenen, blijven conform het bepaalde in die regelingen van kracht: a. Overgangsregeling bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984 ; b. Stb. koninklijk besluit van 1 augustus 1984, houdende verlaging van beginsalarissen van burgerlijke rijksambtenaren (1984, 371); c. Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984 Stb. koninklijk besluit van 14 december 1988, tot wijziging van heten enkele andere besluiten in verband met differentiatie in beloning op grond van individueel functioneren (1988, 652); d. Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984 Stb. koninklijk besluit van 22 juli 1985, houdende wijziging van heten vaststelling van een bijbehorende overgangsregeling (1985, 454). 2003 496 09-12-2003 29-10-2003 2003 496 09-12-2003 29-10-2003 10-12-2003
Artikel 29a — Artikel 29a Vervangingstoelage#
Artikel 29a Vervangingstoelage 1 Toelageregeling afschaffing tariefbeloning Defensie Voor de ambtenaar die op 30 juni 2003 aanspraak heeft op een toelage op grond van de, wordt die aanspraak met ingang van 1 juli 2003 omgezet in een vervangingstoelage. 2 Toelageregeling afschaffing tariefbeloning Defensie Het bedrag van de vervangingstoelage is op 1 juli 2003 gelijk aan het bedrag van de toelage waarop de ambtenaar op 30 juni 2003 aanspraak heeft op grond van de. 3 Toelageregeling afschaffing tariefbeloning Defensie Voor zover de toelage op grond van deop 30 juni 2003 deel uitmaakt van de bezoldiging onderscheidenlijk de grondslag voor de vakantie-uitkering onderscheidenlijk het pensioengevend inkomen, maakt de vervangingstoelage vanaf 1 juli 2003 op overeenkomstige wijze deel uit van de bezoldiging onderscheidenlijk de grondslag voor de vakantie-uitkering onderscheidenlijk het pensioengevend inkomen. 4 Toelageregeling afschaffing tariefbeloning Defensie Voor zover de toelage op grond van devóór 30 juni 2003 wordt aangepast met het percentage van een algemene salarismaatregel, wordt de vervangingstoelage vanaf 1 juli 2003 op overeenkomstige wijze aangepast met het percentage van een algemene salarismaatregel. 2003 496 09-12-2003 29-10-2003 2003 496 09-12-2003 29-10-2003 10-12-2003 01-07-2003
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 artikel 1 artikel 1 Bezoldigingsbesluit burgerlijke rijksambtenaren 1984 Voor zover op grond van de bepalingen van dit besluit nadere regels moeten worden gegeven gelden na de inwerkingtreding van dit besluit ten aanzien van de ambtenaar als genoemd invan dit besluit de op basis van de overeenkomstige bepalingen van hetvastgestelde regels 1) als nadere regels berustende op dit besluit voor zover zij daarmede niet in strijd zijn. Zij blijven gedurende één jaar na het in werking treden van dit besluit van toepassing op de ingenoemde ambtenaar tenzij Onze Minister anders bepaalt. 1993 345 25-06-1993 1993 345 25-06-1993 14-07-1993 01-04-1993
Artikel 30a — Artikel 30a#
Artikel 30a a artikel 9 Aan de ministeriële regeling bedoeld inkan terugwerkende kracht worden verleend tot en met 1 januari 1995. 1995 429 19-09-1995 03-08-1995 1995 429 19-09-1995 03-08-1995 20-09-1995 01-01-1995
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van hetwaarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 1993. 1993 345 25-06-1993 1993 345 25-06-1993 14-07-1993 01-04-1993
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Dit besluit wordt aangehaald als Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie. 1993 345 25-06-1993 1993 345 25-06-1993 14-07-1993 01-04-1993