Besluit van 22 september 1993, houdende uitvoeringsbepalingen van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
- BWB-id
- BWBR0006152
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-01-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006152
- ELI
- /eli/nl/amvb/1993/uitvoeringsbesluit-whw-2008
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1993/uitvoeringsbesluit-whw-2008/2026-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006152&g=2026-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006152&z=2026-06-06&g=2026-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006152/2026-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1993/uitvoeringsbesluit-whw-2008
Artikel 1.1 — Artikel 1.1 Begripsbepalingen#
Artikel 1.1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: – academisch ziekenhuis: bijlage van de wet academisch ziekenhuis als bedoeld in onderdeel j van de; – accreditatieorgaan: de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie, bedoeld in artikel 1 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap van België inzake de accreditatie van opleidingen binnen het Nederlandse en Vlaamse hoger onderwijs, met bijlage; Den Haag, 3 september 2003 (Trb. 2003, 167); – associate degree-opleiding: artikel 7.3a van de wet associate degree-opleiding als bedoeld in; – bacheloropleiding: artikel 7.3a van de wet bacheloropleiding als bedoeld in; – bekostigde graad: artikel 4.9 een graad als bedoeld in; – bekostigingsniveau: artikel 4.10, derde lid artikel 4.20, tweede lid bekostigingsniveau als bedoeld inen; – erkenning ITK: artikel 1.1, onderdeel s, van de wet erkenning als bedoeld in; – graad: artikel 7.10a, eerste of tweede lid, van de wet een blijkens het register onderwijsdeelnemers verleende graad Bachelor of graad Master als bedoeld in, die is verleend aan een persoon; – hogeschool: hogeschool als bedoeld in de onderdelen c, e en g van de bijlage van de wet; – inspectie: artikel 1 van de Wet op het onderwijstoezicht de inspectie, bedoeld in; – instelling: bijlage van de wet instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in de onderdelen a tot en met i van de; – instellingsbestuur: artikel 1.1, onderdeel j, van de wet instellingsbestuur als bedoeld in; – masteropleiding: artikel 7.3a van de wet masteropleiding als bedoeld in; – onderwijsdeel hbo: artikel 4.1, tweede lid, onderdeel b onderdeel van de landelijk beschikbare rijksbijdrage, bedoeld in; – onderwijsdeel wo: artikel 4.1, tweede lid, onderdeel a onderdeel van de landelijk beschikbare rijksbijdrage, bedoeld in; – onderwijseenheid: artikel 7.3, tweede lid, eerste volzin, van de wet onderwijseenheid als bedoeld in; – onderzoekdeel wo: artikel 4.1, tweede lid, onderdeel c onderdeel van de landelijk beschikbare rijksbijdrage, bedoeld in; – ongedeelde opleiding: artikel 18.15 van de wet opleiding als bedoeld in; – ontwerperscertificaat: bijlage 7 bij dit besluit getuigschrift uitgereikt aan een technologisch ontwerper na het met goed gevolg afronden van onderwijs als bedoeld in; – opleiding: wet opleiding als bedoeld in de; – opleiding van eerste inschrijving: 1° artikel 7.45, eerste lid, van de wet artikel 7.48, derde en vierde lid opleiding waarvoor een student het collegegeld, bedoeld in, is verschuldigd en waarvoor geen vermindering of vrijstelling van het betalen van collegegeld op grond van de wet is verkregen, tenzij er sprake is van een vermindering als bedoeld in, of, 2° artikel 7.45, tweede lid, van de wet opleiding waarvoor een persoon die het collegegeld, bedoeld inis verschuldigd, zich als eerste heeft ingeschreven; – Onze Minister: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; – peildatum: 1 oktober in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld; – peilperiode: periode van 2 oktober in het derde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld, tot en met 1 oktober in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld; – peilperiode onderzoek: peilperiode vermeerderd met twee onmiddellijk hieraan voorafgaande peilperiodes; – promotie: artikel 7.18 van de wet promotie als bedoeld in; – register: artikel 6.13, eerste lid, van de wet de Registratie instellingen en opleidingen, bedoeld in; – register onderwijsdeelnemers: artikel 4 van de Wet register onderwijsdeelnemers register onderwijsdeelnemers als bedoeld in; – student: artikel 2.2, eerste lid, van de Wet studiefinanciering 2000 persoon die behoort tot een van de groepen van studerenden, bedoeld inof de Surinaamse nationaliteit bezit en is ingeschreven voor: 1°. artikel 7.10a, van de wet een bekostigde associate degree-opleiding en blijkens het register onderwijsdeelnemers sedert 1 september 1991 niet eerder bij een instelling in verband met het volgen van initieel onderwijs een graad Associate degree, een graad Bachelor of een graad Master als bedoeld inheeft behaald; of 2°. artikel 7.10a, van de wet een bekostigde bacheloropleiding en blijkens het register onderwijsdeelnemers sedert 1 september 1991 niet eerder bij een instelling in verband met het volgen van initieel onderwijs een graad Bachelor als bedoeld inheeft behaald; of 3°. artikel 7.10a, van de wet een bekostigde masteropleiding en blijkens het register onderwijsdeelnemers sedert 1 september 1991 niet eerder bij een instelling in verband met het volgen van initieel onderwijs een graad Master als bedoeld inheeft behaald; – studiejaar: wet studiejaar als bedoeld in de; – universiteit: 1°. bijlage van de wet universiteit als bedoeld in de onderdelen a en b van de, 2°. bijlage van de wet de Open Universiteit, bedoeld in onderdeel h van de, en 3°. bijlage van de wet levensbeschouwelijke universiteit als bedoeld in onderdeel i van de; – wet: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek ; – wettelijke studielast: artikelen 7.4a, eerste tot en met zevende lid 7.4b, eerste tot en met zevende lid, van de wet aantal studiepunten dat een opleiding omvat, bedoeld in de, en. 2024 200 01-07-2024 26-06-2024 36454 2024 217 17-07-2024 05-07-2024 01-01-2025
Artikel 2.1 — Artikel 2.1 Persoonlijke omstandigheden bij bindend studieadvies en verwijzing naar afstudeerrichting#
Artikel 2.1 Persoonlijke omstandigheden bij bindend studieadvies en verwijzing naar afstudeerrichting 1 artikelen 7.8b, derde lid 7.9, derde lid De persoonlijke omstandigheden bedoeld in de, en, van de wet, zijn: a. ziekte van betrokkene, b. lichamelijke, zintuiglijke of andere functiestoornis van betrokkene, c. zwangerschap van betrokkene, d. bijzondere familie-omstandigheden, e. het lidmaatschap, daaronder begrepen het voorzitterschap, van: 1. artikel 9.30, derde lid artikel 9.51, tweede lid bij universiteiten: de universiteitsraad, faculteitsraad, het orgaan dat is ingesteld op grond van de medezeggenschapsregeling, bedoeld in, onderscheidenlijk, van de wet, het bestuur van een opleiding of de opleidingscommissie, alsmede het lidmaatschap van het bestuur van een stichting die blijkens haar statuten tot doel heeft de exploitatie van voorzieningen, behorende tot de studentenvoorzieningen, dan wel van een daarmee naar het oordeel van het instellingsbestuur gelet op de taak gelijk te stellen orgaan, 2. bij hogescholen: de medezeggenschapsraad, deelraad, studentencommissie of opleidingscommissie, f. artikelen 7.8b, zesde lid 7.9, vijfde lid andere in de regelingen, bedoeld in de, en, van de wet door het instellingsbestuur aan te geven omstandigheden waarin betrokkene activiteiten ontplooit in het kader van de organisatie en het bestuur van de zaken van de instelling, g. het lidmaatschap van het bestuur van een studentenorganisatie van enige omvang met volledige rechtsbevoegdheid, dan wel van een vergelijkbare organisatie van enige omvang, bij wie de behartiging van het algemeen maatschappelijk belang op de voorgrond staat en die daartoe daadwerkelijk activiteiten ontplooit, h. artikel 7.13 van de wet andere in de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in, op grond van artikel 7.13, tweede lid, onderdeel f, van de wet, vast te leggen persoonlijke omstandigheden, i. andere dan in de onderdelen a tot en met h bedoelde persoonlijke omstandigheden die, indien zij door het instellingsbestuur niet in de beoordeling zouden worden betrokken, zouden leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2 g Het instellingsbestuur kan voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel, nadere regels vaststellen omtrent het aantal bestuursleden dat ten hoogste per organisatie per studiejaar in aanmerking komt, zomede omtrent welke bestuursfuncties in aanmerking komen. 2018 174 19-06-2018 30-05-2018 2018 174 19-06-2018 30-05-2018 01-09-2018
Artikel 2.2 — Artikel 2.2 Omvang volledig wettelijk collegegeld#
Artikel 2.2 Omvang volledig wettelijk collegegeld 1 artikel 7.45, eerste lid, van de wet Voor het studiejaar 2021-2022: € 2.168 Het volledig wettelijk collegegeld, bedoeld in, bedraagt voor het studiejaar 2018–2019 € 2.060. 2 Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt jaarlijks bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex. De ministeriële regeling wordt vastgesteld voor 1 november voorafgaand aan het studiejaar waarvoor het gewijzigde collegegeld zal gelden. De wijziging wordt bepaald door de gemiddelde procentuele wijziging die de consumentenprijsindex over de periode mei tot en met april, voorafgaand aan de vaststelling van de ministeriële regeling, heeft ondergaan ten opzichte van dezelfde periode in het daaraan voorafgaande jaar. De aldus verkregen wijziging van het collegegeldbedrag wordt afgerond op het naastbij gelegen gehele getal. 3 Onder de consumentenprijsindex, bedoeld in het tweede lid, wordt verstaan: de consumentenprijsindex «reeks alle huishoudens» zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek. 2023 231 28-06-2023 22-06-2023 2023 231 28-06-2023 22-06-2023 01-08-2023
Artikel 2.3 — Artikel 2.3 Uitbreiding categorie studenten met aanspraak op wettelijk collegegeld in verband met een opleiding op het gebied van onderwijs of gezondheidszorg#
Artikel 2.3 Uitbreiding categorie studenten met aanspraak op wettelijk collegegeld in verband met een opleiding op het gebied van onderwijs of gezondheidszorg 1 In dit artikel wordt verstaan onder een opleiding op het gebied van onderwijs: a. artikel 3.1, aanhef en onder a een opleiding die is opgenomen in het onderdeel «onderwijs» van de Registratie instellingen en opleidingen, bedoeld in; b. de volgende opleidingen op het gebied van landbouw en natuurlijke omgeving: 1°. een bacheloropleiding Educatie en Kennismanagement Groene Sector; 2°. een masteropleiding Leren en Innoveren; en 3°. een associate degree-opleiding Onderwijsondersteuner Educatie en Kennismanagement Groene Sector; c. een bacheloropleiding pedagogische wetenschappen, onderwijskunde of onderwijswetenschappen in het wetenschappelijk onderwijs, uitsluitend voor zover: 1°. de student gelijktijdig is ingeschreven aan een bacheloropleiding tot leraar basisonderwijs in het hoger beroepsonderwijs; en 2°. de opleidingen, bedoeld in de aanhef en onderdeel 1°, een samenwerking zijn aangegaan en de beide opleidingen voor de student dusdanig op elkaar zijn afgestemd dat voor beide opleidingen een getuigschrift is te behalen in de periode van vier jaar. 2 artikel 3.1, aanhef en onder e In dit artikel wordt verstaan onder een opleiding op het gebied van gezondheidszorg: een opleiding die is opgenomen in het onderdeel «gezondheidszorg» van de Registratie instellingen en opleidingen, bedoeld in. 3 artikel 2.2 van de Wet studiefinanciering 2000 Een persoon die zich volgens het register onderwijsdeelnemers voor de eerste keer inschrijft voor een associate degree-opleiding op het gebied van onderwijs of gezondheidszorg, nadat hij eerder een graad Associate degree, graad Bachelor of graad Master heeft behaald in verband met een opleiding op een ander gebied dan onderwijs of gezondheidszorg, is voor die opleiding op het gebied van onderwijs of gezondheidszorg niet meer dan het wettelijk collegegeld verschuldigd, mits hij behoort tot één van de groepen van personen, bedoeld in, of de Surinaamse nationaliteit bezit. 4 artikel 2.2 van de Wet studiefinanciering 2000 Een persoon die zich, gerekend vanaf 1 september 1991, volgens het register onderwijsdeelnemers, voor de eerste keer inschrijft voor een bacheloropleiding op het gebied van onderwijs of gezondheidszorg, nadat hij eerder een bachelorgraad heeft behaald in verband met een opleiding op een ander gebied dan onderwijs of gezondheidszorg, is voor die opleiding op het gebied van onderwijs of gezondheidszorg niet meer dan het wettelijk collegegeld verschuldigd, mits hij behoort tot één van de groepen van personen, bedoeld in, of de Surinaamse nationaliteit bezit. 5 artikel 2.2 van de Wet studiefinanciering 2000 Een persoon die zich, gerekend vanaf 1 september 1991, volgens het register onderwijsdeelnemers, voor de eerste keer inschrijft voor een masteropleiding op het gebied van onderwijs of gezondheidszorg, nadat hij eerder een mastergraad heeft behaald in verband met een opleiding op een ander gebied dan onderwijs of gezondheidszorg, is voor die opleiding op het gebied van onderwijs of gezondheidszorg niet meer dan het wettelijk collegegeld verschuldigd, mits hij behoort tot één van de groepen van personen, bedoeld in, of de Surinaamse nationaliteit bezit. 6 Op de aanspraak op wettelijk collegegeld, bedoeld in het derde, vierde of vijfde lid, kan slechts een maal een beroep worden gedaan, hetzij in verband met een opleiding op het terrein van onderwijs, hetzij in verband met een opleiding op het terrein van gezondheidszorg. 7 artikel 7.48, eerste lid, van de wet Met uitzondering van een student die gelijktijdig wordt ingeschreven voor de twee opleidingen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt een student die op grond van het derde, vierde of vijfde lid aanspraak maakt op wettelijk collegegeld voor een andere inschrijving niet vrijgesteld van het betalen van collegegeld als bedoeld in. 2022 483 01-12-2022 23-11-2022 2022 483 01-12-2022 23-11-2022 01-01-2023
Artikel 2.3a — Artikel 2.3a Uitbreiding categorie studenten wettelijk collegegeld in verband met gelijktijdig gevolgde opleidingen#
Artikel 2.3a Uitbreiding categorie studenten wettelijk collegegeld in verband met gelijktijdig gevolgde opleidingen 1 artikel 2.2 van de Wet studiefinanciering 2000 Een persoon die blijkens het register onderwijsdeelnemers sedert 1 september 1991 voor de eerste keer een opleiding volgt en zich voor het behalen van de aan die opleiding verbonden graad heeft ingeschreven voor een of meer andere opleidingen, is voor die andere opleiding of andere opleidingen wettelijk collegegeld verschuldigd, mits hij behoort tot één van de groepen van personen, bedoeld in, of de Surinaamse nationaliteit bezit. 2 Een persoon, bedoeld in het eerste lid, komt uitsluitend in aanmerking voor de aanspraak, bedoeld in het eerste lid, indien: a. artikel 7.9d van de wet de inschrijving voor de andere opleiding of de andere opleidingen, bedoeld in het eerste lid, heeft plaatsgevonden voordat Onze Minister met betrekking tot de voor de eerste keer gevolgde opleiding de mededeling, bedoeld in, heeft ontvangen; en b. die andere opleiding of die andere opleidingen waarop de aanspraak op wettelijk collegegeld betrekking heeft, door de betrokkene wordt gevolgd in de vorm van aaneengesloten studiejaren. 2019 316 14-10-2019 27-09-2019 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 2.3b — Artikel 2.3b Uitbreiding categorie studenten wettelijk collegegeld met vreemdelingen die in afwachting zijn van de verlenging van een verblijfsvergunning#
Artikel 2.3b Uitbreiding categorie studenten wettelijk collegegeld met vreemdelingen die in afwachting zijn van de verlenging van een verblijfsvergunning artikel 7.45a, eerste lid, eerste volzin, van de wet artikel 8, onderdelen g of h, van de Vreemdelingenwet 2000 In aanvulling op de groep van personen genoemd inis wettelijk collegegeld verschuldigd door de student die als vreemdeling in Nederland rechtmatig verblijf heeft op grond van, voor zover: a. artikel 8, onderdelen g of h, van de Vreemdelingenwet 2000 artikel 2.2 van de Wet studiefinanciering 2000 de student direct voorafgaand aan het rechtmatige verblijf, bedoeld inbehoorde tot één van de groepen van personen, bedoeld in; en b. artikel 7.45a, eerste lid, van de wet wordt voldaan aan de aanvullende voorwaarden, genoemd in. 2024 187 26-06-2024 14-06-2024 2024 187 26-06-2024 14-06-2024 27-06-2024
Artikel 2.4 — Artikel 2.4 Administratiekosten gespreide inning collegegeld#
Artikel 2.4 Administratiekosten gespreide inning collegegeld artikel 7.47, tweede lid, van de wet Het bedrag, bedoeld in, is 24 euro. 2014 284 18-07-2014 11-07-2014 2014 284 18-07-2014 11-07-2014 01-09-2014
Artikel 2.4a — Artikel 2.4a Omvang gedeeltelijk wettelijk collegegeld#
Artikel 2.4a Omvang gedeeltelijk wettelijk collegegeld 1 artikel 7.45, tweede lid, van de wet Voor het studiejaar 2021-2022: € 1.291 Het minimumbedrag van het gedeeltelijk wettelijk collegegeld, bedoeld in, bedraagt voor het studiejaar 2018–2019 € 1.226. 2 artikel 2.2, tweede en derde lid Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt jaarlijks overeenkomstig, bij ministeriële regeling aangepast. Het overeenkomstig dit lid gewijzigde bedrag treedt in de plaats van het in het eerste lid genoemde bedrag. 2020 31064 12-06-2020 05-06-2020 17782828 2020 31064 12-06-2020 05-06-2020 17782828 01-09-2021
Artikel 2.4b — Artikel 2.4b Omvang verlaagd wettelijk collegegeld#
Artikel 2.4b Omvang verlaagd wettelijk collegegeld Vervallen 2023 180 05-06-2023 25-05-2023 2023 180 05-06-2023 25-05-2023 01-09-2024
Artikel 2.4c — Artikel 2.4c Aanspraak op verlaagd wettelijk collegegeld eerstejaars studenten#
Artikel 2.4c Aanspraak op verlaagd wettelijk collegegeld eerstejaars studenten Vervallen 2023 180 05-06-2023 25-05-2023 2023 180 05-06-2023 25-05-2023 01-09-2024
Artikel 2.4d — Artikel 2.4d Aanspraak op extra jaar verlaagd wettelijk collegegeld voor opleidingen op het gebied van onderwijs#
Artikel 2.4d Aanspraak op extra jaar verlaagd wettelijk collegegeld voor opleidingen op het gebied van onderwijs Vervallen 2023 180 05-06-2023 25-05-2023 2023 180 05-06-2023 25-05-2023 01-09-2024
Artikel 2.4e — Artikel 2.4e Aanspraak op verlaagd wettelijk collegegeld in geval van een gelijktijdige tweede inschrijving voor de academische pabo#
Artikel 2.4e Aanspraak op verlaagd wettelijk collegegeld in geval van een gelijktijdige tweede inschrijving voor de academische pabo Vervallen 2023 180 05-06-2023 25-05-2023 2023 180 05-06-2023 25-05-2023 01-09-2024
Artikel 2.4f — Artikel 2.4f Reikwijdte en cohortbepaling verlaagd wettelijk collegegeld#
Artikel 2.4f Reikwijdte en cohortbepaling verlaagd wettelijk collegegeld Vervallen 2023 180 05-06-2023 25-05-2023 2023 180 05-06-2023 25-05-2023 01-09-2024
Artikel 2.5 — Artikel 2.5 Gegevens#
Artikel 2.5 Gegevens Vervallen 2014 284 18-07-2014 11-07-2014 2014 284 18-07-2014 11-07-2014 19-07-2014 01-01-2014
Artikel 2.6 — Artikel 2.6 Tijdstip en wijze levering gegevens#
Artikel 2.6 Tijdstip en wijze levering gegevens Vervallen 2014 284 18-07-2014 11-07-2014 2014 284 18-07-2014 11-07-2014 19-07-2014 01-01-2014
Artikel 3.1 — Artikel 3.1 Indeling register#
Artikel 3.1 Indeling register Het register bestaat uit de volgende onderdelen: a. onderwijs, b. landbouw en natuurlijke omgeving, c. natuur, d. techniek, e. gezondheidszorg, f. economie, g. recht, h. gedrag en maatschappij, i. taal en cultuur, en j. sectoroverstijgend. 2009 58 17-02-2009 29-01-2009 2009 58 17-02-2009 29-01-2009 18-02-2009
Artikel 3.2 — Artikel 3.2 Subonderdelen#
Artikel 3.2 Subonderdelen 1 Het onderdeel onderwijs kent, naast opleidingen die niet onder een subonderdeel worden ondergebracht, het subonderdeel lerarenopleidingen op het gebied van de kunst. 2 Het onderdeel taal en cultuur kent, naast opleidingen die niet onder een subonderdeel worden ondergebracht, het subonderdeel opleidingen op het gebied van de kunst. 3 Het onderdeel sectoroverstijgend kent, naast opleidingen die niet onder een subonderdeel worden ondergebracht, het subonderdeel Onderwijs/Landbouw en Natuurlijke Omgeving/Natuur/Techniek/Gezondheid. 2012 461 12-10-2012 26-09-2012 2012 461 12-10-2012 26-09-2012 01-09-2013
Artikel 3.3 — Artikel 3.3 Levering gegevens#
Artikel 3.3 Levering gegevens Onze Minister kan voorschriften geven voor de wijze waarop gegevens die in het register worden opgenomen, dienen te worden geleverd. 2018 441 29-11-2018 20-11-2018 2018 441 29-11-2018 20-11-2018 01-01-2019
Artikel 3.4 — Artikel 3.4 Verstrekking gegevens#
Artikel 3.4 Verstrekking gegevens 1 Op een daartoe ingediend verzoek kunnen gegevens die in het register zijn opgenomen, worden verstrekt. Bij dat verzoek wordt aangegeven welke gegevens worden verlangd alsmede de gewenste wijze van verstrekking. 2 artikel 3.5 Binnen een maand na ontvangst van het verzoek, wordt aan aanvrager bekendgemaakt of het verzoek kan worden gehonoreerd. Indien het verzoek zal worden gehonoreerd, wordt tevens aangegeven binnen welke termijn dit zal geschieden alsmede of aan de verstrekking kosten zijn verbonden en zo ja, hoe hoog de verschuldigde vergoeding, met inachtneming van, zal zijn. 3 De verstrekking kan slechts worden geweigerd als de gevraagde gegevens niet beschikbaar zijn, of de gevraagde wijze van verstrekking niet kan worden uitgevoerd. 1993 487 22-09-1993 1993 487 22-09-1993 01-10-1993
Artikel 3.5 — Artikel 3.5 Vergoeding verstrekte gegevens#
Artikel 3.5 Vergoeding verstrekte gegevens 1 artikel 3.4 Indien een verzoek als bedoeld inwordt gedaan door anderen dan de besturen van instellingen waarop de wet betrekking heeft, is voor het verstrekken van gegevens een vergoeding verschuldigd. 2 De verschuldigde vergoeding is afhankelijk van: a. de tijd die aan het afhandelen van het verzoek wordt besteed, waarbij een tarief van € 26,32 per uur wordt berekend, b. de hoeveelheid te verstrekken gegevens, waarbij een tarief van € 34,03 per 1 000 records wordt berekend en een tarief van € 2,27 per 1 000 regels, c. de wijze van verstrekking van de gegevens, waarbij voor de gegevensdragers de kostprijs wordt berekend, en d. de administratiekosten van € 3,18 per aanvraag alsmede de verzendkosten, waarvoor de kostprijs wordt berekend. 2004 407 24-08-2004 11-08-2004 2004 421 26-08-2004 20-08-2004 27-08-2004
Artikel 3.6 — Artikel 3.6 Reikwijdte#
Artikel 3.6 Reikwijdte artikel 7.25a van de wet De bijzondere nadere vooropleidingseisen, bedoeld in, gelden niet voor: a. artikel 2.4 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 een persoon die in het bezit is van het diploma voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, bedoeld in; of b. artikel 7.10a van de wet een persoon aan wie de graad Bachelor of de graad Master is verleend als bedoeld in. 2021 522 05-11-2021 14-10-2021 2022 13 11-01-2022 17-12-2021 01-08-2022
Artikel 3.7 — Artikel 3.7 Kennisgebieden en kennisniveaus#
Artikel 3.7 Kennisgebieden en kennisniveaus 1 artikel 7.25a van de wet artikel 9, tweede lid, onderdelen a, b, onderscheidenlijk c, van de Wet op het primair onderwijs De bijzondere nadere vooropleidingseisen, bedoeld in, hebben betrekking op de kennisgebieden aardrijkskunde, geschiedenis en de natuur, waaronder biologie, bedoeld in. 2 artikel 7.25a, derde lid, tweede volzin, van de wet Bij ministeriële regeling wordt het vereiste niveau, bedoeld in, op de kennisgebieden, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld. 2014 284 18-07-2014 11-07-2014 2014 284 18-07-2014 11-07-2014 01-09-2015
Artikel 3.8 — Artikel 3.8 Corresponderende vakken#
Artikel 3.8 Corresponderende vakken artikel 7.24 van de wet artikel 3.7, tweede lid Bij ministeriële regeling wordt vastgesteld met welke vakken die deel hebben uitgemaakt van het examen ter verkrijging van een diploma als bedoeld in, een persoon kan aantonen te voldoen aan het niveau, bedoeld in. 2014 284 18-07-2014 11-07-2014 2014 284 18-07-2014 11-07-2014 01-09-2015
Artikel 3.9 — Artikel 3.9 Accreditatie onder voorwaarden#
Artikel 3.9 Accreditatie onder voorwaarden 1 artikel 5.9, tweede lid, van de wet artikel 5.17, tweede lid, van de wet Het accreditatieorgaan kan accreditatie nieuwe opleiding onder voorwaarden als bedoeld inof accreditatie bestaande opleiding onder voorwaarden als bedoeld inverlenen, indien: a. artikelen 5.7, eerste lid, onderdeel a 5.12, onderdeel a, van de wet het accreditatieorgaan oordeelt dat de kwaliteit van de opleiding op het kwaliteitsaspect beoogd eindniveau, gelet op hetgeen internationaal gewenst en gangbaar is, bedoeld in deen, geen tekortkomingen bevat; en b. artikelen 5.7 5.12, van de wet een of meer van de andere kwaliteitsaspecten, bedoeld in deen, tekortkomingen bevatten die naar het oordeel van het accreditatieorgaan binnen twee jaar na de verlening kunnen worden weggenomen. 2 In geval van toepassing van het eerste lid wordt de opleiding uiterlijk twee jaar na de verlening van de accreditatie onder voorwaarden, herbeoordeeld op de kwaliteitsaspecten die tekortkomingen bevatten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b. 3 artikel 5.18 van de wet artikel 5.19, tweede lid artikel 5.8, eerste lid, onderdeel c, van de wet Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op het behoud van accreditatie bestaande opleiding onder voorwaarden als bedoeld inen op het behoud van accreditatie nieuwe opleiding als bedoeld inj°. 4 artikel 5.9, tweede lid, van de wet artikel 5.3, eerste lid, onderdeel d, van de wet Accreditatie nieuwe opleiding onder voorwaarden als bedoeld inkan niet worden verleend in geval van een verzwaarde toets nieuwe opleiding voor de eerste opleiding die wordt verzorgd door een rechtspersoon die geaccrediteerde opleidingen wil verzorgen als bedoeld in. 2019 1 18-01-2019 18-12-2018 2019 28 31-01-2019 22-01-2019 01-02-2019
Artikel 3.10 — Artikel 3.10 Erkenning ITK onder voorwaarden#
Artikel 3.10 Erkenning ITK onder voorwaarden 1 artikel 5.27, tweede lid, van de wet Het accreditatieorgaan kan een erkenning ITK onder voorwaarden als bedoeld inverlenen indien sprake is van tekortkomingen die naar het oordeel van het accreditatieorgaan binnen twee jaar na de verlening kunnen worden weggenomen, op ten hoogste twee van de volgende kwaliteitsaspecten: a. artikel 5.23, derde lid, onderdeel a, van de wet de visie van de instelling op de kwaliteit van haar onderwijs, bedoeld in; b. artikel 5.23, derde lid, onderdeel b, van de wet de vormgeving van de interne kwaliteitszorg, bedoeld in; c. artikel 5.23, derde lid, onderdeel b, van de wet de effectiviteit van de interne kwaliteitszorg, bedoeld in; of d. artikel 5.23, derde lid, onderdeel c, van de wet het gevoerde beleid op het gebied van personeel en voorzieningen, bedoeld indan wel de voorzieningen die de toegankelijkheid en studeerbaarheid voor studenten met een functiebeperking bevorderen, bedoeld in artikel 5.23, derde lid, onderdeel d, van de wet. 2 In geval van toepassing van het eerste lid wordt de kwaliteitszorg van de instelling uiterlijk twee jaar na de verlening van de erkenning ITK onder voorwaarden, herbeoordeeld op de kwaliteitsaspecten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a tot en met d, voor zover deze tekortkomingen bevatten. 3 artikel 5.27, tweede lid, van de wet Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de verlenging van de erkenning ITK onder voorwaarden, bedoeld in. 2019 1 18-01-2019 18-12-2018 2019 28 31-01-2019 22-01-2019 01-02-2019
Artikel 3.11 — Artikel 3.11 Voorwaarden en intrekking#
Artikel 3.11 Voorwaarden en intrekking 1 artikelen 5.9, tweede lid 5.17, tweede lid 5.18 5.19, tweede lid, van de wet artikel 5.27, tweede lid, van de wet Het accreditatieorgaan kan aan een accreditatie onder voorwaarden als bedoeld in de,,enrespectievelijk een erkenning ITK onder voorwaarden als bedoeld in de, voorwaarden verbinden die betrekking hebben op: a. de wijze waarop de tekortkomingen worden weggenomen; b. artikel 3.9, tweede lid artikel 3.10, tweede lid de wijze waarop en de termijn waarbinnen de herbeoordeling, bedoeld inof, plaatsvindt; en c. de berichtgeving door het instellingsbestuur over de door het accreditatieorgaan gestelde voorwaarden aan studenten en andere belanghebbenden. 2 artikel 3.9, eerste lid Een accreditatie onder voorwaarden als bedoeld inwordt ingetrokken indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, of een of meer van de kwaliteitsaspecten bij de herbeoordeling ingevolge artikel 3.9, tweede lid, tekortkomingen bevatten. 3 artikel 3.10, eerste lid Een erkenning ITK onder voorwaarden als bedoeld inwordt ingetrokken indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in het eerste lid, of een of meer van de kwaliteitsaspecten bij de herbeoordeling ingevolge 3.10, tweede lid, tekortkomingen bevatten. 2019 1 18-01-2019 18-12-2018 2019 28 31-01-2019 22-01-2019 01-02-2019
Artikel 3.12 — Artikel 3.12 Begripsbepaling#
Artikel 3.12 Begripsbepaling artikel 1.1, onderdeel g, van de wet In dit hoofdstuk wordt verstaan onder instelling: een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in. 2024 187 26-06-2024 14-06-2024 2024 187 26-06-2024 14-06-2024 27-06-2024
Artikel 3.13 — Artikel 3.13 Gegevens studentenenquête#
Artikel 3.13 Gegevens studentenenquête 1 artikel 7.15a, vijfde lid, van de wet De gegevens, bedoeld in, omvatten de volgende gegevens van de studenten die zijn ingeschreven aan de betreffende instelling: a. het e-mailadres van de student, verkregen van de instelling; b. de code in de Registratie instellingen en opleidingen van de desbetreffende instelling; c. de code in de Registratie instellingen en opleidingen van de desbetreffende vestiging van de instelling; d. de naam van de opleidingslocatie (vestigingsplaats) van de betreffende instelling; e. de voorkeurstaal van de student; f. de code in de Registratie instellingen en opleidingen van de desbetreffende opleiding; g. de naam van de opleidingsvariant, leerroute of track die de student volgt; h. of de student een voltijd-, deeltijd- of duale opleiding volgt; i. of de student een reguliere student, postmaster- of premasterstudent is; j. of de student afstandsonderwijs volgt; k. of de student een eerstejaars- of ouderejaarsstudent is; l. of de student een opleiding in het wetenschappelijk onderwijs of hoger beroepsonderwijs volgt; m. of de student een internationale student is; n. of het om een hoofd- of neveninschrijving gaat; en o. of de opleiding onder kunstonderwijs valt. 2 artikel 7.15a, eerste lid, van de wet De rechtspersoon, bedoeld in, bepaalt op welk moment en op welke wijze de gegevens, bedoeld in artikel 7.15a, vijfde lid, van de wet, worden verstrekt aan deze rechtspersoon door het instellingsbestuur: a. artikel 1.8, eerste lid, van de wet van een bekostigde instelling, bedoeld in; en b. artikel 7.15a, tweede lid, van de wet van een rechtspersoon voor hoger onderwijs, voor zover dit instellingsbestuur met een of meer opleidingen wenst deel te nemen aan de enquête, bedoeld in. 2024 187 26-06-2024 14-06-2024 2024 187 26-06-2024 14-06-2024 27-06-2024
Artikel 4.1 — Artikel 4.1 Vaststelling omvang van de landelijk beschikbare rijksbijdrage#
Artikel 4.1 Vaststelling omvang van de landelijk beschikbare rijksbijdrage 1 Onze Minister stelt jaarlijks, in overeenstemming met het desbetreffende onderdeel van zijn begroting, de omvang vast van de landelijk beschikbare rijksbijdrage voor de instellingen. 2 De landelijk beschikbare rijksbijdrage, bedoeld in het eerste lid, bestaat uit: a. een onderwijsdeel wo, b. een onderwijsdeel hbo, c. een onderzoekdeel wo, d. een deel ontwerp en ontwikkeling hbo, en e. een deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek. 2018 441 29-11-2018 20-11-2018 2018 441 29-11-2018 20-11-2018 01-01-2019
Artikel 4.2 — Artikel 4.2 Verdeling landelijk beschikbare rijksbijdrage#
Artikel 4.2 Verdeling landelijk beschikbare rijksbijdrage 1 afdeling 2 Het onderwijsdeel wo wordt overeenkomstigvan dit hoofdstuk verdeeld over de instellingen die opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs verzorgen. 2 afdeling 2 Het onderwijsdeel hbo wordt overeenkomstigvan dit hoofdstuk verdeeld over de instellingen die opleidingen in het hoger beroepsonderwijs verzorgen. 3 afdeling 3, paragraaf 1 Het onderzoekdeel wo wordt overeenkomstig, van dit hoofdstuk verdeeld over de universiteiten die opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs verzorgen. 4 artikel 4.1, tweede lid, onderdeel d afdeling 3, paragraaf 2 Het deel ontwerp en ontwikkeling hbo, bedoeld in, wordt overeenkomstigvan dit hoofdstuk verdeeld over de hogescholen die opleidingen in het hoger beroepsonderwijs verzorgen. 5 artikel 4.1, tweede lid, onderdeel e afdeling 4 Het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek, bedoeld in, wordt overeenkomstigvan dit hoofdstuk verdeeld over universiteiten. 2018 441 29-11-2018 20-11-2018 2018 441 29-11-2018 20-11-2018 01-01-2019
Artikel 4.3 — Artikel 4.3 Gegevens#
Artikel 4.3 Gegevens 1 afdeling 2 artikel 4.20 Het instellingsbestuur verstrekt uiterlijk 30 november in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar aan Onze Minister de ingevolge dit besluit voor de toepassing vanennoodzakelijke gegevens. 2 Het instellingsbestuur heeft tot 15 april voorafgaand aan het begrotingsjaar de gelegenheid de aangeleverde gegevens, bedoeld in het eerste lid, te corrigeren. 3 Gegevens die door het instellingsbestuur na 30 november in het tweede kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar aan Onze Minister worden geleverd, worden niet tot de gegevens voor de bekostiging gerekend, tenzij deze als gevolg van een buiten het instellingsbestuur liggende oorzaak na 30 november zijn aangeleverd. 4 artikel 4.21 Het instellingsbestuur van een universiteit verstrekt uiterlijk 15 april voorafgaand aan het begrotingsjaar Onze Minister een overzicht van het aantal proefschriften en ontwerperscertificaten, bedoeld in. 5 artikel 4.12 Het instellingsbestuur van de Universiteit Maastricht verstrekt uiterlijk 15 april voorafgaand aan het begrotingsjaar Onze Minister tevens een overzicht van de aantallen inschrijvingen en van de aantallen graden, bedoeld in. 6 hoofdstuk 5 Voor de toepassing van dit hoofdstuk enwordt inzake de gegevens voorafgaand aan de peilperiode uitgegaan van de gegevens uit het register onderwijsdeelnemers zoals vastgelegd in een historisch bestand hoger onderwijs aan de hand van de door instellingen aan het register onderwijsdeelnemers aangeleverde gegevens over de periode 1 september 1991 tot en met 30 september 2008 inzake getuigschriften, graden en inschrijvingen voor zover deze bij ministeriële regeling zijn gelijkgesteld met bekostigde inschrijvingen en bekostigde graden als bedoeld in dit besluit. 7 artikel 4.10 Aan het historisch bekostigingsbestand hoger onderwijs, bedoeld in het zesde lid, worden vanaf september 2008 jaarlijks toegevoegd de bekostigde inschrijvingen en de bekostigde graden, vastgesteld op basis van. 8 artikel 4.10, derde lid Indien de naam van een opleiding als bedoeld in, wordt gewijzigd, terwijl het inhoudelijk dezelfde opleiding betreft en de code waarmee de opleiding in de Registratie instellingen en opleidingen staat niet is veranderd, blijft het bekostigingsniveau gelden dat van toepassing was op de opleiding voordat de naamwijziging plaatsvond. 2022 483 01-12-2022 23-11-2022 2022 483 01-12-2022 23-11-2022 01-01-2023
Artikel 4.4 — Artikel 4.4 Controleprotocol#
Artikel 4.4 Controleprotocol 1 artikel 4.3, eerste, tweede, vierde en vijfde lid De gegevens bedoeld ingaan eenmalig vergezeld van een verklaring van een accountant. De verklaring wordt uiterlijk 15 april voorafgaand aan het begrotingsjaar verstrekt. 2 Bij ministeriële regeling worden voorschriften vastgesteld over de controle van de jaarrekening, de besteding van de rijksbijdrage en de juistheid van de door de instellingsbesturen opgegeven bekostigingsgegevens, daaronder begrepen voorschriften over de controle op de rechtmatigheid van de verkrijging van de rijksbijdrage en de rechtmatigheid en doelmatigheid van de besteding van de rijksbijdrage. 3 artikel 1.2, onderdeel d, van de wet Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en de Koninklijke Bibliotheek, genoemd in. 2024 290 17-10-2024 02-10-2024 2024 290 17-10-2024 02-10-2024 18-10-2024 01-01-2024
Artikel 4.5 — Artikel 4.5 Bijstelling bedragen en percentages#
Artikel 4.5 Bijstelling bedragen en percentages afdelingen 2 3 4 De bedragen en verdelingen, vastgesteld op grond van de,envan dit hoofdstuk, kunnen bij ministeriële regeling worden gewijzigd, voor zover wijzigingen in de onderdelen van de rijksbegroting die op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek betrekking hebben daartoe aanleiding geven. 2010 314 03-08-2010 24-07-2010 2010 314 03-08-2010 24-07-2010 01-01-2011 Voorheen art. 4.6.
Artikel 4.6 — Artikel 4.6 Overleg#
Artikel 4.6 Overleg artikelen 4.5 4.10 4.11 4.21 4.23 4.24 4.27 5.2 artikel 3.1, eerste lid, van de wet Een ministeriële regeling als bedoeld in de,,,,,,en, wordt vastgesteld na overleg als bedoeld in. 2013 334 30-08-2013 27-08-2013 2013 334 30-08-2013 27-08-2013 01-01-2014
Artikel 4.7 — Artikel 4.7 Studentgebonden financiering#
Artikel 4.7 Studentgebonden financiering 1 Uit elk van de onderwijsdelen wordt aan de rijksbijdrage van een instelling een bedrag toegevoegd dat gelijk is aan de som van de bedragen per opleiding, bedoeld in het tweede lid, voor alle opleidingen behorend tot de desbetreffende soort hoger onderwijs die door die instelling worden verzorgd. 2 artikel 4.10, eerste lid Het bedrag per opleiding is het product van het studentgebonden bedrag, bedoeld in het derde lid, en het aantal bekostigde inschrijvingen en graden voor die opleiding, vastgesteld overeenkomstig. 3 Het studentgebonden bedrag per bekostigde inschrijving of bekostigde graad is: a. artikel 4.11, eerste lid voor opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs het quotiënt van een door Onze Minister te bepalen percentage van het onderwijsdeel wo, resterend na toepassing van, en de som van het aantal bekostigde inschrijvingen en bekostigde graden bij opleidingen in het wetenschappelijk onderwijs; b. artikel 4.11, eerste lid voor opleidingen in het hoger beroepsonderwijs het quotiënt van een door Onze Minister te bepalen percentage van het onderwijsdeel hbo, resterend na toepassing van, en de som van het aantal bekostigde inschrijvingen en bekostigde graden bij opleidingen in het hoger beroepsonderwijs. 2018 441 29-11-2018 20-11-2018 2018 441 29-11-2018 20-11-2018 01-01-2019
Artikel 4.8 — Artikel 4.8 Bekostigde inschrijving#
Artikel 4.8 Bekostigde inschrijving 1 Een in het register onderwijsdeelnemers geregistreerde inschrijving voor een opleiding van eerste inschrijving van een student voor een associate degree-opleiding geldt als een bekostigde inschrijving op de peildatum, indien het totaal aantal eerder bekostigde inschrijvingen voor associate degree-opleidingen en bacheloropleidingen gezamenlijk kleiner is dan vier. 2 Een in het register onderwijsdeelnemers geregistreerde inschrijving voor een opleiding van eerste inschrijving van een student voor een bacheloropleiding geldt als een bekostigde inschrijving op de peildatum, indien het totaal aantal eerder bekostigde inschrijvingen voor associate degree-opleidingen en bacheloropleidingen kleiner is dan de wettelijke studielast van de desbetreffende opleiding, gedeeld door 60. 3 Een in het register onderwijsdeelnemers geregistreerde inschrijving voor een opleiding van eerste inschrijving van een student voor een masteropleiding geldt als een bekostigde inschrijving op de peildatum, indien het totaal aantal eerder bekostigde inschrijvingen voor masteropleidingen kleiner is dan de wettelijke studielast van de desbetreffende opleiding, gedeeld door 60. 4 Dit artikel is niet van toepassing op inschrijvingen aan de Open Universiteit. 2019 316 14-10-2019 27-09-2019 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 4.8a — Artikel 4.8a Bekostigde inschrijving Open Universiteit#
Artikel 4.8a Bekostigde inschrijving Open Universiteit 1 Een in het register onderwijsdeelnemers geregistreerde inschrijving van een student voor een onderwijseenheid van een bacheloropleiding van de Open Universiteit geldt als een bekostigde inschrijving indien a. de inschrijving heeft plaatsgevonden in de peilperiode, b. artikel 7.45b, eerste lid, van de wet de student het collegegeld OU, bedoeld in, is verschuldigd en c. het totaal aantal studiepunten van de onderwijseenheden van bacheloropleidingen waarvoor de student zich blijkens het register onderwijsdeelnemers eerder, maar op of na 2 oktober 2015 bij de Open Universiteit heeft ingeschreven en die door het Rijk worden bekostigd, kleiner is dan de wettelijke studielast van de opleiding waartoe de onderwijseenheid behoort. 2 De omvang van de bekostigde inschrijving wordt bepaald door het aantal studiepunten van de desbetreffende onderwijseenheid tot maximaal het verschil tussen de wettelijke studielast van de bacheloropleiding waarvan de onderwijseenheid deel uitmaakt en het totaal aantal studiepunten van onderwijseenheden van bacheloropleidingen waarvoor de student zich blijkens het register onderwijsdeelnemers eerder, maar op of na 2 oktober 2015 bij de Open Universiteit heeft ingeschreven en die door het Rijk worden bekostigd, te delen door 60. 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een inschrijving van een student voor een onderwijseenheid van een masteropleiding van de Open Universiteit. 2019 316 14-10-2019 27-09-2019 2020 166 17-06-2020 05-06-2020 01-07-2020
Artikel 4.9 — Artikel 4.9 Bekostigde graden#
Artikel 4.9 Bekostigde graden 1 artikel 7.10a van de wet Onder bekostigde graad Bachelor wordt verstaan: een graad Bachelor als bedoeld in, in de peilperiode verleend aan een student. 2 artikel 7.10a van de wet Onder bekostigde graad Master wordt verstaan: een graad Master als bedoeld in, in de peilperiode verleend aan een student. 2010 314 03-08-2010 24-07-2010 2010 314 03-08-2010 24-07-2010 01-01-2011
Artikel 4.10 — Artikel 4.10 Aantal bekostigde inschrijvingen en graden per opleiding#
Artikel 4.10 Aantal bekostigde inschrijvingen en graden per opleiding 1 Het aantal bekostigde inschrijvingen voor een opleiding is het product van de factor behorend bij het bekostigingsniveau van de desbetreffende opleiding, bedoeld in het derde lid, en de som van het aantal bekostigde inschrijvingen voor die opleiding. 2 Het aantal bekostigde graden voor een bacheloropleiding of masteropleiding is het product van de factor behorend bij het bekostigingsniveau van de desbetreffende opleiding, bedoeld in het derde lid, en de som van het aantal bekostigde graden dat in die opleiding is verleend. 3 De factoren behorend bij het bekostigingsniveau voor het onderwijsdeel van de opleidingen worden vastgesteld bij ministeriële regeling. Deze factoren kunnen verschillen voor opleidingen in het wetenschappelijk onderscheidenlijk het hoger beroepsonderwijs, en voor associate degree-opleidingen, bacheloropleidingen onderscheidenlijk masteropleidingen. 4 artikel 7.3c van de wet Indien in het kader van een gezamenlijke opleiding of gezamenlijke afstudeerrichting als bedoeld insprake is van registratie van bekostigde bachelorgraden of mastergraden bij verschillende Nederlandse instellingen, wordt het aantal bekostigde graden dat het betreft bij elk van deze instellingen gedeeld door het aantal Nederlandse instellingen dat bij de gezamenlijke opleiding of gezamenlijke afstudeerrichting betrokken is. 2020 20 30-01-2020 20-01-2020 2020 20 30-01-2020 20-01-2020 01-09-2020
Artikel 4.11 — Artikel 4.11 Onderwijsopslag#
Artikel 4.11 Onderwijsopslag 1 Onze Minister kan uit de onderwijsdelen wo en hbo, aan een universiteit onderscheidenlijk een hogeschool een bedrag toekennen dat bij ministeriële regeling wordt vastgesteld in relatie tot kwaliteit, kwetsbare opleidingen of bijzondere voorzieningen. 2 artikel 4.7 Het gedeelte van een onderwijsdeel dat resteert na toepassing van het eerste lid en vanwordt over de universiteiten onderscheidenlijk hogescholen verdeeld volgens percentages, vastgesteld bij ministeriële regeling. 2018 441 29-11-2018 20-11-2018 2018 441 29-11-2018 20-11-2018 01-01-2019
Artikel 4.12 — Artikel 4.12 Bijzondere bepaling Universiteit Maastricht en Open Universiteit#
Artikel 4.12 Bijzondere bepaling Universiteit Maastricht en Open Universiteit 1 artikel 4.10, eerste en tweede lid artikel 2.5, lid 1a, onder b, van de wet Onder een opleiding, bedoeld in, verzorgd door de Universiteit Maastricht, is begrepen een opleiding verzorgd door de transnationale Universiteit Limburg, bedoeld in. 2 artikel 4.10, eerste en tweede lid Bij de vaststelling van het aantal bekostigde inschrijvingen en het aantal bekostigde graden van de Universiteit Maastricht worden de op grond van, berekende aantallen vermeerderd met de aantallen inschrijvingen van personen met de Nederlandse nationaliteit, respectievelijk de aantallen graden van personen met de Nederlandse nationaliteit van de transnationale Universiteit Limburg. Onder de aantallen inschrijvingen en graden met de Nederlandse nationaliteit worden tevens begrepen de aantallen inschrijvingen en graden van ingeschrevenen die de Nederlandse noch de Belgische nationaliteit bezitten en die voor bekostiging door de Nederlandse overheid in aanmerking worden genomen op grond van artikel 7 van het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap van België inzake de transnationale Universiteit Limburg. 3 artikelen 4.9 4.20 artikel 2.2, eerste lid, van de Wet studiefinanciering 2000 Voor de toepassing van deengelden voor de Open Universiteit als bekostigde graden, de graden die zijn verleend in de peilperiode aan een persoon die voldoet aan het nationaliteitsvereiste als bedoeld inof de Surinaamse nationaliteit heeft en die is ingeschreven bij de Open Universiteit voor een onderdeel van een bacheloropleiding, terwijl aan hem nog niet de graad Bachelor is verleend of voor een onderdeel van een masteropleiding, terwijl hem nog niet de graad Master is verleend. 2018 174 19-06-2018 30-05-2018 2018 174 19-06-2018 30-05-2018 01-09-2018
Artikel 4.13 — Artikel 4.13 Aantal inschrijvingsjaren en fusies van hogescholen#
Artikel 4.13 Aantal inschrijvingsjaren en fusies van hogescholen Vervallen 2010 314 03-08-2010 24-07-2010 2010 314 03-08-2010 24-07-2010 01-01-2011
Artikel 4.14 — Artikel 4.14 Onderwijsvraag bacheloropleidingen#
Artikel 4.14 Onderwijsvraag bacheloropleidingen Vervallen 2010 314 03-08-2010 24-07-2010 2010 314 03-08-2010 24-07-2010 01-01-2011
Artikel 4.15 — Artikel 4.15 Niet mee te tellen studenten, afgestudeerden en uitvallers#
Artikel 4.15 Niet mee te tellen studenten, afgestudeerden en uitvallers Vervallen 2010 314 03-08-2010 24-07-2010 2010 314 03-08-2010 24-07-2010 01-01-2011
Artikel 4.16 — Artikel 4.16 Afwijkende onderwijsvraagfactor bacheloropleidingen#
Artikel 4.16 Afwijkende onderwijsvraagfactor bacheloropleidingen Vervallen 2010 314 03-08-2010 24-07-2010 2010 314 03-08-2010 24-07-2010 01-01-2011
Artikel 4.17 — Artikel 4.17 Afwijkende onderwijsvraag kunstopleidingen#
Artikel 4.17 Afwijkende onderwijsvraag kunstopleidingen Vervallen 2010 314 03-08-2010 24-07-2010 2010 314 03-08-2010 24-07-2010 01-01-2011
Artikel 4.18 — Artikel 4.18 Onderwijsvraag masteropleidingen#
Artikel 4.18 Onderwijsvraag masteropleidingen Vervallen 2010 314 03-08-2010 24-07-2010 2010 314 03-08-2010 24-07-2010 01-01-2011
Artikel 4.19 — Artikel 4.19 Onderwijsopslag#
Artikel 4.19 Onderwijsopslag Vervallen 2010 314 03-08-2010 24-07-2010 2010 314 03-08-2010 24-07-2010 01-01-2011
Artikel 4.20 — Artikel 4.20 Graden#
Artikel 4.20 Graden 1 artikel 4.9 Een bij ministeriële regeling vast te stellen deel van het onderzoekdeel wo wordt over de universiteiten verdeeld naar rato van de som van de aantallen bekostigde graden per opleiding, bedoeld in, die in de peilperiode onderzoek door een universiteit zijn verleend. 2 Het aantal te bekostigen graden in een opleiding is gelijk aan het product van: a. het aantal graden, verleend in die opleiding; b. vermenigvuldigd met de factor 2 voor zover het een graad Master betreft; en c. vermenigvuldigd met een bij ministeriële regeling vast te stellen factor behorend bij het bekostigingsniveau voor het onderzoeksdeel van de desbetreffende opleiding. 3 artikel 4.12, tweede lid Onder de aantallen graden, bedoeld in het eerste lid, verleend door de Universiteit Maastricht, zijn begrepen de aantallen graden, vastgesteld overeenkomstig, verleend door de transnationale Universiteit Limburg, bedoeld in artikel 2.5a van de wet. 2020 20 30-01-2020 20-01-2020 2020 20 30-01-2020 20-01-2020 01-09-2020
Artikel 4.21 — Artikel 4.21 Promoties en certificaten#
Artikel 4.21 Promoties en certificaten 1 artikel 7.18, vierde lid van de wet bijlage Een bij ministeriële regeling vast te stellen deel van het onderzoeksdeel wo wordt over de universiteiten verdeeld naar rato van de som van de aantallen proefschriften die hebben geleid tot een promotie ten overstaan van het college voor promoties of de commissie bedoeld inen de aantallen ontwerperscertificaten die in het tweede, derde en vierde kalenderjaar voorafgaand aan het begrotingsjaar door een universiteit zijn verleend aan een opleiding als bedoeld in debij dit besluit. 2 De op grond van het eerste lid in verband met de proefschriften en de ontwerperscertificaten per promotie en per ontwerperscertificaat toe te kennen bedragen worden bij ministeriële regeling vastgesteld. 3 artikel 7.18, zesde lid, van de wet Indien vanwege toepassing vansprake is van gezamenlijke graadverlening bij verschillende Nederlandse instellingen wordt het aantal proefschriften dat het betreft bij elk van deze instellingen gedeeld door het aantal Nederlandse instellingen dat bij de gezamenlijke graadverlening betrokken is. 2020 20 30-01-2020 20-01-2020 2020 20 30-01-2020 20-01-2020 01-09-2020
Artikel 4.22 — Artikel 4.22 Onderzoekscholen#
Artikel 4.22 Onderzoekscholen Vervallen 2013 334 30-08-2013 27-08-2013 2013 334 30-08-2013 27-08-2013 01-01-2014
Artikel 4.23 — Artikel 4.23 Voorziening onderzoek#
Artikel 4.23 Voorziening onderzoek 1 Bij ministeriële regeling worden bedragen vastgesteld, die uit het onderzoekdeel wo aan universiteiten worden toegekend in verband met toponderzoekscholen en bijzondere voorzieningen. 2 artikelen 4.20 4.21 artikel 4.5 artikel 1.1, onder 1° De verdeling van het deel van het onderzoekdeel wo dat na toepassing van deenen het eerste lid resteert, wordt, onverminderd, over de universiteiten, bedoeld in, bij ministeriële regeling vastgesteld. 3 artikel 16a van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek artikel 3.1 van de wet Indien een universiteit naar het oordeel van Onze Minister onvoldoende rekening houdt met de prioriteit- en posterioriteitstelling van de wetenschapsgebieden die zijn aangeduid in het wetenschapsbudget, bedoeld in, wordt daarover en over de mogelijke gevolgen voor de bekostiging van de desbetreffende universiteit overleg gevoerd als bedoeld in. 4 Indien het overleg, bedoeld in het derde lid, daartoe aanleiding geeft, kan bij ministeriële regeling worden afgeweken van de verdeling, bedoeld in het tweede lid. 5 Een herverdeling als bedoeld in het vierde lid kan per universiteit ten hoogste drie procent van de omvang van het bedrag strategische overwegingen voor die universiteit betreffen. 2022 483 01-12-2022 23-11-2022 2022 483 01-12-2022 23-11-2022 01-01-2023
Artikel 4.24 — Artikel 4.24 Ontwerp en ontwikkeling hbo#
Artikel 4.24 Ontwerp en ontwikkeling hbo 1 Onze Minister kan uit het deel ontwerp en ontwikkeling hbo aan een instelling een bedrag toekennen dat bij ministeriële regeling wordt vastgesteld. 2 Het gedeelte van het deel ontwerp en ontwikkeling hbo dat resteert nadat het eerste lid is toegepast, wordt over de hogescholen verdeeld naar rato van de verdeling van het onderwijsdeel hbo. 2018 441 29-11-2018 20-11-2018 2018 441 29-11-2018 20-11-2018 01-01-2019
Artikel 4.25 — Artikel 4.25 Rente en afschrijving voor investeringen tot en met 2007#
Artikel 4.25 Rente en afschrijving voor investeringen tot en met 2007 Vervallen 2012 461 12-10-2012 26-09-2012 2012 461 12-10-2012 26-09-2012 01-01-2013
Artikel 4.26 — Artikel 4.26 Rente en afschrijving voor investeringen vanaf 2008#
Artikel 4.26 Rente en afschrijving voor investeringen vanaf 2008 Vervallen 2012 461 12-10-2012 26-09-2012 2012 461 12-10-2012 26-09-2012 01-01-2013
Artikel 4.27 — Artikel 4.27 Ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek#
Artikel 4.27 Ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek 1 Uit het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek wordt aan de rijksbijdrage van een universiteit waaraan een academisch ziekenhuis is verbonden, een bedrag toegevoegd voor rente en afschrijving, dat wordt samengesteld uit: a. het jaarlijkse afschrijvingsbedrag ter hoogte van 3,36 procent van een bij ministeriële regeling voor een begrotingsjaar vast te stellen investeringbedrag, totdat het investeringsbedrag volledig is afgeschreven, en b. de jaarlijks te berekenen rentevergoeding over het verschil tussen het investeringsbedrag en de som van het totaal van de vergoede afschrijvingsbedragen op het investeringsbedrag in dat jaar, met inbegrip van het afschrijvingsbedrag voor het begrotingsjaar waarvoor de rijksbijdrage wordt vastgesteld. 2 Jaarlijks wordt bij ministeriële regeling het rentepercentage voor de berekening van de rentevergoeding vastgesteld. 3 Van het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek dat na toepassing van het eerste lid resteert wordt: a. artikel 4.8 21 procent verdeeld naar rato van het aantal bekostigde inschrijvingen, bedoeld in, aan de opleidingen geneeskunde, geneeskunde-klinisch onderzoeker en arts-klinisch onderzoeker van de universiteit, b. artikel 4.9 14 procent verdeeld naar rato van het aantal door de universiteit verleende bekostigde graden Master, bedoeld in, voor opleidingen geneeskunde, geneeskunde-klinisch onderzoeker en arts-klinisch onderzoeker van de universiteit, c. een bij ministeriële regeling vast te stellen bedrag toegevoegd aan de rijksbijdrage van de desbetreffende universiteit. 4 Het deel van het deel ondersteuning geneeskundig onderwijs en onderzoek dat na toepassing van het eerste en derde lid resteert, wordt verdeeld volgens de percentages, vastgesteld bij ministeriële regeling. 2012 461 12-10-2012 26-09-2012 2012 461 12-10-2012 26-09-2012 01-01-2013
Artikel 4.28 — Artikel 4.28 Begripsbepalingen#
Artikel 4.28 Begripsbepalingen Vervallen 2024 200 01-07-2024 26-06-2024 36454 2024 217 17-07-2024 05-07-2024 01-01-2025
Artikel 4.29 — Artikel 4.29 Kwaliteitsthema’s#
Artikel 4.29 Kwaliteitsthema’s Vervallen 2024 200 01-07-2024 26-06-2024 36454 2024 217 17-07-2024 05-07-2024 01-01-2025
Artikel 4.30 — Artikel 4.30 Maatstaven voor toekenning kwaliteitsbekostiging bij planbeoordeling#
Artikel 4.30 Maatstaven voor toekenning kwaliteitsbekostiging bij planbeoordeling Vervallen 2024 200 01-07-2024 26-06-2024 36454 2024 217 17-07-2024 05-07-2024 01-01-2025
Artikel 4.31 — Artikel 4.31 Tijdvak kwaliteitsbekostiging bij planbeoordeling#
Artikel 4.31 Tijdvak kwaliteitsbekostiging bij planbeoordeling Vervallen 2024 200 01-07-2024 26-06-2024 36454 2024 217 17-07-2024 05-07-2024 01-01-2025
Artikel 4.32 — Artikel 4.32 Maatstaven voor toekenning kwaliteitsbekostiging bij planrealisatie#
Artikel 4.32 Maatstaven voor toekenning kwaliteitsbekostiging bij planrealisatie Vervallen 2024 200 01-07-2024 26-06-2024 36454 2024 217 17-07-2024 05-07-2024 01-01-2025
Artikel 4.33 — Artikel 4.33 Tijdvak kwaliteitsbekostiging bij planrealisatie#
Artikel 4.33 Tijdvak kwaliteitsbekostiging bij planrealisatie Vervallen 2024 200 01-07-2024 26-06-2024 36454 2024 217 17-07-2024 05-07-2024 01-01-2025
Artikel 4.34 — Artikel 4.34 Hardheidsclausule#
Artikel 4.34 Hardheidsclausule Vervallen 2024 200 01-07-2024 26-06-2024 36454 2024 217 17-07-2024 05-07-2024 01-01-2025
Artikel 5.1 — Artikel 5.1 Afwijkende gegevenslevering door universiteiten#
Artikel 5.1 Afwijkende gegevenslevering door universiteiten Vervallen 2010 314 03-08-2010 24-07-2010 2010 314 03-08-2010 24-07-2010 01-01-2011
Artikel 5.2 — Artikel 5.2 Opleidingen onderwijs en gezondheidszorg#
Artikel 5.2 Opleidingen onderwijs en gezondheidszorg 1 artikel 3.1 artikel 2.3 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder leraren- of gezondheidszorgopleiding verstaan: een opleiding die is ingedeeld in het onderdeel onderwijs of gezondheidszorg van het register, bedoeld inof een indaarmee gelijkgestelde opleiding. 2 artikel 2.3 artikel 1.1 Indien een persoon is ingeschreven voor een leraren- of gezondheidszorgopleiding, bedoeld inwordt in afwijking van, in het onderdeel «student» het volgende gelezen: – student: artikel 2.2, eerste lid, van de Wet studiefinanciering 2000 persoon die behoort tot een van de groepen van studerenden, bedoeld inof de Surinaamse nationaliteit bezit en blijkens het register onderwijsdeelnemers is ingeschreven voor: 1°. een bekostigde associate degree-opleiding leraren- of gezondheidszorg, terwijl hem nog niet de graad Associate degree of de graad Bachelor voor een leraren- of gezondheidszorgopleiding is verleend; 2°. een bekostigde bacheloropleiding leraren- of gezondheidszorg, terwijl hem nog niet een graad Bachelor voor een leraren- of gezondheidszorgopleiding is verleend; of 3°. een bekostigde masteropleiding leraren- of gezondheidszorg, terwijl hem nog niet de graad Master voor een leraren- of gezondheidszorgopleiding is verleend; 3 artikelen 4.8 4.8a Indien het tweede lid van toepassing is en de student is reeds een graad Associate degree of een graad Bachelor voor een andere opleiding dan een leraren- of gezondheidszorgopleiding verleend, blijven voor de toepassing van deenbij de inschrijving voor een associate degree-opleiding de bekostigde inschrijvingen voor een associate degree-opleiding en een bacheloropleiding voorafgaand aan het moment van de eerste graadverlening Associate degree en eerste graadverlening Bachelor voor een andere dan een leraren- of gezondheidszorgopleiding buiten beschouwing. 4 artikelen 4.8 4.8a Indien het tweede lid van toepassing is en de student is reeds een graad Bachelor voor een andere opleiding dan een leraren- of gezondheidszorgopleiding verleend, blijven voor de toepassing van deenbij de inschrijving voor een bacheloropleiding de bekostigde inschrijvingen voor een bacheloropleiding voorafgaande aan het moment van de eerste graadverlening Bachelor voor een andere opleiding dan een leraren- of gezondheidszorgopleiding en de bekostigde inschrijvingen voor een associate degree-opleiding voorafgaande aan het moment van de eerste graadverlening Associate degree buiten beschouwing. 5 artikelen 4.8 4.8a Indien het tweede lid van toepassing is en de student is reeds een graad Master voor een andere dan een leraren- of gezondheidszorgopleiding verleend, blijven voor de toepassing van deenbij de inschrijving voor een masteropleiding de bekostigde inschrijvingen voor een masteropleiding voorafgaand aan het moment van de verlening van de eerste graad Master voor een andere dan een leraren- of gezondheidszorgopleiding buiten beschouwing. 6 Met de in het derde en vierde lid genoemde inschrijvingen voor een associate degree-opleiding worden gelijkgesteld de inschrijvingen voor een associate degree-programma. 2025 430 11-12-2025 04-12-2025 2025 430 11-12-2025 04-12-2025 01-01-2026
Artikel 5.3 — Artikel 5.3 Gelijkstelling bekostigde inschrijvingen en graden#
Artikel 5.3 Gelijkstelling bekostigde inschrijvingen en graden 1 hoofdstuk 4 Voor de toepassing vanen dit hoofdstuk wordt onder een bacheloropleiding ook verstaan een inschrijving voor een ongedeelde opleiding van een persoon aan wie nog niet de graad Bachelor is verleend en bij wie het aantal eerder bekostigde inschrijvingen voor bachelor- en ongedeelde opleidingen kleiner is dan drie. Onder een masteropleiding wordt ook verstaan een inschrijving voor een ongedeelde opleiding van een persoon bij wie het aantal eerder bekostigde inschrijvingen voor bachelor- of ongedeelde opleidingen drie of meer bedraagt of aan wie de graad Bachelor is verleend. De studielast van deze masteropleiding is gelijk aan de studielast van de ongedeelde opleiding verminderd met 180. 2 hoofdstuk 4 Voor de toepassing vanen dit hoofdstuk wordt voor een student aan wie reeds een graad voor een andere dan een leraren- of gezondheidszorgopleiding is verleend en bij wie het totaal aantal eerder bekostigde inschrijvingen voor een bachelor- of ongedeelde leraren- of gezondheidszorgopleiding kleiner is dan drie, een inschrijving voor een bachelor- of ongedeelde leraren- of gezondheidszorgopleiding beschouwd als een inschrijving voor een bacheloropleiding. 3 hoofdstuk 4 Voor de toepassing vanen dit hoofdstuk wordt een inschrijving voor een ongedeelde leraren- of gezondheidszorgopleiding van een student aan wie reeds een graad voor een andere dan een leraren- of gezondheidszorgopleiding is verleend en bij wie het totaal aantal eerder bekostigde inschrijvingen voor een bachelor- of ongedeelde leraren- of gezondheidszorgopleiding drie of meer bedraagt of aan wie de graad Bachelor voor een leraren- of gezondheidszorgopleiding is verleend, beschouwd als een inschrijving voor een masteropleiding met een studielast die gelijk is aan de studielast van de ongedeelde opleiding verminderd met 180. 4 hoofdstuk 4 artikel 18.64 van de wet artikel 18.20 van de wet Voor de toepassing vanen dit hoofdstuk wordt een inschrijving voor een universitaire lerarenopleiding als bedoeld inof voor een voortgezette hbo-opleiding als bedoeld inbeschouwd als een inschrijving voor een masteropleiding. 5 hoofdstuk 4 Voor de toepassing vanen dit hoofdstuk wordt als een student aan wie de graad Master is verleend, tevens beschouwd een student die: a. artikel 18.64 van de wet het afsluitend examen van een universitaire lerarenopleiding als bedoeld inmet goed gevolg heeft afgelegd, of b. artikel 18.20 van de wet het afsluitend examen van een voortgezette hbo-opleiding als bedoeld inmet goed gevolg heeft afgelegd. 6 hoofdstuk 4 Voor de toepassing vanen dit hoofdstuk wordt een student die het afsluitend examen van een ongedeelde opleiding met goed gevolg heeft afgelegd beschouwd als een student aan wie zowel de graad Bachelor als de graad Master is verleend. 2010 314 03-08-2010 24-07-2010 2010 314 03-08-2010 24-07-2010 01-01-2011
Artikel 5.4 — Artikel 5.4 Studielast masteropleiding pedagogiek hbo#
Artikel 5.4 Studielast masteropleiding pedagogiek hbo Vervallen 2013 334 30-08-2013 27-08-2013 2013 334 30-08-2013 27-08-2013 01-01-2014
Artikel 5.5 — Artikel 5.5 Afwijkende bekostiging Theologische Universiteit Kampen#
Artikel 5.5 Afwijkende bekostiging Theologische Universiteit Kampen Vervallen 2010 314 03-08-2010 24-07-2010 2010 314 03-08-2010 24-07-2010 01-01-2012
Artikel 5.6 — Artikel 5.6 Tijdelijke aanpassing definitie uitvallers vanwege de maatregel niet-EER-studenten in 2009#
Artikel 5.6 Tijdelijke aanpassing definitie uitvallers vanwege de maatregel niet-EER-studenten in 2009 Vervallen 2008 146 08-05-2008 16-04-2008 2008 146 08-05-2008 16-04-2008 01-01-2010
Artikel 6.1 — Artikel 6.1 Algemene bepaling hoofdstuk 6#
Artikel 6.1 Algemene bepaling hoofdstuk 6 1 De bepalingen van dit hoofdstuk zijn regels voor onderzoekinstellingen en voor openbare universiteiten, academische ziekenhuizen en hogescholen, alsmede voorwaarden voor bekostiging van bijzondere universiteiten en hogescholen. 2 artikel 1.2, onder d, van de wet artikel 2 van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek In dit hoofdstuk wordt verstaan onder een onderzoekinstelling: de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen te Amsterdam en de Koninklijke Bibliotheek te ’s-Gravenhage, genoemd in, alsmede de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek, genoemd in. 3 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bestuur: het instellingsbestuur van een universiteit, hogeschool, de raad van bestuur van een academisch ziekenhuis of het algemeen bestuur van een onderzoekinstelling. 4 wet Het bestuur of diens rechtsopvolger is gehouden de aanspraken van het personeel en het gewezen personeel die uit devoortvloeien of krachtens dit besluit worden vastgesteld dan wel bij of krachtens dit besluit worden gehandhaafd, te honoreren. 5 Indien een rechtsopvolger als bedoeld in het vierde lid ontbreekt, waaronder tevens is begrepen het geval van een onherroepelijk vonnis tot faillietverklaring van de desbetreffende instelling, voorzien de besturen in het desbetreffende deelgebied er gezamenlijk in dat aan de verplichtingen van het vierde lid jegens het personeel en het gewezen personeel wordt voldaan. 2009 58 17-02-2009 29-01-2009 2009 58 17-02-2009 29-01-2009 18-02-2009
Artikel 6.2 — Artikel 6.2 Werkloosheid#
Artikel 6.2 Werkloosheid Werkloosheidswet Bij de vaststelling van de regels voor uitkeringen wegens werkloosheid draagt het bestuur er zorg voor dat de aanspraken van het personeel en het gewezen personeel ten minste gelijk, doch in elk geval ten minste gelijkwaardig zijn aan de aanspraken die het personeel zou hebben op grond van de. Het bestuur handhaaft hierbij tevens de aanspraken van het gewezen personeel die aan dat personeel zijn gegarandeerd bij of krachtens de regelingen die volgens dit besluit komen te vervallen. 2009 58 17-02-2009 29-01-2009 2009 58 17-02-2009 29-01-2009 18-02-2009
Artikel 6.3 — Artikel 6.3 Ziekte en arbeidsongeschiktheid#
Artikel 6.3 Ziekte en arbeidsongeschiktheid Ziektewet Wet uitbreiding loondoorbetalingsplicht bij ziekte Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen Bij de vaststelling van de regels voor uitkeringen wegens ziekte en arbeidsongeschiktheid draagt het bestuur er zorg voor dat de aanspraken van het personeel en het gewezen personeel ten minste gelijk, doch in elk geval ten minste gelijkwaardig zijn aan de aanspraken die het personeel zou hebben op grond van de, de, onderscheidenlijk de. 2009 58 17-02-2009 29-01-2009 2009 58 17-02-2009 29-01-2009 18-02-2009
Artikel 6.4 — Artikel 6.4 Tegemoetkoming aan de voorzitter en de andere leden van een raad van toezicht#
Artikel 6.4 Tegemoetkoming aan de voorzitter en de andere leden van een raad van toezicht 1 artikel 9.7 artikel 11.5 12.10 van de wet De voorzitter en de andere leden van een raad van toezicht als bedoeld in,, ofhebben per kalenderjaar aanspraak op een tegemoetkoming. 2 De tegemoetkoming wordt naar evenredigheid verminderd, indien het voorzitterschap of het lidmaatschap van de raad van toezicht in de loop van een kalenderjaar is aangevangen of beëindigd. 2012 690 28-12-2012 10-12-2012 2012 690 28-12-2012 10-12-2012 01-01-2013
Artikel 6.5 — Artikel 6.5 Ondernemingsraden#
Artikel 6.5 Ondernemingsraden 1 hoofdstuk VII B De Wet op de ondernemingsraden is, met uitzondering van, van toepassing op de openbare academische ziekenhuizen, de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, de Koninklijke Bibliotheek en de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek. 2 artikel 53, tweede lid, van de Wet op de ondernemingsraden Dit artikel berust op. 2017 26 09-02-2017 23-01-2017 2017 26 09-02-2017 23-01-2017 10-02-2017
Artikel 6.6 — Artikel 6.6 Experiment flexstuderen#
Artikel 6.6 Experiment flexstuderen Van 1 september 2017 tot en met 31 augustus 2023 wordt onder «opleiding van eerste inschrijving» begrepen: 1° artikelen 7.43, eerste lid, van de wet artikel 7.48, derde en vierde lid opleiding waarvoor een student het collegegeld, bedoeld in de, is verschuldigd en waarvoor geen vermindering of vrijstelling van het betalen van collegegeld op grond van de wet is verkregen, tenzij er sprake is van een vermindering als bedoeld in; 2° artikelen 7.43, tweede lid 7.44 van de wet opleiding waarvoor een persoon die het collegegeld, bedoeld inofis verschuldigd, zich als eerste heeft ingeschreven, of 3° artikel 17b van het Besluit experimenten flexibel hoger onderwijs opleiding waarvoor een student collegegeld als bedoeld inheeft betaald. 2018 174 19-06-2018 30-05-2018 2018 174 19-06-2018 30-05-2018 01-09-2018
Artikel 6.7 — Artikel 6.7 Begripsbepaling#
Artikel 6.7 Begripsbepaling artikel 1.1 De begripsbepaling van «student» inis op dit hoofdstuk niet van toepassing. 2018 152 31-05-2018 26-04-2018 2018 151 31-05-2018 26-04-2018 01-06-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel A,
voor zover het de daarin opgenomen artikelen 1.19 en 1.19a betreft,
van de Wijzigingswet Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk
onderzoek (bevordering internationalisering hoger onderwijs en
wetenschappelijk onderzoek) (Stb. 2017, 306) in werking treedt.
Artikel 6.8 — Artikel 6.8 Voorschriften besteding en verantwoording#
Artikel 6.8 Voorschriften besteding en verantwoording 1 artikel 1.8 van de wet wet artikel 1.3 van de wet artikel 6.9 Het instellingsbestuur van een bekostigde instelling als bedoeld inwendt middelen verkregen ten laste van de rijksbegroting of anderszins uit hoofde van bij of krachtens deingestelde heffingen verkregen middelen, alsmede de opbrengsten daarvan, waarover hij de beschikking heeft gekregen om de activiteiten in Nederland, bedoeld in, te financieren, niet aan voor de kosten van een opleiding in het buitenland of van de voorbereiding op het verzorgen van die opleiding en het indienen van de desbetreffende aanvraag, bedoeld in. 2 artikel 1.3 van de wet Het instellingsbestuur voert in voorkomend geval een afzonderlijke boekhouding voor de activiteiten betreffende de opleiding in het buitenland enerzijds en de activiteiten, bedoeld in, anderzijds. De afzonderlijke boekhouding is zodanig ingericht dat de registratie van de lasten en baten van de verschillende activiteiten gescheiden zijn. 3 Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gesteld met betrekking tot de financiële verantwoording. 2018 152 31-05-2018 26-04-2018 2018 151 31-05-2018 26-04-2018 01-06-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel A,
voor zover het de daarin opgenomen artikelen 1.19 en 1.19a betreft,
van de Wijzigingswet Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk
onderzoek (bevordering internationalisering hoger onderwijs en
wetenschappelijk onderzoek) (Stb. 2017, 306) in werking treedt.
Artikel 6.9 — Artikel 6.9 Indiening aanvraag#
Artikel 6.9 Indiening aanvraag artikel 1.19a, eerste lid, van de wet Het instellingsbestuur dient een aanvraag om toestemming voor het verzorgen van een opleiding in het buitenland als bedoeld inin bij Onze Minister. De aanvraag gaat in ieder geval vergezeld van: a. artikel 6.14, derde lid, van de wet de gegevens in de Registratie instellingen en opleidingen, bedoeld in, van de opleiding in Nederland; en b. artikel 9.33, derde lid 10.20, vierde lid, van de wet artikel 1.19a, eerste lid, van de wet artikel 1.8 van de wet een schriftelijke verklaring van de voorafgaande instemming, bedoeld in, respectievelijk, van de universiteitsraad, respectievelijk de medezeggenschapsraad, met het besluit de beoogde opleiding in het buitenland te verzorgen als bedoeld in, indien de aanvrager een instellingsbestuur van een bekostigde instelling als bedoeld inis. 2022 483 01-12-2022 23-11-2022 2022 483 01-12-2022 23-11-2022 01-01-2023
Artikel 6.10 — Artikel 6.10 Inhoud aanvraag#
Artikel 6.10 Inhoud aanvraag 1 In de aanvraag beschrijft en onderbouwt het instellingsbestuur in ieder geval: a. de meerwaarde van de opleiding in het buitenland voor de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland en de profilering van het Nederlandse hoger onderwijs in het buitenland en de meerwaarde van de opleiding in het buitenland voor het land van vestiging; b. de wijze waarop het onderwijs aan de opleiding in het buitenland zal worden vormgegeven; c. de wijze waarop de kwaliteit van het onderwijs aan de opleiding in het buitenland wordt geborgd en in hoeverre studenten en personeel van die opleiding daarbij medezeggenschap hebben; d. de financiële situatie van de instelling met in ieder geval de financiële planning van de opleiding in het buitenland en de wijze waarop financiële risico’s worden tegengegaan; e. de wijze waarop de continuïteit van de opleiding in Nederland is gewaarborgd; f. artikel 1.8 van de wet artikel 6.8, eerste lid ingeval het een instellingsbestuur betreft van een bekostigde instelling als bedoeld in, de maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat de middelen, bedoeld in, worden aangewend voor de opleiding in het buitenland; g. de beoogde omvang en schaal van het onderwijs in het buitenland, inclusief het beoogde aantal studenten, in verband met de beheersbaarheid van de vestiging in het buitenland; h. wet de wijze waarop de veiligheid en de rechten van de bij het onderwijs aan de opleiding in het buitenland betrokken personen, voor zover zij die rechten ontlenen aan de, worden gewaarborgd; i. de wijze waarop wordt gewaarborgd dat de academische vrijheid aan de opleiding in het buitenland in acht wordt genomen; j. de opvattingen van de bevoegde overheidsinstanties in het land van vestiging over de vestiging van de opleiding in het buitenland; k. de mensenrechtensituatie en de sociale verhoudingen aan de opleiding in het buitenland en eventuele maatregelen die de instelling in verband daarmee neemt; l. de wijze waarop de samenwerking met een eventuele partnerorganisatie of partnerorganisaties zal worden vormgegeven; m. de wijze waarop is voorzien in het afbouwen van de opleiding in het buitenland in financiële en personele zin en ten opzichte van studenten, indien de opleiding in het buitenland zou worden beëindigd; en n. artikel 1.8 van de wet ingeval het een instellingsbestuur betreft van een bekostigde instelling als bedoeld in, de wijze waarop de met de opleiding in het buitenland gegenereerde inkomsten worden herbestemd en de mate waarin die herbestemming bijdraagt aan de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland en de profilering van het Nederlandse hoger onderwijs in het buitenland. 2 Bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gesteld met betrekking tot het indienen van aanvragen, de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden en de procedure. 2018 152 31-05-2018 26-04-2018 2018 151 31-05-2018 26-04-2018 01-06-2018 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel A,
voor zover het de daarin opgenomen artikelen 1.19 en 1.19a betreft,
van de Wijzigingswet Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk
onderzoek (bevordering internationalisering hoger onderwijs en
wetenschappelijk onderzoek) (Stb. 2017, 306) in werking treedt.
Artikel 6.11 — Artikel 6.11 Beoordeling aanvraag/weigeringsgronden#
Artikel 6.11 Beoordeling aanvraag/weigeringsgronden Onze minister wijst de aanvraag af indien niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat het verzorgen van de opleiding in het buitenland van meerwaarde is voor de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland en de profilering van het Nederlandse hoger onderwijs in het buitenland. Hiervan is in ieder geval sprake indien: a. artikel 5.9, tweede lid, van de wet accreditatie nieuwe opleiding onder voorwaarden is verleend als bedoeld in; b. artikel 5.17, tweede lid, van de wet accreditatie bestaande opleiding onder voorwaarden is verleend als bedoeld in; c. artikel 5.18 van de wet sprake is van accreditatie bestaande opleiding onder voorwaarden als bedoeld in; d. artikel 12a, vierde lid artikel 11, vierde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht de inspectie ingevolgej°heeft geoordeeld dat de desbetreffende instelling tekortschiet in de naleving van wettelijke voorschriften; e. de maatregelen om de kwaliteit van de opleiding in het buitenland te borgen, onvoldoende zijn; f. de financiële, organisatorische of bestuurlijke stabiliteit en continuïteit van de opleiding in Nederland of in het buitenland onvoldoende is gewaarborgd of de maatregelen die worden getroffen om financiële risico’s tegen te gaan, onvoldoende zijn; g. artikel 1.8 van de wet artikel 6.8, eerste lid ingeval de aanvraag een instellingsbestuur betreft van een bekostigde instelling als bedoeld in, de maatregelen die worden getroffen om te voorkomen dat de middelen, bedoeld in, worden aangewend voor de opleiding in het buitenland, onvoldoende zijn; h. vanwege de beoogde schaal en aantallen studenten het risico bestaat van onvoldoende beheersbaarheid van de vestiging in het buitenland; i. wet de veiligheid en de rechten van de bij de opleiding in het buitenland betrokken personen, voor zover zij die rechten ontlenen aan de, onvoldoende worden gewaarborgd; j. de academische vrijheid aan de opleiding in het buitenland onvoldoende is gewaarborgd; k. het verzorgen van de opleiding in het buitenland schadelijk is voor de diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en het land van vestiging of niet passend is in de diplomatieke betrekkingen met het desbetreffende land; l. de mensenrechtensituatie of de sociale verhoudingen aan de opleiding en eventuele maatregelen die de instelling in verband daarmee heeft genomen, daartoe aanleiding geven; m. de wijze waarop de eventuele samenwerking met een partnerorganisatie wordt vormgegeven, onvoldoende garandeert dat het instellingsbestuur zelf de opleiding in het buitenland verzorgt en de graden verleent; n. artikel 6.10 aannemelijk is dat de opvattingen van de bevoegde overheidsinstanties in het land van vestiging het verzorgen van de opleiding zoals beschreven in de aanvraag ingevolge, in ernstige mate belemmeren; o. onvoldoende is voorzien in waarborgen in financiële en personele zin en ten opzichte van studenten, indien de opleiding in het buitenland zou worden beëindigd; of p. artikel 1.8 van de wet ingeval de aanvraag een instellingsbestuur betreft van een bekostigde instelling als bedoeld in, niet aannemelijk is dat de wijze van herbestemming van de inkomsten die met de opleiding in het buitenland worden gegenereerd, zal bijdragen aan de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland of de profilering van het Nederlandse hoger onderwijs in het buitenland. 2018 152 31-05-2018 26-04-2018 2019 28 31-01-2019 22-01-2019 01-02-2019
Artikel 6.12 — Artikel 6.12 Toestemming#
Artikel 6.12 Toestemming 1 Onze Minister besluit binnen twintig weken op de aanvraag. Onze Minister kan de inspectie en het accreditatieorgaan om advies vragen over de aanvraag, alvorens te besluiten. 2 artikel 38 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden Ingeval Onze Minister positief op de aanvraag besluit en niet verdragsrechtelijk of, indien de aanvraag betrekking heeft op een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden, bij onderlinge regeling als bedoeld in, is verzekerd dat het accreditatieorgaan en de inspectie toegang zullen hebben tot de beoogde opleiding in het buitenland om aldaar hun taken te kunnen uitoefenen, vermeldt Onze Minister in de beschikking dat de toestemming van kracht wordt op de dag waarop een verdrag dat of onderlinge regeling die in de vereiste toegang voorziet, in werking treedt. 3 Onze Minister vermeldt in geval van een positief besluit in de beschikking de termijn waarbinnen de opleiding in het buitenland dient te worden gestart. 2018 441 29-11-2018 20-11-2018 2018 441 29-11-2018 20-11-2018 01-01-2019
Artikel 6.13 — Artikel 6.13 Voorschriften#
Artikel 6.13 Voorschriften 1 Artikel 5.21 van de wet Het instellingsbestuur waaraan toestemming is verleend voor het verzorgen van een opleiding in het buitenland is verplicht de onderwijsactiviteiten aan de buitenlandse vestiging in financiële en personele zin en ten opzichte van studenten, zorgvuldig af te bouwen ingeval van beëindiging van het verzorgen van de opleiding in het buitenland.is van overeenkomstige toepassing. 2 Onze minister kan in het belang van de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland of in het belang van de profilering van het Nederlandse hoger onderwijs in het buitenland andere voorschriften aan de toestemming verbinden. 2018 152 31-05-2018 26-04-2018 2019 28 31-01-2019 22-01-2019 01-02-2019
Artikel 6.14 — Artikel 6.14 Intrekking toestemming#
Artikel 6.14 Intrekking toestemming 1 De toestemming wordt ingetrokken, indien: a. het verzorgen van de opleiding in het buitenland ernstige schade toebrengt dan wel aannemelijk is dat het verzorgen van de opleiding in het buitenland ernstige schade zal toebrengen aan de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland of aan de profilering van het Nederlandse hoger onderwijs in het buitenland; b. de academische vrijheid aan de opleiding niet in acht wordt genomen; of c. wet de veiligheid en rechten van de bij het onderwijs in het land van vestiging betrokken personen, voor zover zij die rechten ontlenen aan de, niet langer kunnen worden gewaarborgd. 2 Van ernstige schade als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kan onder meer sprake zijn, indien: a. de wettelijke voorschriften voor het verzorgen van de opleiding in het buitenland niet worden nageleefd; b. de beheersbaarheid van de opleiding of vestiging, in het bijzonder vanwege het aantal studenten of de schaal, onvoldoende is; c. het verzorgen van de opleiding de diplomatieke betrekkingen tussen Nederland en het desbetreffende land verstoort; d. bij de instelling voor hoger onderwijs van het instellingsbestuur waaraan de toestemming is verleend, onevenredige bestuurlijke of financiële risico’s zijn ontstaan; e. de taakuitoefening van de inspectie of het accreditatieorgaan ten aanzien van de vestiging in het buitenland niet mogelijk is; f. de mensenrechtensituatie of de sociale verhoudingen aan de opleiding in het buitenland zich ongunstig ontwikkelen; of g. artikel 12a, vierde lid artikel 11, vierde lid, van de Wet op het onderwijstoezicht sprake is van een oordeel van de inspectie ingevolgej°, inhoudende dat de desbetreffende instelling tekortschiet in de naleving van wettelijke voorschriften. 3 Bij toepassing van het eerste lid kunnen aan de beschikking waarbij toestemming wordt ingetrokken, voorschriften worden gegeven ten behoeve van een zorgvuldige afwikkeling van de beëindiging van de opleiding in het buitenland. 4 artikel 5.21, tweede tot en met vierde lid, van de wet artikel 6.9, onderdeel a Onverminderdvervalt de toestemming voor het verzorgen van opleidingen in het buitenland van rechtswege, indien de accreditatie van de opleiding niet wordt verlengd of wordt ingetrokken. Ook vervalt de toestemming als de opleiding in Nederland, bedoeld in, niet meer bestaat. 2018 152 31-05-2018 26-04-2018 2019 28 31-01-2019 22-01-2019 01-02-2019
Artikel 7.1 — Artikel 7.1 Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair onderwijs Overgangsbepaling#
Artikel 7.1 Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair onderwijs Overgangsbepaling 1 Besluit bovenwettelijke werkloosheidsregeling voor onderwijspersoneel primair onderwijs Hetzoals dat luidde op de dag voor inwerkingtreding van dit besluit, blijft voor de leden van colleges van bestuur van hogescholen van kracht op de uitkeringen die zijn ingegaan voor die datum of contractueel zijn vastgelegd voor die datum en pas na die datum ingaan. 2 De uit deze overgangsbepaling voortvloeiende aanspraken gelden jegens het bevoegd gezag. 2012 690 28-12-2012 10-12-2012 2012 690 28-12-2012 10-12-2012 01-01-2013
Artikel 7.1a — Artikel 7.1a Besluit rechtspositie leden van de centrale directies en van colleges van bestuur Overgangsbepaling#
Artikel 7.1a Besluit rechtspositie leden van de centrale directies en van colleges van bestuur Overgangsbepaling hoofdstuk 2 van het Besluit rechtspositie leden van de centrale directies en van colleges van bestuur artikel 2 In afwijking van, zoals dat luidde op het tijdstip voordat het werd ingetrokken, blijven ten aanzien van degene die voor 1 juli 2001 is benoemd of aangesteld tot lid van een centrale directie of van een college van bestuur de rechtspositievoorschriften, zoals die jegens hem golden op 30 juni 2001, van kracht, indien en voor zolang de betrokkene niet schriftelijk binnen een door het bevoegd gezag vast te stellen termijn van tenminste drie maanden vanaf 1 juli 2001 aan het bevoegd gezag heeft medegedeeld dat hij ermee instemt dat zijn rechtspositie krachtenswordt vastgesteld. 2012 690 28-12-2012 10-12-2012 2012 690 28-12-2012 10-12-2012 01-01-2013
Artikel 7.1b — Artikel 7.1b Besluit rechtspositie leden van colleges van bestuur van openbare universiteiten Overgangsbepaling#
Artikel 7.1b Besluit rechtspositie leden van colleges van bestuur van openbare universiteiten Overgangsbepaling Ten aanzien van degenen die voor 19 maart 1997 wat betreft de openbare universiteiten dan wel voor 11 juli 1997 wat betreft de Open Universiteit tot lid van een college van bestuur zijn benoemd, blijven de salarissen, toelagen en wachtgeldaanspraken, vastgesteld en toegekend op grond van de op 18 maart 1997 onderscheidenlijk de op 10 juli 1997 geldende voorschriften gehandhaafd. Indien de salarisbedragen van de overeenkomstige salarisschaal van de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn worden gewijzigd, is deze wijziging van toepassing op de salarisbedragen van de in de eerste volzin bedoelde salarissen. 2019 396 07-11-2019 24-10-2019 2019 434 28-11-2019 20-11-2019 01-01-2020
Artikel 7.1c — Artikel 7.1c Overgangsbepaling verlaagd wettelijk collegegeld voor tweedejaarsstudenten aan een lerarenopleiding#
Artikel 7.1c Overgangsbepaling verlaagd wettelijk collegegeld voor tweedejaarsstudenten aan een lerarenopleiding artikelen 2.4b 2.4d 2.4e 2.4f, derde en vierde lid De,,en, zoals deze luidden op 31 augustus 2024, blijven voor het studiejaar 2024–2025 van toepassing ten aanzien van een student die op 1 september 2023 stond ingeschreven voor een opleiding als bedoeld in artikel 2.4d, eerste lid, onderdeel c, zoals dat luidde op 31 augustus 2024, met dien verstande dat voor de toepassing van artikel 2.4d, eerste lid, de student wordt geacht te voldoen aan de in onderdeel b van dat lid, bedoelde voorwaarde. 2023 180 05-06-2023 25-05-2023 2023 180 05-06-2023 25-05-2023 01-09-2024
Artikel 7.2 — Artikel 7.2 Citeertitel#
Artikel 7.2 Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit WHW 2008. 2009 58 17-02-2009 29-01-2009 2009 58 17-02-2009 29-01-2009 18-02-2009 Voorheen art. 6.2.
Artikel 4.21#
artikel 4.21, eerste lid