Besluit van 16 maart 1994, houdende vaststelling van de algemene rechtspositie van de politie
- BWB-id
- BWBR0006516
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- Geldend vanaf 2026-04-18
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006516
- ELI
- /eli/nl/amvb/1994/besluit-algemene-rechtspositie-politie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1994/besluit-algemene-rechtspositie-politie/2026-04-18
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006516&g=2026-04-18
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006516&z=2026-06-06&g=2026-04-18
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006516/2026-04-18
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1994/besluit-algemene-rechtspositie-politie
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In dit besluit wordt verstaan onder: aandachtsgebied: een verbijzondering van een werkterrein, dat wordt gekenmerkt door een grote verscheidenheid aan onderwerpen, waarvoor een specifieke inzet en inbreng geldt. Voor deze inzet kunnen nadere opleiding- en certificeringeisen worden gesteld; ambtenaar: de aspirant, de ambtenaar in opleiding, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, de vrijwillige ambtenaar, de ambtenaar van de rijksrecherche en de vakantiewerker; ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak: artikel 2, onderdeel a, van de Politiewet 2012 de ambtenaar, bedoeld in, met uitzondering van de aspirant gedurende het theoretische opleidingsdeel en de ambtenaar in opleiding gedurende het theoretisch opleidingsdeel, waarbij voor de toepassing van dit besluit de ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, gelijk wordt gesteld aan de ambtenaar, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Politiewet 2012; ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie: artikel 2, onderdeel b, van de Politiewet 2012 de ambtenaar, bedoeld in, waarbij voor de toepassing van dit besluit de directeur van de Politieacademie, zijn plaatsvervanger en de ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de rijksrecherche, gelijk worden gesteld aan ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Politiewet 2012; ambtenaar in opleiding: artikel 2c, tweede lid degene die door het bevoegd gezag is aangesteld als ambtenaar in opleiding en die is toegelaten tot een krachtens, aangewezen politieopleiding; ambtenaar van de rijksrecherche: artikel 2, onderdeel d, van de Politiewet 2012 de ambtenaar, bedoeld in; AOW-gerechtigde leeftijd: artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet de leeftijd waarop recht op ouderdomspensioen ontstaat, bedoeld in; arbodienst: artikel 1 van de Arbeidsomstandighedenwet arbodienst als bedoeld in; arts: artikel 3 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg een in Nederland gevestigde arts, die als arts is ingeschreven in het register als bedoeld in; aspirant: artikel 2c, eerste lid degene die door het bevoegd gezag is aangesteld als aspirant en die is toegelaten tot een krachtens, aangewezen politieopleiding; beroepsgerelateerd: in verband met werkzaamheden die behoren tot de functie van de ambtenaar of in het verlengde hiervan liggen en anderszins opgedragen werkzaamheden alsmede de omstandigheden waaronder deze werkzaamheden zijn verricht, waarbij er geen verband wordt aangenomen indien: a. er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de ambtenaar, b. de omstandigheden uitsluitend bestaan uit arbeidsconflicten of pestgedrag; beroepsgerelateerde gezondheidsklachten: lichamelijke of psychische klachten die beroepsgerelateerd zijn; beroepspraktijkvorming: artikel 2c, eerste onderscheidenlijk tweede lid de periode of perioden waarin de aspirant, de vrijwilliger-aspirant, de ambtenaar in opleiding of de vrijwillige ambtenaar in opleiding de politietaak bij een regionale eenheid of een landelijke eenheid uitvoert in het kader van een krachtens, aangewezen politieopleiding; bevoegd gezag: a. Onze Minister voor zover het betreft de korpschef, de directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger; b. de korpschef, voor zover het betreft de aspirant, de ambtenaar in opleiding, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie en de vrijwillige ambtenaar; c. het College van procureurs-generaal, voor zover het betreft de ambtenaar van de rijksrecherche; bezoldiging: artikel 1 van het Besluit bezoldiging politie bezoldiging als bedoeld in; consignatie: het zich in opdracht van het daartoe bevoegde gezag bereikbaar en beschikbaar houden teneinde bij oproep dienst te gaan verrichten; deelbetrekking: een betrekking die een arbeidstijd van gemiddeld minder dan 36 uur per week omvat; deskundige persoon: artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet een deskundige persoon als bedoeld indie belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b of c, van die wet; detachering: tijdelijke tewerkstelling elders buiten het gezagsbereik van het bevoegd gezag; functie: het samenstel van door de ambtenaar te verrichten opgedragen werkzaamheden, zoals vastgelegd in het LFNP; gewezen ambtenaar: een ambtenaar aan wie ontslag is verleend, met ingang van de dag waarop het ontslag is ingetreden; hoofdplaats van tewerkstelling: artikel 10, derde lid de plaats van tewerkstelling, bedoeld in; in enige mate: 1% of meer; in overwegende mate: 51% of meer; levensfase-uren: verlofuren die op grond van hoofdstuk V.A. worden toegekend; LFNP: Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie: het door Onze Minister vastgestelde geheel van functiebeschrijvingen, onderverdeeld naar de domeinen leiding, uitvoering en ondersteuning, alsmede naar vakgebieden, inclusief de waardering, en de aan het gebouw verbonden en omschreven werkterreinen, aandachtsgebieden en specifieke functionaliteiten; medische eindsituatie: situatie waarvan op objectief medische wijze is vastgesteld dat er in de toekomst geen belangrijke verbetering of verslechtering in de medische toestand van de ambtenaar te verwachten is; OVW punten: artikel 6, tweede lid, van het Besluit bezoldiging politie Onvermijdelijk Verzwarende Werkomstandigheden punten, zoals deze met toepassing van het functiewaarderingssysteem op grond van, worden vastgesteld; passende arbeid: alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de ambtenaar is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd; Pensioenreglement: het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP; plaats van tewerkstelling: a. het gebouw, gebouwencomplex of terrein dat de ambtenaar voor de normale uitoefening van zijn ambt is aangewezen; b. de aangewezen aanlegplaats van het vaartuig dat de ambtenaar voor de normale uitoefening van zijn taak gebruikt of c. bij gebrek aan een aanwijzing, bedoeld in het eerste en tweede onderdeel, het gebouw, gebouwencomplex, of terrein, waar de ambtenaar gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht, het gebouwencomplex waar hij kantoor houdt, dan wel de aanlegplaats waar hij gewoonlijk het vaartuig aanlegt; salaris: artikel 1 van het Besluit bezoldiging politie salaris als bedoeld in; specifieke functionaliteit: een verbijzondering van een vakgebied door – direct in operationeel verband toe te passen – vereiste expliciete specialistische inzet en inbreng door gebruikmaking van specifieke (hulp)middelen of geweldsmiddelen waarbij uitgesproken specialistische vaardigheden en deskundigheid aan de orde is; Stichting Pensioenfonds ABP: artikel 6 van de Wet privatisering ABP de Stichting Pensioenfonds ABP, genoemd in; theoretisch opleidingsdeel: artikel 2c, eerste onderscheidenlijk tweede lid de periode of perioden waarin de aspirant, de vrijwilliger-aspirant, de ambtenaar in opleiding of de vrijwillige ambtenaar in opleiding aan de Politieacademie in het kader van een krachtens, aangewezen politieopleiding onderwijs volgt; Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in; vakantiewerker: degene die ten tijde van onderbreking van zijn opleiding wegens vakantie, voor een periode van ten hoogste acht weken is aangesteld voor het verrichten van ondersteunende werkzaamheden; vakgebied: een clustering van in essentie gelijkgerichte activiteiten, resultaten en beoogde effecten op basis van voor dat vakgebied geldende processen; volledige betrekking: een betrekking die een arbeidstijd van gemiddeld 36 uur per week omvat; vrijwillige ambtenaar: vrijwilliger-aspirant, vrijwillige ambtenaar in opleiding, vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie; vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak: artikel 2, onderdeel c, van de Politiewet 2012 de ambtenaar, bedoeld in, voor zover deze is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, met uitzondering van de vrijwilliger-aspirant gedurende het theoretische opleidingsdeel en de vrijwillige ambtenaar in opleiding gedurende het theoretisch opleidingsdeel; vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie: artikel 2, onderdeel c, van de Politiewet 2012 de ambtenaar, bedoeld in, voor zover deze is aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie; vrijwillige ambtenaar in opleiding: artikel 2c, tweede lid degene die door het bevoegd gezag is aangesteld als vrijwillige ambtenaar in opleiding en die is toegelaten tot een krachtens, aangewezen politieopleiding; vrijwilliger-aspirant: artikel 2c, eerste lid degene die door het bevoegd gezag is aangesteld als vrijwilliger-aspirant en die is toegelaten tot een krachtens, aangewezen politieopleiding; werkgebied: a. indien het betreft een ambtenaar die werkzaam is bij een regionale eenheid: het gebied of het door het bevoegd gezag aangewezen gedeelte daarvan dat de desbetreffende regionale eenheid bestrijkt; b. indien het betreft een ambtenaar die werkzaam is bij een landelijke eenheid of een ambtenaar van de rijksrecherche: Nederland dan wel het door het bevoegd gezag aangewezen gedeelte van Nederland waarin de plaats van tewerkstelling is gelegen, of c. indien het betreft een ambtenaar, werkzaam bij de Politieacademie of een ondersteunende dienst: het door het bevoegd gezag aangewezen gedeelte van Nederland waarin de plaats van tewerkstelling is gelegen; werkterrein: een verbijzondering van het vakgebied, waarvoor een specifieke inzet en inbreng geldt. Voor deze inzet kunnen nadere opleiding- en certificeringeisen worden gesteld; zijn arbeid: artikel 19 van de Ziektewet zijn arbeid als bedoeld in. 2 Voor de toepassing van dit besluit wordt onder echtgenote of echtgenoot mede verstaan de geregistreerde partner alsmede de levenspartner met wie de niet-gehuwde ambtenaar samenwoont en – met het oogmerk duurzaam samen te leven – een gemeenschappelijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gemeenschappelijke huishouding. Onder weduwe of weduwnaar wordt mede begrepen de achtergebleven geregistreerde partner alsmede de achtergebleven partner. Tot gezinslid wordt in voorkomend geval mede gerekend de geregistreerde partner alsmede de levenspartner. Tegelijkertijd kan slechts een persoon als echtgenoot of echtgenote dan wel weduwe of weduwnaar worden aangemerkt. Het bevoegd gezag kan verlangen dat een schriftelijke verklaring van een notaris wordt overgelegd waaruit blijkt dat een samenlevingscontract als bedoeld in de eerste volzin is gesloten. 2025 243 22-09-2025 15-09-2025 2025 243 22-09-2025 15-09-2025 23-09-2025
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a 1 artikel 2, onder a, b en c, van de Politiewet 2012 Alle besluiten of voorgenomen besluiten inzake de rechtspositie van ambtenaren als bedoeld in, worden uitsluitend op elektronische wijze verzonden. 2 Verzending geschiedt op een andere dan elektronische wijze: a. indien de ambtenaar geen mogelijkheid heeft om kennis te nemen van een elektronisch verzonden bericht; b. bij besluiten en voorgenomen besluiten inzake: 1° eerste aanstelling; 2° ontslag; 3° herplaatsing bij arbeidsongeschiktheid; 4° vermindering of afwijzing van de verhoging van de bezoldiging wegens ziekte; 5° disciplinaire straffen en ordemaatregelen; 6° artikel 2, onder a, b of c, van de Politiewet 2012 artikel 48q, eerste en vierde lid, van de Politiewet 2012 bezwaar tegen het verrichten van werkzaamheden als ambtenaar van politie als bedoeld in, op grond van een onderzoek naar de betrouwbaarheid als bedoeld in; c. op verzoek van de ambtenaar indien deze een zwaarwegend belang heeft bij incidentele verzending op andere wijze. 3 Onze Minister kan nadere regels stellen over de wijze waarop de elektronische verzending geschiedt. 2022 357 14-09-2022 01-09-2022 2024 321 05-11-2024 22-10-2024 01-01-2026 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet modernisering
elektronisch bestuurlijk verkeer in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De aanstelling geschiedt in tijdelijke of in vaste dienst. 2 Een aanstelling in tijdelijke dienst geschiedt voor bepaalde of voor onbepaalde tijd. 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 2a — Artikel 2a#
Artikel 2a 1 artikel 47, eerste lid, van de Politiewet 2012 Indien betrokkene direct voorafgaand aan de aanstelling nog geen ambtenaar in de zin van dit besluit was, kan op zijn aanvraag en na consultatie van de ondernemingsraad in zeer bijzondere gevallen een aanstelling in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd plaatsvinden waarbij dit besluit gedeeltelijk, of andere algemene maatregelen van bestuur als bedoeld in, die specifiek betrekking hebben op ambtenaren in de zin van dit besluit, geheel of gedeeltelijk, buiten toepassing kunnen worden verklaard. 2 Onverminderd het eerste lid, bedraagt de aanspraak op vakantie ten minste 144 uur per kalenderjaar bij een volledige betrekking en naar evenredigheid bij een andere betrekkingsomvang. 3 De aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in het eerste lid, geschiedt voor een periode van ten hoogste drie jaar. 4 Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent het eerste lid. 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 2b — Artikel 2b#
Artikel 2b 1 artikelen 28, eerste en derde lid 38, tweede lid 42, vierde lid artikel 45, tweede lid 76, eerste lid, van de Politiewet 2012 artikel 47, eerste lid, van de Politiewet 2012 Indien betrokkene direct voorafgaand aan de aanstelling nog geen ambtenaar in de zin van dit besluit was en hij krachtens de,,,, enbij koninklijk besluit wordt benoemd, kan op zijn aanvraag aanstelling plaatsvinden in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd waarbij dit besluit gedeeltelijk, of andere algemene maatregelen van bestuur als bedoeld in, die specifiek betrekking hebben op ambtenaren in de zin van dit besluit, geheel of gedeeltelijk, buiten toepassing kunnen worden verklaard. Na benoeming wordt aan de ondernemingsraad gemotiveerd aangegeven dat bij het werven zowel de interne als de externe arbeidsmarkt in ogenschouw is genomen. 2 Onverminderd het eerste lid, bedraagt de aanspraak op vakantie ten minste 144 uur per kalenderjaar bij een volledige betrekking en naar evenredigheid bij een andere betrekkingsomvang. 3 De aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in het eerste lid, geschiedt voor een periode van ten hoogste zeven jaar. 4 Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent het eerste lid. 2017 269 22-06-2017 15-06-2017 2017 269 22-06-2017 15-06-2017 23-06-2017 01-01-2017
Artikel 2c — Artikel 2c#
Artikel 2c 1 artikel 1, eerste lid, onderdeel s, onder 1°, van de Politiewet 2012 Aanstelling als ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en aanstelling als vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, kan slechts plaatsvinden na het voltooien van een van de door Onze Minister aangewezen politieopleidingen als bedoeld in. 2 artikel 1, eerste lid, onderdeel s, onder 2°, van de Politiewet 2012 In afwijking van het eerste lid kan aanstelling als ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en aanstelling als vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, tevens plaatsvinden in een functie in een van de door Onze Minister aangewezen vakgebieden in het domein uitvoering, indien de betrokkene enkel een van de door Onze Minister aangewezen politieopleidingen als bedoeld inheeft voltooid. 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 01-09-2020
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2c, eerste lid De aspirant wordt gedurende het eerste leerjaar van een krachtens, aangewezen politieopleiding tijdelijk aangesteld voor de duur van één jaar. 2 artikel 2c, eerste lid Indien de aspirant aan het eind van het eerste leerjaar een positief studieadvies ontvangt, dan wel door middel van vrijstelling door een eerder gevolgde opleiding instroomt in het tweede leerjaar, wordt hij aangesteld in tijdelijke dienst voor maximaal twee jaar bij het volgen van een krachtens, aangewezen driejarige of kortere opleiding. 3 artikel 2c, eerste lid Na het voltooien van een krachtens, aangewezen driejarige of kortere opleiding, wordt de aspirant aangesteld in vaste dienst als ambtenaar voor de uitvoering van de politietaak tenzij het bevoegd gezag anders beslist. 4 artikel 2c, eerste lid Indien de aspirant een krachtens, aangewezen vierjarige politieopleiding volgt, wordt hij nadat hij aan het eind van het eerste leerjaar een positief studieadvies ontvangt, aangesteld in tijdelijke dienst voor twee jaar voor het tweede en derde leerjaar. 5 artikel 2c, eerste lid Aan het eind van het derde leerjaar van de aspirant, bedoeld in het vierde lid, wordt de aspirant vast aangesteld als aspirant, tenzij het bevoegd gezag anders beslist. Na het voltooien van een krachtens, aangewezen vierjarige politieopleiding wordt de aanstelling gewijzigd in aanstelling als ambtenaar voor de uitvoering van de politietaak. 6 Het bevoegd gezag kan, in bijzondere gevallen, van het bepaalde in dit artikel afwijken. 2020 534 22-12-2020 15-12-2020 2020 534 22-12-2020 15-12-2020 01-01-2021
Artikel 3bis — Artikel 3bis#
Artikel 3bis 1 artikel 2c, eerste lid De vrijwilliger-aspirant wordt tijdelijk aangesteld voor een periode overeenkomend met de duur van een krachtens, aangewezen politieopleiding. 2 Na het voltooien van deze politieopleiding wordt de vrijwillige ambtenaar van politie zo mogelijk in vaste dienst aangesteld als vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak. 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 01-09-2020
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 artikel 2c, tweede lid De ambtenaar in opleiding respectievelijk de vrijwillige ambtenaar in opleiding wordt tijdelijk aangesteld voor een periode overeenkomend met de duur van een krachtens, aangewezen politieopleiding. 2 Na het voltooien van deze politieopleiding wordt de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, tijdelijk aangesteld voor een proeftijd van één jaar als ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak respectievelijk vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak. De proeftijd kan zo nodig in bijzondere gevallen op aanvraag van de ambtenaar met één jaar worden verlengd en zo nodig ambtshalve worden verlengd met de tijd, gedurende welke de ambtenaar de proeftijd niet in werkelijke dienst heeft doorgebracht. 3 Zodra de proeftijd verstrijkt, wordt de desbetreffende ambtenaar zo mogelijk in vaste dienst aangesteld als ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak respectievelijk vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak. 4 Het bevoegd gezag kan, in bijzondere gevallen, afwijken van de perioden, bedoeld in het eerste en tweede lid, of van het stellen van een proeftijd. 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 01-09-2020
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Een aanstelling van een ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie en een vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, kan in tijdelijke dienst plaatsvinden: a. voor een proeftijd van één jaar, zonodig in bijzondere gevallen op aanvraag van de ambtenaar met één jaar te verlengen en zonodig ambtshalve te verlengen met de tijd, gedurende welke de ambtenaar de proeftijd niet in werkelijke dienst heeft doorgebracht; b. ter vervanging van een wegens ziekte of uit anderen hoofde afwezige ambtenaar, met dien verstande dat de vrijwillige ambtenaar slechts een andere vrijwillige ambtenaar kan vervangen; c. ter uitvoering van werkzaamheden van kennelijk tijdelijk karakter; d. indien het een ambtenaar betreft die in dienst wordt genomen als leerling ter opleiding tot een functie binnen de politieorganisatie dan wel in verband met zijn verdere praktische opleiding of vorming, of e. indien een wijziging in de taak van het betrokken dienstvak is voorgenomen; f. indien de ambtenaar de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt; g. voor een andere dan in onderdeel a tot en met f genoemde reden. 2 Zodra de omstandigheid die leidde tot een aanstelling in tijdelijke dienst als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b, d en e, zich niet meer voordoet, wordt de desbetreffende ambtenaar zo mogelijk in vaste dienst aangesteld. 3 In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen c en g, wordt de ambtenaar in vaste dienst aangesteld vanaf de dag waarop: a. aanstellingen in tijdelijke dienst elkaar met tussenpozen van ten hoogste zes maanden hebben opgevolgd en een periode van 36 maanden, deze tussenpozen inbegrepen, hebben overschreden; b. meer dan drie aanstellingen in tijdelijke dienst elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van ten hoogste zes maanden. 4 artikel 3, eerste lid, van de Regeling vaststelling LFNP Over een tijdelijke aanstelling op grond van het eerste lid, onderdeel g, voor een functie in het domein uitvoering, bedoeld in, wint het bevoegd gezag vooraf een advies in van een door hem in te stellen paritaire commissie. 5 artikel 1 van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 Indien het advies, bedoeld in het vierde lid, niet positief is, kan de in het eerste lid bedoelde aanstelling slechts plaatsvinden indien hierover in het overleg GOKB, bedoeld in, overeenstemming is bereikt. 2020 534 22-12-2020 15-12-2020 2020 534 22-12-2020 15-12-2020 01-01-2026
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 Een aanstelling van een ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de vrijwillige ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, kan in tijdelijke dienst plaatsvinden: a. ter bevordering van de arbeidsparticipatie van de in de aanhef bedoelde ambtenaren in de vijf jaren voorafgaand aan hun AOW-gerechtigde leeftijd; b. artikel 1, eerste lid, onderdeel s, onder 2°, van de Politiewet 2012 in een functie in een van de door Onze Minister aangewezen vakgebieden in het domein uitvoering, indien de betrokkene enkel een van de door Onze Minister aangewezen politieopleidingen als bedoeld inheeft voltooid; c. indien de ambtenaar de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. 2 In de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, wordt de ambtenaar in vaste dienst aangesteld vanaf de dag waarop: a. aanstellingen in tijdelijke dienst elkaar met tussenpozen van ten hoogste zes maanden hebben opgevolgd en een periode van 36 maanden, deze tussenpozen inbegrepen, hebben overschreden; b. meer dan drie aanstellingen in tijdelijke dienst elkaar hebben opgevolgd met tussenpozen van ten hoogste zes maanden. 3 Over een tijdelijke aanstelling op grond van het eerste lid, onderdelen a en b, wint het bevoegd gezag vooraf een advies in van een door hem in te stellen paritaire commissie. 4 Artikel 4, vijfde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2020 534 22-12-2020 15-12-2020 2020 534 22-12-2020 15-12-2020 01-01-2026
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 De ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, wordt in vaste dienst aangesteld. 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 29d van het Besluit bezoldiging politie De gewezen ambtenaar aan wie een uitkering is toegekend op grond van, kan enkel worden aangesteld als vrijwillige ambtenaar. 2020 534 22-12-2020 15-12-2020 2020 534 22-12-2020 15-12-2020 01-01-2021
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Voor de aanstelling als aspirant, ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, vrijwilliger-aspirant, vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, en ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak komt uitsluitend in aanmerking degene die: a. Nederlander is; b. de door Onze Minister vast te stellen minimum leeftijd heeft bereikt; c. artikel 1, onder a, van de Wet op de medische keuringen voldoet aan bij regeling van Onze Minister te stellen eisen met betrekking tot het opleidingsniveau, de psychologische keuring en een geneeskundige keuring als bedoeld in; d. voldoet aan overige bij regeling van Onze Minister te stellen eisen. 2 artikel 2c, tweede lid In afwijking van het eerste lid komt voor aanstelling als ambtenaar in opleiding, vrijwillige ambtenaar in opleiding, ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die enkel een krachtens, aangewezen politieopleiding heeft voltooid, uitsluitend in aanmerking degene die: a. Nederlander is; b. de door Onze Minister vast te stellen minimum leeftijd heeft bereikt; c. voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen eisen met betrekking tot het werk- en denkniveau en een psychologische keuring; d. artikel 1, onderdeel a, van de Wet op de medische keuringen artikel 2c, tweede lid voldoet aan door het bevoegd gezag te stellen eisen met betrekking tot een geneeskundige keuring als bedoeld in, indien aan de vervulling van de functie, bedoeld in, bijzondere eisen op het punt van de medische geschiktheid moeten worden gesteld; e. voldoet aan overige bij ministeriële regeling te stellen eisen. 3 Teneinde vast te stellen of de persoon, bedoeld in de aanhef van het eerste of tweede lid, in voldoende mate geschikt en bekwaam is voor de vervulling van de functie, kan het bevoegd gezag de gegevens die door de betrokkene desgevraagd zijn verstrekt, verifiëren en zo nodig aanvullen. 4 Onze Minister kan ten aanzien van de aanstelling als ambtenaar van de rijksrecherche, die is aangesteld voor de politietaak, nadere regels vaststellen over het aantal dienstjaren dat deze ambtenaar werkzaam moet zijn geweest als ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak. 5 De betrokkene, die op grond van het eerste lid, onderdeel c, of het tweede lid, onderdeel d, is onderworpen aan een geneeskundige keuring, wordt bij aanstelling in een andere functie opnieuw aan een geneeskundige keuring onderworpen, indien betrokkene voor het vervullen van die functie aan andere medische eisen dient te voldoen dan voor de tot dusverre vervulde functie. Op deze keuring zijn de krachtens het eerste lid, onderdeel c, door Onze Minister onderscheidenlijk tweede lid, onderdeel d, door het bevoegd gezag gestelde eisen van toepassing. 6 artikel 2c, tweede lid De betrokkene, bedoeld in de aanhef van het tweede lid, die bij aanstelling niet is onderworpen aan een geneeskundige keuring, wordt bij plaatsing in een andere functie als bedoeld in, aan een geneeskundige keuring onderworpen, indien aan de vervulling van die functie bijzondere eisen op het punt van de medische geschiktheid moeten worden gesteld. Op deze keuring zijn de krachtens het tweede lid, onderdeel d, door het bevoegd gezag gestelde eisen van toepassing. 7 artikel 2c, tweede lid De ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die enkel een krachtens, aangewezen politieopleiding heeft voltooid, volgt een krachtens artikel 2c, eerste lid, aangewezen politieopleiding uitsluitend, indien hij voldoet aan de vereisten, bedoeld in artikel 7, eerste lid. 8 artikel 5 van de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties Een migrerende beroepsbeoefenaar die in het bezit is van een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in, (afgegeven ten aanzien van de te vervullen functie,) kan worden aangesteld als ambtenaar voor de uitvoering van de politietaak. 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 01-09-2020
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Voor de aanstelling als ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie en vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie komt in aanmerking degene die: a. voldoet aan door het bevoegd gezag te stellen eisen met betrekking tot het opleidingsniveau; b. voldoet aan door het bevoegd gezag te stellen eisen met betrekking tot een psychologische keuring, indien daaraan naar het oordeel van het bevoegd gezag behoefte bestaat; c. artikel 1, onder a, van de Wet op de medische keuringen voldoet aan door het bevoegd gezag te stellen eisen met betrekking tot een geneeskundige keuring als bedoeld in, indien aan de vervulling van de functie bijzondere eisen op het punt van de medische geschiktheid moeten worden gesteld. Het bevoegd gezag stelt vast voor welke functies een onderzoek naar de medische geschiktheid noodzakelijk is; d. voldoet aan de overige door het bevoegd gezag te stellen eisen die specifiek gerelateerd zijn aan de functie binnen het landelijk politiekorps, de rijksrecherche dan wel binnen de Politieacademie. 2 Teneinde vast te stellen of de persoon, bedoeld in de aanhef van het eerste lid, in voldoende mate geschikt en bekwaam is voor de vervulling van de functie, kan het bevoegd gezag de gegevens die door de betrokkene desgevraagd zijn verstrekt, verifiëren en zonodig aanvullen. 3 De betrokkene die op grond van het eerste lid, onderdeel c, is onderworpen aan een geneeskundige keuring, wordt bij aanstelling in een andere functie opnieuw aan een geneeskundige keuring onderworpen, indien betrokkene voor het vervullen van die functie aan andere medische eisen dient te voldoen dan voor de tot dusverre vervulde functie. Op deze keuring zijn de krachtens het eerste lid, onderdeel c, door het bevoegd gezag gestelde eisen van toepassing. 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 01-09-2020
Artikel 8a — Artikel 8a#
Artikel 8a Vervallen 2022 380 06-10-2022 03-10-2022 2022 453 17-11-2022 12-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Politiewet 2012 en Wet op de medische keuringen (screening
ambtenaren van politie en politie-externen) in werking treedt.
Artikel 8b — Artikel 8b#
Artikel 8b Vervallen 2022 380 06-10-2022 03-10-2022 2022 453 17-11-2022 12-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Politiewet 2012 en Wet op de medische keuringen (screening
ambtenaren van politie en politie-externen) in werking treedt.
Artikel 8c — Artikel 8c#
Artikel 8c Vervallen 2022 380 06-10-2022 03-10-2022 2022 453 17-11-2022 12-11-2022 01-01-2023 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Politiewet 2012 en Wet op de medische keuringen (screening
ambtenaren van politie en politie-externen) in werking treedt.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 Voor de aanvaarding van zijn ambt legt de aspirant, de ambtenaar in opleiding, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de vrijwilliger-aspirant, de vrijwillige ambtenaar in opleiding, de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak de volgende eed en verklaring en belofte van zuivering af: «Ik zweer (verklaar) dat ik dit ambt op een eerlijke manier heb gekregen. Dat betekent: dat ik voor dit ambt heb gekozen, ik niet ben omgekocht en niemand heb omgekocht, niet met giften en niet met beloftes; dat ik eerlijke informatie heb gegeven en niets heb verzwegen wat voor dit ambt van belang kan zijn. Ik zweer (beloof) dat ik geen giften of beloftes zal aannemen om iets in mijn ambt te doen of te laten. Grondwet Ik zweer (beloof) de Koning en detrouw te zijn en Nederland als goed ambtenaar te dienen. Dat betekent: dat ik werk in het algemeen belang voor onze samenleving en mij volledig inzet voor de taken die aan de politieorganisatie (Rijksrecherche dan wel Politieacademie) zijn toebedeeld; dat ik de uit de wet voortvloeiende voorschriften zal nakomen en handhaven en de aan mij verstrekte taken plichtsgetrouw en zorgvuldig zal uitvoeren; dat ik zorgvuldig met informatie om ga en vertrouwelijke informatie geheim zal houden; dat ik mij gedraag volgens de geldende beroepscodes, de wetten en het recht en niets zal doen dat het aanzien van mijn ambt kan schaden; dat ik iedereen rechtvaardig, gelijkwaardig en met respect zal behandelen. Zo waarlijk helpe mij ... (Dat verklaar en beloof ik)». 2 Voor de aanvaarding van zijn ambt, legt de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie en de ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de rijksrecherche de volgende eed en verklaring en belofte van zuivering af: «Ik zweer (verklaar) dat ik dit ambt op een eerlijke manier heb gekregen. Dat betekent: dat ik voor dit ambt heb gekozen, ik niet ben omgekocht en niemand heb omgekocht, niet met giften en niet met beloftes; dat ik eerlijke informatie heb gegeven en niets heb verzwegen wat voor dit ambt van belang kan zijn. Ik zweer (beloof) dat ik geen giften of beloftes zal aannemen om iets in mijn ambt te doen of te laten. Grondwet Ik zweer (beloof) de Koning en detrouw te zijn en Nederland als goed ambtenaar te dienen. Dat betekent: dat ik werk in het algemeen belang voor onze samenleving en mij volledig inzet voor de taken die aan de politieorganisatie (Rijksrecherche dan wel Politieacademie) zijn toebedeeld; dat ik de aan mij verstrekte taken plichtsgetrouw en zorgvuldig zal uitvoeren; dat ik zorgvuldig met informatie om ga en vertrouwelijke informatie geheim zal houden; dat ik mij gedraag volgens de geldende beroepscodes, de wetten en het recht en niets zal doen dat het aanzien van mijn ambt kan schaden; dat ik iedereen rechtvaardig, gelijkwaardig en met respect zal behandelen. Zo waarlijk helpe mij ... (Dat verklaar en beloof ik)». 3 De korpschef legt de eed dan wel verklaring en belofte af ten overstaan van Onze Minister. 4 De directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger leggen de eden dan wel de verklaringen en beloften af ten overstaan van Onze Minister. 5 De ambtenaren van de rijksrecherche leggen de eden dan wel verklaringen en beloften af ten overstaan van Onze Minister. 6 De overige ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de overige ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, leggen de eden dan wel verklaringen en beloften af ten overstaan van het bevoegd gezag. 2025 243 22-09-2025 15-09-2025 2025 243 22-09-2025 15-09-2025 23-09-2025
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 De ambtenaar ontvangt, zo mogelijk voor indiensttreding, een akte van aanstelling waarin in elk geval worden vermeld: a. de naam, de voornamen en de geboortedatum van de ambtenaar; b. of de aanstelling geschiedt in vaste of in tijdelijke dienst al dan niet met een proeftijd en de duur van de eventuele proeftijd, waarbij, indien de aanstelling geschiedt in tijdelijke dienst, bovendien in de akte wordt vermeld of de aanstelling geschiedt voor bepaalde tijd en, zo ja, voor hoe lang - of voor onbepaalde tijd en de toepasselijke grond voor aanstelling in tijdelijke dienst; c. of de aanstelling geschiedt als: 1°. aspirant; 2°. ambtenaar in opleiding; 3°. ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak; 4°. ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie; 5°. ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak; 6°. ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de rijksrecherche; 7°. vrijwilliger-aspirant; 8°. vrijwillige ambtenaar in opleiding; 9°. vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak; 10°. vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie; 11°. vakantiewerker; d. de functie waarin de ambtenaar wordt aangesteld, met indien van toepassing één of meerdere werkterreinen, aandachtsgebieden of specifieke functionaliteiten; e. de plaats of de plaatsen van tewerkstelling en het werkgebied; f. de datum van ingang van de aanstelling; g. voor zover van toepassing, de rang waarin hij wordt aangesteld; h. de salarisschaal en de voor de bepaling van die schaal in acht genomen regels, alsmede het salarisnummer en het salaris die de ambtenaar zijn toegekend of, indien het een aspirant betreft, het salaris; i. de arbeidstijd die zijn betrekking omvat en j. het gegeven dat de eden dan wel de verklaringen en beloften zijn afgelegd, en de datum waarop dit is gebeurd; k. de aanspraak op vakantie of de wijze van berekening van de aanspraak; l. de duur van de ontslag- respectievelijk opzegtermijnen of de wijze waarop die termijnen worden vastgesteld. 2 Indien de ambtenaar de gegevens, bedoeld in het eerste lid, niet voor indiensttreding heeft ontvangen, ontvangt hij de gegevens bedoeld in de onderdelen a tot en met f en h, uiterlijk een week na aanvang van zijn werkzaamheden en de overige in het eerste lid bedoelde gegevens binnen een maand na aanvang of zoveel eerder als de aanstelling eindigt. 3 Indien aan de ambtenaar meerdere plaatsen als plaats van tewerkstelling zijn aangewezen, wordt in de akte van aanstelling tevens een hoofdplaats van tewerkstelling vermeld. 4 artikel 12c, eerste lid, van het Besluit bezoldiging politie Indien de ambtenaar is aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie of van de rijksrecherche en een door het bevoegd gezag aangewezen functie vervult waaraan volgens door Onze Minister te stellen criteria de aanspraak op de toelage bezwarende functie, bedoeld in, is verbonden, wordt dit in de akte van aanstelling vermeld. Het bevoegd gezag wijst de in de eerste zin bedoelde functies aan in overeenstemming met bij regeling van Onze Minister te stellen regels. 5 artikel 2c, eerste lid Indien de ambtenaar is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en een krachtens, aangewezen politieopleiding heeft voltooid, wordt in de akte van aanstelling vermeld dat hij generiek inzetbaar is. Indien de ambtenaar is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en enkel een krachtens artikel 2c, tweede lid, aangewezen politieopleiding heeft voltooid, wordt in de akte van aanstelling het vakgebied waarvan diens functie onderdeel uitmaakt en, indien van toepassing, het werkterrein vermeld alsmede dat de ambtenaar specifiek inzetbaar is. 6 Voor zover deze gegevens niet reeds in de akte van aanstelling zijn vermeld, deelt het bevoegd gezag de ambtenaar zo spoedig mogelijk schriftelijk andere hem mogelijk toegekende voordelen mee, onder verwijzing naar de regeling waarop de toekenning berust en de eventuele voorwaarden die aan de toekenning verbonden zijn. 7 Wijziging van de gegevens, bedoeld in het eerste lid, wordt de ambtenaar binnen een maand schriftelijk medegedeeld, behoudens de wijziging van een algemeen verbindend voorschrift waarnaar is verwezen. 8 De akte van aanstelling van de ambtenaar met een functie waarvoor salarisschaal 15 of hoger geldt, vermeldt ook: a. de eventuele verplichting tot verhuizing vanwege het woonplaatsvereiste; b. artikel 20a van het Besluit bezoldiging politie de eventuele toekenning van een periodieke toelage, als bedoeld in; en c. artikel 20 van het Besluit bezoldiging politie de toekenning van de tegemoetkoming representatiekosten, als bedoeld in. 2025 243 22-09-2025 15-09-2025 2025 243 22-09-2025 15-09-2025 23-09-2025
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 De ambtenaar wordt bij zijn aanstelling schriftelijk door het bevoegd gezag op de hoogte gesteld van de hoofdlijnen van zijn rechtspositie. 2 Regelingen waarin zijn rechtspositie is neergelegd, worden op een voor de ambtenaar gemakkelijk toegankelijke plaats ter inzage gelegd. Hij kan kosteloos hiervan afschriften maken. 3 De schriftelijk vastgestelde en voor hem geldende regelingen en instructies, die hij bij de vervulling van zijn dienst heeft na te leven, worden eveneens op een voor de ambtenaar gemakkelijk toegankelijke plaats ter inzage gelegd. Hij kan kosteloos hiervan afschriften maken. 4 Over wijzigingen in regelingen betreffende zijn rechtspositie wordt de ambtenaar schriftelijk op de hoogte gesteld. 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 Het bevoegd gezag stelt de arbeids- en rusttijden vast. 2 artikel 1:4, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet Het bevoegd gezag kan in een regeling als bedoeld inafspraken maken inzake rusttijd en pauze, de arbeidstijd, arbeid op zondag en arbeid in nachtdienst, met dien verstande dat in die regeling geen afspraken worden opgenomen die afwijken van het bepaalde in dit artikel en de krachtens het zeventiende lid vastgestelde landelijke regels inzake arbeidstijden. 3 De arbeidstijd bedraagt gemiddeld 36 uur per week. De arbeidstijd van de ambtenaar met een functie waarvoor salarisschaal 15 of hoger geldt, bedraagt gemiddeld 39,6 uur per week. De arbeidstijd van chauffeurs bedraagt gemiddeld 48 uur per week. 4 Voor de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt het aantal te werken uren per jaar: het aantal kalenderdagen per jaar, verminderd met: a. het aantal zaterdagen en zondagen, en b. Nieuwjaarsdag, Tweede Paasdag, Hemelvaartsdag, Tweede Pinksterdag, de beide kerstdagen, de dag waarop de verjaardag van de Koning wordt gevierd, en 5 mei, voor zover deze dagen niet vallen op een zaterdag of een zondag, vermenigvuldigd met 7,2. 5 artikel 30e, eerste lid, onderdelen a en c Het in het vierde lid berekende product wordt verhoogd met 1% voor de ambtenaren bedoeld in. 6 Voor de ambtenaar met een andere betrekking dan een volledige betrekking bedraagt het aantal te werken uren per jaar een evenredig deel van het aantal te werken uren volgens de systematiek van de in het vierde en vijfde lid opgenomen berekeningswijze. 7 Het aantal te werken uren, bedoeld in het vijfde en zesde lid, wordt rekenkundig op hele uren afgerond. 8 artikel 4:2, derde lid, van de Arbeidstijdenwet Uiterlijk 28 dagen voor aanvang van de periode van 28 dagen waarop het betrekking heeft, maakt het bevoegd gezag het perioderooster bekend waarin op grond vande vrije zondagen en wekelijkse rust worden vastgesteld. Een verschuiving van een vastgestelde vrije zondag of wekelijkse rust wordt vastgesteld in het dienstrooster, bedoeld in het negende lid. 9 Uiterlijk zeven dagen voor aanvang van de periode van 28 dagen waarop het betrekking heeft, maakt het bevoegd gezag het dienstrooster bekend waarin wordt vastgesteld op welke dagen arbeid wordt verricht en welke dagen vrije dagen zijn. Een verschuiving van een vastgestelde vrije dag wordt vastgesteld in het dagrooster, bedoeld in het elfde lid. 10 In dit artikel wordt onder vrije dag verstaan een kalenderdag waarop geen dienst dan wel activiteiten door het bevoegd gezag zijn vastgesteld. Een kalenderdag waarop vakantie is vastgesteld en geen dienst dan wel activiteiten zijn vastgesteld wordt gelijkgesteld aan een vrije dag. 11 Uiterlijk zeven dagen voor de dag waarop dienst moet worden gedaan, maakt het bevoegd gezag het dagrooster bekend waarin wordt vastgesteld welke de tijdstippen zijn van aanvang en einde van de dienst. Een verschuiving van de vastgestelde tijdstippen van aanvang en einde van de dienst binnen deze zeven dagen kan uitsluitend: a. met instemming van de betrokken ambtenaar en na schriftelijke vastlegging of b. artikel 2:2 2:5 van de Arbeidstijdenwet indien op grond vanofdie wet niet van toepassing is. 12 Een verschuiving als bedoeld in het elfde lid heeft niet tot gevolg dat in het dagrooster een minder aantal te werken uren wordt opgenomen dan het voorafgaande aan die verschuiving in het dagrooster reeds vastgestelde aantal te werken uren. 13 Consignatie wordt slechts opgedragen: a. boven de voor de ambtenaar krachtens dit artikel vastgestelde diensttijden, en b. tot een door het bevoegd gezag of een daartoe aangewezen ambtenaar vast te stellen aantal uren per jaar. De opgedragen consignatie is geen dienst of activiteit in de zin van het tiende lid. 14 Geen consignatie wordt opgedragen tijdens: artikel 13a, vierde lid De uren waarmee de gemiddelde arbeidstijd per week wordt verminderd, bedoeld in, worden voor de toepassing van dit lid niet aangemerkt als verlof. a. de periode van wekelijkse rust, bedoeld in artikel 5:5 van de Arbeidstijdenwet; b. hoofdstuk IV vakantie als bedoeld in; c. hoofdstuk VI verlof als bedoeld in; d. opname van levensfase-uren. 15 Indien het bevoegd gezag de ambtenaar niet houdt aan het verrichten van de dienst, zoals vastgesteld in het dagrooster, of indien het bevoegd gezag die dienst verkort zonder instemming van de ambtenaar, en een van deze gevallen aan de ambtenaar meedeelt in de periode vanaf zeven dagen tot aan de dag waarop de dienst moest worden gedaan, wordt de ambtenaar geacht de volledige dienst te hebben verricht. 16 De dienst voorafgaand aan een vrije dag dient uiterlijk om 23.00 uur te eindigen en na een vrije dag kan de dienst niet eerder beginnen dan om 07.00 uur. De tijdstippen van 23.00 uur en 07.00 uur kunnen door het bevoegd gezag in overeenstemming met de ambtenaar of op diens verzoek worden gewijzigd in 24.00 uur respectievelijk 06.00 uur. 17 Een ambtenaar heeft in een kalenderjaar recht op: Het bevoegd gezag verdeelt de te werken zondagen zo evenredig mogelijk over de ambtenaren. Deze verdeling wordt jaarlijks bezien. a. ten minste 21 vrije zondagen welke aansluiten op een vrije dag, dan wel b. 22 periodes van twee aaneengesloten vrije dagen waarbij de aaneengesloten periode een zaterdag of één van de 21 hierboven genoemde vrije zondagen omvat. 18 Op verzoek van de ambtenaar kan worden afgeweken van het veertiende lid, onderdeel a, en het zeventiende lid, onderdeel a. 19 Indien op verzoek van de ambtenaar wordt afgeweken van het zeventiende lid, onderdeel a, heeft de ambtenaar in een kalenderjaar recht op 22 periodes van twee aaneengesloten vrije dagen. 20 Het elfde lid is niet van toepassing op de ambtenaar die vanwege de aard van de werkzaamheden niet gebonden is aan vaste begin- en eindtijden van de door hem te verrichten diensten. 21 Het vijftiende lid is niet van toepassing op de ambtenaar die bij het volgen van een meerdaagse opleiding in totaal niet minder uren werkt dan voor hem voor het volgen van de opleiding zijn vastgesteld. 22 Onze Minister kan ter uitvoering van dit artikel nadere regels stellen. 2025 243 22-09-2025 15-09-2025 2025 243 22-09-2025 15-09-2025 01-11-2025
Artikel 12a — Artikel 12a#
Artikel 12a 1 De ambtenaar kan bij het bevoegd gezag een aanvraag voor een werktijdenmodaliteit doen. Een werktijdenmodaliteit is een patroon van arbeidstijden dat leidt tot een herkenbaar patroon van vrije tijd, uitgedrukt in uren of in dagen. Indien voor de ambtenaar al een werktijdenmodaliteit geldt, kan de aanvraag slechts betrekking hebben op een periode na de 12 maanden, bedoeld in het tweede lid. De aanvraag moet minimaal drie maanden voor de gewenste ingangsdatum van de werktijdenmodaliteit worden gedaan. 2 Het bevoegd gezag kent de aanvraag toe, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet. Een aanvraag wordt toegekend voor 12 maanden, tenzij het bevoegd gezag en de ambtenaar overeenkomen de werktijdenmodaliteit tussentijds aan te passen. Een toegekende werktijdenmodaliteit wordt na 12 maanden stilzwijgend verlengd. 3 Het bevoegd gezag neemt binnen zes weken na de aanvraag een besluit, tenzij sprake is van de situatie bedoeld in het vierde lid. 4 Indien het bevoegd gezag voornemens is de aanvraag niet of niet volledig toe te kennen, vraagt het bevoegd gezag binnen zes weken na dagtekening van de aanvraag advies van een door Onze Minister in te stellen commissie. 5 De commissie wordt paritair samengesteld en brengt binnen zes weken een schriftelijk advies uit aan het bevoegd gezag. De betrokken ambtenaar wordt van het advies in kennis gesteld. 6 Na ontvangst van het in het vijfde lid genoemde advies neemt het bevoegd gezag binnen vier weken een besluit. Indien binnen deze termijn dan wel, onverminderd het vierde lid, de termijn in het derde lid geen besluit is genomen is de aanvraag van rechtswege toegekend, ingaand vier weken na dagtekening van het advies respectievelijk zes weken na de aanvraag. 7 Het bevoegd gezag dan wel de ambtenaar kan een voorstel doen om de werktijdenmodaliteit niet te verlengen of aan te passen. In geval van wederzijdse instemming wordt de aangepaste werkmodaliteit voor 12 maanden toegekend. 8 Indien de ambtenaar niet instemt met het in het zevende lid genoemde voorstel van het bevoegd gezag en dit voorstel ziet op de periode na de 12 maanden van een toegekende aanvraag, genoemd in het tweede lid, vraagt het bevoegd gezag advies van de in het vijfde lid bedoelde commissie. 2022 357 14-09-2022 01-09-2022 2022 357 14-09-2022 01-09-2022 15-09-2022
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 12, derde lid artikel 30e, tweede lid In afwijking van, kan de ambtenaar met een volledige betrekking bij het bevoegd gezag een arbeidstijd aanvragen van gemiddeld 38, gemiddeld 39,6 uur of gemiddeld 40 uur per week, met dien verstande dat de ambtenaren bedoeld in, onderdelen a en c, de aanvraag van gemiddeld 40 uur per week niet kunnen doen. 2 artikel 2, vijfde en tiende lid, van de Wet flexibel werken Het bevoegd gezag beoordeelt een aanvraag als bedoeld in het eerste lid overeenkomstig. 3 artikel 12, derde lid Tenzij de nieuw aan te stellen ambtenaar vóór zijn aanstelling verzoekt om een arbeidstijd van gemiddeld 36 of gemiddeld 38 uur per week, vindt de aanstelling in een volledige betrekking in afwijking van, plaats met een arbeidstijd van gemiddeld 40 uur per week. 4 artikel 3 De aanstelling van de aspirant, bedoeld in, vindt in afwijking van het derde lid plaats met een arbeidstijd van gemiddeld 38 uur per week. 5 artikel 3a, eerste lid De aanstelling van de ambtenaar in opleiding, bedoeld in, vindt in afwijking van het derde lid plaats met een arbeidstijd van gemiddeld 36 uur per week. 6 artikelen 4, eerste lid, onderdeel f 4a, eerste lid, onderdeel c artikel 13a, eerste lid artikel 2 van de Wet flexibel werken Tenzij het bevoegd gezag om reden van dienstbelang anders beslist, vindt de aanstelling van de ambtenaar, bedoeld in de, en, plaats voor ten hoogste het aantal uren dat hij in het jaar voorafgaand aan het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd gemiddeld per week was aangesteld, waarbij de uren waarmee de arbeidstijd per week was verminderd op grond van, bij de berekening van dat gemiddelde buiten beschouwing blijven. De ambtenaar kan verzoeken om vermindering van de arbeidsduur als bedoeld in. 2020 534 22-12-2020 15-12-2020 2020 534 22-12-2020 15-12-2020 01-01-2021
Artikel 13a — Artikel 13a#
Artikel 13a 1 artikel 30e, tweede lid Tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet en onverminderd, wordt op aanvraag van de ambtenaar a. van 55 jaar en ouder de gemiddelde arbeidstijd per week met 11,1% verminderd; b. van 58 jaar en ouder de gemiddelde arbeidstijd per week met 33,3% verminderd. 2 Tenzij het dienstbelang zich daartegen verzet, wordt op aanvraag van de ambtenaar de gemiddelde arbeidstijd per week voor een lager percentage verminderd dan genoemd in het eerste lid, met dien verstande dat het aantal uren waarmee de arbeidstijd wordt verminderd ten minste 2 uren per week bedraagt. 3 De ingevolge het eerste en tweede lid verminderde arbeidstijd wordt rekenkundig afgerond. 4 De uren waarmee de gemiddelde arbeidstijd per week wordt verminderd, worden aangemerkt als verlof. 5 Over de uren waarmee de gemiddelde arbeidstijd per week wordt verminderd, wordt 50% ingehouden van het door de ambtenaar over die uren genoten salaris. 6 Bij regeling van Onze Minister worden omtrent de verrekening van extra inkomsten uit arbeid of bedrijf met het salaris van de in het eerste en tweede lid bedoelde ambtenaar regels vastgesteld. 7 Het vijfde lid is niet van toepassing indien de ambtenaar ongeschikt is zijn arbeid te verrichten door beroepsgerelateerde gezondheidsklachten. 8 artikel 2 van de Wet flexibel werken De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, kan niet verzoeken om vermeerdering van de arbeidsduur als bedoeld in. 9 artikel 2 van de Wet flexibel werken Een vermindering van de arbeidsduur als bedoeld in het eerste lid kan, behoudens onvoorziene omstandigheden, niet eerder ingaan dan een jaar na toekenning van een verzoek om vermeerdering van de arbeidsduur als bedoeld in. 10 Dit artikel is niet van toepassing op de ambtenaar die de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 01-04-2025 Artikel XV van Stb. 2024/328 bevat overgangsrecht met betrekking
tot deze wijziging.
Artikel 13b — Artikel 13b#
Artikel 13b De korpschef kan voor de vrijwillige ambtenaar minimale en maximale inzeturen vaststellen. Hij kan daarbij voor verschillende groepen vrijwillige ambtenaren verschillende minimale en maximale uren vaststellen. 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 01-09-2020
Artikel 13c — Artikel 13c#
Artikel 13c 1 De korpschef kan een maximum stellen aan het aantal te werken sociaal belastende uren over een bepaalde periode. 2 Sociaal belastende uren bestaan uit: a. artikel 14 van het Besluit bezoldiging politie gewerkte uren als bedoeld in; b. artikel 18, derde lid, van het Besluit bezoldiging politie opgelegde consignatie-uren als bedoeld in; c. artikel 27, derde lid, van het Besluit bezoldiging politie overwerk als bedoeld in; en d. artikel 27b, derde lid, van het Besluit bezoldiging politie gewerkte verschoven uren als bedoeld in. 3 Als het maximum, bedoeld in het eerste lid, wordt overschreden, vindt compensatie plaats in de vorm van levensfase-uren. 4 De korpschef kan nadere regels stellen omtrent het aantal levensfase-uren, bedoeld in het derde lid. 2020 534 22-12-2020 15-12-2020 2020 534 22-12-2020 15-12-2020 23-12-2020
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2022 357 14-09-2022 01-09-2022 2022 357 14-09-2022 01-09-2022 15-09-2022 01-04-2022
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 2016 286 19-07-2016 06-07-2016 2016 286 19-07-2016 06-07-2016 20-07-2016 01-01-2015
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2001 659 21-12-2001 11-12-2001 2001 659 21-12-2001 11-12-2001 22-12-2001 01-07-2001 De artikelen 1, eerste lid, 12, 13, 13a, 16, 19, eerste lid, 20,
35, 100 werken terug tot en met 1 juli 2001.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 De ambtenaar heeft aanspraak op 144 wettelijke uren vakantie met behoud van bezoldiging per kalenderjaar. 2024 340 13-11-2024 09-11-2024 2024 340 13-11-2024 09-11-2024 01-01-2025
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 30e, tweede lid artikel 17 Onverminderd, wordt de volgensvastgestelde aanspraak op vakantie, afhankelijk van de leeftijd die de ambtenaar in het desbetreffende kalenderjaar bereikt, verhoogd overeenkomstig de hierna volgende tabel: leeftijd verhoging van 45 tot en met 49 jaar 7,2 uren van 50 tot en met 54 jaar 14,4 uren van 55 tot en met 59 jaar 21,6 uren 60 jaar en ouder 28,8 uren 2 artikel 13a artikel 13a, eerste lid De ambtenaar wiens arbeidstijd met toepassing vanis verminderd, heeft aanspraak op een verhoging als bedoeld in het eerste lid, naar de mate waarin zijn arbeidstijd met een lager percentage is verminderd dan het bij zijn leeftijd behorende percentage, genoemd in. 3 De ingevolge het tweede lid tot stand gekomen verhoging wordt rekenkundig afgerond op tienden van uren. 2024 340 13-11-2024 09-11-2024 2024 340 13-11-2024 09-11-2024 14-11-2024
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikelen 17 18 Voor de ambtenaar met een andere betrekking dan een volledige betrekking wordt de ingevolge deengeldende aanspraak op vakantie vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een volledige betrekking. 2 Indien de betrekkingsomvang van de ambtenaar in de loop van een kalenderjaar wordt gewijzigd, wordt de aanspraak op vakantie over het resterend gedeelte van het jaar opnieuw vastgesteld, rekening houdend met de nieuwe betrekkingsomvang. De tot aan de datum van ingang van de wijziging van de betrekkingsomvang verworven aanspraak op vakantie blijft ongewijzigd. 3 artikelen 17, eerste lid 18 Bij beëindiging of aanvang van het dienstverband in de loop van een kalenderjaar wordt de aanspraak op vakantie als bedoeld in de, envastgesteld naar evenredigheid van de duur van het dienstverband in dat jaar. 4 Over kalendermaanden gedurende welke de ambtenaar in het geheel geen dienst verricht, met uitzondering van de eerste kalendermaand, heeft hij geen aanspraak op vakantie. Over kalendermaanden gedurende welke de ambtenaar gedeeltelijk dienst verricht, heeft hij slechts aanspraak op vakantie naar evenredigheid van het gedeelte van het aantal uren waarop hij feitelijk dienst verricht. 5 Het vierde lid is niet van toepassing indien: a. geheel of gedeeltelijk geen dienst wordt verricht wegens: 1°. opname teveel gewerkte uren; 2°. verleende vakantie; 3°. niet aan schuld of nalatigheid van de ambtenaar te wijten ziekte; 4°. artikel 6:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg ouderschapsverlof als bedoeld in; 5°. artikel 3:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg zwangerschaps- en bevallingsverlof als bedoeld in; 6°. verblijf in militaire dienst wegens herhalingsoefeningen; 7°. artikelen 35 36 37 artikel 4:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg verlof van korte duur verleend op basis van de,ofof; 8°. artikel 3:2, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg adoptieverlof als bedoeld in; 9°. artikel 13a partieel uittreden als bedoeld in; 10°. artikel 28b minder werken als bedoeld in; 11°. opname van levensfase-uren; 12°. artikel 4:2a, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg aanvullend geboorteverlof als bedoeld in; 13°. artikel 84, eerste respectievelijk tweede lid schorsing of buitenfunctiestelling op grond van; of b. het bevoegd gezag daartoe aanleiding aanwezig acht. 2024 340 13-11-2024 09-11-2024 2024 340 13-11-2024 09-11-2024 14-11-2024
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 De ambtenaar heeft geen aanspraak op vakantie voor de tijd gedurende welke hij: a. zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan door het bevoegd gezag of een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen die erop zijn gericht om hem in staat te stellen passende arbeid te verrichten; of b. artikel 25, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in. 2015 318 26-08-2015 14-08-2015 2015 318 26-08-2015 14-08-2015 27-08-2015 29-12-2005
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Vervallen 1997 216 05-06-1997 21-05-1997 1997 216 05-06-1997 21-05-1997 06-06-1997 26-07-1996 Artikelen 17-27 en 35 werken terug tot en met 26 juli 1996.
Artikel 98 werkt terug tot en met 28 februari 1996.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Over de tijdstippen waarop de vakantie zal ingaan, alsmede over de tijdvakken waarin deze eventueel zal worden gesplitst, beslist het bevoegd gezag in goed overleg met de ambtenaar. 2 De ambtenaar heeft in elk kalenderjaar aanspraak op ten minste 21 kalenderdagen vakantie over een aaneengesloten periode. 3 Voor de aspirant wordt in elk geval tijdens onderwijsvrije periodes vakantieverlof ingeroosterd, voor zover de aspirant tijdens deze onderwijsvrije periodes geen opleiding in de praktijk kan volgen. 2024 3 19-01-2024 12-01-2024 2024 3 19-01-2024 12-01-2024 20-01-2024
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De aanspraak op vakantie vervalt met ingang van het tweede kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan. Indien het voor de ambtenaar redelijkerwijs niet mogelijk is geweest om de vakantie voor het in de eerste volzin bedoelde moment op te nemen, vervalt de aanspraak op vakantie met ingang van het daarop volgende kalenderjaar. 2 artikel 26b van het Besluit bezoldiging politie Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op vakantie-uren aangekocht met toepassing van. 2024 340 13-11-2024 09-11-2024 2024 340 13-11-2024 09-11-2024 01-01-2025
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Indien de ambtenaar in een kalenderjaar meer vakantie heeft genoten dan hem ingevolge dit hoofdstuk toekomt, wordt dit meerdere verrekend met de hem over een of meer volgende kalenderjaren toekomende vakantie. 2 de artikelen 17 tot en met 19 Het eerste lid geldt met dien verstande dat uit dien hoofde in een kalenderjaar de vakantie niet met meer dan een derde gedeelte van hetgeen de ambtenaar ingevolgetoekomt, mag worden verminderd. 1997 216 05-06-1997 21-05-1997 1997 216 05-06-1997 21-05-1997 06-06-1997 26-07-1996 Artikelen 17-27 en 35 werken terug tot en met 26 juli 1996.
Artikel 98 werkt terug tot en met 28 februari 1996.
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 Verleende vakantie kan worden ingetrokken, wanneer dringende redenen van dienstbelang dat noodzakelijk maken. In dat geval komt een dag, waarop de ambtenaar dientengevolge slechts gedeeltelijk vakantie heeft genoten, niet in aanmerking bij het berekenen van het aantal genoten vakantie-uren. 2 Indien de ambtenaar ten gevolge van de intrekking van de vakantie geldelijke schade lijdt, wordt deze hem vergoed. 1997 216 05-06-1997 21-05-1997 1997 216 05-06-1997 21-05-1997 06-06-1997 26-07-1996 Artikelen 17-27 en 35 werken terug tot en met 26 juli 1996.
Artikel 98 werkt terug tot en met 28 februari 1996.
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 artikel 17 Indien de ambtenaar op de datum van zijn ontslag nog aanspraak heeft op vakantie, wordt hem voor ieder uur van de inbedoelde uren, dat hij niet heeft opgenomen, een vergoeding toegekend ten bedrage van het gebruikelijk loon per uur dat de ambtenaar direct voorafgaand aan zijn ontslag genoot. Voor de overige uren wordt hem een vergoeding toegekend ten bedrage van het salaris per uur dat de ambtenaar direct voorafgaande aan zijn ontslag genoot. 2 artikel 17 Indien op de dag van zijn ontslag blijkt dat de ambtenaar teveel vakantie heeft genoten, is hij voor ieder teveel genoten uur van de inbedoelde uren een bedrag verschuldigd ten bedrage van het gebruikelijk loon per uur dat de ambtenaar direct voorafgaand aan zijn ontslag genoot en van de overige uren ten bedrage van het salaris per uur dat de ambtenaar direct voorafgaande aan zijn ontslag genoot. 3 artikel 1, eerste lid, van het Besluit bezoldiging politie Onder gebruikelijk loon worden verstaan alle aan de functie of de ambtenaar verbonden inkomensbestanddelen met een bestendig karakter, waaronder in ieder geval het aan de ambtenaar toegekende salaris, bedoeld in, de opgebouwde vakantie- en eindejaarsuitkering, de aan hem toegekende vaste uitkeringen, toelagen en vergoedingen en de aan hem toegekende variabele toelagen met een bestendig karakter. 4 artikel 29a van het Besluit bezoldiging politie Het deel van het gebruikelijk loon dat de variabele toelagen met een bestendig karakter beslaat is het bedrag dat resulteert na toepassing van, met dien verstande dat in plaats van het voorafgaande kalenderjaar het jaar voorafgaand aan de datum van ontslag in ogenschouw wordt genomen. 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 01-04-2025 Artikel XV van Stb. 2024/328 bevat overgangsrecht met betrekking
tot deze wijziging.
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 1997 216 05-06-1997 21-05-1997 1997 216 05-06-1997 21-05-1997 06-06-1997 26-07-1996 Artikelen 17-27 en 35 werken terug tot en met 26 juli 1996.
Artikel 98 werkt terug tot en met 28 februari 1996.
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Het bevoegd gezag kan nadere regels ter uitvoering van dit hoofdstuk vaststellen. 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 28a — Artikel 28a#
Artikel 28a 1 artikel 12, vierde, vijfde en zesde lid De ambtenaar kan bij het bevoegd gezag een aanvraag indienen om gedurende het eerstvolgende kalenderjaar meer uren te werken dan het aantal uren dat op grond van, voor hem is vastgesteld. 2 Voor de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt het aantal uren dat meer gewerkt kan worden ten hoogste 200 uren per kalenderjaar. Voor een ambtenaar met een andere betrekking dan een volledige betrekking wordt dit maximum vastgesteld op een evenredig deel van het maximaal aantal uren bij een volledige betrekking. Voor de ambtenaar mag het aantal te werken uren op jaarbasis gemiddeld per week niet meer dan 40 uur bedragen. 3 Artikel 2, tiende lid, van de Wet flexibel werken De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt door het bevoegd gezag toegewezen tenzij hiertegen ernstige bezwaren bestaan.is van overeenkomstige toepassing. 4 Per meer te werken uur ontvangt de ambtenaar maandelijks een vergoeding ter grootte van zijn salaris per uur. 2019 495 20-12-2019 13-12-2019 2019 495 20-12-2019 13-12-2019 01-01-2020
Artikel 28b — Artikel 28b#
Artikel 28b 1 artikel 12, vierde, vijfde en zesde lid De ambtenaar kan bij het bevoegd gezag een aanvraag indienen om gedurende het eerstvolgende kalenderjaar minder uren te werken dan het aantal uren dat op grond van, voor hem is vastgesteld. 2 Voor de ambtenaar met een volledige betrekking bedraagt het aantal uren dat minder kan worden gewerkt ten hoogste 80 uren per kalenderjaar. Voor een ambtenaar met een andere betrekking dan een volledige betrekking wordt dit maximum vastgesteld op een evenredig deel van het maximaal aantal uren bij een volledige betrekking. 3 Artikel 2, negende lid, van de Wet flexibel werken De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt door het bevoegd gezag toegewezen tenzij hiertegen ernstige bezwaren bestaan.is van overeenkomstige toepassing. 4 Per minder te werken uur wordt maandelijks een inhouding op het salaris van de ambtenaar toegepast ter grootte van zijn salaris per uur. 5 Het vierde lid is niet van toepassing indien de ambtenaar een vermindering van het aantal te werken uren niet daadwerkelijk kan genieten wegens ziekte die beroepsgerelateerd is. 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 01-04-2025 Artikel XV van Stb. 2024/328 bevat overgangsrecht met betrekking
tot deze wijziging.
Artikel 28c — Artikel 28c#
Artikel 28c 1 Artikel 28a is niet van toepassing op de ambtenaar: a. artikel 13a van wie de gemiddelde wekelijkse werktijd met toepassing vanis verminderd; b. artikel 6:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg die ouderschapsverlof geniet als bedoeld in; c. artikelen 42 43 46 47 die buitengewoon verlof van lange duur geniet als bedoeld in de,,en; d. artikel 88d, derde lid aan wie gedeeltelijk ontslag is verleend als bedoeld in; e. artikel 4, eerste lid, onderdeel f artikel 4a, eerste lid, onderdeel c bedoeld in, en. 2 Artikel 28b artikelen 42 43 46 47 is niet van toepassing op de ambtenaar die buitengewoon verlof van lange duur geniet als bedoeld in de,,en. 2024 340 13-11-2024 09-11-2024 2024 340 13-11-2024 09-11-2024 14-11-2024
Artikel 28d — Artikel 28d#
Artikel 28d 1 artikelen 28a 28b Het bevoegd gezag stelt jaarlijks vast voor welke datum een aanvraag als bedoeld in deen, moet worden ingediend. 2 Het bevoegd gezag beslist op alle aanvragen die zijn ingediend voor de datum, bedoeld in het eerste lid, binnen drie maanden na die datum, doch uiterlijk een maand voor het kalenderjaar waarop de aanvraag ziet. 2001 659 21-12-2001 11-12-2001 2001 659 21-12-2001 11-12-2001 01-01-2002
Artikel 28e — Artikel 28e#
Artikel 28e Vervallen 2024 340 13-11-2024 09-11-2024 2024 340 13-11-2024 09-11-2024 01-01-2025
Artikel 28f — Artikel 28f#
Artikel 28f Onze Minister kan nadere regels stellen ter uitvoering van dit hoofdstuk. 2001 659 21-12-2001 11-12-2001 2001 659 21-12-2001 11-12-2001 01-01-2002
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 hoofdstuk VII hoofdstuk 9 van het Besluit bezoldiging politie Onverminderdvan dit besluit engeniet verlof: a. de ambtenaar die als militair in werkelijke dienst is; b. artikel 37 van het Besluit bezoldiging politie de ambtenaar die zich bevindt in één der omstandigheden, bedoeld inof c. de ambtenaar die uit hoofde van ziekte of ongeval verhinderd is dienst te verrichten. 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Bij ten minste een volledige betrekking of deelbetrekkingen met een gezamenlijke omvang van ten minste 36 uur per week heeft de ambtenaar aanspraak op 53,8 levensfase-uren per kalenderjaar. 2 Bij een deelbetrekking wordt de aanspraak op levensfase-uren van de ambtenaar vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een volledige betrekking. 3 Indien de betrekkingsomvang in de loop van een kalenderjaar wordt gewijzigd, wordt de aanspraak op levensfase-uren over het resterend gedeelte van het jaar opnieuw vastgesteld, rekening houdend met de nieuwe betrekkingsomvang. De tot aan de datum van ingang van de wijziging van de betrekkingsomvang verworven aanspraak op levensfase-uren blijft ongewijzigd. 4 Bij beëindiging of aanvang van het dienstverband in de loop van een kalenderjaar wordt de aanspraak op levensfase-uren vastgesteld naar evenredigheid van de duur van het dienstverband in dat kalenderjaar. 5 Over kalendermaanden gedurende welke in het geheel geen dienst wordt verricht, met uitzondering van de eerste kalendermaand, bestaat geen aanspraak op levensfase-uren. Over kalendermaanden gedurende welke gedeeltelijk dienst wordt verricht, bestaat slechts aanspraak op levensfase-uren naar evenredigheid van het aantal uren waarop feitelijk dienst wordt verricht. 6 Het vijfde lid is niet van toepassing indien: a. geheel geen of gedeeltelijk dienst wordt verricht wegens: 1°. opname teveel gewerkte uren; 2°. verleende vakantie; 3°. niet aan schuld of nalatigheid van de ambtenaar te wijten ziekte; 4°. artikel 6:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg ouderschapsverlof als bedoeld in; 5°. artikel 3:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg zwangerschaps- en bevallingsverlof als bedoeld in; 6°. verblijf in militaire dienst wegens herhalingsoefeningen; 7°. artikelen 35 36 37 artikel 4:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg verlof van korte duur verleend op basis van de,ofof; 8°. artikel 3:2, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg adoptieverlof als bedoeld in; 9°. artikel 28b minder werken als bedoeld in; 10°. opname van levensfase-uren; 11°. artikel 4:2a, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg aanvullend geboorteverlof als bedoeld in; 12°. artikel 84, eerste respectievelijk tweede lid schorsing of buitenfunctiestelling op grond van; of b. het bevoegd gezag daartoe aanleiding aanwezig acht. 7 Artikel 20 is van overeenkomstige toepassing. 2024 340 13-11-2024 09-11-2024 2024 340 13-11-2024 09-11-2024 14-11-2024
Artikel 30a — Artikel 30a#
Artikel 30a 1 Levensfase-uren kunnen worden opgenomen in het kalenderjaar waarin de aanspraak hierop is ontstaan of in daaropvolgende kalenderjaren. 2 In afwijking van het eerste lid kan de aspirant geen levensfase-uren opnemen. 3 Het recht om levensfase-uren op te nemen verjaart niet. 2018 208 05-07-2018 15-06-2018 2018 208 05-07-2018 15-06-2018 01-07-2019
Artikel 30b — Artikel 30b#
Artikel 30b 1 Levensfase-uren kunnen uitsluitend worden opgenomen in de vorm van verlof. 2 Het bevoegd gezag stemt in met een verzoek tot opname van levensfase-uren, mits de ambtenaar het verzoek indient met inachtneming van een redelijke termijn voorafgaand aan het beoogde tijdstip van ingang van de opname en gewichtige redenen van dienstbelang zich niet tegen de opname verzetten. 3 Het verleende verlof kan worden ingetrokken, wanneer gewichtige redenen van dienstbelang dat noodzakelijk maken. In dat geval komt een dag, waarop de ambtenaar dientengevolge slechts gedeeltelijk verlof heeft genoten, niet in aanmerking bij het berekenen van het aantal genoten levensfase-uren. 4 Indien de ambtenaar ten gevolge van de intrekking van het verlof geldelijke schade lijdt, wordt deze hem vergoed. 5 artikel 28a, eerste lid In het kalenderjaar waarin de ambtenaar meer uren als bedoeld in, werkt, kunnen geen levensfase-uren worden opgenomen. 6 artikel 88d 94, eerste lid, onderdeel h Bij opname van levensfase-uren voor een aaneengesloten periode direct voorafgaande aan een ontslag op grond vanof, worden de vakantie-uren en levensfase-uren die over die periode worden opgebouwd, alsmede overige, nog niet opgenomen vakantie-uren, direct voorafgaand aan die periode opgenomen. 7 Ziekte van de ambtenaar schort de opname van levensfase-uren op, tenzij het betreft ziekte in de periode, bedoeld in het zesde lid. 2018 208 05-07-2018 15-06-2018 2018 208 05-07-2018 15-06-2018 01-07-2019
Artikel 30c — Artikel 30c#
Artikel 30c 1 hoofdstuk IV artikel 26b van het Besluit bezoldiging politie artikel 12f van het Besluit bezoldiging politie artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel r, onder 1°, van de Wet op de loonbelasting 1964 De totale aanspraak van de ambtenaar op levensfase-uren, vakantie-uren op grond van, de op grond vanverkregen vakantie-uren en verlofuren op grond vanmag, op 31 december van enig kalenderjaar, het maximum, bedoeld inniet te boven gaan. 2 Indien het maximum, bedoeld in het eerste lid, op 31 december van enig kalenderjaar wordt overschreden, vervalt per die datum, zonder financiële compensatie, het aantal levensfase-uren dat nodig is om op dat maximum te komen. 2024 340 13-11-2024 09-11-2024 2024 340 13-11-2024 09-11-2024 01-01-2025
Artikel 30d — Artikel 30d#
Artikel 30d 1 artikel 88d artikel 94, eerste lid, onderdeel e, f of h Bij ontslag, anders dan ontslag op grond vanof, wordt de helft van het aantal levensfase-uren, waarop de ambtenaar op de ontslagdatum aanspraak heeft, uitbetaald. 2 artikel 88d artikel 94, eerste lid, onderdeel h Bij ontslag op grond vanof, worden levensfase-uren, waarop de ambtenaar op de ontslagdatum aanspraak heeft, niet uitbetaald. 3 artikel 94, eerste lid, onderdeel e of f Bij ontslag op grond van, dan wel overlijden van de ambtenaar worden de levensfase-uren, waarop hij op de ontslagdatum aanspraak heeft dan wel op de dag van overlijden aanspraak had, uitbetaald. 4 Voor ieder uit te betalen levensfase-uur wordt een vergoeding toegekend ter hoogte van het salaris per uur dat de ambtenaar direct voorafgaand aan zijn ontslag genoot. 5 Indien op de dag van zijn ontslag blijkt dat de ambtenaar teveel levensfase-uren heeft opgenomen, is hij voor ieder teveel opgenomen uur een bedrag verschuldigd ter hoogte van het salaris per uur, dat hij direct voorafgaand aan zijn ontslag genoot. 2022 357 14-09-2022 01-09-2022 2022 357 14-09-2022 01-09-2022 15-09-2022
Artikel 30e — Artikel 30e#
Artikel 30e 1 Artikel 30 is niet van toepassing op de ambtenaar die: a. op 30 juni 2018 in dienst was en op 1 juli 2018 46 jaar of ouder maar nog geen 55 jaar oud was en die in de periode van 1 januari 2019 tot en met 31 maart 2019 bij het bevoegd gezag schriftelijk kenbaar heeft gemaakt geen aanspraak te willen maken op levensfase-uren; b. op 30 juni 2018 in dienst was en op 1 juli 2018 55 jaar of ouder was; c. artikel 88a wordt bedoeld in. 2 artikelen 13a 18 artikel 30 Deenzijn niet van toepassing op de ambtenaar die aanspraak heeft op levensfase-uren als bedoeld in. 3 artikel 13a Het eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op de in dat lid bedoelde ambtenaar die op 1 januari 2023 in dienst was, tot 1 juli 2023 geen aanspraak heeft gemaakt op de toepassing van, en in de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 maart 2023 bij het bevoegd gezag schriftelijk kenbaar heeft gemaakt met ingang van 1 juli 2023 alsnog aanspraak te willen maken op levensfase-uren. 2024 340 13-11-2024 09-11-2024 2024 340 13-11-2024 09-11-2024 14-11-2024
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Vervallen 1997 497 06-11-1997 02-09-1997 1997 497 06-11-1997 02-09-1997 01-10-1998
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 Aan de ambtenaar wordt in de gevallen en onder de voorwaarden, genoemd in de volgende artikelen van dit hoofdstuk, buitengewoon verlof verleend. 2 Buitengewoon verlof wordt verleend door het bevoegd gezag. 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 2017 478 14-12-2017 05-12-2017 2017 478 14-12-2017 05-12-2017 15-12-2017
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 artikel 47b, tweede lid, van de Politiewet 2012 Indien de ambtenaar een vaste vergoeding ontvangt uit de functie waarvoor hem het inbedoelde verlof wordt verleend, wordt op zijn bezoldiging een inhouding toegepast over de tijd dat hij verlof geniet. Deze inhouding gaat hetgeen hij geacht kan worden te ontvangen als vaste vergoeding voor de met verlof overeenkomende tijd in de bedoelde functie niet te boven. 2 Onze Minister kan nadere regels ter uitvoering van het eerste lid vaststellen. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt jaarlijks ten hoogste 120 uren buitengewoon verlof met behoud van volle bezoldiging verleend voor het bijwonen van vergaderingen van statutaire organen van verenigingen van ambtenaren, van centrale organisaties waarbij deze verenigingen zijn aangesloten, of van internationale ambtenarenorganisaties, mits de ambtenaar hieraan deelneemt: a. voor zover het betreft vergaderingen van verenigingen van ambtenaren als bestuurslid van die vereniging dan wel als afgevaardigde of bestuurslid van een onderdeel daarvan; b. voor zover het betreft vergaderingen van centrale organisaties waarbij verenigingen van ambtenaren zijn aangesloten, als bestuurslid van die centrale organisatie dan wel als afgevaardigde of bestuurslid van een bij die organisatie aangesloten vereniging van ambtenaren; c. voor zover het betreft vergaderingen van een internationale ambtenarenorganisatie, als bestuurslid van deze organisatie dan wel als afgevaardigde of bestuurslid van een bij die organisatie aangesloten vereniging van ambtenaren. 2 artikel 2, tweede lid Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt tot ten hoogste 208 uren per jaar buitengewoon verlof met behoud van volle bezoldiging verleend aan de ambtenaar die door een bond, vereniging of centrale als bedoeld in, van hetis aangewezen om bestuurlijke of vertegenwoordigende activiteiten te ontplooien binnen zijn bond, vereniging of centrale dan wel binnen de organisatie van de werkgever, die ertoe strekken de doelstellingen van zijn bond, vereniging of centrale te ondersteunen. Onder de activiteiten, bedoeld in de vorige zin, worden mede begrepen activiteiten met het oog op individuele belangenbehartiging. 3 Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt aan de ambtenaar buitengewoon verlof met behoud van volle bezoldiging verleend voor het deelnemen aan een cursus op uitnodiging van een organisatie van ambtenaren als bedoeld in het tweede lid, met dien verstande dat dit verlof ten hoogste 48 uren per twee jaar bedraagt. 4 artikel 18, eerste en tweede lid, van de Wet op de ondernemingsraden Het aantal uren dat op grond van het eerste, tweede en derde lid, alsmede op grond vanaan een ambtenaar mag worden verleend, bedraagt tezamen ten hoogste 240 uren per jaar, met dien verstande dat ten hoogste 320 uren worden verleend aan leden van hoofdbesturen van de in het tweede lid bedoelde organisaties. 5 Het verlof, bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid, wordt slechts verleend aan ambtenaren die lid zijn van de in het tweede lid bedoelde organisaties. 6 Voor de ambtenaar met een andere betrekking dan een volledige betrekking wordt de ingevolge dit artikel geldende aanspraak op verlof vastgesteld op een evenredig deel van de aanspraak bij een volledige betrekking. 7 artikel 35a Dit artikel is van toepassing voor zovergeen toepassing heeft gevonden. 2018 204 29-06-2018 26-06-2018 2018 204 29-06-2018 26-06-2018 01-07-2018
Artikel 35a — Artikel 35a#
Artikel 35a artikel 22a, eerste lid, van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 Onze Minister kan, in overeenstemming met een of meer hoofdbesturen van de verenigingen van ambtenaren die zijn toegelaten tot het overleg met de commissie,, regels stellen inzake het toekennen van buitengewoon verlof voor vakbondsfaciliteiten, waaronder mede begrepen worden faciliteiten voor individuele belangenbehartiging. 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt buitengewoon verlof met behoud van volle bezoldiging verleend: a. voor het zoeken van een woning, indien het dienstbelang verhuizing vordert: ten hoogste twee dienstdagen; b. voor verhuizing uit hoofde van dienstbelang: ten hoogste twee dienstdagen, zonodig, indien de ambtenaar een eigen huishouding heeft, te verlengen tot drie dienstdagen en in zeer bijzondere gevallen tot vier dienstdagen. 1997 497 06-11-1997 02-09-1997 1997 497 06-11-1997 02-09-1997 01-04-1998
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 1 Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt aan de ambtenaar buitengewoon verlof met behoud van volle bezoldiging verleend: a. bij zijn huwelijk: 3 dienstdagen; b. tot het bijwonen van een huwelijk van bloed- of aanverwanten in de eerste en tweede graad: 1 dienstdag; c. bij overlijden van 1. zijn echtgenote, ouders, stiefouders, pleegouders, schoonouders, kinderen, stiefkinderen, pleegkinderen of aangehuwde kinderen: tweemaal de arbeidsduur per week, binnen vier weken na de dag van overlijden; 2. bloed- of aanverwanten in de tweede graad: eenmaal de arbeidsduur per week, binnen vier weken na de dag van overlijden; d. bij zijn 25- of 40-jarig ambtsjubileum: één dienstdag. 2 artikel 1, tweede lid Voor de toepassing van dit artikel wordt onder huwelijk mede verstaan het aangaan van een geregistreerd partnerschap alsmede het sluiten van een samenlevings-contract als bedoeld in. 3 artikel 1, tweede lid Buitengewoon verlof dat aan de ambtenaar op grond van het eerste lid wordt verleend in verband met aanverwantschap die door zijn huwelijk is ontstaan met bloedverwanten van zijn echtgenote wordt op dezelfde wijze verleend aan de ambtenaar met betrekking tot dezelfde bloedverwanten van zijn geregistreerde partner alsmede aan de ambtenaar, die ongehuwd samenwoont als bedoeld in, met betrekking tot dezelfde bloedverwanten van zijn levenspartner. 2022 357 14-09-2022 01-09-2022 2022 357 14-09-2022 01-09-2022 15-09-2022 01-12-2021
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Tenzij de belangen van de dienst zich daartegen verzetten, wordt aan de ambtenaar buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verleend: a. voor het afleggen van een examen voor het behalen van een diploma dat voor de uitoefening van zijn functie van belang kan worden geacht of b. voor het zitting nemen in examencommissies op politiegebied voor ten hoogste tien dienstdagen per kalenderjaar. 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 1 Buitengewoon verlof van korte duur, al dan niet met behoud van bezoldiging, kan bovendien worden verleend, indien het bevoegd gezag van oordeel is dat daartoe aanleiding bestaat. 2 Onze Minister kan nadere regels stellen in welke gevallen het eerste lid kan worden toegepast. 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Het bevoegd gezag kan nadere procedurele regels stellen omtrent het aanvragen en verlenen van buitengewoon verlof van korte duur. 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 40a — Artikel 40a#
Artikel 40a artikel 4:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg De ambtenaar die calamiteiten- en ander kort verzuimverlof geniet als bedoeld inbehoudt zijn volledige bezoldiging. 2017 478 14-12-2017 05-12-2017 2017 478 14-12-2017 05-12-2017 15-12-2017
Artikel 40b — Artikel 40b#
Artikel 40b artikel 5:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg De ambtenaar die kortdurend zorgverlof geniet als bedoeld inbehoudt, in afwijking van artikel 5:6, tweede lid, van die wet, zijn volledige bezoldiging. 2017 478 14-12-2017 05-12-2017 2017 478 14-12-2017 05-12-2017 15-12-2017
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 1 artikel 6:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg De ambtenaar die ouderschapsverlof geniet als bedoeld in, behoudt, in afwijking van die bepaling, over het aantal uren ouderschapsverlof van ten hoogste negen maal de arbeidsduur per week, gedurende de periode dat het kind de leeftijd van een jaar nog niet heeft bereikt, de volledige bezoldiging, uitgaande van de arbeidsduur op het tijdstip waarop het verlof aanvangt. 2 artikel 6:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg De ambtenaar die ouderschapsverlof geniet als bedoeld in, behoudt over het aantal uren ouderschapsverlof van dertien maal de arbeidsduur per week, onder vermindering van het aantal uren ouderschapsverlof dat is genoten, bedoeld in het eerste lid, 75% van de bezoldiging. 3 Het bevoegd gezag stemt in met een verzoek om het ouderschapsverlof niet op te nemen of niet voort te zetten van de ambtenaar die ongeschikt is zijn arbeid te verrichten als gevolg van beroepsgerelateerde gezondheidsklachten. In dat geval wordt het recht op verlof opgeschort. 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 01-04-2025 Artikel XV van Stb. 2024/328 bevat overgangsrecht met betrekking
tot deze wijziging.
Artikel 41a — Artikel 41a#
Artikel 41a artikel 3:2, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg De ambtenaar die adoptieverlof geniet als bedoeld inbehoudt, in afwijking van die bepaling, zijn volledige bezoldiging. 2024 3 19-01-2024 12-01-2024 2024 3 19-01-2024 12-01-2024 20-01-2024
Artikel 41b — Artikel 41b#
Artikel 41b artikel 4:2a, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg De ambtenaar die aanvullend geboorteverlof geniet als bedoeld in, behoudt, in afwijking van die bepaling, 100% van de bezoldiging. 2024 340 13-11-2024 09-11-2024 2024 340 13-11-2024 09-11-2024 14-11-2024 01-07-2024
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 De ambtenaar die als militair in werkelijke dienst is, is met buitengewoon verlof van lange duur. 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 1 Aan de ambtenaar kan op zijn aanvraag buitengewoon verlof worden verleend, al dan niet met behoud van bezoldiging en al dan niet onder bepaalde voorwaarden. 2 Het verlof, bedoeld in het eerste lid, gaat niet in dan na aanvaarding van dat verlof met de daaraan verbonden voorwaarden door de ambtenaar. 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 artikel 43 Indien het verlof, bedoeld in, uitsluitend strekt tot het persoonlijk belang van de ambtenaar, kan hem dit slechts worden verleend zonder behoud van bezoldiging en voor ten hoogste zes maanden. 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 artikel 43 Indien het verlof, bedoeld in, ten doel heeft de ambtenaar in de gelegenheid te stellen een andere functie te vervullen en met verlofverlening naar het oordeel van het bevoegd gezag niet uitsluitend het persoonlijk belang van de ambtenaar, maar ook het algemeen belang wordt gediend, kan het verlof in beginsel voor ten hoogste een jaar, zonder behoud van bezoldiging, worden verleend. 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 1 Aan de ambtenaar, benoemd tot bezoldigd bestuurder van een vereniging van ambtenaren, van een centrale of van een internationale organisatie van zodanige verenigingen, kan uit dien hoofde voor ten hoogste twee jaren buitengewoon verlof, zonder behoud van bezoldiging, worden verleend. 2 Artikel 35, vijfde lid , is van overeenkomstige toepassing. 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 artikel 43 Indien het verlof, bedoeld in, ten doel heeft de ambtenaar in de gelegenheid te stellen anders dan in vaste dienst hetzij een functie in dienst van een volkenrechtelijke organisatie te vervullen hetzij ten behoeve van Sint Maarten, Curaçao, Aruba of Bonaire, Sint Eustatius en Saba dan wel als deskundige tijdelijk ten behoeve van een vreemde mogendheid werkzaam te zijn en met verlofverlening naar het oordeel van Onze Minister het algemeen belang in overwegende mate wordt gediend, kan het verlof voor een door het bevoegd gezag te bepalen periode, al dan niet met behoud van bezoldiging, worden verleend. 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 47a — Artikel 47a#
Artikel 47a Vervallen 2024 340 13-11-2024 09-11-2024 2024 340 13-11-2024 09-11-2024 14-11-2024
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 De ambtenaar die na afloop van een hem verleend buitengewoon verlof van lange duur en zonder dat dit is verlengd, zijn dienst niet hervat, wordt gelijk behandeld als de ambtenaar die een aanvraag tot ontslag heeft ingediend. 2 Het eerste lid is niet van toepassing, indien de ambtenaar binnen een redelijke termijn ten genoege van het bevoegd gezag aannemelijk maakt dat hij geldige redenen had zijn dienst niet te hervatten in welk geval het verlof wordt verlengd tot het tijdstip waarop de bedoelde geldige redenen hebben opgehouden te bestaan. 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 De ambtenaar is in geval van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte verplicht dit zo spoedig mogelijk, doch in elk geval niet later dan op de tweede dag van die ongeschiktheid, te melden. 2004 597 25-11-2004 17-11-2004 2004 597 25-11-2004 17-11-2004 01-12-2004
Artikel 49a — Artikel 49a#
Artikel 49a 1 Arbeidsomstandighedenwet Het bevoegd gezag verricht zijn taak met betrekking tot begeleiding van verzuim en de arbeidsgezondheidskundige begeleiding op grond van deen de bepalingen in dit hoofdstuk. 2 Onze Minister kan regels vaststellen met betrekking tot de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de begeleiding van verzuim, de arbeidsgezondheidskundige begeleiding en de daarbij in acht te nemen procedures. 2006 674 21-12-2006 05-12-2006 2006 675 21-12-2006 11-12-2006 01-01-2007
Artikel 49b — Artikel 49b#
Artikel 49b 1 Het bevoegd gezag is verplicht tijdig de maatregelen te treffen en voorschriften te geven die redelijkerwijs nodig zijn om de ambtenaar die wegens ziekte ongeschikt is zijn arbeid te verrichten in staat te stellen de eigen of andere passende arbeid te verrichten. In het kader van het vaststellen van passende arbeid is de eigen of een andere functie uit het LFNP, of een deel van één of meerdere functies uit het LFNP bepalend. 2 artikel 25, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Uit hoofde van de verplichting, bedoeld in het eerste lid, stelt het bevoegd gezag in overeenstemming met de ambtenaar een plan van aanpak op als bedoeld in. Het plan van aanpak wordt met medewerking van de ambtenaar regelmatig geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. 3 Indien vaststaat dat de ambtenaar wegens ziekte ongeschikt is zijn arbeid te verrichten en binnen het gezagsbereik van het bevoegd gezag geen andere passende arbeid voorhanden is, bevordert dat gezag de inschakeling van de ambtenaar in voor hem passende arbeid in een of meer functies bij een andere werkgever. 4 De ambtenaar mag de eigen of andere passende arbeid eerst verrichten nadat de deskundige persoon of de arbodienst een op de desbetreffende ambtenaar betrekking hebbend medisch advies heeft gegeven. 2015 318 26-08-2015 14-08-2015 2015 318 26-08-2015 14-08-2015 27-08-2015 29-12-2005
Artikel 49c — Artikel 49c#
Artikel 49c De ambtenaar die ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, is verplicht: a. artikel 49b, eerste lid gevolg te geven aan door het bevoegd gezag of een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften en mee te werken aan door het bevoegd gezag of een door het bevoegd gezag aangewezen deskundige getroffen maatregelen als bedoeld in; b. artikel 49b, tweede lid zijn medewerking te verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van het plan van aanpak, bedoeld in; c. passende arbeid te verrichten waartoe het bevoegd gezag hem in de gelegenheid stelt. 2004 597 25-11-2004 17-11-2004 2004 597 25-11-2004 17-11-2004 01-12-2004
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 De ambtenaar kan worden verplicht om een arbeidsgezondheidskundig onderzoek te ondergaan: a. indien het bevoegd gezag gegronde redenen heeft om te twijfelen aan de goede gezondheidstoestand van de ambtenaar; b. indien de ambtenaar niet meer volledig geschikt is gebleken voor het verrichten van zijn arbeid; c. ter beantwoording van de vraag of de ambtenaar tijdens het tijdvak waarin hij wegens ziekte ongeschikt is om zijn arbeid te verrichten, in het belang van zijn genezing arbeid mag verrichten en om vast te stellen welke arbeid wenselijk wordt geacht; d. artikel 51 voor zover dit noodzakelijk is ter voorbereiding van een beslissing naar aanleiding van de aanvraag om een hernieuwd onderzoek als bedoeld in; e. Wet publieke gezondheid indien de ambtenaar in contact staat of kort geleden heeft gestaan met een persoon die een ziekte heeft waarvoor ingevolge deeen meldingsplicht geldt; f. om te beoordelen of de ambtenaar die de functie heeft van vlieger bij een landelijke eenheid lichamelijk en psychisch in staat is de functie van vlieger te blijven uitoefenen, nadat hij de voor zijn functie vastgestelde leeftijdsgrens heeft bereikt; g. artikel 94, derde of vierde lid om te beoordelen of sprake is van een situatie als bedoeld in; h. om te beoordelen of de ambtenaar die wegens ziekte volledig ongeschikt is geweest zijn arbeid te verrichten, zijn arbeid mag hervatten; i. voor zover dit voortvloeit uit enige wettelijke verplichting; j. artikelen 7, eerste lid, onderdeel c, tweede lid, onderdeel d, vijfde of zesde lid artikel 8, eerste lid, onderdeel c, of derde lid indien hij in verband met de uitoefening van zijn werkzaamheden aan bijzonder gevaar voor zijn gezondheid blootstaat, of hij is benoemd in een functie waarvoor bij aanstelling een geneeskundige keuring is vereist als bedoeld in de, of. 2 artikel 18 van de Arbeidsomstandighedenwet Het bevoegd gezag stelt de ambtenaar buiten dienst indien na een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld indan wel een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld in het eerste lid, wanneer blijkt dat sprake is van een zodanige lichamelijke of geestelijke toestand dat de belangen van de ambtenaar, van de dienst of van bij het verrichten van de arbeid betrokken derden zich er tegen verzetten dat de ambtenaar zijn arbeid blijft verrichten. De ambtenaar wordt niet buiten dienst gesteld, indien hem andere passende arbeid kan worden opgedragen. 3 hoofdstuk 10 van het Besluit bezoldiging politie Indien de ambtenaar buiten dienst wordt gesteld, wordt hij aangemerkt als ambtenaar die wegens ziekte ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. In dat geval isvan toepassing. 2022 357 14-09-2022 01-09-2022 2022 357 14-09-2022 01-09-2022 15-09-2022
Artikel 50a — Artikel 50a#
Artikel 50a 1 De ambtenaar kan worden verplicht een test af te leggen ter vaststelling van zijn fysieke conditie. Onze Minister stelt terzake van de test en voor welke categorieën ambtenaren dit geldt nadere regels vast. 2 Bij ministeriële regeling zullen de gevolgen van het blijkens de afgelegde test uit het eerste lid niet beschikken over voldoende fysieke conditie voor de uitoefening van politietaken worden vastgesteld. 2011 60 17-02-2011 09-02-2011 2011 60 17-02-2011 09-02-2011 18-02-2011
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 artikel 18 van de Arbeidsomstandighedenwet artikel 50 Het advies dat door de deskundige persoon of de arbodienst wordt uitgebracht naar aanleiding van een arbeidsgezondheidskundig onderzoek als bedoeld inenvan dit besluit, wordt zo spoedig mogelijk aan de ambtenaar en het bevoegd gezag bekendgemaakt. 2 De ambtenaar kan de deskundige persoon of de arbodienst binnen vijf dagen na ontvangst van het medisch advies, schriftelijk een hernieuwd onderzoek vragen indien hij bedenkingen heeft tegen het medisch advies. Gedurende de behandeling van zijn bedenkingen, behoeft de ambtenaar aan het medisch advies geen gevolg te geven. De deskundige persoon of de arbodienst stelt het bevoegd gezag in kennis van een ingediend verzoek om een hernieuwd onderzoek. 3 Zo spoedig mogelijk na ontvangst van het verzoek om een hernieuwd onderzoek, doch uiterlijk binnen vier weken, vindt het hernieuwd onderzoek door een commissie van drie artsen plaats. 4 Op verzoek van de ambtenaar wordt zijn behandelend arts in de gelegenheid gesteld mondeling of schriftelijk zijn mening aan de commissie van drie artsen kenbaar te maken. 5 De kosten van het hernieuwde onderzoek komen voor rekening van het bevoegd gezag. Eventuele reis- en verblijfkosten van de ambtenaar worden hem vergoed volgens de geldende regels ter zake van dienstreizen. 6 Bij de bekendmaking van het advies, bedoeld in het eerste lid, wordt de ambtenaar schriftelijk gewezen op de in het tweede lid genoemde mogelijkheid, met vermelding van de termijn waarbinnen het hernieuwde onderzoek kan worden gevraagd en het orgaan waaraan het verzoek moet worden gericht. 2011 379 19-08-2011 08-08-2011 2011 379 19-08-2011 08-08-2011 20-08-2011
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 artikel 51, derde en vierde lid De leden van de commissie bedoeld in, worden per verzoek om een hernieuwd onderzoek aangewezen door het bevoegd gezag. De arts die het medisch advies heeft uitgebracht waarvan herziening wordt gevraagd, heeft in de commissie geen zitting. 2 De commissie deelt haar oordeel schriftelijk mee aan: a. de ambtenaar, b. het bevoegd gezag, en c. artikel 51, vierde lid de behandelend arts, bedoeld in. 1999 364 31-08-1999 28-07-1999 1999 364 31-08-1999 28-07-1999 01-11-1999
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 In bijzondere gevallen kan aan de ambtenaar een tegemoetkoming worden verleend in noodzakelijk gemaakte kosten die verband houden met ziekte die de ambtenaar voor zichzelf en zijn medebelanghebbenden heeft gemaakt, indien hierin niet ingevolge een andere regeling wordt voorzien en deze kosten redelijkerwijze niet te zijnen laste kunnen blijven. Het bevoegd gezag kan over de uitvoering van dit artikel regels vaststellen. 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 53a — Artikel 53a#
Artikel 53a 1 De ambtenaar dan wel gewezen ambtenaar die gezondheidsklachten heeft met het vermoeden dat deze beroepsgerelateerd zijn, meldt deze, indien zij leiden tot verzuim of schade, zo spoedig mogelijk aan het bevoegd gezag. 2 artikel 53b, vierde lid De melding, bedoeld in het eerste lid, geeft, onverminderd, rechtstreeks aanspraak op vergoeding van de in artikel 53b genoemde schadeposten. 3 Het bevoegd gezag stelt op basis van de melding, bedoeld in het eerste lid, schriftelijk vast dat in enige mate sprake is van beroepsgerelateerde gezondheidsklachten, tenzij het bevoegd gezag gemotiveerd besluit dat dit niet het geval is. 4 artikel 89, vierde lid, onder a of e Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op aspiranten en vrijwilliger-aspiranten bij wie de gezondheidsklachten in overwegende mate voortkomen uit ongeschiktheid voor de dienst als bedoeld in, van het Barp. Hierover wordt binnen drie maanden na de melding, bedoeld in het eerste lid, besloten. Indien van ongeschiktheid voor de dienst sprake is, is er geen aanspraak op vergoeding van de schadeposten, genoemd in deze paragraaf. 5 Hoofdstuk 10 van het Besluit bezoldiging politie De ambtenaar dan wel gewezen ambtenaar behoudt in het geval in enige mate sprake is van beroepsgerelateerde gezondheidsklachten, onverminderd het bepaalde in, aanspraak op vergoeding van de in artikel 53b genoemde schadeposten. 6 De aanspraak op vergoeding als bedoeld in het tweede lid eindigt na het besluit dat geen sprake is van beroepsgerelateerdheid van de gezondheidsklachten ingevolge het derde lid. 7 De aanspraak op vergoeding als bedoeld in het vijfde lid eindigt na: a. artikel 53d, eerste lid het besluit dat geen sprake meer is van beroepsgerelateerdheid van de gezondheidsklachten ingevolge in; b. artikel 53g, vierde lid een besluit op grond van. 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 01-04-2025 Artikel XV van Stb. 2024/328 bevat overgangsrecht met betrekking
tot deze wijziging.
Artikel 53b — Artikel 53b#
Artikel 53b 1 artikel 53a, tweede en vijfde lid De schadeposten, bedoeld in, zijn: a. kosten van gezondheidskundige behandeling en gezondheidskundige verzorging; b. kosten van huishoudelijke hulp en extra kinderopvang; c. kosten van verlies aan zelfwerkzaamheid; d. smartengeld. 2 artikel 75bis Een vrijwillige ambtenaar heeft, naast de schadeposten, genoemd in het eerste lid, aanspraak op vergoeding van de schade door het niet verstrekken van de vergoeding, bedoeld in. 3 In geval er sprake is van schade met een dringend karakter en substantiële gevolgen voor de ambtenaar of de gewezen ambtenaar, die niet valt onder de schadeposten, bedoeld in het eerste lid, dan wel de vergoeding van die schadeposten overschrijdt, wordt door het bevoegd gezag op verzoek van de ambtenaar een voorziening getroffen. 4 Bij ministeriële regeling worden de uitgangspunten bij en berekening van de vergoeding van de in het eerste en tweede lid genoemde schadeposten en de in het derde lid bedoelde schade geregeld en kunnen aan het tot gelding brengen ervan voorwaarden worden gesteld. 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 01-04-2025 Artikel XV van Stb. 2024/328 bevat overgangsrecht met betrekking
tot deze wijziging.
Artikel 53c — Artikel 53c#
Artikel 53c 1 Het bevoegd gezag besluit of sprake is van een medische eindsituatie: a. op verzoek van de ambtenaar dan wel gewezen ambtenaar binnen drie maanden na dat verzoek; of b. artikel 53a, tweede lid uiterlijk drie jaar na de in, bedoelde melding met de mogelijkheid tot een verlenging van deze termijn met ten hoogste twee jaar. 2 Het bevoegd gezag draagt de kosten van de vaststelling van een medische eindsituatie. 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 01-04-2025 Artikel XV van Stb. 2024/328 bevat overgangsrecht met betrekking
tot deze wijziging.
Artikel 53d — Artikel 53d#
Artikel 53d 1 artikel 53a, eerste lid Na vaststelling van de medische eindsituatie of, wanneer de medische eindsituatie op dat moment nog niet is bereikt, vijf jaar na de in, bedoelde melding, besluit het bevoegd gezag of, ten aanzien van de gezondheidsklachten op dat moment in overwegende mate sprake is van beroepsgerelateerde gezondheidsklachten. 2 Het bevoegd gezag kan de ambtenaar of de gewezen ambtenaar ten behoeve van de besluitvorming in het tweede lid om aanvullende informatie vragen. 3 artikel 53e, tweede lid De ambtenaar dan wel gewezen ambtenaar heeft in het geval in overwegende mate sprake is van beroepsgerelateerde gezondheidsklachten, onverminderd, aanspraak op vergoeding van de in artikel 53e, eerste lid, genoemde schadeposten. 4 artikel 53e De ambtenaar dan wel gewezen ambtenaar heeft in het geval dat niet in overwegende mate, maar wel in enige mate sprake is van beroepsgerelateerde gezondheidsklachten, gedeeltelijke aanspraak op vergoeding van de ingenoemde schadeposten. 5 De schadevergoeding, bedoeld in het derde en vierde lid, ziet op schade die is, wordt of zal worden geleden ten gevolge van de gemelde beroepsgerelateerde gezondheidsklachten. 6 Bij ministeriële regeling worden over de gedeeltelijke aanspraak en de berekening daarvan regels gesteld. 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 01-04-2025 Artikel XV van Stb. 2024/328 bevat overgangsrecht met betrekking
tot deze wijziging.
Artikel 53e — Artikel 53e#
Artikel 53e 1 artikel 53d, derde en vierde lid De schadeposten, bedoeld in, zijn: a. verlies aan verdienvermogen; b. kosten van gezondheidskundige behandeling en gezondheidskundige verzorging; c. kosten van huishoudelijke hulp; d. kosten van verlies aan zelfwerkzaamheid; e. zorgschade; f. smartengeld; g. overige schadeposten. 2 Bij ministeriële regeling worden de uitgangspunten bij en berekening van de vergoeding van de in het eerste lid genoemde schadeposten geregeld en kunnen aan het tot gelding brengen ervan voorwaarden worden gesteld. 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 01-04-2025 Artikel XV van Stb. 2024/328 bevat overgangsrecht met betrekking
tot deze wijziging.
Artikel 53f — Artikel 53f#
Artikel 53f In geval de ambtenaar of de gewezen ambtenaar is komen te overlijden en dit overlijden is in overwegende mate beroepsgerelateerd, hebben de weduwe of weduwnaar en de kinderen tot de leeftijd van 21 jaar voor wie de ambtenaar of de gewezen ambtenaar krachtens wettelijke verplichting in het levensonderhoud voorzag aanspraak op een schadevergoeding voor het derven van levensonderhoud, de kosten van lijkbezorging en een tegemoetkoming in het nadeel dat niet uit vermogensschade bestaat. Bij ministeriële regeling worden hierover regels gesteld. 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 01-04-2025 Artikel XV van Stb. 2024/328 bevat overgangsrecht met betrekking
tot deze wijziging.
Artikel 53g — Artikel 53g#
Artikel 53g 1 artikel 53e Het bevoegd gezag en de ambtenaar of de gewezen ambtenaar voeren overleg over de uitgangspunten bij de vergoeding van de schadeposten op grond van. 2 Dit overleg vindt plaats: a. nadat het besluit is genomen dat de medische eindsituatie is bereikt, of, b. artikel 53a, eerste lid vijf jaar na de in, bedoelde melding, wanneer de medische eindsituatie op dat moment nog niet is bereikt. In dat geval vindt de bepaling van de uitgangspunten bij de schadevergoeding plaats naar de stand van zaken en verwachtingen voor de toekomst op dat moment. 3 Het overleg, bedoeld in het eerste lid, resulteert in een schadevergoedingsvoorstel van het bevoegd gezag. 4 Het totale bedrag aan schadevergoeding wordt uiterlijk binnen een jaar na de situaties beschreven in het tweede lid, door het bevoegd gezag eenmalig vastgesteld, tenzij partijen een later moment overeenkomen. 5 Het bedrag wordt ineens uitgekeerd, tenzij de ambtenaar dan wel gewezen ambtenaar verzoekt om periodieke uitbetaling. 6 artikel 53e, eerste lid, onderdeel b De vergoeding van de schadepost, bedoeld in, blijft uitgezonderd van de eenmalige vaststelling, bedoeld in het vierde lid, zolang de ambtenaar in dienst is. 7 In afwijking van het vierde lid kunnen partijen overeenkomen dat bij de vaststelling van het totale bedrag aan schadevergoeding één of meerdere schadeposten worden aangewezen waarvoor de eenmalige vaststelling niet geldt, indien er een reële kans op verergering van de beperkingen als gevolg van de beroepsgerelateerde gezondheidsklachten op langere termijn bestaat, die vermoedelijk leidt tot grotere schade. 8 Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de situaties beschreven in het zesde en zevende lid. 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 01-04-2025 Artikel XV van Stb. 2024/328 bevat overgangsrecht met betrekking
tot deze wijziging.
Artikel 53h — Artikel 53h#
Artikel 53h 1 artikel 53g, vierde lid Indien, nog geen toepassing heeft gevonden, informeert de ambtenaar dan wel gewezen ambtenaar het bevoegd gezag op het moment dat: a. artikel 53a, eerste lid de op grond van, gemelde gezondheidsklachten verergeren; b. hij nieuwe gezondheidsklachten ondervindt, waarvan hij vermoedt dat deze klachten verband houden met de eerder gemelde gezondheidsklachten, tenzij het psychische gezondheidsklachten betreffen terwijl in eerste instantie fysieke gezondheidsklachten zijn gemeld of andersom; c. hij nieuwe gezondheidsklachten ondervindt, waarvan hij vermoedt dat die voortvloeien uit dezelfde schadeveroorzakende gebeurtenis, tenzij het psychische gezondheidsklachten betreffen terwijl in eerste instantie fysieke gezondheidsklachten zijn gemeld of andersom. 2 artikel 53a, eerste lid In het geval de gezondheidsklachten waarover de ambtenaar of gewezen ambtenaar het bevoegd gezag op grond van het eerste lid heeft geïnformeerd, volgens het bevoegd gezag geen verband houden met de eerder gemelde gezondheidsklachten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b of c, besluit het bevoegd gezag op de ontvangen informatie als ware er sprake van een nieuwe melding als bedoeld in. 3 artikel 53g, vierde lid artikel 53a, eerste lid Indien, nog geen toepassing heeft gevonden en de ambtenaar of gewezen ambtenaar ondervindt nieuwe gezondheidsklachten met het vermoeden dat deze beroepsgerelateerd zijn, maar er geen sprake is van een verband als bedoeld in het eerste lid, meldt hij deze conform. 4 artikelen 53a tot en met 53e Gezondheidsklachten die geen verband houden met de eerdere gemelde gezondheidsklachten worden in een aparte procedure behandeld conform de. 5 artikel 53g, eerste respectievelijk derde en vierde lid In het overleg, het schadevergoedingsvoorstel en het totale bedrag aan schadevergoeding, bedoeld in, kan het bevoegd gezag zowel de beroepsgerelateerde gezondheidsklachten, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, als de beroepsgerelateerde gezondheidsklachten, bedoeld in het derde lid van dit artikel betrekken. 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 01-04-2025 Artikel XV van Stb. 2024/328 bevat overgangsrecht met betrekking
tot deze wijziging.
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 1 De kosten van beroepsmatig verleende juridische bijstand komen voor tegemoetkoming in aanmerking in het geval: a. artikel 53a, derde lid het bevoegd gezag voornemens is vast te stellen dat geen sprake is van beroepsgerelateerde gezondheidsklachten in enige mate als bedoeld in; b. artikel 53d, eerste lid het bevoegd gezag voornemens is vast te stellen dat geen sprake is van beroepsgerelateerde gezondheidsklachten in overwegende mate als bedoeld in; c. artikel 53d, eerste lid het bevoegd gezag voornemens is vast te stellen dat geen sprake meer is van beroepsgerelateerde gezondheidsklachten als bedoeld in. 2 artikelen 53d, derde, vierde en vijfde lid 53e De kosten voor beroepsmatig verleende juridische bijstand, zowel tussentijds als definitief, ten behoeve van het begroten, berekenen en vergoeden van de schadeposten, bedoeld in deen, komen voor vergoeding in aanmerking. 3 Bij ministeriële regeling wordt nader ingevuld wat onder beroepsmatig verleende juridische bijstand wordt verstaan. 4 Bij ministeriële regeling worden over de hoogte van de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste lid, en de vergoeding, bedoeld in het tweede lid, regels gesteld. Voor de vergoeding, bedoeld in het tweede lid, wordt daarin een maximaal tarief en een maximaal aantal uren gesteld. 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 01-04-2025 Artikel XV van Stb. 2024/328 bevat overgangsrecht met betrekking
tot deze wijziging.
Artikel 54a — Artikel 54a#
Artikel 54a 1 artikel 54, eerste lid artikel 53g, eerste lid Een ambtenaar dan wel gewezen ambtenaar kan op kosten van het bevoegd gezag extern medisch, arbeidskundig of rekenkundig advies inwinnen indien sprake is van een situatie als genoemd in, of in de fase van overleg, bedoeld in. 2 Het externe advies wordt op verzoek van de ambtenaar dan wel gewezen ambtenaar aan het bevoegd gezag verstrekt. Het bevoegd gezag weegt dit advies mee in de besluitvorming. 3 Ter uitvoering van dit artikel kunnen bij ministeriële regeling nadere regels worden gesteld. 2025 16237 12-05-2025 22-04-2025 6233682 2025 16237 12-05-2025 22-04-2025 6233682 13-05-2025 01-01-2025 Abusievelijk is voor het eerste en tweede lid een wijziging
geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.
Artikel 54b — Artikel 54b#
Artikel 54b artikel 53f Bij ministeriële regeling wordt onverminderd, bepaald in welke gevallen een echtgenoot of inwonend gezinslid van de ambtenaar dan wel gewezen ambtenaar met beroepsgerelateerde gezondheidsklachten recht kunnen doen gelden op een vergoeding van kosten die in relatie staan tot de beroepsgerelateerde gezondheidsklachten. 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 01-04-2025 Artikel XV van Stb. 2024/328 bevat overgangsrecht met betrekking
tot deze wijziging.
Artikel 54c — Artikel 54c#
Artikel 54c paragraaf 2 Het bevoegd gezag kan artikelen uitbuiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing, gelet op het belang van de ambtenaar dan wel gewezen ambtenaar dat deze artikelen beogen te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 01-04-2025 Artikel XV van Stb. 2024/328 bevat overgangsrecht met betrekking
tot deze wijziging.
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 1 artikel 3:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg De ambtenaar die zwangerschaps- en bevallingsverlof geniet als bedoeld inbehoudt, in afwijking van die bepaling, haar volledige bezoldiging. 2 Wet arbeid en zorg Indien de in het eerste lid bedoelde ambtenaar recht heeft op een financiële tegemoetkoming op grond van de, en deze tegemoetkoming rechtstreeks wordt uitbetaald aan de ambtenaar, wordt gedurende de periode waarin sprake is van samenloop een inhouding op de bezoldiging toegepast die overeenkomt met het bedrag van deze financiële tegemoetkoming. 2017 478 14-12-2017 05-12-2017 2017 478 14-12-2017 05-12-2017 15-12-2017
Artikel 55a — Artikel 55a#
Artikel 55a 1 artikel 8, tweede lid, onderdeel a, van de Ambtenarenwet 2017 De melding als bedoeld invindt plaats op een door het bevoegd gezag te bepalen wijze. 2 Nevenwerkzaamheden die gemeld zijn door de korpschef, de leiding van de politie, de ambtenaren die deel uitmaken van de leiding van de landelijke eenheden, de politiechefs, de ambtenaren die deel uitmaken van de leiding van de ondersteunende eenheden of de plaatsvervanger van de directeur van de Politieacademie worden openbaar gemaakt met vermelding van eventueel door het desbetreffende bevoegd gezag aan het verrichten van nevenwerkzaamheden gestelde beperkingen. 3 artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Ambtenarenwet 2017 Het bevoegd gezag kan nadere regels stellen omtrent het verbod als bedoeld in. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 55abis — Artikel 55abis#
Artikel 55abis Vervallen 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 55b — Artikel 55b#
Artikel 55b 1 artikel 8, tweede lid, onderdeel b van de Ambtenarenwet 2017 De melding als bedoeld invindt plaats bij een door het bevoegd gezag aangewezen functionaris. 2 artikel 8, eerste lid, onderdeel c en d, van de Ambtenarenwet 2017 Het bevoegd gezag kan nadere regels stellen omtrent het verbod als bedoeld in. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 55c — Artikel 55c#
Artikel 55c Vervallen 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 55d — Artikel 55d#
Artikel 55d Vervallen 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 55e — Artikel 55e#
Artikel 55e Vervallen 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 55f — Artikel 55f#
Artikel 55f Vervallen 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 55g — Artikel 55g#
Artikel 55g Vervallen 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 55h — Artikel 55h#
Artikel 55h Vervallen 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 2009 572 24-12-2009 15-12-2009 01-01-2010
Artikel 55da — Artikel 55da#
Artikel 55da paragraaf 2 Invan dit hoofdstuk wordt verstaan onder: ambtelijke organisatie: de ambtelijke dienst van: a. artikel 25, eerste lid, van de Politiewet 2012 de politie, bedoeld in; b. artikel 49, eerste lid van de Politiewet 2012 de rijksrecherche, genoemd in; c. artikel 73, eerste lid, van de Politiewet 2012 de Politieacademie, genoemd in; betrokken derde: artikel 1 van de Wet bescherming klokkenluiders betrokken derde als bedoeld in; degene die een melder bijstaat: artikel 1 van de Wet bescherming klokkenluiders degene die een melder bijstaat als bedoeld in; hoogste leidinggevende: de ambtenaar die de hoogste zeggenschap uitoefent bij de leiding van de arbeid in de ambtelijke organisatie; melder: Richtlijn (EU) 2019/1937 paragraaf 2.2 een ambtenaar als bedoeld in artikel 1, een gewezen ambtenaar, degene die anderszins arbeid verricht of heeft verricht bij een ambtelijke organisatie, en een persoon als bedoeld in artikel 4, derde lid, vanvan het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 (PbEU 2019, L 305), die in de context van zijn werkgerelateerde activiteiten verkregen informatie over een inbreuk op het Unierecht meldt, dan wel een vermoeden van een misstand meldt, overeenkomstigvan dit hoofdstuk; melding: de melding van een vermoeden van een misstand; vermoeden van een misstand: artikel 1 van de Wet bescherming klokkenluiders vermoeden van een misstand als bedoeld in. 2024 3 19-01-2024 12-01-2024 2024 3 19-01-2024 12-01-2024 20-01-2024 18-02-2023
Artikel 55db — Artikel 55db#
Artikel 55db Vervallen 2021 479 19-10-2021 12-10-2021 2023 52 17-02-2023 10-02-2023 18-02-2023 Artikel II van Stb. 2021/479 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop het voorstel van wet tot
wijziging van de Wet Huis voor klokkenluiders en enige andere wetten
ter implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees
Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 (PbEU 2019, L 305) en enige
andere wijzigingen in werking treedt (Kst 35851).
Artikel 55dc — Artikel 55dc#
Artikel 55dc 1 Het bevoegd gezag wijst een of meer vertrouwenspersonen integriteit aan bij de ambtelijke organisatie. 2 De vertrouwenspersoon integriteit heeft in elk geval tot taak: a. een (potentiële) melder, degene die een (potentiële) melder bijstaat en een betrokken derde op diens verzoek te adviseren over het omgaan met een vermoeden van een misstand; en b. de hoogste leidinggevende te informeren over een melding. 2024 3 19-01-2024 12-01-2024 2024 3 19-01-2024 12-01-2024 20-01-2024 18-02-2023
Artikel 55dd — Artikel 55dd#
Artikel 55dd 1 Een melder doet een melding bij zijn direct leidinggevende, bij een hogere leidinggevende, bij een daartoe ingericht organisatieonderdeel of bij een vertrouwenspersoon integriteit. De melder kan ook rechtstreeks een melding doen bij de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders of een andere daartoe bevoegde instantie. 2 Een melding over een andere organisatie doet een melder bij een leidinggevende of bij een vertrouwenspersoon van die organisatie of rechtstreeks bij de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders of een andere daartoe bevoegde instantie. 2021 479 19-10-2021 12-10-2021 2023 52 17-02-2023 10-02-2023 18-02-2023 Artikel II van Stb. 2021/479 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop het voorstel van wet tot
wijziging van de Wet Huis voor klokkenluiders en enige andere wetten
ter implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees
Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 (PbEU 2019, L 305) en enige
andere wijzigingen in werking treedt (Kst 35851).
Artikel 55de — Artikel 55de#
Artikel 55de artikel 55dc, eerste lid Een (potentiële) melder, degene die een (potentiële) melder bijstaat en een betrokken derde kan een krachtens, aangewezen vertrouwenspersoon integriteit in vertrouwen raadplegen over een vermoeden van een misstand. 2024 3 19-01-2024 12-01-2024 2024 3 19-01-2024 12-01-2024 20-01-2024 18-02-2023
Artikel 55df — Artikel 55df#
Artikel 55df Vervallen 2021 479 19-10-2021 12-10-2021 2023 52 17-02-2023 10-02-2023 18-02-2023 Artikel II van Stb. 2021/479 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop het voorstel van wet tot
wijziging van de Wet Huis voor klokkenluiders en enige andere wetten
ter implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees
Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 (PbEU 2019, L 305) en enige
andere wijzigingen in werking treedt (Kst 35851).
Artikel 55dg — Artikel 55dg#
Artikel 55dg Degene bij wie een melding is gedaan, stelt de hoogste leidinggevende onverwijld in kennis van de melding en de datum waarop deze is ontvangen. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 55dh — Artikel 55dh#
Artikel 55dh Vervallen 2021 479 19-10-2021 12-10-2021 2023 52 17-02-2023 10-02-2023 18-02-2023 Artikel II van Stb. 2021/479 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop het voorstel van wet tot
wijziging van de Wet Huis voor klokkenluiders en enige andere wetten
ter implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees
Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 (PbEU 2019, L 305) en enige
andere wijzigingen in werking treedt (Kst 35851).
Artikel 55di — Artikel 55di#
Artikel 55di De hoogste leidinggevende bevestigt de ontvangst van de melding binnen zeven dagen schriftelijk aan de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon integriteit, en informeert de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft over de melding, tenzij daardoor een onderzoeksbelang of een belang van de melder onnodig of onevenredig kan worden geschaad. 2021 479 19-10-2021 12-10-2021 2023 52 17-02-2023 10-02-2023 18-02-2023 Artikel II van Stb. 2021/479 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop het voorstel van wet tot
wijziging van de Wet Huis voor klokkenluiders en enige andere wetten
ter implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees
Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 (PbEU 2019, L 305) en enige
andere wijzigingen in werking treedt (Kst 35851).
Artikel 55dj — Artikel 55dj#
Artikel 55dj 1 Het bevoegd gezag stelt onverwijld een onderzoek in naar de melding, tenzij: a. de melding kennelijk ongegrond is; b. de melding kennelijk onredelijk laat is gedaan. 2 artikel 55di Het bevoegd gezag stelt de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon integriteit, doorlopend en in ieder geval binnen een redelijke termijn, van ten hoogste drie maanden na verzending van de ontvangstbevestiging als bedoeld in, schriftelijk en gemotiveerd in kennis van informatie over de verdere behandeling van de melding en, in voorkomend geval, de mededeling van het achterwege laten van een onderzoek dan wel de bevindingen van het onderzoek, het oordeel daarover en de eventuele consequenties die daaraan worden verbonden. 3 Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, tenzij daardoor een onderzoeksbelang kan worden geschaad. 4 Bij de kennisgeving, bedoeld in het tweede lid, wordt mededeling gedaan van de mogelijkheid het vermoeden van een misstand te melden bij de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders of een andere daartoe bevoegde instantie. 5 Het onderzoek wordt niet verricht door een persoon die mogelijk betrokken is of is geweest bij de vermoedelijke misstand of op onvoldoende afstand staat van de te onderzoeken kwestie of personen. 2024 3 19-01-2024 12-01-2024 2024 3 19-01-2024 12-01-2024 20-01-2024 18-02-2023
Artikel 55dk — Artikel 55dk#
Artikel 55dk Vervallen 2021 479 19-10-2021 12-10-2021 2023 52 17-02-2023 10-02-2023 18-02-2023 Artikel II van Stb. 2021/479 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop het voorstel van wet tot
wijziging van de Wet Huis voor klokkenluiders en enige andere wetten
ter implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees
Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 (PbEU 2019, L 305) en enige
andere wijzigingen in werking treedt (Kst 35851).
Artikel 55dl — Artikel 55dl#
Artikel 55dl 1 artikel 17, tweede lid, onder c, van de Wet bescherming klokkenluiders Indien de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders aan het bevoegd gezag in haar rapport een aanbeveling doet als bedoeld in, stelt het bevoegd gezag de melder, al dan niet via de vertrouwenspersoon integriteit, en de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, uiterlijk binnen twaalf weken na openbaarmaking van het rapport schriftelijk in kennis van zijn standpunt dienaangaande en de eventuele consequenties die het daaraan verbindt. 2 Als het standpunt en de consequenties afwijken van de aanbeveling, vermeldt het bevoegd gezag de reden voor de afwijking. 2021 479 19-10-2021 12-10-2021 2023 52 17-02-2023 10-02-2023 18-02-2023 Artikel II van Stb. 2021/479 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop het voorstel van wet tot
wijziging van de Wet Huis voor klokkenluiders en enige andere wetten
ter implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees
Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 (PbEU 2019, L 305) en enige
andere wijzigingen in werking treedt (Kst 35851).
Artikel 55dm — Artikel 55dm#
Artikel 55dm 1 De melder of de vertrouwenspersoon integriteit of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit, die bezwaar maakt of een gerechtelijke procedure instelt, kan aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten van die procedure, op voorwaarde dat: a. de procedure is gericht tegen een melding en gestelde benadeling dan wel de procedure is gericht tegen een gestelde benadeling van de vertrouwenspersoon integriteit of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit als gevolg van de uitoefening van zijn functie als vertrouwenspersoon integriteit; b. artikel 55dj, eerste lid artikel 17 van de Wet bescherming klokkenluiders de benadeling, bedoeld in onderdeel a, heeft plaatsgevonden binnen vijf jaar nadat het bevoegd gezag kennis heeft gegeven van de bevindingen en het oordeel, bedoeld in, of binnen vijf jaar na openbaarmaking van een rapport als bedoeld indoor de afdeling onderzoek van het Huis voor klokkenluiders, dan wel binnen vijf jaar nadat de melding anderszins is afgehandeld. 2 De melder of de vertrouwenspersoon integriteit of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit die zijn zienswijze naar voren brengt met betrekking tot een voorgenomen beslissing of handeling die naar zijn oordeel een benadeling inhoudt in verband met een melding of de uitoefening van zijn functie als vertrouwenspersoon integriteit, kan aanspraak maken op een tegemoetkoming in de kosten, indien: a. het voornemen is kenbaar gemaakt binnen de in het eerste lid, onder b, genoemde termijn, en b. in de zienswijze naar voren wordt gebracht dat de voorgenomen beslissing of handeling verband houdt met een melding of het gevolg is van de uitoefening van zijn functie als vertrouwenspersoon integriteit. 3 De melder, de vertrouwenspersoon integriteit, of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit richt een verzoek om een tegemoetkoming aan het bevoegd gezag. 4 Aanspraak op een tegemoetkoming bestaat alleen voor zover in verband met de in het eerste en tweede lid bedoelde procedures daadwerkelijk kosten worden of zijn gemaakt met betrekking tot door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. 2021 479 19-10-2021 12-10-2021 2023 52 17-02-2023 10-02-2023 18-02-2023 Artikel II van Stb. 2021/479 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging. Treedt in werking op het tijdstip waarop het voorstel van wet tot
wijziging van de Wet Huis voor klokkenluiders en enige andere wetten
ter implementatie van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees
Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 (PbEU 2019, L 305) en enige
andere wijzigingen in werking treedt (Kst 35851).
Artikel 55dn — Artikel 55dn#
Artikel 55dn 1 artikel 55dm, eerste en tweede lid bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht De tegemoetkoming voor iedere afzonderlijke procedure, bedoeld in, is gelijk aan tweemaal het bedrag, genoemd in onderdeel B1 van de. 2 Artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 55do — Artikel 55do#
Artikel 55do 1 Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken op het verzoek. 2 Het bevoegd gezag kan de beslissing voor ten hoogste vier weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 55dp — Artikel 55dp#
Artikel 55dp Degene aan wie een tegemoetkoming is toegekend, kan worden verplicht tot terugbetaling, indien hij de procedure waarop de tegemoetkoming betrekking heeft voortijdig staakt. Deze verplichting geldt niet, indien het staken van de procedure direct voortvloeit uit de intrekking door het bevoegd gezag van de beslissing of het herzien van de handeling, waartegen de procedure is gericht. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 55dq — Artikel 55dq#
Artikel 55dq 1 artikel 55dm artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht Als een beslissing of handeling of een voorgenomen beslissing of handeling waarvoor op grond vanaanspraak bestaat op een tegemoetkoming in de kosten van de procedures, in de bezwaarprocedure of zienswijzeprocedure wordt herroepen wegens een aan het bevoegd gezag te wijten onrechtmatigheid of de bestreden beslissing of handeling als gevolg van een uitspraak van de rechter die onherroepelijk is geworden wordt vernietigd, waarbij de rechtsgevolgen niet in stand worden gelaten, vergoedt het bevoegd gezag voor iedere afzonderlijke procedure aan de melder, de vertrouwenspersoon integriteit of de gewezen vertrouwenspersoon integriteit alle daadwerkelijk en in redelijkheid door hem gemaakte kosten als bedoeld in, met dien verstande dat: a. de vergoeding wordt toegekend zonder toepassing van het tariefsysteem in voornoemd besluit; b. de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand worden vergoed voor een bedrag van ten hoogste € 329,31 per uur tot een bedrag van ten hoogste € 7.903,64, beide bedragen exclusief BTW en kantoorkosten; c. aan de betrokkene toegekende bedragen waarop hij op grond van een ander wettelijk voorschrift of een uitspraak van een gerechtelijke instantie aanspraak heeft in verband met de vergoeding van kosten als bedoeld in dit artikel, in aftrek worden gebracht op de vergoeding. 2 De in het eerste lid genoemde bedragen worden per 1 januari van elk kalenderjaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de consumentenprijsindex. 2026 14298 17-04-2026 31-03-2026 7241375 2026 14298 17-04-2026 31-03-2026 7241375 18-04-2026 01-01-2026
Artikel 55i — Artikel 55i#
Artikel 55i 1 Bij een reorganisatie zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing. 2 Onder reorganisatie als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: een wijziging in de organisatiestructuur, de omvang of de taakinhoud van een regionale of landelijke eenheid, twee of meer regionale of landelijke eenheden, een ondersteunende dienst of een onderdeel daarvan, de Politieacademie alsmede het organisatieonderdeel waar de ambtenaren van de rijksrecherche werkzaam zijn, die belangrijke gevolgen heeft voor de werkgelegenheid in kwantitatieve en kwalitatieve zin. 3 De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van overeenkomstige toepassing op de overgang van een ambtenaar vanwege een privatisering of verzelfstandiging van een dienstonderdeel van de politie als gevolg waarvan ambtenaren overgaan naar een private onderneming of enig ander bestuursorgaan, tenzij bij algemene maatregel van bestuur anders is bepaald. 4 Onder reorganisatiegebied wordt verstaan:het gebied waarbinnen een reorganisatie als bedoeld in het tweede of derde lid plaatsvindt of zal plaatsvinden. 5 Indien geen sprake is van een reorganisatie, maar wel van een wijziging van de plaats van tewerkstelling waardoor een geheel team of een gehele afdeling een andere plaats van tewerkstelling krijgt, worden bij ministeriële regeling aangegeven extra reiskosten beschikbaar gesteld. 2017 269 22-06-2017 15-06-2017 2017 269 22-06-2017 15-06-2017 23-06-2017 01-01-2017
Artikel 55ia — Artikel 55ia#
Artikel 55ia 1 Politiewet 2012 artikel 1, onderdeel b, van de Politiewet 2012 In dit hoofdstuk wordt onder de reorganisatieverstaan de reorganisatie in verband met de totstandkoming van de politie als bedoeld in, welke aanvangt tussen 1 januari 2014 en 31 december 2014. 2 Onder de reorganisatie bedoeld in het eerste lid wordt ook verstaan een collectieve verplaatsing tijdens de in het eerste lid bedoelde periode waarbij de reistijd van ambtenaren zodanig toeneemt dat zij meer dan drie uur per dag moeten reizen terwijl deze reistijd voor de verplaatsing minder dan drie uur per dag was. 3 Onder reorganisatiegebied tijdens de reorganisatie bedoeld in het eerste lid wordt verstaan: a. in eerste instantie de aparte deelreorganisatiegebieden zijnde: – bijlage I de niet- operationele functies zoals opgenomen in de bij dit besluit behorende, exclusief bijzondere functiegroepen; – bijlage II de operationele functies zoals opgenomen in de bij dit besluit behorendeper eenheid, exclusief bijzondere functiegroepen, of – een bijzondere functiegroep. b. nadat in de deelreorganisatiegebieden is bepaald wie als functievolgers kunnen worden geplaatst, wordt het deelreorganisatiegebied voor het vervullen van de overgebleven vacante functies vergroot tot landelijk reorganisatiegebied. 4 artikel 2 in het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 Een bijzondere functiegroep uit het vorige lid wordt aangewezen door het bevoegd gezag, nadat het bevoegd gezag hierover overleg heeft gevoerd met de Commissie voor centraal georganiseerd overleg in politie- en ambtenarenzaken, bedoeld in. 2014 52 07-02-2014 28-01-2014 2014 52 07-02-2014 28-01-2014 08-02-2014
Artikel 55ib — Artikel 55ib#
Artikel 55ib artikelen 55ia, tweede lid 55jc 55lb, vijfde lid 55ob De,,, zoals dit luidde op 1 oktober 2015, enzijn van overeenkomstige toepassing op de reorganisatie in verband met de inbedding van de Politieacademie in het nieuwe politiebestel die is aangevangen in oktober 2015. 2017 269 22-06-2017 15-06-2017 2017 269 22-06-2017 15-06-2017 23-06-2017 01-10-2015
Artikel 55j — Artikel 55j#
Artikel 55j 1 Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 Het bevoegd gezag meldt, door tussenkomst van Onze Minister, tijdig een voorgenomen besluit tot een reorganisatie bij de Commissie voor georganiseerd overleg in politie-ambtenarenzaken, bedoeld in het. 2 Door of namens het bevoegd gezag wordt de betrokken ondernemingsraad tijdig geïnformeerd over een voorgenomen besluit tot een reorganisatie. 3 Onder tijdig melden dan wel informeren als bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid wordt verstaan melden dan wel informeren voordat een reorganisatie onomkeerbare personele gevolgen heeft. Van onomkeerbare personele gevolgen is in elk geval sprake zodra voorgenomen besluiten tot plaatsing bekend zijn gemaakt. 2011 125 16-03-2011 26-02-2011 2011 125 16-03-2011 26-02-2011 17-03-2011 02-03-2010
Artikel 55ja — Artikel 55ja#
Artikel 55ja 1 Het bevoegd gezag kan tijdens de voorbereiding van een reorganisatie individuele ambtenaren die behoren tot het reorganisatiegebied alsmede groepen ambtenaren die eenzelfde, vergelijkbare of uitwisselbare functie binnen het verwachte reorganisatiegebied vervullen, aanwijzen als pre-herplaatsingskandidaat. 2 artikel 31a, zesde lid, van de Wet op de ondernemingsraden Aanwijzing als bedoeld in het eerste lid is mogelijk nadat het bevoegd gezag de betrokken ondernemingsraad, overeenkomstig, heeft ingelicht. 3 De inlichting, bedoeld in het tweede lid, gebeurt schriftelijk en bevat in ieder geval de redenen van de aanwijzing en de daarmee beoogde doelen. 4 De ambtenaar die behoort tot het reorganisatiegebied, kan bij het bevoegd gezag schriftelijk een aanvraag doen hem aan te wijzen als pre-herplaatsingskandidaat. 5 De ambtenaar wordt over zijn aanwijzing als pre-herplaatsingskandidaat schriftelijk geïnformeerd. 6 Aanwijzing vindt plaats voor een objectief bepaalbare duur. 7 Onverminderd het vorig lid, eindigt een aanwijzing als pre-herplaatsingskandidaat altijd: a. op het moment dat definitief over de rechtspositie van de individuele ambtenaar in het kader van dit hoofdstuk een besluit is genomen; of b. op het moment dat het bevoegd gezag de aanwijzing schriftelijk intrekt. 8 Op aanvraag van de pre-herplaatsingskandidaat wordt gedurende de periode van aanwijzing door het bevoegd gezag toepassing gegeven aan één of meer flankerende voorzieningen. 9 De ambtenaar die is aangewezen als pre-herplaatsingskandidaat, kan gedurende de periode van aanwijzing het bevoegd gezag vragen om: a. artikel 55r, tweede en derde lid bij het vrijwillig aanvaarden van een nieuwe functie overeenkomstige toepassing te geven aan; b. artikel 55t artikel 55y bij het aanvaarden van een functie bij een andere werkgever overeenkomstige toepassing te geven aanof; c. artikel 75, derde lid, onder a bij het aanvaarden van een functie bij een andere werkgever overeenkomstige toepassing te geven aan. 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 01-01-2017 01-06-2016
Artikel 55jb — Artikel 55jb#
Artikel 55jb 1 Bij het besluit om te reorganiseren kan het bevoegd gezag een functie aanmerken als een sleutelfunctie, zijnde een functie met een groot organisatorisch belang. 2 artikel 55l, eerste lid Bij de invulling van een sleutelfunctie is, niet van toepassing. 3 artikel 27, eerste lid, onder e, van de Wet op de ondernemingsraden De vervulling van een sleutelfunctie geschiedt met inachtneming van het door het bevoegd gezag gehanteerde vacaturebeleid, bedoeld in. 4 Het derde lid is niet van toepassing als er geen vacaturebeleid is vastgesteld. 5 De voorrangspositie van pre-herplaatsingskandidaten is niet van toepassing bij de invulling van een sleutelfunctie. 2014 52 07-02-2014 28-01-2014 2014 52 07-02-2014 28-01-2014 08-02-2014
Artikel 55jc — Artikel 55jc#
Artikel 55jc Politiewet 2012 artikel 2 van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 Tijdens de reorganisatieis dit hoofdstuk niet van toepassing op de procedure voor het benoemen en vervullen van de functies sectorhoofd, teamchef B en teamchef C. Deze functies worden vervuld op grond van een in de Commissie als bedoeld in, vastgestelde selectie- en benoemingsprocedure. 2014 52 07-02-2014 28-01-2014 2014 52 07-02-2014 28-01-2014 08-02-2014
Artikel 55k — Artikel 55k#
Artikel 55k De ambtenaar die is aangesteld in tijdelijke dienst voor een proeftijd en de ambtenaar aangesteld in vaste dienst, van wie de functie in verband met een reorganisatie is opgeheven, wordt aangewezen als te herplaatsen ambtenaar, hierna te noemen: herplaatsingkandidaat. 2006 676 21-12-2006 12-12-2006 2006 676 21-12-2006 12-12-2006 22-12-2006 23-11-2005
Artikel 55l — Artikel 55l#
Artikel 55l 1 De ambtenaar die is aangesteld in tijdelijke dienst voor een proeftijd en de ambtenaar aangesteld in vaste dienst, die in verband met een reorganisatie boventallig zijn worden aangewezen als herplaatsingkandidaat. Van boventalligheid is sprake indien de binnen de te reorganiseren organisatie of een onderdeel daarvan, meer ambtenaren een vergelijkbare of uitwisselbare functie vervullen en het totale aantal van die functies zodanig wordt verminderd dat onvoldoende van die functies voor de betrokken ambtenaren resteren. 2 De ambtenaar die het geringste aantal jaren in politiedienst heeft doorgebracht, wordt als eerste als herplaatsingskandidaat aangewezen. In het geval dat twee ambtenaren een gelijk aantal jaren in politiedienst hebben doorgebracht, wordt degene met het minst aantal jaren in overheidsdienst als eerste als herplaatsingskandidaat aangewezen. Voor de berekening van het aantal in politiedienst of overheidsdienst doorgebrachte jaren wordt mede in aanmerking genomen de tijd gewijd aan de verzorging van tot het huishouden van de ambtenaar behorende 0–4 jarige eigen, stief- of pleegkinderen, tot een maximum van in totaal zes jaren. 3 De ambtenaar die niet als herplaatsingskandidaat is aangewezen en een functie bezet binnen het gezagsbereik, wordt op diens aanvraag door het bevoegd gezag aangewezen als herplaatsingskandidaat, indien op de hierdoor vrijkomende formatieplaats een herplaatsingskandidaat wordt herplaatst. 4 Het bevoegd gezag kan van de volgorde in het tweede lid afwijken, nadat hij hiervoor de instemming heeft verkregen van de reorganisatiecommissie. Het bevoegd gezag dient een gemotiveerd verzoek in bij de reorganisatiecommissie. 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 01-01-2017 01-06-2016
Artikel 55la — Artikel 55la#
Artikel 55la artikel 55l, vierde lid De reorganisatiecommissie wordt paritair samengesteld en bestaat uit ten minste drie en ten hoogste vijf leden. De reorganisatiecommissie brengt binnen zes weken na ontvangst van het verzoek, bedoeld in, een schriftelijk oordeel uit aan het bevoegd gezag. 2014 52 07-02-2014 28-01-2014 2014 52 07-02-2014 28-01-2014 08-02-2014
Artikel 55lb — Artikel 55lb#
Artikel 55lb 1 artikel 55l De ambtenaar met een vergelijkbare of uitwisselbare functie wordt in het kader van een reorganisatie geplaatst op deze vergelijkbare of uitwisselbare functie al dan niet in een andere plaats van tewerkstelling, met inachtneming van het bepaalde in. 2 artikel 55l Onverminderd, geschiedt de plaatsing in de situatie dat de in het eerste lid bedoelde functie voorkomt op meerdere plaatsen van tewerkstelling als volgt: a. als eerste wordt geplaatst de ambtenaar die in de bestaande organisatie op diezelfde plaats van tewerkstelling was geplaatst; b. indien er dan nog te plaatsen ambtenaren overblijven, wordt als eerste geplaatst de ambtenaar wiens plaats van tewerkstelling in de bestaande organisatie het dichtst bij de nieuwe plaats van tewerkstelling is gelegen; c. indien er dan nog steeds te plaatsen ambtenaren overblijven, wordt als eerste geplaatst, de ambtenaar met het grootst aantal jaren in politiedienst; d. indien er dan nog steeds te plaatsen ambtenaren overblijven, wordt als eerste geplaatst degene met het grootst aantal jaren in overheidsdienst. 3 artikel 55o, eerste lid Het bevoegde gezag houdt bij de plaatsing op vergelijkbare of uitwisselbare functies rekening met het gestelde in. In elk geval dient het bevoegd gezag bij de plaatsing rekening te houden met het gestelde, als bedoeld in artikel 55o, vierde lid, onder d. 4 artikel 55l, tweede lid Met een beroep op de in het derde lid gebleken feiten en omstandigheden kan de ambtenaar bij het bevoegd gezag een aanvraag indienen hem in afwijking van, als herplaatsingskandidaat aan te wijzen. 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 01-01-2017 01-06-2016
Artikel 55m — Artikel 55m#
Artikel 55m De ambtenaar wordt over zijn aanwijzing als herplaatsingkandidaat schriftelijk geïnformeerd. 2006 676 21-12-2006 12-12-2006 2006 676 21-12-2006 12-12-2006 22-12-2006 23-11-2005
Artikel 55n — Artikel 55n#
Artikel 55n 1 artikel 91 Onverminderdis het bevoegd gezag verplicht om de herplaatsingkandidaat binnen een periode van twaalf maanden, te rekenen vanaf het moment dat de aanwijzing als herplaatsingkandidaat bekend is gemaakt of het moment waarover de herplaatsingkandidaat schriftelijk is geïnformeerd, ten minste twee maal een passende functie aan te bieden. 2 Het bevoegd gezag kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, verlengen of opschorten, indien de omstandigheden naar zijn oordeel daartoe aanleiding geven. 3 Indien het bevoegd gezag na twaalf maanden kan aantonen dat in het geheel geen passende functie kan worden aangeboden, wordt de termijn van twaalf maanden niet verlengd. 4 De ambtenaar wordt gelijktijdig met zijn aanwijzing als herplaatsingkandidaat schriftelijk geïnformeerd over de aanvang en het einde van de periode bedoeld in het eerste lid. 5 Het bevoegd gezag informeert de herplaatsingkandidaat schriftelijk over het verlengen of opschorten van de periode. 6 Onverminderd het bepaalde in dit artikel is het bevoegd gezag, voor de duur van het dienstverband van de herplaatsingkandidaat, gehouden de herplaatsingkandidaat een passende functie aan te bieden. 2006 676 21-12-2006 12-12-2006 2006 676 21-12-2006 12-12-2006 22-12-2006 23-11-2005
Artikel 55o — Artikel 55o#
Artikel 55o 1 Een passende functie is elke functie die voor de krachten en bekwaamheden van de herplaatsingkandidaat is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd. Een passende functie is mogelijk zowel binnen het bereik van het bevoegd gezag als bij een andere werkgever. 2 Tevens is een passende functie elke functie waarvoor naar het oordeel van het bevoegd gezag de herplaatsingkandidaat binnen een termijn van twee jaar om-, her- of bijgeschoold kan worden. 3 Onder een passende functie wordt ook verstaan een functie, als bedoeld in het vierde lid, onderdeel d, waarin op aanvraag van de ambtenaar de mogelijkheid tot telewerken is opgenomen tenzij het belang van de dienst zich ertegen verzet. Per roosterperiode van vier weken wordt afgesproken hoeveel dagen de ambtenaar zal telewerken. Het bevoegd gezag waar de passende functie zich voordoet, beslist over de aanvraag tot telewerken. 4 Niet als passende functie wordt beschouwd: a. indien de voor functie geldende salarisschaal meer dan twee schalen lager is dan de salarisschaal die behoort bij de huidige functie van de herplaatsingskandidaat; b. bijlage I van het Besluit bezoldiging politie indien de voor functie geldende salarisschaal meer dan één schaal lager is dan de salarisschaal die behoort bij de huidige functie van de herplaatsingskandidaat, ingedeeld in salarisschaal 4 of 5 van; c. bijlage I van het Besluit bezoldiging politie indien de voor functie geldende salarisschaal lager is dan de salarisschaal die behoort bij de huidige functie van de herplaatsingskandidaat, ingedeeld in salarisschaal 3 of lager van; d. indien de reistijd van en naar de plaats van tewerkstelling van de functie meer dan twee uur per dag bedraagt, tenzij de gebruikelijke reistijd voor de herplaatsingkandidaat van en naar de plaats van tewerkstelling al meer dan twee uur per dag bedraagt. 5 bijlage I van het Besluit bezoldiging politie Voor de toepassing van het derde lid, onderdelen a, b en c, dient voor een passende functie bij een andere werkgever het maximaal te genieten salaris te worden vergeleken met het maximumsalaris van een salarisschaal van. 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 01-01-2017 01-06-2016
Artikel 55oa — Artikel 55oa#
Artikel 55oa 1 artikel 9a, eerste lid, van het Besluit bezoldiging politie De ambtenaar met een functie als bedoeld in, wordt door het bevoegd gezag binnen drie jaar nadat hij als herplaatsingkandidaat is geplaatst op een lagere passende functie twee keer een passende functie aangeboden op het niveau van de functie waarop hij was aangesteld voor aanwijzing als herplaatsingkandidaat, inclusief ten minste 24 OVW punten. 2 De ambtenaar mag een aangeboden functie als bedoeld in het eerste lid eenmaal weigeren zonder dat dit directe gevolgen heeft voor de rechtspositie van de ambtenaar. 2014 52 07-02-2014 28-01-2014 2014 52 07-02-2014 28-01-2014 08-02-2014
Artikel 55ob — Artikel 55ob#
Artikel 55ob 1 Politiewet 2012 De herplaatsingkandidaat kan, door de invoering van het LFNP en de reorganisatie, als gevolg van deze beide situaties in totaal maximaal twee schalen omlaag gaan. 2 Politiewet 2012 artikel 55oa De ambtenaar die als gevolg van de reorganisatieals herplaatsingkandidaat is geplaatst op een lager functieniveau dan het niveau van de functie waarin de ambtenaar voor invoering LFNP was aangesteld, wordt door het bevoegd gezag twee keer een passende functie aangeboden die passend is op zijn oorspronkelijke functieniveau voor de invoering van het LFNP, tenzij op deze ambtenaar het bepaalde invan toepassing is. 3 De ambtenaar mag een aangeboden functie als bedoeld in het tweede lid eenmaal weigeren zonder dat dit directe gevolgen heeft voor de rechtspositie van de ambtenaar. 4 Politiewet 2012 De ambtenaar die door de reorganisatieals herplaatsingkandidaat buiten de politie wordt geplaatst, wordt door het bevoegd gezag binnen de voor deze persoon geldende loonsuppletietermijn een functie binnen de politie aangeboden op het niveau van de functie die de ambtenaar had voor de invoering van het LFNP. Mocht een dergelijke functie binnen genoemde loonsuppletietermijn niet voorhanden zijn, dan wordt een passende functie op een lager schaalniveau aangeboden. 5 Als de ambtenaar, welke in de plaatsing buiten de politie een functie op het niveau van voor de invoering van het LFNP had, het aanbod van een lagere passende functie binnen de politie, bedoeld in het vierde lid, aanvaardt, doet het bevoegd gezag deze nog een keer een aanbod voor een passende functie op het oorspronkelijke functieniveau voor de invoering van het LFNP. Indien de ambtenaar dit aanbod weigert, heeft dit rechtspositionele consequenties. 6 Als de ambtenaar, welke in de plaatsing buiten de politie een lagere functie dan op het niveau van voor de invoering van het LFNP had, het aanbod van een lagere passende functie binnen de politie, bedoeld in het vierde lid, aanvaardt, dan geldt het bepaalde in het tweede lid. 2014 52 07-02-2014 28-01-2014 2014 52 07-02-2014 28-01-2014 08-02-2014
Artikel 55p — Artikel 55p#
Artikel 55p 1 Het bevoegd gezag kan de naar zijn oordeel meest geschikte herplaatsingkandidaat, voor wie de functie als passend wordt aangemerkt, herplaatsen in die functie. 2 Het eerste lid is niet van toepassing als er maar één herplaatsingkandidaat is waarvoor de functie passend is. 2011 125 16-03-2011 26-02-2011 2011 125 16-03-2011 26-02-2011 17-03-2011 02-03-2010
Artikel 55q — Artikel 55q#
Artikel 55q 1 artikelen 55n 55oa 55ob Onverminderd,enis de herplaatsingkandidaat verplicht, voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevergd, om zelf een passende functie te zoeken. 2 Wanneer het belang van de dienst dat vordert, is de herplaatsingskandidaat verplicht, behoudens het eerste aanbod, een passende functie te aanvaarden, in het geval van een herplaatsing in het kader van een reorganisatie. 2014 52 07-02-2014 28-01-2014 2014 52 07-02-2014 28-01-2014 08-02-2014
Artikel 55r — Artikel 55r#
Artikel 55r 1 De herplaatsingkandidaat die slechts in een voor hem passende functie kan worden herplaatst na om- her- of bijscholing kan hiertoe worden verplicht, voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevergd. 2 Aan de ambtenaar die op grond van het eerste lid is verplicht om scholing te volgen, wordt een volledige vergoeding van de noodzakelijk te maken scholingskosten toegekend. 3 Aan de ambtenaar die op grond van het eerste lid is verplicht om scholing te volgen, wordt studieverlof met behoud van bezoldiging verleend, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich hier tegen verzet. 2006 676 21-12-2006 12-12-2006 2006 676 21-12-2006 12-12-2006 22-12-2006 23-11-2005
Artikel 55ra — Artikel 55ra#
Artikel 55ra 1 Individuele en persoonsgebonden rechten, toegekend bij besluit van het bevoegd gezag, blijven bij aanwijzing als herplaatsingskandidaat of plaatsing of herplaatsing van de ambtenaar in stand. 2 artikel 55i De ambtenaar die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak behoudt bij de plaatsing of herplaatsing op een administratief technische functie in het kader van een reorganisatie als bedoeld inzijn aanstelling als ambtenaar voor de uitvoering van de politietaak. 2011 125 16-03-2011 26-02-2011 2011 125 16-03-2011 26-02-2011 17-03-2011 02-03-2010
Artikel 55s — Artikel 55s#
Artikel 55s Het mobiliteitscentrum Nederlandse politie stelt in overleg met het bevoegd gezag van de herplaatsingkandidaat een inventarisatie op van zijn competenties en mogelijkheden voor een passende functie. 2006 676 21-12-2006 12-12-2006 2006 676 21-12-2006 12-12-2006 22-12-2006 23-11-2005
Artikel 55t — Artikel 55t#
Artikel 55t 1 De herplaatsingkandidaat die een passende functie aanvaardt bij een andere werkgever wordt een loonsuppletie toegekend indien het genoten loon van die functie lager is dan het loon in de oorspronkelijke functie. 2 De loonsuppletie wordt toegekend gedurende vijf jaar. Afhankelijk van het aantal dienstjaren van de ambtenaar wordt de termijn van vijf jaar verlengd overeenkomstig de hierna volgende tabel: dienstjaren: verlenging: 25 of meer dienstjaren één jaar 30 of meer dienstjaren twee jaren 35 of meer dienstjaren drie jaren 40 of meer dienstjaren vier jaren 3 Na afloop van een kalenderjaar vraagt de herplaatsingkandidaat, die herplaatst is bij een andere werkgever, de loonsuppletie aan. De aanvraag is vergezeld van een door de werkgever verstrekte jaaropgave van het loon. 4 De suppletie is ten hoogste gelijk aan het verschil tussen het in de oorspronkelijke functie genoten jaarloon en het jaarloon van de nieuwe functie. 5 De loonsuppletie wordt eenmaal per jaar vastgesteld en uitgekeerd. Het bevoegd gezag kan maandelijks een voorschot van de suppletie verstrekken. 2006 676 21-12-2006 12-12-2006 2006 676 21-12-2006 12-12-2006 22-12-2006 23-11-2005
Artikel 55u — Artikel 55u#
Artikel 55u Onze Minister stelt nadere regels vast ter uitvoering van dit hoofdstuk met inbegrip van regels over het proces van reorganisatie en flankerende voorzieningen voor ambtenaren. 2011 125 16-03-2011 26-02-2011 2011 125 16-03-2011 26-02-2011 17-03-2011 02-03-2010
Artikel 55v — Artikel 55v#
Artikel 55v Indien de toepassing van dit hoofdstuk of de nadere regels ter uitvoering van dit hoofdstuk in individuele gevallen leidt tot onbillijkheden van overwegende aard of indien er sprake is van een bijzondere situatie van een individuele herplaatsingskandidaat, kan het bevoegd gezag, na afweging van de belangen van het individu en van de organisatie, afwijken van dit hoofdstuk of de nadere regels ter uitvoering van dit hoofdstuk worden afgeweken. 2011 125 16-03-2011 26-02-2011 2011 125 16-03-2011 26-02-2011 17-03-2011 02-03-2010
Artikel 55w — Artikel 55w#
Artikel 55w artikel 2 van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 Van dit hoofdstuk en van de nadere regels ter uitvoering van dit hoofdstuk kan, in overeenstemming met de Commissie voor georganiseerd overleg in politieambtenarenzaken, bedoeld in, uitsluitend worden afgeweken bij reorganisaties waarbij naast de arbeidsvoorwaarden van de sector Politie ook arbeidsvoorwaarden van andere sectoren of rechtspersonen betrokken zijn. 2011 125 16-03-2011 26-02-2011 2011 125 16-03-2011 26-02-2011 17-03-2011 02-03-2010
Artikel 55x — Artikel 55x#
Artikel 55x 1 Besluit landelijk sociaal statuut politie Voor de ambtenaar die voor de inwerkingtreding van hetals herplaatsingskandidaat was aangewezen en nog niet was herplaatst op een passende functie, is het sociaal statuut van toepassing dat gold op het moment dat de ambtenaar werd aangewezen als herplaatsingskandidaat. 2 Besluit landelijk sociaal statuut politie Indien voor de herplaatsingskandidaat, bedoeld in het eerste lid, op een onderdeel toepassing van hetof de nadere regels ter uitvoering van het Besluit landelijk sociaal statuut politie gunstiger is, geldt op verzoek van de herplaatsingskandidaat voor dat onderdeel het Besluit landelijk sociaal statuut politie of de nadere regels ter uitvoering van het Besluit landelijk sociaal statuut politie. 3 Besluit landelijk sociaal statuut politie In het geval dat voor de inwerkingtreding van hetis besloten dat het Besluit landelijk sociaal statuut politie en de nadere regels ter uitvoering van het Besluit landelijk sociaal statuut politie worden toegepast indien deze ten opzichte van de voor inwerkingtreding van het Besluit landelijk sociaal statuut politie geldende sociale statuten en regelingen op een onderdeel gunstiger zijn, dan wordt op verzoek van de ambtenaar het Besluit landelijk sociaal statuut politie en de nadere regels ter uitvoering van het Besluit landelijk sociaal statuut politie toegepast, ook indien het gaat om al bestaande toekenningen. 4 Als er sprake is van een verzoek als bedoeld in het tweede of derde lid, is de in het verzoek gemaakte keuze bindend. 2011 125 16-03-2011 26-02-2011 2011 125 16-03-2011 26-02-2011 17-03-2011 02-03-2010
Artikel 55y — Artikel 55y#
Artikel 55y 1 artikel 87 Indien het bevoegd gezag heeft vastgesteld dat er voor een herplaatsingskandidaat geen passende functie meer beschikbaar zal zijn, kan deze herplaatsingskandidaat op diens aanvraag en onder verlening van ontslag op eigen verzoek op grond vaneen vertrekstimuleringspremie worden toegekend. 2 De vertrekstimuleringspremie, die nooit meer kan bedragen dan het totaal van de bezoldiging tot aan het bereiken van de voor de ambtenaar geldende AOW-gerechtigde leeftijd, bedraagt: a. één-derde bruto maandsalaris per jaar voor de eerste 10 jaren dat de ambtenaar in politiedienst is geweest, en b. één-tweede bruto maandsalaris per politiedienstjaar boven de 10 jaren. 3 De vertrekstimuleringspremie bedraagt in alle gevallen maximaal: – per 18 april 2026 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026: € 101.000 gedurende het eerste jaar van aanwijzing als herplaatsingskandidaat het aantal uren waarvoor de ambtenaar is aangesteld maal één-zesendertigste deel van € 75.000, – per 18 april 2026 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026: € 69.000 gedurende het tweede jaar van aanwijzing als herplaatsingskandidaat het aantal uren waarvoor de ambtenaar is aangesteld maal één-zesendertigste deel van € 50.000, – gedurende het derde jaar van aanwijzing als herplaatsingskandidaat het aantal uren waarvoor de ambtenaar is aangesteld maal één-zesendertigste deel van € 25.000 per 18 april 2026 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026: € 33.000 . 4 Gedurende het vierde jaar en volgende jaren van aanwijzing als herplaatsingskandidaat bestaat geen recht op toekenning van een vertrekstimuleringspremie. 5 Voor de berekening van de vertrekstimuleringspremie wordt uitgegaan van het laatstgenoten salaris, verhoogd met het percentage van de eindejaarsuitkering en de vakantieuitkering op de datum waarop het ontslag ingaat. De fiscale consequenties die aan deze premie zijn verbonden, komen voor rekening van de herplaatsingskandidaat. De berekening van het maandsalaris is een gewogen salaris op grond van de aanstellingen van de ambtenaar in het verleden. 6 Op verzoek van de ambtenaar kan de vertrekstimuleringspremie rechtstreeks betaald worden aan een pensioenfonds of een verzekeringsmaatschappij of gestort worden in een bankspaarregeling. 7 De toegekende vertrekstimuleringspremie wordt in zijn geheel terugbetaald, indien betrokkene: Indien de terugkeer plaatsvindt in het eerste, tweede of derde jaar na afloop van bedoelde periode wordt eenmalig respectievelijk 75, 50 dan wel 25 procent van de vertrekstimuleringspremie terugbetaald. a. artikel 87 Werkloosheidswet vanwege ontslag op zijn aanvraag op grond vaneen werkloosheidsuitkering op grond van dewordt toegekend die ten laste van het bevoegd gezag wordt gebracht, of b. terugkeert naar de politie, binnen een periode, te rekenen vanaf de datum van het ontslag, genoemd in het eerste lid, die gelijk staat aan de duur waarop betrokkene op basis van zijn vertrekstimuleringspremie recht zou hebben gehad op buitengewoon verlof, bedoeld in het negende lid. 8 per 18 april 2026 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026: € 33.000 per 18 april 2026 en met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2026: € 69.000 Indien de berekende vertrekstimuleringspremie ingevolge het vijfde lid meer bedraagt dan het ingevolge het derde lid geldende maximumbedrag bedraagt deze maximaal twaalf maandsalarissen, verhoogd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, waarbij voor het tweede jaar na aanwijzing als herplaatsingskandidaat € 25.000en voor het derde jaar na zodanige aanwijzing € 50.000in mindering wordt gebracht. 9 De herplaatsingskandidaat kan in plaats van de vertrekstimuleringspremie kiezen voor buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging, waarvan de duur wordt bepaald aan de hand van de vertrekstimuleringspremie waarop de herplaatsingskandidaat maximaal aanspraak zou hebben. Ingeval van hervatting van de werkzaamheden bij de politie binnen de toegekende periode van buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging wordt het resterende deel van dat verlof ingetrokken met ingang van de datum van die hervatting en wordt bruto terugbetaling van de bezoldiging over het reeds genoten buitengewoon verlof gevorderd. Indien de hervatting plaatsvindt in het eerste, tweede of derde jaar na afloop van bedoelde periode wordt eenmalig respectievelijk 75, 50 dan wel 25 procent van de bezoldiging terugbetaald. 10 De bedragen, genoemd in het derde en achtste lid, worden per 1 januari van elk kalenderjaar bij ministeriële regeling geïndexeerd, overeenkomstig de cao-lonen, zoals deze voor het betrokken jaar, blijkens bekendmaking in de Macro-Economische Verkenningen in het voorafgaande jaar is geraamd, waarbij wordt afgerond naar het naaste veelvoud van € 1.000. Bedoelde indexering vindt voor het eerst plaats met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2016. 2026 14298 17-04-2026 31-03-2026 7241375 2026 14298 17-04-2026 31-03-2026 7241375 18-04-2026 01-01-2026
Artikel 55z — Artikel 55z#
Artikel 55z Aan de herplaatsingskandidaat en de preherplaatsingskandidaat die een functie buiten de politie heeft aanvaard, wordt kwijtschelding verleend van de terugbetalingsverplichtingen, opgenomen in de regelgeving van de rechtspositie van de ambtenaar. 2011 125 16-03-2011 26-02-2011 2011 125 16-03-2011 26-02-2011 17-03-2011 02-03-2010
Artikel 55aa — Artikel 55aa#
Artikel 55aa 1 artikel 87 artikel 55y Het bevoegd gezag kan op verzoek van een niet als herplaatsingskandidaat aangewezen ambtenaar en onder verlening van ontslag op eigen verzoek op grond vandeze ambtenaar een vertrekstimuleringspremie dan wel buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging verlenen met overeenkomstige toepassing van, voor zover daarmee de herplaatsing van een herplaatsingskandidaat wordt gerealiseerd of een bijdrage wordt geleverd aan het in balans brengen van de formatie en bezetting in het betreffende reorganisatiegebied.. 2 De inkomsten die de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid of bedrijf en aangevangen met ingang van de dag van zijn buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging, worden in mindering gebracht op de bezoldiging, tenzij die ambtenaar aannemelijk maakt dat die inkomsten, dan wel een gedeelte daarvan geen verband houden met verhoogde werkzaamheid. 3 De ambtenaar is verplicht om vanaf het moment van zijn buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging aan het bevoegd gezag opgave te doen van de inkomsten, bedoeld in het tweede lid. 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 01-01-2017 01-06-2016
Artikel 55aaa — Artikel 55aaa#
Artikel 55aaa artikel 55y artikel 55u Onverminderd het bepaalde over de toekenning van een vertrekstimuleringspremie dan wel buitengewoon verlof, overeenkomstig, wordt op verzoek van de ambtenaar die niet als herplaatsingskandidaat of pre-herplaatsingskandidaat is aangewezen door het bevoegd gezag toepassing gegeven aan één of meer van de op grond vangebaseerde en de in dit besluit opgenomen flankerende voorzieningen die ter beschikking staan voor ambtenaren die zijn aangewezen als herplaatsingkandidaat, indien aan de ambtenaar op diens aanvraag ontslag wordt verleend en op de vrijkomende formatieplaats een pre-herplaatsingkandidaat kan worden geplaatst of een herplaatsingkandidaat kan worden herplaatst. 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 01-01-2017 01-06-2016
Artikel 55bb — Artikel 55bb#
Artikel 55bb 1 Aan de ambtenaar aan wie eervol ontslag op eigen verzoek wordt verleend om een functie te aanvaarden op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht, kan op diens verzoek een terugkeergarantie worden gegeven. 2 De garantie geldt voor de duur van de wettelijke proeftijd die is opgenomen in de arbeidsovereenkomst en is in te roepen als de ambtenaar buiten eigen schuld of toedoen in de proeftijd wordt ontslagen. Indien de ambtenaar bij de nieuwe werkgever binnen de proeftijd wordt ontslagen, meldt de ambtenaar dit binnen drie werkdagen bij het bevoegd gezag. 3 De hernieuwde aanstelling gaat in binnen drie werkdagen na melding van het ontslag bij het bevoegd gezag. 4 Gegarandeerd wordt uitsluitend een hernieuwde aanstelling bij de oorspronkelijke eenheid of ondersteunende dienst met een bezoldiging overeenkomstig de bezoldiging bij vertrek, tenzij de ambtenaar weigert. 5 De ambtenaar die was aangewezen als herplaatsingskandidaat op het moment van ontslag op eigen verzoek, wordt bij terugkeer aangewezen als herplaatsingskandidaat voor de op het moment van ontslag resterende termijn, met een minimum van drie maanden. 2017 269 22-06-2017 15-06-2017 2017 269 22-06-2017 15-06-2017 23-06-2017 01-01-2017
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 1 De verstrekking van uniformkleding, die door het bevoegd gezag is aangewezen aan de aspirant, de ambtenaar in opleiding, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie en de vrijwillige ambtenaar, geschiedt door de zorg van het bevoegd gezag. De verstrekking van uniformkleding geschiedt kosteloos. Onze Minister kan ter zake van de verstrekking van uniformkleding nadere regels vaststellen, alsmede ter zake van het onderhoud van uniformkleding regels vaststellen. 2 De verstrekking van dienstkleding, die door het bevoegd gezag is aangewezen aan de aspirant, de ambtenaar in opleiding, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie en de vrijwillige ambtenaar, geschiedt door de zorg van het bevoegd gezag. De verstrekking van dienstkleding geschiedt kosteloos. Onze Minister kan ter zake van de verstrekking van dienstkleding nadere regels vaststellen, alsmede ter zake van het onderhoud van dienstkleding regels vaststellen. 3 De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, is verplicht het uniform en de onderscheidingstekenen te dragen, voor zover dit voor hem voorgeschreven is. 4 Het buiten dienst gekleed gaan in uniform is geoorloofd, behalve tijdens het vervullen van een nevenbetrekking of bij het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van derden, in welke vorm dan ook. Van dit verbod kan alleen ten aanzien van uit de openbare kas bezoldigde ambten door Onze Minister ontheffing worden verleend. 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 01-09-2020
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 1 artikel 56, eerste lid Het is de ambtenaar, bedoeld in, verboden in dienst uniformkledingstukken te dragen, tenzij deze van dienstwege zijn verstrekt of voorgeschreven. 2 artikel 56, eerste lid Het is de ambtenaar, bedoeld in, verboden bij gekleed gaan in uniform insignes of andere onderscheidingstekens te dragen, tenzij deze van regeringswege zijn verstrekt of voorgeschreven of tot het dragen daarvan door het bevoegd gezag vergunning is verleend. 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 1 Aan de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, en de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie kunnen studiefaciliteiten worden verleend. 2 Het bevoegd gezag kent studiefaciliteiten toe voor functiegerichte opleidingen tenzij zwaarwegende redenen van dienstbelang zich hiertegen verzetten. 3 Het bevoegd gezag kan studiefaciliteiten toekennen voor opleidingen die niet functiegericht zijn of voor opleidingen die zijn gericht op een functie buiten de politieorganisatie. 4 Onze Minister stelt nadere regels vast met betrekking tot het tweede en derde lid. 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 01-09-2020
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 De aspirant, de ambtenaar in opleiding, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die opsporingsbevoegdheid bezit, de vrijwilliger-aspirant, de vrijwillige ambtenaar in opleiding, de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de vrijwillige ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die opsporingsbevoegdheid bezit of de ambtenaar van de rijksrecherche, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de rijksrecherche, die opsporingsbevoegdheid bezit kunnen zich niet beroepen op de omstandigheid niet in dienst te zijn, in die gevallen, waarin hun optreden redelijkerwijze is vereist. 2024 340 13-11-2024 09-11-2024 2024 340 13-11-2024 09-11-2024 14-11-2024
Artikel 59a — Artikel 59a#
Artikel 59a 1 artikel 2c, tweede lid De ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die enkel een krachtens artikel 2c, tweede lid, aangewezen politieopleiding heeft voltooid, en de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die enkel een krachtens, aangewezen politieopleiding heeft voltooid, onthoudt zich van werkzaamheden buiten het vakgebied waarvan diens functie als bedoeld in dat lid onderdeel uitmaakt, onverminderd nadere opleidings- en certificeringseisen. 2 artikel 2c, eerste lid Het eerste lid is niet van toepassing gedurende de periode of perioden waarin de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, de politietaak bij een eenheid uitvoert in het kader van een krachtens, aangewezen politieopleiding, met het oog op een aanstelling in een andere functie dan bedoeld in artikel 2c, tweede lid. 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 01-09-2020
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 Indien de ambtenaar verhinderd is zijn dienst te verrichten, is hij verplicht daarvan, onder opgave van redenen, zo spoedig mogelijk mededeling te doen op de door het bevoegd gezag aangegeven wijze. 1999 364 31-08-1999 28-07-1999 1999 364 31-08-1999 28-07-1999 01-09-1999 01-01-1998 Werkt terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 60a — Artikel 60a#
Artikel 60a Vervallen 2017 478 14-12-2017 05-12-2017 2017 478 14-12-2017 05-12-2017 15-12-2017
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 1 De ambtenaar kan worden verplicht te gaan of te blijven wonen in of nabij de gemeente waarbinnen de plaats van tewerkstelling is gelegen, indien dit naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijk is in verband met de goede vervulling van zijn functie. 2 De ambtenaar aan wie de verplichting is opgelegd in of nabij de in het eerste lid bedoelde gemeente te gaan wonen, is gehouden zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk twee jaar nadat die verplichting is opgelegd, daaraan gevolg te geven. 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 1 Het bevoegd gezag kan in het belang van de dienst, in overeenstemming met de ambtenaar, met ingang van een door het ter zake bevoegd gezag te bepalen tijdstip, een ambtenaar detacheren: a. bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid, mits de detachering op aanvraag van of in overeenstemming met Onze Minister plaatsvindt; b. bij een door Onze Minister aan te wijzen organisatie. 2 Indien de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, bij koninklijk besluit is aangesteld, is voor de detachering de instemming van Onze Minister vereist. 3 Onze Minister stelt bij ministeriele regeling een modelovereenkomst vast die wordt gebruikt indien een ambtenaar wordt gedetacheerd. 2024 176 21-06-2024 14-06-2024 2024 176 21-06-2024 14-06-2024 22-06-2024
Artikel 62a — Artikel 62a#
Artikel 62a Een ambtenaar in dienst van de politie kan op zijn verzoek door Onze Minister ter beschikking worden gesteld van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba voor het vervullen van een functie bij de overheden in die landen en in die openbare lichamen dan wel ten behoeve van het verrichten van werkzaamheden in het kader van de samenwerking tussen de landen van het Koninkrijk in het recherchesamenwerkingsteam. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 62b — Artikel 62b#
Artikel 62b artikel 62a Op de terbeschikkingstellingen bedoeld inzijn de voorwaarden van toepassing die in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst zijn overeengekomen voor de terbeschikkingstelling van ambtenaren, die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn, aan Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 1 De ambtenaar die in een deelbetrekking is aangesteld en die op aanwijzing of met goedkeuring van het bevoegd gezag een opleiding volgt, is verplicht aan die opleiding deel te nemen als ware hij in een volledige betrekking aangesteld. 2 artikel 27 van het Besluit bezoldiging politie Voor zolang het eerste lid meebrengt dat de arbeidstijd die de betrekking van de ambtenaar omvat, wordt overschreden, wordt hem een vergoeding toegekend met toepassing van. 3 De in het eerste lid gestelde verplichting geldt niet ten aanzien van die opleidingen, waarvoor een programma is vastgesteld dat uitdrukkelijk voorziet in de mogelijkheid van deelname door ambtenaren, die een deelbetrekking vervullen. 1997 497 06-11-1997 02-09-1997 1997 497 06-11-1997 02-09-1997 07-11-1997 01-04-1997 Artikelen 1, 10, 12, 13, 30, 31, 37, 62, 63 en 72 werken terug
tot en met 1 april 1997. Artikelen 13a, 18, 35 en 35a werken
terug tot en met 1 juli 1997.
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 1 Indien het belang van de dienst dit in bijzondere gevallen vordert, is de ambtenaar verplicht zijn functie op een andere dan de hem aangewezen plaats van tewerkstelling of binnen een ander dan het hem aangewezen werkgebied uit te oefenen of, al dan niet op een andere dan de hem aangewezen plaats van tewerkstelling of binnen een ander dan het hem aangewezen werkgebied, een andere functie dan die waarin hij is aangesteld, mits dit redelijk is in verband met zijn persoonlijkheid, omstandigheden en vooruitzichten. 2 Ter begrenzing van de toepassing van een verplaatsing op grond van het eerste lid, bedraagt de maximale reistijd niet meer dan anderhalf uur enkele reis en maximaal twee keer anderhalf uur heen- en terugreis vanuit de woning naar de aangewezen plaats van tewerkstelling en bedraagt de reisafstand over de weg maximaal 125 kilometer enkele reis en maximaal 250 kilometer heen- en terugreis, vanuit de woning naar de aangewezen plaats van tewerkstelling. 3 artikel 6, eerste lid, van het Besluit reis-, verblijf, en verhuiskosten politie Voor de meer gemaakte reiskilometers die ontstaan door de verplaatsing op grond van het eerste lid, ontvangt de ambtenaar vanaf het moment van de wijziging een tegemoetkoming in de reiskosten woon-werkverkeer op grond van. 4 De tegemoetkoming bedoeld in het derde lid wordt toegekend voor elke kilometer die de afstand naar de nieuwe plaats van te werkstelling meer bedraagt dan de afstand van de woning naar de oorspronkelijke plaats van te werkstelling. 5 De ambtenaar die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak behoudt bij een verplaatsing, zoals bedoeld in het eerste lid, naar een administratief-technische functie zijn aanstelling als ambtenaar ter uitvoering van de politietaak. 6 De ambtenaar kan een aanvraag doen om teruggeplaatst te worden in of nabij de oorspronkelijke plaats van tewerkstelling. 7 artikel 9a Besluit bezoldiging politie De ambtenaar behoudt het recht op de periodieken op grond vanOVW periodieken, bij plaatsing op grond van het eerste lid in een functie met minder dan 24 OVW punten. 2024 176 21-06-2024 14-06-2024 2024 176 21-06-2024 14-06-2024 01-07-2024
Artikel 64a — Artikel 64a#
Artikel 64a 1 De ambtenaar kan tijdelijk voor niet langer dan drie achtereenvolgende maanden worden ingezet voor werkzaamheden in een andere dan de eigen functie, mits de andere werkzaamheden redelijkerwijs aan de ambtenaar kunnen worden opgedragen en in het verlengde van diens functie liggen. 2 De ambtenaar kan eveneens tijdelijk voor niet langer dan drie achtereenvolgende maanden, in de eigen functie of belast met werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid, worden ingezet in een ander team dan wel op een andere plaats dan de aangewezen plaats van tewerkstelling. 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de tijdelijke wijziging van de inzet van een groep ambtenaren. 4 Vanaf het moment dat de ambtenaar wordt ingezet op grond van het tweede lid, ontvangt hij een tegemoetkoming voor elke kilometer die de afstand tussen zijn woning en de oorspronkelijke plaats van tewerkstelling te boven gaat. 5 artikel 6, eerste lid, van het Besluit reis-, verblijf-, en verhuiskosten politie De in het vierde lid bedoelde tegemoetkoming bedraagt per afgelegde meerkilometer het bedrag, genoemd in. 2024 176 21-06-2024 14-06-2024 2024 176 21-06-2024 14-06-2024 01-07-2024
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 Op aanvraag van de ambtenaar kan hem een andere functie worden opgedragen, al dan niet op een andere dan de hem aangewezen plaats van tewerkstelling of binnen een ander dan het hem aangewezen werkgebied, of kan hem op aanvraag worden opgedragen zijn functie op een andere dan de aangewezen plaats van tewerkstelling dan wel een ander dan het aangewezen werkgebied uit te oefenen. 1999 370 02-09-1999 17-07-1999 1999 370 02-09-1999 17-07-1999 03-09-1999 De artikelen 13a en 20 werken terug tot en met 1 februari 1999.
Artikel 65a — Artikel 65a#
Artikel 65a 1 Aan de vrijwillige ambtenaar kan, anders dan in gevallen van reorganisatie, een andere functie worden opgedragen, al dan niet op een andere dan de hem aangewezen plaats van tewerkstelling of binnen een ander dan het hem aangewezen werkgebied. Aan hem kan tevens worden opgedragen zijn functie op een andere dan de hem aangewezen plaats van tewerkstelling of binnen een ander dan het hem aangewezen werkgebied uit te oefenen. 2 De verplaatsing bedoeld in het eerste lid geschiedt: a. op verzoek van de vrijwillige ambtenaar; b. op verzoek van het bevoegd gezag, indien er sprake is van een niet werkbare situatie, gelegen in de aard van de persoon of de opgedragen werkzaamheden; of c. bij gebleken en aanhoudende afwijking van het landelijke vrijwilligersbeleid in het organisatieonderdeel waar de vrijwillige ambtenaar is aangesteld. 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 01-09-2020
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 Vervallen 2020 534 22-12-2020 15-12-2020 2020 534 22-12-2020 15-12-2020 23-12-2020
Artikel 66a — Artikel 66a#
Artikel 66a Vervallen 2006 129 09-03-2006 03-02-2006 2006 129 09-03-2006 03-02-2006 10-03-2006
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 1 Van de ambtenaar en de gewezen ambtenaar die geheel of gedeeltelijk op kosten van het bevoegd gezag een opleiding hebben verkregen, kunnen deze kosten geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd indien: a. de opleiding niet met goed gevolg is afgerond door toedoen van de ambtenaar of in het geval het niet met goed gevolg afronden aan eigen schuld van de ambtenaar is te wijten; b. de opleiding voortijdig wordt beëindigd door toedoen van de ambtenaar of in het geval de beëindiging aan eigen schuld van de ambtenaar is te wijten; c. de ambtenaar binnen een periode van drie jaar na afronding van de opleiding de politie verlaat tenzij de ambtenaar het vertrek niet is toe te rekenen. 2 artikel 91 In beginsel geldt de verplichting uit het eerste lid niet bij een ontslag op grond van. 3 Tot terugvordering van de kosten, bedoeld in het eerste lid, kan slechts worden overgegaan indien de ambtenaar schriftelijk heeft verklaard bekend te zijn met de mogelijkheid van terugvordering en de kosten die voor de terugvordering in aanmerking kunnen komen. 4 De terugvordering, bedoeld in het eerste lid onder c, geschiedt binnen drie maanden na de datum waarop de ambtenaar de politie heeft verlaten. Bij de berekening van de terug te betalen kosten wordt rekening gehouden met het reeds verstreken deel van de periode van drie jaar. 5 Onze Minister stelt over de uitvoering van het eerste lid nadere regels vast. 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 1 Het bevoegd gezag kan de ambtenaar verplichten de door de dienst geleden schade, voor zover deze aan de ambtenaar is te wijten, geheel of gedeeltelijk te vergoeden. In gevallen waarin de schade minder bedraagt dan € 226,89 kan de directeur van de Politieacademie de in de eerste volzin bedoelde bevoegdheid uitoefenen jegens een aspirant of een vrijwilliger-aspirant. 2 Het bedrag van de schadevergoeding wordt niet vastgesteld dan nadat de ambtenaar in de gelegenheid is gesteld zich schriftelijk of mondeling te verantwoorden. 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 01-09-2020
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 1 Aan de ambtenaar wordt de schade aan zijn goederen vergoed die hij buiten zijn schuld lijdt ten gevolge van de uitoefening van zijn dienst, voor zover die schade niet bestaat uit de normale slijtage van die goederen. 2 De ambtenaar heeft geen aanspraak, bedoeld in het eerste lid, indien hij ter zake van die schade rechten tegenover derden kan doen gelden. Indien de ambtenaar zijn rechten tegenover derden cedeert aan het bevoegd gezag, wordt hij in het genot gesteld van het in geld uitgedrukte bedrag van de schade. 3 Aan de ambtenaar wordt de immateriële schade die hij ten gevolge van de uitoefening van zijn dienst lijdt in geld vergoed, voor zover hij terzake van deze schade op basis van een onherroepelijke rechterlijke uitspraak tegenover derden rechten op betaling van een geldsom kan doen gelden en mits hij deze rechten binnen zes maanden na de definitieve rechterlijke uitspraak cedeert aan het bevoegd gezag. 4 Indien het bevoegd gezag ter zake van de door voornoemde cessies verkregen rechten een civiele vordering instelt, worden de kosten die hieruit voortvloeien voor het bevoegd gezag niet op de ambtenaar verhaald. 5 Onze Minister stelt ter uitvoering van dit artikel nadere regels vast. 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 69a — Artikel 69a#
Artikel 69a 1 artikel 511a van het Wetboek van Strafvordering Indien de ambtenaar wegens de uitoefening van de werkzaamheden aansprakelijk wordt gesteld naar burgerlijk recht, als verdachte wordt aangemerkt naar strafrecht of geweld heeft gebruikt en ten aanzien van dat geweldgebruik een feitenonderzoek als bedoeld inis ingesteld, kent het bevoegd gezag diegene een tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp toe, tenzij diegene naar het oordeel van het bevoegd gezag opzettelijk onrechtmatig dan wel opzettelijk wederrechtelijk of bewust roekeloos heeft gehandeld, of grof nalatig is geweest. 2 Indien de ambtenaar een vordering instelt op grond van onrechtmatige daad, jegens hem gepleegd wegens de uitoefening van de werkzaamheden, kent het bevoegd gezag hem een tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp toe, tenzij het bevoegd gezag van oordeel is dat de vordering kennelijk onvoldoende grond heeft of kennelijk onredelijk is. 3 artikel 2, tweede lid, van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing indien de rechtskundige hulp aan de ambtenaar is verleend, op grond van zijn lidmaatschap, door een centrale of een vereniging als bedoeld in, met dien verstande dat de tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp rechtstreeks wordt betaald aan voornoemde centrale of vereniging. 4 Het bevoegd gezag kan verdere tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp staken of de tegemoetkoming in de kosten van de rechtskundige hulp terugvorderen, indien a de aan een derde toegebrachte schade blijkens rechterlijk vonnis het gevolg is van opzettelijk onrechtmatig dan wel opzettelijk wederrechtelijk of bewust roekeloos handelen van de ambtenaar, of b indien de ambtenaar strafrechtelijk wordt veroordeeld. 5 In bijzondere gevallen, gelet op de aard van de zaak of de omstandigheden van de ambtenaar, kan het bevoegd gezag, overwegend dat de handeling geen gevolg is van de taakuitoefening van de ambtenaar, besluiten tot een tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp. 6 Onze Minister stelt nadere regels vast met betrekking tot tegemoetkoming in de kosten van rechtskundige hulp. 2022 357 14-09-2022 01-09-2022 2022 357 14-09-2022 01-09-2022 15-09-2022 01-07-2022
Artikel 69b — Artikel 69b#
Artikel 69b 1 artikel 53, paragraaf 2 van hoofdstuk VII artikel 69 De korpschef kan de ambtenaar naar billijkheid kosten vergoeden, een geldelijke tegemoetkoming verlenen of een schadevergoeding toekennen anders dan bedoeld inof. 2 Onze Minister kan regels stellen omtrent de kostenvergoedingen, geldelijke tegemoetkomingen en schadevergoedingen aan groepen van ambtenaren. 3 De voorgaande leden zijn niet van toepassing op gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van dit artikel. 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 01-04-2025 Artikel XV van Stb. 2024/328 bevat overgangsrecht met betrekking
tot deze wijziging.
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 1 Wet publieke gezondheid hoofdstuk VII De ambtenaar die in contact staat of kort geleden heeft gestaan met een persoon die een ziekte heeft waarvoor krachtens deeen meldingsplicht geldt, mag zijn dienst niet verrichten en heeft geen toegang tot dienstgebouwen, -lokalen en -terreinen dan met toestemming van het bevoegd gezag, dat deze toestemming slechts kan verlenen na een positief medisch advies als bedoeld in. 2 De ambtenaar die verkeert in de situatie, bedoeld in het eerste lid, is verplicht daarvan ten spoedigste kennis te geven aan de deskundige persoon of de arbodienst. Hij is gehouden zich te gedragen naar de vanwege de deskundige persoon of de arbodienst gegeven aanwijzingen, waaronder die met betrekking tot het ondergaan van een geneeskundig onderzoek. 3 Gedurende de periode dat de ambtenaar ingevolge dit artikel zijn dienst niet verricht, geniet hij volle bezoldiging. 2020 534 22-12-2020 15-12-2020 2020 534 22-12-2020 15-12-2020 23-12-2020
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 1 artikel 72 Met inachtneming van de door het bevoegd gezag ter zake vastgestelde regels wordt met de ambtenaar ten minste een maal per jaar een gesprek gehouden over de vervulling van zijn functie in de afgelopen en komende periode en de voortgang van een persoonlijk ontwikkelingsplan als bedoeld in. In het gesprek wordt ook aandacht besteed aan integriteitsaspecten in relatie tot het functioneren van de ambtenaar en het functioneren van het dienstonderdeel waar hij werkzaam is. De hoofdzaken van dit gesprek worden in overeenstemming met de ambtenaar in een door de ambtenaar medeondertekend document vastgelegd. De ambtenaar ontvangt een afschrift van dit document. 2 Met inachtneming van de door het bevoegd gezag ter zake vastgestelde regels wordt de ambtenaar die een aanvraag daartoe indient dan wel ten aanzien van wie dit door het bevoegd gezag nodig wordt geacht, beoordeeld over de wijze waarop hij zijn functie vervult en zijn gedragingen tijdens de uitoefening van die functie. Aan de aanvraag van de ambtenaar om overeenkomstig dit lid te worden beoordeeld, wordt niet eerder voldaan dan na het verstrijken van één jaar sedert de vastlegging van de voorafgaande over hem uitgebrachte beoordeling. 3 Met inachtneming van de door het bevoegd gezag ter zake vastgestelde regels worden toekomstverwachtingen opgemaakt over de ambtenaar die in beschouwing wordt genomen voor een binnen afzienbare tijd te verwachten plaatsing in een hoger gewaardeerde functie van een onderdeel van het landelijk politiekorps dan wel binnen de Politieacademie. Ook kunnen toekomstverwachtingen worden opgemaakt voor een ambtenaar die in de nabije toekomst een verplaatsing naar een andere niet hoger gewaardeerde functie in een onderdeel van het landelijk politiekorps dan wel binnen de Politieacademie aanvraagt of ten aanzien van wie een dergelijke verplaatsing wenselijk wordt geacht, mits de mogelijkheid tot een dergelijke verplaatsing reëel aanwezig is en het bevoegd gezag instemt met de wens van de ambtenaar. 4 Onder toekomstverwachting wordt in dit verband verstaan: een systematische bezinning op de behoeften en potentiële capaciteiten van de ambtenaar, bekeken in het kader van de mogelijkheden binnen het desbetreffende onderdeel van het landelijk politiekorps of de Politieacademie, welke bezinning uitmondt in concrete afspraken alsmede het daarop tijdig actie ondernemen. 5 De ambtenaar wordt van de inhoud van de over hem opgemaakte beoordeling, bedoeld in het tweede lid, of de over hem opgemaakte toekomstverwachting, bedoeld in het derde en vierde lid, in kennis gesteld nadat deze door het bevoegd gezag is bekrachtigd. Hij ontvangt een afschrift van het document dat de over hem opgemaakte beoordeling of de toekomstverwachting bevat. Hij ondertekent dit document voor kennisgeving van de inhoud en voor ontvangst ervan. Hij kan zijn bezwaren tegen de over hem opgemaakte beoordeling of toekomstverwachting overeenkomstig de door het bevoegd gezag vastgestelde regels aan het bevoegd gezag kenbaar maken en om herziening verzoeken. 6 Onze Minister kan ter uitvoering van dit artikel nadere regels vaststellen. 2017 269 22-06-2017 15-06-2017 2017 269 22-06-2017 15-06-2017 23-06-2017 01-01-2017
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 Met inachtneming van de door Onze Minister ter zake vastgestelde gespreksleidraad wordt met de ambtenaar ten minste eenmaal per drie jaar een gesprek gehouden over een persoonlijk ontwikkelingsplan. Op aanvraag van de ambtenaar dan wel in overleg met de ambtenaar kan het bevoegd gezag bepalen dat een gesprek over een persoonlijk ontwikkelingsplan plaatsvindt met een grotere frequentie dan eenmaal per drie jaar, doch met een maximum van eenmaal per jaar. De hoofdzaken van dit gesprek worden in overeenstemming met de ambtenaar in een door de ambtenaar medeondertekend document vastgelegd. De ambtenaar ontvangt een afschrift van dit document. 2006 676 21-12-2006 12-12-2006 2006 676 21-12-2006 12-12-2006 22-12-2006 01-01-2006
Artikel 72a — Artikel 72a#
Artikel 72a artikel 1, eerste lid, onderdeel s, onder 1°, van de Politiewet 2012 Een diploma verbonden aan het voltooien van een initiële opleiding, die de ambtenaar is begonnen vóór 1 januari 2002, wordt voor wat betreft de benoembaarheid van de ambtenaar in een functie, bij nader door Onze Minister te stellen regels, gelijkgesteld aan een diploma verbonden aan een voltooide initiële opleiding van na 1 januari 2002 en aan een diploma verbonden aan een politieopleiding als bedoeld in. 2017 441 28-11-2017 12-10-2017 2017 442 28-11-2017 16-11-2017 29-11-2017 01-01-2017
Artikel 73 — Artikel 73#
Artikel 73 1 Aan de ambtenaar kan door het bevoegd gezag de toegang tot de dienstlokalen, dienstgebouwen, dienstterreinen, dan wel het verblijf aldaar, worden ontzegd. 2 Hij is verplicht zich te gedragen naar de maatregelen van orde die ten aanzien van het verblijf op voornoemde plaatsen zijn vastgesteld. 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 74 — Artikel 74#
Artikel 74 1 De ambtenaar kan wegens buitengewone toewijding of bijzonder loffelijke dienstverrichtingen worden beloond. 2 De beloningen voor de ambtenaar, met uitzondering van de vrijwillige ambtenaar, zijn: a. tevredenheidsbetuiging; b. extra verlof; c. gratificatie; d. verhoging van het salaris tot het naasthogere bedrag in de salarisschaal of e. indeling in een hogere salarisschaal. 3 Dit artikel is niet van toepassing op de ambtenaar met een functie waarvoor salarisschaal 15 of hoger geldt. 4 De beloningen voor de vrijwillige ambtenaar zijn: a. tevredenheidsbetuiging; of b. gratificatie van ten hoogste € 226,89. 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 01-09-2020
Artikel 75 — Artikel 75#
Artikel 75 1 Het bevoegd gezag verstrekt aan de ambtenaar bij zijn twaalfeneenhalf-, 25-, 40-, 45- of 50-jarig ambtsjubileum een huldeblijk, bestaande uit een gratificatie of geschenk, dan wel uit een combinatie van beide. 2 De aan het huldeblijk verbonden uitgaven bedragen bij de in het eerste lid genoemde ambtsjubilea respectievelijk niet meer dan vijfentwintig, vijftig, honderd, vijftig en honderd procent van de som van de bezoldiging en de vakantieuitkering van de ambtenaar. Voor de gedeeltelijk arbeidsongeschikte ambtenaar worden de in de eerste volzin vermelde percentages genomen van de bezoldiging en de vakantie-uitkering die de ambtenaar zou hebben genoten indien er geen sprake zou zijn geweest van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. 3 Het bevoegd gezag kent aan de ambtenaar die een diensttijd bij de politie heeft van tien jaar of meer en aan wie ontslag is verleend op grond van: a. artikel 91 , b. artikel 94, eerste lid, onderdeel e , of c. artikel 94, eerste lid, onderdeel f , voor zover dit ontslag is verleend in verband met het vanuit ziekte verrichten van passende arbeid bij een andere werkgever dan een overheidswerkgever, een gratificatie toe, tenzij bij voortduring van het dienstverband niet binnen een termijn van vijf jaar aanspraak op een gratificatie bij ambtsjubileum zou bestaan. De gratificatie bedraagt een in verhouding tot de doorgebrachte diensttijd evenredig gedeelte van de eerstvolgende gratificatie bij ambtsjubileum waarop hij bij het voortduren van het dienstverband aanspraak zou maken. 4 Onze Minister stelt regels over de diensttijd die voor de vaststelling van de in het eerste lid genoemde ambtsjubilea in aanmerking komt. 5 Geen gratificatie als bedoeld in het eerste lid bij een 45-jarig ambtsjubileum ontvangen ambtenaren die de gratificatie uit anderen hoofde hebben ontvangen. 2024 340 13-11-2024 09-11-2024 2024 340 13-11-2024 09-11-2024 14-11-2024
Artikel 75bis — Artikel 75bis#
Artikel 75bis Aan de vrijwillige ambtenaar kan een vergoeding worden verstrekt overeenkomstig door Onze Minister vast te stellen regels. Deze vergoeding kan voor de verschillende categorieën vrijwillige ambtenaren verschillend worden vastgesteld. 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 01-09-2020
Artikel 75a — Artikel 75a#
Artikel 75a Dit hoofdstuk is niet van toepassing op de directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger. 2017 269 22-06-2017 15-06-2017 2017 269 22-06-2017 15-06-2017 23-06-2017 01-01-2017
Artikel 76 — Artikel 76#
Artikel 76 1 De ambtenaar die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt, kan disciplinair worden gestraft. 2 Plichtsverzuim omvat zowel het overtreden van een voorschrift als het doen of nalaten van iets dat een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen. 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 77 — Artikel 77#
Artikel 77 1 Aan de ambtenaar, met uitzondering van de vrijwillige ambtenaar, kunnen de volgende straffen worden opgelegd: a. schriftelijke berisping; b. buitengewone dienst op andere dagen dan op zondag en de voor de ambtenaar geldende kerkelijke feestdagen en vrije dagen zonder beloning of tegen een lagere dan de normale beloning en wel voor ten hoogste zes uren met een maximum van drie uren per dag; c. artikel 17 vermindering van het recht op een jaarlijkse vakantie met ten hoogste een vierde gedeelte van het aantal uren, bedoeld in, waarop in het desbetreffende kalenderjaar aanspraak bestaat; d. geldboete van ten hoogste € 22; e. gedeeltelijke inhouding van salaris tot een bedrag van ten hoogste het salaris over een halve maand; f. vermindering van het salarisnummer met ten hoogste twee jaren, voor de tijd van niet langer dan twee jaren; g. het niet meetellen van een verdere diensttijd van ten hoogste vier jaren voor de vaststelling van het salarisnummer; h. schorsing voor een bepaalde tijd met gehele of gedeeltelijke inhouding van de bezoldiging; i. plaatsing in een salarisschaal waarvoor een lager maximumsalaris geldt; of j. ontslag. 2 De straffen die aan een vrijwillige ambtenaar kunnen worden opgelegd, zijn: a. schriftelijke berisping; b. geldboete van ten hoogste € 22; c. schorsing voor een bepaalde tijd; of d. ontslag. 3 Aan aspiranten, ambtenaren in opleiding, vrijwilliger-aspiranten en vrijwillige ambtenaren in opleiding kan tevens worden opgelegd de straf van verwijdering voor ten hoogste veertien dagen van de instelling waar de betrokkene zijn opleiding geniet, met dien verstande dat deze straf niet wordt opgelegd op de dagen waarop de opleidingsresultaten van de betrokkenen volgens de ter zake vastgestelde regels worden getoetst of beoordeeld. 4 Onverminderd het vijfde lid, worden de straffen, bedoeld in het eerste en het tweede lid, opgelegd door het bevoegd gezag. 5 Indien het een ambtenaar betreft die bij koninklijk besluit is benoemd, worden de straffen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b tot en met f, opgelegd door het bevoegd gezag en worden de straffen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen h tot en met j, opgelegd bij koninklijk besluit. Indien het een ambtenaar betreft, werkzaam bij een onderdeel van het landelijk politiekorps of werkzaam bij de rijksrecherche, die bij koninklijk besluit is benoemd, worden de straffen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en g, opgelegd door Onze Minister. 6 Indien een straf als bedoeld in het eerste lid, onderdeel g, is opgelegd, kan het bevoegd gezag de positie van de ambtenaar met ingang van een bepaald tijdstip geheel of ten dele in overeenstemming brengen met de positie zoals deze zonder strafoplegging zou zijn geweest, indien het verdere gedrag van de ambtenaar naar het oordeel van het bevoegd gezag daartoe aanleiding heeft gegeven. 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 01-09-2020
Artikel 78 — Artikel 78#
Artikel 78 1 Bij het opleggen van een straf kan worden bepaald dat deze niet ten uitvoer zal worden gelegd, indien de ambtenaar zich gedurende de bij het opleggen van de straf te bepalen termijn niet schuldig maakt aan soortgelijk plichtsverzuim als waarvoor de bestraffing plaatsvindt, noch aan enig ander ernstig plichtsverzuim en zich houdt aan bij het opleggen van de straf eventueel te stellen bijzondere voorwaarden. 2 a e artikel 77, eerste lid, onderdelentot en met Indien met toepassing van het eerste lid de straf van ontslag aan een ambtenaar, met uitzondering van de vrijwillige ambtenaar, wordt opgelegd, kan tegelijk met deze straf één van de ingenoemde straffen worden opgelegd. 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 01-09-2020
Artikel 79 — Artikel 79#
Artikel 79 1 Indien de ambtenaar gebruik maakt van de mogelijkheid zich te verantwoorden in het geval dat het bevoegd gezag voornemens is hem een straf op te leggen, geschiedt de verantwoording ten overstaan van het gezag dat tot strafoplegging bevoegd is. Indien de bevoegdheid tot strafoplegging bij Ons berust, geschiedt de verantwoording bij Onze Minister. Het gezag ten overstaan waarvan de verantwoording plaats zal hebben, bepaalt of deze verantwoording mondeling of schriftelijk zal plaatsvinden. Bij schriftelijke verantwoording wordt de ambtenaar op zijn verzoek de gelegenheid gegeven tot nadere mondelinge toelichting. 2 Van de mondelinge verantwoording wordt direct een verslag opgemaakt, dat na voorlezing wordt getekend door degene tegenover wie de verantwoording heeft plaatsgevonden en door de ambtenaar. Indien de ambtenaar het verslag weigert te ondertekenen, wordt dit in het verslag, zo mogelijk met opgave van de redenen, vermeld. De ambtenaar ontvangt een afschrift van het verslag. 3 Indien de ambtenaar dit verlangt, worden hem of zijn raadsman afschriften verstrekt van de ambtelijke rapporten of andere geschriften die op de hem ten laste gelegde feiten betrekking hebben. 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 2012 510 26-10-2012 13-10-2012 01-01-2013
Artikel 80 — Artikel 80#
Artikel 80 1 artikel 10, eerste lid, Ambtenarenwet 2017 artikel 80b De ambtenaar kan niet worden gestraft wegens overtreding van, dan nadat daarover advies is ingewonnen van de Adviescommissie grondrechten en functie-uitoefening ambtenaren als bedoeld in. 2 Het bevoegd gezag geeft bij zijn besluit tot strafoplegging te kennen of dit in overeenstemming is met het ingewonnen advies. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 80a — Artikel 80a#
Artikel 80a artikelen 80a tot en met 80i In dewordt verstaan onder: a. belanghebbende: 80 degene op wie het inbedoelde voornemen betrekking heeft. b. commissie: artikel 80b de Adviescommissie grondrechten en functie-uitoefening politieambtenaren als bedoel in. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 80b — Artikel 80b#
Artikel 80b 1 Er is een Adviescommissie grondrechten en functie-uitoefening politieambtenaren. 2 artikel 80 De commissie heeft tot taak het bevoegd gezag van advies te dienen over het voornemen een disciplinaire straf op te leggen als bedoeld in. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 80c — Artikel 80c#
Artikel 80c 1 De commissie bestaat uit vijf leden onder wie de voorzitter. Voorts kunnen een plaatsvervangend voorzitter en plaatsvervangende leden worden benoemd. De plaatsvervangend voorzitter wordt uit de leden benoemd. 2 De voorzitter en de andere leden, alsmede hun plaatsvervangers worden bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister benoemd en ontslagen. Onze Minister stelt de centrales van verenigingen van ambtenaren die deel uitmaken van de Commissie voor Georganiseerd Overleg in Politie-ambtenarenzaken in de gelegenheid gesteld voorstellen te doen voor leden, alsmede hun plaatsvervangers, die deskundig zijn op het gebied van de sector Politie. 3 De voorzitter en de andere leden, alsmede hun plaatsvervangers, worden benoemd voor een periode van ten hoogste vier jaar. Herbenoeming kan twee maal en telkens voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 80d — Artikel 80d#
Artikel 80d De commissie wordt bijgestaan door een secretaris en een plaatsvervangend secretaris. Zij worden door Onze Minister ter beschikking gesteld aan de commissie. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 80e — Artikel 80e#
Artikel 80e 1 Wanneer het advies van de commissie wordt gevraagd, worden daarbij afschriften van de ter zake dienende stukken overgelegd. 2 Wanneer uit een oogpunt van bronbescherming de inhoud van bepaalde stukken ter uitsluitende kennisneming van de commissie dient te blijven, wordt dat aan de commissie medegedeeld. 3 De commissie is bevoegd voorts alle inlichtingen in te winnen die zij voor de vorming van haar advies nodig acht. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 80f — Artikel 80f#
Artikel 80f 1 Zo spoedig mogelijk na ontvangst van de adviesaanvraag stelt de voorzitter de datum voor een vergadering vast, die – behoudens dringende redenen – niet later dan vier weken na de ontvangst mag plaatsvinden. 2 artikel 80g, eerste lid, tweede volzin De secretaris geeft de belanghebbende alsmede het bevoegd gezag onverwijld na de vaststelling kennis van plaats en tijdstip der vergadering onder mededeling van het bepaalde in het derde lid, alsmede van het bepaalde in. 3 artikel 80e, tweede lid De belanghebbende en zijn raadsman worden voor deze vergadering in de gelegenheid gesteld kennis en afschrift te nemen van alle op de zaak betrekking hebbende stukken, voorzover niet, van toepassing is. In voorkomend geval wordt de belanghebbende daarvan mededeling gedaan. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 80g — Artikel 80g#
Artikel 80g 1 De commissie hoort ter vergadering de belanghebbende, tenzij deze heeft verklaard daarop geen prijs te stellen of zonder gegronde reden aan een daartoe gedane oproeping geen gevolg heeft gegeven. De belanghebbende kan zich ter vergadering van de commissie laten bijstaan door een raadsman. 2 Het bevoegd gezag wordt in de gelegenheid gesteld zijn standpunt ter vergadering van de commissie nader te doen toelichten. 3 De commissie is bevoegd iedere ambtenaar ten aanzien waarvan zij het horen wenselijk acht te doen oproepen ter vergadering. De opgeroepen ambtenaar verstrekt desgevraagd alle inlichtingen. Indien dit uit een oogpunt van bronbescherming noodzakelijk is, verstrekt de ambtenaar de inlichtingen slechts in het bijzijn van de commissie. 4 De commissie kan al dan niet op verzoek van de belanghebbende andere personen horen. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 80h — Artikel 80h#
Artikel 80h 1 De commissie vergadert niet, indien niet ten minste de voorzitter en twee andere leden, dan wel hun plaatsvervangers, die deskundig zijn op het gebied van de sector Politie, aanwezig zijn. 2 De vergaderingen van de commissie zijn niet openbaar. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 80i — Artikel 80i#
Artikel 80i 1 De commissie beslist bij meerderheid van stemmen. Noch de voorzitter, noch een der andere leden onthoudt zich van deelneming aan enige stemming. Indien de stemmen staken geeft de stem van de voorzitter de doorslag. 2 Het advies van de commissie wordt met redenen omkleed. Indien in de commissie een minderheidsstandpunt bestaat, wordt dit, alsmede de daaraan ten grondslag liggende argumenten, desverlangd in het advies opgenomen. Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend. 3 artikel 80f, eerste lid artikel 80b Behoudens dringende redenen wordt het advies niet later dan vier weken na de in, bedoelde vergadering uitgebracht aan het inbedoelde adviesvragende gezag. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 81 — Artikel 81#
Artikel 81 De ambtenaar dient van de ontvangst van een besluit inzake strafoplegging te doen blijken door onmiddellijke terugzending van een door hem ondertekend en gedateerd ontvangstbewijs. 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 82 — Artikel 82#
Artikel 82 De straf, behalve die van schriftelijke berisping, wordt niet ten uitvoer gelegd zolang zij niet onherroepelijk is geworden, tenzij bij het opleggen van de straf is bevolen dat deze onmiddellijk ten uitvoer wordt gelegd. 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 82a — Artikel 82a#
Artikel 82a artikel 98 Dit hoofdstuk, met uitzondering van, is niet van toepassing op de directeur van de Politieacademie en zijn plaatsvervanger. 2017 478 14-12-2017 05-12-2017 2017 478 14-12-2017 05-12-2017 15-12-2017 01-01-2017
Artikel 83 — Artikel 83#
Artikel 83 Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg De ambtenaar is van rechtswege in zijn ambt geschorst wanneer hem rechtmatig zijn vrijheid is ontnomen, tenzij de vrijheidsontneming het gevolg is van een maatregel, anders dan op grond van deof de, genomen in het belang van de volksgezondheid. 2019 198 05-06-2019 16-05-2019 2019 437 29-11-2019 21-11-2019 01-01-2020
Artikel 84 — Artikel 84#
Artikel 84 1 artikel 77, eerste lid, onderdeel h Onverminderd, kan de ambtenaar in zijn ambt worden geschorst: a. indien een strafrechtelijke vervolging ter zake van een misdrijf tegen hem is ingesteld; b. wanneer hem door het bevoegd gezag dan wel door Ons, indien het een ambtenaar betreft die bij koninklijk besluit is benoemd, het voornemen tot bestraffing met onvoorwaardelijk ontslag is meegedeeld dan wel wanneer hem die straf is opgelegd of c. wanneer naar het oordeel van het bevoegd gezag dan wel naar Ons oordeel indien het betreft een ambtenaar die bij koninklijk besluit is benoemd, het belang van de dienst dit vereist. 2 Tenzij bij wet is bepaald dat schorsing bij koninklijk besluit geschiedt, geschiedt schorsing door het bevoegd gezag. In afwachting van de schorsing kan de ambtenaar buiten functie worden gesteld door het bevoegd gezag, met dien verstande dat ten aanzien van de bij koninklijk besluit benoemde ambtenaren machtiging van Onze Minister is vereist. 3 De duur van de schorsing bedraagt maximaal zes maanden. De duur van de schorsing kan telkens met maximaal zes maanden worden verlengd indien het zwaarwegend belang van de dienst dit naar het oordeel van het bevoegd gezag vergt. 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 01-01-2017
Artikel 85 — Artikel 85#
Artikel 85 1 artikel 84, eerste lid, onderdeel c artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten artikel 1:1, eerste lid, onderdeel b, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg artikel 57 van het Wetboek van Strafvordering Tijdens de schorsing kan de bezoldiging voor een derde gedeelte worden ingehouden; na verloop van zes weken kan een verdere inhouding, ook van het volle bedrag van de bezoldiging, plaatsvinden. Geen inhouding vindt plaats ingeval van een schorsing in het belang van de dienst als bedoeld in, van opneming in een accommodatie als bedoeld inof een accommodatie als bedoeld in, dan wel van politiebewaring of inverzekeringstelling als bedoeld in, mits niet gevolgd door inbewaringstelling. 2 artikel 94, eerste lid, onderdeel d De ingehouden bezoldiging kan alsnog geheel of gedeeltelijk aan de ambtenaar worden uitbetaald, indien de schorsing niet wordt gevolgd door een onvoorwaardelijk ontslag bij wijze van straf of ontslag op grond van. Op de aldus uit te keren bezoldiging worden in mindering gebracht de inkomsten die de ambtenaar sedert de schorsing heeft genoten uit arbeid die hij als gevolg van de schorsing heeft kunnen verrichten, tenzij dit naar het oordeel van het bevoegd gezag onredelijk of onbillijk is. 3 Het niet ingehouden gedeelte van de bezoldiging van de geschorste ambtenaar kan aan anderen worden uitbetaald. 4 artikel 1, eerste lid, van het Besluit bezoldiging politie hoofdstuk 10 van het Besluit bezoldiging politie Voor de toepassing van dit artikel wordt onder bezoldiging verstaan de bezoldiging, bedoeld indan wel ingeval van schorsing tijdens ziekte van de ambtenaar, hetgeen daaronder voor de toepassing vanwordt verstaan. 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 01-04-2025 Artikel XV van Stb. 2024/328 bevat overgangsrecht met betrekking
tot deze wijziging.
Artikel 86 — Artikel 86#
Artikel 86 1 Tenzij bij wet is bepaald dat ontslag wordt gegeven bij koninklijk besluit, wordt ontslag gegeven door het bevoegd gezag. 2 artikel 89 artikel 90 artikel 91, eerste lid artikel 92 artikel 94, eerste lid, onderdeel e, f of g Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie Aan de ambtenaar, bedoeld in,,,of, wordt schriftelijk medegedeeld dat toekenning van een bovenwettelijke uitkering als bedoeld in het, pas plaatsvindt, nadat door hem een aanvraag daartoe is ingediend. 2008 142 29-04-2008 01-04-2008 2008 142 29-04-2008 01-04-2008 30-04-2008 01-12-2004
Artikel 87 — Artikel 87#
Artikel 87 1 De ambtenaar wordt op zijn aanvraag ontslag verleend. 2 artikel 48, eerste lid Behoudens het geval, bedoeld in, wordt dit ontslag verleend met ingang van een dag die niet vroeger dan een maand of later dan drie maanden ligt na de dag waarop de aanvraag om ontslag is ontvangen. 3 Van het eerste lid kan worden afgeweken indien een strafrechtelijke vervolging ter zake van een misdrijf tegen de ambtenaar is ingesteld of indien wordt overwogen de straf van ontslag op te leggen. 4 Van het tweede lid kan worden afgeweken: a. artikel 77 indien wordt overwogen de ambtenaar een straf als bedoeld inop te leggen; b. indien het belang van de dienst dit vereist, met dien verstande dat de termijn van drie maanden, bedoeld in het tweede lid, tot ten hoogste zes maanden kan worden verlengd en dat bij de verlenging in redelijkheid met het belang van de ambtenaar rekening wordt gehouden, of c. op aanvraag van de ambtenaar. 5 Indien een ontslag op aanvraag wordt verleend aan een aspirant of een ambtenaar in opleiding, gaat dit ontslag, in afwijking van het tweede lid, onmiddellijk in. 6 Het ontslag op aanvraag van de ambtenaar wordt eervol verleend. 2018 204 29-06-2018 26-06-2018 2018 204 29-06-2018 26-06-2018 01-07-2018
Artikel 87a — Artikel 87a#
Artikel 87a Vervallen 2013 300 25-07-2013 15-07-2013 2013 300 25-07-2013 15-07-2013 01-02-2016
Artikel 88 — Artikel 88#
Artikel 88 Vervallen 2013 300 25-07-2013 15-07-2013 2013 300 25-07-2013 15-07-2013 01-02-2016
Artikel 88a — Artikel 88a#
Artikel 88a 1 Aan de ambtenaar wordt met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij de leeftijd bereikt waarop hij maximaal tien jaar jonger is dan op dat moment voor betrokkene van toepassing zijnde AOW-gerechtigde leeftijd, eervol ontslag verleend, indien hij artikelen 4a 4b 12a tot en met 12d van het Besluit bezoldiging politie De,enzijn niet van toepassing op een ambtenaar als bedoeld in de eerste volzin. a. op 31 december 2006 de functie van vlieger bij een landelijke eenheid had; b. vanaf 1 januari 2007 de functie van vlieger bij een landelijke eenheid heeft; c. ten minste tien jaar voorafgaand tot aan het ontslag ononderbroken de functie van vlieger bij een landelijke eenheid heeft; en d. op grond van artikel B3, eerste en tweede lid, van het AFUP-opbouwreglement, zoals dat luidde op 31 december 2005, deelnemer was aan de AFUP. 2 artikel 50, eerste lid, onderdeel f Het bevoegd gezag kan van het verlenen van het ontslag, bedoeld in het eerste lid, aan de ambtenaar die de functie heeft van vlieger bij een landelijke eenheid, voor de duur van telkens ten hoogste één jaar afzien, indien de ambtenaar zulks heeft aangevraagd of daarmee instemt en hij blijkens de uitslag van een door de deskundige persoon of de arbodienst ingesteld arbeidsgezondheidskundig onderzoek, als bedoeld in, lichamelijk en psychisch in staat kan worden geacht de functie van vlieger te blijven vervullen. 3 Indien niet meer wordt voldaan aan een of beide van de voorwaarden genoemd in het tweede lid, vindt eervol ontslag plaats. 4 Het ontslag, bedoeld in het derde lid, wordt verleend met ingang van de eerste dag van een maand. Indien dit ontslag plaats vindt op aanvraag van de ambtenaar wordt dit ontslag niet eerder verleend dan een maand en niet later dan drie maanden na de dag waarop de aanvraag om ontslag is ontvangen. 5 De ambtenaar aan wie op grond van het eerste of derde lid ontslag is verleend, heeft recht op een uitkering overeenkomstig door Onze Minister te stellen regels. 2023 442 05-12-2023 04-12-2023 2023 442 05-12-2023 04-12-2023 01-01-2024
Artikel 88b — Artikel 88b#
Artikel 88b Vervallen 2013 300 25-07-2013 15-07-2013 2013 300 25-07-2013 15-07-2013 26-07-2013 01-01-2006
Artikel 88c — Artikel 88c#
Artikel 88c Vervallen 2013 300 25-07-2013 15-07-2013 2013 300 25-07-2013 15-07-2013 01-02-2016
Artikel 88d — Artikel 88d#
Artikel 88d 1 artikel 29d van het Besluit bezoldiging politie Aan de ambtenaar die ontslag vraagt met het oog op een ouderdomspensioen als bedoeld in hoofdstuk 5 van het Pensioenreglement of de uitkering als bedoeld in, wordt eervol ontslag verleend. 2 Het ontslag gaat niet eerder in dan met ingang van de dag waarop het recht ontstaat op een ouderdomspensioen dan wel op de uitkering, bedoeld in het eerste lid. 3 Op aanvraag van de ambtenaar kan het ontslag, bedoeld in het tweede lid, indien het ontslag enkel wordt verleend met het oog op een ouderdomspensioen, ook voor een gedeelte van zijn arbeidstijd worden verleend, tenzij het belang van de dienst zich hiertegen verzet. Het gedeelte van dit ontslag bedraagt ten minste 10% van de omvang van de betrekking. Ontslag voor een gedeelte uit een betrekking waaruit reeds eerder gedeeltelijk ontslag met het oog op een ouderdomspensioen heeft plaatsgevonden, bedraagt ten minste 10% van de oorspronkelijke arbeidstijd. 4 Artikel 87, tweede tot en met vierde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2022 357 14-09-2022 01-09-2022 2022 357 14-09-2022 01-09-2022 15-09-2022
Artikel 89 — Artikel 89#
Artikel 89 1 artikel 3, eerste lid Aan de aspirant die is aangesteld op grond van, en in het eerste leerjaar een negatief studieadvies ontvangt, wordt eervol ontslag verleend met ingang van de dag volgende op de dag waarop de aanstelling in tijdelijke dienst op grond van artikel 3, eerste lid, is verstreken. 2 artikel 4, eerste lid, onderdeel a Aan de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie of de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die tegen het einde van de proeftijd, bedoeld in, niet voldoet aan de eisen van bekwaamheid of geschiktheid, wordt eervol ontslag verleend met ingang van de dag, volgend op die waarop de proeftijd is verstreken. 3 artikel 3a, tweede lid Aan de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak of de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, met een proeftijd als bedoeld in, die tegen het einde van de proeftijd niet voldoet aan de eisen van bekwaamheid of geschiktheid, wordt eervol ontslag verleend met ingang van de dag, volgend op die waarop de proeftijd is verstreken. 4 Eervol ontslag kan worden verleend bij gebleken niet geschiktheid die voor de dienst wordt vereist aan: a. artikel 2c, eerste lid de aspirant, gedurende een krachtens, aangewezen politieopleiding; b. artikel 2c, tweede lid de ambtenaar in opleiding, gedurende een krachtens, aangewezen politieopleiding; c. artikel 3a, tweede lid de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, gedurende de proeftijd, bedoeld in; d. artikel 4, eerste lid, onderdeel a de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve of andere taken ten dienste van de politie, gedurende de proeftijd, bedoeld in; e. artikel 2c, eerste lid de vrijwilliger-aspirant, gedurende een krachtens, aangewezen politieopleiding; f. artikel 2c, tweede lid de vrijwillige ambtenaar in opleiding, gedurende een krachtens, aangewezen politieopleiding; g. artikel 3a, tweede lid de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, gedurende de proeftijd, bedoeld in; h. artikel 4, eerste lid, onderdeel a de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de technische, administratieve of andere taken ten dienste van de politie, gedurende de proeftijd, bedoeld in. 5 Bij het ontslag, bedoeld in het vierde lid, wordt een opzeggingstermijn in acht genomen van: a. drie maanden, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging direct daaraan voorafgaand ten minste twaalf maanden ononderbroken in dienst is geweest; b. twee maanden, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging direct daaraan voorafgaand ten minste zes maanden maar korter dan twaalf maanden ononderbroken in dienst is geweest, of c. één maand, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging direct daaraan voorafgaand korter dan zes maanden ononderbroken in dienst is geweest. 6 Het ontslag kan, al dan niet op aanvraag van de ambtenaar, ingaan vóór de afloop van de opzeggingstermijn. 7 Besluit bezoldiging politie Indien het in het zesde lid bedoelde ontslag niet op aanvraag van de ambtenaar geschiedt, wordt hem over de tijd die aan de opzeggingstermijn ontbreekt, een bedrag uitbetaald gelijk aan de laatstgenoten bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, berekend op de voet van het. 8 artikel 2c, eerste lid De aspirant en de vrijwilliger-aspirant die arbeidsongeschikt raakt tijdens de krachtens, aangewezen politieopleiding en de arbeidsongeschiktheid is beroepsgerelateerd, maar de arbeidsongeschiktheid komt niet in overwegende mate voort uit ongeschiktheid voor de dienst als bedoeld in het vierde lid, onder a of e, a. blijft in dienst en hervat zo mogelijk de politieopleiding, of, indien dit niet mogelijk is dan wel het diploma wordt vanwege die arbeidsongeschiktheid niet behaald, b. blijft in dienst en wordt, behoudens zwaarwegend dienstbelang, zodanig geplaatst binnen de politie dat in beginsel 100% doch minimaal 50% van zijn verdiencapaciteit wordt benut, of, indien ook dit niet mogelijk is, c. wordt door het bevoegd gezag geholpen te re-integreren bij een andere werkgever. 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 01-04-2025 Artikel XV van Stb. 2024/328 bevat overgangsrecht met betrekking
tot deze wijziging.
Artikel 90 — Artikel 90#
Artikel 90 1 artikel 4a, eerste lid artikel 4, eerste lid, onderdelen b tot en met g Aan de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, en de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die blijkens zijn akte van aanstelling is benoemd voor bepaalde tijd, als bedoeld in, en, is, tenzij het tegendeel blijkt, van rechtswege eervol ontslag verleend zodra die tijd is verstreken. Bij voortduring van het dienstverband na het verstrijken van de bepaalde tijd is de ambtenaar van rechtswege aangesteld voor onbepaalde tijd. 2 De ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, en de vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die is aangesteld voor onbepaalde tijd, kan ontslag worden verleend mits een opzegtermijn in acht wordt genomen van: a. drie maanden, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging direct daaraan voorafgaand ten minste twaalf maanden ononderbroken in dienst is geweest; b. twee maanden, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging direct daaraan voorafgaand ten minste zes maanden doch korter dan twaalf maanden ononderbroken in dienst is geweest of c. één maand, indien de ambtenaar ten tijde van de opzegging direct daaraan voorafgaand korter dan zes maanden ononderbroken in dienst is geweest. 3 artikel 55 Opzegging als bedoeld in het tweede lid, kan niet geschieden gedurende de zwangerschap van de vrouwelijke ambtenaar noch gedurende het verlof bedoeld innoch, indien zij de dienst heeft hervat, gedurende een periode van zes weken volgend op dat verlof. Ter staving van de zwangerschap kan het bevoegd gezag een verklaring van een arts of van een verloskundige verlangen. 4 Opzegging als bedoeld in het tweede lid, kan niet geschieden wegens de omstandigheid dat de ambtenaar in of buiten rechte een beroep heeft gedaan op het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen. 5 artikel 9 van de Wet op de ondernemingsraden Opzegging als bedoeld in het tweede lid, kan niet geschieden wegens de omstandigheid dat de ambtenaar geplaatst is op een kandidatenlijst als bedoeld in, noch vanwege het lidmaatschap of het korter dan twee jaar geleden beëindigde lidmaatschap van de ambtenaar van de ondernemingsraad of van een commissie van die raad. 6 artikel 1, onder i, van het Besluit overleg en medezeggenschap politie 1994 Opzegging als bedoeld in het tweede lid, kan niet geschieden wegens de omstandigheid dat de ambtenaar door een Centrale als bedoeld inof door een daarbij aangesloten bond of vereniging is aangewezen om bestuurlijke of vertegenwoordigende activiteiten te ontplooien binnen zijn Centrale of een daarbij aangesloten bond of vereniging, dan wel binnen de organisatie van de werkgever, die er toe strekken de doelstellingen van zijn centrale van overheidspersoneel en de daarbij aangesloten bonden of verenigingen te ondersteunen. 7 Opzegging als bedoeld in het tweede lid kan niet geschieden wegens de omstandigheid dat de ambtenaar zijn recht op ouderschapsverlof geldend maakt. 8 Aan de ambtenaar in tijdelijke dienst, bedoeld in het eerste lid, kan ontslag worden verleend met ingang van de dag, gelegen binnen de bepaalde tijd. In dat geval zijn het tweede tot en met zevende lid van overeenkomstige toepassing. 9 Het ontslag kan, al dan niet op aanvraag van de ambtenaar, ingaan vóór de afloop van de opzeggingstermijn. Besluit bezoldiging politie Indien dit niet op aanvraag van de ambtenaar geschiedt, wordt hem over de tijd die aan de opzeggingstermijn ontbreekt, een bedrag betaald gelijk aan de laatst genoten bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering en de eindejaarsuitkering, berekend op de voet van het. 2020 534 22-12-2020 15-12-2020 2020 534 22-12-2020 15-12-2020 01-01-2026
Artikel 91 — Artikel 91#
Artikel 91 1 De ambtenaar kan in het kader van een reorganisatie eervol ontslag worden verleend indien het niet mogelijk is gebleken een passende functie aan te bieden. 2 De ontslagverlening op grond van het eerste lid kan betrekking hebben op een gedeelte van de tijd waarvoor de ambtenaar is aangesteld. 3 Bij herplaatsing in een passende functie bij een andere werkgever wordt de ambtenaar eervol ontslag verleend. 4 hoofdstuk VII.B De ambtenaar die heeft geweigerd te voldoen aan een hem op grond vanopgelegde verplichting, kan in verband daarmee ontslag worden verleend. 5 hoofdstuk VII.B De ontslagverlening op grond van het eerste lid vindt niet eerder plaats dan drie jaar nadat de ambtenaar is aangewezen als herplaatsingkandidaat, als bedoeld in. Afhankelijk van het aantal dienstjaren van de ambtenaar wordt de termijn van drie jaar verlengd overeenkomstig de hierna volgende tabel: In afwijking van de eerste en tweede zin bedraagt de aldaar genoemde termijn van drie jaar voor de ambtenaar die voor 1 januari 2015 is aangewezen als herplaatsingskandidaat, vijf jaar. dienstjaren: verlenging: 25 of meer dienstjaren één jaar 30 of meer dienstjaren twee jaren 35 of meer dienstjaren drie jaren 40 of meer dienstjaren vier jaren 6 Bij een ontslag op grond van het vierde lid wordt een opzeggingstermijn van één maand in acht genomen. 2011 273 10-06-2011 30-05-2011 2011 273 10-06-2011 30-05-2011 01-01-2015
Artikel 92 — Artikel 92#
Artikel 92 1 Aan de ambtenaar die een benoeming als minister of staatssecretaris aanvaardt, wordt met ingang van de dag van het aanvaarden van deze betrekking, eervol ontslag verleend. 2 Aan de ambtenaar die in verband met de aanvaarding van een functie in een publiekrechtelijk college waarin hij is aangesteld of verkozen, tijdelijk is ontheven van de waarneming van zijn ambt, wordt, indien hij ophoudt zodanige functie te bekleden en hij naar het oordeel van het bevoegd gezag niet in actieve dienst kan worden hersteld, eervol ontslag verleend. 3 artikel 48, eerste lid artikel 45 artikel 47 Tenzij, van toepassing is, wordt eervol ontslag eveneens verleend aan de ambtenaar die na afloop van het verlof, verleend met toepassing vandan wel van, naar het oordeel van het bevoegd gezag niet in actieve dienst kan worden hersteld. 2024 176 21-06-2024 14-06-2024 2024 176 21-06-2024 14-06-2024 22-06-2024
Artikel 93 — Artikel 93#
Artikel 93 artikel 12, tweede lid, van de Ambtenarenwet 2017 Indien een ontslag als bedoeld indoor het bevoegd gezag of bij koninklijk besluit wordt verleend, is de instemming vereist van Onze Minister. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 94 — Artikel 94#
Artikel 94 1 artikel 7 van de Wet Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement artikel 88a 89 90 91 92 93 Anders dan op aanvraag van de ambtenaar, bij wijze van straf of ingevolge,,,,,, ofkan de ambtenaar worden ontslagen op grond van: a. het verlies van een vereiste voor de aanstelling, gesteld bij een regeling aan de benoeming voorafgegaan, tenzij het vereiste alleen voor de aanvang van het ambt geldt; b. onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak waarbij de ambtenaar onder curatele is gesteld; c. het ondergaan van lijfsdwang wegens schulden krachtens onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak; d. onherroepelijk geworden veroordeling tot een vrijheidsstraf wegens misdrijf; e. ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte; f. artikel 49b het vanuit ziekte verrichten van passende arbeid bij een andere werkgever op grond van; g. onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door hem beklede ambt, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken; h. het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd; i. het bij of in verband met indiensttreding of keuring verstrekken van onjuiste of onvolledige inlichtingen, zonder welke handelwijze niet tot indienstneming of goedkeuring zou zijn overgegaan, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld, of j. artikel 49c het zonder deugdelijke grond weigeren gevolg te geven of medewerking te verlenen aan de verplichtingen, bedoeld in. 2 Een ontslag op grond van het eerste lid, onderdelen a, e, f, g en h wordt steeds eervol verleend. Het ontslag kan niet eerder ingaan dan de dag, volgende op die waarop de reden van het ontslag voor het eerst aanwezig was, met dien verstande dat een ontslag op grond van het eerste lid, onderdeel g, eerst kan ingaan vier weken nadat het ontslagbesluit aan de ambtenaar is bekendgemaakt, tenzij sprake is van dringende redenen. 3 Een ontslag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, kan slechts plaatsvinden indien: a. er sprake is van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte gedurende een ononderbroken periode van twee jaar, b. herstel van zijn ziekte niet binnen een periode van zes maanden na de in onderdeel a genoemde termijn van twee jaar te verwachten is, en c. na een zorgvuldig onderzoek is gebleken dat binnen het gezagsbereik van het bevoegd gezag of bij een andere werkgever geen passende arbeid voorhanden is. 4 Een ontslag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, kan, behoudens wederzijds goedvinden, slechts plaatsvinden indien: a. er sprake is van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte gedurende een ononderbroken periode van twee jaar, b. herstel van zijn ziekte niet binnen een periode van zes maanden na de in onderdeel a genoemde termijn van twee jaar te verwachten is, en c. de betrokkene in dienst treedt van de andere werkgever. 5 De ambtenaar die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voor minder dan 35% arbeidsongeschikt is verklaard, blijft in dienst, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich hiertegen verzet. Indien het voor de ambtenaar niet mogelijk is zijn bestaande samenstel van werkzaamheden te blijven verrichten, wordt hij gere-integreerd in aangepast werk. 6 De in het derde lid, onderdeel a, bedoelde periode van twee jaar wordt met één jaar verlengd indien de ambtenaar niet binnen twee jaar zodanig is herplaatst dat de resterende verdiencapaciteit volledig wordt benut. 7 artikel 55 Voor de berekening van het tijdvak van twee jaar, bedoeld in het derde lid, onderdeel a, en het vierde lid, onderdeel a, worden perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van haar arbeid wegens ziekte tengevolge van zwangerschap voorafgaand aan het zwangerschapsverlof en perioden van ongeschiktheid tijdens het zwangerschaps- of bevallingsverlof, bedoeld in, niet in aanmerking genomen. 8 artikel 55 Perioden van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid, anders dan bedoeld in het zevende lid, worden samengeteld indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen, of indien zij direct voorafgaan aan en aansluiten op een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig, tenzij de ongeschiktheid redelijkerwijs niet geacht kan worden voort te vloeien uit dezelfde oorzaak. 9 artikel 64, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Bij de beoordeling of er sprake is van een situatie als bedoeld in het derde lid, onderdelen a en b, of het vierde lid, onderdelen a en b, betrekt het bevoegd gezag de beschikking op de aanvraag, bedoeld in. 10 artikel 64, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen artikel 32, zesde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Indien de beschikking op de aanvraag, bedoeld inouder is dan zes maanden, of in die beschikking geen oordeel is gegeven over mogelijk herstel binnen zes maanden, of het bevoegd gezag niet beschikt over deze beschikking omdat de ambtenaar de aanvraag niet heeft ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, vraagt het bevoegd gezag een oordeel als bedoeld inaan en betrekt dit oordeel bij de beoordeling of er sprake is van een situatie als bedoeld in het derde of vierde lid. 11 Indien herplaatsing als bedoeld in het derde lid, onder c, plaatsvindt in een betrekking voor minder uren dan het aantal waarvoor de ambtenaar was aangesteld, heeft het ontslag uitsluitend betrekking op het meerdere aantal uren. 12 Indien sprake is van een situatie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, en de ambtenaar bij de andere werkgever voor minder uren arbeid verricht dan het aantal waarvoor hij was aangesteld, heeft het ontslag uitsluitend betrekking op het aantal uren dat hij passend werk verricht bij de andere werkgever. 13 artikel 32, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Alvorens op grond van het eerste lid, onderdeel j, ontslag te verlenen, verzoekt het bevoegd gezag om een oordeel als bedoeld in. 14 artikel 32, eerste, tweede, derde, vierde lid of zesde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen Het bevoegd gezag stelt de ambtenaar schriftelijk in kennis dat een oordeel als bedoeld in, wordt aangevraagd. 15 De ambtenaar wiens arbeidsongeschiktheid beroepsgerelateerd is, blijft in dienst en wordt, behoudens zwaarwegend dienstbelang als bedoeld in het vijfde lid, door het bevoegd gezag zodanig herplaatst dat in beginsel 100% doch minimaal 50% van zijn verdiencapaciteit wordt benut. 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 2024 328 07-11-2024 04-11-2024 01-04-2025 Artikel XV van Stb. 2024/328 bevat overgangsrecht met betrekking
tot deze wijziging.
Artikel 95 — Artikel 95#
Artikel 95 1 artikel 94 Een ambtenaar kan ook op andere gronden, dan die welke inzijn geregeld of waarnaar in dat artikel wordt verwezen, worden ontslagen. Voor een ontslagverlening als bedoeld in de eerste volzin is de instemming vereist van Onze Minister, indien in de wet is bepaald dat ontslag bij koninklijk besluit wordt verleend. Het ontslag wordt eervol verleend. 2 artikel 97 In geval van ontslag ingevolge het eerste lid wordt een regeling getroffen waarbij de ambtenaar een uitkering wordt toegekend die met het oog op de omstandigheden redelijk is te achten. Deze uitkering zal in geen geval minder mogen zijn dan die welke de ambtenaar op grond vanzou toekomen in geval van ontslag als daar bedoeld. 3 De regeling, bedoeld in het tweede lid, wordt getroffen: a. bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister, indien het een ambtenaar betreft die een functie vervult waarvoor salarisschaal 18 of hoger geldt; b. door de korpschef, indien het een ambtenaar betreft die een functie vervult waarvoor salarisschaal 17 of lager geldt. 2017 478 14-12-2017 05-12-2017 2017 478 14-12-2017 05-12-2017 01-01-2018
Artikel 96 — Artikel 96#
Artikel 96 Vervallen 2001 334 17-07-2001 02-07-2001 2001 334 17-07-2001 02-07-2001 18-07-2001 Artikel 3, tweede tot en met zesde lid, 10 werken terug tot en
met 1 januari 2001 voor zover het betreft degene die op of na 1
januari 2001 is aangesteld als aspirant in opleiding tot
surveillant van politie.
Artikel 97 — Artikel 97#
Artikel 97 artikelen 89, eerste tot en met derde lid artikel 90, eerste, tweede en achtste lid 91, eerste lid 92 artikel 94, eerste lid, onderdeel e, f of g Werkloosheidswet Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie Besluit suppletie gedeeltelijk arbeidsongeschikten sector politie Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie Aan de ambtenaar die als gevolg van een ontslag op grond van de,,, of, van dit besluit, werkloos is geworden in de zin van de, kan een bovenwettelijke aanvulling op zijn WW-uitkering worden toegekend krachtens het. Bij samenloop van hetmet het, wordt laatstgenoemd besluit uitgevoerd. Het recht op grond van hetleidt in dat geval niet tot uitkering en de berekening van de periode daarvan wordt niet gewijzigd. 2017 478 14-12-2017 05-12-2017 2017 478 14-12-2017 05-12-2017 15-12-2017 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 98 — Artikel 98#
Artikel 98 Besluit bovenwettelijke werkloosheidsuitkering politie In geval de directeur van de Politieacademie of zijn plaatsvervanger wordt ontslagen wegens zwaarwegende in de persoon van de betrokkene gelegen redenen, niet zijnde ongeschiktheid of onbekwaamheid voor de vervulde functie, kan bij koninklijk besluit een regeling getroffen worden waarbij hem een uitkering wordt toegekend die met het oog op de omstandigheden redelijk is te achten. Deze uitkering zal in geen geval minder mogen zijn dan die welke de directeur van de Politieacademie of zijn plaatsvervanger zou toekomen krachtens hetin geval van ontslag als daar bedoeld. 2017 478 14-12-2017 05-12-2017 2017 478 14-12-2017 05-12-2017 15-12-2017 01-01-2017
Artikel 99 — Artikel 99#
Artikel 99 1 afdeling 1, hoofdstuk 2, artikel 1, van de Invoeringswet Politiewet 1993 Politiewet 1993 Een ambtenaar die op grond vannaar een politieregio dan wel het Korps landelijke politiediensten is overgegaan en die op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deaanspraken had op grond van het Ambtenarenreglement voor de rijkspolitie 1975, het Ambtenarenreglement voor de gemeentepolitie 1958, de Rechtstoestandsregeling opleiding ter verkrijging van het diploma van inspecteur van gemeentepolitie of van officier der rijkspolitie, of artikel VII van het Besluit van 24 juni 1992, houdende wijziging van het Ambtenarenreglement voor de rijkspolitie 1975, het Ambtenarenreglement voor de gemeentepolitie 1958, het Bezoldigingsreglement politie 1958, het Besluit geneeskundige verzorging politie 1984 en het Besluit overleg en medezeggenschap politie in verband met het tot stand brengen van een eenvormige rechtspositie voor alle politieambtenaren, behoudt deze aanspraken. 2 LSOP-wet Een ambtenaar die tot 1 januari 2017 werkzaam was bij het LSOP en met ingang van die datum werkzaam is bij de politie, die op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deaanspraken op grond van het Ambtenarenreglement LSOP had, behoudt deze aanspraken. 3 afdeling 1, hoofdstuk 2, artikel 1, van de Invoeringswet Politiewet 1993 Politiewet 1993 Een vrijwillige ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, die op grond vannaar een politieregio dan wel het Korps landelijke politiediensten is overgegaan en die op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van deaanspraken had op grond van de Rechtstoestandsregeling reservepolitie, behoudt deze aanspraken. 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 01-09-2020
Artikel 99a — Artikel 99a#
Artikel 99a Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringen Op de ambtenaar die op grond van derecht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering blijven de bepalingen uit het Besluit algemene rechtspositie politie waarin sprake is van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering van toepassing, zoals deze luidden op 28 december 2005. 2015 318 26-08-2015 14-08-2015 2015 318 26-08-2015 14-08-2015 27-08-2015 29-12-2005
Artikel 99b — Artikel 99b#
Artikel 99b Vervallen 2024 176 21-06-2024 14-06-2024 2024 176 21-06-2024 14-06-2024 22-06-2024
Artikel 99c — Artikel 99c#
Artikel 99c Vervallen 2024 176 21-06-2024 14-06-2024 2024 176 21-06-2024 14-06-2024 22-06-2024
Artikel 99d — Artikel 99d#
Artikel 99d Wijzigt dit besluit. 2006 676 21-12-2006 12-12-2006 2006 676 21-12-2006 12-12-2006 22-12-2006 01-01-2006
Artikel 99e — Artikel 99e#
Artikel 99e Vervallen 2024 176 21-06-2024 14-06-2024 2024 176 21-06-2024 14-06-2024 22-06-2024
Artikel 99f — Artikel 99f#
Artikel 99f Vervallen 2019 495 20-12-2019 13-12-2019 2019 495 20-12-2019 13-12-2019 01-01-2020
Artikel 99g — Artikel 99g#
Artikel 99g Vervallen 2019 495 20-12-2019 13-12-2019 2019 495 20-12-2019 13-12-2019 01-01-2020
Artikel 99h — Artikel 99h#
Artikel 99h Vervallen 2019 495 20-12-2019 13-12-2019 2019 495 20-12-2019 13-12-2019 01-01-2020
Artikel 99i — Artikel 99i#
Artikel 99i 1 Individuele of persoonsgebonden rechten, toegekend bij besluit van het bevoegd gezag, blijven bij overgang naar een functie naar aanleiding van de invoering van het LFNP in stand. 2 De ambtenaar die is aangesteld voor de uitvoering van de politietaak behoudt zijn aanstelling als ambtenaar voor de uitvoering van de politietaak indien hij naar aanleiding van de invoering van het LFNP, overgaat naar een administratief technische functie. 2012 520 31-10-2012 24-10-2012 2013 474 03-12-2013 26-11-2013 05-12-2013
Artikel 99j — Artikel 99j#
Artikel 99j Vervallen 2024 176 21-06-2024 14-06-2024 2024 176 21-06-2024 14-06-2024 22-06-2024
Artikel 99k — Artikel 99k#
Artikel 99k 1 artikelen 55y 55o Politiewet 2012 Deen, zoals die luidden direct voorafgaand aan 1 juni 2016, blijven van toepassing op de ambtenaar die als gevolg van de reorganisatieof enige andere voor 1 juni 2016 gestarte reorganisatie herplaatsingskandidaat wordt of is geworden. 2 artikelen 55aa 55aaa Deen, zoals die luidden direct voorafgaand aan 1 juni 2016, blijven van toepassing op de ambtenaar die voor 1 januari 2018 een verzoek als bedoeld in die artikelen heeft ingediend, ten gevolge waarvan op de vrijkomende formatieplaats een herplaatsingskandidaat als bedoeld in het eerste lid kan worden herplaatst. 3 artikelen 55y 55o Deen, zoals die luiden met ingang van 1 juni 2016, zijn niet van toepassing op de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid. 4 artikelen 55aa 55aaa Deen, zoals die luiden met ingang van 1 juni 2016, zijn niet van toepassing op de ambtenaar, bedoeld in het tweede lid. 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 2016 489 12-12-2016 02-12-2016 01-01-2017
Artikel 99l — Artikel 99l#
Artikel 99l Vervallen 2024 176 21-06-2024 14-06-2024 2024 176 21-06-2024 14-06-2024 22-06-2024
Artikel 99m — Artikel 99m#
Artikel 99m artikel 10, eerste lid, onderdeel c De vermelding van de aanstelling, bedoeld in, de inzetbaarheid, bedoeld in artikel 10, vijfde lid, of het vakgebied, bedoeld in artikel 10, vijfde lid, tweede volzin, wordt de ambtenaar die uiterlijk op 30 juni 2018 is aangesteld eerst medegedeeld, indien sprake is van een wijziging van een ander in artikel 10, eerste lid, bedoeld gegeven, behoudens de wijziging van een algemeen verbindend voorschrift waarnaar is verwezen. 2025 243 22-09-2025 15-09-2025 2025 243 22-09-2025 15-09-2025 23-09-2025
Artikel 99n — Artikel 99n#
Artikel 99n Besluit rechtspositie vrijwillige politie Aanspraken die een vrijwillige ambtenaar had op grond van hetworden geacht te zijn gegrond op het Besluit rechtspositie vrijwillige politie zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van het Besluit tot wijziging van het Besluit algemene rechtspositie politie en enkele andere algemene maatregelen van bestuur in verband met de invoeging van rechtspositionele bepalingen omtrent politievrijwilligers en de intrekking van het Besluit rechtspositie vrijwillige ambtenaren van politie. 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 2020 287 24-07-2020 16-07-2020 01-09-2020
Artikel 99o — Artikel 99o#
Artikel 99o Vervallen 2020 534 22-12-2020 15-12-2020 2020 534 22-12-2020 15-12-2020 01-01-2026
Artikel 100 — Artikel 100#
Artikel 100 1 artikelen 10, eerste lid, onderdeel d 12 12a 13, eerste tot en met derde lid 43 tot en met 48 58 61 62 64 71 72 artikelen 12 12a De,,,,,,,,,enzijn op de aspirant en de vrijwilliger-aspirant niet van toepassing, met dien verstande dat deenwel van toepassing zijn op de aspirant en de vrijwilliger-aspirant gedurende de beroepspraktijkvorming. 2 artikelen 30 tot en met 30e Dezijn gedurende het eerste leerjaar, bedoeld in artikel 3, eerste lid, niet van toepassing op de aspirant, tenzij de aspirant voorafgaand aan dat leerjaar al aanspraak had op levensfase-uren. 3 artikelen 28a 28b artikel 2c, eerste lid Deenzijn niet van toepassing op de aspirant die vanaf 1 januari 2021 begint met een krachtens, aangewezen politieopleiding. 4 artikelen 10, eerste lid, onderdeel d 12, vierde tot en met eenentwintigste lid 12a 25 43 tot en met 48 58 61 62 64 64a 71 72 De,,,,,,,,,,enzijn op de ambtenaar in opleiding en de vrijwillige ambtenaar in opleiding niet van toepassing. 5 artikelen 10, eerste lid, onderdeel d 13 15 tot en met 28 30 tot en met 30e 43 tot en met 48 58 59 61 64 71 De,,,,,,,,, enzijn op de vakantiewerker niet van toepassing. 6 artikelen 2a 2b 10, eerste lid, onderdelen h, i, en k hoofdstukken III artikel 13b IV IV.a V Va VI artikelen 49c 50, derde lid 55 hoofdstuk VII.b artikelen 61 tot en met 65 70, derde lid 75 85 88a 88d 89, eerste en zevende lid 90, zevende en negende lid 91 92, derde lid 94, eerste lid, onderdeel h en derde tot en met vijftiende lid 95, tweede en derde lid 97 98 99a tot en met 99m De,,,, met uitzondering van,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,,enzijn niet van toepassing op de vrijwillige ambtenaar. 2025 243 22-09-2025 15-09-2025 2025 243 22-09-2025 15-09-2025 01-11-2025 Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Artikel 101 — Artikel 101#
Artikel 101 Algemene Termijnenwet artikel 51, tweede en derde lid Deis niet van toepassing op de termijnen genoemd in dit besluit, met uitzondering van die, genoemd in. 1999 364 31-08-1999 28-07-1999 1999 364 31-08-1999 28-07-1999 01-09-1999 01-01-1998 Werkt terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 102 — Artikel 102#
Artikel 102 Het Ambtenarenreglement voor de rijkspolitie 1975, het Ambtenarenreglement voor de gemeentepolitie 1958, het Besluit benoemingseisen politieambtenaren 1958, het Besluit bevorderingseisen hoger politiepersoneel 1958, het Besluit bekwaamheidseisen bevordering politie 1964, en de Rechtspositieregeling opleiding ter verkrijging van het diploma van inspecteur van gemeentepolitie of officier der rijkspolitie worden ingetrokken. 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 102a — Artikel 102a#
Artikel 102a artikelen 47, eerste en vierde lid 81, eerste lid, van de Politiewet 2012 Dit besluit berust op deen. 2019 313 10-10-2019 30-09-2019 2019 385 06-11-2019 24-10-2019 01-01-2020
Artikel 103 — Artikel 103#
Artikel 103 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 1994. 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 104 — Artikel 104#
Artikel 104 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit algemene rechtspositie politie. 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 1994 214 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 55ia#
artikel 55ia, derde lid
Artikel 55ia#
artikel 55ia, derde lid