Besluit van 17 november 1993, houdende regels inzake in-, uit- en doorvoer van radioactieve stoffen
- BWB-id
- BWBR0006258
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Economische Zaken
- Geldigheid
- 2003-01-01 t/m 2009-04-14
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006258
- ELI
- /eli/nl/amvb/1994/besluit-in-uit-en-doorvoer-van-radioactieve-afvalstoffen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1994/besluit-in-uit-en-doorvoer-van-radioactieve-afvalstoffen/2003-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006258&g=2003-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006258&z=2026-06-06&g=2003-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006258/2003-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1994/besluit-in-uit-en-doorvoer-van-radioactieve-afvalstoffen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Kernenergiewet wet: de; b. lidstaat: een lidstaat van de Europese Unie; c. artikel 1, eerste lid, van het Besluit stralingsbescherming artikel 1, eerste lid, van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen radioactieve afvalstof: hetgeen daaronder wordt verstaan in, of een splijtstof of erts bevattende afvalstof als bedoeld in; d. artikel 1, eerste lid, van het Besluit stralingsbescherming ingekapselde bron: hetgeen daaronder wordt verstaan in, met dien verstande dat onder radioactieve stoffen mede wordt verstaan: splijtstoffen; e. binnen Nederlands grondgebied brengen: het anders dan ter voldoening aan een tot vervoer strekkende overeenkomst binnen Nederlands grondgebied brengen en het binnen Nederlands grondgebied doen brengen; f. buiten Nederlands grondgebied brengen: het anders dan ter voldoening aan een tot vervoer strekkende overeenkomst buiten Nederlands grondgebied brengen en het buiten Nederlands grondgebied doen brengen; g. Onze Minister: Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; h. Onze andere Ministers: Onze Ministers wie het mede aangaat; i. Richtlijn nr. 92/3 PbEG het document: het door de Commissie van de Europese Gemeenschappen opgestelde document ter uitvoering van de/Euratom van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 3 februari 1992 betreffende toezicht en controle op overbrenging van radioactieve afvalstoffen tussen Lid-Staten en naar en vanuit de Gemeenschap (L 35); j. definitieve bestemming: een bestemming om blijvend te worden opgeslagen op of in de bodem, te worden vernietigd of om te worden bewerkt. 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 01-01-2003
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Dit besluit is niet van toepassing op het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen van ingekapselde bronnen, voor zover deze: a. geen splijtbaar materiaal bevatten, en b. worden teruggezonden naar degene die de bron heeft geleverd. 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 01-01-2003
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 artikel 15, onder a 29 van de wet Voor zover voor het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen van radioactieve afvalstoffen geen vergunning benodigd is als bedoeld in, of, is die verrichting zonder vergunning van Onze Minister verboden. 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 01-01-2003
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Degene aan wie een vergunning is verleend ten behoeve van het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen van radioactieve afvalstoffen draagt er zorg voor dat tijdens het vervoer van die afvalstoffen het ingevulde en van de vereiste bijlagen voorziene document aanwezig is. 2 Degene die de radioactieve afvalstoffen in Nederland in ontvangst neemt, is verplicht uiterlijk binnen 15 dagen na ontvangst daarvan mededeling te doen aan Onze Minister met gebruikmaking van het document. 3 Onze Minister zendt onverwijld een afschrift van de mededeling, bedoeld in het tweede lid, aan het bevoegd gezag van de betrokken lidstaten. 4 Degene aan wie een vergunning is verleend ten behoeve van het buiten Nederlands grondgebied brengen van radioactieve afvalstoffen naar een definitieve bestemming binnen het grondgebied van een Staat buiten de Europese Unie draagt er zorg voor: a. dat hij van degene die deze afvalstoffen aldaar in ontvangst neemt onverwijld een bericht van ontvangst krijgt onder vermelding van het douanekantoor van binnenkomst; b. a dat hij binnen twee weken na aankomst van de radioactieve afvalstoffen op de plaats van de definitieve bestemming Onze Minister daarvan in kennis stelt onder vermelding van het douanekantoor van waar de radioactieve afvalstoffen buiten de Europese Unie zijn gebracht en onder bijvoeging van het onderbedoelde bericht van ontvangst. 5 Onze Minister zendt degene aan wie een vergunning is verleend ten behoeve van het buiten Nederlands grondgebied brengen van radioactieve afvalstoffen naar een definitieve bestemming binnen het grondgebied van een andere lidstaat onverwijld een afschrift van het door hem ontvangen bericht van ontvangst van het bevoegd gezag van die lidstaat. 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 01-01-2003
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikelen 15, onder a 29 van de wet artikel 3 Op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in de, enenten behoeve van het binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen van radioactieve afvalstoffen wordt beschikt uiterlijk: a. binnen zes maanden na de datum waarop het document door Onze Minister is gedagtekend in de gevallen waarin goedkeuring is gevraagd aan het bevoegd gezag van een andere lidstaat; b. binnen vier maanden na de datum waarop het document door Onze Minister is gedagtekend in de gevallen waarin geen goedkeuring is gevraagd aan het bevoegd gezag van een andere lidstaat. 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 01-01-2003
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 a artikel 15, onder 29 van de wet artikel 3 Indien een aanvraag betrekking heeft op het meer dan één keer binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen van radioactieve afvalstoffen kan een vergunning als bedoeld in, ofofworden verleend voor meerdere keren, indien: a. de betrokken radioactieve afvalstoffen in wezen dezelfde fysische, chemische en radioactieve kenmerken vertonen; b. de betrokken radioactieve afvalstoffen steeds dezelfde geadresseerde hebben, en c. artikelen 26, tweede lid 29, tweede lid, van het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen voor zover het binnen Nederlands grondgebied brengen plaats vindt van buiten de Europese Unie, dit steeds geschiedt langs hetzelfde eerste aangewezen kantoor als bedoeld in de, en. 2 Een vergunning voor het meer dan één keer binnen of buiten Nederlands grondgebied brengen van radioactieve afvalstoffen wordt voor ten hoogste drie jaren verleend. 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 01-01-2003
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Onze Minister beslist uiterlijk negen weken na de datum waarop van het bevoegd gezag van een andere lidstaat een verzoek is ontvangen om goedkeuring te verlenen aan de aanvraag om: a. radioactieve afvalstoffen die afkomstig zijn van een Staat buiten de Europese Unie te brengen: 1°. naar een definitieve bestemming binnen zijn grondgebied via Nederlands grondgebied, 2°. naar een definitieve bestemming binnen het grondgebied van een andere Staat buiten de Europese Unie via Nederlands grondgebied, of om b. vanuit zijn grondgebied radioactieve afvalstoffen te brengen: 1°. naar een definitieve bestemming binnen Nederlands grondgebied; 2°. naar een definitieve bestemming binnen het grondgebied van een derde lidstaat via Nederlands grondgebied; 3°. naar een definitieve bestemming binnen het grondgebied van een Staat buiten de Europese Unie via Nederlands grondgebied. 2 Een verzoek als bedoeld in het eerste lid wordt gedaan met gebruikmaking van het document. 3 a b Indien Onze Minister het noodzakelijk acht dat de opslag van de radioactieve afvalstoffen in verband met het vervoer naar een definitieve bestemming als bedoeld in het eerste lid, onderen, 2° en 3°, plaatsvindt door een door Onze Minister en Onze andere Ministers erkende ophaaldienst voor radioactieve afvalstoffen, doet hij daarvan onverwijld mededeling aan: a. het bevoegd gezag van de lidstaat dat om goedkeuring heeft verzocht; b. de ophaaldienst; c. degene op wiens aanvraag het verzoek om goedkeuring betrekking heeft. 4 Indien Onze Minister uiterlijk zeven weken na de datum, bedoeld in het eerste lid, uitstel heeft gevraagd, beslist Onze Minister in afwijking van het eerste lid uiterlijk dertien weken na die datum. 5 a Onze Minister zendt onverwijld een exemplaar van een verzoek als bedoeld in het eerste lid, van zijn mededeling, bedoeld in het derde lid, onder, en van zijn verzoek om uitstel aan Onze andere Ministers. 6 Onze Minister deelt met gebruikmaking van het document zijn beslissing omtrent een verzoek als bedoeld in het eerste lid onverwijld mee aan het bevoegd gezag van de lidstaat, dat om goedkeuring heeft verzocht. Hij deelt zijn beslissing onverwijld mee aan Onze andere Ministers en, voor zover dit van toepassing is, aan degene die voornemens is de radioactieve afvalstoffen in ontvangst te nemen en aan de ophaaldienst. 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 01-01-2003
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 7, eerste lid Voor zover het vervoeren van splijtstoffen, ertsen of radioactieve stoffen zonder vergunning bij of krachtens de wet is verboden, weigert Onze Minister een goedkeuring voor een verrichting als bedoeld in, indien het vervoeren van de radioactieve afvalstoffen of het voorhanden hebben van die stoffen bij opslag in verband met het vervoer, door degene die die afvalstoffen binnen Nederlands grondgebied brengt of aan wie zij worden afgegeven, niet kan geschieden overeenkomstig de bij of krachtens het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen gestelde regels. 2 b artikel 7, eerste lid, onder, 1° Onze Minister weigert voorts een goedkeuring voor een verrichting als bedoeld in, indien: a. het bewaren, het vernietigen, het op of in de bodem brengen of het zich ontdoen door afgifte van de radioactieve afvalstoffen niet kan plaatsvinden overeenkomstig de bij of krachtens de wet gestelde regels, of b. geen verklaring kan worden overgelegd van een door Onze Minister en Onze andere Ministers erkende ophaaldienst voor radioactieve afvalstoffen, waarbij deze zich bereid toont de betrokken radioactieve afvalstoffen in ontvangst te nemen. 3 artikel 7, eerste lid Onze Minister weigert een goedkeuring voor een verrichting als bedoeld in, indien het vervoerstraject onnodige risico's voor de openbare veiligheid of het milieu meebrengt. 4 b artikel 7, eerste lid, onder, 1° Onze Minister kan een goedkeuring voor een verrichting als bedoeld in, weigeren, indien het bewaren, het vernietigen, het op of in de bodem brengen, het zich ontdoen door afgifte, of het voorhanden hebben van de radioactieve afvalstoffen bij opslag in verband met het vervoer anderszins in strijd zou zijn met het belang van de bescherming van het milieu. 5 a b artikel 7, eerste lid, onderen, 2° en 3° b Onze Minister kan een goedkeuring voor een verrichting als bedoeld in, weigeren op de grond als bedoeld in het tweede lid, onder. 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 01-01-2003
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 7, eerste lid artikel 3 artikel 15, onder a 29 van de wet Indien Onze Minister de goedkeuring voor een verrichting als bedoeld in, niet weigert, verleent hij de goedkeuring in ieder geval onder de voorwaarde dat de vergunning, bedoeld in, ofof, wordt verleend. 2 artikel 15, onder a 29 van de wet artikel 3 Indien Onze Minister de goedkeuring verleent, waarmerkt hij een afschrift van het document dat hij zendt naar het bevoegd gezag van de lidstaat, dat goedkeuring heeft verzocht, als de aanvraag om een vergunning als bedoeld in, ofof. Hij tekent op het afschrift de datum aan waarop hij de goedkeuring voorwaardelijk heeft verleend. De aanvraag wordt geacht te zijn ingediend op vorenbedoelde datum. 3 Onze Minister doet ingeval van een goedkeuring de mededeling aan het bevoegd gezag van de lidstaat, dat goedkeuring heeft verzocht, vergezeld gaan van: a. artikel 15, onder a 29 van de wet artikel 3 een afschrift van het eerste blad van de gewaarmerkte aanvraag om de vergunning, bedoeld in, ofof; b. informatie over de betrokken vergunning. 4 Onze Minister doet tegelijkertijd bij de mededeling als bedoeld in het derde lid aan degene op wiens aanvraag de goedkeuring betrekking heeft, een opgave van gegevens die in aanvulling op het document binnen de daarbij aangegeven termijn nog moeten worden verstrekt. 5 Onze Minister zendt onverwijld een afschrift van het eerste blad van de gewaarmerkte aanvraag aan Onze andere Ministers. 6 artikel 7, eerste lid, onder b, 1° Indien het verzoek om goedkeuring betrekking heeft op een verrichting als bedoeld in, en de betrokken radioactieve afvalstoffen binnen Nederland worden bewerkt, weigert Onze Minister de goedkeuring indien geen verklaring wordt overgelegd, dat degene die voornemens is deze radioactieve afvalstoffen vanuit de lidstaat binnen Nederlands grondgebied te brengen deze na bewerking terugneemt en dat het bevoegd gezag van de lidstaat daaraan zijn medewerking verleent. 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 01-01-2003
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 artikel 15, onder a 29 van de wet artikel 3 Onze Minister trekt zijn goedkeuring onverwijld in, indien de vergunning, bedoeld in, ofof, is geweigerd of vernietigd. 2 Artikel 7, zesde lid , is van overeenkomstige toepassing. 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 01-01-2003
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 15, onder a 29 van de wet Op de aanvraag om een vergunning krachtens, ofvoor het brengen van splijtstoffen en ertsen onderscheidenlijk radioactieve stoffen: a. vanuit een andere lidstaat naar een definitieve bestemming: 1°. binnen Nederlands grondgebied, 2°. binnen een derde lidstaat, of 3°. binnen een Staat buiten de Europese Unie, of, b. afkomstig van een Staat buiten de Europese Unie met een definitieve bestemming binnen een andere lidstaat, wordt door Onze Minister en Onze andere Ministers, in ieder geval afwijzend beschikt indien naar hun oordeel de betrokken splijtstoffen, ertsen of radioactieve stoffen moeten worden beschouwd als radioactieve afvalstoffen en 1°. met betrekking tot die verrichting geen verzoek om goedkeuring is gedaan door het bevoegd gezag van de betrokken lidstaat, of 2°. artikel 9 met betrekking tot die verrichting geen goedkeuring is verleend als bedoeld in. 2 Onze Minister deelt, namens Onze andere Ministers, de afwijzende beschikking krachtens het eerste lid onverwijld mede aan de aanvrager en aan het bevoegd gezag van de betrokken lidstaat. 3 artikel 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een vergunning krachtens. 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 01-01-2003
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 15, onder a 29 van de wet artikel 3 Degene die voornemens is radioactieve afvalstoffen afkomstig van een Staat buiten de Europese Unie en met een definitieve bestemming binnen Nederlands grondgebied in ontvangst te nemen, is verplicht met gebruikmaking van het document een vergunning aan te vragen als bedoeld in, ofof als bedoeld inten behoeve van het binnen Nederlands grondgebied brengen van die radioactieve afvalstoffen. 2 artikel 15, onder a 29 van de wet artikel 3 Degene die voornemens is vanuit het grondgebied van een Staat buiten de Europese Unie radioactieve afvalstoffen op weg naar een definitieve bestemming binnen het grondgebied van een Staat buiten de Europese Unie via Nederlands grondgebied binnen de Europese Unie te brengen, is verplicht bij de aanvraag om een vergunning als bedoeld in, of, of als bedoeld ingebruik te maken van het document. 3 De persoon, bedoeld in het eerste lid, doet zijn aanvraag vergezeld gaan van een ondertekende verklaring van degene die de radioactieve afvalstoffen buiten het grondgebied van een Staat buiten de Europese Unie brengt dat hij de betrokken radioactieve afvalstoffen zal terugnemen indien deze niet binnen het grondgebied van Nederland of van een lidstaat kunnen worden gebracht. 4 De persoon, bedoeld in het tweede lid, doet zijn aanvraag vergezeld gaan van een door hem ondertekende verklaring dat hij de betrokken radioactieve afvalstoffen zal terugnemen indien deze niet binnen het grondgebied van Nederland, van een lidstaat of van de betrokken Staat buiten de Europese Unie kunnen worden gebracht. 5 Het document, bedoeld in het eerste en tweede lid, is op aanvraag verkrijgbaar bij Onze Minister. 6 Onze Minister kan in aanvulling op het document de persoon, bedoeld in het eerste en tweede lid, verzoeken binnen een door hem te stellen termijn nadere gegevens te verstrekken. 7 Onze Minister zendt een exemplaar van een aanvraag als bedoeld in het eerste en tweede lid onverwijld na de datum waarop de aanvraag is ontvangen aan Onze andere Ministers. 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 01-01-2003
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 artikel 12, eerste of tweede lid Onze Minister tekent, indien het document, bedoeld in, volledig en juist is ingevuld en voorzien is van de vereiste bijlagen, de datum van ontvangst aan op het eerste blad van het document. 2 Onze Minister zendt een afschrift van het eerste blad van het gedagtekende document onverwijld aan Onze andere Ministers. 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 01-01-2003
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikel 13, eerste lid Indien uit het document, bedoeld in, blijkt: verzoekt Onze Minister onverwijld na de dagtekening van het document het bevoegd gezag van die lidstaat of lidstaten onder toezending van het document de daarin opgenomen aanvraag binnen negen weken na ontvangst goed te keuren. a. artikel 12, eerste lid dat de radioactieve afvalstoffen, bedoeld in, via het grondgebied van één of meer andere lidstaten binnen Nederlands grondgebied worden gebracht, of b. artikel 12, tweede lid dat de radioactieve afvalstoffen, bedoeld in, via het grondgebied van één of meer andere lidstaten buiten de Europese Unie worden gebracht, 2 Onze Minister doet die toezending vergezeld gaan van informatie omtrent de betrokken vergunning en de daarbij te volgen procedure. 3 Onze Minister doet de aanvrager en Onze andere Ministers onverwijld mededeling van het verzoek of de verzoeken om goedkeuring. 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 01-01-2003
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 Onze Minister verlengt op verzoek van het bevoegd gezag van een lidstaat, waaraan goedkeuring is gevraagd, de termijn van negen weken met ten hoogste vier weken. 2 Onze Minister doet de aanvrager en Onze andere Ministers onverwijld mededeling van de verlenging. 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 01-01-2003
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikelen 19, eerste en tweede lid 20, eerste en tweede lid artikel 3 artikel 12, eerste of tweede lid artikelen 15, onder a 29 van de wet Onverminderd de, en, wordt op de aanvraag om een vergunning als bedoeld in de, enen inten behoeve van het binnen Nederlands grondgebied brengen van radioactieve afvalstoffen als bedoeld in, niet beslist, zolang de lidstaten aan wie goedkeuring is gevraagd die goedkeuring niet hebben gegeven binnen de daarvoor gestelde termijn. 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 01-01-2003
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikelen 15, onder a 29 van de wet artikel 12, eerste of tweede lid Onze Minister en Onze andere Ministers beschikken afwijzend op de aanvraag om een vergunning als bedoeld in de, enten behoeve van het binnen Nederlands grondgebied brengen van radioactieve afvalstoffen als bedoeld in: a. uiterlijk twee weken na de datum waarop de weigering van het bevoegd gezag van één van de lidstaten aan wie goedkeuring is gevraagd is ontvangen; b. ingeval door het bevoegd gezag van een lidstaat geen beslissing is genomen omtrent de goedkeuring uiterlijk acht weken na het verstrijken van de datum waarop die beslissing uiterlijk had moeten zijn genomen. 2 Het eerste lid, onder b, is uitsluitend van toepassing indien de betrokken lidstaat voor 1 januari 1994 de Commissie van de Europese Gemeenschappen heeft medegedeeld dat aan het door hem niet binnen de voor goedkeuring gestelde termijn beslissen niet het gevolg kan worden verbonden van een stilzwijgende goedkeuring. 3 Onze Minister stelt de Commissie onverwijld op de hoogte van een afwijzende beschikking als bedoeld in het eerste lid, onder b. 4 artikelen 15, onder a 29 van de wet Onze Minister deelt, namens Onze andere Ministers, de beschikking op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in de, enten behoeve van de verrichting, bedoeld in het eerste lid, onverwijld mede aan: a. artikel 12, eerste of tweede lid de persoon, bedoeld in; b. het bevoegd gezag van de betrokken Staat of Staten buiten de Europese Unie, en c. de lidstaten aan wie goedkeuring is verzocht. 5 artikel 3 artikel 12, eerste of tweede lid Het eerste tot en met vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een vergunning als bedoeld inten behoeve van het binnen Nederlands grondgebied brengen van radioactieve afvalstoffen als bedoeld in. 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 01-01-2003
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 15, onder a, van de wet artikel 29 van de wet De aanvraag om een vergunning krachtensof krachtensvoor het vanuit het grondgebied van een Staat buiten de Europese Unie binnen Nederlands grondgebied brengen van splijtstoffen, ertsen of radioactieve stoffen, die: wordt, indien de betrokken splijtstoffen, ertsen of radioactieve stoffen als radioactieve afvalstoffen moeten worden beschouwd, gedaan met gebruikmaking van het document. a. bestemd zijn om binnen Nederland te blijven, of b. een definitieve bestemming hebben binnen het grondgebied van een Staat buiten de Europese Unie, 2 artikelen 12 tot en met 17 Een besluit om de aanvraag niet te behandelen wordt door Onze Minister, namens Onze andere Ministers, onverwijld nadat de aanvraag is aangevuld of nadat de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken, aan de aanvrager bekendgemaakt. De bekendmaking gaat vergezeld van het document, onder verwijzing naar in ieder geval de. 3 artikel 3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een vergunning krachtens. 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 01-01-2003
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 artikelen 15, onder a 29 van de wet artikel 12, eerste lid Onze Minister en Onze andere Ministers beschikken afwijzend op de aanvraag om een vergunning als bedoeld in de, en, ten behoeve van het binnen Nederlands grondgebied brengen van radioactieve afvalstoffen als bedoeld in, indien: a. geen verklaring kan worden overgelegd van een door Onze Minister en Onze andere Ministers erkende ophaaldienst voor radioactieve afvalstoffen, waarbij deze zich bereid toont de betrokken radioactieve afvalstoffen in ontvangst te nemen, of b. artikel 20, eerste lid, onder a, b of c indien het vervoer door of over een gebied gaat als bedoeld in. 2 artikelen 15, onder a 29 van de wet artikel 12, eerste lid Onze Minister en Onze andere Ministers beschikken afwijzend op de aanvraag om een vergunning als bedoeld in de, en, ten behoeve van het binnen Nederlands grondgebied brengen van radioactieve afvalstoffen als bedoeld in, indien: a. het vervoerstraject onnodige risico's voor de openbare veiligheid of het milieu meebrengt, of b. het bewaren, het vernietigen, het op of in de bodem brengen of het zich ontdoen door afgifte, van de betrokken radioactieve afvalstoffen anderszins in strijd zou zijn met het belang van de bescherming van het milieu. 3 Onze Minister deelt, namens Onze andere Ministers, de afwijzende beschikking onverwijld mede aan: a. artikel 12, eerste lid de persoon bedoeld in; b. het bevoegd gezag van de Staat buiten de Europese Unie, die aan het begin staat van het traject dat zou leiden tot het binnen Nederlands grondgebied brengen van de betrokken radioactieve afvalstoffen, en c. het bevoegd gezag van de lidstaten, aan wie goedkeuring is verzocht. 4 Onze Minister trekt na een afwijzende beschikking op grond van het eerste of tweede lid het verzoek om goedkeuring in. Hij deelt dat aan het bevoegd gezag van de lidstaten, aan wie goedkeuring is verzocht, mee gelijktijdig bij de mededeling van de afwijzende beschikking. 5 artikel 3 artikel 12, eerste lid Het eerste tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een vergunning als bedoeld inten behoeve van het binnen Nederlands grondgebied brengen van radioactieve afvalstoffen als bedoeld in. 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 01-01-2003
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 artikelen 15, onder a 29 van de wet artikel 12, tweede lid Onze Minister en Onze andere Ministers beschikken afwijzend op de aanvraag om een vergunning als bedoeld in de, en, ten behoeve van het binnen Nederlands grondgebied brengen van radioactieve afvalstoffen als bedoeld in, indien: a. het vervoer door of over een gebied gaat ten zuiden van 60° zuiderbreedte, dan wel de radioactieve afvalstoffen een bestemming hebben in dit gebied, b. het vervoer door of over het grondgebied gaat van een Staat buiten de Europese Unie en die Staat partij is bij de Vierde ACS-EEG-Overeenkomst, dan wel de radioactieve afvalstoffen een bestemming hebben binnen het grondgebied van zo'n Staat, of c. het vervoer door of over of het grondgebied gaat van een Staat buiten de Europese Unie en die Staat volgens de door de Commissie van de Europese Gemeenschappen vastgestelde criteria niet beschikt over de technische, wettelijke of bestuurlijke middelen om de radioactieve afvalstoffen veilig te beheren, dan wel de radioactieve afvalstoffen een bestemming hebben binnen het grondgebied van zo'n Staat, of d. Onze Minister de tijdelijke opslag in verband met het vervoer van de betrokken radioactieve afvalstoffen door een door Onze Minister en Onze andere Ministers erkende ophaaldienst voor radioactieve afvalstoffen noodzakelijk acht en geen erkende ophaaldienst bereid is de betrokken radioactieve afvalstoffen tijdelijk in ontvangst te nemen, of e. artikel 15, onder a 29 van de wet de opslag in verband met het vervoer door degene die de betrokken radioactieve afvalstoffen binnen Nederlands grondgebied brengt of aan wie zij worden afgegeven, niet kan geschieden overeenkomstig een vergunning, die geldt krachtens, of. 2 artikelen 15, onder a 29 van de wet artikel 12, tweede lid Onze Minister en Onze andere Ministers beschikken afwijzend op de aanvraag om een vergunning als bedoeld in, en, ten behoeve van het binnen Nederlands grondgebied brengen van radioactieve afvalstoffen als bedoeld in, indien het vervoerstraject onnodige risico's voor de openbare veiligheid of het milieu meebrengt. 3 Onze Minister deelt, namens Onze andere Ministers, de afwijzende beschikking onverwijld mede aan: a. artikel 12, tweede lid de persoon, bedoeld in; b. het bevoegd gezag van de betrokken Staat of Staten buiten de Europese Unie, en c. het bevoegd gezag van de lidstaten, aan wie goedkeuring is verzocht of aan wie blijkens de aanvraag goedkeuring zou zijn gevraagd, indien niet op grond van het eerste of tweede lid zou zijn geweigerd. 4 Artikel 19, vierde lid , is van overeenkomstige toepassing. 5 artikel 3 artikel 12, tweede lid Het eerste tot en met het vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een vergunning als bedoeld inten behoeve van het binnen Nederlands grondgebied brengen van radioactieve afvalstoffen als bedoeld in. 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 01-01-2003
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 a artikel 15, onder Indien de aanvraag om een vergunning als bedoeld in, van de wet voor het buiten Nederlands grondgebied brengen van splijtstoffen en ertsen, die uit Nederland afkomstig zijn of binnen Nederlands grondgebied zijn gebracht met het oog op bewerking, niet vergezeld gaat van een schriftelijke verklaring van degene voor wie de splijtstoffen en ertsen bestemd zijn dat deze door hem voor verder gebruik worden aangewend, worden door Onze Minister en Onze andere Ministers de splijtstoffen en ertsen waarop de aanvraag betrekking heeft, aangemerkt als radioactieve afvalstoffen. 2 a artikel 15, onder artikel 3 De aanvraag om een vergunning als bedoeld in, van de wet of als bedoeld invoor het buiten Nederlands grondgebied brengen van radioactieve afvalstoffen, die uit Nederland afkomstig zijn of binnen Nederlands grondgebied zijn gebracht met het oog op bewerking, wordt gedaan met gebruikmaking van het document. 3 Het document, bedoeld in het tweede lid, is op aanvraag verkrijgbaar bij Onze Minister. 4 De aanvraag wordt ingediend bij Onze Minister. 1993 626 17-11-1993 1993 626 17-11-1993 01-02-1994
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 01-01-2003
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 a artikel 15, onder artikel 3 artikel 21, tweede lid de artikelen 12, zesde lid 13 Op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in, van de wet ofvoor het buiten Nederlands grondgebied brengen van radioactieve afvalstoffen als bedoeld in, zijn, envan overeenkomstige toepassing. 1993 626 17-11-1993 1993 626 17-11-1993 01-02-1994
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Indien uit het document blijkt dat: verzoekt Onze Minister onverwijld na de dagtekening van het document het bevoegd gezag van de lidstaat of de lidstaten onder toezending van het gedagtekende document de aanvraag binnen negen weken na ontvangst goed te keuren. a. de radioactieve afvalstoffen alvorens zij hun definitieve bestemming binnen het grondgebied van een lidstaat bereiken binnen het grondgebied van één of meer andere lidstaten moeten worden gebracht, of b. de radioactieve afvalstoffen alvorens zij hun definitieve bestemming buiten de Europese Unie bereiken binnen het grondgebied van één of meer lidstaten moeten worden gebracht, 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 01-01-2003
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 a artikel 15, onder, van de wet artikel 3 artikel 21, tweede lid Op de aanvraag om een vergunning als bedoeld inofvoor het buiten Nederlands grondgebied brengen van de in, bedoelde radioactieve afvalstoffen naar: artikelen 14, tweede en derde lid 15 16 17 artikel 27, eerste lid 29, eerste, tweede of derde lid zijn de,,envan overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het niet beslissen zolang een lidstaat aan wie goedkeuring is gevraagd geen betrekking heeft op een weigering op grond van, of. 1°. een definitieve bestemming binnen het grondgebied van een lidstaat, of 2°. een definitieve bestemming buiten de Europese Unie maar door of over het grondgebied van een lidstaat, 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 01-01-2003
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 a artikel 15, onder, van de wet artikel 21, tweede lid Onze Minister en Onze andere Ministers beschikken afwijzend op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in, ten behoeve van het buiten Nederlands grondgebied brengen van radioactieve afvalstoffen als bedoeld in, naar een definitieve bestemming binnen het grondgebied van een lidstaat indien het vervoerstraject onnodige risico's voor de openbare veiligheid of het milieu meebrengt. 2 artikel 21, tweede lid Onze Minister deelt, namens Onze andere Ministers, de afwijzende beschikking onverwijld mede aan degene die voornemens is de radioactieve afvalstoffen, bedoeld in, buiten het Nederlands grondgebied te brengen en aan het bevoegd gezag van de lidstaat of lidstaten waaraan goedkeuring is verzocht. Hij kan daarbij het verzoek om goedkeuring intrekken. 3 artikel 3 artikel 21, tweede lid Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een vergunning als bedoeld inten behoeve van het buiten Nederlands grondgebied brengen van radioactieve afvalstoffen als bedoeld in, naar een definitieve bestemming binnen het grondgebied van een lidstaat. 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 01-01-2003
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 21, tweede lid Onze Minister zendt een afschrift van het document, waarin de aanvraag is opgenomen voor het buiten Nederlands grondgebied brengen van radioactieve afvalstoffen als bedoeld in, naar een definitieve bestemming binnen het grondgebied van een Staat buiten de Europese Unie onverwijld na de dagtekening van het document naar het bevoegd gezag van die Staat. 2 Onze Minister nodigt het bevoegd gezag van die Staat uit zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen negen weken na ontvangst van het aanvraagformulier zijn opmerkingen kenbaar te maken. 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 01-01-2003
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 artikel 15, onder a , van de wet artikel 21, tweede lid Onze Minister en Onze andere Ministers beschikken afwijzend op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in, voor het buiten Nederlands grondgebied brengen van radioactieve afvalstoffen als bedoeld in, naar een definitieve bestemming binnen het grondgebied van een Staat buiten de Europese Unie indien: a. artikel 20, eerste lid, onder a, b of c zich één van de omstandigheden voordoet als bedoeld in, of b. het vervoerstraject onnodige risico's voor de openbare veiligheid of het milieu meebrengt. 2 artikel 15, onder a , van de wet Onze Minister en Onze andere Ministers kunnen op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in, ten behoeve van een verrichting als bedoeld in het eerste lid afwijzend beschikken, indien: a. aan hem niet wordt overgelegd een afschrift van de overeenkomst met degene door wie deze afvalstoffen in ontvangst zullen worden genomen, of b. hij redelijkerwijs kan aannemen dat de voorgenomen wijze van opslag of vernietiging van de betrokken radioactieve afvalstoffen in strijd zal zijn met het belang van de bescherming van het milieu, of c. artikel 27, tweede lid de opmerkingen, bedoeld in, daartoe aanleiding geven. 3 Onze Minister deelt, namens Onze andere Ministers, de afwijzende beschikking terstond mede aan de aanvrager en het bevoegd gezag van de betrokken Staten. Hij kan daarbij het verzoek om goedkeuring intrekken. 4 artikel 3 artikel 21, tweede lid Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op een aanvraag om een vergunning als bedoeld inten behoeve van het buiten Nederlands grondgebied brengen van radioactieve afvalstoffen als bedoeld in, naar een definitieve bestemming binnen het grondgebied van een Staat buiten de Europese Unie. 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 2002 566 28-11-2002 29-10-2002 01-01-2003
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van hetwaarin het wordt geplaatst. 1993 626 17-11-1993 1993 626 17-11-1993 01-02-1994
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit in-, uit- en doorvoer van radioactieve afvalstoffen. 1993 626 17-11-1993 1993 626 17-11-1993 01-02-1994