Besluit van 22 november 1993, houdende vaststelling van nadere regels ter uitvoering van de Wet Infrastructuurfonds
- BWB-id
- BWBR0006264
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Infrastructuur en Milieu
- Geldigheid
- 2017-07-01 t/m 2021-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006264
- ELI
- /eli/nl/amvb/1994/besluit-infrastructuurfonds
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1994/besluit-infrastructuurfonds/2017-07-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006264&g=2017-07-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006264&z=2026-06-06&g=2017-07-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006264/2017-07-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1994/besluit-infrastructuurfonds
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Wet Infrastructuurfonds wet: de; b. dagelijks bestuur: dagelijks bestuur van een regionaal openbaar lichaam; c. artikel 20, derde lid, van de Wet personenvervoer 2000 samenwerkingsgebied: gebied aangewezen op grond van; d. project: een ondeelbaar geheel aan werkzaamheden met als doel de aanleg van infrastructuur en met als kenmerken, dat tot de uitvoering van de werkzaamheden in beginsel alleen in zijn geheel kan worden besloten en dat een gefaseerde uitvoering van onderdelen, waarbij ieder onderdeel na voltooiing in gebruik kan worden genomen en effectief is, niet zonder aanzienlijke meerkosten mogelijk is; e. artikel 5 groot project: een project waarvan de geraamde op grond vanvoor subsidie in aanmerking komende kosten ten minste € 225 000 000,– bedragen of ten minste € 112 500 000,– bedragen indien het een project voor regionale of lokale infrastructuur betreft dat geheel wordt gerealiseerd buiten de samenwerkingsgebieden waarin de gemeente Amsterdam, de gemeente Rotterdam of de gemeente 's-Gravenhage is gelegen; f. artikel 5 overig project: een project waarvan de geraamde op grond vanvoor subsidie in aanmerking komende kosten minder dan € 225 000 000,– bedragen of minder dan € 112 500 000,– bedragen indien het een project betreft voor regionale of lokale infrastructuur dat geheel wordt gerealiseerd buiten samenwerkingsgebieden waarin de gemeente Amsterdam, de gemeente Rotterdam of de gemeente 's-Gravenhage is gelegen; g. vaste subsidiebedrag: subsidie, waarop geen nacalculatie plaatsvindt en welke alleen kan worden bijgesteld op grond van wijzigingen van het algemene loon- en prijspeil; h. artikel 1, eerste lid, van de Tracéwet landelijke infrastructuur: het hoofdwegennet, het landelijk spoorwegnet en het hoofdvaarwegennet, als bedoeld in; i. lokale infrastructuur: infrastructuur, gelegen binnen één gemeente en in beheer bij die gemeente en met een lokale functie; j. regionale infrastructuur: infrastructuur gelegen binnen een provincie of samenwerkingsgebied, in beheer bij een provincie, gemeente of waterschap en met een regionale functie; k. Besluit personenvervoer 2000 Besluit personenvervoer: Besluit personenvervoer, zoals dat gold voor de inwerkingtreding van het. 2014 559 24-12-2014 17-12-2014 2014 559 24-12-2014 17-12-2014 24-02-2015
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Uit het fonds kunnen in ieder geval a. uitgaven worden gedaan ten behoeve van categorieën of onderdelen van infrastructuur, welke zijn opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlage en b. subsidies worden verstrekt ten behoeve van categorieën of onderdelen van infrastructuur, welke zijn opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlage, voorzover deze binnen de grenzen van de paragrafen 2 tot en met 7 van dit besluit passen. 2 Uit het fonds worden geen uitgaven gedaan of subsidies verstrekt ten behoeve van: a. kosten van algemeen bestuurlijke aard; b. artikel 5 kosten voor het doen van een aanvraag om een subsidie, anders dan bedoeld in; c. artikel 28, eerste lid kosten van onderhoud aan wegen in beheer bij anderen dan het Rijk, tenzij het betreft onderhoud verricht op verzoek van het Rijk, dan wel onderhoud, als bedoeld in. 3 Uit het fonds kunnen subsidies worden verstrekt op grond van de volgende wetten en regelingen: - Deltawet - Uitkeringsregeling bestrijding verontreiniging rijkswateren - Regeling bijzondere subsidies waterkeren en waterbeheren - Tijdelijke bijdrageregeling spoorwegaansluitingen - Tijdelijke beleidsregeling bijdragen vaarwegaansluitingen - Regeling subsidies uitvoeringsprogramma duurzaam veilig - Subsidieregeling transferpunten - Subsidieregeling openbare inland terminals - Subsidieregeling bedrijfsgebonden vaarwegaansluitingen - Tijdelijke regeling eenmalige subsidies baggerplannen bebouwd gebied - Regeling eenmalige uitkering baggerwerkzaamheden bebouwd gebied - Tijdelijke Stimuleringsregeling verwerking baggerspecie - Tijdelijke regeling eenmalige uitkering bestrijding regionale wateroverlast - Regeling eenmalige uitkering spoorse doorsnijdingen - Subsidieregeling Zuidas - Subsidieregeling ERTMS. 2017 173 28-04-2017 18-04-2017 2017 173 28-04-2017 18-04-2017 01-07-2017
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De ontvanger van een subsidie krachtens dit besluit is verplicht tot het verlenen van medewerking aan een door of vanwege Onze Minister te verrichten onderzoek naar de besteding van de subsidie. 2 artikel 29 artikel 31 Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur leggen bij de verlening van een subsidie die wordt bekostigd uit de doeluitkering, bedoeld inonderscheidenlijk, de subsidie-ontvanger de verplichtingen op om: a. in het jaar volgend op het jaar waarin het subsidiebedrag is betaald een financieel verslag uit te brengen over de besteding van de subsidie en dit verslag vergezeld te doen gaan van een accountantsverklaring; b. medewerking te verlenen aan een door of vanwege gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur te verrichten onderzoek naar de besteding van de subsidie. 2005 574 22-11-2005 24-10-2005 2006 109 02-03-2006 21-02-2006 08-03-2006
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a 1 Onze Minister stelt ieder begrotingsjaar een subsidieplafond vast voor op grond van dit besluit te verstrekken subsidies. 2 Onze Minister kan afzonderlijke subsidieplafonds vaststellen voor de onderscheiden onderdelen van dit besluit. 3 Onze Minister verdeelt het beschikbare bedrag rekening houdend met: a. artikel 2, eerste lid, van de Planwet verkeer en vervoer artikel 4.3, eerste lid, van de Wet milieubeheer de mate waarin een project de doelstellingen van het nationaal verkeers- en vervoerplan als bedoeld in, de nota voor het nationaal ruimtelijk beleid, en het nationale milieubeleidsplan als bedoeld in, tot uitvoering brengt; b. het stadium van voorbereiding van een project; c. de hoogte van het subsidiebedrag dat is aangevraagd, en d. de verplichtingen die ten laste van de begroting van het Infrastructuurfonds komen op grond van eerder afgegeven beschikkingen. 4 artikel 4:25, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht Onze Minister kan in bijzondere gevallen bij de beschikking tot weigering van het verlenen van subsidie op grond vanbepalen dat in het daaropvolgende begrotingsjaar, zonder nieuwe indiening van de aanvraag, opnieuw een beschikking op de aanvraag wordt gegeven. 2002 620 19-12-2002 06-12-2002 2004 111 30-03-2004 12-03-2004 31-03-2004
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Bij een aanvraag om een subsidie voor een groot project uit het fonds verstrekt de aanvrager met betrekking tot dat project Onze Minister de volgende gegevens en bescheiden: a. een beschrijving op hoofdkenmerken en het programma van eisen; b. tekeningen van het project; c. een kostenraming, met een tijdschema van de uitvoering en de daarbij behorende uitgaven van het werk; d. een opgave van de kostenelementen, die ten laste van andere kostendragers kunnen worden gebracht; e. een raming van de inkomsten uit het project; f. een opgave van de stand van zaken met betrekking tot de voor de uitvoering noodzakelijke wettelijke procedures; g. een raming van het gebruik, dat van het beoogde project zal worden gemaakt en de verwachte effecten daarvan; h. de functie van het project in het openbaar vervoernetwerk, de exploitatiegevolgen voor het openbaar vervoernetwerk en de financiering van beheer en instandhouding van het project; i. andere door Onze Minister noodzakelijk geachte gegevens. 2 Een subsidie voor een groot project gelegen in een samenwerkingsgebied kan uitsluitend worden aangevraagd door het dagelijks bestuur, een publiekrechtelijk rechtspersoon, niet zijnde een gemeente, provincie of een waterschap, of een privaatrechtelijk rechtspersoon, niet zijnde een regionaal of lokaal vervoerbedrijf welke in het betrokken samenwerkingsgebied openbaar vervoer verricht. 3 artikel 9, vierde lid, onderdeel a of b Indien de aanvraag betrekking heeft op een groot project voor regionale of lokale infrastructuur, en de aanvrager in aanmerking meent te komen voor toepassing van, voegt de aanvrager een onderbouwing toe op grond waarvan de aanvrager hiervoor in aanmerking meent te komen. 4 artikel 5, eerste lid artikel 16 van de Planwet verkeer en vervoer Een aanvrager van een subsidie voor een groot project toont aan dat het project is opgenomen in een provinciaal verkeers- en vervoerplan, dan wel, indien het project is gelegen in een samenwerkingsgebied, in een regionaal verkeers- en vervoerplan als bedoeld in, onderscheidenlijk. 5 Het vierde lid is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op een groot project dat onderdeel uitmaakt van het landelijk spoorwegnet. 2004 663 21-12-2004 03-12-2004 2004 741 30-12-2004 20-12-2004 01-01-2005
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 4, eerste lid Voor een subsidie als bedoeld inten behoeve van investeringen in infrastructuur komen in aanmerking de kosten van: a. studies voor het betrokken project voor zover die door Onze Minister aanvaardbaar worden geacht; b. verwerving van een onroerende zaak voor zover door Onze Minister aanvaardbaar geacht; c. vergunningen en leges voor zover door Onze Minister aanvaardbaar geacht; d. bouwrente; deze is gelijk aan de rente van de meest recente staatslening op het moment van gunning van het werk; het bedrag en de termijn, waarover de bouwrente vergoed wordt, behoeft de goedkeuring van Onze Minister; e. materialen; f. werkzaamheden van aanleg, bouw, wijziging of inrichting van de betrokken infrastructuur; g. bijkomende voorzieningen nodig om de betrokken infrastructuur na voltooiing zijn functie te kunnen laten vervullen; h. met het project samenhangende door Onze Minister redelijk geachte schadevergoedingen aan derden; i. voorlichting over de uitvoering van het project als begeleiding gedurende de bouw; j. artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968 de omzetbelasting die niet op de voet vanin aftrek kan worden gebracht en geen recht geeft op een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds; k. voorbereiding, administratie en toezicht voor zover het betreft projecten ten behoeve van het openbaar vervoer, van het goederenvervoer over het spoor en van vaarwegen; l. onvoorziene omstandigheden bij grote projecten met betrekking tot regionale of lokale infrastructuur, voorzover de kosten betrekking hebben op de kosten, genoemd in de onderdelen a tot en met i. 2 De kosten, bedoeld in het eerste lid, worden slechts tot een in redelijkheid als noodzakelijk te beschouwen hoogte in aanmerking genomen. 3 De kosten bedoeld in het eerste lid, onderdeel k, bedragen voor projecten ten behoeve van het openbaar vervoer en van het goederenvervoer zestien procent en voor projecten ten behoeve van vaarwegen tien procent van de kosten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen e, f en g. 4 In afwijking van het bepaalde in het derde lid stelt Onze Minister, indien het een subsidie betreft voor projecten ten behoeve van het landelijk spoorwegnet, de in dat lid genoemde kosten per soort van investering nader vast. 2009 309 27-07-2009 22-06-2009 2009 309 27-07-2009 22-06-2009 27-09-2009 Artikel II van Stb. 2009/309 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 Een aanvraag om een subsidie voor een groot project wordt slechts in behandeling genomen indien dat project is opgenomen in een realisatieprogramma dat deel uitmaakt van het meerjarenprogramma. In bijzondere gevallen kan Onze Minister besluiten de aanvraag reeds in behandeling te nemen voordat dat project in een realisatieprogramma is opgenomen. 2 artikel 4, eerste lid Onze Minister beslist op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in, binnen zes maanden na de indiening daarvan. Hij kan daarbij van de aanvraag afwijken. 3 Indien als gevolg van de complexiteit van de te behandelen aanvraag Onze Minister niet binnen de in het tweede lid genoemde termijn kan beslissen, kan hij deze termijn twee keer met telkens ten hoogste zes maanden verlengen. Onze Minister doet hiervan terstond mededeling aan de aanvrager. 1997 672 23-12-1997 09-12-1997 1997 672 23-12-1997 09-12-1997 23-02-1998 01-01-1998 Werkt, m.u.v. onderdeel EE, terug tot en met 1 januari 1998.
Onderdeel EE werkt terug tot en met 1 januari 1996.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 Onze Minister verleent de subsidie met inachtneming van eisen van soberheid en doelmatigheid. Hij kan bij de verlening van de subsidie bepalen dat het subsidiebedrag tussentijds danwel bij de vaststelling van de subsidie kan worden aangepast aan de ontwikkelingen van het loon- en prijspeil. 2 De subsidie wordt verleend voor de werkelijk te maken kosten, tenzij de subsidie in de vorm van een vast subsidiebedrag wordt verleend. 3 Een subsidie voor een groot project met betrekking tot regionale of lokale infrastructuur wordt uitsluitend verleend voor in de beschikking omschreven functionele eisen in de vorm van een vast subsidiebedrag, dat is gebaseerd op de kosten van de meest kosteneffectieve variant. De beschikking tot subsidieverlening vermeldt de variant die naar het oordeel van Onze Minister , op basis van de studies van de subsidieaanvrager ter voorbereiding van de aanvraag als het meest kosteneffectief kan worden aangemerkt. 4 Bij het verlenen van de subsidie worden de kosten, welke naar het oordeel van Onze Minister redelijkerwijs ten laste van andere kostendragers kunnen worden gebracht, buiten beschouwing gelaten. 5 Niet voor een subsidie komen in aanmerking de kosten van wegverharding in geval van achterstallig onderhoud aan het gehele betrokken wegdek; in geval van achterstallig onderhoud aan een gedeelte van het betrokken wegdek wordt de subsidie naar evenredigheid met de mate van achterstallig onderhoud verminderd. 2002 620 19-12-2002 06-12-2002 2004 111 30-03-2004 12-03-2004 31-03-2004
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Vervallen 1995 619 21-12-1995 08-12-1995 1995 619 21-12-1995 08-12-1995 21-02-1996 01-01-1996
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 4, eerste lid artikel 5 Een subsidie als bedoeld in, bedraagt, met inachtneming van het tweede lid, als percentage van de op grond vanin aanmerking komende kosten voor: a. het landelijk spoorwegnet honderd procent; indien het infrastructuur betreft hoofdzakelijk ten behoeve van het internationale vervoer over spoorwegen kan Onze Minister een ander percentage vaststellen; b. een groot project: voor regionale of lokale infrastructuur honderd procent van de kosten van de variant die naar het oordeel van Onze Minister als meest kosteneffectief kan worden aangemerkt, onder aftrek van € 225 000 000,– indien dat project geheel of gedeeltelijk wordt gerealiseerd binnen één of meer van de samenwerkingsgebieden waarin de gemeente Amsterdam, de gemeente Rotterdam of de gemeente 's-Gravenhage is gelegen of onder aftrek van € 112 500 000,– indien dat project geheel in een ander gebied wordt gerealiseerd. c. voorzieningen met betrekking tot de veiligheid van het wegverkeer vijftig procent; indien de subsidie bestemd is voor herinrichting van verblijfsgebieden als 30-km zone, dient de aaneengesloten oppervlakte van dit gebied minimaal tien hectare te bedragen; d. artikel 5, eerste lid, onderdeel a studies als bedoeld in, vijftig procent voor zover de kosten niet als bestuurskosten van de aanvrager kunnen worden aangemerkt; e. aanleg van een terminal ten behoeve van intermodaal vervoer vijfentwintig procent. 2 Bij de vergoeding voor de verlegging of vervanging van kabels of leidingen wordt rekening gehouden met het juridische regime, waaronder de kabels of leidingen liggen. Indien bij de verlegging de kabels of leidingen gelijktijdig worden vervangen wordt een aftrek toegepast, welke wordt berekend op basis van de resterende economische levensduur van de kabels of leidingen. 3 a In afwijking van het eerste lid, onderdeel, kan Onze Minister voor de subsidie voor een investering ten behoeve van spoorweginfrastructuur uitsluitend bestemd voor vervoer van goederen een lager percentage vaststellen. 4 In afwijking van het eerste lid, aanhef en onderdeel b, kan Onze Minister een lager bedrag dan € 225 000 000,– onderscheidenlijk € 112 500 000,– aftrekken in geval: a. de financiële draagkracht van de aanvrager hiertoe aanleiding geeft; artikel 3, eerste lid, van de Wet BDU verkeer en vervoer hiervan is in ieder geval sprake indien de hoogte van de brede doeluitkering als bedoeld in, in het jaar waarin de aanvraag is ingediend, vermenigvuldigd met twee, gelijk is aan of lager dan € 225.000.000,–: of b. het project een functie heeft die naar het oordeel van Onze Minister het regionale of lokale belang aanmerkelijk te boven gaat. 5 artikel 5, eerste lid, onderdeel a Indien reeds subsidie is verleend voor de kosten, bedoeld in, wordt deze bij de verlening van een subsidie voor de overige kosten, genoemd in artikel 5, eerste lid, in mindering gebracht. 2014 559 24-12-2014 17-12-2014 2014 559 24-12-2014 17-12-2014 24-02-2015
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Indien een groot project anders wordt aanbesteed dan openbaar of met voorafgaande selectie, kan Onze Minister vooraf toetsen of aan de regelgeving terzake is voldaan. 1995 619 21-12-1995 08-12-1995 1995 619 21-12-1995 08-12-1995 21-02-1996 01-01-1996
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 Onze Minister kan bij de subsidieverlening de subsidie-ontvanger de verplichting opleggen om binnen twaalf maanden na dagtekening van de beschikking te beginnen met de uitvoering van het project. 2 artikel 4 artikel 13, derde lid De subsidie-ontvanger is verplicht wijzigingen ten opzichte van de op grond vaningediende gegevens en bescheiden te onderwerpen aan de instemming van Onze Minister, voor zover die wijzigingen van invloed zijn op de effectiviteit, de kosten, de kwaliteit of de fasering van het project. De voorstellen tot wijziging worden vermeld in de voortgangsrapportage, bedoeld in. 1997 672 23-12-1997 09-12-1997 1997 672 23-12-1997 09-12-1997 23-02-1998 01-01-1998 Werkt, m.u.v. onderdeel EE, terug tot en met 1 januari 1998.
Onderdeel EE werkt terug tot en met 1 januari 1996.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 4, eerste lid Op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in, beslist Onze Minister afwijzend indien: a. naar zijn oordeel ernstige twijfel bestaat of de met het betrokken project beoogde doelstellingen worden bereikt; b. het project naar zijn oordeel onvoldoende bijdraagt of in verhouding tot de kosten onvoldoende bijdraagt aan het bereiken van de doelstellingen van het vigerende Structuurschema Verkeer en Vervoer, de vigerende Nota op de Ruimtelijke Ordening en het vigerende nationale milieubeleidsplan; c. naar zijn oordeel het betrokken project niet past binnen het geldende meerjarenprogramma infrastructuur en transport; d. de aanvrager failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend; 2 Tenzij Onze Minister in bijzondere gevallen anders beslist, wijst hij een aanvraag af, indien op het tijdstip, waarop de aanvraag wordt ingediend, reeds met de uitvoering van het project, waarop de aanvraag betrekking heeft, is begonnen. 1997 672 23-12-1997 09-12-1997 1997 672 23-12-1997 09-12-1997 23-02-1998 01-01-1998 Werkt, m.u.v. onderdeel EE, terug tot en met 1 januari 1998.
Onderdeel EE werkt terug tot en met 1 januari 1996.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Indien subsidie wordt verleend voor meer dan één kalenderjaar wordt bij de subsidieverlening het bedrag aangegeven dat per kalenderjaar aan voorschotten kan worden verleend. 2 Tenzij bij de subsidieverlening anders wordt bepaald, worden voorschotten verleend per kwartaal. Voorschotten worden verleend op basis van in te dienen declaraties die zijn afgestemd op de gerealiseerde en geplande voortgang van het werk en die zijn onderbouwd door een voortgangsrapportage van het betrokken project. De voortgangsrapportage bevat in ieder geval een overzicht van de gerealiseerde werkzaamheden, een planning van de nog te verrichten werkzaamheden en een raming van de nog te maken kosten. 3 Indien een project slechts gedeeltelijk uit het fonds wordt betaald, is het bedrag dat aan voorschotten wordt verleend niet hoger dan het aandeel van het fonds in de financiering van het project. 4 De subsidie-ontvanger dient jaarlijks binnen vier maanden na afloop van het betrokken kalenderjaar een financiële verantwoording, voorzien van een accountants-verklaring, in. Onze Minister kan op verzoek van de subsidie-ontvanger de termijn twee keer met telkens ten hoogste twee maanden verlengen. Artikel 14, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing. 5 In afwijking van het vijfde lid dient de subsidie-ontvanger tenzij bij de subsidieverlening anders wordt bepaald na afloop van het kalenderjaar geen financiële verantwoording voorzien van een accountantsverklaring in. 6 In geval van snellere voortgang van het werk dan voorzien bij de subsidieverlening kan, in afwijking van het tweede lid, het bedrag dat aan voorschotten kan worden verleend, worden verhoogd voor zover dat inpasbaar is binnen de begroting van het fonds. De rentekosten van de voorfinanciering van de versnelling worden niet vergoed. 7 Een voorschot wordt betaald binnen acht weken na ontvangst van de declaratie, bedoeld in het derde lid. 8 Indien als gevolg van onvoorziene omstandigheden de werkelijk gemaakte kosten hoger uitvallen dan het bedrag waarvoor subsidie is verleend, kan de subsidie-ontvanger een suppletoire aanvraag indienen. De artikelen 4 tot en met 9 en 12 zijn voor zover nodig van toepassing. 2009 267 30-06-2009 25-06-2009 2009 266 30-06-2009 25-06-2009 01-07-2009 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Vierde tranche Algemene wet bestuursrecht
in werking treedt.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 Binnen een jaar nadat het betrokken project in gebruik is genomen doet de subsidie-ontvanger aan Onze Minister daarvan mededeling. De mededeling gaat vergezeld van een aanvraag tot vaststelling van de subsidie, alsmede van een eindverslag en een financiële verantwoording van de totale projectkosten, voorzien van een accountantsverklaring alsmede een slotdeclaratie. Onze Minister kan op verzoek van de subsidie-ontvanger de termijn met ten hoogste zes maanden verlengen. 2 artikel 4, eerste lid, onder c De in het eerste lid bedoelde financiële verantwoording en accountantsverklaring dienen te worden opgesteld overeenkomstig de in, bedoelde kostenraming respectievelijk de door Onze Minister vast te stellen controle-instructie. 3 Met betrekking tot de financiële controle kan Onze Minister bij ministeriële regeling nadere regels geven. 1997 672 23-12-1997 09-12-1997 1997 672 23-12-1997 09-12-1997 23-02-1998 01-01-1998 Werkt, m.u.v. onderdeel EE, terug tot en met 1 januari 1998.
Onderdeel EE werkt terug tot en met 1 januari 1996.
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a 1 Onze Minister beslist op de aanvraag tot het vaststellen van de subsidie binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag. 2 artikel 14, eerste lid Indien de subsidie-ontvanger geen aanvraag tot vaststelling van de subsidie heeft ingediend binnen de in, bedoelde termijn stelt Onze Minister de subsidie ambtshalve vast binnen twaalf weken na het tijdstip waarop de betrokken termijn is verstreken. 3 Indien de werkelijke kosten lager zijn dan het bedrag dat als vast subsidiebedrag is verleend, besteedt de subsidieontvanger het verschil aan infrastructurele maatregelen overeenkomstig de bijlage bij dit besluit. 2002 620 19-12-2002 06-12-2002 2004 111 30-03-2004 12-03-2004 31-03-2004
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 1997 672 23-12-1997 09-12-1997 1997 672 23-12-1997 09-12-1997 23-02-1998 01-01-1998 Werkt, m.u.v. onderdeel EE, terug tot en met 1 januari 1998.
Onderdeel EE werkt terug tot en met 1 januari 1996.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 1997 672 23-12-1997 09-12-1997 1997 672 23-12-1997 09-12-1997 23-02-1998 01-01-1998 Werkt, m.u.v. onderdeel EE, terug tot en met 1 januari 1998.
Onderdeel EE werkt terug tot en met 1 januari 1996.
Artikel 16a — Artikel 16a#
Artikel 16a 1 artikel 5, eerste lid, onderdelen a, b of k Onze Minister kan voor een project dat is opgenomen in een planstudieprogramma dat deel uitmaakt van het meerjarenprogramma op aanvraag een subsidie verlenen voor naar het oordeel van Onze Minister in de planstudiefase redelijkerwijs te maken kosten als bedoeld in. Kosten van studies voor het regionale of lokale wegennet komen niet voor subsidie in aanmerking. In bijzondere gevallen kan Onze Minister besluiten de aanvraag reeds in behandeling te nemen voordat dat project in een planstudieprogramma is opgenomen. 2 De subsidie bedraagt voor projecten ten behoeve van het landelijk spoorwegnet ten hoogste honderd procent en voor andere projecten ten hoogste vijftig procent van de op grond van het eerste lid in aanmerking komende kosten. 3 De subsidie-ontvanger neemt geen beslissing om het project niet tot uitvoering te brengen dan na instemming van Onze Minister. 4 artikelen 4, eerste en tweede lid 6, tweede en derde lid 7, eerste, tweede en vierde lid 10 11, tweede lid 12, eerste lid 13 14 14a De,,,,,,,enzijn van overeenkomstige toepassing. 5 artikel 4, eerste lid artikel 4, eerste lid Indien voor een project waarvoor krachtens het eerste lid een subsidie is verstrekt, uiteindelijk een subsidie als bedoeld in, wordt verleend, brengt Onze Minister het subsidiebedrag, bedoeld in het eerste lid, in mindering op de subsidie, bedoeld in. 2004 663 21-12-2004 03-12-2004 2004 741 30-12-2004 20-12-2004 01-01-2005
Artikel 16aa — Artikel 16aa#
Artikel 16aa 1 Onze Minister kan voor een verkenning die is opgenomen in een verkenningenprogramma dat deel uitmaakt van het meerjarenprogramma op aanvraag een subsidie verlenen voor te maken kosten van studies of onderzoeken. 2 Bij een aanvraag om een subsidie als bedoeld in het eerste lid verstrekt de aanvrager Onze Minister de volgende gegevens en bescheiden: a. de opzet van studies of onderzoeken; b. een beschrijving op hoofdlijnen van het verkeers- en vervoerprobleem en van mogelijke oplossingen; c. een kostenraming met een tijdschema van de te verrichten studies of onderzoeken; d. een opgave van de kostenelementen die ten laste van andere kostendragers kunnen worden gebracht; e. inzicht in het voorgenomen verkeers- en vervoerbeleid. 3 De subsidie bedraagt ten hoogste vijftig procent van de op grond van het eerste lid in aanmerking komende kosten. 4 Onze Minister kan bij zijn beslissing als bedoeld in het eerste lid de in dat lid bedoelde kosten nader specificeren, dan wel de subsidie in afwijking van het derde lid verlenen in de vorm van een vast subsidiebedrag, dat echter niet hoger mag zijn dan vijftig procent van de op grond van het eerste lid in aanmerking komende kosten. 5 artikelen 4, tweede lid 6, tweede en derde lid 7, eerste, tweede en vierde lid 10 12, eerste lid 13 14 14a De,,,,,,enzijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat wanneer de subsidie in de vorm van een vast subsidiebedrag is verleend geen accountantsverklaring behoeft te worden ingediend. 2004 1 06-01-2004 17-12-2003 2004 111 30-03-2004 12-03-2004 31-03-2004
Artikel 16b — Artikel 16b#
Artikel 16b 1 artikel 4, eerste lid Onze Minister kan na ingebruikneming van een groot project, waarvoor een subsidie als bedoeld in, is verstrekt, op aanvraag uit het fonds een subsidie verlenen ten behoeve van de evaluatie van dat project indien die evaluatie naar zijn oordeel noodzakelijk is. 2 De subsidie bedraagt vijfennegentig procent van de in aanmerking komende kosten van evaluatie. 3 artikelen 4, tweede lid 6, tweede en derde lid 7, eerste, tweede en vierde lid 13 14 14a De,,,,enzijn van overeenkomstige toepassing. 2004 1 06-01-2004 17-12-2003 2004 111 30-03-2004 12-03-2004 31-03-2004
Artikel 16c — Artikel 16c#
Artikel 16c Een subsidie voor een overig project kan uitsluitend bij Onze Minister worden aangevraagd door: a. andere publiekrechtelijke rechtspersonen dan een provincie, gemeente, waterschap en een regionaal openbaar lichaam ingeval het project landelijke betekenis heeft; b. privaatrechtelijke rechtspersonen ingeval het project landelijke betekenis heeft; c. een beheerder van landelijke spoorweginfrastructuur; d. Publiekrechtelijke rechtspersonen en privaatrechtelijke rechtspersonen ten behoeve van investeringen in en onderhoud van infrastructurele werken buiten Nederland doch binnen Europa. 2004 663 21-12-2004 03-12-2004 2004 741 30-12-2004 20-12-2004 01-01-2005
Artikel 16d — Artikel 16d#
Artikel 16d 1 artikel 4, eerste lid Aanvragen om een subsidie voor overige projecten vinden plaats overeenkomstig. 2 artikelen 6 10 11 12 artikel 10 artikel 5 Onze Minister beslist op een aanvraag als bedoeld in het eerste lid overeenkomstig de,,enmet dien verstande dat inin plaats van 'groot project' moet worden gelezen: project, waarvan de geraamde kosten op grond vanmeer bedragen dan € 5 000 000. 3 artikelen 5 7 9, eerste lid, onderdelen a, c en d, tweede en derde lid 13 tot en met 14a 16a tot en met 16b artikel 5 De,,,, en, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat, indien een subsidie als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een projectgebonden onderzoek ten behoeve van de veiligheid van het wegverkeer de hoogte van de subsidie vijftig procent bedraagt van de kosten die overeenkomstigvoor vergoeding in aanmerking komen. 2002 620 19-12-2002 06-12-2002 2004 111 30-03-2004 12-03-2004 31-03-2004
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 § 2 In afwijking vanzijn voor het verstrekken van subsidies aan een beheerder van landelijke spoorweginfrastructuur voor de kapitaallasten voortvloeiende uit de investeringen in die spoorweginfrastructuur , voor de bediening en voor het onderhoud van die spoorweginfrastructuur de bepalingen van deze paragraaf van toepassing. 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 05-06-2005 16-03-2005
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 De beheerder dient jaarlijks uiterlijk vier maanden voor de aanvang van het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft, een aanvraag om een subsidie in, waarbij hij de volgende gegevens verstrekt: a. een raming van de te verwachten wijziging van de kapitaallasten ten opzichte van het voorgaande jaar, als gevolg van een te verwachten wijziging in de resterende schuld en de daarover berekende rente ten gevolge van de niet à fonds perdu gefinancierde spoorweginfrastructuur; b. een raming van de te verwachten wijziging van de kosten van bediening en van de onderhoudskosten ten opzichte van het voorgaande jaar, als gevolg van een te verwachten wijziging in omvang van de bestaande spoorweginfrastructuur en als gevolg van een te verwachten wijziging van de mate van gebruik van de bestaande spoorweginfrastructuur; c. een raming van de te verwachten opbrengsten van vergoedingen van gebruikers van de spoorweginfrastructuur; d. andere door Onze Minister noodzakelijk geachte gegevens. 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 05-06-2005 16-03-2005
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Onze Minister verleent jaarlijks de subsidie voor de aanvang van het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft. 2 Bij de verlening van de subsidie wordt uitgegaan van de kapitaallasten, van de kosten van bediening en onderhoud en de omvang van de opbrengsten van vergoedingen van gebruikers, in een door hem te bepalen basisjaar. De subsidie kan worden aangepast aan de wijzigingen ten opzichte van het basisjaar als gevolg van: a. de omvang van landelijke spoorweginfrastructuur; b. het niveau van instandhoudingskwaliteit, voor zover Onze Minister daarom verzoekt; c. het gebruik van landelijke spoorweginfrastructuur; d. de omvang van de opbrengsten van vergoedingen van gebruikers van landelijke spoorweginfrastructuur; e. de evaluatie van de algemene overeenkomst inzake de aanraking van infrastructuur; f. opgebouwde overschotten danwel tekorten; g. het loon- en prijspeil. 3 paragraaf 2 Kapitaallasten voortvloeiend uit projecten, die het Rijk reeds overeenkomstigheeft vergoed, worden in mindering gebracht op de totale kapitaallasten. De subsidie heeft betrekking op de dan resterende kapitaallasten. 4 paragraaf 2 De verplichtingen voortvloeiend uit de door Onze Minister toegestane leningfinanciering van projecten, bedoeld in, worden afzonderlijk vergoed. 5 Onze Minister kan besluiten tot het vaststellen van een nieuw basisjaar met inachtneming van de dan geldende omstandigheden. 6 Artikel 7, vierde lid Onze Minister verleent de subsidie met inachtneming van eisen van soberheid en doelmatigheid. Hij kan bij de verlening van de subsidie bepalen dat het subsidiebedrag tussentijds danwel bij de vaststelling van de subsidie kan worden aangepast aan de ontwikkelingen van het loon- en prijspeil., is van toepassing. 7 Onverminderd het zesde lid kan Onze Minister het subsidiebedrag tussentijds danwel bij de vaststelling van de subsidie aanpassen wanneer een wijziging van het bijdragesysteem daartoe noodzaakt. 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 05-06-2005 16-03-2005
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Bij de subsidieverlening wordt bepaald dat voorschotten worden verleend. 2 De voorschotten worden betaald in het jaar waarop de subsidie betrekking heeft in dertien maandelijkse termijnbedragen, waarbij in de maand mei twee termijnbedragen worden betaald. 1997 672 23-12-1997 09-12-1997 1997 672 23-12-1997 09-12-1997 23-02-1998 01-01-1998 Werkt, m.u.v. onderdeel EE, terug tot en met 1 januari 1998.
Onderdeel EE werkt terug tot en met 1 januari 1996.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Binnen zes maanden na afloop van het jaar waarop de subsidie betrekking heeft dient de beheerder bij Onze Minister een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. De aanvraag gaat vergezeld van de jaarrekening en de financiële verantwoording van de kapitaallasten voortvloeiende uit investeringen, kosten van bediening en onderhoudskosten en de opbrengsten in de bestaande spoorweginfrastructuur. De jaarrekening en de financiële verantwoording dienen te zijn voorzien van een accountantsverklaring. 2 De in het eerste lid bedoelde financiële verantwoording dient te worden opgesteld overeenkomstig het door Onze Minister vastgestelde informatieprofiel. 3 Indien uit de accountantsverklaring blijkt, dat de beheerder ten onrechte kapitaallasten voortvloeiende uit investeringen, kosten van bediening en onderhoudskosten of opbrengsten ten laste onderscheidenlijk ten gunste van de door hem beheerde spoorweginfrastructuur heeft gebracht, brengt de beheerder in de jaarrekening en de financiële verantwoording de nodige correcties aan. 4 Onze Minister beslist op de aanvraag tot het vaststellen van de subsidie binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag. 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 05-06-2005 16-03-2005
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Bij ministeriële regeling kan Onze Minister nadere regels geven met betrekking tot deze paragraaf. 1993 629 22-11-1993 1993 629 22-11-1993 01-01-1994
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Vervallen 1997 631 16-12-1997 02-12-1997 1997 688 23-12-1997 15-12-1997 31-12-1997
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 1997 631 16-12-1997 02-12-1997 1997 688 23-12-1997 15-12-1997 31-12-1997
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Vervallen 1997 631 16-12-1997 02-12-1997 1997 688 23-12-1997 15-12-1997 31-12-1997
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Vervallen 1997 631 16-12-1997 02-12-1997 1997 688 23-12-1997 15-12-1997 31-12-1997
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Vervallen 1997 631 16-12-1997 02-12-1997 1997 688 23-12-1997 15-12-1997 31-12-1997
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 In afwijking van de paragrafen 2 en 3 kan Onze Minister voor: a. beheer en onderhoud aan wegen, die op 1 januari 1994 in beheer waren bij het Rijk en nadien in beheer zijn gekomen bij een provincie, een gemeente of een waterschap, of b. Artikel 5, eerste lid aanleg en beheer en onderhoud van vaarwegen, ten behoeve van de binnenvaart, die in beheer zijn bij een provincie, een gemeente of een waterschap, aan die provincie, die gemeente of dat waterschap op aanvraag een subsidie verstrekken., is van overeenkomstige toepassing. 2 Onze Minister kan ter uitwerking van het eerste lid bij ministeriële regeling nadere regels geven. 1997 673 23-12-1997 09-12-1997 1997 673 23-12-1997 09-12-1997 23-02-1998 01-01-1998 Werkt terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 28a — Artikel 28a#
Artikel 28a 1 Onze Minister kan uit het fonds op aanvraag een bijzondere subsidie verlenen ten behoeve van een experiment of demonstratieproject dat naar zijn oordeel noodzakelijk is voor de kennisverwerving en de ontwikkeling van het beleid op nationaal niveau op het terrein van infrastructuur. 2 artikel 9, tweede lid artikel 5, eerste lid De subsidie strekt met inachtneming van, tot een gedeeltelijke tegemoetkoming in de kosten van het experiment of demonstratieproject. Tot de kosten worden gerekend de kosten, bedoeld in, alsmede de kosten van begeleiding, evaluatie en monitoring. 3 Onze Minister houdt bij het bepalen van het subsidiebedrag rekening met het karakter van het experiment of het demonstratieproject en met de kosten die redelijkerwijs ten laste van de subsidie-ontvanger behoren te komen. Hij kan de subsidie verlenen in de vorm van een vast subsidiebedrag. 4 artikelen 4 5 6, tweede en derde lid 7 8 9, tweede lid 10 14a De,,,,,, entot en metzijn van overeenkomstige toepassing. 2002 620 19-12-2002 06-12-2002 2004 111 30-03-2004 12-03-2004 31-03-2004
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 05-06-2005 16-03-2005 Blijft van toepassing op de doeluitkering die is verstrekt
ingevolge artikel 29 of artikel 31.
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Vervallen 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 05-06-2005 16-03-2005 Blijft van toepassing op de doeluitkering die is verstrekt
ingevolge artikel 29 of artikel 31.
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Vervallen 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 05-06-2005 16-03-2005 Blijft van toepassing op de doeluitkering die is verstrekt
ingevolge artikel 29 of artikel 31.
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 05-06-2005 16-03-2005 Blijft van toepassing op de doeluitkering die is verstrekt
ingevolge artikel 29 of artikel 31.
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 05-06-2005 16-03-2005 Blijft van toepassing op de doeluitkering die is verstrekt
ingevolge artikel 29 of artikel 31.
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Vervallen 1995 619 21-12-1995 08-12-1995 1995 619 21-12-1995 08-12-1995 21-02-1996 01-01-1996
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 Vervallen 1995 619 21-12-1995 08-12-1995 1995 619 21-12-1995 08-12-1995 21-02-1996 01-01-1996
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 Vervallen 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 05-06-2005 16-03-2005 Blijft van toepassing op de doeluitkering die is verstrekt
ingevolge artikel 29 of artikel 31.
Artikel 36a — Artikel 36a#
Artikel 36a Vervallen 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 05-06-2005 16-03-2005 Blijft van toepassing op de doeluitkering die is verstrekt
ingevolge artikel 29 of artikel 31.
Artikel 36b — Artikel 36b#
Artikel 36b Vervallen 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 05-06-2005 16-03-2005 Blijft van toepassing op de doeluitkering die is verstrekt
ingevolge artikel 29 of artikel 31.
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 Vervallen 1995 619 21-12-1995 08-12-1995 1995 619 21-12-1995 08-12-1995 21-02-1996 01-01-1996
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 Vervallen 1997 631 16-12-1997 02-12-1997 1997 688 23-12-1997 15-12-1997 31-12-1997
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 Vervallen 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 05-06-2005 16-03-2005 Blijft van toepassing op de doeluitkering die is verstrekt
ingevolge artikel 29 of artikel 31.
Artikel 39a — Artikel 39a#
Artikel 39a Vervallen 2002 620 19-12-2002 06-12-2002 2004 111 30-03-2004 12-03-2004 31-03-2004
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Vervallen 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 2005 173 05-04-2005 16-03-2005 05-06-2005 16-03-2005 Blijft van toepassing op de doeluitkering die is verstrekt
ingevolge artikel 29 of artikel 31.
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Vervallen 1994 660 18-08-1994 1994 660 18-08-1994 08-11-1994 01-01-1994
Artikel 41a — Artikel 41a#
Artikel 41a Vervallen 2002 620 19-12-2002 06-12-2002 2004 111 30-03-2004 12-03-2004 31-03-2004
Artikel 41b — Artikel 41b#
Artikel 41b Vervallen 1999 107 09-03-1999 23-02-1999 1999 107 09-03-1999 23-02-1999 09-05-1999 01-01-1999 Werkt terug tot en met 1 januari 1999.
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 Onze Minister draagt zorg voor een evaluatie van de werking van dit besluit vier jaar na inwerkingtreding ervan. 1993 629 22-11-1993 1993 629 22-11-1993 01-01-1994
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Stb. De Bijdrageregeling Mobiliteitsfonds (1989, 220) wordt ingetrokken. 1993 629 22-11-1993 1993 629 22-11-1993 01-01-1994
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1993 629 22-11-1993 1993 629 22-11-1993 01-01-1994
Artikel 44a — Artikel 44a#
Artikel 44a artikel 5, tweede lid Onze Minister kan bij de vaststelling van bijdragen, bedoeld in artikel 111, eerste en tweede lid, van het Besluit personenvervoer, die vóór 1 januari 1994 krachtens dat besluit zijn aangevraagd en die zijn verleend onder de toezegging dat de bijdrage op het punt van de vergoeding van de kosten van voorbereiding, administratie en toezicht zal worden bijgesteld overeenkomstig een nieuwe regeling, de kosten van voorbereiding, administratie en toezicht vergoeden overeenkomstig. 1995 619 21-12-1995 08-12-1995 1995 619 21-12-1995 08-12-1995 21-02-1996 01-01-1996
Artikel 44b — Artikel 44b#
Artikel 44b paragraaf 2 of 3 van het Besluit Infrastructuurfonds artikel 9, tweede lid Onze Minister kan bij de vaststelling van bijdragen, die zijn verleend krachtens, zoals die luidden vóór de inwerkingtreding van het onderhavige besluit, en waarbij is toegezegd dat de bijdrage op het punt van de vergoeding van de kosten van verlegging of vervanging van kabels of leidingen zal worden bijgesteld overeenkomstig een nieuwe regeling, de bijdrage voor de kosten van verlegging of vervanging vaststellen overeenkomstig. 1997 672 23-12-1997 09-12-1997 1997 672 23-12-1997 09-12-1997 23-02-1998 01-01-1998 Werkt, m.u.v. onderdeel EE, terug tot en met 1 januari 1998.
Onderdeel EE werkt terug tot en met 1 januari 1996.
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Stcrt. De Bijdrageregeling wegverkeersvoorzieningen (1988, 215) wordt ingetrokken. 1993 629 22-11-1993 1993 629 22-11-1993 01-01-1994
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1993 629 22-11-1993 1993 629 22-11-1993 01-01-1994
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1993 629 22-11-1993 1993 629 22-11-1993 01-01-1994
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1993 629 22-11-1993 1993 629 22-11-1993 01-01-1994
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Besluit Infrastructuurfonds Dit besluit kan worden aangehaald als. 1993 629 22-11-1993 1993 629 22-11-1993 01-01-1994
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1994 . 1995 619 21-12-1995 08-12-1995 1995 619 21-12-1995 08-12-1995 21-02-1996 01-01-1996
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 artikelen 3 tot en met 22 28 28a De,envervallen met ingang van 1 januari 2025, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op voor die datum aangevraagde en verleende subsidies. 2017 173 28-04-2017 18-04-2017 2017 173 28-04-2017 18-04-2017 01-07-2017