Besluit van 13 juni 1994, houdende uitvoering van de artikelen 66, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, en 94, eerste, tweede, vijfde en zesde lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993
- BWB-id
- BWBR0006732
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Financiën
- Geldigheid
- 2002-01-01 t/m 2006-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006732
- ELI
- /eli/nl/amvb/1994/besluit-technische-voorzieningen-verzekeringsbedrijf-1994
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1994/besluit-technische-voorzieningen-verzekeringsbedrijf-1994/2002-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006732&g=2002-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006732&z=2026-06-06&g=2002-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006732/2002-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1994/besluit-technische-voorzieningen-verzekeringsbedrijf-1994
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 a artikel 435, eerste lid, onderdeel, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De voorziening voor niet-verdiende premies en lopende risico's, bedoeld in, omvat onder meer: a. de in het boekjaar ontvangen premies ter zake van risico’s die op het daarop volgende boekjaar of boekjaren betrekking hebben; b. de schaden en kosten uit lopende overeenkomsten van verzekering die na afloop van het boekjaar kunnen ontstaan en die niet gedekt kunnen worden door de voorziening die betrekking heeft op de niet-verdiende premies te zamen met de in het daarop volgende boekjaar of boekjaren nog te ontvangen premies. 2 De voorziening voor niet-verdiende premies wordt voor elke overeenkomst voor het schadeverzekeringsbedrijf afzonderlijk en op voorzichtige wijze bepaald. Het gebruik van statistische of wiskundige methoden is toegestaan indien de aard van de overeenkomst dat toelaat en indien deze methoden naar verwachting dezelfde resultaten opleveren als de afzonderlijke berekeningen. 1994 448 28-06-1994 13-06-1994 1994 448 28-06-1994 13-06-1994 01-07-1994
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 b artikel 435, eerste lid, onderdeel, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De voorziening voor levensverzekering, bedoeld in, wordt berekend op basis van een voldoende voorzichtige prospectieve actuariële methode, rekening houdend met de in de toekomst te ontvangen premies en met alle toekomstige verplichtingen volgens de voor iedere lopende overeenkomst van verzekering gestelde voorwaarden, met inbegrip van: a. alle gegarandeerde uitkeringen en gegarandeerde afkoopwaarden; b. de winstdelingen waarop de verzekeringnemer, verzekerde of gerechtigde op uitkering, collectief dan wel individueel recht heeft; c. alle keuzemogelijkheden waarover de verzekeringnemer, verzekerde of gerechtigde op uitkering, volgens de voorwaarden van de overeenkomst beschikt; d. de bedrijfskosten, met inbegrip van provisies. 2 Deze voorziening wordt voor elke overeenkomst afzonderlijk berekend. Het gebruik van statistische of wiskundige methoden is toegestaan indien de aard van de overeenkomst dat toelaat en indien deze methoden naar verwachting dezelfde resultaten opleveren als de afzonderlijke berekeningen. 3 In afwijking van het eerste lid kan een retrospectieve methode worden toegepast indien de op grond van die methode berekende technische voorzieningen niet lager zijn dan de voorzieningen bij toepassing van een prospectieve methode of indien het gebruik van een prospectieve methode vanwege de aard van het betrokken type overeenkomst niet mogelijk is. 4 De Pensioen- & Verzekeringskamer stelt ten behoeve van de berekeningen, bedoeld in het eerste tot en met het derde lid, de maximum rentepercentages en de daarbij in acht te nemen voorzichtigheidsmarges vast. 2001 22 16-01-2001 05-01-2001 2001 22 16-01-2001 05-01-2001 17-01-2001
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 c artikel 435, eerste lid, onderdeel, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De voorziening voor te betalen schaden of voor te betalen uitkeringen, bedoeld in, omvat het bedrag van de te verwachten schaden, in aanmerking nemende: a. de voor de balansdatum ontstane schaden of uitkeringen die zijn gemeld en nog niet zijn afgewikkeld en de schaden of uitkeringen die nog niet zijn gemeld; b. de kosten verband houdende met de afwikkeling van schaden of uitkeringen; c. de in verband met schaden of uitkeringen te verwachten baten uit subrogatie en de verkrijging van de eigendom van verzekerde zaken. 2 De voorziening voor te betalen schaden wordt voor elke schade afzonderlijk bepaald of volgens statistische methoden indien de aard van de overeenkomst dat toelaat en indien deze methoden naar verwachting dezelfde resultaten opleveren als de afzonderlijke berekeningen. In geval van periodiek te betalen schaden geschiedt de bepaling volgens erkende actuariële methoden. 3 Discontering van de voorziening voor te betalen schaden of voor te betalen uitkeringen, anders dan periodiek te betalen schaden, is slechts toegestaan indien a. de afwikkeling van de schaden ten minste vier jaren na het tijdstip van het opmaken van de jaarrekening zal duren en deze afwikkeling geschiedt volgens een betrouwbaar schade-afwikkelingsschema, waarin mede rekening wordt gehouden met alle factoren die de kosten van afwikkeling van de schade verhogen; en b. het rentepercentage dat voor de discontering wordt gebruikt niet hoger is dan het gemiddeld rendementspercentage van de voor deze technische voorziening aangehouden activa over de laatste vijf jaren voorafgaande aan het tijdstip van het opmaken van de jaarrekening en evenmin hoger is dan het rendementspercentage van deze activa over het boekjaar. 4 p artikel 1, eerste lid, onderdeel, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 Met betrekking tot een overeenkomst van communautaire co-assurantie als bedoeld in, zijn de voorzieningen voor te betalen schaden of voor te betalen uitkeringen verhoudingsgewijs ten minste gelijk aan die welke de co-assuradeur die als eerste verzekeraar optreedt, aanhoudt volgens de regels of gebruiken die gelden in de lid-staat van waaruit de eerste verzekeraar zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst van communautaire co-assurantie is aangegaan. 1994 448 28-06-1994 13-06-1994 1994 448 28-06-1994 13-06-1994 01-07-1994
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 3 Indien de verplichtingen uit overeenkomsten van verzekering op het tijdstip van het opmaken van de jaarrekening redelijkerwijs niet te schatten zijn wegens het ontbreken van voldoende nauwkeurige gegevens met betrekking tot de over het tekenjaar te ontvangen premies of te betalen schaden en kosten van afwikkeling van de schade, kan, in afwijking van: a. als voorziening voor te betalen schaden of voor te betalen uitkeringen worden opgenomen: 1°. een percentage van de geboekte premies met betrekking tot het tekenjaar waarin de overeenkomsten een aanvang nemen, of 2°. het positieve verschil tussen enerzijds de geboekte premies en anderzijds de betaalde schaden en kosten van afwikkeling van de schaden met betrekking tot het tekenjaar waarin de overeenkomsten een aanvang nemen; of b. a ter bepaling van de voorziening voor te betalen schaden of voor te betalen uitkeringen gebruik worden gemaakt van gegevens, bedoeld in onderdeel, die betrekking hebben op een jaar dat ten hoogste twaalf maanden aan het boekjaar voorafgaat. 2 De overeenkomstig het eerste lid bepaalde voorziening moet te allen tijde toereikend zijn om aan de verplichtingen uit overeenkomsten van verzekering te voldoen. 3 a b Het bedrag van de voorziening volgens de methode als bedoeld in het eerste lid, onderdeelof, wordt, zodra dat nodig blijkt, zodanig verhoogd tot het toereikend is om aan de huidige en toekomstige verplichtingen te voldoen. 4 a artikel 3 Indien de berekening, bedoeld in het eerste lid, onderdeel, wordt toegepast, wordt zodra voldoende nauwkeurige gegevens, bedoeld in het eerste lid, aanhef, bekend zijn, doch uiterlijk aan het einde van het derde boekjaar volgend op het in het eerste lid bedoelde tekenjaar, de voorziening voor te betalen schaden of voor te betalen uitkeringen overeenkomstigbepaald. 1994 448 28-06-1994 13-06-1994 1994 448 28-06-1994 13-06-1994 01-07-1994
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 d artikel 435, eerste lid, onderdeel, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek De voorziening voor winstdeling en kortingen, bedoeld in, omvat de bedragen die in de vorm van winstdeling bestemd zijn voor de verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen, voor zover deze niet hebben geleid tot verhoging van de voorziening voor levensverzekering, alsmede de bedragen die een gedeeltelijke terugbetaling van premies op grond van het resultaat van de overeenkomsten vertegenwoordigen, voor zover deze niet tot verhoging van de ledenrekening hebben geleid. 1994 448 28-06-1994 13-06-1994 1994 448 28-06-1994 13-06-1994 01-07-1994
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 e artikel 435, eerste lid, onderdeel, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bijlage A In de uitoefening van de branche Krediet wordt een egalisatievoorziening, bedoeld in, aangehouden die wordt berekend volgens de inbij dit besluit opgenomen methode voor: a. alle aangegane verplichtingen indien het een verzekeraar met zetel in Nederland betreft; b. de vanuit zijn bijkantoren in Nederland aangegane verplichtingen indien het een verzekeraar met zetel buiten de Unie betreft. 2 Het eerste lid is niet van toepassing op een verzekeraar: a. met zetel in Nederland die naast de branche Krediet een of meer andere branches vanuit een vestiging in de Unie uitoefent, indien de door hem jaarlijks geboekte premies met betrekking tot zijn vanuit vestigingen in de Unie aangegane verplichtingen in de uitoefening van de branche Krediet minder dan vier procent van het totale bedrag aan jaarlijks geboekte premies en minder dan twee miljoen vijfhonderdduizend euro belopen; b. met zetel buiten de Unie die naast de branche Krediet een of meer andere branches vanuit een bijkantoor in Nederland uitoefent, indien de door hem jaarlijks geboekte premies met betrekking tot zijn vanuit bijkantoren in Nederland aangegane verplichtingen in de uitoefening van de branche Krediet minder dan vier procent van het totale bedrag aan jaarlijks geboekte premies en minder dan twee miljoen vijfhonderdduizend euro belopen. 3 a PbEG PbEG richtlijn nr. 73/239/EEG richtlijn nr. 76/580/EEG Richtlijn 73/239/EEG verordening (EG) nr. 1103/97 Voor de toepassing van dit artikel wordt onder "euro" verstaan de rekeneenheid, bedoeld in artikel 5, onderdeel, vanvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 1973 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en de uitoefening daarvan (L 228), met inachtneming van de artikelen 1 en 2 vanvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 juni 1976 tot wijziging vantot coördinatie van de wettelijke en de bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en de uitoefening daarvan (L 189) en vanvan de Raad van 17 juni 1997 over enkele bepalingen betreffende de invoering van de euro (Pb EG L 162). 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikelen 1 tot en met 6 Onverminderd het bepaalde in dekan de Pensioen- & Verzekeringskamer nadere regels stellen omtrent de mate waarin technische voorzieningen moeten worden gevormd met betrekking tot verplichtingen en kosten en over de indeling van de technische voorzieningen. Zij kan daarbij voorschrijven naar welke grondslagen deze voorzieningen moeten worden berekend. 2001 22 16-01-2001 05-01-2001 2001 22 16-01-2001 05-01-2001 17-01-2001
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 De verzekeraar draagt er zorg voor dat de aard en de waardering van de waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen in overeenstemming zijn met de aard onderscheidenlijk de waardering van de aangegane verplichtingen. Deze waarden worden adequaat gediversificeerd en gespreid. Waarden met een hoog risico worden tot een voorzichtig niveau beperkt en voorzichtig gewaardeerd. 2 Bij of krachtens ministeriële regeling worden de categorieën van activa vastgesteld waarin de waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen mogen worden aangehouden en de voorwaarden en maxima ten aanzien van bepaalde waarden. 1997 20 28-01-1997 15-01-1997 1997 20 28-01-1997 15-01-1997 29-01-1997 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 richtlijn nr. 85/611/EEG PbEG De technische voorzieningen met betrekking tot uitkeringen die volgens de overeenkomst rechtstreeks gekoppeld zijn aan de waarde van een deelneming in een instelling voor collectieve belegging in effecten waaropvan de Raad van de Europese Gemeenschappen van 20 december 1985 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (L 375) van toepassing is, of aan de waarde van activa die zijn opgenomen in een door de verzekeraar gehouden fonds dat gewoonlijk in fracties is verdeeld, worden gedekt door deze rechten van deelneming onderscheidenlijk fracties dan wel, indien geen fracties zijn gecreëerd, door deze activa. 2 De technische voorzieningen met betrekking tot uitkeringen die volgens de overeenkomst rechtstreeks gekoppeld zijn aan een referentiewaarde anders dan die bedoeld in het eerste lid, worden gedekt door de eenheden die deze referentiewaarde vertegenwoordigen. Als deze eenheden ontbreken, worden de technische voorzieningen gedekt door activa die zo nauw mogelijk aansluiten bij die waarop de betrokken referentiewaarde is gebaseerd. 3 artikel 8, eerste lid artikel 8, tweede lid Op de technische voorzieningen die rechtstreeks verband houden met de uitkeringen, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn, voor zover in die uitkeringen geen sprake is van een gegarandeerd rendement of een gegarandeerd uitkeringsniveau,, alsmede de krachtens, vastgestelde maxima niet van toepassing. 1994 448 28-06-1994 13-06-1994 1994 448 28-06-1994 13-06-1994 01-07-1994
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 bijlage B bijlage C De muntsoort waarin de verplichtingen van de verzekeraar luiden, wordt vastgesteld overeenkomstig de inonderscheidenlijkopgenomen regels. De Pensioen- & Verzekeringskamer kan ter zake van de muntsoort slechts vrijstelling of ontheffing verlenen voor zover dit blijkens de desbetreffende bijlage is toegelaten. 2 artikel 66, zevende lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan de Pensioen- & Verzekeringskamer de inbedoelde vrijstelling onderscheidenlijk ontheffing verlenen indien de verzekeraar aannemelijk maakt dat de belangen van de verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen zich daartegen niet verzetten. 3 artikel 94, achtste lid, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan de Pensioen- & Verzekeringskamer de inbedoelde vrijstelling dan wel ontheffing verlenen: a. indien de verzekeraar aannemelijk maakt dat de belangen van de verzekeringnemers, verzekerden of gerechtigden op uitkeringen zich daartegen niet verzetten; onderscheidenlijk b. indien de verzekeraar diensten verricht naar een andere lid-staat, voor zover die lid-staat het verrichten van deze diensten afhankelijk stelt van een vergunning. 4 Een vrijstelling of ontheffing als bedoeld in het derde lid wordt niet verleend van het voorschrift dat de waarden die dienen tot dekking van de technische voorzieningen in Nederland aanwezig moeten zijn. 5 artikel 9 Het eerste lid is niet van toepassing op de overeenkomsten, bedoeld in. 2001 22 16-01-2001 05-01-2001 2001 22 16-01-2001 05-01-2001 17-01-2001
Artikel 10a — Artikel 10a#
Artikel 10a 1 artikel 188d, vijfde lid, eerste volzin, van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 bijlage D Het bedrag van de boete, bedoeld in, wordt bepaald op de wijze, voorzien inbij dit besluit. 2 bijlage D De Pensioen- & Verzekeringskamer kan het bedrag van de boete lager stellen dan inis bepaald, indien het bedrag van de boete in een bepaald geval op grond van bijzondere omstandigheden onevenredig hoog is. 2001 22 16-01-2001 05-01-2001 2001 22 16-01-2001 05-01-2001 17-01-2001
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De op grond van het Besluit technische voorzieningen verzekeringsbedrijf 1990 gegeven voorschriften en verleende ontheffingen worden beschouwd te zijn verleend ingevolge dit besluit. 1994 448 28-06-1994 13-06-1994 1994 448 28-06-1994 13-06-1994 01-07-1994
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 1994. 1994 448 28-06-1994 13-06-1994 1994 448 28-06-1994 13-06-1994 01-07-1994
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit technische voorzieningen verzekeringsbedrijf 1994. 1994 448 28-06-1994 13-06-1994 1994 448 28-06-1994 13-06-1994 01-07-1994
Artikel 6#
artikel 6, eerste lid
Artikel 10#
artikel 10, eerste lid
Artikel 10#
artikel 10, eerste lid
Artikel Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 artikelen 1, tweede lid, eerste volzin 2, tweede lid, eerste volzin 3, tweede lid 4, tweede, derde en vierde lid 8, eerste lid 9, eerste en tweede lid, van dit besluit hoofdstuk XI B van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 Het bedrag van de boete voor overtreding van de voorschriften, gesteld bij de,,,,, en, begaan na het tijdstip van inwerkingtreding van, bedraagt € 21 781.
Artikel Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1. Indien een boete wordt opgelegd, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete de volgende categorie-indeling naar balanstotaal van toepassing, met de daarbij behorende factor: Categorie-indeling normgeadresseerden Categorie I: schadeverzekeraars met een balanstotaal van minder dan € 4 538 000 en levensverzekeraars met een balanstotaal van minder dan € 13 613 000; factor 1; Categorie II: schadeverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 4 538 000 maar minder dan € 22 689 000 en levensverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 13 613 000 maar minder dan € 68 067 000; factor 2; Categorie III: schadeverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 22 689 000 maar minder dan € 113 445 000 en levensverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 68 067 000 maar minder dan € 340 335 000; factor 3; Categorie IV: schadeverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 113 445 000 maar minder dan € 453 780 000 en levensverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 340 335 000 maar minder dan € 1 361 340 000; factor 4; Categorie V: schadeverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 453 780 000 en levensverzekeraars met een balanstotaal van ten minste € 1 361 340 000; factor 6. artikel 1 2. De boete wordt vastgesteld door het bedrag, genoemd in, te vermenigvuldigen met de factor, behorende bij de categorie naar balanstotaal. 3. Indien de gegevens omtrent het balanstotaal niet aan de Pensioen- & Verzekeringskamer beschikbaar zijn gesteld, kan zij aan degene aan wie de boete wordt opgelegd verzoeken deze gegevens binnen een door haar te stellen termijn te verstrekken. Indien de betrokkene niet binnen de gestelde termijn voldoet aan dit verzoek, is bij de vaststelling van de hoogte van de boete categorie V van toepassing.