Besluit van 3 augustus 1994, houdende vaststelling van het Besluit tegemoetkoming ziektekosten rijkspersoneel
- BWB-id
- BWBR0006855
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2006-01-01 t/m 2006-06-01
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006855
- ELI
- /eli/nl/amvb/1994/besluit-tegemoetkoming-ziektekosten-rijkspersoneel
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1994/besluit-tegemoetkoming-ziektekosten-rijkspersoneel/2006-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006855&g=2006-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006855&z=2026-06-06&g=2006-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006855/2006-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1994/besluit-tegemoetkoming-ziektekosten-rijkspersoneel
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder a. Algemeen Rijksambtenarenreglement Ambtenarenreglement Staten-Generaal artikel 17 119 120 van het Reglement Dienst Buitenlandse Zaken ambtenaar: degene die in een of meer betrekkingen op basis van het, hetof ingevolge,ofin burgerlijke rijksdienst werkzaam is; b. gezinslid: 1°. artikel 8.10, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 de echtgenoot van de ambtenaar, die behoort tot het huishouden van de ambtenaar en van wie de eigen inkomsten per maand niet meer bedragen dan 20% van de algemene heffingskorting, bedoeld in; alsmede, 2°. artikel 7, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet Wet studiefinanciering 2000 het kind jonger dan 16 jaar, bedoeld in, respectievelijk dat in aanmerking komt voor studiefinanciering ingevolge de; 3°. artikel 7, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, van de Algemene Kinderbijslagwet het kind van 16 of 17 jaar, bedoeld in; 4°. het eigen kind dan wel aangehuwd kind of pleegkind – van 16 of 17 jaar dat tot zijn huishouden behoort en wiens voor werkzaamheden beschikbare tijd grotendeels in beslag wordt genomen door het verzorgen van dat huishouden, respectievelijk van 18 tot 27 jaar dat in verband met onderwijs of een beroepsopleiding overdag lessen of stages volgt gedurende ten minste 213 klokuren per kwartaal;. 5°. Wet studiefinanciering 2000 het kind van 16 tot 27 jaar dat in aanmerking komt voor studiefinanciering ingevolge de, respectievelijk van 18 tot 27 jaar dat in aanmerking komt voor studiekostentegemoetkoming ingevolge hoofdstuk III van de Wet tegemoetkoming studiekosten; indien de ambtenaar voor zo'n kind de premie van een ziektekostenverzekering heeft betaald, met dien verstande dat wat betreft de gezinsleden vermeld – onder 2° er recht op kinderbijslag dan wel op studiefinanciering bestaat, – onder 3° er recht op kinderbijslag bestaat, artikel 7 van de Algemene Kinderbijslagwet – onder 4° deze in belangrijke mate op zijn kosten wordt onderhouden als bedoeld in; c. inkomsten: 1°. alle inkomsten uit of in verband met arbeid daartoe mede gerekend pensioenen en uitkeringen ingevolge sociale regelingen onder welke benamingen dan ook; 2°. Wet inkomstenbelasting 2001 inkomsten uit of in verband met de uitoefening van een vrij beroep of eigen bedrijf, zijnde winst uit onderneming als bedoeld in de. 2 In dit besluit wordt onder echtgenoot van de ambtenaar mede verstaan degene met wie de niet gehuwde ambtenaar samenwoont en met het oogmerk duurzaam samen te leven – een gezamenlijke huishouding voert op basis van een notarieel verleden samenlevingscontract bevattende de wederzijdse rechten en verplichtingen ter zake van die samenwoning en gezamenlijke huishouding alsmede de geregistreerde partner. Tegelijkertijd kan slechts één persoon als echtgenoot worden aangemerkt. Desgevraagd dient door de ambtenaar een schriftelijke verklaring van een notaris te worden overgelegd waaruit blijkt dat een samenlevingscontract als vorenbedoeld is gesloten. 2002 216 16-05-2002 25-04-2002 2002 216 16-05-2002 25-04-2002 01-06-2002 Arrtikel 2 werkt terug tot en met 1 april 2002.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 a artikel 1, eerste lid, onderdeel De ambtenaar ontvangt een tegemoetkoming in ziektekosten over elke kalendermaand waarin hij een of meer betrekkingen bekleedt, bedoeld in. 2 b artikel 1, eerste lid, onderdeel, onder 1° De ambtenaar ontvangt voorts een tegemoetkoming voor een gezinslid als bedoeld in. 3 artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 2°, 3°, 4° en 5° artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 2° De ambtenaar ontvangt een extra tegemoetkoming voor ten hoogste drie gezinsleden, bedoeld in, waaronder ten hoogste twee gezinsleden als bedoeld in. 4 De tegemoetkoming, bedoeld in het derde lid wordt alleen dan aan de ambtenaar verstrekt, indien de inkomsten van de ambtenaar hoger zijn dan die van de echtgenoot van de ambtenaar. 5 De tegemoetkomingen worden over een kalendermaand slechts verleend, indien de ambtenaar gedurende meer dan de helft van het aantal dagen van die maand als zodanig in dienst is geweest. De tegemoetkomingen voor gezinsleden worden over een kalendermaand slechts verleend, indien zij gedurende meer dan de helft van het aantal dagen van die maand als gezinslid kunnen worden aangemerkt. 2002 216 16-05-2002 25-04-2002 2002 216 16-05-2002 25-04-2002 01-06-2002 2002 216 16-05-2002 25-04-2002 2002 216 16-05-2002 25-04-2002 01-06-2002 01-04-2002 Arrtikel 2 werkt terug tot en met 1 april 2002.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De ambtenaar ontvangt voor zich zelf geen tegemoetkoming over een kalendermaand, waarin hij gedurende meer dan de helft van het aantal dagen behoort tot een van de volgende categorieën: a. Ziekenfondswet degenen die zelfstandig verplicht verzekerd zijn krachtens de; b. artikel 4 van de Ziekenfondswet degenen die medeverzekerd zijn ingevolge het bepaalde in; c. degenen die uit hoofde van hun (voormalige) dienstbetrekking aanspraak hebben op gehele of gedeeltelijke geneeskundige verzorging of op gehele of gedeeltelijke vergoeding van de kosten daarvan; d. degenen die uit hun dienstbetrekking geen bezoldiging genieten; e. degenen die zich anders dan voor herhalingsoefeningen in werkelijke militaire dienst bevinden. 2 d e De ambtenaar ontvangt over een kalendermaand waarin hij gedurende meer dan de helft van het aantal dagen behoort tot een van de in het eerste lid, onderen, genoemde categorieën, geen tegemoetkoming voor een gezinslid. 3 De ambtenaar ontvangt evenmin een tegemoetkoming voor het gezinslid dat tot een van de in het eerste lid genoemde categorieën behoort, dan wel uit anderen hoofde aanspraak heeft op gehele of gedeeltelijke geneeskundige verzorging, of op gehele of gedeeltelijke vergoeding van de kosten daarvan. 4 artikel 1, onderdeel b, onder 2°, 3°, 4° en 5° artikel 2, derde lid Indien voor een of meer kinderen als bedoeld in, uit anderen hoofde aanspraak bestaat op gehele of gedeeltelijke geneeskundige verzorging, of op gehele of gedeeltelijke vergoeding van de kosten daarvan, worden deze kinderen meegeteld voor het maximum aantal gezinsleden waarvoor met toepassing van het bepaalde in, aanspraak bestaat. 2002 216 16-05-2002 25-04-2002 2002 216 16-05-2002 25-04-2002 01-06-2002 Arrtikel 2 werkt terug tot en met 1 april 2002.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 De tegemoetkoming wordt gerelateerd aan: a. artikel 5 van de Wet medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden de omslagbijdragen ingevolge, zoals bepaald voor de leeftijdscategorie van 20 tot en met 64 jaar; b. artikel 11 van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998 de omslagbijdragen ingevolge, zoals bepaald voor de leeftijdscategorie van 20 tot en met 64 jaar; c. de component «polis» van de particuliere ziektekostenpremie voor een maatschappijpolis, zoals deze door het Centraal Plan Bureau elk kalenderjaar wordt bepaald ten behoeve van het Centraal Economisch Plan. 2003 394 23-10-2003 26-09-2003 2003 394 23-10-2003 26-09-2003 01-11-2003 01-01-2003
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a 1 De tegemoetkoming wordt volgens de volgende leden vastgesteld. 2 De tegemoetkoming bedraagt: a. artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 1° artikel 4, onderdelen a en b artikel 4, onderdeel c ten aanzien van de ambtenaar en ten aanzien van het gezinslid, bedoeld in: de som van 50% van de in, bedoelde bedragen en 50% van het in, bedoelde bedrag; b. artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 2° artikel 4, onderdelen a en b artikel 4, onderdeel c ten aanzien van het gezinslid, bedoeld in: de som van 25% van de in, bedoelde bedragen en 25% van het in, bedoelde bedrag; c. artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 3° tot en met 5° artikel 4, onderdelen a en b artikel 4, onderdeel c ten aanzien van het gezinslid, bedoeld in: de som van 50% van de in, bedoelde bedragen en 25% van het in, bedoelde bedrag. 3 Wet op de loonbelasting 1964 Het op grond van het tweede lid vastgestelde bedrag wordt gebruteerd met het voor de betrokkene geldende tarief voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen volgens de tabel voor bijzondere beloningen ingevolge de. 2003 394 23-10-2003 26-09-2003 2003 394 23-10-2003 26-09-2003 01-11-2003 01-01-2003
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 artikel 7 Ten aanzien van de ambtenaar die als zodanig een of meer betrekkingen met een onvolledige werktijd bekleedt, bedragen de tegemoetkomingen een evenredig deel van de tegemoetkomingen bij een volledige werktijd, met dien verstande, dat de door eenzelfde orgaan, bedoeld in, uit te betalen tegemoetkomingen te zamen het bedrag van de tegemoetkomingen bij een volledige werktijd niet overschrijden. 2 a artikel 21van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Een teruggebrachte werktijd als bedoeld inof een daarmee overeenkomende bepaling in een ander rechtspositiereglement is geen onvolledige werktijd in de zin van het eerste lid. 1994 608 18-08-1994 03-08-1994 1994 608 18-08-1994 03-08-1994 19-08-1994 01-04-1994
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 De tegemoetkomingen worden uitbetaald in de derde maand volgende op die waarop de tegemoetkomingen betrekking hebben. Zo nodig vindt uitbetaling in afwijking van het vorenstaande eerder plaats in geval van ontslag of overlijden van de ambtenaar. 2 De eerste uitbetaling van de tegemoetkoming vindt slechts op aanvraag plaats. Indien wijzigingen optreden in de voor de bepaling van de tegemoetkoming relevante gegevens is de ambtenaar verplicht deze wijzigingen te melden. De eerste aanvraag alsmede de melding van wijzigingen geschiedt op formulieren, waarvan het model wordt vastgesteld door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 3 Indien niet binnen een periode van een jaar nadat het recht op respectievelijk nadat verhoging van het recht op een tegemoetkoming is ontstaan een aanvraag- respectievelijk wijzigingsformulier is ingediend, vindt de eerste uitbetaling respectievelijk verhoging van de uitbetaling van de tegemoetkoming plaats met terugwerkende kracht tot en met een jaar gerekend vanaf de eerste dag van de maand na indiening. 2000 317 03-08-2000 08-07-2000 2000 317 03-08-2000 08-07-2000 01-10-2000
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De uitbetaling van de tegemoetkomingen geschiedt door het orgaan dat belast is met de uitbetaling van de bezoldiging aan de ambtenaar over de desbetreffende maand en wel voor rekening van het hoofdstuk van de rijksbegroting ten laste waarvan evenbedoelde bezoldiging komt. 2000 317 03-08-2000 08-07-2000 2000 317 03-08-2000 08-07-2000 01-10-2000
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 7 Het orgaan, bedoeld in, kan verlangen dat de ambtenaar voor de toekenning van een tegemoetkoming relevante bescheiden overlegt. 2 Indien de ambtenaar niet voldoet aan het verzoek om bescheiden over te leggen, kan de uitbetaling van de tegemoetkoming worden opgeschort. 1994 608 18-08-1994 03-08-1994 1994 608 18-08-1994 03-08-1994 19-08-1994 01-04-1994
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 2000 317 03-08-2000 08-07-2000 2000 317 03-08-2000 08-07-2000 01-10-2000
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 1999 491 02-12-1999 13-11-1999 1999 491 02-12-1999 13-11-1999 01-01-2000
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2000 317 03-08-2000 08-07-2000 2000 317 03-08-2000 08-07-2000 01-10-2000
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Staatsblad d artikel 3, eerste lid, onderdeel Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van hetwaarin het wordt geplaatst en werkt, met uitzondering van, terug tot en met 1 april 1994. 1994 608 18-08-1994 03-08-1994 1994 608 18-08-1994 03-08-1994 19-08-1994 01-04-1994
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit tegemoetkoming ziektekosten rijkspersoneel. 1994 608 18-08-1994 03-08-1994 1994 608 18-08-1994 03-08-1994 19-08-1994 01-04-1994