Besluit van 16 maart 1994, tot regeling van de vergoeding voor dienstreizen ten behoeve van de politie
- BWB-id
- BWBR0006519
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2007-02-09 t/m 2008-06-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006519
- ELI
- /eli/nl/amvb/1994/besluit-vergoeding-dienstreizen-politie
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1994/besluit-vergoeding-dienstreizen-politie/2007-02-09
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006519&g=2007-02-09
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006519&z=2026-06-06&g=2007-02-09
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006519/2007-02-09
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1994/besluit-vergoeding-dienstreizen-politie
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. artikel 47a, eerste lid, van de Politiewet 1993 voorziening tot samenwerking: een publiekrechtelijke rechtspersoon als bedoeld in; c. bevoegd gezag: 1°. de korpsbeheerder, voor zover het betreft de adspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en de ambtenaar aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die werkzaam is bij een regionaal politiekorps. 2°. Onze Minister, voor zover het betreft de adspirant, de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, en de ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, die werkzaam is bij het Korps landelijke politiediensten; 3°. Onze Minister van Justitie, voor zover het betreft de bijzondere ambtenaar van politie; 4°. artikel 9, eerste lid, onderdelen a en b, van de LSOP-wet de bestuursraad van het LSOP, voor zover het betreft de ambtenaren, bedoeld in; 5°. artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de LSOP-wet de directie van het LSOP, zover het betreft de ambtenaren, bedoeld in; 6°. het algemeen bestuur van een voorziening tot samenwerking, voor zover het betreft de ambtenaren aangesteld bij de desbetreffende voorziening tot samenwerking; d. artikel 1, eerste lid, onder h, van het Besluit algemene rechtspositie politie ambtenaar: de ambtenaar, bedoeld in; e. artikel 1, eerste lid, onder t, van het Besluit algemene rechtspositie politie plaats van tewerkstelling: de plaats van tewerkstelling, bedoeld in; f. dienstreis: 1°. een naar het oordeel van het bevoegd gezag noodzakelijke verplaatsing van een ambtenaar tot het verrichten van dienst buiten zijn plaats van tewerkstelling; 2°. indien de plaats van tewerkstelling van de ambtenaar de aanlegplaats van een vaartuig is, de noodzakelijke verplaatsing met dit vaartuig dat als zodanig tijdelijk wordt gebruikt tot het verrichten van dienst, alsmede het verblijf aan boord en aan land, verbonden aan deze verplaatsing; g. woonplaats: de gemeente of het met name bekende afzonderlijk liggende deel van de gemeente waar de woning van de ambtenaar is gelegen; h. dienstvoertuig: een voertuig dat door het bevoegd gezag ter beschikking is gesteld; i. gehuurd vervoermiddel: een taxi of een bij een verhuurbedrijf voor de dienstreis gehuurd vervoermiddel; j. eigen vervoermiddel: een vervoermiddel, niet zijnde een middel van openbaar vervoer, een dienstvoertuig of een gehuurd vervoermiddel. 2007 45 08-02-2007 24-01-2007 2007 45 08-02-2007 24-01-2007 09-02-2007 01-08-2006
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Naar de regels bij of krachtens dit besluit wordt aan de ambtenaar een vergoeding verleend voor reis- en verblijfkosten ter zake van dienstreizen die ten behoeve van de dienst zijn gemaakt. 2 Dienstreizen die binnen Nederland zijn begonnen, waarbij het reisgedeelte buiten Nederland beperkt is, of waarbij de grensoverschrijding niet noodzakelijkerwijs leidt tot uitgaven voor maaltijden of overnachting in het buitenland, worden voor de toepassing van dit besluit aangemerkt als dienstreizen binnen Nederland. 3 Indien een dienstreis niet op de voor het bevoegd gezag minst kostbare wijze is uitgevoerd, heeft de ambtenaar slechts aanspraak op de vergoeding die hij zou ontvangen indien hij de dienstreis, met inachtneming van het dienstbelang, op de minst kostbare wijze zou hebben uitgevoerd. 4 Indien uit anderen hoofde reeds aanspraak bestaat op een vergoeding voor de in dit besluit genoemde kosten, wordt deze vergoeding in mindering gebracht op de vergoeding waarop ingevolge dit besluit aanspraak bestaat. 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Voor de vergoeding van reis- en verblijfkosten geldt de plaats van tewerkstelling als begin- en eindpunt van de dienstreis. 2 In afwijking van het eerste lid kan de woning van de ambtenaar of een andere plaats als beginpunt onderscheidenlijk eindpunt van de dienstreis worden aangemerkt, tenzij op de heenreis onderscheidenlijk de terugreis de plaats van tewerkstelling wordt bezocht. 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 Een dienstreis wordt in de regel met openbaar vervoer gemaakt. 2 De kosten van openbaar vervoer die verband houden met de dienstreis, worden vergoed naar door Onze Minister vast te stellen regels. 3 Indien het naar het oordeel van het bevoegd gezag in het belang van de dienst is dat tijdens een dienstreis voor of na gebruik van het openbaar vervoer gebruik wordt gemaakt van een treintaxi, worden deze kosten eveneens vergoed. 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Indien de ambtenaar voor een dienstreis zonder toestemming van het bevoegd gezag gebruik maakt van een eigen motorvoertuig, wordt hem geen vergoeding verleend. 2 Indien de dienstreis naar het oordeel van het bevoegd gezag niet of niet op doelmatige wijze per openbaar vervoer kan worden ondernomen, kan het bevoegd gezag de ambtenaar toestemming verlenen om gebruik te maken van een eigen motorvoertuig. De ambtenaar wordt in dat geval een vergoeding verleend volgens door Onze Minister vast te stellen regels. 3 Indien de dienstreis wel op doelmatige wijze per openbaar vervoer kan worden ondernomen, kan het bevoegd gezag in bijzondere omstandigheden de ambtenaar toestemming verlenen om gebruik te maken van een eigen motorvoertuig. De ambtenaar wordt in dat geval een vergoeding verleend volgens door Onze Minister vast te stellen regels. 4 Onder reiskosten worden bij het gebruik van een eigen vervoermiddel mede verstaan de kosten voor het gebruik maken van een parkeerplaats, garage of stalling, overvaart- en tolgelden. 1997 497 06-11-1997 02-09-1997 1997 497 06-11-1997 02-09-1997 07-11-1997 Artikel 1 werkt terug tot en met 1 januari 1996. Artikel 11
werkt terug tot en met 1 april 1997.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Indien voor de dienstreis van een eigen fiets of bromfiets gebruik wordt gemaakt, wordt hiervoor een vergoeding verleend volgens door Onze Minister vast te stellen regels. 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Het bevoegd gezag kan bepalen dat ter uitvoering van een dienstreis gebruik wordt gemaakt van een dienstvoertuig. In dat geval vindt geen vergoeding plaats van de reiskosten. 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Indien het dienstbelang dit vereist, of andere bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, kan het gebruik van een gehuurd vervoermiddel worden toegestaan. De ambtenaar wordt in dat geval een vergoeding verleend volgens door Onze Minister vast te stellen regels. 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De in verband met een dienstreis noodzakelijk gemaakte kosten voor maaltijden, logies en voor kleine uitgaven worden als verblijfkosten vergoed volgens door Onze Minister vast te stellen regels. 2 Geen aanspraak op vergoeding wegens verblijfkosten bestaat voor een dienstreis korter dan vier uren. 3 Onze Minister kan bepalen dat in andere gevallen dan bedoeld in het tweede lid, evenmin een aanspraak bestaat. 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Indien de ambtenaar aantoont dat door zeer bijzondere omstandigheden een berekende vergoeding van de per kalendermaand gemaakte dienstreizen niet toereikend is om de noodzakelijk te maken verblijfkosten te bestrijden, kan het bevoegd gezag toestaan dat de extra kosten hetzij geheel, hetzij gedeeltelijk in rekening worden gebracht en worden vergoed. 2 artikel 9, eerste lid Indien een ambtenaar veelvuldig dienstreizen moet maken waarbij de aard van de werkzaamheden of de reisomstandigheden zodanig zijn, dat de vergoeding wegens verblijfkosten overeenkomstig de krachtens, vastgestelde regels aanmerkelijk hoger zou zijn dan de in redelijkheid te maken werkelijke meerkosten, wordt hem een vergoeding verleend volgens door Onze Minister vast te stellen regels. 3 Onverminderd het tweede lid, kan Onze Minister, op voorstel van het bevoegd gezag, ten aanzien van groepen van ambtenaren een vergoedingstarief vaststellen dat overeenkomt met de in redelijkheid te maken verblijfkosten. 4 Een vergoeding ingevolge het tweede lid, geldt alleen voor zover en zolang de aard van de werkzaamheden of de reisomstandigheden geen wijziging hebben ondergaan. 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 62 64 van het Besluit algemene rechtspositie politie Indien een ambtenaar ingevolgeofop een andere plaats van tewerkstelling werkzaam is, heeft hij voor het afleggen van het traject tussen de woning en de andere plaats van tewerkstelling aanspraak op een vergoeding van reiskosten volgens de bepalingen die bij of krachtens dit besluit worden vastgesteld. 1997 497 06-11-1997 02-09-1997 1997 497 06-11-1997 02-09-1997 07-11-1997 01-04-1994 Artikel 1 werkt terug tot en met 1 januari 1996. Artikel 11
werkt terug tot en met 1 april 1997.
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 62 van het Besluit algemene rechtspositie politie Indien dagelijks heen en weer reizen tussen de woning en de plaats van tijdelijke tewerkstelling naar het oordeel van het bevoegd gezag niet mogelijk is, heeft de ambtenaar die ingevolgegedetacheerd wordt aanspraak op vergoeding van kosten voor logies volgens de bepalingen die bij of krachtens dit besluit worden vastgesteld. 2 Indien de ambtenaar in een pension verblijft, worden de kosten voor maaltijden, kleine uitgaven en gezinsbezoek vergoed volgens door Onze Minister vast te stellen regels. 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 1 Een reis naar, in of uit het buitenland wordt slechts als dienstreis aangemerkt, wanneer daartoe tevoren door het bevoegd gezag een opdracht is gegeven. In bijzondere gevallen kan een dergelijke opdracht ook achteraf worden gegeven. 2 Een dienstreis als bedoeld in het eerste lid kan per vliegtuig of per boot worden gemaakt, indien daarvoor tevoren door het bevoegd gezag toestemming is gegeven. In bijzondere gevallen kan een dergelijke toestemming ook achteraf worden gegeven. 3 De reiskosten die verband houden met een dienstreis als bedoeld in het eerste lid, waarbij ingevolge het tweede lid toestemming is gegeven om per vliegtuig of per boot te reizen, worden vergoed naar door Onze Minister vast te stellen regels. 4 Wanneer klimatologische of andere bijzondere omstandigheden in het te bezoeken land daartoe aanleiding geven, kan, volgens door Onze Minister vast te stellen regels, een tegemoetkoming worden verleend in de noodzakelijke kosten voor aanschaffing van bijzondere kleding en uitrusting. 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Indien de reiskosten, bedoeld in artikel 5, vierde lid, in het buitenland worden gemaakt, worden deze kosten evenals de kosten van plaatselijk vervoer aangemerkt als verblijfkosten en derhalve niet afzonderlijk vergoed, tenzij deze kosten noodzakelijkerwijze voortvloeien uit het gebruik van een eigen motorvoertuig met toestemming van het bevoegd gezag, of een dienstvoertuig. 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Het bevoegd gezag kan regels vaststellen ten aanzien van: a. het verlenen van vaste reissommen ter vervanging van de in dit besluit bedoelde vergoedingen voor de gemaakte reiskosten en voor de verblijfkosten, zowel afzonderlijk als te zamen, waarbij de vaste reissom niet meer bedraagt dan de vergoeding die hij vervangt; b. het verlenen van voorschotten ten behoeve van de te maken dienstreizen. 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De ingediende reisdeclaraties worden binnen redelijke termijn voldaan tot het bedrag waarop volgens de door de ambtenaar vermelde gegevens op grond van dit besluit aanspraak kan worden gemaakt of wordt gemaakt. 2 Indien blijkt dat bij de ingediende reisdeclaratie is afgeweken van de regels die bij of krachtens dit besluit zijn gesteld, wordt de reisdeclaratie ambtshalve gewijzigd en wordt het bedrag waarop aanspraak kan worden gemaakt, bepaald naar die op de reisdeclaratie ambtshalve gewijzigde gegevens. 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 Onze Minister kan, voor zover nodig ten aanzien van een door hem aan te wijzen groep van ambtenaren, in afwijking van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels besluiten indien de afwijking strekt tot het vermijden van onbillijkheden van overwegende aard welke uit de toepassing van deze regels zouden voortkomen. 2 Het bevoegd gezag kan, voor zover nodig in individuele gevallen, in afwijking van de bij of krachtens dit besluit gestelde regels besluiten, indien de afwijking strekt tot het vermijden van onbillijkheden van overwegende aard welke uit de toepassing van de toepassing van deze regels zouden voortkomen. 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 april 1994. 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vergoeding dienstreizen politie. 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 1994 217 29-03-1994 16-03-1994 01-04-1994