Besluit van 29 juli 1994, tot vaststelling van de werkwijze van de Commissie gelijke behandeling
- BWB-id
- BWBR0006845
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 1994-09-01 t/m 2012-09-30
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006845
- ELI
- /eli/nl/amvb/1994/besluit-werkwijze-commissie-gelijke-behandeling
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1994/besluit-werkwijze-commissie-gelijke-behandeling/1994-09-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006845&g=1994-09-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006845&z=2026-06-06&g=1994-09-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006845/1994-09-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1994/besluit-werkwijze-commissie-gelijke-behandeling
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Algemene wet gelijke behandeling de wet: de; b. Commissie: de Commissie gelijke behandeling, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de wet; c. kamer: een met toepassing van artikel 11, tweede lid, van de wet uit het midden van de Commissie aangewezen lid of aantal leden dan wel plaatsvervangende leden, dat belast is met het instellen van onderzoeken en het uitbrengen van oordelen; d. voorzitter: de voorzitter van de Commissie; e. secretaris: de secretaris van de Commissie; f. verzoekschrift: het schriftelijk verzoek, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de wet; g. verzoeker: de indiener van een verzoekschrift, bedoeld in artikel 12, tweede lid, van de wet; h. Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen artikel 1637 ij verweerder: degene die een onderscheid als bedoeld in de wet, deofvan het Burgerlijk Wetboek zou hebben gemaakt; i. betrokkene: de persoon, bedoeld in artikel 12, derde lid, van de wet, die schriftelijk geen bedenkingen tegen zijn betrokkenheid in een onderzoek kenbaar heeft gemaakt. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De voorschriften omtrent de werkwijze van de Commissie zijn mede van toepassing op de werkwijze van een kamer. 2 Degene die zitting heeft in een enkelvoudige kamer en de voorzitter van een meervoudige kamer hebben de bevoegdheden en de verplichtingen die de voorzitter heeft. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 Op verzoek van een partij dan wel van een betrokkene kan elk van de leden die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de onpartijdigheid als lid schade zou kunnen lijden. 2 Op dezelfde grond als bedoeld in het vorige lid kan elk van de leden die een zaak behandelen, verzoeken zich te verschonen. 3 De artikelen 8:16 tot en met 8:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat indien geen meervoudige dan wel geen andere meervoudige kamer aanwezig is of indien de Commissie plenair een zaak behandelt, het verzoek wordt beoordeeld door de overige leden van de Commissie. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 hoofdstuk 2 De Commissie is bevoegd afwijkingen van de inbedoelde termijnen toe te staan, mits een redelijke termijn van afhandeling van het verzoek verzekerd blijft. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 Een verzoekschrift bevat: - de naam en het adres van de verzoeker; - zo mogelijk de naam en het adres van de eventuele verweerder; - Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen artikel 1637 ij een omschrijving van het onderscheid dat zou zijn of zou worden gemaakt als bedoeld in de wet, deofvan het Burgerlijk Wetboek. 2 e artikel 12, tweede lid, onderdeel artikel 1637 Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen ij Uit een verzoekschrift, ingediend door de in, van de wet genoemde verzoeker, dient voorts te blijken dat verzoeker aangemerkt kan worden als een vereniging of stichting die in overeenstemming met haar statuten de belangen behartigt van degenen in wier bescherming de wet, deofvan het Burgerlijk Wetboek beoogt te voorzien. 3 De Commissie doet op het verzoekschrift de datum van ontvangst aantekenen en de verzoeker een ontvangstbevestiging toekomen. Deze datum geldt, behoudens tegenbewijs, als datum waarop het verzoek is ingediend. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 artikel 5, eerste of tweede lid Indien niet is voldaan aan, kan de Commissie besluiten geen onderzoek in te stellen, mits de indiener van het verzoekschrift de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 d e artikel 12, tweede lid, onderdelenen Indien het verzoekschrift is ingediend door een in, van de wet genoemde verzoeker en het verzoekschrift personen noemt ten nadele van wie zou zijn gehandeld, doet de Commissie aan die personen een afschrift van het verzoekschrift toekomen met de mededeling dat de Commissie het voornemen heeft naar aanleiding van het verzoekschrift een onderzoek in te stellen, dat mede op hen betrekking zal hebben, en met de vraag of zij daartegen bedenkingen hebben. 2 De Commissie stelt een termijn voor het antwoord, gedurende welke termijn de in het eerste lid bedoelde personen niet in het onderzoek worden betrokken. 3 Indien een persoon binnen de door de Commissie gestelde termijn schriftelijk bedenkingen kenbaar maakt tegen zijn betrokkenheid in het onderzoek, wordt deze niet in het onderzoek betrokken. 4 De Commissie stelt de verzoeker en verweerder op de hoogte dat het onderzoek geen betrekking zal hebben op een persoon als bedoeld in het derde lid. 5 Indien een persoon als bedoeld in het eerste lid tijdens de loop van het onderzoek of ter zitting alsnog schriftelijk bedenkingen kenbaar maakt tegen zijn betrokkenheid in het onderzoek, wordt deze verder buiten het onderzoek en het oordeel gelaten. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 14 artikel 6 Tenzijvan de wet ofvan dit besluit toepassing vindt, neemt de Commissie het verzoek in behandeling. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 De Commissie stelt de verzoeker zo spoedig mogelijk na ontvangst van het verzoekschrift op de hoogte van het feit dat het verzoek in behandeling wordt genomen. 2 artikel 19, eerste lid De verweerder ontvangt een afschrift van het verzoekschrift. Daarbij kunnen vragen worden gesteld en kunnen bescheiden als bedoeld in, van de wet worden gevorderd. 3 Verzoeker, verweerder en betrokkenen worden ingelicht over het verdere verloop van de procedure alsmede over de samenstelling van de kamer, indien de Commissie de behandeling van een zaak verwijst naar een kamer. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Binnen vier weken na de datum waarop het verzoekschrift aan hem is verzonden, geeft de verweerder aan de Commissie in een verweerschrift kennis van zijn zienswijze en de gronden waarop deze berust en verstrekt hij de antwoorden op de hem gestelde vragen en de gevraagde bescheiden. 2 De verzoeker ontvangt zo spoedig mogelijk een afschrift van het verweerschrift. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 De Commissie kan partijen en anderen verzoeken binnen een door haar te bepalen termijn nadere schriftelijke inlichtingen te geven en onder hen berustende bescheiden in te zenden. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De Commissie kan partijen en anderen oproepen om in persoon dan wel in persoon of bij gemachtigde te verschijnen om te worden gehoord voor het geven van inlichtingen. Indien niet alle partijen worden opgeroepen, worden de niet opgeroepen partijen in de gelegenheid gesteld het horen bij te wonen en een uiteenzetting over de zaak te geven. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De Commissie kan een of meer deskundigen benoemen voor het instellen van een onderzoek en deze verzoeken binnen een door haar te bepalen termijn rapport uit te brengen. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De Commissie kan een onderzoek ter plaatse instellen. 2 Zij heeft toegang tot elke plaats, met uitzondering van een woning zonder toestemming van de bewoner, voor zover dat redelijkerwijze voor de vervulling van haar taak nodig is. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 artikel 14 Van het horen van personen als bedoeld in artikel 12 en van de bevindingen van het onderzoek ter plaatse als bedoeld inwordt een rapport opgemaakt. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 De Commissie doet afschriften van alle stukken, op grond waarvan zij beslist, voor de zitting aan partijen toekomen. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 De zittingen van de Commissie zijn openbaar. 2 De Commissie is bevoegd uit eigen beweging dan wel op verzoek van een der partijen te besluiten tot een besloten zitting, indien dit om gewichtige redenen geboden is. 3 Deze redenen worden opgenomen in het verslag van de zitting. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 paragraaf 3 Na afsluiting van het onderzoek als bedoeld inroept de Commissie partijen op of stelt hen in de gelegenheid het ingenomen standpunt mondeling nader toe te lichten. 2 Ten minste drie weken van te voren stelt de Commissie plaats, datum en uur van de zitting vast, hetgeen zij ter kennis van partijen en betrokkenen doet brengen. De datum zal binnen een redelijke termijn na de afsluiting van de schriftelijke behandeling dan wel het nader onderzoek worden vastgesteld. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Voor de zitting worden alle op de behandeling betrekking hebbende stukken gedurende ten minste een week op het secretariaat van de Commissie ter inzage gelegd voor partijen en betrokkenen. 2 Van de terinzagelegging wordt mededeling gedaan bij de kennisgeving van de zitting. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 De Commissie is bevoegd zich ter zitting te laten voorlichten door getuigen en deskundigen. Partijen worden van het voornemen hiertoe voor de zitting in kennis gesteld. 2 De Commissie kan tolken benoemen. 3 De bij de zaak betrokken partijen en betrokkenen zijn bevoegd ter zitting getuigen en deskundigen mee te brengen ten einde hen door de Commissie te doen horen. 4 Indien partijen en betrokkenen van de in het derde lid genoemde bevoegdheid gebruik wensen te maken, is dit slechts toegelaten, indien zij ten minste een week voor de zitting de namen en hoedanigheid van de getuigen of deskundigen opgeven aan de Commissie en de wederpartij. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 De zitting wordt door de voorzitter geopend, geleid en gesloten. 2 De partijen kunnen elkaar door tussenkomst van de voorzitter vragen stellen. Zij kunnen zowel door de voorzitter als door de overige commissieleden worden ondervraagd. 3 Getuigen en deskundigen kunnen door de voorzitter en de overige commissieleden en door tussenkomst van de voorzitter, door partijen worden ondervraagd. 4 De Commissie kan getuigen horen buiten tegenwoordigheid van andere getuigen die nog niet zijn gehoord. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 De Commissie kan uit eigen beweging dan wel op verzoek van een der partijen om gewichtige redenen besluiten de partijen buiten elkaars tegenwoordigheid of getuigen buiten aanwezigheid van partijen te horen. 2 Deze redenen dienen in het verslag van de zitting opgenomen te worden. 3 De niet aanwezige partij wordt door de Commissie op de hoogte gebracht van hetgeen buiten haar tegenwoordigheid is gesteld en wordt de gelegenheid gegeven hierop te reageren. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 artikelen 11 tot en met 14 De Commissie kan het onderzoek ter zitting schorsen. Zij kan daarbij bepalen dat het onderzoek als bedoeld in dewordt hervat. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Van al hetgeen tijdens de zitting met betrekking tot de zaak voorvalt, wordt een verslag gemaakt. 2 Het verslag wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 De beraadslagingen van de Commissie over de zaak zijn niet openbaar. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 De Commissie kan tot heropening van het onderzoek besluiten. 2 Zij zal zo spoedig mogelijk na de beraadslaging partijen op de hoogte stellen van het besluit tot heropening. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 De Commissie stelt binnen acht weken na de zitting een oordeel vast. 2 artikel 19 Het oordeel van de Commissie is uitsluitend gebaseerd op hetgeen ter zitting naar voren is gebracht en de stukken ten aanzien waarvanis toegepast. 3 Het oordeel vermeldt door welke commissieleden het is vastgesteld. 4 Het oordeel wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Het oordeel van de Commissie, eventueel vergezeld van aanbevelingen, is openbaar. De Commissie kan ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer de namen van betrokkenen weglaten in het voor anderen dan partijen vrij te geven oordeel. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 1 De Commissie kan, indien de zaak spoedeisend is, bepalen dat deze versneld wordt behandeld. 2 artikel 18, tweede lid Indien de Commissie bepaalt dat de zaak versneld wordt behandeld, wordt tevens zo spoedig mogelijk het tijdstip bepaald waarop de zitting zal plaatsvinden en wordt hiervan onverwijld mededeling gedaan aan partijen. Hierbij kan worden afgeweken van de in, genoemde termijn van drie weken. 3 Aan verweerder wordt een afschrift van het verzoekschrift gezonden met het verzoek uiterlijk een week voor de zitting een verweerschrift in te dienen. De Commissie doet aan verzoeker een afschrift van het ontvangen verweerschrift toekomen. Artikel 7 en paragraaf 3 van dit besluit zijn zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing. 4 Artikel 19 van dit besluit is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat gedurende twee dagen inzage mogelijk is. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Blijkt aan de Commissie bij de behandeling dat de zaak niet voldoende spoedeisend is om een versnelde behandeling te rechtvaardigen of dat de zaak een gewone behandeling vordert, dan bepaalt zij dat de zaak op de gewone wijze wordt behandeld. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 Wet gelijke behandeling van mannen en vrouwen artikel 1637 ij Indien op grond van een verzoek met betrekking tot de wet, deofvan het Burgerlijk Wetboek het vermoeden bestaat dat er kennelijk onderscheid is gemaakt kan de Commissie bij het in behandeling nemen van de zaak besluiten om de vereenvoudigde behandeling toe te passen. 2 De Commissie oordeelt nadat de verweerder in de gelegenheid is gesteld om binnen twee weken na de toezending van het verzoekschrift te reageren. 3 Indien de Commissie op grond van het verweerschrift reden heeft om te twijfelen aan de kennelijke aard van het onderscheid bepaalt zij dat de zaak op de gewone wijze wordt behandeld. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 artikel 12, eerste lid, tweede volzin de artikelen 7 9 tot en met 28 In geval van een onderzoek uit eigen beweging als bedoeld in, van de wet, zijnenvan overeenkomstige toepassing. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Algemene wet gelijke behandeling Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop dein werking treedt. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit werkwijze Commissie gelijke behandeling. 1994 606 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994