Besluit van 15 juni 1994, houdende regels inzake de rechtspositie van burgemeesters
- BWB-id
- BWBR0006743
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2018-01-01 t/m 2018-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006743
- ELI
- /eli/nl/amvb/1994/rechtspositiebesluit-burgemeesters
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1994/rechtspositiebesluit-burgemeesters/2018-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006743&g=2018-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006743&z=2026-06-06&g=2018-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006743/2018-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1994/rechtspositiebesluit-burgemeesters
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. de artikelen 5 tot en met 14b 17 bezoldiging: het bedrag per maand, waarop een burgemeester met inachtneming vanenvan dit besluit aanspraak kan maken; c. het aantal inwoners van een gemeente: het aantal inwoners volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari; d. de commissaris: de commissaris van de Koning in de provincie waarin de gemeente is gelegen; e. gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van de provincie waarin de gemeente is gelegen; f. artikel 78 van de Gemeentewet waarnemend burgemeester: degene die op grond vandoor de commissaris is aangewezen om de burgemeester te vervangen; g. artikel 2 van de Wet kaderregeling vut overheidspersoneel artikel 4, eerste lid, van de Wet privatisering ABP FPU-uitkering: de uitkering op grond van de Regeling flexibel pensioen en uittreden, bedoeld in artikel 3 van de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel en artikel 1.5 van het Pensioenreglement van de Stichting pensioenfonds ABP, waarbij onder de Centrale vut-overeenkomst overheids- en onderwijspersoneel wordt verstaan de overeenkomst die is aangegaan op grond vanen onder het Pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP wordt verstaan het reglement van die stichting dat is vastgesteld met inachtneming van de overeenkomst, bedoeld in; h. g artikel 110van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Advies- en Arbitragecommissie: de Advies- en Arbitragecommissie, bedoeld in. 2009 561 22-12-2009 16-12-2009 2009 561 22-12-2009 16-12-2009 23-12-2009
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 1997 144 08-04-1997 17-03-1997 1997 144 08-04-1997 17-03-1997 09-04-1997 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997. Artikel 46, eerste,
derde tot en met vijfde lid, werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 Vervallen 1996 439 05-09-1996 06-08-1996 1996 439 05-09-1996 06-08-1996 06-09-1996 01-01-1996 Artikelen 2, 3, 4, 15a, 28, 42, 46, vierde lid, werken terug tot
en met 1 januari 1996.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 1996 439 05-09-1996 06-08-1996 1996 439 05-09-1996 06-08-1996 06-09-1996 01-01-1996 Artikelen 2, 3, 4, 15a, 28, 42, 46, vierde lid, werken terug tot
en met 1 januari 1996.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De gemeenten worden ten behoeve van de vaststelling van de bezoldiging van de burgemeester ingedeeld in inwonersklassen overeenkomstig de volgende tabel: Klasse Aantal inwoners 1 Tot en met 8.000 2 8.001–14.000 3 14.001–24.000 4 24.001–40.000 5 40.001–60.000 6 60.001–100.000 7 100.001–150.000 8 150.001–375.000 9 375.001 en meer 2 Indien in gemeenten het ambt van burgemeester door dezelfde persoon wordt vervuld, worden deze gemeenten voor de indeling in een inwonersklasse als één gemeente aangemerkt waarbij de inwoners van de gemeenten worden samengeteld. 2009 561 22-12-2009 16-12-2009 2009 561 22-12-2009 16-12-2009 23-12-2009 01-01-2009
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 artikel 5 Een gemeente gaat voor de toepassing vanin verband met de toeneming van het aantal inwoners over naar een hogere klasse met ingang van het jaar waarin op 1 januari het aantal inwoners van die gemeente de minimumgrens van de volgende klasse bereikt heeft en blijkt dat zij die grens ook heeft bereikt op: a. 1 januari van het volgende jaar; b. de dag voorafgaande aan een wijziging van de gemeentelijke indeling waarbij zij is betrokken. 2 Overgang van een gemeente naar een lagere klasse in verband met de vermindering van het aantal inwoners vindt plaats met ingang van het jaar waarin het aantal inwoners van de gemeente op 1 januari voor de tweede achtereenvolgende maal beneden de minimumgrens van de klasse, waarin de gemeente tot dusver ingedeeld was, gedaald is. 3 Voor gemeenten waarvan het aantal inwoners ten gevolge van grenscorrectie of wijziging van de gemeentelijke indeling wijziging heeft ondergaan, vindt de overgang naar een hogere of lagere klasse plaats met ingang van de datum van de grenscorrectie of wijziging van de gemeentelijke indeling. Hierbij geldt het aantal inwoners, zoals dit voor de eerste maal na die datum met inachtneming van die grenscorrectie of wijziging van de gemeentelijke indeling door het Centraal Bureau voor de Statistiek wordt openbaar gemaakt. 4 Voor de eerste indeling van nieuwingestelde gemeenten vindt het derde lid overeenkomstige toepassing. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 5 Op grond van bijzondere omstandigheden kunnen gedeputeerde staten, de gemeenteraad gehoord, een gemeente voor de toepassing vanvoor een bepaald tijdvak in een hogere klasse plaatsen dan die, waartoe zij op grond van haar aantal inwoners behoort. 2 Gedeputeerde staten kunnen na afloop van het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, een nieuw tijdvak vaststellen. 3 Van het tot verhoging strekkende besluit doen gedeputeerde staten onmiddellijk schriftelijk mededeling aan Onze Minister. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 bijlage I De bezoldiging van de burgemeester wordt bepaald overeenkomstig de tabel inbij dit besluit. 2 bijlage I De bezoldiging van de burgemeester van meer dan één gemeente wordt bepaald overeenkomstig de tabel inbij dit besluit met dien verstande dat wordt uitgegaan van de bezoldiging behorende bij de eerstvolgende hogere inwonersklasse. 3 Als de bezoldiging van het personeel in de sector Rijk wijziging ondergaat, worden de bedragen genoemd in de bijlage bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd. 4 Indien aan het personeel in de sector Rijk een eenmalige uitkering wordt toegekend, ontvangt de burgemeester een uitkering op gelijke voet. 5 Onze Minister doet het Georganiseerd Overleg burgemeesters mededeling indien het derde of vierde lid van toepassing is. 2009 561 22-12-2009 16-12-2009 2009 561 22-12-2009 16-12-2009 23-12-2009 01-01-2009
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De aanspraak op de bezoldiging begint op de dag dat de benoeming ingaat en eindigt met ingang van de dag waarop het ontslag ingaat of met ingang van de dag volgend op die van het overlijden. 2009 561 22-12-2009 16-12-2009 2009 561 22-12-2009 16-12-2009 23-12-2009 01-01-2009
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 1997 144 08-04-1997 17-03-1997 1997 144 08-04-1997 17-03-1997 09-04-1997 01-01-1997 Werkt terug tot en met 1 januari 1997. Artikel 46, eerste,
derde tot en met vijfde lid, werkt terug tot en met 1 januari 1997.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 7 bijlage I Indien een gemeente door toename van het aantal inwoners of op grond van een besluit als bedoeld inwordt ingedeeld in een hogere inwonersklasse, wordt de bezoldiging van de burgemeester overeenkomstig de tabel inaangepast. 2009 561 22-12-2009 16-12-2009 2009 561 22-12-2009 16-12-2009 23-12-2009 01-01-2009
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 artikel 6, tweede lid De overgang van een gemeente naar een lagere klasse als bedoeld in, is niet van invloed op de bezoldiging van de op dat tijdstip in dienst zijnde burgemeester. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2009 561 22-12-2009 16-12-2009 2009 561 22-12-2009 16-12-2009 23-12-2009 01-01-2009
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Wanneer dezelfde persoon burgemeester is van meer dan één gemeente komen de bezoldiging en alle overige financiële aanspraken als bedoeld in dit besluit, in verhouding tot het inwonertal naar boven afgerond op een veelvoud van 100, ten laste van elke gemeente. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 14a — Artikel 14a#
Artikel 14a 1 Een burgemeester die benoemd wordt tot burgemeester van een andere gemeente, ontvangt indien die andere gemeente in een gelijke inwonersklasse is geplaatst, een toelage op de bezoldiging. 2 De toelage komt ten laste van de gemeente en bedraagt: a. gedurende het eerste en tweede jaar na de benoeming eenderde van het verschil tussen de bezoldiging behorende bij de inwonersklasse waarin de gemeente is ingedeeld en de bezoldiging behorende bij de eerstvolgende hogere inkomensklasse; b. gedurende het derde en vierde jaar na de benoeming tweederde van het verschil tussen de bezoldiging behorende bij de inwonersklasse waarin de gemeente is ingedeeld en de bezoldiging behorende bij de eerstvolgende hogere inkomensklasse; c. gedurende de volgende jaren het verschil tussen de bezoldiging behorende bij de inwonersklasse waarin de gemeente is ingedeeld en de bezoldiging behorende bij de eerstvolgende hogere inkomensklasse. 3 De burgemeester behoudt aanspraak op de toelage zolang hij het ambt vervult in een gemeente van een gelijke inwonersklasse als bedoeld in het eerste lid. 4 artikel 7 Indien de burgemeester het ambt vervult in een gemeente als bedoeld in, behoudt hij de toelage na afloop van het tijdvak, bedoeld in dat artikel. 5 artikelen 9 11 12 15 15a De toelage wordt voor de toepassing van de,,,engerekend tot de bezoldiging. 2009 561 22-12-2009 16-12-2009 2009 561 22-12-2009 16-12-2009 23-12-2009 01-01-2009
Artikel 14b — Artikel 14b#
Artikel 14b 1 De burgemeester heeft ten laste van het Rijk recht op een aanvulling op de bezoldiging bij eervol ontslag wegens benoeming tot burgemeester van een andere gemeente, indien daar een lagere bezoldiging aan is verbonden. 2 De aanvulling bedraagt het verschil tussen de laatstgenoten bezoldiging, aangepast volgens de algemene salariswijzigingen van het personeel in de sector Rijk, en de bezoldiging, verbonden aan de benoeming tot burgemeester in de andere gemeente. 2001 47 30-01-2001 20-01-2001 2001 47 30-01-2001 20-01-2001 31-01-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 14c — Artikel 14c#
Artikel 14c 1 Zo spoedig mogelijk na afloop van het kalenderjaar, verstrekt de burgemeester aan Onze Minister dan wel aan een door hem aangewezen instantie: a. een opgave van de neveninkomsten welke hij over dat kalenderjaar of over een gedeelte daarvan heeft genoten, dan wel b. een verklaring dat hij geen neveninkomsten heeft genoten of niet meer dan 14% van de bezoldiging op jaarbasis aan neveninkomsten heeft genoten over dat jaar of, indien hij het ambt van burgemeester vervulde gedurende een gedeelte van het kalenderjaar, een evenredig deel daarvan, dan wel c. een verklaring dat een opgave van neveninkomsten achterwege zal blijven. 2 In afwijking van het eerste lid, vermindert het college van burgemeester en wethouders op verzoek van de burgemeester diens bezoldiging reeds gedurende het kalenderjaar met een bedrag waarmee hij verwacht dat zijn bezoldiging zal worden verrekend vanwege zijn neveninkomsten. 3 Onze Minister, dan wel een door hem aangewezen instantie, deelt het college van burgemeester en wethouders het bedrag van de bezoldiging dat teruggevorderd dient te worden, mede en verstrekt een afschrift daarvan aan de burgemeester. 4 Het college van burgemeester en wethouders vordert, indien Onze Minister dan wel een door hem aangewezen instantie constateert dat er sprake is van te verrekenen neveninkomsten, het teveel aan ontvangen bezoldiging terug van de burgemeester. 5 Indien de burgemeester geen informatie kan verstrekken, meldt hij dit binnen zes maanden onder opgaaf van redenen aan Onze Minister, dan wel aan een door hem aangewezen instantie. De burgemeester meldt tevens een redelijke termijn waarop hij deze informatie alsnog zal verstrekken. 6 In het geval genoemd in het eerste lid, onderdeel c, alsmede indien de burgemeester binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar geen opgave of verklaring, als bedoeld in het eerste lid, heeft ingezonden, of niet heeft voldaan aan het vijfde lid, stelt het college van burgemeester en wethouders de bezoldiging over het afgelopen jaar vast op 65% van de bezoldiging op jaarbasis, tenzij het uit anderen hoofde kan vaststellen tot welk bedrag er verrekend zou moeten worden. 7 Op verzoek van de burgemeester kan het college van burgemeester en wethouders besluiten de verrekening of terugbetaling in termijnen te laten plaatsvinden. 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 01-07-2014
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 De burgemeester heeft aanspraak op een vakantie-uitkering overeenkomstig de regels, die te dien aanzien voor het personeel in de sector Rijk zijn vastgesteld. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 15a — Artikel 15a#
Artikel 15a De burgemeester heeft recht op een eindejaarsuitkering overeenkomstig de regels die te dien aanzien voor het personeel in de sector Rijk zijn vastgesteld. De eindejaarsuitkering wordt vervolgens verhoogd met 1,5% van de jaarlijkse bezoldiging. 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 12-01-2011
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De burgemeester ontvangt een ambtstoelage voor de aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten ten bedrage van € 386,74 per maand. 2 Het bedrag genoemd in het eerste lid wordt per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar. 3 De burgemeester heeft na eervol ontslag of niet-herbenoeming voor een periode van drie maanden aanspraak op een ambtstoelage ter hoogte van de helft van het voor hem bij ontslag of niet-herbenoeming geldende bedrag. 2017 75504 28-12-2017 20-12-2017 2017-0000655415 2017 75504 28-12-2017 20-12-2017 2017-0000655415 01-01-2018
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 77, eerste lid, van de Gemeentewet De wethouder die op grond vangedurende meer dan dertig dagen onafgebroken het ambt van burgemeester waarneemt en die zijn wethouderschap in deeltijd uitoefent, ontvangt een bezoldiging verbonden aan een voltijds-wethouderschap. Op deze bezoldiging wordt de bezoldiging verbonden aan zijn wethouderschap in deeltijd in mindering gebracht. 2 artikel 77, tweede lid, van de Gemeentewet artikelen 15 32 Het raadslid dat op grond vangedurende meer dan dertig dagen onafgebroken het ambt van burgemeester waarneemt, ontvangt voor die tijd de voor dat ambt vastgestelde minimumbezoldiging. Op deze bezoldiging wordt de vergoeding als raadslid in mindering gebracht. Tijdens de waarneming zijn deenvan overeenkomstige toepassing. 3 artikel 78 van de Gemeentewet artikelen 14c 39 tot en met 41 artikelen 43 tot en met 46c artikelen 48 tot en met 65 Degene die op grond vanals waarnemend burgemeester is aangewezen, is dit besluit van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van deen, deen de. 4 artikel 78 van de Gemeentewet artikel 5, tweede lid Indien een waarnemend burgemeester, aangewezen op grond van, tevens burgemeester van een andere gemeente is en de beide gemeenten met overeenkomstige toepassing van, worden ingedeeld in een hogere inwonersklasse dan klasse 2, wordt de bezoldiging bepaald op het bedrag dat behoort bij die hogere inwonersklasse. 5 artikel 78 van de Gemeentewet artikel 14 Indien een waarnemend burgemeester, aangewezen op grond van, tevens burgemeester van een andere gemeente is, kan in afwijking van, de verhouding waarin de bezoldiging en de aanspraken, bedoeld in dat artikel, ten laste van de gemeenten komen, door Onze Minister worden vastgesteld. 6 Onze Minister kan in bijzondere gevallen, de commissaris gehoord: a. artikel 16 de vergoeding, bedoeld in het eerste en tweede lid, zo nodig met inachtneming van de laatste volzin van het eerste lid, op een hoger bedrag bepalen, tot ten hoogste de voor het ambt vastgestelde maximum- of vaste bezoldiging, vermeerderd met de bijdrage, bedoeld in; b. artikelen 31 32 een vergoeding als bedoeld in deentoekennen. 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 01-07-2014
Artikel 17a — Artikel 17a#
Artikel 17a Vervallen 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 12-01-2011 27-02-2010
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Wanneer aan de burgemeester toestemming is verleend langer dan zes weken buiten de gemeente te verblijven, kan Onze Minister, de commissaris gehoord, daarbij bepalen dat gedurende die langere periode de bezoldiging en de ambtstoelage geheel of gedeeltelijk worden ingehouden. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 18a — Artikel 18a#
Artikel 18a Vervallen 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 12-01-2011
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 12-01-2011
Artikel 19a — Artikel 19a#
Artikel 19a Vervallen 2002 458 10-09-2002 28-08-2002 2002 458 10-09-2002 28-08-2002 11-09-2002
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Indien een burgemeester langer dan acht dagen wegens ziekte zijn ambt niet kan vervullen, geeft hij daarvan kennis aan de commissaris. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 hoofdstuk VI, paragraaf 2, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement De burgemeester geniet bedrijfsgeneeskundige begeleiding overeenkomstig. 1996 439 05-09-1996 06-08-1996 1996 439 05-09-1996 06-08-1996 06-09-1996 Artikelen 2, 3, 4, 15a, 28, 42, 46, vierde lid, werken terug tot
en met 1 januari 1996.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 Vervallen 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 20-12-2006 01-01-2006
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 artikel 35, tweede en derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Het college van burgemeester en wethouders kent een burgemeester die naar het oordeel van een arts een structurele functionele beperking heeft, ten laste van de gemeente op aanvraag een tegemoetkoming toe voor de bekostiging van een voorziening als bedoeld in. 2 artikel 35, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Het gestelde bij of krachtensis van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat uitsluitend een financiële tegemoetkoming wordt verstrekt. 2013 222 21-06-2013 12-06-2013 2013 222 21-06-2013 12-06-2013 01-07-2013 01-01-2013
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 1 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: a. een ziekte: een ziekte die in overwegende mate haar oorzaak vindt in de uitoefening van de aan het ambt verbonden werkzaamheden; b. een dienstongeval: een ongeval dat plaatsvindt tijdens de uitoefening van de aan het ambt verbonden werkzaamheden. 2 De burgemeester ontvangt een vergoeding voor de noodzakelijk gemaakte kosten in verband met een geneeskundige behandeling of verzorging of overige kosten, indien deze in overwegende mate hun oorzaak vinden in een ziekte of een dienstongeval: a. voor zover deze kosten ten laste van de burgemeester blijven en b. voor zover de ziekte of het dienstongeval niet aan eigen schuld of onvoorzichtigheid te wijten is. 3 In bijzondere gevallen kan het college van burgemeester en wethouders bepalen dat overige schade aangemerkt wordt als voortvloeiend uit de ziekte of het dienstongeval, naar redelijkheid en billijkheid en gehoord de vergadering van de fractievoorzitters van alle partijen in de raad. 4 Onder overige schade valt niet het gederfde inkomen. 5 Als de schade van de ziekte of het dienstongeval is ontstaan tijdens zijn ambtsperiode en voortduurt na zijn aftreden is dit artikel van overeenkomstige toepassing op de gewezen burgemeester. 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 01-07-2014
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Indien het college van burgemeester en wethouders ten behoeve van een veilige woon- en werkplek van de burgemeester kosten maakt, die in het kader van het stelsel bewaken en beveiligen zijn aangemerkt als werkgeverskosten, komen deze ten laste van de gemeente. 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 01-07-2014
Artikel 25a — Artikel 25a#
Artikel 25a Vervallen 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 12-01-2011
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 De vrouwelijke burgemeester heeft in verband met haar bevalling aanspraak op zwangerschaps- en bevallingsverlof. 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 12-01-2011
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 De burgemeester die na 31 december 1988 als ouder in een familierechtelijke betrekking is komen te staan tot een kind, heeft aanspraak op ouderschapsverlof. 2 g artikel 33van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Het gestelde inis van overeenkomstige toepassing. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 27a — Artikel 27a#
Artikel 27a Vervallen 2009 64 19-02-2009 29-01-2009 2009 64 19-02-2009 29-01-2009 19-04-2009
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 Vervallen 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 01-01-2015
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Vervallen 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 01-01-2015
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 1 Op aanvraag wordt ten laste van de gemeente aan de burgemeester voor de uitoefening van het ambt een computer, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking gesteld. 2 Indien geen computer en bijbehorende apparatuur en software ter beschikking is gesteld wordt door het college van burgemeester en wethouders aan de burgemeester op aanvraag voor de uitoefening van het ambt, een tegemoetkoming verleend voor de a. aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en software of, b. gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en software. 3 Op aanvraag wordt ten laste van de gemeente aan de burgemeester voor de uitoefening van het ambt communicatieapparatuur in bruikleen ter beschikking gesteld. 4 Op aanvraag wordt door het college van burgemeester en wethouders een vergoeding aan de burgemeester verleend voor de aanleg- en de abonnementskosten voor de internetverbinding voor de in het eerste of het tweede lid genoemde computerapparatuur. 5 Onze Minister kan bij ministeriële regeling nadere regels stellen over het ter beschikking stellen van computer- en communicatieapparatuur en de tegemoetkoming, bedoeld in het tweede lid en de vergoeding, bedoeld in het vierde lid. 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 01-07-2014
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 1 De burgemeester heeft ten laste van de gemeente aanspraak op een vergoeding van verhuiskosten bij verhuizing ingeval van: a. benoeming in de gemeente, b. vertrek uit de ambtswoning of vertrek uit de gemeente, binnen uiterlijk één jaar na eervol ontslag of niet-herbenoeming, indien de vertrekkende burgemeester geen aanspraak kan maken op enig andere verhuiskostenvergoeding. 2 Indien de burgemeester na benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente beschikt, heeft hij ten laste van de gemeente aanspraak op een vergoeding van reis- en pensionkosten. 3 De burgemeester heeft tevens aanspraak op een vergoeding van verhuiskosten ten laste van de gemeente ingeval van het na benoeming betrekken van tijdelijke huisvesting. 4 Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels over hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraak. 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 01-01-2004
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 1 De burgemeester heeft ten laste van de gemeente aanspraak op: a. een vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer; b. een vergoeding van reis- en verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoefening van het ambt. 2 Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels over hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraak. 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 01-01-2004
Artikel 32a — Artikel 32a#
Artikel 32a Indien aan de burgemeester een dienstauto ter beschikking is gesteld en hij voor het gebruik van deze dienstauto loon- en inkomstenbelasting is verschuldigd, kan het college van burgemeester en wethouders bepalen dat deze belastingheffing door de gemeente aan de burgemeester wordt vergoed. De vergoeding betreft ten hoogste de verschuldigde loon- en inkomstenbelasting voor het gebruik van de dienstauto. 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 12-01-2011 01-01-2011
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 01-01-2004
Artikel 34 — Artikel 34#
Artikel 34 1 Aan een kandidaat voor het ambt van burgemeester worden reis- en verblijfskosten vergoed die zijn gemaakt in verband met een bezoek aan Onze Minister, aan de commissaris of aan de vertrouwenscommissie. 2 Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels over hoogte van de vergoeding en de voorwaarden voor de aanspraak. 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 01-01-2004
Artikel 34a — Artikel 34a#
Artikel 34a Vervallen 2006 8 12-01-2006 22-12-2005 2006 8 12-01-2006 22-12-2005 01-03-2006
Artikel 35 — Artikel 35#
Artikel 35 1 Voor het bewonen van een ambtswoning wordt op de bezoldiging een korting toegepast van 18%. 2 Indien het college van burgemeester en wethouders de economische huurwaarde van de ambtswoning lager vaststelt dan 18% van de bezoldiging, stelt het college de korting, in afwijking van het eerste lid, vast op dat lagere percentage. 3 Indien de burgemeester een ambtswoning bewoont, draagt hij de onderhoudskosten welke volgens de wet en het plaatselijk gebruik ten laste van de huurder zijn. 4 Indien de burgemeester voor het gebruik van een ambtswoning loon- en inkomstenbelasting is verschuldigd, vergoedt de gemeente deze belasting aan de burgemeester. 2013 222 21-06-2013 12-06-2013 2013 222 21-06-2013 12-06-2013 01-07-2013 01-01-2013
Artikel 36 — Artikel 36#
Artikel 36 artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld inworden aangewezen: a. artikel 16, eerste lid de ambtstoelage, bedoeld in; b. artikel 30, eerste en derde lid de verstrekkingen, bedoeld in; c. artikel 36a, eerste en tweede lid de vergoeding, bedoeld in; d. artikel 30, vijfde lid de vergoeding, bedoeld in; e. artikel 32, eerste lid artikel 31a, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet op de loonbelasting 1964 de vergoedingen, bedoeld in, voor zover deze niet worden gerekend tot een vergoeding als bedoeld in; f. artikel 32a de vergoeding, bedoeld in; g. artikel 35, vierde lid de vergoeding, bedoeld in. 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 01-07-2014
Artikel 36a — Artikel 36a#
Artikel 36a 1 Indien een burgemeester in verband met de uitoefening van het ambt lid is van een beroepsvereniging, vergoedt de gemeente de contributie van die beroepsvereniging. 2 De kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van het ambt van de burgemeester komen ten laste van de gemeente. 3 Het college van burgemeester en wethouders kan over de in het tweede lid bedoelde scholing nadere regels stellen. 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 01-07-2014 27-03-2014
Artikel 37 — Artikel 37#
Artikel 37 De burgemeester onthoudt zich van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van het ambt schaden of kunnen schaden. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 38 — Artikel 38#
Artikel 38 1 Indien een burgemeester die in het buitenland verblijft, overweegt wegens dringende redenen van dienstbelang terug te keren naar zijn gemeente, legt hij dit voor aan de commissaris van de Koning. 2 Indien de commissaris het in het eerste lid genoemde voornemen redelijk acht, wordt aan een burgemeester ten laste van de gemeente een schadeloosstelling toegekend. 3 De schadeloosstelling betreft uitsluitend de direct uit de terugkeer voortvloeiende kosten van de burgemeester en in voorkomend geval die van zijn meereizende gezinsleden. Het college van burgemeester en wethouders stelt de hoogte van de schadeloosstelling vast. 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 01-07-2014
Artikel 39 — Artikel 39#
Artikel 39 De burgemeester kan in het belang van een goede uitoefening van het ambt worden geschorst. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 40 — Artikel 40#
Artikel 40 Het schorsingsbesluit bevat in ieder geval een aanduiding van het tijdstip waarop de schorsing ingaat en een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de duur der schorsing. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 41 — Artikel 41#
Artikel 41 Gedurende een schorsing is het de burgemeester als zodanig niet toegestaan de gemeentelijke dienstgebouwen te betreden. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 42 — Artikel 42#
Artikel 42 1 De burgemeester wordt op zijn aanvraag ontslagen of na afloop van de benoemingstermijn niet herbenoemd. 2 Aan de burgemeester die ontslag vraagt met het oog op een FPU-uitkering, wordt ontslag verleend, indien het bestuur van de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel en het bestuur van de Stichting Pensioenfonds ABP op grond van een desbetreffende aanvraag hebben vastgesteld dat na het ontslag recht bestaat op de FPU-uitkering. Het ontslag gaat niet eerder in dan met ingang van de dag waarop het recht op de FPU-uitkering ontstaat. Met een aanvraag tot ontslag wordt gelijkgesteld een verzoek om niet te worden herbenoemd. 3 Het ontslag op grond van dit artikel wordt eervol verleend, tenzij naar het oordeel van Onze Minister zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten. 1998 596 20-10-1998 06-10-1998 1998 596 20-10-1998 06-10-1998 21-10-1998 01-04-1997 Werkt terug tot en met 1 april 1997
Artikel 43 — Artikel 43#
Artikel 43 Aan de burgemeester wordt met ingang van de eerste dag van de maand, volgend op die waarin hij de leeftijd van 70 jaar heeft bereikt, eervol ontslag verleend. 2007 99 20-03-2007 17-02-2007 2007 168 10-05-2007 19-04-2007 30960 11-05-2007 Treedt volgens Stb. 2007/167 in werking op het tijdstip waarop de Wet houdende intrekking Besluit vaststelling leeftijdsgrens openbare functies en wijziging Wet Nationale ombudsman in werking treedt.
Artikel 44 — Artikel 44#
Artikel 44 1 Anders dan op eigen aanvraag, kan aan de burgemeester ontslag worden verleend op grond van: a. ongeschiktheid wegens ziekte tot het vervullen van zijn ambt; b. onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door hem beklede ambt, anders dan uit hoofde van ziekten of gebreken; c. opheffing van de gemeente; d. artikel 61b, tweede lid, van de Gemeentewet een aanbeveling van de gemeenteraad tot ontslag wegens een verstoorde verhouding tussen de burgemeester en de raad als bedoeld in; e. andere gronden. 2 Een ontslag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, kan slechts plaatsvinden indien: a. er sprake is van ongeschiktheid wegens ziekte tot het vervullen van zijn ambt gedurende een ononderbroken periode van zes maanden, b. herstel van zijn ziekte niet binnen een periode van zes maanden na de in onderdeel a genoemde termijn van zes maanden te verwachten is. 3 Bij de beoordeling of er sprake is van een situatie, als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, wordt een medisch onderzoek ingesteld door een of meer door Onze Minister aangewezen geneeskundigen, en, indien de burgemeester dit wenst, een door de burgemeester aangewezen geneeskundige. De burgemeester is verplicht medewerking te verlenen aan het onderzoek en wordt schriftelijk in kennis gesteld van het starten van het onderzoek en de in de vorige zin bedoelde mogelijkheid. Indien de burgemeester geen medewerking verleent, is de in het tweede lid, onder b, genoemde voorwaarde niet van toepassing. 4 Voordat Onze Minister het ontslag op grond van het eerste lid, onderdeel a, verleent, onderzoekt hij of het mogelijk is de burgemeester na zijn ontslag binnen zijn gezagsbereik andere arbeid aan te bieden. 5 Het ontslag op grond van het eerste lid, onder a, b en c van dit artikel wordt eervol verleend. Het ontslag op grond van het eerste lid, onder d en e, van dit artikel wordt eervol verleend, tenzij naar het oordeel van Onze Minister zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten. 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 12-01-2011
Artikel 45 — Artikel 45#
Artikel 45 Niet-herbenoeming vindt niet plaats dan nadat de burgemeester in de gelegenheid is gesteld door Onze Minister te worden gehoord. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 46 — Artikel 46#
Artikel 46 Vervallen 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 12-01-2011 27-02-2010
Artikel 46a — Artikel 46a#
Artikel 46a Vervallen 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 12-01-2011 27-02-2010
Artikel 46b — Artikel 46b#
Artikel 46b Vervallen 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 12-01-2011 27-02-2010
Artikel 46c — Artikel 46c#
Artikel 46c 1 artikel 46e 47b De burgemeester van 61 jaar of ouder van wie de gemeente wordt opgeheven en aan wie met ingang van de datum van herindeling ontslag wordt verleend met het oog op een FPU-uitkering, ontvangt ten laste van het Rijk een aanvulling op deze uitkering tot aan de pensioengerechtigde leeftijd, tenzij hij aanspraak maakt op de extra uitkering, bedoeld inof. 2 De aanvulling bedraagt een percentage van de grondslag, die geldt voor de vaststelling van de FPU-uitkering. Het percentage is: a. 15% indien de burgemeester op de dag voorafgaand aan de datum van herindeling nog geen 63 jaar is; b. 25% indien de burgemeester op de dag voorafgaand aan de datum van herindeling 63 jaar of ouder is. 3 De aanvulling wordt slechts toegekend voorzover de aanvulling en de FPU-uitkering tezamen niet meer bedragen dan de grondslag die geldt voor de vaststelling van de FPU-uitkering, met dien verstande dat voor deze berekening buiten beschouwing blijft: a. een verlaging van de FPU-uitkering, omdat aanspraken niet worden opgenomen met de bedoeling deze om te zetten in recht op ouderdomspensioen en nabestaandenpensioen; b. een verlaging van de FPU-uitkering, omdat het bedrag van de aanspraak wordt verminderd in verband met inkomsten naast de FPU-uitkering; c. een verhoging van de FPU-uitkering, als gevolg van een individuele aanvullende regeling. 4 Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een burgemeester jonger dan 61 jaar, indien hij op de datum van het ontslag met het oog op een FPU-uitkering, een diensttijd heeft van 40 jaar of meer als bedoeld in artikel 4 van de Regeling flexibel pensioen en uittreden. 2009 561 22-12-2009 16-12-2009 2009 561 22-12-2009 16-12-2009 23-12-2009
Artikel 46d — Artikel 46d#
Artikel 46d Vervallen 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 12-01-2011 27-02-2010
Artikel 46e — Artikel 46e#
Artikel 46e 1 De burgemeester aan wie ontslag is verleend met het oog op een FPU-uitkering en die tenminste 1 jaar het ambt van burgemeester heeft uitgeoefend, ontvangt tot aan de pensioengerechtigde leeftijd naast de FPU-uitkering een extra uitkering ten laste van de gemeenten gezamenlijk. 2 De extra uitkering bedraagt maandelijks het bedrag dat resulteert uit de vermenigvuldiging van 0,5833 procent van de grondslag, die geldt voor de vaststelling van de FPU-uitkering, met het aantal maanden dat de burgemeester het ambt van burgemeester heeft uitgeoefend, gedeeld door het totaal aantal maanden gelegen tussen de datum van ingang van de FPU-uitkering en de datum van ingang van het ouderdomspensioen. Voor deze berekening wordt voor het aantal maanden dat de burgemeester het ambt heeft uitgeoefend, ten hoogste van 120 maanden uitgegaan. 3 De extra uitkering wordt slechts toegekend voorzover de extra uitkering en de FPU-uitkering tezamen niet meer bedragen dan de grondslag, die geldt voor de vaststelling van de FPU-uitkering, met dien verstande dat voor deze berekening buiten beschouwing blijft: a. een verlaging van de FPU-uitkering, omdat aanspraken niet worden opgenomen met de bedoeling deze om te zetten in recht op ouderdomspensioen of nabestaandenpensioen; b. een verlaging van de FPU-uitkering, omdat het bedrag van de aanspraak wordt verminderd in verband met inkomsten naast de FPU-uitkering; c. een verhoging van de FPU-uitkering, als gevolg van een individuele aanvullende regeling. 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 12-01-2011 27-02-2010
Artikel 46f — Artikel 46f#
Artikel 46f artikel 46e artikel 46e artikel 46h Indien de gewezen burgemeester die de extra uitkering, bedoeld in, ontvangt met de waarneming van het ambt van burgemeester wordt belast, vervalt tijdelijk de aanspraak op de extra uitkering voor de duur van het waarnemerschap. Indien hij uit het waarnemerschap wordt ontheven, ontleent hij geen nieuwe aanspraken aanen bij toepassing vanof 47a worden reeds toegekende bedragen van de extra uitkering in mindering gebracht op de eenmalige uitkering, bedoeld in die artikelen. 2001 47 30-01-2001 20-01-2001 2001 47 30-01-2001 20-01-2001 31-01-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 46g — Artikel 46g#
Artikel 46g 1 artikel 46e artikel 47 Bij overlijden van de gewezen burgemeester die de extra uitkering, bedoeld in, ontvangt, wordt aan de nabestaanden, bedoeld in, een eenmalige extra uitkering toegekend ten laste van de gemeenten gezamenlijk. 2 De eenmalige uitkering bedraagt het bedrag dat resulteert uit de vermenigvuldiging van 57,14% van de maandelijkse extra uitkering, betaald in de maand voorafgaand aan het overlijden van betrokkene, met het aantal maanden gelegen tussen de datum van overlijden en de datum dat het ouderdomspensioen zou zijn ingegaan. 3 artikel 46f Indien de aanspraak op de extra uitkering op grond vantijdelijk is vervallen, wordt voor de toepassing van dit artikel uitgegaan van de extra uitkering die zou zijn toegekend indien de uitkering niet in verband met het waarnemerschap was vervallen. 2001 47 30-01-2001 20-01-2001 2001 47 30-01-2001 20-01-2001 31-01-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 46h — Artikel 46h#
Artikel 46h Vervallen 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 12-01-2011 27-02-2010
Artikel 47 — Artikel 47#
Artikel 47 1 Zo spoedig mogelijk na het overlijden van de burgemeester wordt aan de weduwe of weduwnaar van wie de overleden burgemeester niet duurzaam gescheiden leefde ten laste van de gemeente een bedrag uitgekeerd, gelijk aan de bezoldiging, vermeerderd met de vakantie-uitkering, over drie maanden, berekend naar het tijdstip van overlijden. Indien de overledene geen weduwe of weduwnaar van wie de overleden burgemeester niet duurzaam gescheiden leefde nalaat, geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarige wettige of natuurlijke kinderen, of minderjarige kinderen waarover de overledene de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke zorg wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor. Ontbreken ook zodanige kinderen dan geschiedt de uitkering aan degenen die geheel of gedeeltelijk afhankelijk waren van de bezoldiging van de burgemeester. 2 artikel 3, derde en vierde lid, van de Algemene nabestaandenwet Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weduwe of weduwnaar mede verstaan de achtergebleven geregistreerde partner alsmede degene met wie de overleden burgemeester ongehuwd samenleefde en een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd als bedoeld in. 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 12-01-2011
Artikel 47a — Artikel 47a#
Artikel 47a 1 artikel 47 Onverminderdwordt bij overlijden van de burgemeester, indien hij tenminste 1 jaar het ambt van burgemeester heeft uitgeoefend, aan de nabestaanden, bedoeld in dat artikel, een eenmalige extra uitkering toegekend ten laste van de gemeenten gezamenlijk. 2 Voor de vaststelling van de eenmalige uitkering wordt als grondslag gehanteerd de grondslag die zou gelden voor de vaststelling van een FPU-uitkering. 3 De eenmalige uitkering bedraagt het bedrag dat resulteert uit de vermenigvuldiging van 0,3333 procent van de grondslag met het aantal maanden dat de burgemeester het ambt van burgemeester heeft uitgeoefend. Voor deze berekening wordt voor het aantal maanden dat de burgemeester het ambt heeft uitgeoefend, ten hoogste van 120 maanden uitgegaan. 1998 596 20-10-1998 06-10-1998 1998 596 20-10-1998 06-10-1998 21-10-1998 01-04-1997 Werkt terug tot en met 1 april 1997
Artikel 47b — Artikel 47b#
Artikel 47b 1 Indien een burgemeester van 62 jaar of ouder aangeeft gebruik te willen maken van de mogelijkheid van vervroegd uittreden, maar naar het oordeel van Onze Minister bijzondere bestuurlijke omstandigheden in de gemeente zich zodanig verzetten tegen het ontslag van de burgemeester dat het ontslag niet wordt verleend, kan Onze Minister bij besluit een eenmalige extra uitkering toekennen. 2 Onze Minister wint ter voorbereiding van zijn oordeel het advies in van de commissaris en van de gemeenteraad. 3 artikel 46c De eenmalige uitkering bedraagt ten hoogste het bedrag dat totaal als extra uitkering, bedoeld in, zou zijn uitgekeerd indien aan de burgemeester het ontslag met het oog op een FPU-uitkering zou zijn verleend op de datum dat de gemeenteraad het in het tweede lid bedoelde advies heeft vastgesteld. 4 artikelen 46c 46f artikel 47a De uitkering vindt plaats op de pensioengerechtigde leeftijd van betrokkene. Indien de burgemeester voor dat tijdstip alsnog ontslag wordt verleend, bestaat er geen aanspraak op een aanvulling als bedoeld in artikel 46a of op een uitkering als bedoeld in deof. Bij overlijden van de burgemeester voor de pensioengerechtigde leeftijd isvan toepassing. 1998 596 20-10-1998 06-10-1998 1998 596 20-10-1998 06-10-1998 21-10-1998 01-04-1997 Werkt terug tot en met 1 april 1997
Artikel 47c — Artikel 47c#
Artikel 47c artikelen 46c 46e 46f 47a artikel 47b Onze Minister besluit over de toekenning van de extra uitkeringen en eenmalige extra uitkeringen, bedoeld in de,,, en. De uitbetaling van deze uitkeringen en van de uitkering, bedoeld in, geschiedt door de Stichting Pensioenfonds ABP. 1998 596 20-10-1998 06-10-1998 1998 596 20-10-1998 06-10-1998 21-10-1998 01-04-1997 Werkt terug tot en met 1 april 1997
Artikel 47d — Artikel 47d#
Artikel 47d 1 artikelen 46c 46e 46f 47a 47b De kosten in verband met de extra uitkeringen en eenmalige extra uitkeringen, bedoeld in de,,,en, worden op jaarbasis door de Stichting Pensioenfonds ABP in rekening gebracht bij de gemeenten. 2 bijlage l Onze Minister stelt regels over de berekening van de kosten, de verdeling van de kosten over de gemeenten en de wijze van betaling van de bijdragen in deze kosten. Grondslag voor de verdeling van de kosten over de gemeenten is dat deze plaatsvindt naar rato van de voor iedere gemeente geldende maximale bezoldiging overeenkomstigbij dit besluit. 1998 596 20-10-1998 06-10-1998 1998 596 20-10-1998 06-10-1998 21-10-1998 01-04-1997 Werkt terug tot en met 1 april 1997
Artikel 48 — Artikel 48#
Artikel 48 1 Over aangelegenheden van algemeen belang voor de rechtstoestand van de burgemeesters wordt niet beslist dan nadat daarover overleg is gepleegd met de vertegenwoordiging van de burgemeesters, te weten het Georganiseerd Overleg burgemeesters. 2 artikelen 105 tot en met 112 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Zodanig overleg vindt niet plaats, indien de aangelegenheid moet worden behandeld in het in degeregelde overleg, hierna te noemen het centraal Georganiseerd Overleg. 3 Indien een aangelegenheid, welke wordt behandeld in het centraal Georganiseerd Overleg, van bijzondere betekenis is voor de rechtstoestand van burgemeesters, kan Onze Minister het advies van de in het eerste lid bedoelde vertegenwoordiging inwinnen. 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 12-01-2011 27-02-2010
Artikel 49 — Artikel 49#
Artikel 49 Een tot het centraal Georganiseerd Overleg toegelaten centrale van verenigingen van ambtenaren is bevoegd tot aanwijzing van een lid en een plaatsvervangend lid in het Georganiseerd Overleg burgemeesters, mits de bij die centrale aangesloten verenigingen gezamenlijk tenminste 3 procent van het totale aantal burgemeesters tot haar leden tellen. Zij is tevens bevoegd het aangewezen lid of het plaatsvervangend lid te doen bijstaan door een door haar aan te wijzen vertegenwoordiger. Elk lid brengt een stem uit. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 50 — Artikel 50#
Artikel 50 1 Een centrale van verenigingen van ambtenaren die van de bevoegdheid tot aanwijzing heeft gebruik gemaakt, geeft in het begin van ieder kalenderjaar aan Onze Minister kennis van het aantal burgemeesters, dat lid is van bij haar aangesloten verenigingen. 2 artikel 49 Een door een centrale gedane aanwijzing vervalt van rechtswege op de eerste dag van het kalenderjaar, volgende op de dag waarop zij blijkens de in het eerste lid bedoelde kennisgeving niet meer voldoet aan de ingestelde eis van 3 procent. 3 artikel 48 Schorsing of intrekking van de toelating van een centrale tot het centraal Georganiseerd Overleg brengt van rechtswege mede schorsing of intrekking van de toelating tot het inbedoelde overleg. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 51 — Artikel 51#
Artikel 51 1 Het Georganiseerd Overleg burgemeesters staat onder leiding van Onze Minister. 2 Het overleg wordt door Onze Minister of door ambtenaren die daartoe door Onze Minister zijn aangewezen gevoerd. In het laatste geval staat het overleg onder leiding van de door Onze Minister uit die ambtenaren aangewezen voorzitter of plaatsvervangend voorzitter. Een door Onze Minister aangewezen ambtenaar staat de voorzitter als secretaris terzijde. 3 artikel 48 De inbedoelde aangelegenheden worden door Onze Minister aan het Georganiseerd Overleg burgemeesters voorgelegd. 4 artikel 49 artikel 48 Ieder der krachtenstot het overleg toegelaten centrales is bevoegd aan de voorzitter bepaalde onderwerpen, behorende tot de inbedoelde, ter plaatsing op de agenda op te geven. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 52 — Artikel 52#
Artikel 52 1 Het standpunt van de vertegenwoordiging der burgemeesters over de haar voorgelegde dan wel op aanvraag van haar zijde in het overleg besproken aangelegenheden wordt schriftelijk aan Onze Minister bevestigd. 2 Indien in die vertegenwoordiging een minderheidsstandpunt blijkt te bestaan, wordt daarvan desverlangd in het geschrift, bedoeld in het eerste lid, melding gemaakt. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 53 — Artikel 53#
Artikel 53 Indien over een aangelegenheid in afwijking van het standpunt van de meerderheid der burgemeestersvertegenwoordiging wordt beslist, brengt de voorzitter de redenen van deze afwijking ter kennis van het Georganiseerd Overleg burgemeesters. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 54 — Artikel 54#
Artikel 54 Het Georganiseerd Overleg burgemeesters wordt gevoerd op plaats, dag en uur, door de voorzitter te bepalen. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 55 — Artikel 55#
Artikel 55 Onze Minister stelt, na raadpleging van de vertegenwoordiging van de burgemeesters, een reglement van orde vast. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 56 — Artikel 56#
Artikel 56 Het verhandelde in het Georganiseerd Overleg burgemeesters is geheim, voor zover het reglement van orde niet anders bepaalt. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 57 — Artikel 57#
Artikel 57 De artikelen 58 tot en met 60 artikel 48 zijn slechts van toepassing op geschillen inzake aangelegenheden als bedoeld in, voor zover die aangelegenheden uitsluitend de rechtstoestand van burgemeesters betreffen. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 58 — Artikel 58#
Artikel 58 Indien de voorzitter dan wel een of meer van de centrales in het Georganiseerd Overleg burgemeesters tot het oordeel komen dat dit overleg niet tot een uitkomst zal leiden die de instemming van alle deelnemers aan dat overleg zal hebben, brengen zij dat oordeel binnen drie dagen nadat zij daarvan in het overleg blijk hebben gegeven, schriftelijk ter kennis van de overige deelnemers aan het overleg. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 59 — Artikel 59#
Artikel 59 1 artikel 58 Binnen vijf dagen na de kennisgeving, bedoeld in, schrijft de voorzitter een overlegvergadering uit. De vergadering moet worden gehouden binnen zeven dagen nadat deze is uitgeschreven. 2 Tenzij door de voorzitter en de vertegenwoordiging van de burgemeesters wordt besloten het overleg voort te zetten dan wel te beëindigen, wordt in de vergadering nagegaan of overeenstemming bestaat over de vraag wat het onderwerp en de inhoud van het geschil is en of een oplossing van dat geschil zal worden gezocht door middel van voortzetting van het overleg nadat het advies is ingewonnen van de Advies- en Arbitragecommissie, dan wel door middel van onderwerping van het geschil aan een arbitrale uitspraak van de Advies- en Arbitragecommissie. 3 Tot het inwinnen van het advies is zowel de voorzitter als de vertegenwoordiging van de burgemeesters bevoegd. 4 Voor onderwerping van het geschil aan arbitrage is overeenstemming vereist tussen alle deelnemers aan het overleg. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 60 — Artikel 60#
Artikel 60 1 artikel 59 Binnen drie dagen na de vergadering, bedoeld in, wordt de aanvraag om advies ter kennis gebracht van de voorzitter van de Advies- en Arbitragecommissie. De aanvraag wordt ondertekend door de deelnemers aan het overleg die zich voor inwinning hebben uitgesproken en bevat tenminste het onderwerp en de inhoud van het geschil. Indien in de vergadering, bedoeld in het vorige artikel, geen overeenstemming is bereikt tussen alle deelnemers aan het overleg over de vraag wat het onderwerp en de inhoud van het geschil is, brengen de overige deelnemers aan het overleg hun visie op het onderwerp en de inhoud van het geschil eveneens binnen drie dagen na eerdergenoemde vergadering ter kennis van de voorzitter van de Advies- en Arbitragecommissie. 2 De eerste volzin van het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het onderwerpen van het geschil aan een arbitrale uitspraak. De aanvraag daartoe wordt ondertekend door alle deelnemers aan het overleg en dient tenminste te bevatten: a. het onderwerp en de inhoud van het geschil; b. de standpunten van alle deelnemers aan het overleg omtrent onderwerp en inhoud van het geschil. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 61 — Artikel 61#
Artikel 61 artikel 110g, eerste lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Geschillen welke ingevolge de voorgaande artikelen in aanmerking worden gebracht voor het inwinnen van advies dan wel aan arbitrage worden onderworpen, worden daartoe voorgelegd aan de Advies- en Arbitragecommissie, bedoeld in. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 62 — Artikel 62#
Artikel 62 h artikel 110van het Algemeen Rijksambtenarenreglement Ten aanzien van de werkwijze van de Advies- en Arbitragecommissie isvan toepassing. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 63 — Artikel 63#
Artikel 63 1 De Advies- en Arbitragecommissie besluit bij meerderheid van stemmen. 2 Het advies of de uitspraak moet inhouden: a. de namen van de deelnemers die het advies of de arbitrale uitspraak hebben aangevraagd; b. een overzicht van de standpunten van alle deelnemers over het onderwerp en over de inhoud van het geschil; c. het advies dan wel de beslissing en de redenen die daaraan ten grondslag liggen. 3 Het advies of de uitspraak wordt gedagtekend en door ieder der optredende leden van de Advies- en Arbitragecommissie ondertekend. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 64 — Artikel 64#
Artikel 64 Binnen twee weken na ontvangst van het advies wordt het overleg over het geschil voortgezet. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 65 — Artikel 65#
Artikel 65 De uitspraak van de Advies- en Arbitragecommissie heeft bindende kracht. 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 1994 462 30-06-1994 15-06-1994 01-07-1994 01-01-1994
Artikel 65a — Artikel 65a#
Artikel 65a Vervallen 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 2009 611 29-12-2009 23-12-2009 32130 01-01-2015 2013 566 23-12-2013 18-12-2013 33753 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 39c van de Wet op
de loonbelasting 1964 vervalt. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2009/611 gesteld op 1 januari 2014.
Artikel 65b — Artikel 65b#
Artikel 65b 1 artikelen 18a 19 44 artikel 20 artikel II, onderdelen G en Q, van het Besluit wijziging van de rechtspositiebesluiten decentrale politieke ambtsdragers 2010 De,en, zoals deze luidden op de dag voor de datum van inwerkingtreding vanblijven van toepassing op de burgemeester die voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit ingevolgekennis heeft gegeven aan Onze Minister dat hij wegens ziekte zijn ambt niet kan vervullen. 2 artikelen 46 46a 46b 46d 46e 46h artikel II, onderdeel R, van het Besluit wijziging van de rechtspositiebesluiten decentrale politieke ambtsdragers 2010 De,,,,en, zoals deze luidden op de dag voor de datum van inwerkingtreding vanblijven van toepassing op de voormalig burgemeester van wie het ontslag is ingegaan voor 27 februari 2010. 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 12-01-2011
Artikel 66 — Artikel 66#
Artikel 66 Dit besluit wordt aangehaald als: Rechtspositiebesluit burgemeesters. 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 01-01-2004
Artikel 67 — Artikel 67#
Artikel 67 Vervallen 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 01-01-2004
Artikel 68 — Artikel 68#
Artikel 68 Vervallen 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 01-01-2004
Artikel 69 — Artikel 69#
Artikel 69 Vervallen 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 01-01-2004
Artikel 70 — Artikel 70#
Artikel 70 Vervallen 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 01-01-2004
Artikel 71 — Artikel 71#
Artikel 71 Vervallen 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 01-01-2004
Artikel 72 — Artikel 72#
Artikel 72 Vervallen 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 01-01-2004