Besluit van 29 juli 1994, tot vaststelling van de rechtspositie van de leden en plaatsvervangende leden van de Commissie gelijke behandeling
- BWB-id
- BWBR0006846
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 1995-10-28 t/m 2006-03-21
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006846
- ELI
- /eli/nl/amvb/1994/rechtspositiebesluit-commissie-gelijke-behandeling
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1994/rechtspositiebesluit-commissie-gelijke-behandeling/1995-10-28
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006846&g=1995-10-28
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006846&z=2026-06-06&g=1995-10-28
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006846/1995-10-28
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1994/rechtspositiebesluit-commissie-gelijke-behandeling
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Justitie; b. artikel 11, eerste lid, van de Algemene wet gelijke behandeling de Commissie: de Commissie gelijke behandeling als bedoeld in; c. het lid: degene die door Onze Minister is benoemd tot voorzitter, ondervoorzitter of lid van de Commissie; d. het plaatsvervangend lid: degene die door Onze Minister is benoemd tot plaatsvervangend lid van de Commissie. 1994 607 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Het salaris van het lid dat tot voorzitter van de Commissie is benoemd, wordt vastgesteld overeenkomstig het maximum van salarisschaal 17 van bijlage B van het. 2 Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Het salaris van een lid dat tot ondervoorzitter van de Commissie is benoemd, wordt vastgesteld overeenkomstig het maximum van salarisschaal 16 van bijlage B van het. 3 Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Het salaris van de overige leden van de Commissie wordt vastgesteld overeenkomstig het maximum van salarisschaal 15 van bijlage B van het. 4 Het salaris van een lid met een onvolledige werktijd wordt vastgesteld op een evenredig deel van het salaris bij een volledige werktijd. 5 Het salaris wordt niet langer uitbetaald dan tot en met de dag van het overlijden. 1994 607 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 2 Boven en behalve het salaris bedoeld ingenieten de leden een vakantieuitkering, een eindejaarsuitkering, een ziektekostenvergoeding, een vergoeding van reis- en verblijfkosten, een vergoeding van verplaatsingskosten en een uitkering bij overlijden overeenkomstig de bepalingen welke ten aanzien van burgerlijke rijksambtenaren in vaste dienst gelden. 2 Indien het burgerlijk rijkspersoneel een eenmalige uitkering wordt toegekend, ontvangen de leden van de Commissie deze op gelijke voet. 3 Voorts genieten de leden een gratificatie bij ambtsjubileum op de tijdstippen en tot de bedragen als ten aanzien van burgerlijke rijksambtenaren gelden. Bij de bepaling van de diensttijd wordt rekening gehouden met tijd in overheidsdienst doorgebracht, overeenkomstig de ten aanzien van burgerlijke rijksambtenaren geldende bepalingen. 1994 607 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De plaatsvervangende leden genieten geen salaris, doch ontvangen een vergoeding per zitting. 2 De vergoeding wordt toegekend met overeenkomstige toepassing van de regels die gelden voor de rechters-plaatsvervangers. 3 Aan plaatsvervangende leden kan, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, in plaats van een vergoeding een vaste beloning worden toegekend. 4 Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 Een plaatsvervangend lid als bedoeld in het derde lid, ontvangt een vaste beloning die een met zijn werktijd overeenkomend deel bedraagt van het salaris volgens het maximum van schaal 15 van bijlage B van het. 5 De plaatsvervangende leden genieten een vergoeding van reis- en verblijfkosten overeenkomstig de bepalingen welke ten aanzien van burgerlijke rijksambtenaren gelden. 1995 512 27-10-1995 13-10-1995 1995 512 27-10-1995 13-10-1995 28-10-1995
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Aan een lid dat ontslag vraagt met het oog op een uitkering op grond van de Wet uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden, wordt een zodanig ontslag verleend, indien de directie van het Algemeen burgerlijk pensioenfonds op een daartoe strekkende aanvraag heeft besloten dat na dat te verlenen ontslag recht bestaat op een uitkering op grond van die wet. Het ontslag, bedoeld in de eerste volzin, gaat niet eerder in dan met ingang van de dag waarop het recht op evengenoemde uitkering bestaat. 1994 607 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Rijkswachtgeldbesluit 1959 Een lid dat, zonder dat te hebben verzocht, niet wordt herbenoemd, heeft recht op wachtgeld op de voet van de bepalingen van het, behoudens wanneer hij een direct ingaand recht heeft op pensioen of op een uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden. 1994 607 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 Algemene wet gelijke behandeling Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop dein werking treedt. 1994 607 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Dit besluit wordt aangehaald als: Rechtspositiebesluit Commissie gelijke behandeling. 1994 607 16-08-1994 29-07-1994 1994 230 02-03-1994 22014 01-09-1994