Besluit van 22 maart 1994, houdende regels betreffende de rechtspositie van gedeputeerden
- BWB-id
- BWBR0006533
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2019-02-15 t/m 2019-03-27
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006533
- ELI
- /eli/nl/amvb/1994/rechtspositiebesluit-gedeputeerden
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1994/rechtspositiebesluit-gedeputeerden/2019-02-15
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006533&g=2019-02-15
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006533&z=2026-06-06&g=2019-02-15
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006533/2019-02-15
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1994/rechtspositiebesluit-gedeputeerden
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken; b. artikel 3 bezoldiging: de bezoldiging, bedoeld in; c. artikel 41, eerste lid, van de Provinciewet artikel 42 artikel 46, eerste lid, van de Provinciewet artikel 49 van de Provinciewet tweede lid tijdstip van beëindiging van het ambt van gedeputeerde: het tijdstip van aftreden, bedoeld in, de dag van ingang van het ontslag, bedoeld in,, en, de dag van ingang van het ontslag, bedoeld inof de dag volgende op die van het overlijden; d. voormalig gedeputeerde: de gedeputeerde die is afgetreden of ontslagen of die het lidmaatschap van provinciale staten heeft verloren, dan wel is overleden. 2006 8 12-01-2006 22-12-2005 2006 8 12-01-2006 22-12-2005 01-03-2006
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 artikel 35a, derde en vierde lid, van de Provinciewet Dit besluit is van overeenkomstige toepassing op de gedeputeerde die ingevolgede betrekking in deeltijd uitoefent, tenzij anders is bepaald. 2006 8 12-01-2006 22-12-2005 2006 8 12-01-2006 22-12-2005 01-03-2006
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De bezoldiging van de gedeputeerde bedraagt € 8.773,96 per maand. 2 Als de bezoldiging van het personeel in de sector Rijk wijziging ondergaat, wordt het in het eerste lid genoemde bedrag overeenkomstig gewijzigd. 2019 7580 14-02-2019 06-02-2019 2019-0000062565 2019 7580 14-02-2019 06-02-2019 2019-0000062565 15-02-2019 01-07-2018
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De gedeputeerde geniet een vakantie-uitkering en een eindejaarsuitkering overeenkomstig de bepalingen welke daaromtrent voor het personeel in de sector Rijk zijn vastgesteld. 2 Indien aan het personeel in de sector Rijk een eenmalige uitkering wordt toegekend, ontvangt de gedeputeerde een uitkering op gelijke voet. 3 artikel 35, tweede lid, van de Provinciewet artikel 35, vierde lid, van de Provinciewet artikel 3 De gedeputeerde die ingevolgede betrekking in deeltijd uitoefent, ontvangt de bezoldiging, bedoeld in, naar evenredigheid met de vastgestelde tijdsbestedingsnorm, bedoeld in. 1998 503 13-08-1998 20-07-1998 1998 503 13-08-1998 20-07-1998 14-08-1998 01-01-1998 De artikelen 1 en 4 werken terug tot en met 1 januari 1998.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 De bezoldiging wordt door de gedeputeerde genoten met ingang van de dag van de benoeming. 2 De bezoldiging eindigt op het tijdstip van beëindiging van het ambt van gedeputeerde. 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 12-01-2011 01-01-2011
Artikel 5a — Artikel 5a#
Artikel 5a artikel 35c, tweede lid, onder a of b, van de Provinciewet Indien een gedeputeerde naast zijn bezoldiging als gedeputeerde tevens aanspraak heeft op vergoeding voor de werkzaamheden als statenlid gedurende een tijdvak als bedoeld in, dan vervalt gedurende dit tijdvak zijn aanspraak op een vergoeding voor de werkzaamheden als statenlid. 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 20-12-2006
Artikel 5b — Artikel 5b#
Artikel 5b 1 Zo spoedig mogelijk na afloop van het kalenderjaar, verstrekt de gedeputeerde aan Onze Minister dan wel aan een door hem aangewezen instantie: een opgave van de neveninkomsten welke hij over dat kalenderjaar of over een gedeelte daarvan heeft genoten, dan wel een verklaring dat hij geen neveninkomsten heeft genoten of niet meer dan 14% van de bezoldiging op jaarbasis aan neveninkomsten heeft genoten over dat jaar of, indien hij het ambt van gedeputeerde vervulde gedurende een gedeelte van het kalenderjaar, een evenredig deel daarvan, dan wel een verklaring dat een opgave van neveninkomsten achterwege zal blijven. 2 In afwijking van het eerste lid, verminderen gedeputeerde staten op verzoek van een gedeputeerde diens bezoldiging reeds gedurende het kalenderjaar met een bedrag waarmee hij verwacht dat zijn bezoldiging zal worden verrekend vanwege zijn neveninkomsten. 3 Onze Minister, dan wel een door hem aangewezen instantie, deelt gedeputeerde staten het bedrag van de bezoldiging dat teruggevorderd dient te worden, mede en verstrekt een afschrift daarvan aan de gedeputeerde. 4 Gedeputeerde staten vorderen, indien Onze Minister dan wel een door hem aangewezen instantie constateert dat er sprake is van te verrekenen neveninkomsten, het teveel aan ontvangen bezoldiging terug van de gedeputeerde. 5 Indien de gedeputeerde geen informatie kan verstrekken, meldt hij dit binnen zes maanden onder opgaaf van redenen aan Onze Minister, dan wel aan een door hem aangewezen instantie. De gedeputeerde meldt tevens een redelijke termijn waarop hij deze informatie alsnog zal verstrekken 6 In het geval genoemd in het eerste lid, onderdeel c, alsmede indien de gedeputeerde binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar geen opgave of verklaring, als bedoeld in het eerste lid, heeft ingezonden, of niet heeft voldaan aan het vijfde lid, stellen gedeputeerde staten de bezoldiging over het afgelopen jaar vast op 65% van de bezoldiging op jaarbasis, tenzij zij uit anderen hoofde kunnen vaststellen tot welk bedrag er verrekend zou moeten worden. 7 Op verzoek van de gedeputeerde kunnen gedeputeerde staten besluiten de verrekening of terugbetaling in termijnen te laten plaatsvinden. 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 01-07-2014
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 In geval van overlijden van de gedeputeerde wordt aan de weduwe of weduwnaar van wie de overleden gedeputeerde niet duurzaam gescheiden leefde een bedrag uitgekeerd, gelijk aan de bezoldiging vermeerderd met de vakantie-uitkering, welke de gedeputeerde laatstelijk genoot over een tijdvak van drie maanden. Indien de overledene geen weduwe of weduwnaar van wie de overleden gedeputeerde niet duurzaam gescheiden leefde nalaat, geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarige wettige of natuurlijke kinderen, of minderjarige kinderen waarover de overledene de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke zorg wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor. Ontbreken ook zodanige kinderen dan geschiedt de uitkering aan degenen die geheel of grotendeels afhankelijk waren van de bezoldiging van de gedeputeerde. 2 artikel 3, derde en vierde lid, van de Algemene nabestaandenwet Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weduwe of weduwnaar mede verstaan de achtergebleven geregistreerde partner alsmede degene met wie de overleden gedeputeerde ongehuwd samenleefde en een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd als bedoeld in. 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 12-01-2011 01-01-2011
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 De tijdelijke vervanger van de gedeputeerde die verlof heeft wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, ontvangt voor zijn verzekering voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden € 590 per maand. 2013 222 21-06-2013 12-06-2013 2013 222 21-06-2013 12-06-2013 01-07-2013 03-08-2011
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 artikel 21 De gedeputeerde die verlof heeft wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, ontvangt een onkostenvergoeding voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten ter hoogte van de helft van het inbedoelde bedrag. 2 artikel XI van het Besluit van 12 juni 2013 tot wijziging van het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning, het Rechtspositiebesluit burgemeesters, het Rechtspositiebesluit gedeputeerden, het Rechtspositiebesluit wethouders, het Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden, het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, het Waterschapsbesluit en het Rechtspositiebesluit Rijksvertegenwoordiger BES in verband met een wijziging in de regeling inzake ambtswoningen en enkele andere wijzigingen In afwijking van(Stb. 2013, 222), werkt het eerste lid niet terug tot en met 3 augustus 2011. 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 01-07-2014
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 20-12-2006 01-01-2006
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 Vervallen 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 20-12-2006 01-01-2006
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Vervallen 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 20-12-2006 01-01-2006
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 20-12-2006 01-01-2006
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 20-12-2006 01-01-2006
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 20-12-2006 01-01-2006
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 20-12-2006 01-01-2006
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: a. een ziekte: een ziekte die in overwegende mate haar oorzaak vindt in de uitoefening van de aan het ambt verbonden werkzaamheden; b. een dienstongeval: een ongeval dat plaatsvindt tijdens de uitoefening van de aan het ambt verbonden werkzaamheden. 2 De gedeputeerde ontvangt een vergoeding voor de noodzakelijk gemaakte kosten in verband met een geneeskundige behandeling of verzorging of overige kosten, indien deze in overwegende mate hun oorzaak vinden in een ziekte of een dienstongeval als bedoeld in het eerste en tweede lid: a. voor zover deze kosten ten laste van de gedeputeerde blijven en b. voor zover de ziekte of het dienstongeval niet aan eigen schuld of onvoorzichtigheid te wijten is. 3 In bijzondere gevallen kunnen gedeputeerde staten bepalen dat overige schade aangemerkt wordt als voortvloeiend uit de ziekte of het dienstongeval, naar redelijkheid en billijkheid en gehoord de vergadering van de fractievoorzitters van alle partijen in provinciale staten. 4 Onder overige schade valt niet het gederfde inkomen. 5 Als de schade van de ziekte of het dienstongeval is ontstaan tijdens zijn ambtsperiode en voortduurt na zijn aftreden is dit artikel van overeenkomstige toepassing op de gewezen gedeputeerde. 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 01-07-2014
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 1 artikel 35, tweede en derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Gedeputeerde staten kennen een gedeputeerde die naar het oordeel van een arts een structurele functionele beperking heeft, ten laste van de provincie op aanvraag een tegemoetkoming toe voor de bekostiging van een voorziening als bedoeld in. 2 artikel 35, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Het gestelde bij of krachtensis van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat uitsluitend een financiële tegemoetkoming wordt verstrekt. 2013 222 21-06-2013 12-06-2013 2013 222 21-06-2013 12-06-2013 01-07-2013 01-01-2013
Artikel 17a — Artikel 17a#
Artikel 17a Indien gedeputeerde staten ten behoeve van een veilige woon- en werkplek van een gedeputeerde kosten maken, die in het kader van het stelsel bewaken en beveiligen zijn aangemerkt als werkgeverskosten, komen deze ten laste van de provincie. 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 01-07-2014
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat indien de gedeputeerde bij benoeming nog niet over woonruimte in de provincie beschikt, hij ten laste van de provincie aanspraak heeft op: a. een vergoeding van reis- en pensionkosten; b. een vergoeding van verhuiskosten in verband met de benoeming in de provincie. 2 Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels over hoogte van de vergoeding en de voorwaarden voor de aanspraak. 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 01-01-2004 12-03-2003
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat de gedeputeerde aanspraak heeft op: a. een vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer; b. een jaarkaart voor het openbaar vervoer of een daartoe strekkende vergoeding; c. een vergoeding van reis- en verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoefening van het ambt. 2 Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels over hoogte van de vergoeding en de voorwaarden voor de aanspraak. 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 01-01-2004
Artikel 19a — Artikel 19a#
Artikel 19a Vervallen 2006 8 12-01-2006 22-12-2005 2006 8 12-01-2006 22-12-2005 01-03-2006
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Indien aan de gedeputeerde een dienstauto ter beschikking is gesteld en hij voor het gebruik van deze dienstauto loon- en inkomstenbelasting is verschuldigd, kunnen gedeputeerde staten bepalen dat deze belastingheffing door de provincie aan de gedeputeerde wordt vergoed. De vergoeding betreft ten hoogste de verschuldigde loon- en inkomstenbelasting voor het gebruik van de dienstauto. 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 12-01-2011 01-01-2011
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Een gedeputeerde ontvangt een onkostenvergoeding voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten ten bedrage van € 362,56 per maand. 2 Het bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar. 2018 72813 24-12-2018 18-12-2018 2018-0000963526 2018 72813 24-12-2018 18-12-2018 2018-0000963526 01-01-2019
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 artikel 1, onderdeel c artikel 21 De gedeputeerde, die in de loop van het kalenderjaar is benoemd dan wel het ambt van gedeputeerde heeft beëindigd als bedoeld in, ontvangt de onkostenvergoeding, bedoeld in, naar evenredigheid met de periode van uitoefening van het ambt in bedoeld kalenderjaar. 2 artikel 35a, derde lid, van de Provinciewet artikel 35a, vierde lid, van de Provinciewet artikel 21 De gedeputeerde die ingevolgede betrekking in deeltijd uitoefent, ontvangt de onkostenvergoeding, bedoeld in, naar evenredigheid met de vastgestelde tijdsbestedingsnorm, bedoeld in. 2006 8 12-01-2006 22-12-2005 2006 8 12-01-2006 22-12-2005 01-03-2006
Artikel 22a — Artikel 22a#
Artikel 22a 1 Op aanvraag wordt ten laste van de provincie aan de gedeputeerde voor de uitoefening van het ambt een computer, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking gesteld. 2 Indien geen computer, bijbehorende apparatuur en software ter beschikking is gesteld, wordt door gedeputeerde staten aan de gedeputeerde op aanvraag voor de uitoefening van het ambt, een tegemoetkoming verleend voor: a. aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en software of, b. gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en software. 3 Op aanvraag wordt ten laste van de provincie aan de gedeputeerde voor de uitoefening van het ambt communicatieapparatuur in bruikleen ter beschikking gesteld. 4 Op aanvraag wordt door gedeputeerde staten een vergoeding aan de gedeputeerde verleend voor de aanleg- en de abonnementskosten voor de internetverbinding voor de in het eerste of het tweede lid genoemde computerapparatuur. 5 Provinciale staten kunnen bij verordening nadere regels stellen over het ter beschikking stellen van computer- en communicatieapparatuur, de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, en de vergoeding, bedoeld in het vierde lid. 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 12-01-2011 01-01-2011
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De vergoeding van bijzondere kosten en andere financiële voorzieningen wordt door de gedeputeerde genoten met ingang van de dag van de benoeming. 2 De vergoeding van bijzondere kosten en andere financiële voorzieningen eindigt op het tijdstip van beëindiging van het ambt van gedeputeerde. 2006 8 12-01-2006 22-12-2005 2006 8 12-01-2006 22-12-2005 01-03-2006
Artikel 23a — Artikel 23a#
Artikel 23a artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld inworden aangewezen: a. artikel 19, eerste lid artikel 31a, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet op de loonbelasting 1964 de vergoedingen en verstrekking, bedoeld in, voor zover deze niet worden gerekend tot een vergoeding als bedoeld in; b. artikel 20 de vergoeding, bedoeld in; c. artikel 21, eerste lid de onkostenvergoeding, bedoeld in; d. artikel 22a, eerste en derde lid de verstrekkingen, bedoeld in; e. artikel 22a, vierde lid de vergoeding, bedoeld in; f. artikel 23b, eerste en tweede lid de vergoeding, bedoeld in. 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 01-07-2014
Artikel 23b — Artikel 23b#
Artikel 23b 1 Indien een gedeputeerde in verband met de uitoefening van het ambt lid is van een beroepsvereniging, vergoedt de provincie de contributie van die beroepsvereniging. 2 De kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van het ambt van gedeputeerde komen ten laste van de provincie. 3 Gedeputeerde staten kunnen over de in het tweede lid bedoelde scholing nadere regels stellen. 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 01-07-2014
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 2009 611 29-12-2009 23-12-2009 32130 01-01-2015 2013 566 23-12-2013 18-12-2013 33753 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 39c van de Wet op
de loonbelasting 1964 vervalt. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2009/611 gesteld op 1 januari 2014.
Artikel 24a — Artikel 24a#
Artikel 24a Artikel 17 dat artikel zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van het Besluit van 22 december 2005 tot wijziging van het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning, het Rechtspositiebesluit gedeputeerden, het Rechtspositiebesluit burgemeesters, het Rechtspositiebesluit wethouders, het Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden en het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, blijft van toepassing op de voormalig gedeputeerde, indien de inbedoelde invaliditeit op die dag reeds bestond of, indien de invaliditeit op een later tijdstip is ontstaan, kan worden vastgesteld dat de oorzaak van deze invaliditeit voor de datum van inwerkingtreding van bovengenoemd besluit 22 december 2005 is gelegen. 2006 8 12-01-2006 22-12-2005 2006 8 12-01-2006 22-12-2005 01-03-2006
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Vervallen 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 01-01-2004
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van hetwaarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1994. 1994 241 22-03-1994 1994 241 22-03-1994 08-04-1994 01-01-1994
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Dit besluit wordt aangehaald als: Rechtspositiebesluit gedeputeerden. 1994 241 22-03-1994 1994 241 22-03-1994 08-04-1994 01-01-1994