Besluit van 22 maart 1994, houdende regels betreffende de rechtspositie van wethouders
- BWB-id
- BWBR0006535
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Geldigheid
- 2018-01-01 t/m 2018-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006535
- ELI
- /eli/nl/amvb/1994/rechtspositiebesluit-wethouders
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1994/rechtspositiebesluit-wethouders/2018-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006535&g=2018-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006535&z=2026-06-06&g=2018-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006535/2018-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1994/rechtspositiebesluit-wethouders
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; b. artikel 3, eerste en vijfde lid bezoldiging: de bezoldiging, bedoeld in; c. inwonertal: het aantal inwoners volgens de door het Centraal Bureau voor de Statistiek openbaar gemaakte bevolkingscijfers per 1 januari; d. gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van de provincie waarin de gemeente is gelegen; e. tabel: de tabel, opgenomen in de bij dit besluit behorende bijlage; f. artikel 42 van de Gemeentewet artikel 43 artikel 47, eerste lid, van de Gemeentewet artikel 49 van de Gemeentewet tweede lid tijdstip van beëindiging van het wethouderschap: het tijdstip van aftreden, bedoeld in, de dag van ingang van het ontslag, bedoeld in,en, de dag van ingang van het ontslag bedoeld inof de dag volgende op die van het overlijden; g. voormalig wethouder: de wethouder, die is afgetreden of ontslagen of die het lidmaatschap van de raad heeft verloren, dan wel is overleden; h. tijdsbestedingsnorm: het deel van de werkweek, dat de wethouder in staat dient te worden gesteld aan het wethouderschap te besteden. 2009 561 22-12-2009 16-12-2009 2009 561 22-12-2009 16-12-2009 23-12-2009
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 Vervallen 2014 53 07-02-2014 21-01-2014 2014 83 20-02-2014 11-02-2014 19-03-2014 Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet
Gemeentewet, enz. (afschaffen bevoegdheid van gemeentebesturen om
deelgemeenten in te stellen) (Stb. 2013/76) in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De wethouder geniet een bezoldiging volgens tabel I. 2 Als de bezoldiging van het personeel in de sector Rijk wijziging ondergaat, worden de in de tabel genoemde bedragen overeenkomstig gewijzigd. 3 De wethouder geniet een vakantie-uitkering en een eindejaarsuitkering overeenkomstig de bepalingen welke daaromtrent voor het personeel in de sector Rijk zijn vastgesteld. 4 Indien aan het personeel in de sector Rijk een eenmalige uitkering wordt toegekend, ontvangt de wethouder een uitkering op gelijke voet. 5 artikel 36, tweede lid, van de Gemeentewet artikel 36, vierde lid, van de Gemeentewet De wethouder die met toepassing vande betrekking in deeltijd uitoefent, ontvangt de bezoldiging, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid met de vastgestelde tijdsbestedingsnorm, bedoeld in. 2002 458 10-09-2002 28-08-2002 2002 458 10-09-2002 28-08-2002 11-09-2002
Artikel 3a — Artikel 3a#
Artikel 3a Vervallen 2009 561 22-12-2009 16-12-2009 2009 561 22-12-2009 16-12-2009 23-12-2009
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 De bezoldiging wordt door de wethouder genoten met ingang van de dag van de benoeming. 2 De bezoldiging eindigt op het tijdstip van beëindiging van het wethouderschap. 2002 458 10-09-2002 28-08-2002 2002 458 10-09-2002 28-08-2002 11-09-2002
Artikel 4a — Artikel 4a#
Artikel 4a artikel 36b, tweede lid, onder a of b, van de Gemeentewet Indien een wethouder naast zijn bezoldiging als wethouder, tevens aanspraak heeft op een vergoeding voor werkzaamheden als raadslid gedurende een tijdvak als bedoeld in, dan vervalt gedurende dit tijdvak zijn aanspraak op een vergoeding voor werkzaamheden als raadslid. 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 20-12-2006
Artikel 4b — Artikel 4b#
Artikel 4b 1 Zo spoedig mogelijk na afloop van het kalenderjaar, verstrekt de wethouder aan Onze Minister dan wel aan een door hem aangewezen instantie: een opgave van de neveninkomsten welke hij over dat kalenderjaar of over een gedeelte daarvan heeft genoten, dan wel een verklaring dat hij geen neveninkomsten heeft genoten of niet meer dan 14% van de bezoldiging op jaarbasis aan neveninkomsten heeft genoten over dat jaar of, indien hij het ambt van wethouder vervulde gedurende een gedeelte van het kalenderjaar, een evenredig deel daarvan, dan wel een verklaring dat een opgave van neveninkomsten achterwege zal blijven. 2 In afwijking van het eerste lid, vermindert het college van burgemeester en wethouders op verzoek van de wethouder diens bezoldiging reeds gedurende het kalenderjaar met een bedrag waarmee hij verwacht dat zijn bezoldiging zal worden verrekend vanwege zijn neveninkomsten. 3 Onze Minister, dan wel een door hem aangewezen instantie, deelt het college van burgemeester en wethouders het bedrag van de bezoldiging dat teruggevorderd dient te worden, mede en verstrekt een afschrift daarvan aan de wethouder. 4 Het college van burgemeester en wethouders vordert, indien Onze Minister dan wel een door hem aangewezen instantie constateert dat er sprake is van te verrekenen neveninkomsten, het teveel aan ontvangen bezoldiging terug van de wethouder. 5 Indien de wethouder geen informatie kan verstrekken, meldt hij dit binnen zes maanden onder opgaaf van redenen aan Onze Minister, dan wel aan een door hem aangewezen instantie. De wethouder meldt tevens een redelijke termijn waarop hij deze informatie alsnog zal verstrekken. 6 In het geval genoemd in het eerste lid, onderdeel c, alsmede indien de wethouder binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar geen opgave of verklaring, als bedoeld in het eerste lid, heeft ingezonden, of niet heeft voldaan aan het vijfde lid, stelt het college van burgemeester en wethouders de bezoldiging over het afgelopen jaar vast op 65% van de bezoldiging op jaarbasis, tenzij het uit anderen hoofde kan vaststellen tot welk bedrag er verrekend zou moeten worden. 7 Op verzoek van de wethouder kan het college van burgemeester en wethouders besluiten de verrekening of terugbetaling in termijnen te laten plaatsvinden. 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 01-07-2014
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 1 In geval van overlijden van de wethouder wordt aan de weduwe of weduwnaar van wie de overleden wethouder niet duurzaam gescheiden leefde een bedrag uitgekeerd, gelijk aan de bezoldiging vermeerderd met de vakantieuitkering, welke de wethouder laatstelijk genoot over een tijdvak van drie maanden. Indien de overledene geen weduwe of weduwnaar van wie de overleden wethouder niet duurzaam gescheiden leefde nalaat, geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarige wettige of natuurlijke kinderen, of minderjarige kinderen waarover de overledene de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke zorg wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor. Ontbreken ook zodanige kinderen dan geschiedt de uitkering aan degenen die geheel of grotendeels afhankelijk waren van de bezoldiging van de wethouder. 2 artikel 3, derde en vierde lid, van de Algemene nabestaandenwet Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weduwe of weduwnaar mede verstaan de achtergebleven geregistreerde partner alsmede degene met wie de overleden wethouder ongehuwd samenleefde en een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd als bedoeld in. 2006 8 12-01-2006 22-12-2005 2006 8 12-01-2006 22-12-2005 01-03-2006
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 2009 561 22-12-2009 16-12-2009 2009 561 22-12-2009 16-12-2009 23-12-2009
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 1 artikel 3 Op grond van bijzondere omstandigheden kunnen gedeputeerde staten, de gemeenteraad gehoord, een gemeente voor de toepassing vanvoor een bepaald tijdvak, in een andere klasse plaatsen dan die, waartoe zij krachtens haar inwonertal behoort. 2 Gedeputeerde staten kunnen na afloop van het tijdvak, bedoeld in het eerste lid, een nieuw tijdvak vaststellen. 3 Van de besluiten, genoemd in het eerste en tweede lid, doen gedeputeerde staten onverwijld schriftelijke mededeling aan Onze Minister. 1994 243 22-03-1994 1994 243 22-03-1994 08-04-1994 01-01-1994
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Overgang van een gemeente naar een hogere klasse in verband met toeneming van het inwonertal vindt plaats met ingang van het jaar waarin op 1 januari het inwonertal van die gemeente de minimumgrens van de volgende klasse heeft bereikt en blijkt dat zij die grens ook heeft bereikt op: a. 1 januari van het volgende jaar of b. de dag voorafgaande aan een wijziging van de gemeentelijke indeling, waarbij zij is betrokken. 2 Overgang van een gemeente naar een lagere klasse in verband met vermindering van het inwonertal vindt plaats met ingang van het jaar waarin het inwonertal van de gemeente op 1 januari voor de tweede achtereenvolgende maal beneden de minimumgrens van de klasse, waarin de gemeente tot dusver was ingedeeld, gedaald is. 3 Voor gemeenten waarvan het inwonertal ten gevolge van grenscorrectie of wijziging van de gemeentelijke indeling wijziging heeft ondergaan, vindt overgang naar een hogere of lagere klasse plaats met ingang van de datum van de grenscorrectie of de wijziging van de gemeentelijke indeling. Hierbij geldt het inwonertal, zoals dit voor de eerste maal na die datum met inachtneming van die grenscorrectie of wijziging van de gemeentelijke indeling door het Centraal Bureau voor de Statistiek wordt openbaar gemaakt. 4 Voor de eerste indeling van nieuw ingestelde gemeenten vindt het derde lid overeenkomstige toepassing. 1994 243 22-03-1994 1994 243 22-03-1994 08-04-1994 01-01-1994
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 De overgang van een gemeente naar een lagere klasse, is niet van invloed op de bezoldiging van de op het tijdstip van overgang in functie zijnde wethouder, tot uiterlijk het tijdstip van beëindiging van het wethouderschap. 1994 243 22-03-1994 1994 243 22-03-1994 08-04-1994 01-01-1994
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 De tijdelijke vervanger van de wethouder die verlof heeft wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, ontvangt per maand voor zijn verzekering voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden het bij zijn gemeentegrootte behorende bedrag, bedoeld in de onderstaande tabel. Aantal inwoners gemeente Tegemoetkoming verzekering arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden Tot en met 8.000 € 262 8.001– 14.000 € 303 14.001– 24.000 € 343 24.001– 40.000 € 369 40.001– 60.000 € 410 60.001–100.000 € 450 100.001–150.000 € 491 150.001–375.000 € 518 375.001 en meer € 590 2013 222 21-06-2013 12-06-2013 2013 222 21-06-2013 12-06-2013 01-07-2013 03-08-2011
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 1 artikel 25 De wethouder die verlof heeft wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, ontvangt een onkostenvergoeding voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten ter hoogte van de helft van het inbedoelde bedrag. 2 artikel XI van het Besluit van 12 juni 2013 tot wijziging van het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning, het Rechtspositiebesluit burgemeesters, het Rechtspositiebesluit gedeputeerden, het Rechtspositiebesluit wethouders, het Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden, het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, het Waterschapsbesluit en het Rechtspositiebesluit Rijksvertegenwoordiger BES in verband met een wijziging in de regeling inzake ambtswoningen en enkele andere wijzigingen In afwijking van(Stb. 2013, 222) werkt het eerste lid niet terug tot en met 3 augustus 2011. 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 01-07-2014
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 Vervallen 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 20-12-2006 01-01-2006
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 Vervallen 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 20-12-2006 01-01-2006
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 Vervallen 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 20-12-2006 01-01-2006
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 Vervallen 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 20-12-2006 01-01-2006 Het derde lid, eerste volzin blijft van toepassing tot 1 januari 2007.
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 Vervallen 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 20-12-2006 01-01-2006
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 20-12-2006 01-01-2006
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 Vervallen 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 20-12-2006 01-01-2006
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 Vervallen 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 2006 660 19-12-2006 06-12-2006 20-12-2006 01-01-2006
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder: a. een ziekte: een ziekte die in overwegende mate haar oorzaak vindt in de uitoefening van de aan het ambt verbonden werkzaamheden; b. een dienstongeval: een ongeval dat plaatsvindt tijdens de uitoefening van de aan het ambt verbonden werkzaamheden. 2 De wethouder ontvangt een vergoeding voor de noodzakelijk gemaakte kosten in verband met een geneeskundige behandeling of verzorging of overige kosten, indien deze in overwegende mate hun oorzaak vinden in een ziekte of een dienstongeval als bedoeld in het eerste en tweede lid: a. voor zover deze kosten ten laste van de wethouder blijven en b. voor zover de ziekte of het dienstongeval niet aan eigen schuld of onvoorzichtigheid te wijten is. 3 In bijzondere gevallen kan het college van burgemeester en wethouders bepalen dat overige schade aangemerkt wordt als voortvloeiend uit de ziekte of het dienstongeval, naar redelijkheid en billijkheid en gehoord de vergadering van de fractievoorzitters van alle partijen in de raad. 4 Onder overige schade valt niet het gederfde inkomen. 5 Als de schade van de ziekte of het dienstongeval is ontstaan tijdens zijn ambtsperiode en voortduurt na zijn aftreden is dit artikel van overeenkomstige toepassing op de gewezen wethouder. 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 01-07-2014
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 artikel 35, tweede en derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Het college van burgemeester en wethouders kent een wethouder die naar het oordeel van een arts een structurele functionele beperking heeft, ten laste van de gemeente een tegemoetkoming toe voor de bekostiging van een voorziening als bedoeld in. 2 artikel 35, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen Het gestelde bij of krachtensis van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat uitsluitend een financiële tegemoetkoming wordt verstrekt. 2013 222 21-06-2013 12-06-2013 2013 222 21-06-2013 12-06-2013 01-07-2013 01-01-2013
Artikel 21a — Artikel 21a#
Artikel 21a Indien het college van burgemeester en wethouders ten behoeve van een veilige woon- en werkplek van een wethouder kosten maakt, die in het kader van het stelsel bewaken en beveiligen zijn aangemerkt als werkgeverskosten, komen deze ten laste van de gemeente. 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 01-07-2014
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 De raad kan bij verordening bepalen dat indien de wethouder bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente beschikt, hij ten laste van de gemeente aanspraak heeft op: a. een vergoeding van reis- en pensionkosten; b. een vergoeding van verhuiskosten in verband met de benoeming in de gemeente. 2 Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels over hoogte van de vergoeding en de voorwaarden voor de aanspraak. 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 01-01-2004 07-03-2002
Artikel 22a — Artikel 22a#
Artikel 22a Vervallen 2006 8 12-01-2006 22-12-2005 2006 8 12-01-2006 22-12-2005 01-03-2006
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 1 De raad kan bij verordening bepalen dat de wethouder aanspraak heeft op een vergoeding van: a. kosten voor woon-werkverkeer; b. reis- en verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoefening van het ambt. 2 Onze Minister stelt bij ministeriële regeling nadere regels over de hoogte van de vergoeding en de voorwaarden voor de aanspraak. 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 01-01-2004
Artikel 23a — Artikel 23a#
Artikel 23a Indien aan de wethouder een dienstauto ter beschikking is gesteld en hij voor het gebruik van deze dienstauto loon- en inkomstenbelasting is verschuldigd, kan het college van burgemeester en wethouders bepalen dat deze belastingheffing door de gemeente aan de wethouder wordt vergoed. De vergoeding betreft ten hoogste de verschuldigde loon- en inkomstenbelasting voor het gebruik van de dienstauto. 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 12-01-2011 01-01-2011
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Vervallen 2009 64 19-02-2009 29-01-2009 2009 64 19-02-2009 29-01-2009 19-04-2009
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 1 De wethouder ontvangt een onkostenvergoeding voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten ten bedrage van € 355,80 per maand. 2 Het bedrag genoemd in het eerste lid wordt per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd aan de hand van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het voorafgaande kalenderjaar. 2017 75504 28-12-2017 20-12-2017 2017-0000655415 2017 75504 28-12-2017 20-12-2017 2017-0000655415 01-01-2018
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 1 f artikel 1, onderdeel artikel 25 De wethouder die in de loop van het kalenderjaar is benoemd dan wel het wethouderschap heeft beëindigd als bedoeld in, ontvangt de onkostenvergoeding, bedoeld in, naar evenredigheid met de periode van uitoefening van het ambt in bedoeld kalenderjaar. 2 artikel 36, tweede lid, van de Gemeentewet artikel 36, vierde lid, van de Gemeentewet artikel 25 De wethouder die met toepassing vande betrekking in deeltijd uitoefent, ontvangt de onkostenvergoeding, bedoeld in, naar evenredigheid met de vastgestelde tijdsbestedingsnorm, bedoeld in. 2001 367 16-08-2001 16-07-2001 2001 367 16-08-2001 16-07-2001 17-08-2001 01-01-2001 Werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 1 artikel 7 artikel 25 Indien een gemeente op grond vanin een andere klasse is geplaatst, wordt voor de toepassing vanuitgegaan van het bij die klasse behorende inwonertal. 2 artikel 25 artikelen 8 9 Voor de toepassing vanzijn deenvan overeenkomstige toepassing. 2009 561 22-12-2009 16-12-2009 2009 561 22-12-2009 16-12-2009 23-12-2009
Artikel 27a — Artikel 27a#
Artikel 27a 1 Op aanvraag wordt ten laste van de gemeente aan de wethouder voor de uitoefening van het ambt, een computer, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking gesteld. 2 Indien geen computer en bijbehorende apparatuur en software ter beschikking is gesteld wordt door de raad aan de wethouder op aanvraag,voor de uitoefening van het ambt, een tegemoetkoming verleend voor: a. aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en software, of, b. gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en software. 3 Op aanvraag wordt ten laste van de gemeente aan de wethouder voor de uitoefening van het ambt communicatieapparatuur in bruikleen ter beschikking gesteld. 4 Op aanvraag wordt door de raad een vergoeding aan de wethouder verleend voor de aanleg- en de abonnementskosten voor de internetverbinding voor de in het eerste of het tweede lid genoemde computerapparatuur. 5 De raad kan bij verordening nadere regels stellen over het ter beschikking stellen van computer- en communicatieapparatuur en de tegemoetkoming, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid en de vergoeding, bedoeld in het vierde lid. 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 12-01-2011 01-01-2011
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 1 De vergoeding van bijzondere kosten en andere financiële voorzieningen wordt door de wethouder genoten met ingang van de dag van de benoeming. 2 De vergoeding van bijzondere kosten en andere financiële voorzieningen eindigt op het tijdstip van beëindiging van het wethouderschap. 2002 458 10-09-2002 28-08-2002 2002 458 10-09-2002 28-08-2002 11-09-2002
Artikel 28a — Artikel 28a#
Artikel 28a artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld inworden aangewezen: a. artikel 23 artikel 31a, tweede lid, onderdelen a en b, van de Wet op de loonbelasting 1964 de vergoedingen, bedoeld in, voor zover deze niet worden gerekend tot een vergoeding als bedoeld in; b. artikel 23a de vergoeding, bedoeld in; c. artikel 25, eerste lid de onkostenvergoeding, bedoeld in; d. artikel 27a, eerste en derde lid de verstrekkingen, bedoeld in; e. artikel 27a, vierde lid de vergoeding, bedoeld in; f. artikel 28b, eerste en tweede lid de vergoeding, bedoeld in. 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 01-07-2014
Artikel 28b — Artikel 28b#
Artikel 28b 1 Indien een wethouder in verband met de uitoefening van het ambt lid is van een beroepsvereniging, vergoedt de gemeente de contributie van die beroepsvereniging. 2 De kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van het ambt van wethouder komen ten laste van de gemeente. 3 Het college van burgemeester en wethouders kan over de in het tweede lid bedoelde scholing nadere regels stellen. 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 2014 230 27-06-2014 20-06-2014 01-07-2014 27-03-2014
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Artikel 21 zoals dat luidde op de dag voor de datum van inwerkingtreding van het Besluit van 22 december 2005 tot wijziging van het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning, het Rechtspositiebesluit gedeputeerden, het Rechtspositiebesluit burgemeesters, het Rechtspositiebesluit wethouders, het Rechtspositiebesluit staten- en commissieleden en het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, blijft van toepassing op de voormalig wethouder, indien de in dat artikel bedoelde invaliditeit op die dag reeds bestond of, indien de invaliditeit op een later tijdstip is ontstaan, kan worden vastgesteld dat de oorzaak van deze invaliditeit voor de datum van bovengenoemd besluit 22 december 2005 is gelegen. 2006 8 12-01-2006 22-12-2005 2006 8 12-01-2006 22-12-2005 01-03-2006
Artikel 29a — Artikel 29a#
Artikel 29a Besluit houdende wijziging van enkele rechtspositiebesluiten politieke ambtsdragers in verband met de samenvoeging van inwonersklassen en enkele technische aanpassingen Voor wethouders in gemeenten ingedeeld in de inwonersklassen 1 en 2 geldt met ingang van 1 januari 2009 tot de dag waarop hetin werking treedt de bezoldiging behorende bij inwonersklasse 3. 2009 561 22-12-2009 16-12-2009 2009 561 22-12-2009 16-12-2009 23-12-2009 01-01-2009
Artikel 29b — Artikel 29b#
Artikel 29b Vervallen 2011 5 11-01-2011 28-12-2010 2009 611 29-12-2009 23-12-2009 32130 01-01-2015 2013 566 23-12-2013 18-12-2013 33753 Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 39c van de Wet op
de loonbelasting 1964 vervalt. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2009/611 gesteld op 1 januari 2014.
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Dit besluit wordt aangehaald als: Rechtspositiebesluit wethouders. 2006 8 12-01-2006 22-12-2005 2006 8 12-01-2006 22-12-2005 01-03-2006 Voorheen art. 29.
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 Vervallen 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 01-01-2004
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Vervallen 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 01-01-2004
Artikel 33 — Artikel 33#
Artikel 33 Vervallen 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 2003 432 04-11-2003 02-10-2003 01-01-2004 Door vernummering vervallen.