Besluit van 29 juli 1994, houdende regels ten aanzien van de bekostiging van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers
- BWB-id
- BWBR0006850
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2004-05-01 t/m 2005-08-04
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0006850
- ELI
- /eli/nl/amvb/1994/subsidiebesluit-centraal-orgaan-opvang-asielzoekers
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1994/subsidiebesluit-centraal-orgaan-opvang-asielzoekers/2004-05-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0006850&g=2004-05-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0006850&z=2026-06-06&g=2004-05-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0006850/2004-05-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1994/subsidiebesluit-centraal-orgaan-opvang-asielzoekers
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers de wet: de; b. artikel 3, tweede lid decentrale opvang: opvang van asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen als bedoeld in, van de wet, op een door een gemeente beschikbaar gestelde opvangplaats, niet zijnde opvang in een opvangcentrum; c. artikel 3, tweede lid opvangcentrum: een opvangvoorziening instandgehouden door het Rijk voor asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen als bedoeld in, van de wet; d. artikel 16, eerste lid subsidie: subsidie als bedoeld in, van de wet. 2 artikel 3, tweede lid Het in dit besluit bepaalde is van overeenkomstige toepassing op door Onze Minister op grond van, van de wet aan het orgaan opgedragen taken met betrekking tot andere categorieën vreemdelingen. 1997 764 30-12-1997 22-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Onze Minister doet vóór 1 september van het jaar voorafgaande aan het kalenderjaar aan het orgaan een raming voor het desbetreffende kalenderjaar toekomen van de bezetting en behoefte aan opvangcapaciteit van zowel centrale als decentrale opvang. Indien deze raming bijstelling behoeft meldt Onze Minister dit schriftelijk aan het orgaan. 2 De raming, bedoeld in het eerste lid, wordt door het orgaan als uitgangspunt gehanteerd bij de opstelling van het activiteitenplan en de begroting. 1997 764 30-12-1997 22-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 12 Onze Minister beslist binnen dertien weken omtrent de instemming met het activiteitenplan en de begroting en doet het orgaan met inachtneming vaneen beschikking tot subsidieverlening toekomen. 2 In de beschikking tot subsidieverlening wordt in ieder geval medegedeeld: a. artikel 12, eerste lid artikel 12, tweede en derde lid indien het betreft de verlening van een bijdrage voor kosten als bedoeld in, het aantal toegekende eenheden per kostengroep als bedoeld in, en de vastgestelde normbedragen; b. artikel 12, zesde lid a artikel 12, zesde lid, onder indien het betreft bekostiging als bedoeld in, de voorlopige bijdrage voor de verschillende kosten, en het maximum bedrag bedoeld in; c. artikel 6 de hoogte van de maximaal over te hevelen bedragen als bedoeld in; d. artikel 12, achtste lid de hoogte van de geraamde inkomsten die, overeenkomstig, in mindering op de voorlopige bijdrage zijn gebracht; en e. de hoogte van het voorschot en de wijze waarop zal worden bevoorschot. 3 artikel 17, tweede lid Indien het orgaan een aanvullende begroting als bedoeld in, van de wet indient deelt de minister uiterlijk binnen drie maanden na ontvangst van de aanvullende begroting aan het orgaan mee welke kosten voor vergoeding in aanmerking komen en doet de minister het orgaan een beschikking tot subsidieverlening toekomen. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. 1997 764 30-12-1997 22-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Vervallen 1997 764 30-12-1997 22-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Vervallen 1997 764 30-12-1997 22-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 1 a b artikel 12, tweede en derde lid, onderen Het orgaan mag bijdragen in de kostengroepen als bedoeld in, onderling overhevelen tot een door Onze Minister bij de subsidieverlening te bepalen maximum. 2 Indien met toepassing van het eerste lid bijdragen zijn overgeheveld van de ene kostgroep naar een andere kostgroep wordt dit expliciet aangegeven in het financiële verslag. 1997 764 30-12-1997 22-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 3 Het vermogen, met inbegrip van de inkomsten daaruit, wordt slechts aangewend voor de taken die het orgaan ingevolgevan de wet zijn opgedragen. 1997 764 30-12-1997 22-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 1 Het orgaan verzekert zijn wettelijke aansprakelijkheid tegenover derden op afdoende wijze. 2 Het orgaan verzekert zijn onroerende zaken tegen brandschade naar herbouwwaarde en zijn roerende zaken tegen brandschade en diefstal. 1994 637 25-08-1994 29-07-1994 1994 637 25-08-1994 29-07-1994 26-08-1994 01-07-1994
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 Vervallen 1997 764 30-12-1997 22-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 1 Het orgaan doet zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan Onze Minister van omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie. Daarbij worden de relevante stukken overgelegd. 2 Op door Onze Minister te bepalen tijdstippen verstrekt het orgaan aan Onze Minister een exploitatieoverzicht. Hierin worden de posten gehanteerd die bij de subsidieverlening zijn gehanteerd. 3 Blijkt in de loop van het boekjaar dat het werkelijk te verwachten vermoedelijk beloop in kosten meer dan 10% lager dan wel hoger zal zijn dan de kosten waarbij bij de subsidieverlening van uit is gegaan, dan brengt het orgaan dit zo spoedig mogelijk ter kennis aan de minister onder opgave van de verschillen en de oorzaken daarvan. 1997 764 30-12-1997 22-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 artikel 4:71, eerste lid, onder a en f, van de Algemene wet bestuursrecht Naast de ingenoemde gevallen is toestemming van Onze Minister vereist voor de volgende handelingen: a. het aangaan van overeenkomsten die de capaciteit van de opvang vergroten, alsmede het verlengen of opzeggen van dergelijke overeenkomsten, met uitzondering van overeenkomsten die de capaciteit van de opvang vergroten door beschikbaarstelling van opvang door hotels, pensions en andere vergelijkbare door Onze Minister aangewezen voorzieningen, voor zover, op grond van de overeenkomst, deze opvang niet langer dan een jaar ter beschikking worden gesteld aan het orgaan en het aantal plaatsen voor opvang niet meer bedraagt dan honderd; b. a het, anders dan bedoeld onder, vervreemden of bezwaren van registergoederen, alsmede van andere vermogensbestanddelen, tenzij het daarmee gemoeide financiële belang geringer is dan € 25 000; c. het aantrekken van gelden die dagelijks of op termijn opvorderbaar zijn, tenzij het tijdelijke kredieten in rekening-courant betreft ter overbrugging van tijdelijke kastekorten. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 1 artikel 16 artikel 3, tweede lid De subsidie, bedoeld invan de wet, wordt bepaald op basis van het bedrag dat ontstaat door vermenigvuldiging van het aantal toegekende en gerealiseerde eenheden per kostengroep met het voor de desbetreffende eenheid door Onze Minister vastgestelde normbedrag. Onze Minister kan voor verschillende soorten geboden opvang aan asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen met betrekking tot wie Onze Minister het orgaan ingevolge, van de wet taken heeft opgedragen, afzonderlijke normbedragen vaststellen. 2 In ieder geval met betrekking tot de volgende kostengroep wordt de subsidie bepaald op basis van eenheden per dag en per bezette opvangplaats: uitkeringen en verstrekkingen met uitzondering van zak- en kleedgeld en ziekenfondspremie. 3 In ieder geval met betrekking tot de volgende kostengroepen wordt de subsidie bepaald op basis van eenheden per dag en per aanwezige opvangcapaciteit: a. personeels- en overheadkosten van een opvangcentrum; b. facilitaire kosten en kosten van beheer van een opvangcentrum; c. vervanging van inrichting en inventaris van een opvangcentrum. 4 artikel 6 De subsidie per kostengroep wordt verminderd onderscheidenlijk verhoogd met het bedrag dat met toepassing vanis overgeheveld naar onderscheidenlijk van een andere kostengroep. 5 De subsidie per kostengroep wordt onverminderd het vierde lid uitsluitend aangewend voor kosten die worden gerekend tot de desbetreffende kostengroep. 6 In afwijking van het eerste lid bestaat de subsidie in door Onze Minister aangewezen kosten uit: a. een subsidie die bestaat uit de werkelijk gemaakte kosten tot een door Onze Minister vastgesteld maximum; b. een subsidie ten behoeve van overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurd onderdeel van het activiteitenplan uitgevoerde activiteiten; c. c artikel 3, eerste lid, onder artikel 4 een subsidie gelijk aan de door het orgaan ingevolge, van de wet aan gemeenten betaalde bijdragen en de ingevolgevan de wet bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan gemeenten verstrekte uitkeringen; d. d artikel 3, eerste lid, onder een subsidie voor ingevolge, aan het orgaan opgedragen taken overeenkomstig door Onze Minister bij de opdracht gestelde regels; en e. een subsidie voor groot onderhoud van de opvangcentra. 7 Jaarlijks zal bezien worden of de gehanteerde normbedragen aanpassing behoeven. Daarbij zal onder meer acht worden geslagen op de ontwikkeling van het prijspeil, op de ontwikkeling van de kosten van de arbeidsvoorwaarden en op de al dan niet voorlopige realisatiecijfers over het voorafgaande jaar. 8 De geraamde inkomsten van het orgaan worden in mindering gebracht op de subsidie. Indien de inkomsten kunnen worden toegerekend aan een kostengroep kan Onze Minister besluiten de geraamde dan wel gerealiseerde inkomsten in mindering te brengen op de desbetreffende kostengroep. 1997 764 30-12-1997 22-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 artikel 15 Het invan de wet genoemde activiteitenverslag van het orgaan geeft een duidelijk inzicht in de aard, de duur en de omvang van de activiteiten. 1997 764 30-12-1997 22-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 artikelen 15, eerste lid 18, eerste en derde lid Onze Minister beslist binnen dertien weken na ontvangst van de bescheiden, bedoeld in de, en, van de wet op de aanvraag tot vaststelling. 2 Te veel ontvangen voorschotten worden verrekend met voorschotten in volgende jaren, tenzij Onze Minister besluit tot verrekening op andere wijze. 1997 764 30-12-1997 22-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 1 artikel 12, tweede lid, en derde lid, onder a en b Het orgaan vormt een egalisatiereserve van niet meer dan 5% van de bij de laatste subsidieverlening ingevolge, voor subsidie in aanmerking gebrachte kostengroepen, tot een maximum van € 11 344 505. 2 a b b artikel 12, tweede lid, en derde lid, onderen, en zesde lid, onder De egalisatiereserve kan worden aangewend voor kosten die worden verantwoord bij de in, genoemde kostengroepen maar niet kunnen worden betaald uit de subsidie in het jaar waarin de kosten worden gemaakt. 3 De toevoeging onderscheidenlijk de onttrekking aan de voorziening groot onderhoud van de opvangcentra bedraagt per jaar het verschil tussen de subsidie voor groot onderhoud en de werkelijke kosten van investeringen in groot onderhoud. De voorziening groot onderhoud wordt uitsluitend aangewend ten behoeve van groot onderhoud in de opvangcentra. 4 De toevoeging onderscheidenlijk de onttrekking aan de reserve vervanging inrichting en inventaris van de opvangcentra bedraagt per jaar het verschil tussen de subsidie voor vervanging van inrichting en inventaris en de hoogte van de werkelijke aanschaffingen van inrichting en inventaris van de opvangcentra. De reserve vervanging inrichting en inventaris wordt uitsluitend aangewend ten behoeve van vervanging van inrichting en inventaris in de opvangcentra. 5 Onze Minister kan maxima vaststellen voor de voorzieningen groot onderhoud en de reserve vervanging inrichting en inventaris van de opvangcentra. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 666 27-12-2001 17-12-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 artikel 15 artikel 6 Indien de inkomsten hoger zijn dan geraamd, wordt het overschot, met inachtneming van, toegevoegd aan de egalisatiereserve. Indien de inkomsten lager zijn dan geraamd dient het tekort gecompenseerd te worden voordat budgetten worden overgeheveld, als bedoeld in. 1997 764 30-12-1997 22-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 Vervallen 1997 764 30-12-1997 22-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht In de gevallen, bedoeld inis het orgaan aan Onze Minister een door hem te bepalen vergoeding voor vermogensvorming verschuldigd. In voorkomende gevallen doet het orgaan zo spoedig mogelijk schriftelijke mededeling aan de minister. 2 Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de eigendommen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat ingeval van ontvangst van schadevergoeding voor verlies of beschadiging van eigendommen wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door het orgaan wordt ontvangen. 3 Toepassing van het eerste lid, eerste volzin, blijft achterwege, indien de activiteiten van het orgaan, na toestemming van Onze Minister, door een ander rechtspersoon worden voortgezet en de activa tegen boekwaarden aan die rechtspersoon in eigendom zijn overgedragen. 1997 764 30-12-1997 22-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 1 De vergoeding die het orgaan betaalt aan een organisatie die zich de ondersteuning van het orgaan ten doel stelt, voor door die organisatie aan het orgaan ter beschikking gestelde goederen, is niet hoger dan het bedrag dat op grond van de historische kostprijs berekend wordt, rekening houdend met de voor het orgaan geldende afschrijvingspercentages. 2 De vergoeding die het orgaan betaalt aan een organisatie die zich de ondersteuning van het orgaan ten doel stelt, voor door die organisatie aan het orgaan geleverde diensten is, indien het diensten betreft die normaal gesproken in eigen beheer kunnen worden verricht, niet hoger dan het bedrag dat gelijk is aan de kosten die het orgaan zou hebben gehad bij het verrichten van de diensten in eigen beheer. 3 De vergoeding die het orgaan betaalt aan een organisatie die zich de ondersteuning van het orgaan ten doel stelt, voor door die organisatie aan het orgaan geleverde diensten, is voor andere dan de in het tweede lid bedoelde diensten niet hoger dan het bedrag dat voor het doen verrichten van dergelijke diensten door andere dan dergelijke organisaties gebruikelijk kan worden geacht. 1994 637 25-08-1994 29-07-1994 1994 637 25-08-1994 29-07-1994 26-08-1994 01-07-1994
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 Voor het ter beschikking stellen van goederen aan of het verrichten van diensten voor derden brengt het orgaan, behoudens indien het rechtspersonen of natuurlijke personen betreft waarvoor de activiteiten bestemd zijn, een vergoeding in rekening die ten minste kostendekkend is. 1994 637 25-08-1994 29-07-1994 1994 637 25-08-1994 29-07-1994 26-08-1994 01-07-1994
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 Indien als direct gevolg van een maatregel van Onze Minister één of meer leden van het personeel van het orgaan wegens beëindiging of vermindering van werkzaamheden, reorganisaties of fusie worden ontslagen, worden de wachtgelden die als gevolg van het ontslag voortvloeien uit de geldende rechtspositieregelingen door Onze Minister in de vorm van subsidie vergoed, mits het orgaan schriftelijk vooraf van Onze Minister toestemming heeft verkregen voor dat ontslag en tevens al datgene heeft gedaan of nagelaten dat nodig was om deze kosten zo laag mogelijk te doen zijn. 1997 764 30-12-1997 22-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Het orgaan werkt mee aan door of namens Onze Minister ingestelde onderzoeken die erop zijn gericht Onze Minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van zijn beleid. 2 artikel 19 Indien Onze Minister het vermoeden heeft dat het bepaalde inniet is nageleefd, spant het orgaan zich desgevraagd in de jaarrekening van de desbetreffende rechtspersoon over het desbetreffende jaar over te leggen. 1997 764 30-12-1997 22-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Onze Minister kan op verzoek van het orgaan bepalingen van dit besluit buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover strikte toepassing leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. 1994 637 25-08-1994 29-07-1994 1994 637 25-08-1994 29-07-1994 26-08-1994 01-07-1994
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Staatsblad Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van hetwaarin het wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 juli 1994. 1994 637 25-08-1994 29-07-1994 1994 637 25-08-1994 29-07-1994 26-08-1994 01-07-1994
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Dit besluit kan worden aangehaald als: Subsidiebesluit Centraal Orgaan opvang asielzoekers. 1997 764 30-12-1997 22-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.