Besluit van 26 april 1995, houdende vaststelling van regels omtrent de hoogte van de ouderbijdrage en omtrent het inkomen en de hoogte van de eigen bijdrage in de kosten van justitiële kinderbescherming en vrijwillige jeugdhulpverlening
- BWB-id
- BWBR0007362
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Geldigheid
- 2004-01-01 t/m 2004-12-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007362
- ELI
- /eli/nl/amvb/1995/besluit-bijdragen-justiti-le-kinderbescherming-en-vrijwillig
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1995/besluit-bijdragen-justiti-le-kinderbescherming-en-vrijwillig/2004-01-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007362&g=2004-01-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007362&z=2026-06-06&g=2004-01-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007362/2004-01-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1995/besluit-bijdragen-justiti-le-kinderbescherming-en-vrijwillig
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 a artikel 41, eerste lid, van de Wet op de jeugdhulpverlening De hoogte van de ouderbijdrage in de kosten van verzorging en verblijf, als bedoeld in, bedraagt, a. indien het residentiële hulpverlening of pleegzorg betreft: voor een kind van 0 tot en met 5 jaar: € 62,90 per maand; voor een kind van 6 tot en met 11 jaar: € 86,49 per maand; en voor een kind van 12 tot en met 20 jaar: € 110,07 per maand. b. indien het semi-residentiële hulpverlening betreft: voor een kind in een van de in het eerste lid onderscheiden leeftijdscategorieën de helft van het in het eerste lid genoemde bedrag per maand. 2003 248 23-12-2003 15-12-2003 DJB/JZ-2438311 2003 248 23-12-2003 15-12-2003 DJB/JZ-2438311 01-01-2004
Artikel 1a — Artikel 1a#
Artikel 1a artikel 1, onder a Bij ministeriële regeling worden de bedragen, genoemd in, jaarlijks met ingang van 1 januari gewijzigd aan de hand van de prijsindex voor de gezinsconsumptie. 2000 368 21-09-2000 31-08-2000 2000 368 21-09-2000 31-08-2000 01-10-2000
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 De hoogte van de eigen bijdrage van een jeugdige die over een inkomen beschikt of die recht kan doen gelden op een inkomen wordt vastgesteld op een bedrag gelijk aan het netto-maandinkomen, verminderd met: - Werkloosheidswet Ziektewet Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten 1/3 van het netto-maandinkomen, indien het betreft een uitkering ingevolge de, de, deof de, dan wel - 1/3 van het netto-maandinkomen uit arbeid tenzij het betreft een inkomen uit arbeid van een schoolgaande jeugdige van € 635,29 of minder op jaarbasis. 2 Wet studiefinanciering 2000 Indien het inkomen als bedoeld in het eerste lid betrekking heeft op een uitkering ingevolge dewordt de bijdrage verminderd met: - het deel van de uitkering dat volgens de normen van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen bedoeld is voor boeken, leermiddelen of onderwijsbijdrage, en - Ziekenfondswet de te betalen premie voor een ten behoeve van de jeugdige gesloten verzekering tegen ziektekosten tot ten hoogste € 45,38 per maand, tenzij de jeugdige (mede)verzekerd kan zijn op grond van deof ter zake van ziektekosten verzekerd is door zijn wettelijke vertegenwoordigers. 3 Van een jeugdige die ouder is van een éénoudergezin en waarvan een of meer kinderen niet zijn geplaatst in een voorziening van residentiële hulpverlening of van pleegzorg, wordt de eigen bijdrage als bedoeld in het eerste of tweede lid, verlaagd met € 111,68, met dien verstande dat, indien de jeugdige geen recht op kinderbijslag heeft, het bedrag van € 111,68 wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan het bedrag van de kinderbijslag voor het aantal kinderen welke niet in een voorziening van residentiële hulpverlening of van pleegzorg zijn geplaatst. 4 Van een jeugdige welke voorafgaande aan de plaatsing duurzaam een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd met iemand die niet zijn bloedverwant is en niet is geplaatst in een voorziening van residentiële hulpverlening of van pleegzorg, is de eigen bijdrage de helft van de bijdrage, bepaald op grond van het eerste tot en met derde lid. 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 2001 415 04-10-2001 14-09-2001 01-01-2002
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 De bijdrage is verschuldigd over elke dag dat de verzorging en het verblijf hebben geduurd. De dag van aankomst en de dag van vertrek gelden als dag van verzorging en verblijf. Worden de verzorging en het verblijf beëindigd op de dag waarop deze zijn aangevangen, dan is alleen over deze dag de bijdrage verschuldigd. 2 Indien de bijdrage over een gedeelte van een maand is verschuldigd, bedraagt zij het voor een maand geldende bedrag, gedeeld door dertig en vermenigvuldigd met het aantal dagen dat de verzorging en het verblijf in die maand hebben geduurd. 1995 226 27-04-1995 26-04-1995 1995 225 27-04-1995 02-02-1995 22060 01-05-1995
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 Het Besluit bijdragen jeugdhulpverlening wordt ingetrokken. 1995 226 27-04-1995 26-04-1995 1995 225 27-04-1995 02-02-1995 22060 01-05-1995
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 Wet op de jeugdhulpverlening Stb. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop de wet van 2 februari 1995, houdende wijziging van deen enige andere wetten (225) in werking treedt. 1995 226 27-04-1995 26-04-1995 1995 225 27-04-1995 02-02-1995 22060 01-05-1995
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bijdragen justitiële kinderbescherming en vrijwillige jeugdhulpverlening. 1995 226 27-04-1995 26-04-1995 1995 225 27-04-1995 02-02-1995 22060 01-05-1995