Besluit van 6 december 1995, houdende vaststelling van het Besluit College van toezicht op de kansspelen
- BWB-id
- BWBR0007697
- Type
- AMvB
- Ministerie
- Veiligheid en Justitie
- Geldigheid
- 2007-11-01 t/m 2012-03-31
Wetstechnische informatie / identifiers
- BWB-id
- BWBR0007697
- ELI
- /eli/nl/amvb/1995/besluit-college-van-toezicht-op-de-kansspelen
- ELI (gepinde datum)
- /eli/nl/amvb/1995/besluit-college-van-toezicht-op-de-kansspelen/2007-11-01
- JCI 1.0 (vindplaats)
- wetten.overheid.nl/1.0:c:BWBR0007697&g=2007-11-01
- JCI 1.3 (citatie)
- jci1.3:c:BWBR0007697&z=2026-06-06&g=2007-11-01
- Op wetten.overheid.nl
- https://wetten.overheid.nl/BWBR0007697/2007-11-01
Absolute ELI: /eli/nl/amvb/1995/besluit-college-van-toezicht-op-de-kansspelen
Artikel 1 — Artikel 1#
Artikel 1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Wet op de kansspelen de wet: de; b. Onze Minister: Onze Minister van Justitie; c. Onze Ministers wie het mede aangaat: Onze Minister van Economische Zaken, Onze Minister van Financiën, Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij; d. artikel 33 het College: het College van toezicht op de kansspelen als bedoeld invan de wet. 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 01-01-1996
Artikel 2 — Artikel 2#
Artikel 2 1 Een verzoek om advies aan het College kan worden gedaan door Onze Minister of door een van Onze Ministers wie het mede aangaat door tussenkomst van Onze Minister. 2 Het College zendt zijn adviezen aan Onze Minister en aan Onze Ministers wie het mede aangaat. 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 01-01-1996
Artikel 3 — Artikel 3#
Artikel 3 1 artikel 34, eerste en derde lid Adviezen als bedoeld in, van de wet worden niet vastgesteld dan nadat de betrokken rechtspersoon in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze kenbaar te maken. 2 Toepassing van het eerste lid kan achterwege blijven indien: a. de vereiste spoed zich daartegen verzet; of b. de betrokken rechtspersoon tegen het advies naar verwachting geen bedenkingen zal hebben. 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 01-01-1996
Artikel 4 — Artikel 4#
Artikel 4 1 artikel 34, eerste lid Aanwijzingen door Onze Minister of een van Onze Ministers wie het mede aangaat aan de rechtspersonen waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in, van de wet worden ingevolge de verleende vergunning niet gegeven dan nadat het College is gehoord. 2 Toepassing van het eerste lid kan achterwege blijven indien de vereiste spoed zich daartegen verzet. 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 01-01-1996
Artikel 5 — Artikel 5#
Artikel 5 artikel 34, eerste lid Door Onze Minister of door een van Onze Ministers wie het mede aangaat door tussenkomst van Onze Minister kan aan het College het verzoek worden gedaan een onderzoek in te stellen naar de naleving van het bepaalde bij of krachtens de wet en van zijn statuten en reglementen door een rechtspersoon waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in, van de wet. 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 01-01-1996
Artikel 6 — Artikel 6#
Artikel 6 Vervallen 1997 764 30-12-1997 22-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 7 — Artikel 7#
Artikel 7 artikel 35, eerste lid De ingevolge, van de wet door het College vastgestelde voorstellen bevatten de vermelding tot wie zij zijn gericht. Zij worden ter kennis gebracht aan Onze Minister en aan Onze Ministers wie het mede aangaat. 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 01-01-1996
Artikel 8 — Artikel 8#
Artikel 8 Met inachtneming van het bepaalde bij en krachtens de wet en in het belang van het voorkomen en tegengaan van negatieve maatschappelijke effecten kan het College de instellingen en personen waaraan door Onze Minister of een van Onze Ministers wie het mede aangaat vergunning is verleend ingevolge de wet, aanbevelingen doen met betrekking tot: a. de wijze van werving en reclame; b. het waarborgen van een eerlijk en betrouwbaar spelverloop en het voorkomen van fraude en misbruik; c. de vestiging van voor het publiek opengestelde inrichtingen waar gelegenheid wordt gegeven tot beoefening van een kansspel of waar deelnamebewijzen aan een kansspel verkrijgbaar worden gesteld, alsmede elke overige wijze waarop de deelname aan een kansspel mogelijk wordt gemaakt. 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 01-01-1996
Artikel 9 — Artikel 9#
Artikel 9 1 artikel 8 Een aanbeveling overeenkomstigwordt niet vastgesteld dan nadat degene tot wie deze is gericht in de gelegenheid is gesteld zijn zienswijze daaromtrent kenbaar te maken. 2 Staatscourant Indien de aanbeveling is gericht tot tien of meer vergunninghouders, wordt het voornemen tot vaststelling daarvan bekend gemaakt in de. Vaststelling van een aanbeveling als bedoeld in de vorige volzin geschiedt niet dan nadat vier weken na die bekendmaking zijn verstreken. 3 Door het College vastgestelde aanbevelingen worden ter kennis gebracht aan Onze Minister en aan Onze Ministers wie het mede aangaat. 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 01-01-1996
Artikel 10 — Artikel 10#
Artikel 10 artikel 8 Indien het College van oordeel is dat een overeenkomstiggegeven aanbeveling niet, of niet voldoende, wordt nageleefd door een instelling of persoon tot wie de aanwijzing is gericht, brengt het College daaromtrent rapport uit aan Onze Minister en Onze Ministers wie het mede aangaat. 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 01-01-1996
Artikel 11 — Artikel 11#
Artikel 11 Het College bestaat uit zeven onafhankelijke leden, te weten: a. een lid, tevens voorzitter; en b. zes onafhankelijke leden. 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 01-01-1996
Artikel 12 — Artikel 12#
Artikel 12 De voordracht tot benoeming van de voorzitter en de overige leden van het College geschiedt door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat. 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 01-01-1996
Artikel 13 — Artikel 13#
Artikel 13 De voorzitter en de overige leden van het College worden benoemd voor een tijdvak van ten hoogste vier jaar. Herbenoeming is terstond mogelijk en kan telkens voor een tijdvak van ten hoogste vier jaar plaatsvinden. 2007 330 20-09-2007 12-09-2007 2007 330 20-09-2007 12-09-2007 01-11-2007
Artikel 14 — Artikel 14#
Artikel 14 1 De secretaris van het College wordt benoemd voor een tijdvak van ten hoogste vier jaar op voordracht van Onze Minister, in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat. De secretaris is terstond weder benoembaar. Voor de secretaris kan tevens een plaatsvervanger worden benoemd. 2 De overige leden van het bureau van het College worden benoemd en ontslagen door Onze Minister. 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 01-01-1996
Artikel 15 — Artikel 15#
Artikel 15 De voorzitter, de leden en de secretaris van het College kunnen te allen tijde op eigen verzoek worden ontslagen. 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 01-01-1996
Artikel 16 — Artikel 16#
Artikel 16 1 De voorzitter, de leden en de secretaris van het College kunnen worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden. 2 artikel 2:5 van de Algemene wet bestuursrecht Onder zwaarwegende gronden wordt mede verstaan het verkrijgen van een direct of indirect persoonlijk belang bij de exploitatie van kansspelen, alsmede het niet-nakomen van de verplichting tot geheimhouding, bedoeld in. 3 De voordracht tot ontslag ingevolge het eerste lid geschiedt door Onze Minister, in overeenstemming met Onze Ministers wie het mede aangaat. Een daartoe strekkende voordracht geschiedt niet dan nadat de betrokkene en het College zijn gehoord. 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 01-01-1996
Artikel 17 — Artikel 17#
Artikel 17 artikel 16, derde lid Indien Onze Minister voornemens is een voordracht te doen als bedoeld in, kan de voorzitter, een lid of de secretaris van het College bij koninklijk besluit worden geschorst, op voordracht van Onze Minister. Een schorsing vervalt door een tijdsverloop van dertien weken of door ontslag binnen dertien weken na de schorsing. 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 01-01-1996
Artikel 18 — Artikel 18#
Artikel 18 1 Beslissingen kunnen slechts door het College worden genomen indien ten minste de helft van het aantal leden van het College aan de stemming heeft deelgenomen. 2 Beslissingen worden vastgesteld bij meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen beslist de stem van de voorzitter. 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 01-01-1996
Artikel 19 — Artikel 19#
Artikel 19 artikel 33, derde lid Artikel 10, tweede lid, van de Wet openbaarheid van bestuur Van de door het College vastgestelde adviezen, voorstellen en aanbevelingen wordt mededeling gedaan door publikatie in het verslag, bedoeld in, van de wet.is van overeenkomstige toepassing. 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 01-01-1996
Artikel 20 — Artikel 20#
Artikel 20 1 Het College stelt met toestemming van Onze Minister een reglement van orde op, bevattende nadere regels ten aanzien van zijn werkwijze. 2 Het reglement van orde van het College bevat in ieder geval regels met betrekking tot het uit zijn midden aanwijzen van plaatsvervangende voorzitters, de openbaarheid van zijn vergaderingen en de wijze waarop door het College vastgestelde voorstellen en aanbevelingen worden bekendgemaakt. 3 Staatscourant Van het reglement van orde wordt mededeling gedaan door plaatsing in de. 1997 764 30-12-1997 22-12-1997 1997 581 18-12-1997 11-12-1997 01-01-1998 Treedt in werking als de Derde tranche Algemene wet
bestuursrecht in werking treedt.
Artikel 21 — Artikel 21#
Artikel 21 1 Het College kan ten behoeve van zijn werkzaamheden commissies instellen. 2 De bevoegdheid tot het vaststellen van adviezen, voorstellen en aanbevelingen kan niet worden gedelegeerd of gemandateerd aan een commissie. 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 01-01-1996
Artikel 22 — Artikel 22#
Artikel 22 1 Het College zendt jaarlijks vóór 1 september aan Onze Minister een bestedingsplan voor het daaropvolgende kalenderjaar met betrekking tot de aan de taakvervulling van het College verbonden uitgaven. 2 Onze Minister bekostigt de uitgaven van het College overeenkomstig het goedgekeurde bestedingsplan. 3 In afwijking van het eerste lid wordt het bestedingsplan voor het kalenderjaar 1996 opgesteld door Onze Minister. 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 01-01-1996
Artikel 23 — Artikel 23#
Artikel 23 Stb. i artikel 27, zesde lid, van de Wet op de kansspelen Het besluit van 27 februari 1975,63, tot uitvoering vanwordt ingetrokken. 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 01-01-1996
Artikel 24 — Artikel 24#
Artikel 24 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 01-01-1996
Artikel 25 — Artikel 25#
Artikel 25 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 01-01-1996
Artikel 26 — Artikel 26#
Artikel 26 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 01-01-1996
Artikel 27 — Artikel 27#
Artikel 27 Bevat wijzigingen in andere regelgeving. 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 01-04-1996
Artikel 28 — Artikel 28#
Artikel 28 De bescheiden betreffende de werkzaamheden van de Raad voor de Casinospelen worden uiterlijk op de dag dat de Raad zijn werkzaamheden beëindigt door de secretaris van de Raad overgedragen aan Onze Minister. 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 20-12-1995
Artikel 29 — Artikel 29#
Artikel 29 Stb. Wet op de kansspelen Gedurende het in artikel III van de Wet van 18 mei 1995,300, houdende wijziging van dein verband met het instellen van een College van toezicht op de kansspelen bedoelde tijdvak worden de taken en bevoegdheden die ingevolge de in dat artikel bedoelde vergunningen zijn toegekend aan de Raad voor de Casinospelen uitgeoefend door het College van toezicht op de kansspelen. 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 01-01-1996
Artikel 30 — Artikel 30#
Artikel 30 Stb. Wet op de kansspelen De Wet van 18 mei 1995,300, houdende wijziging van dein verband met het instellen van een College van toezicht op de kansspelen treedt in werking met ingang van 1 januari 1996. 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 01-01-1996
Artikel 31 — Artikel 31#
Artikel 31 artikel 28 artikel 27 Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 1996, met uitzondering vandat in werking treedt op 20 december 1995 endat in werking treedt op 1 april 1996. 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 01-01-1996
Artikel 32 — Artikel 32#
Artikel 32 Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit College van toezicht op de kansspelen. 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 1995 595 14-12-1995 06-12-1995 01-01-1996